diff --git a/wet/wet-financiering-sociale-verzekeringen/BWBR0017745/README.md b/wet/wet-financiering-sociale-verzekeringen/BWBR0017745/README.md index 9eebb62c97d..2daa35b31be 100644 --- a/wet/wet-financiering-sociale-verzekeringen/BWBR0017745/README.md +++ b/wet/wet-financiering-sociale-verzekeringen/BWBR0017745/README.md @@ -138,7 +138,9 @@ Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financi ### Artikel 14 -Onze Minister kan jaarlijks bedragen vaststellen die in het desbetreffende jaar als rijksbijdrage ten gunste komen van het Ouderdomsfonds. +**1.** Bij ministeriële regeling kunnen bedragen worden vastgesteld die als rijksbijdrage ten gunste komen van het Nabestaandenfonds en het Ouderdomsfonds. + +**2.** Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan jaarlijks bedragen vaststellen die als rijksbijdrage ten gunste komen van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten. ### Artikel 15 @@ -193,7 +195,7 @@ b. een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet a ### Artikel 17 -**1.** Bij de berekening van het loon, waarnaar de premies op grond van dit hoofdstuk worden geheven, blijft het loon dat bij dezelfde werkgever meer heeft bedragen dan een door Onze Minister vastgesteld bedrag vermenigvuldigd met het aantal loontijdvakken van het premiebetalingstijdvak, voor dat meerdere buiten aanmerking. +**1.** Bij de berekening van het loon, waarnaar de premies op grond van dit hoofdstuk worden geheven, blijft het loon dat bij dezelfde werkgever meer heeft bedragen dan een door Onze Minister vastgesteld bedrag vermenigvuldigd met het aantal loontijdvakken van het premiebetalingstijdvak, voor dat meerdere buiten aanmerking. Voorts bedraagt het dagloon dat aan de uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen of vrijwillige werknemersverzekeringen ten grondslag ligt of wordt gelegd ten hoogste het bedrag, bedoeld in de eerste zin, met betrekking tot een loontijdvak van een dag. **2.** Bij de berekening van het loon, waarnaar de premie op grond van afdeling 2 van dit hoofdstuk wordt geheven, blijft, wat betreft het door de werkgever en door de werknemer verschuldigde gedeelte van het deel van de premie dat ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds, het bij dezelfde werkgever genoten loon buiten aanmerking tot een door Onze Minister vastgesteld bedrag vermenigvuldigd met het aantal loontijdvakken van het premiebetalingstijdvak. Het bedrag, bedoeld in de eerste zin, kan voor de werkgever en voor de werknemer verschillend worden vastgesteld. @@ -213,7 +215,7 @@ b. een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet a **3.** Het overeenkomstig het eerste lid herziene bedrag treedt in de plaats van het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid. -**4.** Uitsluitend voor de berekening van het loon waarnaar de premies worden geheven, wordt het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, afgerond op hele euro naar beneden en blijft het bedrag zoals dat geldt per 1 januari van een kalenderjaar gedurende dat hele kalenderjaar van kracht. +**4.** Uitsluitend voor de berekening van het loon waarnaar de premies worden geheven, blijft het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, zoals dat geldt per 1 januari van een kalenderjaar gedurende dat hele kalenderjaar van kracht. ### Artikel 19 @@ -433,22 +435,17 @@ c. WGA uitkering overeenkomstig hoofdstuk 9 van de Wet werk en inkomen naar arbe **4.** De in het eerste lid bedoelde toestemming wordt niet verleend gedurende drie jaren nadat het door de werkgever zelf dragen van het desbetreffende in het eerste lid bedoelde risico is beëindigd. -**5.** Onder een kredietinstelling als bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan een op grond van artikel 52, tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 geregistreerde kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van die wet. +**5.** Onder een kredietinstelling als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen. -**6.** +**6.** Onder een verzekeraar als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar mag uitoefenen. -Onder een verzekeraar als bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan een verzekeraar: - -1°. die in het bezit is van de op grond van artikel 24, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 vereiste vergunning of heeft voldaan aan de op grond van de artikelen 37 of 38 van die wet vereiste procedure met betrekking tot een bijkantoor in Nederland; of -2°. die heeft voldaan aan de vereiste procedure, bedoeld in de artikelen 111, eerste lid, onderdelen a tot en met c, of tweede lid, 113, eerste of vierde lid, 116, eerste lid, onderdelen a tot en met c, of derde lid, of 118, tweede of vijfde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 indien het de aldaar bedoelde dienstverrichting naar Nederland betreft. - -**7.** De garantie, bedoeld in het tweede lid, wordt voor onbepaalde tijd gegeven. Deze garantie strekt zich uit tot rechtsopvolgers onder algemene titel van de eigenrisicodrager en tot het risico dat overgaat op de verkrijgende werkgever, bedoeld in artikel 63b, derde lid, van de Ziektewet, onderscheidenlijk artikel 75b, vierde en zesde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering respectievelijk artikel 84, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Deze garantie kan door de desbetreffende kredietinstelling of verzekeraar niet worden beëindigd zonder schriftelijke opzegging bij het UWV. +**7.** De garantie, bedoeld in het tweede lid, wordt voor onbepaalde tijd gegeven. Deze garantie strekt zich uit tot rechtsopvolgers onder algemene titel van de eigenrisicodrager en tot het risico dat overgaat op de verkrijgende werkgever, bedoeld in artikel 63b, derde lid, van de Ziektewet, onderscheidenlijk artikel 75b, vierde en zesde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering respectievelijk artikel 84, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Deze garantie kan door de desbetreffende kredietinstelling of verzekeraar niet worden beëindigd zonder schriftelijke opzegging bij de inspecteur. **8.** De garantie, bedoeld in het tweede lid, strekt zich niet uit tot: -a. ziekengeld onderscheidenlijk arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel WGA uitkering ter zake van ongeschiktheid tot werken die is ontstaan door een omstandigheid als bedoeld in artikel 64, tweede lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, of door een kernongeval als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheid kernongevallen; +a. ziekengeld onderscheidenlijk arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel WGA uitkering ter zake van ongeschiktheid tot werken die is ontstaan door een omstandigheid als bedoeld in artikel 3:38, van de Wet op het financieel toezicht, of door een kernongeval als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheid kernongevallen; b. de boete, bedoeld in artikel 63c van de Ziektewet. **9.** De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt door de inspecteur verleend met ingang van 1 januari of 1 juli van enig jaar, mits de aanvraag ten minste dertien weken voor de desbetreffende datum is ingediend. Aan een startende werkgever wordt op zijn verzoek toestemming verleend met ingang van het tijdstip waarop deze aanvangt werkgever te zijn. @@ -459,7 +456,7 @@ Het door de werkgever zelf dragen van het risico, bedoeld in het eerste lid: a. eindigt met ingang van de dag waarop de schriftelijke garantie, bedoeld in het tweede lid, eindigt, onderscheidenlijk met ingang van de dag waarop de eigenrisicodrager in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard dan wel de dag waarop hij ophoudt werkgever te zijn; b. wordt door de inspecteur op 1 januari of 1 juli van enig jaar beëindigd bij voor bezwaar vatbare beschikking op aanvraag van de werkgever, mits deze aanvraag ten minste dertien weken voor de desbetreffende datum is ingediend; -c. kan door de inspecteur zonder aanvraag van de werkgever met onmiddellijke ingang bij voor bezwaar vatbare beschikking worden beëindigd indien de rechtbank de noodregeling, bedoeld in hoofdstuk IX van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 onderscheidenlijk de bijzondere voorziening als bedoeld in hoofdstuk X van de Wet toezicht kredietwezen 1992 heeft uitgesproken over de betrokken verzekeraar onderscheidenlijk kredietinstelling. +c. kan door de inspecteur zonder aanvraag van de werkgever met onmiddellijke ingang bij voor bezwaar vatbare beschikking worden beëindigd indien de rechtbank de noodregeling, bedoeld in hoofdstuk 3.5 van de Wet op het financieel toezicht heeft uitgesproken over de betrokken verzekeraar onderscheidenlijk kredietinstelling. **11.** @@ -497,9 +494,9 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zonodig afwijkende regels wo **1.** De garantie, bedoeld in artikel 40, tweede lid, met betrekking tot een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, van dat artikel, reikt tot het bedrag dat overeenkomstig artikel 44 wordt berekend. -**2.** De werkgever aan wie toestemming wordt verleend als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, neemt ter zake van de begeleiding van zijn zieke werknemers artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 in acht en legt bij zijn aanvraag een afschrift over van de schriftelijke vastlegging, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van die wet. +**2.** De werkgever aan wie toestemming wordt verleend als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, neemt ter zake van de begeleiding van zijn zieke werknemers artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van de Arbeidsomstandighedenwet in acht en legt bij zijn aanvraag een afschrift over van de schriftelijke vastlegging, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van die wet. -**3.** De toestemming, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, kan, onverminderd het tiende lid van dat artikel, door de inspecteur zonder aanvraag van de werkgever met onmiddellijke ingang bij voor bezwaar vatbare beschikking worden beëindigd indien de werkgever zich met betrekking tot de begeleiding van zijn zieke werknemers niet meer laat bijstaan door een persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 die belast is met de bijstand, bedoeld in onderdeel b van dat lid of een arbodienst als bedoeld in die wet. +**3.** De toestemming, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, kan, onverminderd het tiende lid van dat artikel, door de inspecteur zonder aanvraag van de werkgever met onmiddellijke ingang bij voor bezwaar vatbare beschikking worden beëindigd indien de werkgever zich met betrekking tot de begeleiding van zijn zieke werknemers niet meer laat bijstaan door een persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de bijstand, bedoeld in onderdeel b van dat lid of een arbodienst als bedoeld in die wet. ### Artikel 44 @@ -586,12 +583,14 @@ f. geen werknemer is als bedoeld in onderdeel b, achttien jaar is of ouder en in Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de werknemer van wie in een arbeidskundig onderzoek is vastgesteld dat hij op de eerste dag na afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 3.1 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of van het tijdvak, bedoeld in artikel 24 of 25, negende lid, van die wet: 1°. minder dan 35% arbeidsongeschikt is, -2°. op de eerste dag van dertien weken voorafgaand aan die dag geen dienstbetrekking had met een andere dan zijn eigen werkgever, +2°. op de eerste dag van dertien weken voorafgaand aan die dag geen dienstbetrekking had met een andere dan zijn eigen werkgever, tenzij de dienstbetrekking met die andere werkgever reeds bestond op de eerste dag van de wachttijd, 3°. niet in staat is tot het verrichten van eigen of andere passende arbeid bij de eigen werkgever, en 4°. binnen vijf jaar na die dag in dienstbetrekking werkzaamheden gaat verrichten bij een werkgever. **6.** Bij ministeriële regeling kunnen voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdeel d. +**7.** Het UWV verstrekt op verzoek van de werknemer of de persoon die verwacht een dienstbetrekking met een werkgever te zullen aangaan een verklaring of de aanvrager naar het oordeel van het UWV voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van het eerste lid, onderdeel e of f. + ### Artikel 50 **1.** De korting, bedoeld in artikel 49, bedraagt € 1021 per jaar op de door de werkgever verschuldigde premies op grond van de artikelen 27 of 31 en € 1021 per jaar op de verschuldigde premie op grond van afdeling 4 van dit hoofdstuk. @@ -683,7 +682,7 @@ De rijksbelastingdienst heft de premie voor de volksverzekeringen en de premies **1.** De premies voor de werknemersverzekeringen worden geheven met overeenkomstige toepassing van de voor de heffing van de loonbelasting geldende regels. -**2.** In de uitnodiging tot het doen van aangifte kan mede opgave worden verlangd van gegevens over bijdragen in de kosten van kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang, gegevens die noodzakelijk zijn ten behoeve van de vaststelling van de premiepercentages, bedoeld in de artikelen 27, 28, 31, 36, 37 en 38, alsmede ten behoeve van de doelen van de gegevensverwerking in de polisadministratie, bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdelen a en e, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, waarbij met betrekking tot die verlangde gegevens de regels die gelden voor de heffing van de loonbelasting van overeenkomstige toepassing zijn. +**2.** In de uitnodiging tot het doen van aangifte kan mede opgave worden verlangd van gegevens die noodzakelijk zijn ten behoeve van de vaststelling van de premiepercentages, bedoeld in de artikelen 27, 28, 31, 36, 37 en 38, alsmede ten behoeve van de doelen van de gegevensverwerking in de polisadministratie, bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdelen a en e, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, waarbij met betrekking tot die verlangde gegevens de regels die gelden voor de heffing van de loonbelasting van overeenkomstige toepassing zijn. **3.** Een aanvraag tot het geven van een beschikking over het verzekerd zijn op grond van de werknemersverzekeringen kan door de werkgever uitsluitend bij de inspecteur worden ingediend. De inspecteur beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking. @@ -776,7 +775,7 @@ Indien een ontheffing is verleend in het kader van één of meer volksverzekerin Tevens wordt in het in de vorige zin bedoelde geval geen inkomensafhankelijke bijdrage geheven, maar vindt met overeenkomstige toepassing van artikel 57, eerste en tweede lid, van de Zorgverzekeringswet heffing van bijdragevervangende belasting plaats. -**2.** Indien een werkgever ontheffing is verleend in het kader van de werknemersverzekeringen wordt premievervangende loonbelasting geheven overeenkomstig artikel 59 tot het bedrag aan premies dat hij met toepassing van hoofdstuk 3 zou hebben afdragen, indien hem geen ontheffing zou zijn verleend. +**2.** Indien een werkgever ontheffing is verleend in het kader van de werknemersverzekeringen wordt premievervangende loonbelasting geheven overeenkomstig artikel 59 tot het bedrag aan premies dat hij met toepassing van hoofdstuk 3 zou hebben afgedragen, indien hem geen ontheffing zou zijn verleend. **3.** Voor de toepassing van deze wet, de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet op de loonbelasting 1964 en de Invorderingswet 1990 wordt de premievervangende belasting beschouwd als premie voor de volksverzekeringen dan wel voor de werknemersverzekeringen en wordt de bijdragevervangende belasting, bedoeld in het eerste lid en in artikel 57 van de Zorgverzekeringswet, beschouwd als inkomensafhankelijke bijdrage op grond van die wet. @@ -794,7 +793,7 @@ c. de gevallen, waarin een ontheffing wordt ingetrokken en de gevolgen die aan d ### Artikel 67a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +In afwijking van artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan van het horen van een belanghebbende worden afgezien ten aanzien van een besluit inzake de ontheffing, bedoeld in artikel 64, indien de belanghebbende niet binnen een door de SVB gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord. ## Hoofdstuk 6. De financiering van de vrijwillige sociale verzekeringen @@ -951,14 +950,16 @@ Ten gunste van het Nabestaandenfonds komen: a. de premies voor de nabestaandenverzekering en voor de vrijwillige nabestaandenverzekering alsmede de te ontvangen bijdragen op grond van artikel 66a van de Algemene nabestaandenwet en de daarop berustende bepalingen; b. de boeten, bedoeld in artikel 39 van de Algemene nabestaandenwet; -c. de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen, bedoeld in artikel 15. +c. de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen, bedoeld in artikel 15; +d. rijksbijdragen als bedoeld in artikel 14, eerste lid. **2.** Uit het Nabestaandenfonds worden betaald: a. de lasten van de nabestaandenverzekering en van de vrijwillige nabestaandenverzekering; -b. de lasten voortvloeiend uit hoofdstuk 8 van de Algemene nabestaandenwet en de daarop berustende bepalingen. +b. de lasten voortvloeiend uit hoofdstuk 8 van de Algemene nabestaandenwet en de daarop berustende bepalingen; +c. de lasten van de tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 29a van de Algemene nabestaandenwet, en de daaraan verbonden uitvoeringskosten. ### Artikel 86 @@ -1006,8 +1007,9 @@ Ten gunste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten komen: a. de premie voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten; b. de inkomsten, die in verband met de algemene verzekering bijzondere ziektekosten voortvloeien uit internationale overeenkomsten; -c. de bijdragen in de kosten van verstrekkingen die op grond van artikel 6, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, dan wel in voorkomend geval op grond van artikel 6, vijfde lid, in verbinding met het vierde lid, van die wet worden betaald door of namens de verzekerde, dan wel, in voorkomend geval, door het krachtens een wettelijke regeling tot betaling van zodanige bijdragen bevoegde orgaan dat uitkeringen of pensioenen uit hoofde van die regeling aan die verzekerde betaalbaar stelt; -d. de bijdragen in de kosten van de heffingskortingen, bedoeld in artikel 15. +c. de bijdragen in de kosten van zorg die op grond van artikel 6, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten worden betaald door of namens de verzekerde, dan wel, in voorkomend geval, door het krachtens een wettelijke regeling tot betaling van zodanige bijdragen bevoegde orgaan dat uitkeringen of pensioenen uit hoofde van die regeling aan die verzekerde betaalbaar stelt; +d. de bijdragen in de kosten van de heffingskortingen, bedoeld in artikel 15; +e. een rijksbijdrage als bedoeld in artikel 14, tweede lid. **2.** @@ -1107,7 +1109,7 @@ d. de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in onderdeel a en b, d e. de bedragen, die op grond van artikel 104, vierde lid, door het UWV ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds zijn gebracht; f. de subsidies op grond van de Wet tijdelijke bijdrage herstructurering arbeidsvoorziening havens; g. de bedragen van de korting arbeidsgehandicapte werknemer en van de premievrijstelling bij marginale arbeid, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3, voorzover die worden toegepast op de premies berekend op grond van artikel 27; -h. de op grond van artikel 2.8 van de Invoeringswet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedragen; +h. de op grond van artikel 2.8 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedragen; i. de tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Wet kinderopvang ten behoeve van de ouder die een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel h, van die wet, met uitzondering van hetgeen op grond van artikel 108 ten laste komt van het Uitvoeringsfonds voor de overheid; j. de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg te betalen uitkeringen en de daaraan verbonden uitvoeringskosten, met uitzondering van hetgeen op grond van artikel 108 ten laste komt van het Uitvoeringsfonds voor de overheid; k. de kosten in verband met de uitvoering van artikel 72 van de Werkloosheidswet; @@ -1213,8 +1215,8 @@ a. de op grond van de Werkloosheidswet te betalen uitkeringen aan de personen, b b. de op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel a tot en met f, van de Ziektewet te betalen uitkeringen aan de personen, bedoeld in artikel 24; c. de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg te betalen uitkeringen; d. de door het UWV te betalen WGA-uitkeringen aan de personen, bedoeld in artikel 24, die op de laatste dag van de wachttijd, bedoeld in artikel 23 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, een uitkering ontvingen als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b of c, van de Ziektewet, gedurende de periode die op grond van artikel 82, eerste lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, geldt op de dag waarop het recht op uitkering op grond van de laatstgenoemde wet is ontstaan, te rekenen vanaf de laatstgenoemde dag; -e. de uitvoeringskosten, voorzover deze betrekking hebben op de in de onderdelen a tot en met e bedoelde uitkeringen; -f. de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in onderdeel a tot en met e door het UWV verschuldigde premies of vergoedingen als bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht; +e. de uitvoeringskosten, voorzover deze betrekking hebben op de in de onderdelen a tot en met d bedoelde uitkeringen; +f. de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in onderdeel a tot en met d door het UWV verschuldigde premies of vergoedingen als bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht; g. de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdelen e, f en g, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, indien dat op verzoek van een overheidswerkgever of overheidswerknemer is ingesteld; h. de uitvoeringskosten, voorzover betrekking hebbend op de uitvoering van de artikelen 38, vierde lid, 39 en 39a van de Ziektewet ten aanzien van overheidswerkgevers en overheidswerknemers, die niet reeds op grond van onderdeel c ten laste van dat fonds worden gebracht, voorzover deze betrekking hebben op de uitvoering van artikel 629, derde lid, onderdeel c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; i. de op grond van artikel 2.8 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedragen; @@ -1225,9 +1227,9 @@ m. de tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang, bedoeld in artikel 29, eerst n. de bedragen van de korting arbeidsgehandicapte werknemer en premievrijstelling bij marginale arbeid, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3, toegepast op de premies, berekend op grond van artikel 31; o. de uitvoeringskosten die betrekking hebben op de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel q, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. -**2.** Ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid komen voorts de kosten die rechtstreeks verband houdende met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een betrokkene, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat artikel, een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, ontvangt ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid. +**2.** Ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid komen voorts de kosten die rechtstreeks verband houdende met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een betrokkene, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat artikel, een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, ontvangt ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid. -**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdelen b, e en f, komen de uitkeringen, die worden betaald door een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, of een werkgever die een onderneming verkrijgt als bedoeld in artikel 63b, derde lid, van de Ziektewet, en de door hem gemaakte kosten ter zake van de betaling van die uitkeringen en van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 63a, eerste lid, van die wet, alsmede de op grond van enige wet over die uitkeringen verschuldigde premies of vergoedingen als bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet die niet op die uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, niet ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid. +**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdelen b, d en f, komen de uitkeringen, die worden betaald door een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, of een werkgever die een onderneming verkrijgt als bedoeld in artikel 63b, derde lid, van de Ziektewet, en de door hem gemaakte kosten ter zake van de betaling van die uitkeringen en van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 63a, eerste lid, van die wet, alsmede de op grond van enige wet over die uitkeringen verschuldigde premies of vergoedingen als bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet die niet op die uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, niet ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid. ### Artikel 109 @@ -1278,13 +1280,13 @@ h. de gelden die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 76 en 99 van **1.** -Ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds komen, met inachtneming van de artikelen 56, 101, 104, 108, 117 en 117b: +Ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds komen, met inachtneming van de artikelen 56, 101, 104, 108, 117 en 117b en artikel 65 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten: a. de door het UWV op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering te betalen uitkeringen; b. de door het UWV op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen te betalen uitkeringen; c. de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, en de op grond van artikel 3:30 van de Wet arbeid en zorg te betalen uitkeringen; d. de door het UWV op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen te betalen uitkeringen; -e. de uitvoeringskosten van het UWV, voorzover deze betrekking hebben op de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, op de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, op de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en op de in onderdeel c bedoelde uitkeringen; +e. de uitvoeringskosten, voor zover die betrekking hebben op de in de onderdelen a tot en met d bedoelde uitkeringen; f. de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in de onderdelen a tot en met d, door het UWV verschuldigde premies of vergoedingen als bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht; g. de gelden die door toepassing van artikel 118 worden overgeheveld naar de Arbeidsongeschiktheidskas of de Werkhervattingskas; h. vervallen; @@ -1292,13 +1294,13 @@ i. het gezamenlijke bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en de vakant 1°. het bedrag aan premies dat het UWV bij wel-uitbetaling op grond van enige wet over dat bedrag verschuldigd zou zijn en dat niet op de uitkeringen in mindering kan worden gebracht, en 2°. de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, van de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van die wet, over dat bedrag; -j. de reïntegratie instrumenten op grond van hoofdstuk IIB van de Wet op arbeidsongeschiktheidsverzekering, hoofdstuk A van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en hoofdstuk 4, paragraaf 2 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. +j. de reïntegratie instrumenten op grond van hoofdstuk IIB van de Wet op arbeidsongeschiktheidsverzekering, hoofdstuk 3A van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en paragraaf 4.2 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. k. de bedragen van de premiekorting en de premievrijstellingen, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3, toegepast op de basispremie, bedoeld in artikel 36; l. het op grond van artikel 58, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, aan 's Rijks kas af te dragen bedrag; m. de kosten die verband houden met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; n. de subsidie, bedoeld in artikel 30b van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; o. hetgeen op grond van artikel 83, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen op het UWV wordt verhaald; -p. de op grond van artikel 2.8 van de Invoeringswet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedragen; +p. de op grond van artikel 2.8 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedragen; q. vergoedingen aan gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering van artikel 30, vijfde lid, onderdeel a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voorzover betrekking hebbend op de uitvoering van een wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekering. **2.** Het UWV bezigt de middelen die zijn gereserveerd ten behoeve van het Arbeidsongeschiktheidsfonds niet tot bestrijding van uitgaven ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds dan met toestemming van Onze Minister. @@ -1352,8 +1354,9 @@ e. het een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet werk en inkomen n Ten laste van de Arbeidsongeschiktheidskas komen voorts: -a. de kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een betrokkene, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat artikel, een uitkering ontvangt ten laste van de Arbeidsongeschiktheidskas; -b. de op grond van artikel 2.8 van de Invoeringswet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedragen. +a. de kosten die verband houden met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een uitkeringsgerechtigde, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat artikel, recht heeft op een uitkering die ten laste komt van de Arbeidsongeschiktheidskas; +b. de op grond van artikel 2.8 van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedragen; +c. de uitvoeringskosten, voor zover deze betrekking hebben op de in het eerste lid bedoelde uitkeringen. **10.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zonodig afwijkende regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel. @@ -1386,9 +1389,11 @@ f. het een loonaanvullingsuitkering als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onder **5.** Ten laste van de Werkhervattingskas komen voorts de bedragen van de premiekorting en de premievrijstelling bij marginale arbeid, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3, toegepast op de gedifferentieerde premie ten behoeve van de Werkhervattingskas, bedoeld in artikel 38a, eerste lid. -**6.** Ten laste van de Werkhervattingskas komen voorts de kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een betrokkene, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat artikel, een uitkering ontvangt ten laste van de Werkhervattingskas. +**6.** De kosten die verband houden met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een uitkeringsgerechtigde, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat artikel, recht heeft op een uitkering die ten laste komt van de Werkhervattingskas. -**7.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zonodig afwijkende regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel. +**7.** Ten laste van de Werkhervattingskas komen voorts de uitvoeringskosten, voor zover deze betrekking hebben op de in het eerste lid bedoelde uitkeringen. + +**8.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zonodig afwijkende regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel. ### Artikel 118 @@ -1500,6 +1505,8 @@ Met betrekking tot personen die op of na 1 januari 2004 maar voor 15 augustus **10.** Artikel 41, eerste lid, is niet van toepassing over het jaar 2006. +**11.** In artikel 46, tweede lid, wordt voor de jaren 2006 en 2007 voor de zinsnede «beslissing op aanvraag, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel b,» gelezen: beslissing op aanvraag, bedoeld in artikel 122d, tweede lid,. + ### Artikel 122c **1.** De werkgever die op 28 december 2005 zelf het risico draagt van betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkering overeenkomstig hoofdstuk IIIA van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en die dat risico voor 1 januari 2005 zelf is gaan dragen, draagt met ingang van 29 december 2005 tevens zelf het risico van betaling van WGA-uitkering overeenkomstig hoofdstuk 9 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.