diff --git a/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md b/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md index 9a697d496ce..4eee042df69 100644 --- a/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md +++ b/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md @@ -96,13 +96,13 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt als studerende aangemerkt d a. die studiefinanciering ontvangt op grond van de Wet studiefinanciering 2000; b. die een financiële voorziening ontvangt als bedoeld in artikel 7.51, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; -c. die een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten ontvangt op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; +c. die een tegemoetkoming ontvangt op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; d. voor wie de verzekerde in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet kinderbijslag ontvangt op grond van artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van die wet; -e. die, hoewel hij niet op grond van de onderdelen *a* tot en met *d* als studerende wordt aangemerkt, niettemin in verband met onderwijs of een beroepsopleiding lessen of stages volgt gedurende gemiddeld ten minste 213 klokuren per kwartaal, voor zolang hij de leeftijd van 30 jaar nog niet heeft bereikt. +e. die, hoewel hij niet op grond van de onderdelen a tot en met d als studerende wordt aangemerkt, niettemin in verband met onderwijs of een beroepsopleiding lessen of stages volgt gedurende gemiddeld ten minste 213 klokuren per kwartaal, voor zolang hij de leeftijd van 30 jaar nog niet heeft bereikt. **2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ook andere dan de in het eerste lid bedoelde personen als studerende worden aangemerkt. -**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere en zonodig afwijkende regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid, onderdeel *e*. +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere en zonodig afwijkende regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid, onderdeel e. ## Hoofdstuk 2. Werk en arbeidsondersteuning @@ -649,13 +649,16 @@ b. geen noodzakelijke persoonlijke ondersteuning meer geniet als bedoeld in het **1.** -In afwijking van de artikelen 2:40, 2:41 en 2:42 ontvangt de jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning, inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 2:44 wanneer hij: +In afwijking van de artikelen 2:40, 2:41 en 2:42 ontvangt de jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning, inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 2:44: -a. aanspraak heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000, -b. aanspraak heeft op een financiële voorziening als bedoeld in artikel 7.51, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of -c. recht heeft op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. +a. indien hij aanspraak heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000; +b. indien hij aanspraak heeft op een financiële voorziening als bedoeld in artikel 7.51, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; +c. indien hij aanspraak heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; of +d. indien de verzekerde in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet voor hem aanspraak heeft op kinderbijslag op grond van artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van die wet. -**2.** De artikelen 2:31, eerste lid, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, 2:32 en 2:39, tweede, derde en vierde lid, zijn tot een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip niet van toepassing op de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid. +**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de jonggehandicapte door zijn handelen of nalaten geen aanspraak heeft als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, dan wel door handelen of nalaten van de jonggehandicapte of verzekerde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, deze verzekerde geen aanspraak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, heeft. + +**3.** De artikelen 2:31, eerste lid, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, 2:32 en 2:39, tweede, derde en vierde lid, zijn tot een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip niet van toepassing op de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 2:44