From 2b4ae6e2987f5a18be312a7e106926c167378fd8 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 15 Jan 2005 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2005-01-15 | BWBR0005792 | Wet toezicht kredietwezen 1992 --- .../BWBR0005792/README.md | 18 ++++++++++-------- 1 file changed, 10 insertions(+), 8 deletions(-) diff --git a/wet/wet-toezicht-kredietwezen-1992/BWBR0005792/README.md b/wet/wet-toezicht-kredietwezen-1992/BWBR0005792/README.md index 0834663326d..4e7cb9bd663 100644 --- a/wet/wet-toezicht-kredietwezen-1992/BWBR0005792/README.md +++ b/wet/wet-toezicht-kredietwezen-1992/BWBR0005792/README.md @@ -1359,17 +1359,19 @@ c. een kredietinstelling die op grond van artikel 38, derde lid, is vrijgesteld **9.** In afwijking van de laatste volzin van het achtste lid, werkt de beschikking, bedoeld in het eerste of tweede lid, niet terug ten aanzien van een door een kredietinstelling vóór het tijdstip waarop de rechtbank de beschikking heeft gegeven, gegeven overboekingsopdracht, opdracht tot verrekening of enige uit een dergelijke opdracht voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om de opdracht volledig uit te voeren in een systeem als bedoeld in artikel 212a, onder b van de Faillissementswet. -**10.** De laatste volzin van het achtste lid en artikel 72, eerste lid, kunnen niet aan derden worden tegengeworpen ten aanzien van een door een kredietinstelling, na het tijdstip waarop de rechtbank de in het eerste of het tweede lid, bedoelde beschikking heeft gegeven, gegeven overboekingsopdracht, opdracht tot verrekening of enige uit een dergelijke opdracht voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om de opdracht volledig uit te voeren, indien de opdracht in een systeem als bedoeld in artikel 212a, onder b van de Faillissementswet, wordt uitgevoerd op de dag waarop de rechtbank de beschikking heeft gegeven en de centrale tegenpartij, de afwikkelende instantie of het verrekeningsinstituut, bedoeld in artikel 212a van de Faillissementswet, kan aantonen dat deze ten tijde van de uitvoering van de opdracht niet op de hoogte was of op de hoogte behoorde te zijn van de door de rechtbank gegeven beschikking. +**10.** In afwijking van artikel 63a van de Faillissementswet, geldt de in artikel 63a van de Faillissementswet genoemde afkoelingsperiode niet voor een bevoegdheid tot verhaal op tot de boedel behorende goederen of tot opeising van goederen die zich in de macht van de bewindvoerders bevinden, noch voor de goederen waarop een dergelijke bevoegdheid betrekking heeft, indien die bevoegdheid is toegekend aan een centrale bank als bedoeld in artikel 212a, onder h, van de Faillissementswet of, in verband met deelname aan het systeem, aan een andere instelling die deelneemt aan het systeem. -**11.** Het negende en het tiende lid zijn van overeenkomstige toepassing op een goederenrechtelijk zekerheidsrecht dat door een kredietinstelling in verband met deelname aan een systeem als bedoeld in artikel 212a, onder b, van de Faillissementswet, is gevestigd ten behoeve van een centrale bank als bedoeld in artikel 212a, onder h, van de Faillissementswet of ten behoeve van een instelling die deelneemt aan het systeem. +**11.** De laatste volzin van het achtste lid en artikel 72, eerste lid, kunnen niet aan derden worden tegengeworpen ten aanzien van een door een kredietinstelling, na het tijdstip waarop de rechtbank de in het eerste of het tweede lid, bedoelde beschikking heeft gegeven, gegeven overboekingsopdracht, opdracht tot verrekening of enige uit een dergelijke opdracht voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om de opdracht volledig uit te voeren, indien de opdracht in een systeem als bedoeld in artikel 212a, onder b van de Faillissementswet, wordt uitgevoerd op de dag waarop de rechtbank de beschikking heeft gegeven en de centrale tegenpartij, de afwikkelende instantie of het verrekeningsinstituut, bedoeld in artikel 212a van de Faillissementswet, kan aantonen dat deze ten tijde van de uitvoering van de opdracht niet op de hoogte was of op de hoogte behoorde te zijn van de door de rechtbank gegeven beschikking. -**12.** De rechtbank vermeldt op de beschikking het tijdstip waarop de beschikking is gegeven tot op de minuut nauwkeurig. +**12.** Het negende en het elfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de toekenning en op de uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in het tiende lid. -**13.** De griffier van de rechtbank stelt de Bank terstond in kennis van de beschikking. De Bank stelt daarna terstond de door Onze minister op grond van artikel 212d van de Faillissementswet aangewezen systemen, alsmede de bevoegde autoriteiten van de overige lidstaten van de Europese Unie en van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, in kennis van de beschikking. +**13.** De rechtbank vermeldt op de beschikking het tijdstip waarop de beschikking is gegeven tot op de minuut nauwkeurig. -**14.** Wanneer het verzoek aanhangig is tegelijk met een verzoek of vordering tot faillietverklaring - eigen aangifte daaronder begrepen -, wordt de behandeling van het verzoek of de vordering tot faillietverklaring geschorst, totdat op het eerstgenoemde verzoek is beschikt. Wordt een verklaring als bedoeld in het eerste of tweede lid, gegeven, dan vervalt het verzoek of de vordering tot faillietverklaring van rechtswege. +**14.** De griffier van de rechtbank stelt de Bank terstond in kennis van de beschikking. De Bank stelt daarna terstond de door Onze minister op grond van artikel 212d van de Faillissementswet aangewezen systemen, alsmede de bevoegde autoriteiten van de overige lidstaten van de Europese Unie en van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, in kennis van de beschikking. -**15.** Bij een beschikking als bedoeld in het eerste of tweede lid, bepaalt de rechtbank de duur op ten hoogste anderhalf jaar. Voor het verstrijken van de gestelde termijn kan de Bank eenmaal of meermalen verlenging van de geldigheidsduur voor ten hoogste anderhalf jaar verzoeken. Het verzoek wordt behandeld op dezelfde wijze als een verzoek tot uitspreken van de verklaring. Zolang bij afloop van de geldigheidsduur van de verklaring op een verzoek tot verlenging nog niet is beschikt, blijft de verklaring gehandhaafd. Indien het verzoek tot verlenging wordt toegewezen, is het zevende lid van toepassing. +**15.** Wanneer het verzoek aanhangig is tegelijk met een verzoek of vordering tot faillietverklaring - eigen aangifte daaronder begrepen -, wordt de behandeling van het verzoek of de vordering tot faillietverklaring geschorst, totdat op het eerstgenoemde verzoek is beschikt. Wordt een verklaring als bedoeld in het eerste of tweede lid, gegeven, dan vervalt het verzoek of de vordering tot faillietverklaring van rechtswege. + +**16.** Bij een beschikking als bedoeld in het eerste of tweede lid, bepaalt de rechtbank de duur op ten hoogste anderhalf jaar. Voor het verstrijken van de gestelde termijn kan de Bank eenmaal of meermalen verlenging van de geldigheidsduur voor ten hoogste anderhalf jaar verzoeken. Het verzoek wordt behandeld op dezelfde wijze als een verzoek tot uitspreken van de verklaring. Zolang bij afloop van de geldigheidsduur van de verklaring op een verzoek tot verlenging nog niet is beschikt, blijft de verklaring gehandhaafd. Indien het verzoek tot verlenging wordt toegewezen, is het zevende lid van toepassing. ### Artikel 72 @@ -1395,11 +1397,11 @@ c. een kredietinstelling die op grond van artikel 38, derde lid, is vrijgesteld ### Artikel 74 -**1.** Een verklaring als bedoeld in artikel 71, eerste of tweede lid, heeft ten gevolge, dat de kredietinstelling dan wel het bijkantoor niet kan worden genoodzaakt tot nakoming van haar verplichtingen; aangevangen executies worden geschorst; gelegde beslagen vervallen. Artikel 36 van de Faillissementswet is van overeenkomstige toepassing op de in de eerste volzin bedoelde verplichtingen. +**1.** Een verklaring als bedoeld in artikel 71, eerste of tweede lid, heeft ten gevolge, dat de kredietinstelling dan wel het bijkantoor niet kan worden genoodzaakt tot nakoming van haar verplichtingen; aangevangen executies worden geschorst; gelegde beslagen vervallen. Artikel 36 van de Faillissementswet is van overeenkomstige toepassing op de in de eerste volzin bedoelde verplichtingen. Voorts zijn de artikelen 63a tot en met 63c van de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing, waarbij de aldaar genoemde bevoegdheden van de rechter-commissaris worden uitgeoefend door de rechtbank, indien niet op de voet van artikel 73, tweede lid, een rechter-commissaris is benoemd. Hetgeen in de artikelen 63a tot en met 63c van de Faillissementswet is bepaald met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde is van toepassing op de bewindvoerders onderscheidenlijk de kredietinstelling dan wel het bijkantoor. **2.** Onverminderd het bepaalde in artikel 76 geldt het bij het eerste lid bepaalde niet ten aanzien van vorderingen welke voortvloeien uit handelingen, met de kredietinstelling dan wel het bijkantoor na de verklaring verricht, noch voor vorderingen als bedoeld in artikel 232 van de Faillissementswet, en wel voor zover zulks het geval is. -**3.** Overigens zijn de artikelen 234–241a van de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing. +**3.** Overigens zijn de artikelen 234–241 van de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 75