From 2a7ad0dca3388c71cc20149a8727af7e8530be75 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jul 2003 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2003-07-01 | BWBR0002399 | Wet op het voortgezet onderwijs --- .../BWBR0002399/README.md | 79 ++++++++++++------- 1 file changed, 52 insertions(+), 27 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-het-voortgezet-onderwijs/BWBR0002399/README.md b/wet/wet-op-het-voortgezet-onderwijs/BWBR0002399/README.md index 12dd22d0f58..1e144bd3fa4 100644 --- a/wet/wet-op-het-voortgezet-onderwijs/BWBR0002399/README.md +++ b/wet/wet-op-het-voortgezet-onderwijs/BWBR0002399/README.md @@ -54,12 +54,21 @@ b. een bijzondere school: het schoolbestuur; «de basisvorming in het voortgezet onderwijs»: het onderwijs, bedoeld in de artikelen 11a tot en met 11e; +«personeel»: + +a. de benoemde rector, directeur, conrector, adjunct-directeur of leraar, en overig personeel benoemd in een andere functie dan het geven van onderwijs; +b. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 38a tot en met 39a, 40, 40a, 43a, eerste en tweede lid, 51, eerste tot en met derde lid, 52, 52a, 53, 53b, 96o en 96q.1, voor zover niet anders is bepaald, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen; + «nascholing»: een vorm van scholing, gegeven aan leden van het personeel om hun kennis, inzicht, vaardigheden en beroepshoudingen direct verband houdend met de uitoefening van hun beroep, voortbouwend op de in de initiële opleiding verworven aanvangsbekwaamheid te verdiepen en uit te breiden. ### Artikel 2 Het voortgezet onderwijs, bedoeld in dit deel, omvat het onderwijs dat wordt gegeven na het basisonderwijs en na het speciaal onderwijs. Het omvat niet het voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in deel II van deze wet en in de Wet op de expertisecentra, educatie en beroepsonderwijs als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs en het hoger onderwijs. +### Artikel 2a + +Voortgezet onderwijs mag slechts worden gegeven door degene die daartoe ingevolge deze wet bevoegd is. + ### Artikel 3 **1.** Indien het bevoegd gezag op enigerlei wijze bekend is geworden dat een ten behoeve van zijn school met taken belast persoon zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan een misdrijf tegen de zeden als bedoeld in Titel XIV van het Wetboek van Strafrecht jegens een minderjarige leerling van de school, treedt het bevoegd gezag onverwijld in overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht. @@ -1033,7 +1042,7 @@ Vervallen **3.** De conrectoren en de adjunct-directeuren hebben tot taak de rector onderscheidenlijk de directeur bij te staan en bij afwezigheid te vervangen. -**4.** Tot rector, directeur, conrector of adjunct-directeur is slechts benoembaar hij, die met inachtneming van artikel 33, eerste lid, kan worden benoemd tot leraar in een van de vakken, die aan de school worden onderwezen. Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld omtrent het aantal door de rector, directeur, conrector of adjunct-directeur ten minste te geven lessen en, in verband daarmee, omtrent de toepassing van de derde volzin. Voor ten hoogste de helft van het aantal personeelsleden, bestaande uit de rector of de directeur en de aan de school verbonden conrectoren of adjunct-directeuren, kan het bevoegd gezag afwijken van de eerste volzin, met uitzondering van het vereiste van de in artikel 33, eerste lid, onder a, bedoelde verklaring omtrent het gedrag, mits daarbij de voorschriften, bedoeld in de tweede volzin, in acht worden genomen. +**4.** Tot rector, directeur, conrector of adjunct-directeur kan slechts worden benoemd dan wel tewerkgesteld zonder benoeming hij, die met inachtneming van artikel 33, eerste lid, kan worden benoemd tot leraar in een van de vakken, die aan de school worden onderwezen. Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld omtrent het aantal door de rector, directeur, conrector of adjunct-directeur ten minste te geven lessen en, in verband daarmee, omtrent de toepassing van de derde volzin. Voor ten hoogste de helft van het aantal personeelsleden, bestaande uit de rector of de directeur en de aan de school verbonden conrectoren of adjunct-directeuren, kan het bevoegd gezag afwijken van de eerste volzin, met uitzondering van het vereiste van de in artikel 33, eerste lid, onder a, bedoelde verklaring omtrent het gedrag, mits daarbij de voorschriften, bedoeld in de tweede volzin, in acht worden genomen. **5.** Het overige personeel heeft tot taak het onderwijs te ondersteunen. Bij benoeming van een lid van het overige personeel is artikel 33, eerste lid, aanhef en onder a, van overeenkomstige toepassing. @@ -1047,7 +1056,7 @@ Vervallen ### Artikel 32a -**1.** Aan het hoofd van een school die aan bij algemene maatregel van bestuur te vermelden voorwaarden voldoet, kan het bevoegd gezag een centrale directie plaatsen bestaande uit ten hoogste vijf leden, waarvan er een door hem wordt benoemd tot voorzitter. De formatie van de centrale directie omvat ten hoogste drie volledige formatieplaatsen. +**1.** Aan het hoofd van een school die aan bij algemene maatregel van bestuur te vermelden voorwaarden voldoet, kan het bevoegd gezag een centrale directie plaatsen bestaande uit ten hoogste vijf leden, waarvan er een door hem wordt benoemd tot voorzitter dan wel zonder benoeming tewerkgesteld als voorzitter. De formatie van de centrale directie omvat ten hoogste drie volledige formatieplaatsen. **2.** De centrale directie heeft in naam van het bevoegd gezag de leiding van de voorbereiding en de uitvoering van het beleid van de school, alsmede de coördinatie van de dagelijkse gang van zaken en van het beheer van de school. Indien toepassing is gegeven aan artikel 32b, is de centrale directie tevens met de daar bedoelde taken en bevoegdheden belast. @@ -1077,7 +1086,7 @@ Het bevoegd gezag van een school als bedoeld in artikel 32a, eerste lid, kan bep **1.** -Tot leraar aan een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, algemeen voortgezet onderwijs, voorbereidend beroepsonderwijs en praktijkonderwijs kan slechts worden benoemd hij, die in het bezit is van: +Leraren worden door het bevoegd gezag benoemd dan wel tewerkgesteld zonder benoeming. Om tot leraar te kunnen worden benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming dient de betrokkene in het bezit te zijn van: a. een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag (Stb. 1955, 395), die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden; b. een bewijs van bekwaamheid voor het door hem aan die school te geven onderwijs; @@ -1086,7 +1095,7 @@ d. in plaats van een bewijs als bedoeld onder b en een bewijs als bedoeld onder **2.** In bijzondere gevallen kan Onze minister aan personen, die in een bepaald vak of onderdeel van een vak door buitengewone bekwaamheid uitmunten, ten aanzien van dit vak of dit onderdeel ontheffing verlenen van de in het eerste lid onder b en c gestelde eisen. -**3.** Bij tijdelijke afwezigheid van een leraar kan ten aanzien van degene, die hem vervangt, telkens voor ten hoogste een jaar worden afgeweken van de eisen van benoembaarheid, gesteld in het eerste lid onder b en c. Indien in een vacature niet terstond kan worden voorzien door de benoeming van een leraar, die aan de genoemde eisen voldoet, is het bepaalde in de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. +**3.** Bij tijdelijke afwezigheid van een leraar kan ten aanzien van degene, die hem vervangt, telkens voor ten hoogste een jaar worden afgeweken van de eisen, gesteld in het eerste lid onder b en c. Indien in een vacature niet terstond kan worden voorzien door de benoeming of de tewerkstelling zonder benoeming van een leraar die aan de genoemde eisen voldoet, is het bepaalde in de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. **4.** In het eerste leerjaar van een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs, of voor praktijkonderwijs kan een leraar, die daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag bekwaam is, ook onderwijs geven in andere vakken dan die, waarvoor het in zijn bezit zijnde bewijs van bekwaamheid, bedoeld in het eerste lid onder b, geldt. In bijzondere gevallen kan het bepaalde in de vorige volzin eveneens toepassing vinden ten aanzien van een leraar in het tweede leerjaar van een daarbedoelde school. @@ -1139,7 +1148,7 @@ tot leraar voortgezet onderwijs ten behoeve van het geven van het onderwijs waar ### Artikel 35a -Volgens regelen, te stellen bij algemene maatregel van bestuur kunnen in bijzondere gevallen, in afwijking van de eisen van benoembaarheid, gesteld in artikel 33, eerste lid onder b en c, leraren die in het bezit zijn of worden geacht in het bezit te zijn van een bewijs van bekwaamheid van de tweede graad en van een bewijs als bedoeld in artikel 33, eerste lid onder c, tot een bepaald aantal lessen tijdelijk tevens onderwijs geven in het desbetreffende vak of de combinatie van vakken aan de scholen of leerjaren van scholen, waarvoor het bezit van een bewijs van bekwaamheid van de eerste graad is vereist. In de gevallen bedoeld in de eerste volzin, is melding aan de inspectie vereist. +Volgens regelen, te stellen bij algemene maatregel van bestuur kunnen in bijzondere gevallen, in afwijking van de eisen, gesteld in artikel 33, eerste lid onder b en c, leraren die in het bezit zijn of worden geacht in het bezit te zijn van een bewijs van bekwaamheid van de tweede graad en van een bewijs als bedoeld in artikel 33, eerste lid onder c, tot een bepaald aantal lessen tijdelijk tevens onderwijs geven in het desbetreffende vak of de combinatie van vakken aan de scholen of leerjaren van scholen, waarvoor het bezit van een bewijs van bekwaamheid van de eerste graad is vereist. In de gevallen bedoeld in de eerste volzin, is melding aan de inspectie vereist. ### Artikel 36 @@ -1196,7 +1205,7 @@ b. rechten en plichten van het personeel en het bevoegd gezag bij ziekte, bevall **3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden vastgesteld betreffende algemene arbeidsduur. -**4.** Onder regeling van de rechtspositie als bedoeld in het eerste lid wordt tevens begrepen het vaststellen van bepalingen inzake aanstelling, benoeming, schorsing, disciplinaire maatregelen en ontslag van personeel. De bepalingen omtrent ontslag mogen het personeel van de openbare scholen niet minder rechten verschaffen dan die welke voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voortvloeien uit de bepalingen van dwingend recht van de zevende titel A van boek 7A van het Burgerlijk Wetboek. +**4.** Onder regeling van de rechtspositie als bedoeld in het eerste lid wordt tevens begrepen het vaststellen van bepalingen inzake aanstelling, benoeming, schorsing, disciplinaire maatregelen en ontslag van personeel. De bepalingen omtrent ontslag mogen het personeel van de openbare scholen niet minder rechten verschaffen dan die welke voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voortvloeien uit de bepalingen van dwingend recht van de titel 10 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. ### Artikel 39 @@ -1369,6 +1378,8 @@ h. de bepaling dat de betrokkene werkzaam zal zijn in algemene dienst van het be **2.** Het bevoegd gezag draagt zorg dat afschriften van de bewijzen van bekwaamheid, van de verklaringen omtrent het gedrag, alsmede van de akte van aanstelling van het aan de school verbonden personeel worden bewaard. +**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op personeel dat is tewerkgesteld zonder aanstelling. + ### Artikel 44 **1.** Het onderwijs aan openbare scholen wordt gegeven met eerbiediging van ieders geloofs- of levensovertuiging. @@ -1450,6 +1461,8 @@ h. de bepaling dat de betrokkene werkzaam zal zijn in algemene dienst van het be **3.** Het bevoegd gezag draagt zorg dat afschriften van de bewijzen van bekwaamheid, van de verklaringen omtrent het gedrag, alsmede van de akten van benoeming van het aan de school verbonden personeel worden bewaard. +**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op personeel dat is tewerkgesteld zonder benoeming. + ### Artikel 52 **1.** @@ -1524,7 +1537,7 @@ zijn van toepassing de in artikel 38a bedoelde voorschriften en regels. Voor de **3.** De stichting oefent met uitzondering van de besluitvorming over de opheffing van een openbare school alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag uit. -**4.** Het personeel dat werkzaam is aan de openbare school, wordt benoemd krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. +**4.** Het personeel dat werkzaam is aan de openbare school en niet is tewerkgesteld zonder benoeming, wordt benoemd krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. **5.** @@ -1674,7 +1687,7 @@ Vervallen **1.** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen stelt na overleg met de daarvoor in aanmerking komende organisaties en, voor zover het betreft het landbouwonderwijs, in overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, jaarlijks een plan van scholen vast, die in de drie kalenderjaren, volgende op het jaar van de vaststelling voor bekostiging uit 's Rijks kas in aanmerking zullen worden gebracht. Dit plan heeft ten doel te komen tot een evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen naar soort van onderwijs, mede gelet op het verlangde onderwijs in het betrokken gebied. Op het plan worden uitsluitend scholen geplaatst waarover overleg heeft plaats gevonden met de in de eerste volzin bedoelde organisaties. -**2.** Het ontwerp van het Plan van Scholen wordt jaarlijks voor 1 september bekendgemaakt in de Staatscourant en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. Het plan wordt niet vastgesteld dan nadat vier weken na de bekendmaking en overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de wens te kennen wordt gegeven dat over dat ontwerp overleg gewenst wordt. De vaststelling van het Plan van Scholen geschiedt voor 1 oktober, volgend op de datum van de bekendmaking van het ontwerp. +**2.** Het ontwerp van het Plan van Scholen wordt jaarlijks voor 1 september bekendgemaakt in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. Het plan wordt niet vastgesteld dan nadat vier weken na de bekendmaking en overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de wens te kennen wordt gegeven dat over dat ontwerp overleg gewenst wordt. De vaststelling van het Plan van Scholen geschiedt voor 1 oktober, volgend op de datum van de bekendmaking van het ontwerp. **3.** Bij de samenstelling van het plan wordt uitgegaan van de verzoeken en de deelplannen, bedoeld in artikel 66. @@ -1762,11 +1775,16 @@ Het plan wordt binnen vier weken na de vaststelling bekend gemaakt door plaatsin ### Artikel 71 -Tegen een besluit omtrent het vervallen van een school uit het plan, anders dan op verzoek van de aanvrager, op grond van artikel 67, vierde lid, alsmede tegen een besluit waarbij aan een verzoek tot opneming van een school in het plan geen gevolg is gegeven kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. +Vervallen ### Artikel 72 -Indien beroep is ingesteld als bedoeld in artikel 71 en de uitspraak strekt tot opneming van een school in het plan van scholen, neemt Onze minister de school op in het eerste na de uitspraak vast te stellen plan van scholen. +Indien op grond van artikel 75c beroep is ingesteld tegen: + +a. een besluit omtrent het vervallen van een school uit het plan, anders dan op verzoek van de aanvrager op grond van artikel 67, vierde lid, of +b. een besluit waarbij aan een verzoek tot opneming van een school in het plan geen gevolg is gegeven, + +en de uitspraak strekt tot opneming van een school in het plan van scholen, neemt Onze minister de school op in het eerste na de uitspraak vast te stellen plan van scholen. ### Artikel 73 @@ -1798,8 +1816,6 @@ Vervallen **6.** Onze minister besluit binnen tien maanden na ontvangst van een aanvraag tot omzetting, splitsing of verplaatsing. Indien de beschikking niet binnen tien maanden kan worden gegeven, stelt Onze minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. -**7.** Tegen een besluit als bedoeld in het eerste, tweede en vijfde lid kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. - ### Artikel 75a **1.** Het bevoegd gezag dat voornemens is met ingang van 1 augustus van een van de schooljaren 1993/1994, 1994/1995 of 1995/1996 een omzetting, splitsing, verplaatsing of nevenvestiging van een school tot stand te brengen, doet voor een door Onze minister te bepalen tijdstip voorafgaand aan het desbetreffende schooljaar een verzoek aan Onze minister tot opneming in het door provinciale staten op te stellen advies voor omzettingen, splitsingen, verplaatsingen en nevenvestigingen. Onze minister zendt het verzoek ter advisering aan provinciale staten. @@ -1839,14 +1855,16 @@ Het eerste, tweede en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing. **3.** Onze minister kan in verband met de in het eerste lid bedoelde bekostiging een bekostigingsplafond instellen. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels omtrent de verdeling vastgesteld. -**4.** Tegen een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. - ### Artikel 75c **1.** Leerwegondersteunend onderwijs komt voor bekostiging in aanmerking voor zover de school of een daaraan uiterlijk op 1 augustus 2002 verbonden school of afdeling voor bekostiging van dat onderwijs in aanmerking kwam op grond van artikel II, eerste of tweede lid, artikel IV, eerste lid, of artikel IVa, eerste of tweede lid, van de Wet van 25 mei 1998 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de invoering van leerwegen in de hogere leerjaren van het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en het voorbereidend beroepsonderwijs, alsmede van leerwegondersteunend en praktijkonderwijs (regeling leerwegen mavo en vbo; invoering leerwegondersteunend en praktijkonderwijs) (Stb. 1998, 337). **2.** Onze Minister kan op aanvraag van het bevoegd gezag van een school of scholengemeenschap leerwegondersteunend onderwijs voor bekostiging in aanmerking brengen indien dat doelmatig is gelet op het geheel en de spreiding van het aanbod van leerwegondersteunend onderwijs en de meerderheid van de overige scholen en scholengemeenschappen in het desbetreffende samenwerkingsverband met de aanvraag instemt. +### Artikel 75c1 + +Tegen een besluit op grond van deze afdeling met uitzondering van artikel 75d kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. + ### Artikel 75d Onze minister kan onder nader te stellen voorwaarden aanvullende middelen ter beschikking stellen, die niet strekken tot bekostiging van het onderwijs, bedoeld in dit deel, en de schoolbegeleiding als bedoeld in de artikelen 179 van de Wet op het primair onderwijs, 165 van de Wet op de expertisecentra en 280 van de Wet op het voortgezet onderwijs ten behoeve daarvan, maar die direct of indirect dienstig zijn voor de uitvoering van het onderwijs of voor verhoging van de mogelijkheid tot deelname aan het onderwijs. Voor zover toepassing van de eerste volzin het verstrekken van subsidie betreft, zijn de artikelen 4 tot en met 19 van de Wet overige OCenW-subsidies van toepassing. @@ -3314,10 +3332,6 @@ c. een bijdrage ten behoeve van de uitoefening van landelijke taken in het kader **2.** Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de aanwijzing van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 98b, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de werkzaamheden van die rechtspersoon. -### Artikel 124 - -Deze wet wordt aangehaald als: Wet op het voortgezet onderwijs. - ## Deel II. Voortgezet speciaal onderwijs ### Titel I. Algemene bepalingen @@ -3364,6 +3378,11 @@ ouders: ouders, voogden of verzorgers; schooljaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend; +personeel: + +a. de benoemde directeur, het personeel benoemd in een functie voor het geven van onderwijs en het personeel benoemd in een andere functie dan het geven van onderwijs, dan wel +b. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de school, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 153, 154, 157, 158, 173, 174, eerste tot en met derde lid, 180, eerste tot en met vierde lid, 181 tot en met 184, 187, 247 en 248, voor zover niet anders is bepaald, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen. + «nascholing»: een vorm van scholing, gegeven aan leden van het personeel om hun kennis, inzicht, vaardigheden en beroepshoudingen direct verband houdend met de uitoefening van hun beroep, voortbouwend op de in de initiële opleiding verworven aanvangsbekwaamheid te verdiepen en uit te breiden; schoolplan: een schoolplan als bedoeld in artikel 141. @@ -3403,7 +3422,7 @@ c. niet krachtens rechterlijke uitspraak van het geven van onderwijs is uitgeslo **6.** Onze minister kan met betrekking tot een vak waarvoor geen bewijs van bekwaamheid is aangewezen, verklaren dat een leraar wordt geacht in het bezit te zijn van een bewijs van bekwaamheid tot het geven van voortgezet speciaal onderwijs in dat vak en van een bewijs van voldoende pedagogische en didactische voorbereiding. -**7.** Bij tijdelijke afwezigheid van een leraar kan ten aanzien van degene die hem vervangt, telkens voor ten hoogste 1 jaar worden afgeweken van de eisen van benoembaarheid, gesteld in het eerste lid onder b. Indien in een vacature niet terstond kan worden voorzien door de benoeming van een leraar die aan de genoemde eisen voldoet, is het bepaalde in de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien toepassing is gegeven aan de eerste of de tweede volzin, doet het bevoegd gezag daarvan binnen 4 weken schriftelijk mededeling aan de inspecteur onder vermelding van de redenen die tot de toepassing hebben genoodzaakt. +**7.** Bij tijdelijke afwezigheid van een leraar kan ten aanzien van degene die hem vervangt, telkens voor ten hoogste 1 jaar worden afgeweken van de eisen, gesteld in het eerste lid onder b. Indien in een vacature niet terstond kan worden voorzien door de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming van een leraar die aan de genoemde eisen voldoet, is het bepaalde in de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien toepassing is gegeven aan de eerste of de tweede volzin, doet het bevoegd gezag daarvan binnen 4 weken schriftelijk mededeling aan de inspecteur onder vermelding van de redenen die tot de toepassing hebben genoodzaakt. **8.** @@ -3668,7 +3687,7 @@ Bekostiging ingevolge de onderdelen c en d vindt plaats op basis van het aantal **3.** De stichting oefent met uitzondering van de besluitvorming over de opheffing van een openbare school alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag uit. -**4.** Het personeel dat werkzaam is aan de openbare school, wordt benoemd krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. +**4.** Het personeel dat werkzaam is aan de openbare school en niet is tewerkgesteld zonder benoeming, wordt benoemd krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. **5.** @@ -3699,7 +3718,7 @@ h. de bevoegdheid de stichting te ontbinden, met dien verstande dat in de regeli **2.** Aan een school zijn een of meer leraren verbonden. -**3.** Een of meer leraren kunnen tevens tot adjunct-directeur worden benoemd. Indien geen adjunct-directeur wordt benoemd, wijst het bevoegd gezag een leraar aan als plaatsvervanger van de directeur. +**3.** Een of meer leraren kunnen tevens tot adjunct-directeur worden benoemd dan wel tewerkgesteld zonder benoeming. Indien geen adjunct-directeur wordt benoemd dan wel tewerkgesteld zonder benoeming, wijst het bevoegd gezag een leraar aan als plaatsvervanger van de directeur. **4.** Voor zover het betreft de functie van directeur en adjunct-directeur, wordt in geval van samenvoeging van scholen de overblijvende school gelijkgesteld met een nieuwe school. De directeur, onderscheidenlijk de adjunct-directeur of adjunct-directeuren, kan slechts een van de directeuren onderscheidenlijk kunnen slechts een of meer van de adjunct-directeuren van de samen te voegen scholen zijn, tenzij geen van de betrokkenen de desbetreffende functie wenst te aanvaarden. @@ -3725,20 +3744,22 @@ h. de bevoegdheid de stichting te ontbinden, met dien verstande dat in de regeli ### Artikel 152 -**1.** Om tot directeur, adjunct-directeur, leraar of in een andere functie voor het geven van onderwijs, behalve godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs, te kunnen worden benoemd, dient de betrokkene te voldoen aan artikel 126, eerste lid. +**1.** Directeuren, adjunct-directeuren en leraren worden door het bevoegd gezag benoemd dan wel tewerkgesteld zonder benoeming. -**2.** Om te kunnen worden benoemd uitsluitend voor het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs dient de betrokkene te voldoen aan artikel 126, eerste lid, onder a en c. +**2.** Om tot directeur, adjunct-directeur, leraar of in een andere functie voor het geven van onderwijs, behalve godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs, te kunnen worden benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming, dient de betrokkene te voldoen aan artikel 126, eerste lid. -**3.** +**3.** Om te kunnen worden benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming uitsluitend voor het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs dient de betrokkene te voldoen aan artikel 126, eerste lid, onder a en c. -Om te kunnen worden benoemd in een andere functie dan het geven van onderwijs, dient de betrokkene: +**4.** + +Om te kunnen worden benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming in een andere functie dan het geven van onderwijs, dient de betrokkene: a. in het bezit te zijn van de verklaring, bedoeld in artikel 126, eerste lid, onder a; en b. te voldoen aan de overige vereisten voor de te vervullen functie. -**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven omtrent de vereisten , bedoeld in het derde lid, onder b. +**5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven omtrent de vereisten , bedoeld in het vierde lid, onder b. -**5.** De verklaring, bedoeld in artikel 126, eerste lid, onder a, die in verband met de benoeming aan het bevoegd gezag wordt overgelegd, mag op het tijdstip van overlegging niet ouder zijn dan een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen periode. +**6.** De verklaring, bedoeld in artikel 126, eerste lid, onder a, die in verband met de benoeming of de tewerkstelling zonder benoeming aan het bevoegd gezag wordt overgelegd, mag op het tijdstip van overlegging niet ouder zijn dan een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen periode. ### Artikel 153 @@ -4023,6 +4044,8 @@ i. voor de personeelsleden die bij de uitoefening van hun functie kennis nemen v **3.** De aanstelling van de adjunct-directeur en de leraren geschiedt, de directeur gehoord. +**4.** Het eerste lid, aanhef en onder i, alsmede het tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op personeel dat is tewerkgesteld zonder aanstelling. + #### Afdeling 3. Overige voorwaarden voor bekostiging uit de openbare kassen van het bijzonder onderwijs ### Artikel 175 @@ -4089,6 +4112,8 @@ i. voor personeelsleden die bij de uitoefening van hun functie kennis nemen van **4.** Het bevoegd gezag draagt zorg dat afschriften van de akten van bekwaamheid, van de verklaringen omtrent het gedrag, alsmede van de akten van benoeming van het aan de school verbonden personeel worden bewaard. +**5.** Het tweede lid, aanhef en onder i, en het vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op personeel dat is tewerkgesteld zonder benoeming. + ### Artikel 181 **1.**