2003-04-01 | BWBR0012089 | Rijkswet tot wijziging Rijkswet op het Nederlanderschap (verkrijging, verlening en verlies van het Nederlanderschap)
This commit is contained in:
parent
962ff01650
commit
2a6becc8b8
1 changed files with 14 additions and 10 deletions
|
|
@ -14,7 +14,7 @@ citeertitel: Rijkswet tot wijziging Rijkswet op het Nederlanderschap (verkrijgin
|
|||
|
||||
### Artikel I
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Wijzigt de Rijkswet op het Nederlanderschap.
|
||||
|
||||
### Artikel IA
|
||||
|
||||
|
|
@ -22,34 +22,38 @@ Wijzigt de Rijkswet op het Nederlanderschap.
|
|||
|
||||
### Artikel IB
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Wijzigt de Wet conflictenrecht namen.
|
||||
|
||||
### Artikel IC
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Wijzigt de Wet betreffende de positie van Molukkers.
|
||||
|
||||
### Artikel II
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De intrekking van het Nederlanderschap op grond van artikel 14, eerste lid, werkt niet verder terug dan tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze Rijkswet, indien het Nederlanderschap voor dat tijdstip is verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, onder f, en artikel 8, tweede lid, wordt hij wiens Nederlanderschap is ingetrokken op grond van artikel 14, eerste lid, juncto het eerste lid van dit artikel, niet geacht het Nederlanderschap te hebben bezeten.
|
||||
|
||||
### Artikel III
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
De artikelen 14, lid 2, en 16, tweede lid, onder a, b, c en d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap zoals zij op grond van deze Rijkswet komen te luiden, hebben terugwerkende kracht tot en met het tijdstip waarop de Rijkswet op het Nederlanderschap in werking is getreden.
|
||||
|
||||
### Artikel IV
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De in artikel 15, eerste lid, onder c, genoemde periode vangt niet eerder aan dan op het tijdstip van inwerkingtreding van deze Rijkswet.
|
||||
|
||||
### Artikel V
|
||||
|
||||
**1.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
**1.** De meerderjarige die vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van deze Rijkswet op grond van of, als minderjarige, wegens artikel 15, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap zijn Nederlanderschap heeft verloren, herkrijgt het Nederlanderschap door het afleggen van een daartoe strekkende schriftelijke verklaring binnen een termijn van twee jaar na de inwerkingtreding van deze Rijkswet. Deze herkrijging werkt terug tot het moment van verlies. Artikel 6, tweede en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Het minderjarige niet-Nederlandse kind van de vader, moeder of adoptiefouder als bedoeld in artikel 11, achtste lid, die een verklaring tot herkrijging van het Nederlanderschap aflegt, deelt in die verkrijging, indien het in de verklaring tot dat doel is vermeld. Kinderen van een kind dat in die verkrijging deelt, delen onder dezelfde voorwaarden in die verkrijging. Een kind dat ten tijde van het afleggen van de verklaring de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, deelt slechts in de verkrijging, indien het daarmee uitdrukkelijk instemt. De in artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, genoemde periode vangt aan op de dag van de bevestiging als bedoeld in artikel 6, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** Hij die op grond van artikel 15, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van deze Rijkswet, zijn Nederlanderschap heeft verloren en aan wie na 1 januari 1990 een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap dan wel een reisdocument in de zin van de Paspoortwet is verstrekt, wordt geacht het Nederlanderschap niet te hebben verloren. De in artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, genoemde periode vangt voor deze persoon aan op de dag van verstrekking van die verklaring of dat document, doch niet eerder dan 1 januari 1992.
|
||||
**2.** Hij die op grond van artikel 15, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van deze Rijkswet, zijn Nederlanderschap heeft verloren en aan wie na 1 januari 1990 een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap dan wel een reisdocument in de zin van de Paspoortwet is verstrekt, wordt geacht het Nederlanderschap niet te hebben verloren. De in artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, genoemde periode vangt voor deze persoon aan op de dag van verstrekking van die verklaring of dat document, doch niet eerder dan 1 januari 1994.
|
||||
|
||||
### Artikel VI
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
De Rijkswet van 14 november 1963, Stb. 467, houdende wijziging van de Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap (Stb.1892, 268) in verband met het huwelijk wordt ingetrokken.
|
||||
|
||||
### Artikel VII
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De artikelen van deze Rijkswet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** De onderdelen c en d van artikel 8, eerste lid, zoals deze komen te luiden ingevolge artikel I, onderdeel J van deze rijkswet zijn niet van toepassing op verzoeken ingediend voor de datum van de inwerkingtreding van dit onderdeel.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue