2011-10-01 | BWBR0011982 | Besluit personenvervoer 2000

This commit is contained in:
Coornhert 2011-10-01 12:00:00 +00:00
parent 5de00caa6d
commit 2b7080f599

View file

@ -83,7 +83,7 @@ De artikelen 41 tot en met 43, 45, eerste lid, onderdeel a, 46, 47, tweede lid,
**1.**
De artikelen 4, derde lid, 5 tot en met 9, 11 tot en met 14, 70 tot en met 74, 87, 88, eerste lid, 89 tot en met 93, 97 tot en met 99, 101 en 103 tot en met 106 van de wet en de artikelen 12 tot en met 23, 26, 28 tot en met 30, tweede en vierde lid, hoofdstuk 4 met uitzondering van de artikelen 41, 42, 43 en 50, hoofdstuk 6 met uitzondering van de artikelen 73 en 74, 118, 120, 121, 124, 126 en 127, eerste lid, onderdelen d en e van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op voor een ieder openstaand personenvervoer per auto dat niet volgens een dienstregeling wordt verricht:
De artikelen 4, derde lid, 5 tot en met 9, 11 tot en met 14, 70 tot en met 74, 87, 88, eerste lid, 89 tot en met 93, 97 tot en met 99, 101 en 103 tot en met 106 van de wet en de artikelen 12 tot en met 23, 26, 28 tot en met 30, tweede en vierde lid, hoofdstuk 4 met uitzondering van de artikelen 41, 42, 43 en 50, hoofdstuk 6, met uitzondering van de artikelen 73, 74 en 78, 118, 120, 121, 124 en 126 van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op voor een ieder openstaand personenvervoer per auto dat niet volgens een dienstregeling wordt verricht:
a. krachtens een door een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 20 van de wet, met een vervoerder gesloten overeenkomst, welke tot stand is gekomen na een aanbestedingsprocedure krachtens de Raamwet EEG-voorschriften aanbestedingen voor het plaatsen van opdrachten voor dienstverlening,
b. op afroep van reizigers, voorzover dat vervoer binnen een door de vervoerder bepaalde tijd vooraf bij hem is besteld en
@ -350,7 +350,7 @@ b. de vervoerder of een persoon als bedoeld in artikel 21 in een aaneengesloten
2°. een bepaling, genoemd in artikel 7:1 van het Arbeidstijdenbesluit,
3°. een bepaling, genoemd in artikel 8:1 of 8:2 van het Arbeidstijdenbesluit vervoer,
4°. artikel 2, eerste of tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen,
5°. de artikelen 79 en 80 of
5°. de artikelen 75 en 76 of
6°. artikel 5.3.15 of 5.1.1, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling voertuigen.
c. tegen de vervoerder binnen een aaneengesloten periode van vijf jaar onherroepelijk vonnis is gewezen wegens het, naar het oordeel van Onze Minister in ernstige mate, niet nakomen van verplichtingen die voortvloeien uit een door hem aangegane arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht tot het verrichten van arbeid.
@ -843,74 +843,13 @@ Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de verplichting voor de ve
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de afgifte van een geneeskundige verklaring en een geneeskundig onderzoek.
### Artikel 75
**1.** Met het besturen van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, wordt slechts diegene belast, die in het bezit is van een geldige, behoorlijk leesbare, door Onze Minister verstrekte chauffeurspas, volgens het bij ministeriële regeling vast te stellen model.
**2.** Voor bij ministeriële regeling aan te wijzen soorten taxidiensten waarbij gedurende een bepaalde periode meermalen taxivervoer wordt verricht volgens een schriftelijke overeenkomst waarin tarieven zijn vastgelegd, kan in plaats van de in het eerste lid bedoelde chauffeurspas volstaan worden met een chauffeurspas onder beperkingen, volgens het bij ministeriële regeling vast te stellen model.
**3.** De bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, is in het bezit van een geldige, behoorlijk leesbare chauffeurspas en houdt deze zichtbaar voor de consument aanwezig in die auto.
**4.** De chauffeurspas is geldig voor een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de datum van verstrekking. In het kader van leer-werktrajecten kan door Onze Minister een chauffeurspas worden verstrekt met een kortere geldigheidsduur.
**5.** Ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bepaalde krachtens het tweede lid, is in een auto waarmee een in het tweede lid bedoelde taxidienst wordt verricht, het deel van de administratie aanwezig waarmee kan worden aangetoond dat daadwerkelijk de in het tweede lid bedoelde soort taxidienst wordt verricht.
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen eisen gesteld worden aan het deel van de administratie, bedoeld in het vijfde lid.
### Artikel 76
**1.**
Bij de aanvraag voor de chauffeurspas worden de volgende documenten overgelegd:
a. een rijbewijs als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 dan wel een door het bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs, dat geldig is voor het besturen van het motorrijtuig waarmee wordt gereden,
b. een geneeskundige verklaring die niet ouder is dan twee maanden, die voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 74, eerste lid,
c. een met het oog op het uitoefenen van het beroep van taxichauffeur verleende verklaring omtrent het gedrag overeenkomstig de bepalingen van de Wet justitiële gegevens, die niet ouder is dan twee maanden,
d. een door Onze Minister erkend getuigschrift van met goed gevolg afgelegde examens waarbij ten minste de kennis is vastgesteld van de door Onze Minister vastgestelde onderwerpen, waarbij onderscheid gemaakt kan worden tussen verschillende soorten taxidiensten.
**2.** Op de aanvrager die woonachtig is in een andere lidstaat dan Nederland dan wel een andere staat die partij is bij de EER, is voor wat betreft de verklaring omtrent het gedrag, artikel 22, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
**3.** Onze Minister neemt een aanvraag om verlening van een chauffeurspas in behandeling nadat de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor de kosten van deze behandeling is ontvangen.
**4.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald van welke onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, onder d, vrijstelling kan worden verleend aan houders van in die regeling genoemde diploma's.
**5.** Onze Minister kan onder voorwaarden en beperkingen vrijstelling verlenen van de verplichting om het getuigschrift, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, over te leggen.
**6.** Indien naar het oordeel van Onze Minister niet of niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen, bedoeld in het vijfde lid, kan de vrijstelling worden ingetrokken.
### Artikel 77
**1.** Indien Onze Minister vermoedt dat de bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, niet meer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een geneeskundige verklaring of een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 76, eerste lid, onderdeel b, respectievelijk c, kan Onze Minister verlangen dat die bestuurder zich binnen een door hem vast te stellen termijn aan een nieuw geneeskundig onderzoek onderwerpt, respectievelijk opnieuw verzoekt om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag. De bestuurder overlegt binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn de nieuwe geneeskundige verklaring of de nieuwe verklaring omtrent het gedrag.
**2.**
Onze Minister kan de chauffeurspas intrekken indien:
a. niet langer wordt voldaan aan de eisen op grond waarvan deze eerder werd verstrekt,
b. na verstrekking van een chauffeurspas blijkt dat deze is verkregen op grond van door de aanvrager verstrekte onjuiste gegevens,
c. indien de bestuurder niet of niet tijdig een nieuwe geneeskundige verklaring of een nieuwe verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in het eerste lid overlegt,
d. de chauffeurspas door toedoen van de bestuurder wordt misbruikt,
e. is gehandeld in strijd met het bij of krachtens dit besluit bepaalde omtrent de chauffeurspas.
**3.** Degene aan wie een chauffeurspas is verstrekt, levert deze binnen vier weken na intrekking of na verloop van de geldigheidstermijn in bij Onze Minister.
**4.** Onze Minister kan de chauffeurspas schorsen voor een door hem te bepalen periode, indien naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan hij schorsing noodzakelijk acht in het belang van veilig taxivervoer.
**5.** De chauffeurspas kan in ieder geval worden geschorst bij toepassing van het eerste lid en indien naar het oordeel van Onze Minister kan worden vermoed dat sprake is van een geval als bedoeld in het tweede lid.
**6.** De bestuurder wiens chauffeurspas is geschorst, levert deze terstond in bij Onze Minister.
### Artikel 78
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld over de aanvraag, verstrekking, intrekking en inlevering van de chauffeurspas alsmede over de uitvoering van artikel 77, eerste lid.
### Paragraaf 2. Eisen te stellen aan materieel
### Artikel 79
### Artikel 75
Met het oog op de herkenbaarheid en toegankelijkheid van het vervoer van personen kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld inzake de inrichting en uitrusting van trein, metro, tram, bus en auto.
### Artikel 80
### Artikel 76
**1.** Het is verboden openbaar vervoer met een bus of besloten busvervoer te verrichten indien op het kentekenbewijs de vermelding ontbreekt dat het voertuig is goedgekeurd als bus. Het is verboden taxivervoer of openbaar vervoer met een auto te verrichten indien op het kentekenbewijs de vermelding ontbreekt dat het voertuig is goedgekeurd als taxi.
@ -923,7 +862,7 @@ Bij ministeriële regeling kunnen, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de
a. de aanduiding op het kentekenbewijs, bedoeld in het eerste lid,
b. het keuringsbewijs, bedoeld in artikel 72 van de Wegenverkeerswet 1994.
### Artikel 81
### Artikel 77
**1.** Op het kentekenbewijs wordt het hoogste aantal personen, buiten de bestuurder, dat met een bus of auto mag worden vervoerd, vermeld, waarbij rekening kan worden gehouden met het soort vervoer dat wordt verricht en met de wijze waarop wordt plaats genomen in de bus of auto.
@ -931,13 +870,150 @@ b. het keuringsbewijs, bedoeld in artikel 72 van de Wegenverkeerswet 1994.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld omtrent de wijze waarop het aantal personen, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald.
### Paragraaf 3. Taxameter en boordcomputer
### Artikel 78
**1.** De vervoerder die taxivervoer verricht draagt er zorg voor dat in een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, een taxameter aanwezig is die zichtbaar voor de reiziger de vervoerprijs overeenkomstig de kenbaar gemaakte tarieven aangeeft.
**2.** De taxameter voldoet aan de regels die bij of krachtens de Metrologiewet zijn gesteld.
**3.** Behoudens in geval schriftelijk in een overeenkomst tarieven zijn vastgelegd voor gedurende een bepaalde periode meermalen te verrichten taxivervoer, wordt taxivervoer slechts verricht indien de in de auto aanwezige taxameter wordt gebruikt.
**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de instelling van de taxameter en de tijdvakken waarop een controle van de taxameter moet plaatsvinden tegen de in het tweede lid bedoelde eisen voor een in gebruik genomen taxameter. De artikelen 15, vierde lid, en 20 van het Meetinstrumentenbesluit I zijn daarbij van overeenkomstige toepassing.
**5.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**6.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de auto uitsluitend wordt gebruikt voor taxivervoer dat wordt verricht ter uitvoering van een schriftelijke overeenkomst waarbij gedurende in een bij die overeenkomst vastgestelde periode meermalen taxivervoer wordt verricht tegen een in die overeenkomst vastgelegd tarief en in door Onze Minister te bepalen gevallen waarbij de auto uitsluitend wordt gebruikt voor vervoer tegen eenheidsprijzen.
### Artikel 79
**1.** De vervoerder die taxivervoer verricht, draagt er zorg voor dat in een auto waarmee taxivervoer wordt verricht een op correcte wijze functionerende boordcomputer aanwezig is waarvoor een typegoedkeuring is verleend, als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
**2.** De boordcomputer, bedoeld in het eerste lid, heeft een activeringskeuring en, voor zover bepaald bij ministeriële regeling, een periodiek onderzoek ondergaan, die zijn uitgevoerd door erkende natuurlijke of rechtspersonen, als bedoeld in artikel 9:1, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet.
**3.**
De vervoerder die taxivervoer verricht draagt er zorg voor dat de boordcomputer te allen tijde de volgende gegevens registreert:
a. de kilometerstand van de auto;
b. het kenteken van de auto;
c. de datum en de tijd;
d. de door de auto afgelegde route;
e. informatie over de werking van de boordcomputer.
**4.** De vervoerder die taxivervoer verricht draagt er tevens zorg voor dat de boordcomputer de arbeids- en rusttijden van de bestuurder registreert.
**5.**
Indien de bestuurder taxivervoer verricht, draagt de vervoerder er, onverminderd het derde en vierde lid, zorg voor dat de boordcomputer de volgende gegevens registreert:
a. het personenvervoernummer dat staat aangegeven op de vergunning, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet;
b. het aan de vervoerder toegekende unieke nummer, als bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007;
c. het nummer van de chauffeurskaart van de bestuurder;
d. de datum en het tijdstip van aankomst en vertrek per rit;
e. de locatie van vertrek en aankomst per rit;
f. de afstand, de prijs van het vervoer per rit in beladen en onbeladen staat en eventueel in rekening gebrachte toeslagen.
**6.** Indien de boordcomputer buiten toedoen van de bestuurder en de vervoerder buiten gebruik is, geldt in plaats van de verplichting, bedoeld in het derde tot en met het vijfde lid, het bepaalde krachtens artikel 80, vijfde lid.
**7.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de keuring ter activering van de boordcomputer, het periodiek onderzoek en de tijdvakken waarop een onderzoek van de boordcomputer plaatsvindt.
**8.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het erkennen van natuurlijke of rechtspersonen die een boordcomputer activeren, herstellen en periodiek onderzoeken, de aanvraag van de erkenning, de voor de erkenning gestelde eisen, de aan de erkenning te verbinden voorschriften en de intrekking of schorsing van een erkenning.
### Artikel 80
**1.** De bestuurder en de vervoerder die taxivervoer verrichten, gebruiken de boordcomputer overeenkomstig het bij ministeriële regeling bepaalde, tenzij de boordcomputer buiten toedoen van de bestuurder en de vervoerder buiten gebruik is.
**2.** De vervoerder die taxivervoer verricht bewaart de door de boordcomputer geregistreerde gegevens, bedoeld in artikel 79, derde en vijfde lid, en de gegevens, bedoeld in het vijfde lid, ten minste 104 weken, gerekend vanaf de datum waarop de gegevens betrekking hebben.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze van bewaren van de gegevens, bedoeld in artikel 79, derde en vijfde lid, en het overbrengen van de in de boordcomputer en de op de chauffeurskaart geregistreerde gegevens naar de vestiging van de vervoerder die taxivervoer verricht.
**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de gegevens bedoeld in artikel 79, vierde lid.
**5.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de registratieverplichtingen die op de vervoerder en de bestuurder rusten indien de boordcomputer buiten gebruik is en de gegevens die in dat geval aanwezig zijn in de auto waarmee taxivervoer wordt verricht.
**6.** Indien de boordcomputer niet op correcte wijze functioneert of buiten gebruik is, draagt de vervoerder er zorg voor dat de boordcomputer, binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn, hersteld wordt door erkende natuurlijke of rechtspersonen, als bedoeld in artikel 9:1, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet.
**7.** De vervoerder verstrekt de bestuurder op diens verzoek een kopie van de gegevens die ingevolge het derde lid van de chauffeurskaart zijn overgebracht naar de vestiging van de vervoerder.
**8.**
Het is de vervoerder die taxivervoer verricht verboden:
a. om de boordcomputer ondeugdelijk te maken, of te doen maken, te vernietigen of te doen vernietigen, dan wel toe te laten dat de boordcomputer ondeugdelijk gemaakt, of vernietigd wordt;
b. om in de auto waarmee taxivervoer wordt verricht een voorziening aanwezig te hebben die kennelijk bedoeld is om voor misbruik, als bedoeld in onderdeel a, aan te wenden.
**9.** Het achtste lid is van overeenkomstige toepassing op de bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht.
### Artikel 81
**1.** De vervoerder die taxivervoer verricht, gebruikt ten behoeve van een deugdelijke registratie van de gegevens, bedoeld in artikel 79, derde tot en met vijfde lid, een door Onze Minister verstrekte ondernemerskaart.
**2.** De erkende natuurlijke persoon of rechtspersoon, als bedoeld in artikel 9:1, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet gebruikt ten behoeve van het installeren, onderzoeken of herstellen van de boordcomputer een door Onze Minister verstrekte keuringskaart.
**3.** Met het besturen van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, wordt slechts diegene belast, die in het bezit is van een geldige, behoorlijk leesbare, door Onze Minister verstrekte chauffeurskaart.
**4.** Voor bij ministeriële regeling aan te wijzen soorten taxidiensten waarbij gedurende een bepaalde periode meermalen taxivervoer wordt verricht volgens een schriftelijke overeenkomst waarin tarieven zijn vastgelegd, kan in de plaats van de in het derde lid bedoelde chauffeurskaart volstaan worden met een chauffeurskaart onder beperkingen.
**5.** De bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, is in het bezit van een door Onze Minister verstrekte chauffeurskaart of chauffeurskaart onder beperkingen en gebruikt deze kaart ten behoeve van een deugdelijke registratie van de gegevens, bedoeld in artikel 79, derde tot en met vijfde lid.
**6.** Ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bepaalde krachtens het vierde lid, is in een auto waarmee een in het vierde lid bedoelde taxidienst wordt verricht het deel van de administratie aanwezig waarmee kan worden aangetoond dat daadwerkelijk de in het vierde lid bedoelde soort taxidienst wordt verricht.
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen eisen gesteld worden aan het deel van de administratie, bedoeld in het zesde lid.
**8.** Ingeval van verlies, diefstal, beschadiging of een defect van de ondernemerskaart respectievelijk de chauffeurskaart geldt in plaats van de verplichtingen, bedoeld in het eerste en vijfde lid, het bij ministeriële regeling bepaalde.
### Artikel 82
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.**
Bij de aanvraag voor de chauffeurskaart worden de volgende documenten overgelegd:
a. een rijbewijs als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 dan wel een door het bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs, dat geldig is voor het besturen van het motorrijtuig waarmee wordt gereden;
b. een geneeskundige verklaring die niet ouder is dan vier maanden, die voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 74, eerste lid;
c. een met het oog op het uitoefenen van het beroep van taxichauffeur verleende verklaring omtrent het gedrag overeenkomstig de bepalingen van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan vier maanden;
d. een door Onze Minister erkend getuigschrift van met goed gevolg afgelegde examens waarbij ten minste de kennis is vastgesteld van de door Onze Minister vastgestelde onderwerpen, waarbij onderscheid gemaakt kan worden tussen verschillende soorten taxidiensten;
e. een niet beschadigde, recente, goed gelijkende pasfoto van de aanvrager, die voldoet aan alle acceptatiecriteria zoals die zijn opgenomen in de bij de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 behorende fotomatrix.
**2.** Op de aanvrager die woonachtig is in een andere lidstaat dan Nederland, dan wel een andere staat die partij is bij de EER, is voor wat betreft de verklaring omtrent het gedrag, artikel 22, tweede lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het document of de verklaring niet ouder is dan vier maanden.
**3.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald van welke onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, vrijstelling kan worden verleend.
**4.** Onze Minister kan onder voorwaarden en beperkingen vrijstelling verlenen van de verplichting om het getuigschrift, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, over te leggen.
**5.** Indien naar het oordeel van Onze Minister niet of niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen, bedoeld in het vierde lid, kan de vrijstelling worden ingetrokken.
**6.** Indien Onze Minister vermoedt dat de bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, niet meer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een geneeskundige verklaring of een verklaring omtrent het gedrag, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, respectievelijk c, kan Onze Minister verlangen dat die bestuurder zich binnen een door hem vast te stellen termijn aan een nieuw geneeskundig onderzoek onderwerpt, respectievelijk opnieuw verzoekt om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag. De bestuurder overlegt binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn de nieuwe geneeskundige verklaring of de nieuwe verklaring omtrent het gedrag.
### Artikel 83
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Onze Minister neemt een aanvraag om verlening van een boordcomputerkaart in behandeling nadat de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor de kosten van deze behandeling is ontvangen.
**2.** De boordcomputerkaarten hebben een geldigheidsduur van vijf jaar.
**3.** Een boordcomputerkaart verliest zijn geldigheid door intrekking of schorsing en door het verstrijken van de geldigheidsduur.
**4.** Een binnen de geldigheidsduur verloren, gestolen, defect geraakt, of beschadigde boordcomputerkaart, wordt vervangen door een vervangende kaart voor de resterende termijn van geldigheid.
**5.** De houder van een chauffeurskaart of ondernemerskaart meldt verlies of diefstal van zijn boordcomputerkaart aan Onze Minister.
**6.** De houder van een chauffeurskaart of ondernemerskaart levert een defecte, beschadigde of ingetrokken boordcomputerkaart in bij Onze Minister binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn.
**7.** Het vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de houder van een keuringskaart.
**8.**
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
a. de wijze waarop de bestuurder en de vervoerder de chauffeurskaart, respectievelijk de ondernemerskaart gebruiken;
b. de wijze waarop erkende natuurlijke of rechtspersonen, als bedoeld in artikel 9:1, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet, de keuringskaart gebruiken;
c. de aanvraag van de boordcomputerkaarten en van vervangende boordcomputerkaarten;
d. de verlening, afgifte, weigering, schorsing, intrekking en inname van de boordcomputerkaarten en de gronden daarvoor;
e. de wijze van melden in geval van verloren, gestolen, defecte of beschadigde boordcomputerkaarten;
f. de wijze van inleveren van de boordcomputerkaarten.
**9.** In het kader van leer-werktrajecten kan door Onze Minister een chauffeurskaart worden verstrekt met een kortere geldigheidsduur.
## Hoofdstuk 7. Cabotagevervoer
@ -1185,7 +1261,9 @@ b. een volledig en naar waarheid voor de aanvang van de rit ingevuld, bij minist
### Artikel 118
Overtreding van elk van de voorschriften, vervat in de artikelen 14, derde lid, 16, 19, tweede lid, 20, 26, derde lid, 74, eerste en derde lid, 75, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 77, derde en zesde lid, 86, 87, tweede lid, 88, 91, derde lid, 93, 95, 96, 97, eerste lid, 98, eerste lid, 99, 100, 101, eerste lid, 102, eerste lid, 103 tot en met 110, 112, 113, eerste lid, 114, 115, derde lid, 117, 127, eerste lid, onderdelen d en e, vormt een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten.
**1.** Overtreding van elk van de voorschriften, vervat in de artikelen 14, derde lid, 19, tweede lid, 20, 26, derde lid, 74, eerste en derde lid, 78, derde lid, 79, derde en vijfde lid, 80, eerste, tweede en negende lid, 81, eerste, derde, vierde, vijfde en zesde lid, 83, vijfde en zesde lid, 86, 87, tweede lid, 88, 91, derde lid, 93, 95, 96, 97, eerste lid, 98, eerste lid, 99, 100, 101, eerste lid, 102, eerste lid, 103 tot en met 110, 112, 113, 114, 115, derde lid, 117, alsmede de voorschriften krachtens de artikelen 72a, 73, eerste en tweede lid, 80, derde en vijfde lid, 81, achtste lid, en artikel 83, achtste lid, onderdeel a, vormt een strafbaar feit, als bedoeld in artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten.
**2.** Overtreding van elk van de voorschriften, vervat in de artikelen 76, eerste lid, 77, tweede lid, 78, eerste, tweede, vijfde lid, 79, eerste en tweede lid, en 80, zesde en achtste lid, alsmede de voorschriften krachtens de artikelen 75, 76, derde lid, 78, vierde lid, en 79, zesde lid, vormt een strafbaar feit, als bedoeld in artikel 101, eerste lid, van de wet.
## Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen
@ -1232,27 +1310,7 @@ Degene aan wie op grond van artikel 29 van het Besluit personenvervoer, zoals da
### Artikel 127
**1.**
Tot het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 82 en 83, gelden de volgende bepalingen:
a. in een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, is een taxameter aanwezig die zichtbaar voor de reiziger de vervoerprijs overeenkomstig de kenbaar gemaakte tarieven aangeeft,
b. de taxameter voldoet aan de regels die bij en krachtens de Metrologiewet zijn gesteld,
c. behoudens in geval schriftelijk in een overeenkomst tarieven zijn vastgelegd voor gedurende een bepaalde periode meermalen te verrichten taxivervoer, wordt taxivervoer slechts verricht indien de in de auto aanwezige taxameter wordt gebruikt,
d. de vervoerder die taxivervoer verricht draagt er voor zorg dat terstond voor aanvang en terstond na beëindiging van de rit volledig en naar waarheid een controledocument wordt ingevuld met daarop, voorzover van toepassing, de volgende gegevens:
1°. de naam en het adres van de vervoerder,
2°. de naam van de bestuurder,
3°. het kenteken van de auto,
4°. de datum en het tijdstip van aankomst en vertrek per rit, vertrek- en aankomstplaats per rit en de kilometerstand per dienst,
5°. aanvang en einde, en afstand en prijs van het vervoer per rit in beladen en onbeladen staat,
6°. de rij- en rusttijden van de bestuurder,
e. de gegevens, bedoeld in onderdeel d, worden ten minste twee jaar door de vervoerder bewaard, en
f. bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de instelling van de taxameter en de tijdvakken waarop een controle van de taxameter moet plaatsvinden tegen de in onderdeel b bedoelde eisen voor een in gebruik genomen taxameter. De artikelen 15, vierde lid, en 20 van het Meetinstrumentenbesluit I zijn daarbij van overeenkomstige toepassing.
**2.** Het eerste lid, onderdelen a en b, is niet van toepassing indien de auto uitsluitend wordt gebruikt voor gedurende een bepaalde periode meermalen te verrichten vervoer waarvoor schriftelijk in een overeenkomst tarieven zijn vastgelegd en in door Onze Minister te bepalen gevallen waarbij de auto uitsluitend wordt gebruikt voor vervoer tegen eenheidsprijzen.
**3.** Gedurende de periode dat vergunningen nog gelden voor een beperkt gebied, is het eerste lid, onderdeel c, niet van toepassing op taxivervoer dat zich niet beperkt tot het gebied waarvoor de vergunning is verleend.
Vervallen
### Artikel 128