2022-12-15 | BWBR0039826 | Beleidsregel Individueel Klantbeeld Wft 2017
This commit is contained in:
parent
7521842ba6
commit
2b11840ff3
1 changed files with 18 additions and 17 deletions
|
|
@ -109,7 +109,8 @@ Bij het samenstellen van het IKB-bestand, als vastgelegd in artikel 2, neemt een
|
|||
2. Een bank waarborgt dat binnen de termijn als bedoeld in artikel 9, eerste lid, de gerapporteerde saldi van alle deposito’s zo veel mogelijk de inkomende betalingen bevatten die voortvloeien uit artikel 212b van de Faillissementswet en samenhangen met de deelname van een bank aan een systeem als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b van de Faillissementswet;
|
||||
3. Een bank brengt bij het opstellen van het individueel klantbeeld geen markering aan van de aanvullende garantie tot een bedrag van EUR 500.000 per depositohouder gedurende drie maanden na storting van een deposito voor zover dat deposito direct verband houdt met de nakoming van een koopovereenkomst die betrekking heeft op een eigen woning, in de zin van artikel 29.02 van het Bbpm;
|
||||
4. Een bank houdt bij het opstellen van het individueel klantbeeld geen rekening met deposito’s, aangehouden door natuurlijke personen en door kleine, middelgrote en micro-ondernemingen die in aanmerking komende deposito’s zouden zijn indien zij niet waren aangehouden bij een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is als volgt uit artikel 29.01, eerste lid, sub a van het Bbpm;
|
||||
5. Voor deposito’s aangehouden bij bijkantoren in lidstaten waar bronbelasting wordt geheven, houdt een bank, bij het bepalen van het te rapporteren aangegroeide maar nog niet gecrediteerde rentebedrag, rekening met de in te houden bronbelasting en rapporteert deze niet.
|
||||
5. Voor deposito’s aangehouden bij bijkantoren in lidstaten waar bronbelasting wordt geheven, houdt een bank, bij het bepalen van het te rapporteren aangegroeide maar nog niet gecrediteerde rentebedrag, rekening met de in te houden bronbelasting en rapporteert deze niet;
|
||||
6. Een bank waarborgt dat alle slapende rekeningen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel l per depositohouder in het IKB-bestand zijn opgenomen.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2.2. Berekening in aanmerking komende en gegarandeerde bedragen
|
||||
|
||||
|
|
@ -121,7 +122,7 @@ Bij het samenstellen van het IKB-bestand, als vastgelegd in artikel 2, neemt een
|
|||
|
||||
Bij het berekenen van de gegevens zoals gevraagd in het eerste lid, neemt een bank het volgende in acht:
|
||||
|
||||
a. Het volledige bedrag aan deposito’s gemarkeerd als bedoeld in artikel 5, derde lid, artikel 6, eerste lid, onderdeel b tot en met h en artikel 6, vierde lid, wordt beschouwd als niet-gegarandeerd bedrag;
|
||||
a. Het volledige bedrag aan deposito’s gemarkeerd als bedoeld in artikel 5, derde lid, artikel 6, eerste lid, onderdeel b tot en met k en artikel 6, vierde lid, wordt beschouwd als niet-gegarandeerd bedrag;
|
||||
b. Depositohouders die zijn overleden blijkend uit artikel 2, tweede lid, onderdeel e, sub 4, en depositohouders als bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, worden beschouwd als niet in aanmerking komende depositohouders.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
|
@ -129,9 +130,9 @@ b. Depositohouders die zijn overleden blijkend uit artikel 2, tweede lid, onderd
|
|||
In afwijking van het tweede lid, neemt een bank bij de berekening van de gegevens ter bepaling van de depositobasis als bedoeld in artikel 29.16, eerste lid van het Bbpm het volgende in acht:
|
||||
|
||||
a. Een inschatting van het bedrag aan deposito’s gemarkeerd als bedoeld in artikel 5, derde lid, gebaseerd op een door de bank gekozen wijze als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel e, en deposito’s als bedoeld in artikel 6, vierde lid, wordt beschouwd als gegarandeerd bedrag;
|
||||
b. Deposito's als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b tot en met g worden beschouwd als in aanmerking komende deposito's, met inachtneming van het maximum gegarandeerde bedrag per depositohouder.
|
||||
b. Deposito's als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b tot en met f, onderdeel h tot en met j en onderdeel l worden beschouwd als in aanmerking komende deposito's, met inachtneming van het maximum gegarandeerde bedrag per depositohouder.
|
||||
c. Depositohouders die zijn overleden blijkend uit artikel 2, tweede lid, onderdeel e, sub 4, en depositohouders als bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, worden beschouwd als in aanmerking komende depositohouders;
|
||||
d. Het volledige bedrag aan deposito’s geadministreerd als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel h, wordt beschouwd als niet-gegarandeerd bedrag;
|
||||
d. Het volledige bedrag aan deposito’s geadministreerd als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel g, wordt beschouwd als niet-gegarandeerd bedrag;
|
||||
e. Bij de inschatting van het bedrag aan deposito’s gemarkeerd als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, kiest een bank uit een van de vier volgende berekeningswijzen:
|
||||
|
||||
i) Het volledige bedrag aan deposito’s gemarkeerd als bedoeld in artikel 5, derde lid;
|
||||
|
|
@ -139,7 +140,7 @@ ii) Het aantal derden als bedoeld in artikel 5, derde lid, vermenigvuldigd met h
|
|||
iii) De som van het gegarandeerde bedrag van iedere derde afzonderlijk van het deposito als bedoeld in artikel 5, derde lid, rekening houdend met het maximaal gegarandeerde bedrag als bedoeld in artikel 29.02, eerste lid van het Bbpm, waarbij niet wordt vereist dat rekening wordt gehouden met andere rekeningen die de derden bij de bank aanhouden.
|
||||
iv) Het verwerken van het in aanmerking komende bedrag van iedere derde afzonderlijk van het deposito als bedoeld in artikel 5, derde lid, in de gegarandeerde deposito’s, rekening houdend met het maximaal gegarandeerde bedrag als bedoeld in artikel 29.02, eerste lid van het Bbpm.
|
||||
f. Een bank is in staat per derdenrekening aan te tonen welke methode zoals bedoeld in onderdeel e is gehanteerd bij de berekening van het bedrag zoals bedoeld in het eerste lid.
|
||||
g. Deposito’s als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel l, worden beschouwd als niet in aanmerking komende deposito’s.
|
||||
g. Deposito’s als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel k, worden beschouwd als niet in aanmerking komende deposito’s.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -147,6 +148,7 @@ Bij het vaststellen van de depositobasis als bedoeld in artikel 29.16, eerste li
|
|||
|
||||
a. In beginsel gebruikt DNB de depositobasis die volgt uit de aggregatie van de gegarandeerde bedragen per depositohouder, zoals blijkend uit het individueel klantbeeld conform de berekeningswijze zoals vastgelegd in het derde lid en zoals door de bank gerapporteerd conform artikel 130, eerste lid, aanhef en onderdeel b van het Bpr.
|
||||
b. Indien de beoordeling van de kwaliteit van de aangeleverde IKB-bestanden en/of de beheersing van het IKB-systeem, zoals opgenomen in artikel 15, hiertoe aanleiding geeft, gebruikt DNB, in afwijking van onderdeel a, de depositobasis die volgt uit de schatting van de totale omvang van de gegarandeerde deposito’s op basis van aantallen deposito’s en saldi zoals door de bank gerapporteerd conform artikel 130, eerste lid, aanhef en onderdeel b van het Bpr, zonder rekening te houden met depositohouders die meer dan één rekening hebben.
|
||||
c. Wanneer onderdeel b van toepassing is, onder de voorwaarde dat de beoordeling van de kwaliteit van de rapportage van het aantal klanten in het IKB-bestand daaraan niet in de weg staat, hanteert DNB een plafond op de berekeningswijze in onderdeel b, waarbij de depositobasis is gemaximeerd op het aantal klanten vermenigvuldigd met 100.000 euro.
|
||||
|
||||
**5.** Een bank kan bij de berekening van de in aanmerking komende en gegarandeerde bedragen, als bedoeld in het eerste lid, gebruik maken van wisselkoersen gepubliceerd door koersinformatieleveranciers.
|
||||
|
||||
|
|
@ -169,17 +171,16 @@ b. Indien de beoordeling van de kwaliteit van de aangeleverde IKB-bestanden en/o
|
|||
Een bank markeert de hierna genoemde groepen van deposito’s en depositohouders op een dusdanige manier dat deze onmiddellijk te identificeren zijn:
|
||||
|
||||
a. In aanmerking komende deposito’s en depositohouders;
|
||||
b. Deposito’s uit hoofde van transacties in verband waarmee een strafrechtelijke veroordeling is uitgesproken vanwege het witwassen van geld als bedoeld in tweede lid, artikel 29.01 van het Bbpm;
|
||||
c. Deposito’s die onderwerp zijn van een rechtsgeschil als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, onderdeel a van de richtlijn depositogarantiestelsels;
|
||||
d. Deposito’s die onderwerp zijn van beperkende maatregelen die zijn opgelegd door nationale regeringen of internationale organen als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, onderdeel b van de richtlijn depositogarantiestelsels;
|
||||
e. Deposito’s die zijn verpand aan een derde partij en waarbij uitsluitend de pandhouder inningsbevoegd is;
|
||||
f. Deposito’s waar beslag op is gelegd;
|
||||
g. Deposito’s die worden geblokkeerd op grond van de regelgeving van het land w¡aar het deposito wordt aangehouden, niet zijnde Nederland, voor zover deze blokkade relevant is voor een uitkering van het depositogarantiestelsel;
|
||||
h. Bankspaardeposito’s eigen woning als bedoeld in artikel 29.01, tweede lid, sub e van het Bbpm;
|
||||
i. Deposito’s van depositohouders waarop surseance van betaling van toepassing is;
|
||||
j. Lijfrenterekeningen als bedoeld in de Wet inkomstenbelasting 2001 en stamrechtspaarrekeningen als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964;
|
||||
k. Deposito’s waarop een BEM-clausule of soortgelijke bewindvoering op rekeningniveau van toepassing is;
|
||||
l. Bouwdepots.
|
||||
b. Deposito’s die onderwerp zijn van een rechtsgeschil als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, onderdeel a van de richtlijn depositogarantiestelsels;
|
||||
c. Deposito’s die onderwerp zijn van beperkende maatregelen die zijn opgelegd door nationale regeringen of internationale organen als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, onderdeel b van de richtlijn depositogarantiestelsels;
|
||||
d. Deposito’s die zijn verpand aan een derde partij en waarbij uitsluitend de pandhouder inningsbevoegd is;
|
||||
e. Deposito’s waar beslag op is gelegd;
|
||||
f. Deposito’s die worden geblokkeerd op grond van de regelgeving van het land w¡aar het deposito wordt aangehouden, niet zijnde Nederland, voor zover deze blokkade relevant is voor een uitkering van het depositogarantiestelsel;
|
||||
g. Bankspaardeposito’s eigen woning als bedoeld in artikel 29.01, tweede lid, sub e van het Bbpm;
|
||||
h. Deposito’s van depositohouders waarop surseance van betaling van toepassing is;
|
||||
i. Lijfrenterekeningen als bedoeld in de Wet inkomstenbelasting 2001 en stamrechtspaarrekeningen als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964;
|
||||
j. Deposito’s waarop een BEM-clausule of soortgelijke bewindvoering op rekeningniveau van toepassing is;
|
||||
k. Bouwdepots.
|
||||
|
||||
**2.** Een bank markeert depositohouders waarvan de identiteit niet met een hoge mate van betrouwbaarheid kan worden vastgesteld als bedoeld in artikel 5, eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -210,7 +211,7 @@ a. Een gedeelte van een in aanmerking komend deposito af te scheiden op een sepa
|
|||
b. Deposito’s te kunnen bevriezen:
|
||||
|
||||
1. Die worden aangehouden door niet in aanmerking komende depositohouders of van wie de depositohouder is overleden blijkend uit artikel 2, tweede lid, onderdeel e, sub 4, of een markering heeft als bedoeld in artikel 6, tweede lid of derde lid;
|
||||
2. Die een markering hebben als bedoeld in artikel 5, derde lid of artikel 6, eerste lid, onderdeel b tot en met h of vierde lid.
|
||||
2. Die een markering hebben als bedoeld in artikel 5, derde lid of artikel 6, eerste lid, onderdeel b tot en met k of vierde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Een bank rondt de handelingen als bedoeld in het eerste lid af voor middernacht aan het eind van de werkdag volgend op de bekendmaking dat een afwikkelingsmaatregel is genomen.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue