2020-04-01 | BWBR0020685 | Wet medezeggenschap op scholen

This commit is contained in:
Coornhert 2020-04-01 12:00:00 +00:00
parent 56ca19f1fb
commit 2aa943e4bd

View file

@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Wet medezeggenschap op scholen
Deze wet verstaat onder:
a. «Onze Minister»: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor wat betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Economische Zaken;
a. «Onze Minister»: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. «school»: een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Experimentenwet onderwijs;
c. «centrale dienst»: een centrale dienst als bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 69 van de Wet op de expertisecentra en artikel 53b van de Wet op het voortgezet onderwijs;
d. «samenwerkingsverband»: een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
@ -126,14 +126,14 @@ De medezeggenschapsraad, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en de onders
De medezeggenschapsraad ontvangt in elk geval:
a. jaarlijks de begroting en bijbehorende beleidsvoornemens op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied;
b. jaarlijks voor 1 mei informatie over de berekening die ten grondslag ligt aan de middelen uit 's Rijks kas die worden toegerekend aan het bevoegd gezag;
c. jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag als bedoeld in artikel 171 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 157 van de Wet op de expertisecentra of de gegevens, bedoeld in artikel 106, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
b. jaarlijks voor 1 mei informatie over de berekening die ten grondslag ligt aan de middelen uit 's Rijks kas die worden toegerekend aan het bevoegd gezag;
c. jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag als bedoeld in artikel 171 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 157 van de Wet op de expertisecentra of de gegevens, bedoeld in artikel 106, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
d. de uitgangspunten die het bevoegd gezag hanteert bij de uitoefening van zijn bevoegdheden;
e. terstond informatie over elk oordeel van de klachtencommissie, bedoeld in artikel 14 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 23 van de Wet op de expertisecentra en artikel 24b van de Wet op het voortgezet onderwijs, waarbij de commissie een klacht gegrond heeft geoordeeld en over de eventuele maatregelen die het bevoegd gezag naar aanleiding van dat oordeel zal nemen, een en ander met inachtneming van de regelingen, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, onderdeel m, 13, eerste lid, onderdeel i, en 14, tweede lid, onderdeel f en derde lid, onderdeel d;
f. ten minste eenmaal per jaar schriftelijk gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken per groep van de in de school werkzame personen en de leden van het bevoegd gezag;
g. ten minste eenmaal per jaar schriftelijk gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken met het orgaan van de rechtspersoon dat is belast met het toezicht op het bevoegd gezag;
h. aan het begin van het schooljaar schriftelijk de gegevens met betrekking tot de samenstelling van het bevoegd gezag, de organisatie binnen de school, het managementstatuut en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid;
i. jaarlijks na afloop van het schooljaar doch uiterlijk 1 oktober daaropvolgend gegevens over het aantal daadwerkelijk verzorgde uren van een op de school verzorgd onderwijsprogramma als bedoeld in artikel 6g, zesde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 25 van de Wet op de expertisecentra.
i. jaarlijks na afloop van het schooljaar doch uiterlijk 1 oktober daaropvolgend gegevens over het aantal daadwerkelijk verzorgde uren van een op de school verzorgd onderwijsprogramma als bedoeld in artikel 6g, zesde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 25 van de Wet op de expertisecentra.
**3.** Het tweede lid, onderdeel f, is uitsluitend van toepassing op bevoegde gezagsorganen waarbij in de regel ten minste 100 personen werkzaam zijn. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt voor het bevoegd gezag van een school uitgegaan van alle scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra respectievelijk de Wet op het voortgezet onderwijs van dat bevoegd gezag.
@ -145,7 +145,7 @@ i. jaarlijks na afloop van het schooljaar doch uiterlijk 1 oktober daaropvolgend
### Artikel 9
De artikelen 6, 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, met dien verstande dat het de algemene gang van zaken in alle scholen of de meerderheid van de scholen vallend onder dezelfde onderwijswet betreft, op de medezeggenschapsraad van een samenwerkingsverband, een centrale dienst en de medezeggenschapsraad, bedoeld in artikel 3, zesde lid, en op de ondersteuningsplanraad.
De artikelen 6, 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, met dien verstande dat het de algemene gang van zaken in alle scholen of de meerderheid van de scholen vallend onder dezelfde onderwijswet betreft, op de medezeggenschapsraad van een samenwerkingsverband, een centrale dienst en de medezeggenschapsraad, bedoeld in artikel 3, zesde lid, en op de ondersteuningsplanraad.
## Hoofdstuk 3. Instemmings- en adviesbevoegdheden
@ -162,7 +162,7 @@ d. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het verrichten va
e. vaststelling of wijziging van regels op het gebied van het veiligheids-, gezondheids- en welzijnsbeleid, voor zover niet behorend tot de bevoegdheid van de personeelsgeleding;
f. de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen anders dan in artikel 13, eerste lid, onderdeel c, en artikel 14, tweede lid, onderdeel c, bedoeld en niet gebaseerd op de onderwijswetgeving indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden respectievelijk het onderwijs en tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd;
g. de vaststelling of wijziging van de voor de school geldende klachtenregeling;
h. overdracht van de school of van een onderdeel daarvan, respectievelijk fusie van de school met een andere school, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake, waaronder begrepen de fusie-effectrapportage, bedoeld in artikel 64b van de Wet op het primair onderwijs, artikel 66b van de Wet op de expertisecentra en artikel 53f van de Wet op het voortgezet onderwijs;
h. overdracht van de school of van een onderdeel daarvan, respectievelijk fusie van de school met een andere school, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake, waaronder begrepen de fusie-effectrapportage, bedoeld in artikel 64b van de Wet op het primair onderwijs, artikel 66b van de Wet op de expertisecentra en artikel 53f van de Wet op het voortgezet onderwijs;
i. de verzelfstandiging van een nevenvestiging, of een deel van de school of nevenvestiging dat zich op een andere locatie bevindt dan de plaats van vestiging van die school of nevenvestiging op grond van artikel 84a van de Wet op het primair onderwijs;
j. vaststelling of wijziging van de data, bedoeld in artikel 17 van het Inrichtingsbesluit WVO.
@ -180,7 +180,7 @@ b. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de medezeggenschapsraad d
De medezeggenschapsraad wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot in ieder geval de volgende aangelegenheden:
a. vaststelling of wijziging van het lesrooster in het voortgezet onderwijs;
b. vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de school, waaronder de voorgenomen bestemming van de middelen die door het bevoegd gezag ten behoeve van de school uit de openbare kas zijn toegekend of van anderen zijn ontvangen, met uitzondering van de middelen, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel c, en artikel 14, tweede lid, onderdeel c;
b. vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de school, waaronder de voorgenomen bestemming van de middelen die door het bevoegd gezag ten behoeve van de school uit de openbare kas zijn toegekend of van anderen zijn ontvangen, met uitzondering van de middelen, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel c, en artikel 14, tweede lid, onderdeel c;
c. beëindiging, belangrijke inkrimping, niet zijnde een verzelfstandiging als bedoeld in artikel 84a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, of uitbreiding van de werkzaamheden van de school of van een belangrijk onderdeel daarvan, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake;
d. het aangaan, verbreken of belangrijk wijzigen van een duurzame samenwerking met een andere instelling, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake;
e. deelneming of beëindiging van deelneming aan een onderwijskundig project of experiment, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake;
@ -196,7 +196,7 @@ m. het oprichten van een centrale dienst;
n. nieuwbouw of belangrijke verbouwing van de school;
o. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het onderhoud van de school;
p. vaststelling of wijziging van de wijze waarop de voorziening, bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, wordt georganiseerd;
q. vaststelling van de competentieprofielen van de toezichthouders en het toezichthoudend orgaan, alsmede van de leden van het bestuur; en
q. vaststelling van de competentieprofielen van de toezichthouders en het toezichthoudend orgaan, alsmede van de leden van het bestuur; en
r. vaststelling of wijziging van het schoolondersteuningsprofiel, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra en artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs.
**2.** Het eerste lid, onderdeel q, is niet van toepassing op de medezeggenschapsraad van het samenwerkingsverband.
@ -280,7 +280,7 @@ g. vaststelling of wijziging van het beleid ten aanzien van de uitwisseling van
Het bevoegd gezag behoeft tevens de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de leerlingen is gekozen, voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot de volgende aangelegenheden:
a. regeling van de gevolgen voor de leerlingen van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder c, d, e en m;
a. regeling van de gevolgen voor de leerlingen van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder c, d, e en m;
b. vaststelling of wijziging van het leerlingenstatuut, bedoeld in artikel 24g van de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel een mogelijk leerlingenstatuut anders dan bedoeld in artikel 24g van de Wet op het voortgezet onderwijs;
c. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot voorzieningen ten behoeve van de leerlingen;
d. vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van leerlingen;
@ -290,13 +290,13 @@ e. vaststelling of wijziging van het leerlingenparticipatiebeleid, bedoeld in ar
### Artikel 14a
Het samenwerkingsverband behoeft de voorafgaande instemming van de ondersteuningsplanraad voor elk door het samenwerkingsverband te nemen besluit met betrekking tot vaststelling of wijziging van het ondersteuningsplan, bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs, respectievelijk artikel 17a van de Wet op het voortgezet onderwijs.
Het samenwerkingsverband behoeft de voorafgaande instemming van de ondersteuningsplanraad voor elk door het samenwerkingsverband te nemen besluit met betrekking tot vaststelling of wijziging van het ondersteuningsplan, bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs, respectievelijk artikel 17a van de Wet op het voortgezet onderwijs.
### Artikel 15
**1.** Een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdelen c, d, e en m, wordt niet ten uitvoer gelegd voordat een definitief besluit is genomen over de regeling van de gevolgen van dat besluit voor het personeel, dan wel voor de ouders of leerlingen, tenzij dringende redenen in het belang van de school een eerdere tenuitvoerlegging noodzakelijk maken.
**2.** Een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, wordt niet genomen dan na afweging van in elk geval de onderwijskundige, de personele en de materiële belangen van de school, welke afweging schriftelijk in de motivering van het besluit tot uitdrukking wordt gebracht.
**2.** Een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, wordt niet genomen dan na afweging van in elk geval de onderwijskundige, de personele en de materiële belangen van de school, welke afweging schriftelijk in de motivering van het besluit tot uitdrukking wordt gebracht.
**3.** Een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, onderdeel h, 11, eerste lid, onderdeel c, voor zover het de beëindiging van de school betreft, en onderdeel p, en 13, eerste lid, onderdelen b en h, wordt niet genomen dan na raadpleging van de ouders.
@ -567,11 +567,11 @@ De Wet op de ondernemingsraden is niet van toepassing op de scholen, samenwerkin
**1.** Binnen 4 maanden na de inwerkingtreding van deze wet legt het bevoegd gezag een voorstel van het reglement, bedoeld in artikel 23 en 26, en van het medezeggenschapsstatuut, bedoeld in artikel 21, voor aan de medezeggenschapsraad respectievelijk de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. De medezeggenschapsraad respectievelijk de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad spreekt zich binnen 4 maanden uit over de voorstellen.
**2.** Het medezeggenschapsreglement, bedoeld in de Wet medezeggenschap onderwijs 1992, vervalt met ingang van 1 augustus van het tweede jaar volgend op de datum van inwerkingtreding van deze wet, indien het bevoegd gezag niet met instemming van de medezeggenschapsraad respectievelijk de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad bepaalt dat het geheel of gedeeltelijk op een eerder tijdstip vervalt.
**2.** Het medezeggenschapsreglement, bedoeld in de Wet medezeggenschap onderwijs 1992, vervalt met ingang van 1 augustus van het tweede jaar volgend op de datum van inwerkingtreding van deze wet, indien het bevoegd gezag niet met instemming van de medezeggenschapsraad respectievelijk de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad bepaalt dat het geheel of gedeeltelijk op een eerder tijdstip vervalt.
### Artikel 42
Tot 1 augustus 2009 of zoveel eerder als de mededeling, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 zoals dat luidde op de datum voor de inwerkingtreding van deze wet, zou moeten worden gedaan, gelden een ontheffing en een toestemming die zijn verleend op grond van artikel 31 van de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 als een ontheffing van de voorschriften van deze wet respectievelijk een toestemming voor het kiezen van de leden, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel b, onder 2° en 3° uit de ouders. Artikel 31, tweede lid, van de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 zoals dat luidde op de datum voor de inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing op de ontheffing dan wel toestemming.
Tot 1 augustus 2009 of zoveel eerder als de mededeling, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 zoals dat luidde op de datum voor de inwerkingtreding van deze wet, zou moeten worden gedaan, gelden een ontheffing en een toestemming die zijn verleend op grond van artikel 31 van de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 als een ontheffing van de voorschriften van deze wet respectievelijk een toestemming voor het kiezen van de leden, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel b, onder 2° en 3° uit de ouders. Artikel 31, tweede lid, van de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 zoals dat luidde op de datum voor de inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing op de ontheffing dan wel toestemming.
### Artikel 43