2019-10-01 | BWBR0034996 | Vreemdelingencirculaire 2000 (D)

This commit is contained in:
Coornhert 2019-10-01 12:00:00 +00:00
parent c757260999
commit 29f8969783

View file

@ -49,29 +49,34 @@ De IND maakt gebruik van de bevoegdheid om een aanvraag voor een EU-verblijfsver
#### 2.5. Inburgeringsvereiste
In aanvulling op artikel 3.96a, tweede lid, aanhef en onder b, Vb geldt dat de IND niet verlangt dat de vreemdeling gedurende acht jaar *ononderbroken* was ingeschreven in de GBA of rechtmatig in Nederland verbleef.
De vrijstellingen staan genoemd in artikel 3.96a, tweede lid, Vb.
##### 2.5.1. Ontheffing vanwege een psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap
De IND verlangt niet dat de vreemdeling gedurende de acht jaren als bedoeld in artikel 3.96a, tweede lid, aanhef en onder b, Vb ononderbroken was ingeschreven als ingezetene in de BRP of rechtmatig in Nederland verbleef.
Op grond van artikel 3.96a, derde lid, Vb ontheft de IND de vreemdeling van de wettelijke verplichting het inburgeringsexamen te behalen als hij aantoont dat hij een zodanige psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap heeft, dat hij binnen vijf jaren niet in staat is om het inburgeringsexamen te behalen.
(Zie B12/2.6)
##### 2.5.2. Ontheffing met een beroep op de hardheidsclausule
##### 2.5.1. Medische ontheffing
Op grond van artikel 3.96a, vierde lid, Vb past de IND in ieder geval de hardheidsclausule toe als de vreemdeling ondanks aantoonbaar geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het inburgeringsexamen te behalen.
De IND ontheft de vreemdeling op grond van artikel 3.96a, derde lid, Vb van het inburgeringsvereiste als deze aantoont vanwege zijn psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap niet in staat te zijn om binnen vijf jaren het inburgeringsexamen te behalen. De procedure hiervoor is terug te vinden in bijlage 4 van de Regeling inburgering.
In dit verband wordt verwezen naar paragraaf B9/8.1, ad 2 Vc.
(Zie B12/2.6.1)
De IND maakt in ieder geval geen gebruik van de in artikel 3.96a, vierde lid, Vb gegeven bevoegdheid als de vreemdeling stelt dat hij:
##### 2.5.2. Onbillijkheid van overwegende aard (ook wel: hardheidsclausule)
• geen aanbod tot een inburgeringsvoorziening heeft gekregen;
• geen inburgeringsvoorziening heeft opgelegd gekregen;
• geen aanbod tot een taalkennisvoorziening heeft gekregen;
• geen taalkennisvoorziening heeft opgelegd gekregen; of
• nooit heeft geweten dat hij het inburgeringsexamen moet behalen.
De IND ontheft de vreemdeling van het inburgeringsvereiste als sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard als bedoeld in artikel 3.96a, vierde lid, Vb als de vreemdeling het inburgeringsexamen niet heeft behaald, maar:
• de vreemdeling aantoonbaar geleverde inspanningen heeft verricht; of
• aangetoond is dat er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden, als gevolg waarvan de vreemdeling niet in staat is om aan dat examen deel te nemen of dat met goed gevolg af te leggen.
In dit verband wordt verwezen naar paragraaf B9/8.1.2.3 Vc.
In tegenstelling tot voornoemde paragraaf past de IND de hardheidsclausule niet toe indien de vreemdeling tegen zijn of haar wil in het land van herkomst is achtergelaten en voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb.
(Zie B12/2.6.2.)
##### 2.5.3. Bewijsmiddelen
Paragraaf B9/18.1 Vc is van toepassing.
Paragraaf B9/20.1 Vc is van toepassing.
#### 2.6. Intrekking EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen