2025-01-01 | BWBR0002633 | Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968

This commit is contained in:
Coornhert 2025-01-01 12:00:00 +00:00
parent a916989d1e
commit 2c0f77ca6b

View file

@ -236,13 +236,15 @@ Vervallen
**1.** Zodra de belastingplichtige constateert dat hij een aangifte over een tijdvak in de afgelopen vijf kalenderjaren onjuist of onvolledig heeft gedaan waardoor te veel of te weinig belasting is betaald, is hij gehouden alsnog bij wijze van suppletie de juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen te verstrekken.
**2.** De suppletie moet gedaan worden voordat de belastingplichtige weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de desbetreffende onjuistheid of onvolledigheid bekend is of zal worden.
**2.** De suppletie moet gedaan worden voordat de belastingplichtige weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de desbetreffende onjuistheid of onvolledigheid bekend is of zal worden, maar niet later dan acht weken nadat de belastingplichtige de onjuistheid of onvolledigheid heeft geconstateerd.
**3.** De suppletie, bedoeld in het eerste lid, geschiedt zo spoedig mogelijk op de door de inspecteur aangegeven wijze.
**3.** De suppletie, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de door de inspecteur aangegeven wijze.
**4.** Het niet of niet tijdig doen van de suppletie, bedoeld in het eerste lid, en het niet doen van de suppletie op de op grond van het derde lid aangegeven wijze worden aangemerkt als een overtreding.
### Artikel 15a
**5.** De bevoegdheid tot het opleggen van een vergrijpboete op grond van het vierde lid vervalt door verloop van vijf jaren na afloop van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan of de teruggaaf is verleend.
**1.** Het niet of niet tijdig doen van de suppletie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, en het niet doen van de suppletie op de op grond van artikel 15, derde lid, aangegeven wijze worden aangemerkt als een overtreding.
**2.** De bevoegdheid tot het opleggen van een vergrijpboete voor een overtreding als bedoeld in het eerste lid vervalt door verloop van vijf jaren na afloop van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan of de teruggaaf is verleend.
## Hoofdstuk V. Bijzondere regelingen