2008-10-22 | BWBR0003420 | Wet op het primair onderwijs
This commit is contained in:
parent
bff64b9c43
commit
2a4a8e2e7d
1 changed files with 18 additions and 16 deletions
|
|
@ -80,7 +80,7 @@ deel van een school, dat op de plaats waar het onderwijs wordt gegeven voordat h
|
|||
|
||||
a. een openbare school:
|
||||
|
||||
1°. het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit besluit, met inachtneming van door hem te stellen regelen;
|
||||
1°. burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit besluit, met inachtneming van door hem te stellen regelen;
|
||||
2°. het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan;
|
||||
3°. de openbare rechtspersoon, bedoeld in artikel 47; dan wel
|
||||
4°. de stichting, bedoeld in artikel 17 of artikel 48;
|
||||
|
|
@ -96,7 +96,7 @@ het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder j, van de Alge
|
|||
|
||||
*ouders*:
|
||||
|
||||
ouders of voogden;
|
||||
ouders, voogden of verzorgers;
|
||||
|
||||
*schooljaar*:
|
||||
|
||||
|
|
@ -159,7 +159,7 @@ b. loon in de vorm van uitkeringen ingevolge de Wet financiering loopbaanonderbr
|
|||
|
||||
**6.** De inspecteur, onder wie de ouders van leerlingen die aanspraak maken op gehele of gedeeltelijke vergoeding van vervoerskosten krachtens artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ressorteren voor de heffing van de inkomstenbelasting, bepaalt op verzoek van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerlingen waarvan de ouders aanspraak maken op vergoeding van kosten van leerlingenvervoer verblijven, het gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon in het desbetreffende jaar van de desbetreffende ouders.
|
||||
|
||||
**7.** De in het zesde lid bedoelde inspecteur verstrekt de gegevens inzake het gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon aan het in het zesde lid bedoelde college van burgemeester en wethouders volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
|
||||
**7.** De in het zesde lid bedoelde inspecteur verstrekt de gegevens inzake het gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon aan burgemeester en wethouders als bedoeld in het zesde lid volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -171,7 +171,7 @@ Het basisonderwijs is het onderwijs bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd van
|
|||
|
||||
Schoolonderwijs mag, onverminderd het derde lid, slechts worden gegeven door degene die:
|
||||
|
||||
a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag,
|
||||
a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens,
|
||||
b. in het bezit is van:
|
||||
|
||||
1°. een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat ten aanzien van dat onderwijs of ten aanzien van een of meer bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen daartoe behorende onderwijsactiviteiten als bedoeld in artikel 9 is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 32a, eerste lid, van deze wet, of krachtens artikel 36, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, of
|
||||
|
|
@ -196,7 +196,7 @@ b. in het bezit is van een bij ministeriële regeling aangewezen getuigschrift d
|
|||
|
||||
Onderwijsondersteunende werkzaamheden als bedoeld in artikel 32a, derde lid, mogen slechts worden verricht door degene die:
|
||||
|
||||
a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven ingevolge de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag,
|
||||
a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven ingevolge de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens,
|
||||
b. in het bezit is van een getuigschrift afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of de Wet educatie en beroepsonderwijs, waaruit blijkt dat is voldaan aan de in artikel 32a, derde lid, bedoelde bekwaamheidseisen of
|
||||
c. in het bezit is van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties, verleend ten aanzien van de door hem te verrichten werkzaamheden, of
|
||||
d. volgens bij algemene maatregel van bestuur te geven regels zijn bekwaamheid heeft aangetoond, en
|
||||
|
|
@ -301,7 +301,7 @@ a. de leerlingen in beginsel binnen een tijdvak van 8 aaneensluitende schooljare
|
|||
b. de leerlingen in 8 schooljaren ten minste 7520 uren onderwijs ontvangen, met dien verstande dat de leerlingen in de eerste 4 schooljaren ten minste 3520 uren onderwijs en in de laatste 4 schooljaren ten minste 3760 uren onderwijs ontvangen, en aan de leerlingen in de laatste 6 schooljaren ten hoogste 7 weken van het schooljaar 4 dagen per week onderwijs wordt gegeven, die evenwichtig zijn verdeeld over het schooljaar, bij een schoolweek van in beginsel niet minder dan 5 dagen onderwijs, en
|
||||
c. de onderwijsactiviteiten evenwichtig over de dag worden verdeeld.
|
||||
|
||||
Indien aan een school tevens onderwijs als bedoeld in artikel 166 wordt gegeven blijft dat aantal uren, voor zover dat in de aparte groepen of groepjes wordt gegeven, voor de vaststelling van het aantal uren, bedoeld in onderdeel b, buiten beschouwing.
|
||||
Indien aan een school tevens onderwijs als bedoeld in artikel 166, eerste lid, eerste en tweede volzin, wordt gegeven blijft dat aantal uren, voor zover dat in de aparte groepen of groepjes wordt gegeven, voor de vaststelling van het aantal uren, bedoeld in onderdeel b, buiten beschouwing.
|
||||
|
||||
**8.** Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat leerlingen die in verband met ziekte thuis verblijven dan wel zijn opgenomen in een ziekenhuis, op adequate wijze voldoende onderwijs kunnen genieten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -796,7 +796,7 @@ Tot directeur of adjunct-directeur kan slechts worden benoemd of tewerkgesteld z
|
|||
|
||||
a. in het bezit is van:
|
||||
|
||||
1°. een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag,
|
||||
1°. een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens,
|
||||
2°. een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties, en
|
||||
b. voor zover tot de functie werkzaamheden behoren waarvoor op grond van artikel 32a, tweede lid, bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, in het bezit is van:
|
||||
|
||||
|
|
@ -1213,7 +1213,7 @@ i. voor personeelsleden die bij de uitoefening van hun functie kennis nemen van
|
|||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag draagt zorg dat afschriften van de bewijsstukken waarmee de bekwaamheid wordt aangetoond, de geschiktheidsverklaringen, van de verklaringen omtrent het gedrag, alsmede van de akten van benoeming van het aan de school verbonden personeel worden bewaard.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste lid, aanhef en onder i, en het vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op personeel dat is tewerkgesteld zonder benoeming.
|
||||
**5.** Het tweede lid, aanhef en onder i, en het vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op personeel dat is tewerkgesteld zonder benoeming.
|
||||
|
||||
### Artikel 60
|
||||
|
||||
|
|
@ -1341,7 +1341,7 @@ Voor de toepassing van de eerste volzin, onder b, wordt onder het geven van onde
|
|||
|
||||
**6.** De artikelen 37, 38, 60 en 61 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het personeel van de rechtspersoon met dien verstande dat een geschillencommissie haar werkzaamheden uitstrekt over ten minste vijf rechtspersonen als bedoeld in dit artikel.
|
||||
|
||||
**7.** De artikelen 164, 171, 172, 175, 177 en 182 zijn van overeenkomstige toepassing voor de centrale diensten die op grond van artikel 132 zorgformatie ontvangen.
|
||||
**7.** De artikelen 164, 171, 172, 175, 177 en 182 zijn van overeenkomstige toepassing voor de centrale diensten die op grond van artikel 132 personeelsbekostiging voor zorgvoorzieningen ontvangen.
|
||||
|
||||
### Titel IV. Bekostiging
|
||||
|
||||
|
|
@ -1372,7 +1372,7 @@ Onze minister kan onder nader te stellen voorwaarden aanvullende middelen ter be
|
|||
|
||||
**1.** Indien op verzoek van de ouders van een leerling voor wie op basis van een beoordeling door een commissie voor de indicatiestelling als bedoeld in artikel 28c van de Wet op de expertisecentra een leerlinggebonden budget beschikbaar is, die leerling wordt ingeschreven bij een school, dan wel indien een dergelijk budget beschikbaar komt voor een leerling die al staat ingeschreven bij een school, meldt het bevoegd gezag van die school die inschrijving, respectievelijk het beschikbaar komen van een leerlinggebonden budget voor de desbetreffende leerling, aan Onze minister.
|
||||
|
||||
**2.** Indien sprake is van een eerste inschrijving bij een school als leerling voor wie een leerlinggebonden budget beschikbaar is, dan wel indien een leerlinggebonden budget beschikbaar komt voor een leerling die al staat ingeschreven bij een school, wordt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de inschrijving, respectievelijk het beschikbaar komen van het leerlinggebonden budget, aan het bevoegd gezag van die school ten behoeve van die leerling een leerlinggebonden budget toegekend, dat wordt berekend op een bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijze. De omvang van het leerlinggebonden budget is afhankelijk van de onderwijssoort waarvoor de leerling toelaatbaar is verklaard, waarbinnen onderscheid kan worden gemaakt op grond van leerlingkenmerken. Indien een leerling voor wie een leerlinggebonden budget beschikbaar is, wordt, dan wel blijft, ingeschreven bij een speciale school voor basisonderwijs, meldt het bevoegd gezag de reden voor inschrijving, respectievelijk het ingeschreven blijven, bij die speciale school voor basisonderwijs aan Onze minister.
|
||||
**2.** Indien sprake is van een eerste inschrijving bij een school als leerling voor wie een leerlinggebonden budget beschikbaar is, dan wel indien een leerlinggebonden budget beschikbaar komt voor een leerling die al staat ingeschreven bij een school, wordt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de inschrijving, respectievelijk het beschikbaar komen van het leerlinggebonden budget, aan het bevoegd gezag van die school ten behoeve van die leerling een leerlinggebonden budget toegekend, dat wordt berekend op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijze. De omvang van het leerlinggebonden budget is afhankelijk van de onderwijssoort waarvoor de leerling toelaatbaar is verklaard, waarbinnen onderscheid kan worden gemaakt op grond van leerlingkenmerken. Indien een leerling voor wie een leerlinggebonden budget beschikbaar is, wordt, dan wel blijft, ingeschreven bij een speciale school voor basisonderwijs, meldt het bevoegd gezag de reden voor inschrijving, respectievelijk het ingeschreven blijven, bij die speciale school voor basisonderwijs aan Onze minister.
|
||||
|
||||
**3.** Indien ten behoeve van een leerling voor wie een leerlinggebonden budget beschikbaar is in het lopende schooljaar dat budget aan het bevoegd gezag van een school is toegekend, wordt bij inschrijving van die leerling bij een andere school, het in het tweede lid bedoelde leerlinggebonden budget aan het bevoegd gezag van laatstbedoelde school toegekend met ingang van het nieuwe schooljaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1720,7 +1720,7 @@ c. herstel van constructiefouten aan het gebouw, alsmede herstel en vervanging i
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks ten behoeve van het eerstvolgende jaar voor een door hem te bepalen tijdstip een bekostigingsplafond vast voor de bekostiging van de voorzieningen in de huisvesting voor:
|
||||
Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks ten behoeve van het eerstvolgende jaar voor een door hen te bepalen tijdstip een bekostigingsplafond vast voor de bekostiging van de voorzieningen in de huisvesting voor:
|
||||
|
||||
a. scholen,
|
||||
b. scholen voor speciaal onderwijs, scholen voor voortgezet speciaal onderwijs, scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs dan wel instellingen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, en
|
||||
|
|
@ -2220,7 +2220,7 @@ b. de bekostiging voor de vaste kosten van de materiële instandhouding van een
|
|||
|
||||
**3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde bekostiging is afhankelijk van het aantal leerlingen van de afzonderlijke basisscholen op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de bekostiging plaatsvindt.
|
||||
|
||||
**4.** De bekostiging, bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt jaarlijks vastgesteld bij ministeriële regeling. Deze ministeriële regeling wordt tezamen met de ministeriële regelingen, bedoeld in artikel 113, zevende lid, binnen 4 weken na de vaststelling bekendgemaakt in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, onder gelijktijdige overlegging aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Artikel 113, zevende lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** De bekostiging, bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt jaarlijks vastgesteld bij ministeriële regeling. Deze ministeriële regeling wordt tezamen met de ministeriële regelingen, bedoeld in artikel 113, zevende lid, binnen 4 weken na de vaststelling bekendgemaakt in de Staatscourant, onder gelijktijdige overlegging aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Artikel 113, zevende lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Indien op 1 oktober het aantal leerlingen van de gezamenlijke speciale scholen voor basisonderwijs in een samenwerkingsverband meer bedraagt dan 2% van het aantal leerlingen van het samenwerkingsverband, draagt het bestuur van de centrale dienst voor elke leerling van een speciale school voor basisonderwijs boven voornoemde 2% het in artikel 115, eerste lid, bedoelde bedrag over aan de speciale scholen voor basisonderwijs, met dien verstande dat artikel 115, eerste lid, tweede volzin, en tweede lid, van overeenkomstige toepassing is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2539,7 +2539,7 @@ b. indien een bevoegd gezag waarvoor geen diensten meer worden verricht, in het
|
|||
|
||||
### Artikel 140a
|
||||
|
||||
**1.** Indien de gemeenteraad ten aanzien van een of meer door de gemeente in stand gehouden openbare scholen besluit dat deze met ingang van een datum die is gelegen in de periode die aanvangt met een bij koninklijk besluit te bepalen datum en eindigt met ingang van het zevende kalenderjaar daaropvolgend, in stand zullen worden gehouden door een of meer andere rechtspersonen dan de gemeente, kan de regeling, bedoeld in artikel 140, eerste lid, dan wel de regeling, bedoeld in artikel 141, eerste lid, bij effectuering van dat besluit ten aanzien van die scholen en in afwijking van artikel 140, tweede lid, dan wel een regeling op grond van dit artikel bij effectuering van dat besluit ten aanzien van die scholen, erin voorzien dat door de gemeente aan een of meer andere rechtspersonen dan de gemeente die die scholen in stand houden, een vergoeding voor administratie, beheer en bestuur wordt toegekend als aangegeven in het tweede lid.
|
||||
**1.** Indien de gemeenteraad ten aanzien van een of meer door de gemeente in stand gehouden openbare scholen besluit dat deze met ingang van een datum die is gelegen in de periode die aanvangt met een bij koninklijk besluit te bepalen datum en eindigt met ingang van het negende kalenderjaar daaropvolgend, in stand zullen worden gehouden door een of meer andere rechtspersonen dan de gemeente, kan de regeling, bedoeld in artikel 140, eerste lid, dan wel de regeling, bedoeld in artikel 141, eerste lid, bij effectuering van dat besluit ten aanzien van die scholen en in afwijking van artikel 140, tweede lid, dan wel een regeling op grond van dit artikel bij effectuering van dat besluit ten aanzien van die scholen, erin voorzien dat door de gemeente aan een of meer andere rechtspersonen dan de gemeente die die scholen in stand houden, een vergoeding voor administratie, beheer en bestuur wordt toegekend als aangegeven in het tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** De vergoeding, die op grond van het eerste lid kan worden toegekend, bedraagt gedurende het eerste en het tweede kalenderjaar volgend op het tijdstip waarop de scholen, bedoeld in het eerste lid, niet langer door de gemeente in stand worden gehouden, maximaal 4 maal het bedrag voor administratie, beheer en bestuur, op grond van artikel 114, onderdeel e, en gedurende het derde, vierde en vijfde kalenderjaar maximaal 3 maal dat bedrag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2638,11 +2638,11 @@ Aan het bevoegd gezag van de niet door de gemeente in stand gehouden scholen wor
|
|||
|
||||
### Artikel 148
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag kan met inachtneming van het zorgplan het totaal van de in de artikelen 129, 134 en 137 bedoelde bedragen voor de kosten voor de materiële instandhouding en de personeelskosten aanwenden voor kosten voor materiële instandhouding, personeelskosten van de school of personeelskosten in verband met benoeming of tewerkstelling zonder benoeming van personeel, bedoeld in artikel 29, vijfde lid, dan wel mede voor die kosten van een van de andere scholen van dat bevoegd gezag.
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag wendt met inachtneming van het zorgplan het totaal van de in de artikelen 129, 134 en 137 bedoelde bedragen voor de kosten voor de materiële instandhouding en de personeelskosten uitsluitend aan voor kosten voor materiële instandhouding, personeelskosten van de school of personeelskosten in verband met benoeming of tewerkstelling zonder benoeming van personeel, bedoeld in artikel 29, vijfde lid, dan wel mede voor die kosten van een van de andere scholen van dat bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag kan de in de artikelen 129, 134 en 137 bedoelde bedragen voor de kosten voor de materiële instandhouding en voor de personeelskosten mede aanwenden voor de in het eerste lid bedoelde kosten van:
|
||||
Het bevoegd gezag kan de in de artikelen 129, 134, 137 en 180a bedoelde bedragen voor de kosten voor de materiële instandhouding en voor de personeelskosten mede aanwenden voor de in het eerste lid bedoelde kosten van:
|
||||
|
||||
a. een centrale dienst of een andere school;
|
||||
b. een centrale dienst of een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs, voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs dan wel een regionaal expertisecentrum als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of een centrale dienst dan wel een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs.
|
||||
|
|
@ -3008,10 +3008,12 @@ b. leraren in het desbetreffende vak of vakgebied, niet zijnde personeelsleden v
|
|||
|
||||
### Artikel 176e
|
||||
|
||||
**1.** Onze minister kan op aanvraag van het bestuur een instelling erkennen als bevoegd tot het uitvoeren of onder zijn verantwoordelijkheid doen uitvoeren van het geschiktheidsonderzoek. Erkenning vindt uitsluitend plaats indien de instelling voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen met betrekking tot onafhankelijkheid, deskundigheid en betrouwbaarheid. Een erkende instelling heeft tevens de bevoegdheid tot het verstrekken van geschiktheidsverklaringen op grond van het geschiktheidsonderzoek en tot het doen van voorstellen over de noodzakelijke scholing en begeleiding, met inachtneming van artikel 176c, tweede lid, onder c.
|
||||
**1.** Onze minister kan op aanvraag van het bestuur een instelling erkennen als bevoegd tot het uitvoeren of onder zijn verantwoordelijkheid doen uitvoeren van het geschiktheidsonderzoek. Erkenning vindt plaats indien het bestuur in zijn aanvraag ten genoegen van Onze Minister aantoont dat de instelling het geschiktheidsonderzoek onafhankelijk, deskundig en betrouwbaar zal uitvoeren. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden vastgesteld met betrekking tot de toepassing van de tweede volzin, waaronder regels over de behandeling en beoordeling van de aanvraag. Een erkende instelling heeft tevens de bevoegdheid tot het verstrekken van geschiktheidsverklaringen op grond van het geschiktheidsonderzoek en tot het doen van voorstellen over de noodzakelijke scholing en begeleiding, met inachtneming van artikel 176c, tweede lid, onder c.
|
||||
|
||||
**2.** Ten behoeve van de behandeling van aanvragen om erkenning kan Onze minister een bij ministeriële regeling te bepalen bijdrage verlangen van het bestuur van de instelling.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan de erkenning intrekken indien de instelling, bedoeld in het eerste lid, naar het oordeel van Onze Minister het geschiktheidsonderzoek niet langer onafhankelijk, deskundig of betrouwbaar uitvoert.
|
||||
|
||||
### Artikel 176f
|
||||
|
||||
Het bekwaamheidsonderzoek strekt ertoe, vast te stellen of de leraar voldoet aan de in artikel 32a, eerste lid, bedoelde bekwaamheidseisen voor het onderwijs waarvoor die eisen zijn vastgesteld.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue