2018-01-01 | BWBR0033471 | Dagloonbesluit werknemersverzekeringen
This commit is contained in:
parent
8633818e5e
commit
2c298b4883
1 changed files with 22 additions and 18 deletions
|
|
@ -259,10 +259,6 @@ b. de werknemer en de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderd
|
|||
|
||||
**4.** Bij het vaststellen van het Wazo-dagloon van de persoon, wiens aanspraak op uitkering berust op artikel 3:10 van de Wazo eindigt de referteperiode, in afwijking van het eerste lid, op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin de verzekering is geëindigd.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste tot en met vierde lid, vangt de referteperiode niet eerder dan op 1 januari 2016 aan, indien de werknemer op de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken of op de dag van het ontstaan van een recht op uitkering op grond van de Wazo de leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt. Indien de aanvang van de referteperiode daardoor na het einde van de referteperiode, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, ligt, eindigt de referteperiode op 1 januari 2016.
|
||||
|
||||
**6.** Het vijfde en dit lid vervallen met ingang van 1 januari 2018.
|
||||
|
||||
### Artikel 12c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -344,15 +340,6 @@ E staat voor het overeengekomen loon in het aangiftetijdvak waarin de ziekte is
|
|||
|
||||
F staat voor het aantal dagloondagen in het aangiftetijdvak waarin de ziekte is ingetreden of waarin het recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wazo is ontstaan dan wel, indien het een aangiftetijdvak van een maand betreft, voor 21,75.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
D staat, in afwijking van het eerste lid, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek is geworden of waaruit het recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wazo is ontstaan, is aangevangen voor 1 januari 2016, voor:
|
||||
|
||||
a. het aantal dagloondagen vanaf 1 januari 2016 tot en met de laatste dag van de referteperiode indien artikel 12b, vijfde lid, eerste zin, van toepassing is en de tweede zin niet; of
|
||||
b. het aantal dagloondagen vanaf 1 januari 2016 tot de dag waarop de ziekte is ingetreden of waarop het recht op een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wazo is ontstaan, indien artikel 12b, vijfde lid, eerste en tweede zin van toepassing is en A, B en C staan in dat geval, in zoverre in afwijking van artikel 12e, eerste lid, voor het loon respectievelijk de vakantiebijslag genoten in die periode.
|
||||
|
||||
**9.** Het achtste en dit lid vervallen met ingang van 1 januari 2018.
|
||||
|
||||
### Artikel 12f
|
||||
|
||||
**1.** Indien de werknemer in een aangiftetijdvak geen loon of minder loon heeft genoten in verband met verlof of werkstaking of omdat hij de bedongen arbeid niet heeft verricht in verband met ziekte, wordt bij de berekening van het dagloon, bedoeld in 12e, eerste lid, als loon in dat aangiftetijdvak in aanmerking genomen het loon, genoten in dezelfde dienstbetrekking of in de opvolgende dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 12c, derde lid, in het laatste aan dat verlof, die werkstaking of die ziekte, voorafgaande en volledig in de referteperiode gelegen aangiftetijdvak, waarin die omstandigheden zich niet hebben voorgedaan.
|
||||
|
|
@ -575,16 +562,27 @@ In de gevallen waarin de artikelen 48, eerste lid, onderdelen b en c, en 55, eer
|
|||
Dit hoofdstuk is van toepassing op de werknemer:
|
||||
|
||||
a. die recht heeft of heeft gehad op een reguliere WW-uitkering dat is ontstaan op of na 1 juli 2015 en voor 1 december 2016 en die in de periode van een jaar die eindigt op de laatste dag van de tweede kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid is gelegen, geen loon heeft genoten in één of meer kalendermaanden;
|
||||
b. die recht heeft of heeft gehad op een reguliere WW-uitkering dat is ontstaan op of na 1 juli 2015 en voor 1 december 2016, die de wachttijd, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet WIA, heeft doorlopen, die geen recht heeft gekregen op een werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet WIA, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en het ongemaximeerde dagloon op grond van dit hoofdstuk ten minste 2,5% hoger is dan het ongemaximeerde dagloon op grond van hoofdstuk 2.
|
||||
b. die recht heeft of heeft gehad op een reguliere WW-uitkering dat is ontstaan op of na 1 juli 2015 en voor 1 december 2016, die de wachttijd, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet WIA, heeft doorlopen, die geen recht heeft gekregen op een werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet WIA, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en het ongemaximeerde dagloon op grond van dit hoofdstuk ten minste 2,5% hoger is dan het ongemaximeerde dagloon op grond van hoofdstuk 2;
|
||||
c. die recht heeft of heeft gehad op een reguliere WW-uitkering:
|
||||
|
||||
1°. dat is ontstaan op of na 1 juli 2015 en voor 1 december 2016;
|
||||
2°. waarbij op een dag in de kalendermaand waarin het recht op een reguliere WW-uitkering is ontstaan een eerder recht op een reguliere WW-uitkering bestaat; en
|
||||
3°. die in de referteperiode, bedoeld in artikel 22b, derde lid, geen loon heeft genoten in één of meer kalendermaanden;
|
||||
d. die recht heeft of heeft gehad op een reguliere WW-uitkering:
|
||||
|
||||
1°. dat is ontstaan op of na 1 juli 2015 en voor 1 december 2016;
|
||||
2°. die de wachttijd, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet WIA, heeft doorlopen, en die geen recht heeft gekregen op een Wet WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was;
|
||||
3°. het ongemaximeerde dagloon op grond van dit hoofdstuk ten minste 2,5% hoger is dan het ongemaximeerde dagloon op grond van hoofdstuk 2; en
|
||||
4°. waarbij op een dag in de kalendermaand waarin het recht op een reguliere WW-uitkering is ontstaan een eerder recht op een reguliere WW-uitkering bestaat.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid is dit hoofdstuk niet van toepassing op de werknemer:
|
||||
|
||||
a. indien op een dag in de kalendermaand waarin het recht op een reguliere WW-uitkering is ontstaan een eerder recht op een reguliere WW-uitkering bestaat; of
|
||||
a. bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, indien op een dag in de kalendermaand waarin het recht op een reguliere WW-uitkering is ontstaan een eerder recht op een reguliere WW-uitkering bestaat; of
|
||||
b. van wie de WW-uitkering blijvend geheel is geweigerd op grond van artikel 27 van de WW.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is dit hoofdstuk niet van toepassing op de werknemer van wie het ongemaximeerde dagloon op grond van dit hoofdstuk niet meer dan 7% hoger is dan het ongemaximeerde dagloon op grond van hoofdstuk 2.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en c, is dit hoofdstuk niet van toepassing op de werknemer van wie het ongemaximeerde dagloon op grond van dit hoofdstuk niet meer dan 7% hoger is dan het ongemaximeerde dagloon op grond van hoofdstuk 2.
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
|
|
@ -597,7 +595,7 @@ b. *ongemaximeerde dagloon:* het dagloon op grond van hoofdstuk 2 of dit hoofds
|
|||
|
||||
**2.** Het in een aangiftetijdvak genoten loon wordt toegerekend aan de kalendermaand waarin de laatste dag van het aangiftetijdvak ligt.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 4, tweede lid, 5, tweede lid, en 6 zijn niet van toepassing op dit hoofdstuk.
|
||||
**3.** De artikelen 2, tweede lid, 4, tweede lid, 5, tweede lid, en 6 zijn niet van toepassing op dit hoofdstuk.
|
||||
|
||||
### Artikel 22b
|
||||
|
||||
|
|
@ -605,7 +603,13 @@ b. *ongemaximeerde dagloon:* het dagloon op grond van hoofdstuk 2 of dit hoofds
|
|||
|
||||
**2.** Het dagloon van de uitkering van de werknemer, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel b, is de uitkomst van de berekening, bedoeld in artikel 5, eerste lid, vermenigvuldigd met 1,0291, met dien verstande dat onder de referteperiode wordt verstaan de periode van een jaar die eindigt op de laatste dag van de vijfentwintigste kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid is gelegen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de vaststelling van het dagloon op grond van dit hoofdstuk wordt artikel 25 toegepast.
|
||||
**3.** Het dagloon van de uitkering van de werknemer, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel c, is de uitkomst van de berekening, bedoeld in artikel 5, eerste lid, vermenigvuldigd met 1,0097, met dien verstande dat onder de referteperiode wordt verstaan de periode, bedoeld in het eerste lid, tenzij in die periode een eerder recht op een reguliere WW-uitkering bestaat. De referteperiode begint dan op de eerste dag van werkloosheid van dat eerdere recht en eindigt op de laatste dag van de tweede kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid van het latere recht is ingetreden. Indien de eerste dag van werkloosheid van het eerdere recht is gelegen na de eerste dag van een kalendermaand, begint de referteperiode, in afwijking van de vorige volzin, op de eerste dag van de kalendermaand na de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid van het eerdere recht ligt.
|
||||
|
||||
**4.** Het dagloon van de uitkering van de werknemer, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel d, is de uitkomst van de berekening, bedoeld in artikel 5, eerste lid, vermenigvuldigd met 1,035, met dien verstande dat onder de referteperiode wordt verstaan de periode, bedoeld in het tweede lid, tenzij in die periode een eerder recht op een reguliere WW-uitkering bestaat. De referteperiode begint dan op de eerste dag van werkloosheid van dat eerdere recht en eindigt het op de laatste dag van de vijfentwintigste kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid is gelegen van het latere recht. Indien de eerste dag van werkloosheid van het eerdere recht is gelegen na de eerste dag van een kalendermaand, begint de referteperiode, in afwijking van de vorige volzin, op de eerste dag van de kalendermaand na de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid van het eerdere recht ligt.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de vaststelling van het dagloon op grond van dit hoofdstuk wordt artikel 25 toegepast.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het derde en vierde lid wordt het dagloon van de uitkering van de werknemer, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdelen c en d, berekend op grond van artikel 5, zevende lid, indien er geen dagloondagen op grond van het derde lid in de referteperiode van het recht liggen.
|
||||
|
||||
### Artikel 22c
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue