From 29f0fab82b6a7bfd1c9a2d2606b86e0a633bdfd4 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 22 Dec 2004 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2004-12-22 | BWBR0006530 | Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren --- .../BWBR0006530/README.md | 221 +++++++++++++++++- 1 file changed, 212 insertions(+), 9 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md b/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md index edcf47d2023..78bf4200841 100644 --- a/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md +++ b/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren bwb_id: BWBR0006530 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2002-01-01' +datum_inwerkingtreding: '2004-12-09' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0006530 citeertitel: Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren --- @@ -501,12 +501,6 @@ c. zich niet houdt aan de ten aanzien van hem geldende regels met betrekking tot **5.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar de WAO-uitkering vermindering ondergaat dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de WAO-uitkering voor het vaststellen van zijn aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds geacht onverminderd te zijn genoten. -### Artikel 24a - -**1.** De functionele autoriteit treft zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen en geeft zo tijdig mogelijk zodanige voorschriften als redelijkerwijs nodig is om de rechterlijk ambtenaar, die in verband met ongeschiktheid wegens ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid te verrichten. Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht en bij een gerecht of binnen het gezagsbereik van Onze Minister geen andere passende arbeid voorhanden is, bevordert de functionele autoriteit inschakeling van de rechterlijk ambtenaar in voor hem passende arbeid buiten dat gezagsbereik. - -**2.** Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt de functionele autoriteit in overeenstemming met de rechterlijk ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de rechterlijk ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. - ### Paragraaf 5. Bijzondere situaties ### Artikel 25 @@ -635,7 +629,7 @@ b. onder «betrokkene» wordt verstaan: de voor het leven benoemde rechterlijk a **1.** -Anders dan op diens aanvraag, bij wijze van straf of ingevolge artikel 7 van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement, de artikelen 95, 96, 96a, 96b of 97 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of artikel 125e, tweede lid, van de Ambtenarenwet, kan de rechterlijk ambtenaar worden ontslagen op grond van: +Anders dan op diens aanvraag, bij wijze van straf of ingevolge artikel 7 van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement, de artikelen 95, 96a, 96b of 97 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of artikel 125e, tweede lid, van de Ambtenarenwet, kan de rechterlijk ambtenaar worden ontslagen op grond van: a. het verlies van een vereiste voor de benoembaarheid, door het bevoegde gezag gesteld bij een regeling aan de benoeming voorafgegaan, tenzij het vereiste alleen voor de aanvang van het ambt geldt; b. het aangaan van een graad van zwagerschap, die de benoembaarheid tot het ambt zou uitsluiten; @@ -691,6 +685,215 @@ c. indien een onder b bedoelde afwezigheid wordt voorafgegaan of wordt gevolgd d **4.** Indien de rechterlijk ambtenaar ter zake van zijn ontslag ingevolge het eerste lid recht heeft op een uitkering krachtens de WW of het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren, wordt de in het tweede lid bedoelde uitkering met die uitkering verminderd. +### Artikel 36b + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +## Hoofdstuk 4a. Rechten en verplichtingen bij reorganisaties + +### Artikel 36c + +**1.** + +In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: + +a. functie: het samenstel van werkzaamheden dat de rechterlijk ambtenaar verricht; +b. herplaatsen: het verplaatsen van een rechterlijk ambtenaar dan wel het benoemen bij koninklijk besluit van een niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar in een passende functie, anders dan de oorspronkelijke functie, bij het eigen parket of gerecht, of een passende functie bij een ander parket of gerecht, of anderszins binnen het gezagsbereik van Onze Minister; +c. herplaatsingskandidaat: de te herplaatsen rechterlijk ambtenaar; +d. passende functie: een functie ten aanzien waarvan de herplaatsingskandidaat naar het oordeel van Onze Minister, indien het een rechterlijk ambtenaar, werkzaam bij een parket betreft, of het gerechtsbestuur, indien het een rechterlijk ambtenaar, werkzaam bij een gerecht betreft, beschikt over de kennis en kunde die noodzakelijk worden geacht om de functie naar behoren te kunnen uitoefenen dan wel een functie waarvoor de herplaatsingskandidaat naar het oordeel van Onze Minister, indien het een rechterlijk ambtenaar, werkzaam bij een parket, of het gerechtsbestuur, indien het een rechterlijk ambtenaar werkzaam bij een gerecht betreft, binnen redelijke termijn om-, her- of bijgeschoold kan worden, en deze functie hem in verband met zijn persoonlijkheid, zijn omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten, redelijkerwijs kan worden opgedragen; +e. rechterlijk ambtenaar: de rechterlijk ambtenaar die is aangesteld of aangewezen voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke taak; +f. reorganisatie: iedere wijziging van de organisatiestructuur, de omvang of de taakinhoud van een parket of een gerecht of een onderdeel daarvan, waaraan personele consequenties zijn verbonden; +g. verplaatsen: het elders binnen het eigen parket of eigen gerecht tewerkstellen van de rechterlijk ambtenaar in een zelfde functie als de oorspronkelijke functie. + +**2.** Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de rechterlijke ambtenaren, werkzaam bij de Hoge Raad en het parket bij de Hoge Raad. + +### Artikel 36d + +Bij een reorganisatie zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing. + +### Artikel 36e + +**1.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld omtrent de procedure bij reorganisaties en het herplaatsen van rechterlijke ambtenaren. + +**2.** Voorzover de in het eerste lid bedoelde regels van toepassing zijn op de bij een gerecht werkzame rechterlijke ambtenaren worden deze regels vastgesteld na overleg met de Raad voor de rechtspraak. + +### Artikel 36f + +**1.** Ten aanzien van de bij een gerecht werkzame rechterlijke ambtenaren worden de bevoegdheden in de artikelen 36g tot en met 36ac uitgeoefend door het gerechtsbestuur, tenzij anders is bepaald. + +**2.** Ten aanzien van de bij een parket werkzame rechterlijke ambtenaren worden de bevoegdheden in de artikelen 36g tot en met 36ab uitgeoefend door Onze Minister, tenzij anders is bepaald. + +**3.** De bevoegdheden, bedoeld in het tweede lid, worden niet uitgeoefend dan nadat advies is ingewonnen bij de functionele autoriteit, tenzij anders is bepaald. + +### Artikel 36g + +**1.** De vertegenwoordigers van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en van de andere door Onze Minister tot het overleg toegelaten verenigingen of centrales van verenigingen van ambtenaren, bedoeld in artikel 50, tweede lid, van de wet, worden tijdig geïnformeerd over een voorgenomen besluit tot een reorganisatie. Zij kunnen Onze Minister of het gerechtsbestuur verzoeken om overleg over het voorgenomen besluit of onderdelen daarvan, indien het een belangrijke reorganisatie betreft. + +**2.** De betrokken ondernemingsraden worden tijdig geïnformeerd over een voorgenomen besluit tot een reorganisatie. + +### Artikel 36h + +De rechterlijk ambtenaar benoemd in vaste dienst, wiens functie in verband met een reorganisatie is opgeheven, wordt aangewezen als herplaatsingskandidaat. + +### Artikel 36i + +**1.** De rechterlijk ambtenaar benoemd in vaste dienst, die in verband met een reorganisatie overtollig is, wordt aangewezen als herplaatsingskandidaat, waarbij de rechterlijk ambtenaar die het geringste aantal jaren in dienst van een parket of gerecht heeft doorgebracht het eerst als herplaatsingskandidaat wordt aangewezen. + +**2.** Van overtolligheid als bedoeld in het eerste lid is sprake indien binnen een parket of gerecht of een onderdeel daarvan meer rechterlijke ambtenaren een vergelijkbare of uitwisselbare functie vervullen en het totale aantal van die functies zodanig wordt verminderd dat onvoldoende van die functies voor de betrokken rechterlijke ambtenaren resteren. + +**3.** + +Voor de berekening van het aantal in dienst van een parket of een gerecht doorgebrachte jaren worden voor een rechterlijk ambtenaar mede in aanmerking genomen: + +a. de tijd voorafgaand aan de indiensttreding als rechterlijk ambtenaar bij een parket of een gerecht in rijksdienst bij een parket of gerecht doorgebracht, indien de indiensttreding als rechterlijk ambtenaar bij een parket of een gerecht aansluitend hierop is geschied; en +b. de tijd gewijd aan de verzorging van tot het huishouden van de rechterlijk ambtenaar behorende 0–4 jarige eigen, stief- of pleegkinderen, tot een maximum van in totaal zes jaren. + +**4.** Van de volgorde in het eerste lid kan worden afgeweken, indien dat naar het oordeel van Onze Minister of het gerechtsbestuur noodzakelijk is en daarover overleg is gevoerd met de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak of andere door Onze Minister tot het overleg toegelaten verenigingen of centrales van verenigingen van ambtenaren als bedoeld in artikel 50, tweede lid, van de wet. + +### Artikel 36j + +De rechterlijk ambtenaar wordt omtrent zijn aanwijzing als herplaatsingskandidaat zo spoedig mogelijk geïnformeerd. + +### Artikel 36k + +**1.** Aan de niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar wordt binnen een periode van 18 maanden, te rekenen vanaf het moment dat hij is aangewezen als herplaatsingskandidaat, ten minste één passende functie aangeboden. Het vorenstaande laat het gestelde in artikel 36aa, eerste lid, onverlet. + +**2.** + +De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan worden verkort indien: + +a. de herplaatsingskandidaat heeft geweigerd te voldoen aan een hem op grond van dit hoofdstuk opgelegde verplichting, of; +b. reeds eerder in overleg met herplaatsingskandidaat binnen de termijn kan worden vastgesteld dat er geen mogelijkheden zijn om de herplaatsingskandidaat te herplaatsen. + +**3.** De termijn kan worden verlengd of opgeschort, indien de omstandigheden naar het oordeel van Onze Minister of het gerechtsbestuur, indien het een gerechtsauditeur betreft, daartoe aanleiding geven. + +**4.** De rechterlijk ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijktijdig met zijn aanwijzing als herplaatsingskandidaat geïnformeerd over de aanvang en het einde van de termijn als bedoeld in het eerste lid. + +**5.** De herplaatsingskandidaat wordt geïnformeerd over het verkorten, verlengen of opschorten van de termijn, bedoeld in het tweede en het derde lid. + +### Artikel 36l + +**1.** Aan de voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar wordt binnen een periode van 18 maanden, te rekenen vanaf het moment dat deze is aangewezen als herplaatsingskandidaat, ten minste één passende functie aangeboden binnen het eigen gerecht met behoud van de rang, bedoeld in de artikelen 40 en 58 van de Wet op de rechterlijke organisatie, waarin de rechterlijk ambtenaar is benoemd. + +**2.** De rechterlijk ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijktijdig met zijn aanwijzing als herplaatsingskandidaat geïnformeerd over de aanvang en het einde van de termijn als bedoeld in het eerste lid. + +### Artikel 36m + +De naar het oordeel van Onze Minister of het gerechtsbestuur meest geschikte herplaatsingskandidaat, voor wie de functie als passend wordt aangemerkt, kan bij koninklijk besluit worden benoemd of door Onze Minister of het gerechtsbestuur worden verplaatst. + +### Artikel 36n + +De rechterlijk ambtenaar die in het kader van een reorganisatie wordt herplaatst in een functie bij een parket of gerecht of anderszins binnen het gezagsbereik van Onze Minister waaraan een lagere bezoldiging is verbonden dan aan zijn oorspronkelijke rang, behoudt zijn oorspronkelijke bezoldiging gedurende de periode waarin hij die andere functie vervult. + +### Artikel 36o + +Onverminderd het bepaalde in artikel 36k, eerste lid, is de herplaatsingskandidaat verplicht al het mogelijke te doen om een passende functie te vinden. + +### Artikel 36p + +**1.** De niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar die is aangewezen als herplaatsingskandidaat is verplicht een passende functie te aanvaarden. + +**2.** De voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar die is aangewezen als herplaatsingskandidaat is verplicht een passende functie te aanvaarden binnen het eigen gerecht. + +### Artikel 36q + +**1.** De herplaatsingskandidaat die slechts in een passende functie kan worden herplaatst na om-, her- of bijscholing kan hiertoe worden verplicht voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. + +**2.** Aan de rechterlijk ambtenaar die op grond van het eerste lid verplicht is om scholing te volgen, wordt een volledige vergoeding van de noodzakelijk te maken scholingskosten toegekend. In bijzondere gevallen kan worden afgeweken van de vorige volzin. + +**3.** Aan de herplaatsingskandidaat kan scholingsverlof met behoud van bezoldiging worden verleend. + +**4.** + +De rechterlijk ambtenaar die op grond van het eerste lid verplicht is om scholing te volgen, kan worden verplicht tot terugbetaling van de aan hem toegekende vergoeding van de scholingskosten: + +a. bij onvoldoende resultaat in de scholing of bij tussentijds afbreken van de scholing, indien dit aan eigen schuld of toedoen van de rechterlijk ambtenaar is te wijten; +b. bij ontslag tijdens het volgen van de scholing en in bijzondere gevallen bij ontslag binnen een termijn van maximaal drie jaren na het met voldoende resultaat afronden van de scholing, tenzij de rechterlijk ambtenaar binnen een maand na zijn ontslag elders dan bij een parket of gerecht, of anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister, in dienst treedt, of aansluitend op zijn ontslag recht heeft op een uitkering op grond van werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of ouderdomspensioen. + +**5.** De verplichting tot terugbetaling wordt niet opgelegd aan de rechterlijk ambtenaar aan wie binnen 18 maanden nadat hij is aangewezen als herplaatsingskandidaat op zijn aanvraag eervol ontslag wordt verleend wegens de aanvaarding van een functie elders dan bij een parket of gerecht, of anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister. + +### Artikel 36r + +**1.** Aan de rechterlijk ambtenaar die in verband met zijn herplaatsing in opdracht van Onze Minister of het gerechtsbestuur is verhuisd, wordt eenmalig een bedrag toegekend overeenkomstig artikel 49n van het Algemeen Rijksambtenarenreglement ter tegemoetkoming in de daarmee verband houdende kosten. + +**2.** In de gevallen waarin de rechterlijk ambtenaar en zijn echtgenoot beiden in aanmerking komen voor een bedrag als bedoeld in het eerste lid, ontvangt elk de helft daarvan. Onder echtgenoot wordt mede verstaan de geregistreerde partner alsmede de levenspartner met wie de niet gehuwde rechterlijk ambtenaar samenwoont en, met het oogmerk duurzaam samen te leven, een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. + +**3.** Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt niet toegekend, indien de verhuizing niet heeft plaatsgevonden binnen twee jaren nadat de opdracht om te verhuizen is gegeven. + +### Artikel 36s + +Aan de herplaatsingskandidaat kan een premie ter grootte van maximaal drie maandsalarissen in het vooruitzicht worden gesteld, indien aan hem binnen 18 maanden nadat hij is aangewezen als herplaatsingskandidaat op zijn aanvraag eervol ontslag als bedoeld in artikel 94 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, zoals dat luidde op 31 maart 1994, indien het een niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar betreft, dan wel ontslag op eigen verzoek als bedoeld in artikel 46h, eerste lid, van de wet, indien het een voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar betreft, is verleend. + +### Artikel 36t + +**1.** Aan de herplaatsingskandidaat aan wie op zijn aanvraag eervol ontslag dan wel ontslag op eigen verzoek is verleend wegens de aanvaarding van een functie elders dan bij een parket of gerecht of anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister kan, onverminderd het bepaalde in artikel 36s, een salarissuppletie worden toegekend, indien het in de nieuwe functie genoten salaris lager is dan het salaris in de oorspronkelijke functie. + +**2.** De suppletie, bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend gedurende maximaal vijf jaar en is ten hoogste gelijk aan het verschil tussen het in de oorspronkelijke functie genoten salaris en het salaris in de nieuwe functie. + +**3.** Onder door Onze Minister of het gerechtsbestuur te stellen voorwaarden kan het recht op suppletie op aanvraag van de herplaatsingskandidaat worden afgekocht. + +### Artikel 36u + +Onze Minister of het gerechtsbestuur kan de artikelen 36p, 36q, 36r en 36t toepassen op de rechterlijk ambtenaar wiens functie binnen afzienbare tijd wordt opgeheven of de rechterlijk ambtenaar die binnen afzienbare tijd als overtollig zal worden aangemerkt. + +### Artikel 36v + +**1.** De rechterlijk ambtenaar aan wie op zijn aanvraag eervol ontslag wordt verleend in verband met de aanvaarding van een functie elders dan bij een parket of gerecht, of anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister, heeft op grond van zijn ontslag als rechterlijk ambtenaar aanspraak op een uitkering overeenkomstig het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rechterlijke Macht. + +**2.** Het bepaalde in het eerste lid geldt slechts indien de rechterlijk ambtenaar is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld in de artikelen 36h en 36i en hij binnen twee jaar na de aanvaarding van een functie elders dan bij een parket of gerecht, of anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister, anders dan door zijn schuld of toedoen wordt ontslagen. + +**3.** Indien de rechterlijk ambtenaar terzake van zijn ontslag ingevolge het tweede lid recht heeft op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet wordt de in het eerste lid bedoelde uitkering met die uitkering verminderd. + +### Artikel 36w + +**1.** De rechterlijk ambtenaar die een diensttijd heeft van tien jaar of meer en aan wie ontslag wordt verleend op grond van artikel 36aa wordt een diensttijdgratificatie toegekend ter grootte van een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van een gratificatie bij ambtsjubileum. Toekenning vindt niet plaats indien niet binnen een termijn van vijf jaar na de datum van ingang van het ontslag aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou hebben bestaan. + +**2.** Bij de bepaling van de diensttijd wordt rekening gehouden met de tijd in overheidsdienst doorgebracht overeenkomstig de bepalingen die gelden voor burgerlijke rijksambtenaren. + +### Artikel 36x + +In de artikelen 36y tot en met 36ab wordt onder rechterlijk ambtenaar verstaan: niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar. + +### Artikel 36y + +**1.** De rechterlijk ambtenaar kan in het kader van een reorganisatie bij koninklijk besluit worden benoemd in een passende functie, anders dan de oorspronkelijke functie, bij het eigen parket of gerecht of een passende functie bij een ander parket of gerecht of anderszins binnen het gezagsbereik van Onze Minister. + +**2.** De rechterlijk ambtenaar is verplicht een passende functie als bedoeld in het eerste lid te aanvaarden. + +**3.** De benoeming in een passende functie als bedoeld in het eerste lid van een gerechtsauditeur geschiedt niet dan nadat advies is ingewonnen bij de functionele autoriteit. + +### Artikel 36z + +**1.** Aan de rechterlijk ambtenaar die heeft geweigerd te voldoen aan een hem op grond van dit hoofdstuk opgelegde verplichting, kan in verband daarmee bij koninklijk besluit, ontslag worden verleend. + +**2.** Bij een ontslagverlening op grond van het eerste lid wordt een opzeggingstermijn van drie maanden in acht genomen. + +**3.** De ontslagverlening, bedoeld in het eerste lid, aan een gerechtsauditeur geschiedt niet dan nadat advies is ingewonnen bij de functionele autoriteit. + +### Artikel 36aa + +**1.** Aan de rechterlijk ambtenaar kan in het kader van een reorganisatie bij koninklijk besluit eervol ontslag worden verleend, indien het niet mogelijk is gebleken om hem te herplaatsen in een passende functie. + +**2.** Aan de rechterlijk ambtenaar die in het kader van een reorganisatie is herplaatst kan alsnog het ontslag, bedoeld in het eerste lid, worden verleend indien binnen een periode van uiterlijk één jaar te rekenen vanaf de datum waarop de functie is opgedragen, blijkt dat de desbetreffende functie niet passend is voor die rechterlijk ambtenaar en het niet mogelijk is om de rechterlijk ambtenaar binnen een redelijke termijn in een andere passende functie te plaatsen. + +**3.** Bij een ontslagverlening op grond van het eerste lid wordt een opzeggingstermijn van drie maanden in acht genomen. Bij een ontslagverlening op grond van het tweede lid geldt geen opzeggingstermijn. + +**4.** De ontslagverlening, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, aan een gerechtsauditeur geschiedt niet dan nadat advies is ingewonnen bij de functionele autoriteit. + +### Artikel 36ab + +**1.** Aan de rechterlijk ambtenaar kan bij koninklijk besluit eervol ontslag worden verleend, indien van hem in redelijkheid niet kan worden verlangd, dat hij zich zal voegen in zijn plaatsing over een aanmerkelijke afstand tengevolge van een benoeming in een passende functie. + +**2.** Aan de rechterlijk ambtenaar kan binnen een periode van uiterlijk één jaar nadat hij is benoemd in een functie, die verplaatsing over een aanmerkelijke afstand ten gevolge heeft, alsnog het ontslag, bedoeld in het eerste lid, worden verleend indien van hem in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij zich hierin zal blijven voegen. + +**3.** De ontslagverlening, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, aan een gerechtsauditeur geschiedt niet dan nadat advies is ingewonnen bij de functionele autoriteit. + +**4.** De artikelen 36n tot en met 36q, 36s, 36t en 36z zijn op de rechterlijke ambtenaar van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 36ac + +Op de voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar, die in het kader van een reorganisatie op eigen verzoek wordt benoemd in een functie bij een ander gerecht of elders binnen het gezagsbereik van Onze Minister, zijn de artikelen 36n, 36q, en 36r van overeenkomstige toepassing. + ## Hoofdstuk 5. Overige rechtspositionele voorschriften ### Artikel 37 @@ -903,7 +1106,7 @@ Vervallen ### Artikel 39 -**1.** De op grond van de artikelen 125 en 125c van de Ambtenarenwet bij of krachtens algemene maatregel van bestuur tot stand gebrachte algemeen verbindende voorschriften zoals die tot en met 31 maart 1994 golden ten aanzien van de niet voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren en de rechterlijke ambtenaren in opleiding, bedoeld in artikel 145 van de Wet op de rechterlijke organisatie, zijn ten aanzien van hen van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de algemeen verbindende voorschriften die tot stand zijn gebracht op grond van het op 31 maart 1994 geldende artikel 125, eerste lid, onderdelen c, d, e, f, g, h, i, j, l en m, van de Ambtenarenwet, en met uitzondering van de artikelen 9b, 9c, 94a, 98, 99, 100 en 102, eerste, tweede en vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement. +**1.** De op grond van de artikelen 125 en 125c van de Ambtenarenwet bij of krachtens algemene maatregel van bestuur tot stand gebrachte algemeen verbindende voorschriften zoals die tot en met 31 maart 1994 golden ten aanzien van de niet voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren en de rechterlijke ambtenaren in opleiding, bedoeld in artikel 145 van de Wet op de rechterlijke organisatie, zijn ten aanzien van hen van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de algemeen verbindende voorschriften die tot stand zijn gebracht op grond van het op 31 maart 1994 geldende artikel 125, eerste lid, onderdelen c, d, e, f, g, h, i, j, l en m, van de Ambtenarenwet, en met uitzondering van de artikelen 9b, 9c, 94a, 96, 98, 99, 100 en 102, eerste, tweede en vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement. **2.** In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 6, 9 en 97b van het Algemeen Rijksambtenarenreglement van overeenkomstige toepassing, zoals die op 1 februari 1997 golden voor de burgerlijke rijksambtenaren.