From 2aa050ee62c762a6508af22d66d690b8d5418ce1 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jan 2024 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2024-01-01 | BWBR0022530 | Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden --- .../BWBR0022530/README.md | 18 +++++++++--------- 1 file changed, 9 insertions(+), 9 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-gewasbeschermingsmiddelen-en-biociden/BWBR0022530/README.md b/amvb/besluit-gewasbeschermingsmiddelen-en-biociden/BWBR0022530/README.md index a6d3f400b68..b47347f2e66 100644 --- a/amvb/besluit-gewasbeschermingsmiddelen-en-biociden/BWBR0022530/README.md +++ b/amvb/besluit-gewasbeschermingsmiddelen-en-biociden/BWBR0022530/README.md @@ -21,12 +21,12 @@ b. verordening 396/2005/EG: Verordening nr. 396/2005 van het Europees Parlement c. richtlijn 67/548/EEG: richtlijn nr. 67/548/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PbEG L 196); d. richtlijn 2000/60/EG: richtlijn nr. 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327); e. richtlijn 2004/10/EG: richtlijn nr. 2004/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 februari 2004 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan voor tests op chemische stoffen (gecodificeerde versie) (PbEU L 50); -f. bodem: bodem als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming; +f. bodem: bodem als bedoeld in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; g. gasvormende toestand: toestand van een gewasbeschermingsmiddel of biocide waarin het middel of de biocide na gasvorming zijn werking verkrijgt; h. maximumresidugehalte (MRL): het hoogste wettelijk toegestane concentratieniveau van een residu van gewasbeschermingsmiddelen of biociden in of op een levensmiddel of diervoeder op basis van goede landbouwpraktijken en de laagste blootstelling van consumenten die noodzakelijk is met het oog op de bescherming van kwetsbare consumenten; i. richtlijn 1999/45/EG: richtlijn nr. 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten (PbEG 1999, L 200); -j. uitvoeringsverordening (EU) 545/2011: Verordening (EU) nr. 545/2011 van de Commissie van 10 juni 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de gegevensvereisten voor gewasbeschermingsmiddelen betreft (PbEU 2011, L 155); -k. uitvoeringsverordening (EU) 546/2011: Verordening (EU) nr. 546/2011 van de Commissie van 10 juni 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat uniforme beginselen voor de evaluatie en de toelating van gewasbeschermingsmiddelen betreft (PbEU 2011, L 155); +j. uitvoeringsverordening (EU) 545/2011: Verordening (EU) nr. 545/2011 van de Commissie van 10 juni 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de gegevensvereisten voor gewasbeschermingsmiddelen betreft (PbEU 2011, L 155); +k. uitvoeringsverordening (EU) 546/2011: Verordening (EU) nr. 546/2011 van de Commissie van 10 juni 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat uniforme beginselen voor de evaluatie en de toelating van gewasbeschermingsmiddelen betreft (PbEU 2011, L 155); l. verhard oppervlak: oppervlak dat is verhard door bebouwing, bestrating en overige verhardingen aangebracht op de bodem voor verbetering van draagvlak en begaanbaarheid; m. onverhard oppervlak: oppervlak niet zijnde verhard oppervlak. @@ -44,7 +44,7 @@ a. de aan Nederland opgedragen werkzaamheden, bedoeld in de artikelen 6 tot en m b. het vaststellen van het maximaal toelaatbaar risiconiveau van gewasbeschermingsmiddelen voor bodem of waterorganismen op verzoek van de houder van een toelating, bedoeld in artikel 3, onderdeel 24, van verordening (EG) 1107/2009 of op verzoek van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, indien dit risiconiveau niet reeds bij een toelating door het college is vastgesteld; c. het vaststellen of ambtshalve wijzigen van de wijze waarop op een etiket de voorschriften worden vermeld die bij of krachtens dit besluit zijn vastgesteld voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of biociden; d. het adviseren aan Onze Minister over de toepassing van artikel 38 van de wet; -e. het naar aanleiding van een ontwerp-beoordelingsverslag als bedoeld in artikel 11 van verordening (EG) nr. 1107/2009, in het kader van artikel 12, eerste en tweede lid, van verordening (EG) nr. 1107/2009 maken van schriftelijke opmerkingen over werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen. +e. het naar aanleiding van een ontwerp-beoordelingsverslag als bedoeld in artikel 11 van verordening (EG) nr. 1107/2009, in het kader van artikel 12, eerste en tweede lid, van verordening (EG) nr. 1107/2009 maken van schriftelijke opmerkingen over werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen. ## Hoofdstuk 3. Aanvragen inzake gewasbeschermingsmiddelen en biociden @@ -82,7 +82,7 @@ Het college verleent geen toelating voor niet-professioneel gebruik van een gewa ### Artikel 8a -**1.** Het college hanteert in het kader van de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen, bedoeld in artikel 36, eerste lid, van verordening (EG) 1107/2009, slechts de in de artikelen 8c en 8e tot en met 8g en de in bijlage 1 bedoelde beoordelingsmethoden, voor zover een Europees richtsnoer dat is vastgesteld volgens de procedure, bedoeld in artikel 77 van die verordening, geen beoordelingsmethode over hetzelfde onderwerp bevat. +**1.** Het college hanteert in het kader van de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen, bedoeld in artikel 36, eerste lid, van verordening (EG) 1107/2009, slechts de in de artikelen 8c en 8e tot en met 8g en de in bijlage 1 bedoelde beoordelingsmethoden, voor zover een Europees richtsnoer dat is vastgesteld volgens de procedure, bedoeld in artikel 77 van die verordening, geen beoordelingsmethode over hetzelfde onderwerp bevat. **2.** Onze Minister van Economische Zaken doet mededeling in de Staatscourant van de vaststelling of wijziging van een in een Europees richtsnoer opgenomen beoordelingsmethode als bedoeld in het eerste lid. @@ -109,7 +109,7 @@ a. de concentratie van een werkzame stof, een relevant reactieproduct of een rel 3°. een toetsing aan metingen van concentraties in het bovenste grondwater, 4°. een berekening voor de verzadigde zone, bepaald volgens een rekenvoorschrift waarbij wordt uitgegaan van een afbraaksnelheid volgens de eerste orde kinetiek na 4 jaren op 10 meter diepte, 5°. een toetsing aan metingen van concentraties in het diepere grondwater op minimaal 10 meter beneden het maaiveld, of -b. bij het gebruik van een gewasbeschermingsmiddel in een grondwaterbeschermingsgebied de maximaal toelaatbare concentratie van een werkzame stof, een relevant reactieproduct of een relevant afbraakproduct van 0,01 μg/liter gebaseerd op een berekening of toetsing als bedoeld in onderdeel a, onder 1 tot en met 3 niet wordt overschreden, tenzij met nadere gegevens aan de hand van een berekening of toetsing als bedoeld in onderdeel a, onder 3, 4 of 5, wordt aangetoond dat in grondwaterbeschermingsgebieden de waarde van 0,1 μg/liter niet wordt overschreden. +b. bij het gebruik van een gewasbeschermingsmiddel in een grondwaterbeschermingsgebied de maximaal toelaatbare concentratie van een werkzame stof, een relevant reactieproduct of een relevant afbraakproduct van 0,01 μg/liter gebaseerd op een berekening of toetsing als bedoeld in onderdeel a, onder 1 tot en met 3 niet wordt overschreden, tenzij met nadere gegevens aan de hand van een berekening of toetsing als bedoeld in onderdeel a, onder 3, 4 of 5, wordt aangetoond dat in grondwaterbeschermingsgebieden de waarde van 0,1 μg/liter niet wordt overschreden. ### Artikel 8f @@ -163,7 +163,7 @@ Vervallen **1.** Biociden worden bij de productie en distributie van drinkwater niet toegepast. -**2.** In afwijking van het eerste lid mogen biociden bij de productie en distributie worden toegepast, indien is voldaan aan de bij regeling van Onze Minister gestelde voorwaarden, waaronder de mogelijkheid van een melding bij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. +**2.** In afwijking van het eerste lid mogen biociden bij de productie en distributie worden toegepast, indien is voldaan aan de bij regeling van Onze Minister gestelde voorwaarden, waaronder de mogelijkheid van een melding bij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. ### Artikel 15 @@ -321,7 +321,7 @@ Een distributeur die biociden op de markt brengt draagt er in de wijze van zijn ### Artikel 26 -**1.** Een ieder die met het oog op gebruik in enig jaar gewasbeschermingsmiddelen voorhanden of in voorraad heeft, of voornemens is gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken of onder zijn verantwoordelijkheid dan wel in zijn opdracht te laten gebruiken, houdt gedurende het teeltseizoen een gewasbeschermingsmonitor bij waarin aandacht wordt besteed aan de aspecten genoemd in bijlage 3. De monitor wordt binnen twee maanden na een teelt afgerond. +**1.** Een ieder die met het oog op gebruik in enig jaar gewasbeschermingsmiddelen voorhanden of in voorraad heeft, of voornemens is gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken of onder zijn verantwoordelijkheid dan wel in zijn opdracht te laten gebruiken, houdt gedurende het teeltseizoen een gewasbeschermingsmonitor bij waarin aandacht wordt besteed aan de aspecten genoemd in bijlage 3. De monitor wordt binnen twee maanden na een teelt afgerond. **2.** In de gewasbeschermingsmonitor wordt vermeld op welke wijze bij de behandeling van uitgangsmateriaal, tijdens het telen, bij de behandeling van geoogste planten of ander plantaardig materiaal, waaronder bij toepassing op verharde oppervlakken, invulling en uitvoering is gegeven aan de beginselen van goede gewasbeschermingspraktijken en geïntegreerde gewasbescherming, zoals opgenomen in de bijlage III bij richtlijn 2009/128/EG. @@ -357,7 +357,7 @@ Bij ministeriële regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat het eerste l ### Artikel 27a -Een gewasbeschermingsmiddel dat een prioritaire gevaarlijke stof bevat als bedoeld in artikel 16, derde lid, van richtlijn 2000/60/EG wordt niet gebruikt in de nabijheid van oppervlaktewater of in gebieden die zijn aangewezen krachtens artikel 1.2, tweede lid, onderdeel a, van de Wet milieubeheer. +Een gewasbeschermingsmiddel dat een prioritaire gevaarlijke stof bevat als bedoeld in artikel 16, derde lid, van richtlijn 2000/60/EG wordt niet gebruikt in de nabijheid van een oppervlaktewaterlichaam of in gebieden waarvoor in de omgevingsverordening regels zijn gesteld om de kwaliteit van het grondwater in grondwaterbeschermingsgebieden te beschermen in verband met de winning daarvan voor de bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water, bedoeld in artikel 2.18, aanhef en onder c, van de Omgevingswet. ### Artikel 27b