2002-12-20 | BWBR0006516 | Besluit algemene rechtspositie politie

This commit is contained in:
Coornhert 2002-12-20 12:00:00 +00:00
parent c3937ee9f5
commit 2c6f005c75

View file

@ -411,7 +411,7 @@ De periode van non-activiteit bedraagt ten hoogste 21 maanden op basis van het v
**10.** Het bevoegd gezag kan de in artikel 26, eerste lid, bedoelde vergoeding toekennen op het moment dat de periode van non-activiteit ingaat dan wel op het moment dat het verlof of de vakantie, bedoeld in het zesde lid, ingaat.
**11.** Het tiende lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het moment van toekennen van de gratificatie, bedoeld in artikel 75, derde lid.
**11.** Het tiende lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het moment van toekennen van de gratificatie, bedoeld in artikel 75, vierde lid.
### Artikel 13c
@ -471,7 +471,9 @@ De volgens artikel 17 vastgestelde aanspraak op vakantie wordt, afhankelijk van
| van 55 tot en met 59 jaar | 21,6 uren |
| 60 jaar en ouder | 28,8 uren |
**2.** De verhoging, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de ambtenaar die op grond van artikel 13*a* zijn gemiddelde arbeidstijd per week vermindert.
**2.** De ambtenaar wiens arbeidstijd met toepassing van artikel 13a is verminderd, heeft aanspraak op een verhoging als bedoeld in het eerste lid, naar de mate waarin zijn arbeidstijd met een lager percentage is verminderd dan het bij zijn leeftijd behorende percentage, genoemd in artikel 13a, eerste lid.
**3.** De ingevolge het tweede lid tot stand gekomen verhoging wordt rekenkundig afgerond op tienden van uren.
### Artikel 19
@ -781,7 +783,11 @@ f. een niet-inwonend kind van de echtgenote of echtgenoot.
**5.** Het bevoegd gezag kan achteraf van de ambtenaar verlangen dat hij aannemelijk maakt dat hij zijn arbeid niet heeft verricht in verband met de noodzakelijke verzorging, bedoeld in het eerste en tweede lid. Indien de ambtenaar daar redelijkerwijs niet in slaagt, kunnen de opgenomen uren in mindering worden gebracht op het vakantieverlof.
**6.** Voor de toepassing van dit artikel is artikel 37, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
**6.** Indien de ambtenaar aan wie verlof is verleend, gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop, een inhouding op de bezoldiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, toegepast die overeenkomt met het bedrag van deze financiële tegemoetkoming.
**7.** Indien aan de gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming als bedoeld in het zesde lid is voldaan maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, kan het bevoegde gezag het zesde lid op overeenkomstige wijze toepassen, mits de ambtenaar schriftelijk is gewezen op de mogelijkheid van het indienen van een aanvraag. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend.
**8.** Voor de toepassing van dit artikel is artikel 37, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 41
@ -817,6 +823,10 @@ f. een niet-inwonend kind van de echtgenote of echtgenoot.
**4.** De ambtenaar meldt aan het bevoegd gezag het verlof in verband met adoptie uiterlijk drie weken voor de dag van ingang van het verlof onder opgave van de omvang van het verlof. Bij de melding worden documenten gevoegd waaruit blijkt dat een kind ter adoptie is of zal worden opgenomen.
**5.** Indien de ambtenaar aan wie verlof is verleend, gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, toegepast die overeenkomt met het bedrag van deze financiële tegemoetkoming.
**6.** Indien aan de gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming als bedoeld in het vijfde lid is voldaan maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, kan het bevoegde gezag het vijfde lid op overeenkomstige wijze toepassen, mits de ambtenaar schriftelijk is gewezen op de mogelijkheid van het indienen van een aanvraag. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend.
### Paragraaf 3. Buitengewoon verlof van lange duur
### Artikel 42
@ -1345,10 +1355,10 @@ b. de uitvoering van de politietaak, wordt met ingang van de eerste dag van de m
**1.**
Aan de ambtenaar die op 1 januari 2001 50 jaar of ouder was en die op 12 maart 1999 en op 31 december 2000 was aangesteld voor
Aan de ambtenaar die op 1 januari 2001 jonger was dan 50 jaar en die op 12 maart 1999 en op 31 december 2000 was aangesteld voor
a. de uitvoering van technische administratieve en andere taken ten dienste van de politie in een door het bevoegd gezag aangewezen functie waaraan bij door Onze Minister gestelde regels tot 1 januari 2001 een leeftijdsgrens was verbonden, of
b. de uitvoering van de politietaak, en die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van het AFUP-opbouwreglement, wordt eervol ontslag verleend indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel alsmede het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na dat te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering op grond van het AFUP-opbouwreglement.
b. de uitvoering van de politietaak, en die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van het AFUP-opbouwreglement, wordt eervol ontslag verleend indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel alsmede het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na dat te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering op grond van het AFUP-opbouwreglement. Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht op de ingevolge de eerste volzin bedoelde uitkering ontstaat.
**2.** De ambtenaar aan wie op grond van het eerste lid ontslag is verleend, heeft recht op een aanvulling op de uitkering op grond van het AFUP-opbouwreglement overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels.