2005-12-21 | BWBR0012438 | Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
This commit is contained in:
parent
bffab11b1d
commit
2b5a4e326f
1 changed files with 32 additions and 23 deletions
|
|
@ -217,7 +217,7 @@ c. niet de Nederlandse nationaliteit bezit maar wel behoort tot een bij algemene
|
|||
|
||||
### Artikel 2.4
|
||||
|
||||
Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 3 kan een aanvrager in aanmerking komen indien de scholier is ingeschreven aan een school die op grond van de WVO, de WEC of de Experimentenwet onderwijs volledig en rechtstreeks uit de openbare kas wordt bekostigd, waaronder het volgen van onderwijs in de vorm van contractactiviteiten niet is mede begrepen.
|
||||
Voor tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 3 kan een aanvrager in aanmerking komen indien de scholier is ingeschreven aan een school die op grond van de WVO, de WEB, de WEC of de Experimentenwet onderwijs volledig en rechtstreeks uit de openbare kas wordt bekostigd, waaronder het volgen van onderwijs in de vorm van contractactiviteiten niet is mede begrepen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -320,7 +320,7 @@ b. tot het einde van het schooljaar dat volgt op het tijdstip van de bekendmakin
|
|||
|
||||
**2.** Indien de leerling aansluitend aan het schooljaar dat als laatste schooljaar was aangemerkt, opnieuw dat laatste schooljaar aanvangt, ontstaat aanspraak op tegemoetkoming voor het resterende gedeelte van het kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de leerling na het afsluitend examen binnen 4 maanden een andere opleiding in de zin van deze wet of van de Wet studiefinanciering 2000 gaat volgen, wordt, in afwijking van het eerste lid, op zijn aanvraag de aanspraak op tegemoetkoming met ten hoogste 4 maanden verlengd. In afwijking van artikel 4.10, tweede lid, wordt die aanvraag ingediend voor het einde van de periode van 4 maanden.
|
||||
**3.** Indien de leerling na het afsluitend examen binnen 4 maanden een andere opleiding in de zin van deze wet of van de Wet studiefinanciering 2000 gaat volgen, wordt, in afwijking van het eerste lid, op zijn aanvraag de aanspraak op tegemoetkoming met ten hoogste 4 maanden verlengd. Indien de verlenging de maanden augustus, september, oktober of november betreft, heeft de leerling die op grond van hoofdstuk 4 nog geen tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage is toegekend en een opleiding als bedoeld in de artikelen 2.5, 2.6, eerste lid, 2.8 of 2.10, of een opleiding waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat, gaat volgen, over die maanden naast een tegemoetkoming in de zin van hoofdstuk 4 ook aanspraak op een bedrag aan tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, ter grootte van eentwaalfde van het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet, per maand. Voor de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming in die maanden wordt uitgegaan van het toetsingsinkomen, zoals dat gold op 31 juli van het voorafgaande schooljaar. In afwijking van artikel 4.10, tweede lid, wordt die aanvraag ingediend voor het einde van de periode van 4 maanden.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.20
|
||||
|
||||
|
|
@ -330,11 +330,13 @@ Indien een leerling aanspraak heeft op tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 4 en h
|
|||
|
||||
### Artikel 2.21
|
||||
|
||||
**1.** De scholier of deelnemer vavo, bedoeld in hoofdstuk 3, voor wie onderwijsbijdrage is verschuldigd en die tevens deelnemer is in het beroepsonderwijs, bedoeld in dat hoofdstuk, heeft slechts aanspraak op tegemoetkoming voor het volgen van dat beroepsonderwijs.
|
||||
**1.** De scholier of deelnemer vavo, bedoeld in hoofdstuk 3, die tevens deelnemer is in het beroepsonderwijs, bedoeld in dat hoofdstuk, heeft slechts aanspraak op tegemoetkoming voor het volgen van dat beroepsonderwijs.
|
||||
|
||||
**2.** De scholier of deelnemer vavo, bedoeld in hoofdstuk 4, voor wie onderwijsbijdrage is verschuldigd en die tevens aanspraak heeft op studiefinanciering in de zin van de Wet studiefinanciering 2000, heeft geen aanspraak op tegemoetkoming.
|
||||
**2.** De scholier, bedoeld in hoofdstuk 4, die tevens aanspraak heeft op studiefinanciering in de zin van de Wet studiefinanciering 2000, heeft geen aanspraak op tegemoetkoming.
|
||||
|
||||
**3.** De deelnemer voor wie onderwijsbijdrage is verschuldigd en die tevens aanspraak heeft op studiefinanciering in de zin van de Wet studiefinanciering 2000, heeft geen aanspraak op tegemoetkoming.
|
||||
**3.** De deelnemer die tevens aanspraak heeft op studiefinanciering in de zin van de Wet studiefinanciering 2000, heeft geen aanspraak op tegemoetkoming.
|
||||
|
||||
**4.** De deelnemer vavo, bedoeld in hoofdstuk 4, voor wie onderwijsbijdrage is verschuldigd en die tevens aanspraak heeft op studiefinanciering in de zin van de Wet studiefinanciering 2000, heeft geen aanspraak op tegemoetkoming.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.22
|
||||
|
||||
|
|
@ -427,20 +429,19 @@ Dit hoofdstuk is van toepassing op scholieren, deelnemers en deelnemers vavo die
|
|||
|
||||
### Artikel 3.2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De tegemoetkoming in de zin van dit hoofdstuk bestaat uit:
|
||||
|
||||
a. tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, en
|
||||
b. tegemoetkoming in de schoolkosten.
|
||||
**1.** De tegemoetkoming in de zin van dit hoofdstuk bestaat uit een tegemoetkoming in de schoolkosten.
|
||||
|
||||
**2.** De tegemoetkoming kan tevens bestaan uit een overbruggingstegemoetkoming.
|
||||
|
||||
**3.** Voor leerlingen als bedoeld in de artikelen 2.5, 2.6, eerste lid, 2.6, tweede lid, wat betreft de inschrijving aan een school als bedoeld in artikel 1.4a.1 van de WEB, en 2.7, onderdeel b, die voor de aanvang van het schooljaar de leeftijd van 16 jaren hebben bereikt, bestaat de tegemoetkoming eveneens uit een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage.
|
||||
|
||||
**4.** Voor deelnemers, die na 1 juli en voor 2 augustus van een kalenderjaar de leeftijd van 18 jaren bereiken, bestaat de tegemoetkoming eveneens uit een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage voor het schooljaar dat op 1 augustus van dat kalenderjaar aanvangt.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3
|
||||
|
||||
**1.** De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage voor een schooljaar is voor een leerling die voor de aanvang van het schooljaar de leeftijd van 16 jaren heeft bereikt, het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet.
|
||||
**1.** De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage voor een schooljaar is voor een leerling als bedoeld in artikel 3.2, derde lid, het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de leerling die is ingeschreven aan een school als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.6 of 2.7, en die geen onderwijs meer volgt op een tijdstip waarop de gehele onderwijsbijdrage nog kan worden teruggevorderd, is, in afwijking van het eerste lid en van artikel 3.5, eerste lid, het bedrag van de toekenning in de onderwijsbijdrage en in de schoolkosten voor het gehele schooljaar nihil.
|
||||
**2.** De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage voor een schooljaar is voor een deelnemer als bedoeld in artikel 3.2, vierde lid, het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -470,15 +471,17 @@ De bedragen in onderstaand overzicht luiden per schooljaar en zijn uitgedrukt in
|
|||
|
||||
### Artikel 3.6
|
||||
|
||||
In afwijking van paragraaf 2.2 en de artikelen 3.3 en 3.4 heeft de aanvrager aanspraak op een overbruggingstegemoetkoming voor de maanden augustus en september ten behoeve van een leerling:
|
||||
In afwijking van paragraaf 2.2 en artikel 3.4 heeft de aanvrager aanspraak op een overbruggingstegemoetkoming voor de maanden augustus en september ten behoeve van een leerling:
|
||||
|
||||
a. die op 1 juli van dat kalenderjaar jonger is dan 18 jaren,
|
||||
b. die op 1 oktober van dat kalenderjaar als studerende in de zin van de Wet studiefinanciering 2000 is ingeschreven voor het volgen van hoger onderwijs waarop die wet van toepassing is, en
|
||||
c. voor wie aan de aanvrager over het schooljaar dat aan de overbruggingsperiode vooraf ging, een tegemoetkoming als bedoeld in de artikelen 3.3 en 3.4 is toegekend.
|
||||
c. voor wie aan de aanvrager over het schooljaar dat aan de overbruggingsperiode vooraf ging, een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3.4 is toegekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.7
|
||||
|
||||
De overbruggingstegemoetkoming is voor een leerling tweetwaalfde deel van het bedrag van de tegemoetkoming voor een geheel schooljaar waarvoor op 31 juli daaraan voorafgaand aanspraak bestond.
|
||||
**1.** De overbruggingstegemoetkoming is voor een leerling tweetwaalfde deel van het bedrag van de tegemoetkoming voor een geheel schooljaar waarvoor op 31 juli daaraan voorafgaand aanspraak bestond.
|
||||
|
||||
**2.** Voor leerlingen, anders dan bedoeld in artikel 3.2, derde lid, wordt de overbruggingstegemoetkoming vermeerderd met tweetwaalfde van het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet, zoals dat bedrag gold op 31 juli voorafgaand aan de maanden waarover aanspraak op overbruggingstegemoetkoming bestaat.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.3. Toekenning
|
||||
|
||||
|
|
@ -501,6 +504,8 @@ b. gedurende het desbetreffende schooljaar: binnen 8 weken na de indiening van d
|
|||
|
||||
**2.** Ingeval de tegemoetkoming voor een onderwijssoort nihil is en een scholier tijdens het schooljaar een andere onderwijssoort gaat volgen, omvat de toekenning van de tegemoetkoming, in afwijking van het eerste lid, vanaf het tijdstip dat hij die andere onderwijssoort gaat volgen, het bedrag daarvoor.
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval een leerling voor wie nog geen tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage is toegekend, tijdens het schooljaar een andere onderwijssoort, genoemd in artikel 3.2, derde lid, gaat volgen, omvat de toekenning vanaf het tijdstip dat hij die andere onderwijssoort gaat volgen, eveneens de met betrekking tot die andere onderwijssoort bepaalde tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.10
|
||||
|
||||
**1.** Tegemoetkoming wordt toegekend per schooljaar.
|
||||
|
|
@ -509,9 +514,10 @@ b. gedurende het desbetreffende schooljaar: binnen 8 weken na de indiening van d
|
|||
|
||||
In afwijking van het eerste lid omvat de toekenning voor een leerling die:
|
||||
|
||||
a. in de loop van het schooljaar 18 jaren wordt: wat betreft de tegemoetkoming in de schoolkosten het aantal maanden van dat schooljaar tot de eerste maand van het kwartaal volgend op de maand waarin de leerling de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt en wat betreft de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage het gehele schooljaar,
|
||||
b. op enig ogenblik in de periode gelegen tussen het tijdstip, bedoeld in artikel 3.3, tweede lid, en een bij ministeriële regeling te bepalen datum geen onderwijs als bedoeld in onderdeel a meer volgt, anders dan in geval van ernstige ziekte van de leerling: vijftwaalfde deel van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, onderdeel a, alsmede de helft van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, onderdeel b, en
|
||||
c. in de loop van het schooljaar na 31 december wordt ingeschreven: zeventwaalfde deel van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, onderdeel a, alsmede de helft van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, onderdeel b.
|
||||
a. in de loop van het schooljaar 18 jaren wordt: wat betreft de tegemoetkoming in de schoolkosten het aantal maanden van dat schooljaar tot de eerste maand van het kwartaal volgend op de maand waarin de leerling de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt en wat betreft de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, voor zover daar op grond van artikel 3.2, derde of vierde lid, aanspraak op bestaat, het gehele schooljaar,
|
||||
b. is ingeschreven op een school als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.6, of 2.7, en die geen onderwijs meer volgt op 1 oktober, in afwijking van artikel 3.5, eerste lid: voor het gehele jaar niets,
|
||||
c. op enig ogenblik tussen 1 oktober en een bij ministeriële regeling te bepalen datum geen onderwijs meer volgt, anders dan in geval van ernstige ziekte van de leerling: de helft van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, alsmede, voor zover aanspraak bestaat op de tegemoetkoming bedoeld in artikel 3.2, derde of vierde lid, vijftwaalfde deel van die tegemoetkoming, en
|
||||
d. in de loop van het schooljaar na 31 december wordt ingeschreven: de helft van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, alsmede, voor zover aanspraak bestaat op de tegemoetkoming bedoeld in artikel 3.2, derde of vierde lid, zeventwaalfde deel van die tegemoetkoming.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Leerlingen van 18 jaar en ouder in voortgezet onderwijs en vavo
|
||||
|
||||
|
|
@ -525,11 +531,14 @@ Dit hoofdstuk is van toepassing op scholieren en deelnemers vavo die 18 jaren zi
|
|||
|
||||
### Artikel 4.2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De tegemoetkoming in de zin van dit hoofdstuk bestaat uit:
|
||||
|
||||
a. basistoelage,
|
||||
b. tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, en
|
||||
c. tegemoetkoming in de schoolkosten.
|
||||
a. basistoelage, en
|
||||
b. tegemoetkoming in de schoolkosten.
|
||||
|
||||
**2.** Voor leerlingen als bedoeld in artikel 2.9, voor zover zij zijn ingeschreven aan een niet uit ’s Rijks kas bekostigde school of voor een cursus als bedoeld in artikel 2.8, en voor deelnemers vavo als bedoeld in artikel 2.10 bestaat de tegemoetkoming eveneens uit een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -763,7 +772,7 @@ b. de hoogte van het toetsingsinkomen van de aanvrager of diens partner of van d
|
|||
Herziening vindt plaats op grond van het feit dat:
|
||||
|
||||
a. een beschikking genomen is waarvan de aanvrager of de TOS-ouder wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat deze onjuist was,
|
||||
b. de situatie, bedoeld in de artikelen 3.9, 3.10, tweede lid, onderdeel b, 5.9, 5.10 en 10.9, tweede tot en met vierde en zesde tot en met achtste lid, zich voordoet,
|
||||
b. de situatie, bedoeld in de artikelen 3.9, 3.10, tweede lid, onderdeel c, 5.9, 5.10 en 10.9, tweede tot en met vierde en zesde tot en met achtste lid, zich voordoet,
|
||||
c. te veel of te weinig tegemoetkoming is toegekend op basis van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens,
|
||||
d. de hoogte van het inkomen van de aanvrager of diens partner of van de TOS-ouder of diens partner te hoog of te laag is vastgesteld op basis van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens anders dan bedoeld onder a,
|
||||
e. aanvrager of TOS-ouder heeft gehandeld in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet,
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue