diff --git a/amvb/bekostigingsbesluit-wec/BWBR0004259/README.md b/amvb/bekostigingsbesluit-wec/BWBR0004259/README.md index 727674b204f..434b2f440c4 100644 --- a/amvb/bekostigingsbesluit-wec/BWBR0004259/README.md +++ b/amvb/bekostigingsbesluit-wec/BWBR0004259/README.md @@ -22,13 +22,11 @@ Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; wet: Wet op de expertisecentra; -school: een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, b, c, f, h, j, k, m of n, van de wet, dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede volzin, van de wet, tenzij het tegendeel blijkt; +school: een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder f, h, j, k, m of n, van de wet, dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede of derde volzin, van de wet, tenzij het tegendeel blijkt; afdeling: afdeling als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet; -instelling: instelling als bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede volzin, van de wet, tenzij het tegendeel blijkt; - -regionaal expertisecentrum: een regionaal expertisecentrum als bedoeld in artikel 28b van de wet; +instelling: instelling als bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede of derde volzin, van de wet, tenzij het tegendeel blijkt; nevenvestiging: een nevenvestiging als bedoeld in de artikelen 76a en 76b van de wet dan wel een nevenvestiging van een instelling, genoemd in artikel X van de Wet van 31 mei 1995, houdende wijziging van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en van enkele andere wetten inzake samenvoeging van de schoolsoorten onderwijs aan blinde kinderen en onderwijs aan slechtziende kinderen tot de schoolsoort onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen (*Stb.* 1995, 319); @@ -51,9 +49,8 @@ commissie: de commissie, bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de wet; leerling: tenzij anders is bepaald een leerling: -a. die toelaatbaar is verklaard tot een van de onderwijssoorten die door de school worden verzorgd, -b. die toelaatbaar is verklaard tot een andere onderwijssoort dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd en die met toepassing van artikel 76a van de wet bij de school is ingeschreven, of -c. van een residentiële instelling waarmee het bevoegd gezag een overeenkomst als bedoeld in artikel 71c van de wet heeft gesloten; +a. die door een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs toelaatbaar is verklaard tot het speciaal onderwijs respectievelijk het voortgezet speciaal onderwijs, +b. van een inrichting, accommodatie of residentiële instelling als bedoeld in artikel 71c van de wet waarmee het bevoegd gezag een overeenkomst als bedoeld in genoemd artikel van de wet heeft gesloten; leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: leerling: @@ -65,8 +62,6 @@ e. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit een ander ni schooljaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend; -ambulante begeleiding: de begeleiding, bedoeld in artikel 8a, derde lid onder b, van de wet; - lokaal voor motorische therapie: ruimte van 120 m^2 of minder die is bedoeld voor onderwijs in lichamelijke oefening aan leerlingen van 6 jaar en ouder; schoolbad: een bad voor watergewenning of bewegingstherapie; @@ -146,11 +141,8 @@ Het bevoegd gezag geeft binnen twee weken na beslissing tot opheffing van de sch De directeur van een school draagt er zorg voor dat een overzichtelijke administratie van de gegevens van de leerlingen met inbegrip van het gemeenschappelijk rapport, bedoeld in artikel 41, zesde lid, van de wet, en van hun ouders, alsmede van de inschrijving, de uitschrijving en het verzuim van de leerlingen op de school aanwezig is. In deze administratie wordt een onderverdeling gemaakt naar: a. leerlingen van de hoofdvestiging, -b. leerlingen van elk van de nevenvestigingen, -c. leerlingen die toelaatbaar zijn verklaard tot een van de onderwijssoorten die door de school worden verzorgd dan wel tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, van de wet, waartoe de school behoort, -d. leerlingen die zijn toegelaten op basis van de bekostiging, bedoeld in artikel 117, vijfde lid, van de wet, -e. leerlingen die zijn toegelaten op basis van de bekostiging, bedoeld in artikel 117, zevende lid, van de wet en -f. leerlingen, die toelaatbaar zijn verklaard tot een andere onderwijssoort dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd en die op de school zijn ingeschreven met toepassing van artikel 76a van de wet. +b. leerlingen van elk van de nevenvestigingen, en +c. leerlingen die zijn toegelaten op basis van de bekostiging, bedoeld in artikel 117, zesde en zevende lid, van de wet. De directeur draagt er zorg voor dat de volledige administratie op de hoofdvestiging aanwezig is. @@ -212,9 +204,7 @@ c. een schriftelijke verklaring van de ouders of de leerling die meerderjarig en ### Artikel 10a -**1.** Voor 15 oktober zendt het regionaal expertisecentrum aan Onze Minister, een opgave van het aantal leerlingen dat in de periode van 12 maanden direct voorafgaand aan 1 oktober een bevestigende beoordeling van de commissie, bedoeld in artikel 28c, eerste lid, van de wet, heeft ontvangen. - -**2.** Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld op welke wijze de opgave, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan. +Vervallen ### Artikel 10b @@ -256,11 +246,9 @@ Vervallen **1.** Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 februari de bekostiging voor dat jaar voor de scholen vast, gebaseerd op de grondslag, bedoeld in artikel 128, vierde lid, van de wet, met dien verstande dat Onze Minister voor het bepalen van het aantal leerlingen op 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het bekostigingsjaar, de leerlingen in aanmerking neemt van wie het persoonsgebonden nummer tezamen met de in artikel 164a, tweede lid, van de wet bedoelde gegevens uiterlijk op de daarop volgende 1 december zijn opgenomen in het basisregister onderwijs overeenkomstig artikel 164b van de wet, dan wel de leerlingen van wie opgave is gedaan aan Onze Minister overeenkomstig artikel 58a, vierde lid. -**2.** Indien artikel 128, zesde lid, van de wet van toepassing is en indien van de leerlingen die op 16 januari van het bekostigingsjaar op de school staan ingeschreven het persoonsgebonden nummer tezamen met de in artikel 164, tweede lid, van de wet bedoelde gegevens uiterlijk op 16 februari van dat jaar zijn opgenomen in het basisregister onderwijs overeenkomstig artikel 164b van de wet, dan wel van deze leerlingen opgave is gedaan aan Onze Minister overeenkomstig artikel 58a, vierde lid, stelt Onze Minister voor 1 mei de bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor dat jaar nader vast. +**2.** Indien de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 157, vierde lid, van de wet aanleiding geeft tot wijziging van de bekostiging, bedoeld in het eerste lid, stelt Onze Minister voor 1 oktober de bekostiging voor dat jaar nader vast. -**3.** Indien de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 157, vierde lid, van de wet aanleiding geeft tot wijziging van de bekostiging, bedoeld in het eerste of tweede lid, stelt Onze Minister voor 1 oktober de bekostiging voor dat jaar nader vast. - -**4.** Het Rijk verstrekt elke maand van het bekostigingsjaar in verband met de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding aan het bevoegd gezag een twaalfde gedeelte van de bekostiging, bedoeld in het eerste lid, waarop het over dat jaar recht heeft. +**3.** Het Rijk verstrekt elke maand van het bekostigingsjaar in verband met de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding aan het bevoegd gezag een twaalfde gedeelte van de bekostiging, bedoeld in het eerste lid, waarop het over dat jaar recht heeft. ### Artikel 13 @@ -272,29 +260,7 @@ Vervallen ### Artikel 14 -**1.** - -Het normatief bepaalde aantal te huisvesten groepen leerlingen, bedoeld in artikel 128, vierde lid, onder a, en vijfde lid, onder a, van de wet, wordt voor het jaar waarvoor de vergoeding voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding strekt, berekend door het aantal leerlingen van de desbetreffende school en van een of meer daaraan verbonden afdelingen, op 1 oktober van het voorafgaande jaar, dan wel indien artikel 128, zesde lid, van de wet van toepassing is, het aantal leerlingen van de desbetreffende school en afdelingen op 16 januari van dat jaar, te delen door de voor het desbetreffende onderwijs geldende factor N van de onderstaande tabel. - -| | Factor N voor het speciaal onderwijs | Factor N voor het voortgezet speciaal onderwijs | -| --- | --- | --- | -| Aan: | | | -| a. dove kinderen | 6 | 6 | -| b. slechthorende kinderen | 12 | 7 | -| c. kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden die niet tevens behoren tot de onder a of b bedoelde kinderen | 12 | 7 | -| f. lichamelijk gehandicapte kinderen | 12 | 7 | -| h. 1°. langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap | 13 | 7 | -| 2°. langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap | 12 | 7 | -| i. vervallen | | | -| j. zeer moeilijk lerende kinderen | 12 | 7 | -| k. zeer moeilijk opvoedbare kinderen | 12 | 7 | -| l. vervallen | | | -| m. kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten | 12 | 7 | -| n. meervoudig gehandicapte kinderen | 7 *Tenzij bij beschikking van Onze Minister anders is vastgesteld. | 7 *Tenzij bij beschikking van Onze Minister anders is vastgesteld. | - -**2.** Het normatief bepaalde aantal te huisvesten groepen leerlingen, bedoeld in het eerste lid, wordt voor het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, onderscheidenlijk het onderwijs aan een afdeling, afzonderlijk berekend en de uitkomst van de afzonderlijke berekeningen wordt naar boven afgerond op een geheel getal. - -**3.** Voor scholen, waaraan bekostiging als bedoeld in artikel 117, zevende lid, van de wet is toegekend, wordt het aantal leerlingen op basis waarvan die bekostiging is toegekend, voor de toepassing van dit artikel aangemerkt als leerlingen. +Vervallen ### Artikel @@ -437,25 +403,15 @@ Voor de berekening van het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 117, elfde li ### Artikel 35 -**1.** Voor de aanvullende bekostiging voor de schoolleiding, bedoeld in artikel 117, derde lid, van de wet van scholen, niet zijnde instellingen, wordt een bedrag toegekend. +**1.** Voor de aanvullende bekostiging voor de schoolleiding, bedoeld in artikel 117, vierde lid, van de wet van scholen, niet zijnde instellingen, wordt een bedrag toegekend. -**2.** +**2.** De aanvullende bekostiging voor de schoolleiding, bedoeld in artikel 117, vierde lid, van de wet bedraagt voor een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, niet zijnde een school voor meervoudig gehandicapte kinderen, met een aantal leerlingen op de teldatum dat niet hoger is dan 49 respectievelijk hoger is dan 49 een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag. -Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is de uitkomst van de volgens de onderstaande tabel op de school van toepassing zijnde factor, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag. +**3.** De aanvullende bekostiging voor de schoolleiding, bedoeld in artikel 117, vierde lid, van de wet bedraagt voor een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, niet zijnde een school voor meervoudig gehandicapte kinderen, met een aantal leerlingen op de teldatum dat niet hoger is dan 49 respectievelijk hoger is dan 49 een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag. -| Andere onderwijssoorten dan de hiernaast genoemde | Onderwijssoort meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie a+j, b+j f+j of a+blind | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | -| Aantal leerlingen | so of vso | sovso | so of vso | sovso | -| 1 t/m 49 | 1 | 1 | 2 | 2 | -| 50 of meer | 2 | 3 | 2 | 3 | +**4.** De aanvullende bekostiging voor de schoolleiding, bedoeld in artikel 117, vierde lid, van de wet bedraagt voor een school voor speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs voor meervoudig gehandicapte kinderen een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag. -waarbij: - -so = een school voor speciaal onderwijs, - -vso = een school voor voortgezet speciaal onderwijs, - -sovso = een school voor speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. +**5.** De aanvullende bekostiging voor de schoolleiding, bedoeld in artikel 117, vierde lid, van de wet bedraagt voor een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs voor meervoudig gehandicapte kinderen, met een aantal leerlingen op de teldatum dat niet hoger is dan 49 respectievelijk hoger is dan 49 een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag. ### Artikel 36 @@ -484,28 +440,7 @@ b. de bekostiging, bedoeld in onderdeel a, berekend op basis van het aantal leer ### Artikel 38 -**1.** - -Aan het bevoegd gezag van een school, niet zijnde een instelling, wordt aanvullende bekostiging voor personeelskosten toegekend indien het verschil tussen - -a. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar, en -b. het aantal leerlingen op de teldatum, gelijk is aan of groter is dan de kleinste factor N, bedoeld in de tabel in artikel 14 die op de school van toepassing is. - -**2.** - -Indien in het voorafgaande schooljaar toepassing is gegeven aan artikel 37, wordt in afwijking van het eerste lid aanvullende bekostiging voor personeelskosten toegekend indien het verschil tussen - -a. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar, en -b. het aantal leerlingen op 16 januari van het voorafgaande schooljaar gelijk is aan of groter is dan de kleinste factor N, bedoeld in de tabel in artikel 14, die op de school van toepassing is. - -**3.** - -De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt 7/12 deel van de uitkomst van het verschil tussen - -a. de totale personeelsbekostiging, bedoeld in artikel 131 van de wet verminderd met de bekostiging, bedoeld in artikel 35, berekend op grond van het aantal leerlingen op de teldatum, respectievelijk indien het tweede lid van toepassing is, op 16 januari van het voorafgaande schooljaar, en -b. de bekostiging, bedoeld in onderdeel a, berekend op basis van het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar. - -**4.** Aanspraak op de aanvullende bekostiging ingevolge de voorafgaande leden ontstaat met ingang van 1 januari van het schooljaar en wordt betaald in 7 maandelijkse termijnen. +Vervallen ### Artikel 38a @@ -575,7 +510,7 @@ Indien een leerling, die toelaatbaar is verklaard tot een andere onderwijssoort ### Artikel 42 -Voor de berekening van het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 117, elfde lid, onderdeel a en b, van de wet, bedraagt de formatie per leerling tezamen 0,0546 formatieplaats. +Voor de berekening van het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 117, negende lid, onderdelen a en b, van de wet bedraagt in het schooljaar 2014–2015 voor instellingen de formatie leraren, per leerling de formatie die is aangegeven in onderstaande tabel: ## Hoofdstuk VI. Correcties op de bekostiging @@ -607,9 +542,25 @@ c. voor zover het een niet door een gemeente in stand gehouden school betreft, d **3.** Indien het exploitatieoverschot van een niet door een gemeente in stand gehouden school mede is opgebouwd uit uitkeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en geen onderscheid kan worden gemaakt met de baten respectievelijk de lasten als bedoeld in het eerste lid onderdelen a en b, geldt als maatstaf voor de verdeling van eerstbedoeld deel van het exploitatieoverschot tussen Rijk en de desbetreffende gemeente de verhouding tussen het ontvangen bedrag aan bekostiging van het Rijk en het ontvangen bedrag aan uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, van de gemeente in een periode van vijf jaren, voorafgaand aan het jaar van de beëindiging van de bekostiging. De verdeling behoeft de goedkeuring van Onze Minister. +## Hoofdstuk VIII. Tijdelijke landelijke geschillencommissie toelating en verwijdering + ### Artikel 46 -Vervallen +**1.** De geschillencommissie, bedoeld in artikel 44 van de wet, bestaat uit ten minste 7 leden met verschillende deskundigheden. De leden worden benoemd op gezamenlijke bindende voordracht van de landelijke ouderorganisaties, de landelijke patiënten- en gehandicaptenorganisaties en de sectororganisaties. + +**2.** De leden worden benoemd en ontslagen door Onze Minister. + +**3.** De leden worden benoemd voor een periode van 4 jaar en kunnen ten hoogste 2 maal worden herbenoemd. + +**4.** De commissie is zodanig samengesteld dat zij beschikt over (ortho)pedagogische, psychologische, onderwijskundige, maatschappelijke, bestuurlijke, juridische en medische deskundigheid. Voor de behandeling van ieder ingediend geschil kiest de commissie uit haar leden één voorzitter en twee leden. De commissie bepaalt welke samenstelling bij de behandeling van het geschil het meest geschikt is. + +**5.** De leden worden ontslagen indien zij daarom verzoeken. + +**6.** De leden mogen niet deel uitmaken van het bevoegd gezag van een van de scholen die deelnemen aan het samenwerkingsverband of het bevoegd gezag van dat samenwerkingsverband dat betrokken is in het geschil en zij functioneren zonder last of ruggenspraak. + +**7.** De commissie zendt haar oordeel aan het bevoegd gezag en een afschrift van haar oordeel aan de ouders. + +**8.** Het bevoegd gezag van de school die het oordeel van de commissie heeft ontvangen, deelt schriftelijk aan de ouders en aan de commissie mee wat er met het oordeel wordt gedaan. Indien de beslissing van het bevoegd gezag van de school afwijkt van het oordeel van de commissie, wordt in de beslissing de reden voor die afwijking vermeld. ### Artikel 47 @@ -643,7 +594,7 @@ Vervallen Vervallen -## Hoofdstuk VIII. BEGROTING EN FINANCIËLE JAARVERSLAGGEVING INSTELLING +## Hoofdstuk IX. Regionale expertisecentra ### Artikel 55 @@ -653,21 +604,13 @@ Vervallen Vervallen -## Hoofdstuk IX. Regionale expertisecentra - ### Artikel 56a -**1.** De vergoeding voor een regionaal expertisecentrum bedraagt € 27 200 per 8 oktober 2013: € 32.317, vermeerderd met € 9 100 per 8 oktober 2013: € 10.812 voor elke aan het regionaal expertisecentrum deelnemende school en vermeerderd met € 155 per 8 oktober 2013: € 183 voor elke leerling die in de periode van 12 maanden direct voorafgaand aan 1 oktober van het voorafgaande schooljaar een bevestigende beoordeling van de commissie, bedoeld in artikel 28c, eerste lid, van de wet, heeft ontvangen, welk aantal leerlingen wordt verhoogd met 15%. - -**2.** Het Rijk verstrekt elke maand van het schooljaar een twaalfde gedeelte van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid. - -**3.** De bedragen, bedoeld in het eerste lid, worden jaarlijks per 1 augustus, telkens te rekenen met het laatstelijk aangepaste bedrag, bij ministeriële regeling aangepast en wel voor 90% van het bedrag aan de ontwikkeling van de gemiddelde personeelslasten in het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs in het voorafgaande kalenderjaar en voor 10% van het bedrag aan de prijsontwikkeling, overeenkomstig de prijsmutatie van de netto materiële consumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning, die naar verwachting zal optreden tussen het prijsniveau in het jaar voorafgaande aan het jaar waarin het bedrag wordt aangepast, en het jaar waarin het bedrag wordt aangepast. +Vervallen ### Artikel 56b -**1.** Het regionaal expertisecentrum brengt desgevraagd aan Onze Minister verslag uit over zijn werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. - -**2.** Het regionaal expertisecentrum legt jaarlijks voor 1 juli over het voorafgaande kalenderjaar rekening en verantwoording af van het geldelijk beheer en in voorkomend geval van de besteding van formatierekeneenheden, waarbij tevens een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt overgelegd, waaruit blijkt dat de vergoeding is besteed in overeenstemming met de bepalingen van de wet. +Vervallen ## Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen @@ -679,35 +622,205 @@ Met besluiten als bedoeld in artikel 23, tweede lid, worden Onze besluiten inzak **1.** -Voor zover het betreft de gegevens ten behoeve van de afrekeningen van de vergoedingen voor de personele kosten over de jaren voor 1987 wordt artikel 42 vervangen door de artikelen 42 en 42a, luidende als volgt: +De overgangsbekostiging voor personele kosten, bedoeld in artikel XI, eerste en derde lid van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en de financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533) wordt berekend als volgt: -1. Het bevoegd gezag van een school, bedoeld in artikel 33, onderdeel a, verstrekt jaarlijks voor een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip ten behoeve van de vaststelling van de vergoeding, bedoeld in artikel 101 van de wet, zoals luidend op 31 juli 1992, over het voorafgaande jaar aan Onze Minister de gegevens betreffende het personeel. -2. Bij ministeriële regeling wordt voor het verstrekken van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, een formulier vastgesteld. +voor iedere leerling die op 1 oktober voorafgaande aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft, was ingeschreven op een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs of de Wet op het voortgezet onderwijs, voor wie een leerlinggebonden budget beschikbaar was en aan wie de school blijkens de opgave van eerstbedoelde school ambulante begeleiding verleende, wordt een bedrag toegekend volgens onderstaande tabel. -1. Het bevoegd gezag van een school, bedoeld in artikel 33 onderdeel b, verstrekt jaarlijks voor 1 maart ten behoeve van de vaststelling van de vergoeding, bedoeld in artikel 101 van de wet, zoals luidend op 31 juli 1992, over het voorafgaande jaar aan Onze Minister de gegevens betreffende het personeel. -2. Bij ministeriële regeling wordt voor het verstrekken van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, een formulier vastgesteld. +| Toelaatbaar verklaard tot speciaal onderwijs aan/van: | Formatie indien leerling is ingeschreven op een basisschool/speciale school voor basisonderwijs | Bedrag indien leerling is ingeschreven op school voor voortgezet onderwijs prijspeil 1-8-2013 | +| --- | --- | --- | +| Lichamelijk gehandicapte kinderen | 0,0709 | € 4.577,04 | +| Langdurig zieke kinderen met lichamelijk handicap | 0,0709 | € 2.960,16 | +| Zeer moeilijk lerende kinderen | 0,0709 | € 2.960,16 | +| Cluster 4 | 0,0709 | € 2.960,16 | +| Lichamelijk gehandicapt en zeer moeilijk lerend | 0,0709 | € 2.960,16 | **2.** -Tot 1 januari 1989 wordt artikel 42, eerste lid onderdeel c, vervangen door: +De overgangsbekostiging voor materiële instandhouding, bedoeld in artikel XI, tweede en vierde lid van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en de financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533) wordt berekend als volgt: -c. een verklaring van een accountant van de juistheid van de gegevens waarop de vergoedingsbedragen worden gebaseerd. +voor iedere leerling die op 1 oktober voorafgaande aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft was ingeschreven een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs of de Wet op het voortgezet onderwijs, voor wie een leerlinggebonden budget beschikbaar was en aan wie de school blijkens de opgave van eerstbedoelde school ambulante begeleiding verleende, wordt een bedrag toegekend volgens onderstaande tabel. + +| Toelaatbaar verklaard tot speciaal onderwijs aan/van: | Formatie indien leerling is ingeschreven op een basisschool/speciale school voor basisonderwijs (prijspeil 1-8-2013) | Bedrag indien leerling is ingeschreven op school voor voortgezet onderwijs (prijspeil 1-8-2013) | +| --- | --- | --- | +| Lichamelijk gehandicapte kinderen | € 520 | € 429 | +| Langdurig zieke kinderen met lichamelijk handicap | € 468 | € 250 | +| Zeer moeilijk lerende kinderen | € 313 | € 136 | +| Cluster 4 | € 468 | € 250 | +| Lichamelijk gehandicapt en zeer moeilijk lerend | € 468 | € 250 | ### Artikel 58a -**1.** Indien Onze Minister van oordeel is dat een bevoegd gezag voor een of meer van zijn scholen als gevolg van factoren buiten de invloedssfeer van de school niet in staat is om de leerlinggegevens te leveren op de in artikel 164a van de wet bedoelde wijze, kan hij bepalen dat in de periode tot 1 augustus volgend op de datum van inwerkingtreding van dit artikel de levering van gegevens over het aantal leerlingen van de desbetreffende school of scholen ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging, bedoeld in de artikelen 12a, eerste en tweede lid, 29, eerste lid en 37, eerste lid, plaatsvindt op de in het vierde tot en met zevende lid bedoelde wijze. +**1.** -**2.** De verplichting van het bevoegd gezag tot levering van de gegevens over het aantal leerlingen op de in het vierde tot en met zevende lid bedoelde wijze vervalt zodra Onze Minister heeft bepaald dat het bevoegd gezag heeft aangetoond in staat te zijn de leerlinggegevens te leveren op de in artikel 164a van de wet bedoelde wijze. +Indien de bevoegde gezagsorganen van de onderstaande scholen of vestigingen van scholen besluiten die scholen en vestigingen om te zetten in een instelling al dan niet bestaande uit verschillende nevenvestigingen, komen die instelling en nevenvestiging met ingang van 1 augustus 2015 voor bekostiging in aanmerking: -**3.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing zijn op de levering van gegevens over het aantal leerlingen in een of meer schooljaren vanaf 1 augustus volgend op de datum van inwerkingtreding van dit artikel. +Auris Prof. Groenschool te Amersfoort -**4.** Indien het eerste lid van toepassing is, doet het bevoegd gezag ten behoeve van de bekostiging, bedoeld in de artikelen 12a, eerste en tweede lid, 29, eerste lid, en 37, eerste lid, voor de vijftiende dag van elke maand aan Onze Minister een opgave van het aantal leerlingen van de school op de eerste dag van die maand toekomen overeenkomstig het vijfde tot en met zevende lid. +Auris De Kring te Goes -**5.** De opgave, bedoeld in het vierde lid, is onderverdeeld in leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond en overige leerlingen. +Auris College Rotterdam te Rotterdam -**6.** Indien de school een nevenvestiging heeft, is de opgave, bedoeld in het vierde lid, tevens onderverdeeld in de leerlingen van de hoofdvestiging en de leerlingen van elk van de nevenvestigingen. +Auris Hildernisseschool te Rotterdam -**7.** Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld op welke wijze de opgave, bedoeld in het vierde lid, wordt gedaan. +Auris Taalfontein te Rotterdam + +Auris Dr. M. Polanoschool te Rotterdam + +Auris Bertha Muller School te Utrecht + +Auris De Taalkring te Utrecht + +Auris College Utrecht te Utrecht + +Auris Taalkring nevenvestiging Hilversum te Hilversum + +Auris Hildernisseschool nevenvestiging te Gouda + +Auris Ammanschool te Dordrecht + +De Weerklank Leiden te Leiden + +De Weerklank nevenvestiging Alphen a/d Rijn te Alphen aan de Rijn + +De Spreekhoorn te Breda + +De Spreekhoorn nevenvestiging te Tilburg. + +De Spreekhoorn nevenvestiging te Bergen op Zoom + +Prof. van Gilseschool te Haarlem + +Prof. van Gilseschool nevenvestiging Beverwijk te Beverwijk + +Prof. Van Gilseschool nevenvestiging Hoofddorp te Hoofddorp. + +**2.** + +Indien de bevoegde gezagsorganen van de onderstaande scholen of vestigingen van scholen besluiten die scholen en vestigingen om te zetten in een instelling al dan niet bestaande uit verschillende nevenvestigingen, komen die instelling en nevenvestiging met ingang van 1 augustus 2015 voor bekostiging in aanmerking: + +School De Voorde te Zoetermeer + +School De Voorde te Rijswijk + +Kentalis Het Rotsoord te Utrecht + +Kentalis Effatha VSO te Zoetermeer + +Kentalis Effatha SO De Plataan te Zoetermeer + +Kentalis Effatha SO de Tamarinde te Zoetermeer + +Kentalis Effatha VSO De Linde te Zoetermeer + +Kentalis Scholengemeenschap Signis, Jan Sluytersstraat te Amsterdam + +Kentalis Scholengemeenschap Signis, Jan Tooropstraat te Amsterdam + +Kentalis Scholengemeenschap Signis, nevenvestiging te Assendelft + +Kentalis De Stijgbeugel te Arnhem + +Kentalis Dr. P.C.M. Bosschool te Arnhem + +Kentalis Terwindt te Groesbeek + +Kentalis de Marwindt te Nijmegen + +Kentalis Martinus van Beek te Nijmegen + +Kentalis Martinus van Beek nevenvestiging te Oss + +Kentalis Dr. P.C.M. Bosschool te Silvolde + +Kentalis Compas te Sint-Michielsgestel + +Kentalis Rafaël te Sint-Michielsgestel + +Kentalis Talent A te Vught + +Kentalis Talent B te Vught + +Kentalis Mariëlla te Sint-Michielsgestel + +Kentalis De Skelp te Drachten + +Kentalis Tine Marcusschool te Groningen + +Kentalis Tine Marcusschool nevenvestiging te Emmen + +Kentalis Dr. J. de Graafschool te Groningen + +Kentalis Guyotschool voor SO-A te Haren (Gr.) + +Kentalis Guyotschool voor SOVSO-B te Haren (Gr.) + +Kentalis Guyotschool voor SOVSO-B nevenvestiging te Vries (Gr.) + +Kentalis Guyotschool voor VSO te Haren (Gr.) + +Kentalis Enkschool nevenvestiging te Zwolle. + +**3.** + +Indien de bevoegde gezagsorganen van de onderstaande scholen of vestigingen van scholen besluiten die scholen en vestigingen om te zetten in een instelling al dan niet bestaande uit verschillende nevenvestigingen, komen die instelling en nevenvestiging met ingang van 1 augustus 2015 voor bekostiging in aanmerking: + +School De Beemden te Eindhoven + +De Beemden nevenvestiging Venlo te Venlo + +School de Horst te Eindhoven + +De Horst nevenvestiging Venlo te Venlo + +School Ekkersbeek te Eindhoven + +Ekkersbeek nevenvestiging te Sint-Michielsgestel + +Mgr. Hanssenschool te Hoensbroek + +Mgr. Hanssenschool nevenvestiging te Roermond. + +**4.** + +Indien de bevoegde gezagsorganen van de onderstaande scholen of vestigingen van scholen besluiten die scholen en vestigingen om te zetten in een instelling al dan niet bestaande uit verschillende nevenvestigingen, komen die instelling en nevenvestiging met ingang van 1 augustus 2015 voor bekostiging in aanmerking: + +Prof. Huizingschool te Enschede + +Het Maatman te Enschede. + +**5.** + +Indien de bevoegde gezagsorganen van de onderstaande scholen of vestigingen van scholen besluiten die scholen en vestigingen om te zetten in een instelling al dan niet bestaande uit verschillende nevenvestigingen, komen die instelling en nevenvestiging met ingang van 1 augustus 2015 voor bekostiging in aanmerking: + +Alexander Roozendaalschool te Amsterdam + +Alexander Roozendaalschool nevenvestiging Purmerend te Purmerend + +AG Bell te Amsterdam + +Prof. H. Burgerschool te Amsterdam + +Cor Emousschool te ’s-Gravenhage + +Hendrik Mol te Schagen + +Burgemeester de Wildeschool te Schagen + +Burgemeester de Wildeschool nevenvestiging Alkmaar te Alkmaar + +Burgemeester de Wildeschool nevenvestiging Zwaag + +### Artikel 58b + +**1.** Het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs is gehouden om, wanneer een bevoegd gezag of een personeelsorganisatie daarom verzoekt, met dat bevoegd gezag en de personeelsorganisaties een op overeenstemming gericht overleg te voeren over het personeel dat in het derde schooljaar waarin artikel 70a van de Wet op het primair onderwijs is vervallen, nog niet zal zijn herplaatst en dat niet als gevolg van natuurlijk verloop zal zijn uitgestroomd op of voor 1 augustus 2016. + +**2.** Een bevoegd gezag als bedoeld in het eerste lid is het bevoegd gezag van een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of een centrale dienst, waar het personeel in het schooljaar 2014–2015 in dienst is. + +**3.** Het personeel, bedoeld in het eerste lid, is het personeel dat op 1 mei 2012 als ambulant begeleider in dienst was bij een school niet zijnde een instelling als bedoeld in de wet, een regionaal expertisecentrum als bedoeld in de wet of een centrale dienst. + +**4.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van personeel, niet zijnde ambulant begeleiders, dat op 1 mei 2012 is dienst was bij een samenwerkingsverband, een centrale dienst of een regionaal expertisecentrum en dat in het eerste schooljaar waarin artikel 70a van de Wet op het primair onderwijs is vervallen, niet kan worden herplaatst. + +**5.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de rechtspersoon, bedoeld in artikel 170 van de wet voor zover het personeel, bedoeld in het derde of vierde lid, betreft dat in verband met de opheffing van regionale expertisecentra en de beëindiging van de ondersteuningswerkzaamheden bij de samenwerkingsverbanden zoals die bestonden voor 1 augustus 2013, een werkloosheidsuitkering ontvangt. ### Artikel 59 @@ -717,154 +830,6 @@ Het Bekostigingsbesluit ISOVSO (*Stb.* 1985,728) wordt ingetrokken. Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bekostiging WEC. -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel 77e - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel 85 - -Vervallen - -### Artikel 86 - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - ## Bijlage I. Model en voorschriften financiële jaarverslaggeving instellingen behorend bij artikel 56 Vervallen