2016-04-01 | BWBR0004163 | Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen

This commit is contained in:
Coornhert 2016-04-01 12:00:00 +00:00
parent 3a0dee5b55
commit 2b310d5a7c

View file

@ -225,7 +225,7 @@ b. voor de alleenstaande gewezen zelfstandige: zijn inkomen uit arbeid of overig
**2.** Als inkomen wordt voorts aangemerkt het inkomen uit het vermogen waarover de gewezen zelfstandige en zijn echtgenoot na de beëindiging van het bedrijf of beroep beschikken, met dien verstande dat daarbij een vermogen van € 130.081 buiten beschouwing blijft. Het inkomen uit vermogen wordt bepaald op 5% per 1 januari 2015: 3% per jaar van het vermogen.
**3.** In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid gedurende zes aangesloten maanden tot 25 procent van dit inkomen, met een maximum van € 311,78 per maand, voor zover een uitkering wordt ontvangen en dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.
**3.** In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid gedurende zes maanden tot 25 procent van dit inkomen, met een maximum van € 311,78 per maand, voor zover een uitkering wordt ontvangen en dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat wordt verstaan onder inkomen uit arbeid of overig inkomen als bedoeld in het eerste lid en in artikel 5, tweede lid. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat gedeeltelijk, niet, of niet langer wordt genoten als gevolg van gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene in aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten.
@ -242,7 +242,7 @@ b. voor de alleenstaande gewezen zelfstandige: zijn inkomen uit arbeid of overig
In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5 procent van dit inkomen, met een maximum van € 194,71 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij een uitkering ontvangt, ingeval:
a. hij de volledige zorg heeft voor zijn kind tot 12 jaar,
b. de periode van zes aaneengesloten maanden, bedoeld in het derde lid, is verstreken, en
b. de periode van zes maanden, bedoeld in het derde lid, is verstreken, en
c. dit volgens het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling.
**10.** Het bedrag, genoemd in het negende lid, wordt gewijzigd met ingang van de dag waarop het in artikel 31, tweede lid, onderdeel r, van de Participatiewet genoemde bedrag wordt gewijzigd.
@ -1072,7 +1072,7 @@ De artikelen 4a, eerste lid, onderdeel c, en 38, zoals deze luidden op de dag vo
### Artikel 63e
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 8, derde lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel V van de Wet vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioenopbouw, blijft van toepassing op de persoon op wie de vrijlating van inkomsten uit arbeid, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen van toepassing was voorafgaand aan de dag gelegen zes maanden voor inwerkingtreding van artikel V van de Wet vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioenopbouw, tot zijn recht op uitkering op grond van deze wet waarin die vrijlating van toepassing was, eindigt.
## Hoofdstuk IX. Slotbepalingen