2021-01-01 | BWBR0005555 | Wet luchtvaart

This commit is contained in:
Coornhert 2021-01-01 12:00:00 +00:00
parent 8eae2d43cf
commit 2a6821cc9c

View file

@ -23,7 +23,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- algemene luchtverkeersleiding: luchtverkeersleiding voor gecontroleerde vluchten;
- AOC: door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aan een onderneming of groep van ondernemingen afgegeven document waarin wordt verklaard dat de betrokken luchtvaartexploitant beschikt over beroepsbekwaamheid en organisatie om luchtvaartuigen veilig te exploiteren voor de in dat bewijs gespecificeerde luchtvaartactiviteiten (Air Operator's Certificate);
- artikel 83bis-overeenkomst: overeenkomst waarbij ten behoeve van het uitoefenen van toezicht op de naleving van luchtverkeersregels, eisen of bepalingen met betrekking tot het bezit van het bewijs van luchtwaardigheid annex radiovergunning behorende bij het betreffende luchtvaartuig, eisen of bepalingen met betrekking tot het bezit van het bewijs van bevoegdheid, alsmede bevoegdverklaringen van het stuurhutpersoneel, door de staat van registratie van een luchtvaartuig functies en taken zijn overgedragen aan de staat van exploitatie;
- basisverordening: verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG (PbEU L 79) of een verordening die daarvoor in de plaats treedt;
- basisverordening: Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad of een verordening die daarvoor in de plaats treedt;
- besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven: besluit als bedoeld in artikel 8a.54;
- burgerexploitant: houder van een vergunning voor burgermedegebruik die is afgegeven voor burgerluchtvaart van commerciële aard onder vaststelling van een grenswaarde voor de geluidbelasting door dat luchthavenluchtverkeer, anders dan in de vorm van een maximum aantal vliegtuigbewegingen;
- burgermedegebruik: gebruik van een militaire luchthaven door andere dan militaire luchtvaart;
@ -383,7 +383,7 @@ Vervallen
### Artikel 2.9
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een opleidingsinstelling ter verkrijging van een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring goedkeuren of registreren, indien die opleidingsinstelling voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen.
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een opleidingsinstelling ter verkrijging van een bewijs van bevoegdheid, bevoegdverklaring of attest als bedoeld in subdeel CCA van bijlage V bij verordening (EU) nr. 1178/2011 goedkeuren of registreren, indien die opleidingsinstelling voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen.
**2.** Onverminderd het eerste lid kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu een opleidingsinstelling ter verkrijging van een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring voor het verlenen van luchtverkeersdiensten certificeren indien die opleidingsinstelling voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen.
@ -4094,7 +4094,7 @@ Vervallen
**1.**
Tot het toezicht op de naleving van de verplichtingen, voortvloeiend uit de erkenning, bedoeld in artikel 3.25 van deze wet en artikel 5, tweede lid, van de basisverordening, behoort in ieder geval:
Tot het toezicht op de naleving van de verplichtingen, voortvloeiend uit de erkenning, bedoeld in artikel 3.25 van deze wet en de artikelen 11, 12, 13, 14, 15 en 16 van de basisverordening, behoort in ieder geval:
a. het periodiek onderzoeken van het erkende bedrijf;
b. het steekproefsgewijs onderzoeken van door het erkende bedrijf vervaardigde ontwerpen, producten of onderdelen.
@ -4103,7 +4103,7 @@ De houder van een erkenning is verplicht aan voor het houden van het toezicht no
**2.**
Tot het toezicht op de naleving van de verplichtingen, voortvloeiend uit de AOC, bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, van deze wet en artikel 8, tweede lid, van de basisverordening, behoort in ieder geval:
Tot het toezicht op de naleving van de verplichtingen, voortvloeiend uit de AOC, bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, van deze wet en artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de basisverordening, behoort in ieder geval:
a. het periodiek onderzoeken van de houder van de AOC, en
b. het uitvoeren van inspectievluchten.
@ -4142,13 +4142,13 @@ De houder van de AOC is verplicht aan voor het houden van het toezicht noodzakel
### Artikel 11.4
**1.** Op eerste vordering van een opsporingsambtenaar is degene, die op grond van artikel 2.1 van deze wet of artikel 7, tweede lid, van de basisverordening in het bezit dient te zijn van een bewijs van bevoegdheid, een bewijs van gelijkstelling of een medische verklaring, verplicht dat bewijs of die verklaring behoorlijk ter inzage af te geven.
**1.** Op eerste vordering van een opsporingsambtenaar is degene, die op grond van artikel 2.1 van deze wet of artikel 21, eerste lid, van de basisverordening in het bezit dient te zijn van een bewijs van bevoegdheid, een bewijs van gelijkstelling of een medische verklaring, verplicht dat bewijs of die verklaring behoorlijk ter inzage af te geven.
**2.** Op eerste vordering van een opsporingsambtenaar is het lid van het boordpersoneel, dat werkzaamheden verricht of aanstalten maakt werkzaamheden te gaan verrichten, verplicht zijn medewerking te verlenen aan een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht en daartoe volgens de door de opsporingsambtenaar te geven aanwijzingen ademlucht te blazen in een door die ambtenaar aangewezen apparaat.
### Artikel 11.5
**1.** Een opsporingsambtenaar kan het lid van het boordpersoneel van wie, uit het in artikel 11.4, tweede lid, bedoelde onderzoek of op andere wijze, naar het oordeel van de opsporingsambtenaar gebleken is dat hij onder zodanige invloed van een stof, als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, van deze wet, of paragraaf 7, onderdeel g, van bijlage IV bij de basisverordening, verkeert, dat hij onvoldoende in staat is zijn werkzaamheden behoorlijk te verrichten, een vliegverbod opleggen voor de tijd gedurende welke redelijkerwijs verwacht mag worden dat deze toestand zal voortduren, tot ten hoogste vierentwintig uren. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op het lid van het boordpersoneel, dat aanstalten maakt zijn werkzaamheden te gaan verrichten.
**1.** Een opsporingsambtenaar kan het lid van het boordpersoneel van wie, uit het in artikel 11.4, tweede lid, bedoelde onderzoek of op andere wijze, naar het oordeel van de opsporingsambtenaar gebleken is dat hij onder zodanige invloed van een stof, als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, van deze wet, of punt 7.6 van bijlage V bij de basisverordening, verkeert, dat hij onvoldoende in staat is zijn werkzaamheden behoorlijk te verrichten, een vliegverbod opleggen voor de tijd gedurende welke redelijkerwijs verwacht mag worden dat deze toestand zal voortduren, tot ten hoogste vierentwintig uren. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op het lid van het boordpersoneel, dat aanstalten maakt zijn werkzaamheden te gaan verrichten.
**2.** In geval van verdenking van overtreding van artikel 2.12, tweede lid, kan een opsporingsambtenaar aan het betreffende lid van het boordpersoneel een vliegverbod opleggen tot ten hoogste vierentwintig uren.
@ -4158,13 +4158,13 @@ De houder van de AOC is verplicht aan voor het houden van het toezicht noodzakel
### Artikel 11.6
**1.** Bij verdenking dat een lid van het boordpersoneel werkzaamheden heeft verricht in strijd met artikel 2.12, eerste lid, van deze wet, paragraaf 7, onderdeel g, van bijlage IV bij de basisverordening, of artikel 2.12, derde lid, van deze wet kan de opsporingsambtenaar hem bevelen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 2.12, derde lid, onder a.
**1.** Bij verdenking dat een lid van het boordpersoneel werkzaamheden heeft verricht in strijd met artikel 2.12, eerste lid, van deze wet, punt 7.6 van bijlage V bij de basisverordening, of artikel 2.12, derde lid, van deze wet kan de opsporingsambtenaar hem bevelen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 2.12, derde lid, onder a.
**2.** Het lid van het boordpersoneel aan wie het in het eerste lid bedoelde bevel is gegeven, is verplicht ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en gevolg te geven aan alle door de opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen.
**3.** De in het tweede lid genoemde verplichtingen gelden niet voor de verdachte van wie aannemelijk is, dat het verlenen van medewerking aan een ademonderzoek voor hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is.
**4.** In het geval, bedoeld in het derde lid, dan wel indien de medewerking van de verdachte niet heeft geleid tot een voltooid ademonderzoek, kan de opsporingsambtenaar de verdachte vragen of hij zijn toestemming geeft tot het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 2.12, derde lid, onder b. Gelijke bevoegdheid heeft de opsporingsambtenaar, indien het vermoeden bestaat dat de verdachte onder invloed van een andere in artikel 2.12, eerste lid, van deze wet of paragraaf 7, onderdeel g, van bijlage IV bij de basisverordening bedoelde stof dan alcoholhoudende drank verkeert.
**4.** In het geval, bedoeld in het derde lid, dan wel indien de medewerking van de verdachte niet heeft geleid tot een voltooid ademonderzoek, kan de opsporingsambtenaar de verdachte vragen of hij zijn toestemming geeft tot het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 2.12, derde lid, onder b. Gelijke bevoegdheid heeft de opsporingsambtenaar, indien het vermoeden bestaat dat de verdachte onder invloed van een andere in artikel 2.12, eerste lid, van deze wet of punt 7.6 van bijlage V bij de basisverordening bedoelde stof dan alcoholhoudende drank verkeert.
**5.** Indien het lid van het boordpersoneel zijn op grond van het vierde lid gevraagde toestemming niet verleent, kan de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren van politie hem bevelen zich te onderwerpen aan een bloedonderzoek.
@ -4172,7 +4172,7 @@ De houder van de AOC is verplicht aan voor het houden van het toezicht noodzakel
**7.** De in het zesde lid genoemde verplichtingen gelden niet voor de verdachte van wie aannemelijk is, dat afname van bloed bij hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is.
**8.** De krachtens het zevende lid vrijgestelde personen zijn verplicht mee te werken aan een door de officier van justitie, door een hulpofficier van justitie of door een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren van politie bevolen onderzoek teneinde op andere wijze dan door bloedonderzoek het gebruik van de in artikel 2.12, eerste lid, van deze wet of paragraaf 7, onderdeel g, van bijlage IV bij de basisverordening bedoelde stoffen of het in 2.12, derde lid, onder *b* genoemde gehalte vast te stellen.
**8.** De krachtens het zevende lid vrijgestelde personen zijn verplicht mee te werken aan een door de officier van justitie, door een hulpofficier van justitie of door een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren van politie bevolen onderzoek teneinde op andere wijze dan door bloedonderzoek het gebruik van de in artikel 2.12, eerste lid, van deze wet of punt 7.6 van bijlage V bij de basisverordening bedoelde stoffen of het in 2.12, derde lid, onder *b* genoemde gehalte vast te stellen.
**9.** Indien de verdachte niet in staat is zijn wil kenbaar te maken, kan hem met toestemming van de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie aangewezen opsporingsambtenaren, door een arts de in het zesde lid bedoelde hoeveelheid bloed worden afgenomen. Een onderzoek van het bloed vindt niet plaats dan nadat de verdachte in de gelegenheid is gesteld zijn toestemming daartoe te geven. Zo nodig kan hem overeenkomstig het bepaalde in het vijfde lid worden bevolen zijn medewerking te verlenen. De verdachte, aan wie een zodanig bevel is gegeven, is verplicht zijn medewerking te verlenen. Indien de verdachte weigert zijn medewerking te verlenen, wordt het bloedmonster vernietigd.
@ -4213,7 +4213,7 @@ verplicht tot afgifte van het hem afgegeven bewijs van bevoegdheid of bewijs van
### Artikel 11.8a
De artikelen 11.4, tweede lid, 11.5, eerste, derde en vierde lid, 11.6, 11.7 en 11.8 van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op degene, die luchtverkeersdienstverlening geeft of luchthaveninformatie verschaft als bedoeld in de artikelen 2.1, 5.16 of 10.2 van deze wet of artikel 8c van de basisverordening dan wel een grondstation of een mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van deze wet bedient, met dien verstande, dat voor de toepassing van artikel 11.5 in plaats van het opleggen van een vliegverbod treedt het verbieden van het geven van luchtverkeersdienstverlening, het verschaffen van luchthaveninformatie of het gebruiken van een grondstation als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid.
De artikelen 11.4, tweede lid, 11.5, eerste, derde en vierde lid, 11.6, 11.7 en 11.8 van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op degene, die luchtverkeersdienstverlening geeft of luchthaveninformatie verschaft als bedoeld in de artikelen 2.1, 5.16 of 10.2 van deze wet of de artikelen 48, 49, 51 en 52 van de basisverordening dan wel een grondstation of een mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van deze wet bedient, met dien verstande, dat voor de toepassing van artikel 11.5 in plaats van het opleggen van een vliegverbod treedt het verbieden van het geven van luchtverkeersdienstverlening, het verschaffen van luchthaveninformatie of het gebruiken van een grondstation als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid.
### Artikel 11.9
@ -4235,7 +4235,7 @@ a. handelt in strijd met de artikelen
11°. 11.2a, 11.4, 11.7, eerste lid, en 11.8a voor zover het betreft de artikelen 11.4, tweede lid, en 11.7;
b. handelt in strijd met het bepaalde krachtens de artikelen
1°. 1.5 voor zover het bepaalde betrekking heeft op hoofdstuk II van de basisverordening;
1°. 1.5 voor zover het bepaalde betrekking heeft op hoofdstuk III van de basisverordening;
2°. 2.1, derde lid, 2.3, vijfde lid;
3°. 3.7, 3.23, 3,31;
4°. 5.5, 5.11, 5.12, tweede lid;