2009-12-02 | BWBR0020554 | Meetinstrumentenbesluit II
This commit is contained in:
parent
2b3bd60dba
commit
2c9a767c93
1 changed files with 9 additions and 9 deletions
|
|
@ -18,7 +18,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
a. wet: Metrologiewet;
|
||||
b. richtlijn meetinstrumenten: richtlijn nr. 2004/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 betreffende meetinstrumenten (PbEU L 135);
|
||||
c. kaderrichtlijn: richtlijn 71/316/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juli 1971 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende voor meetmiddelen en metrologische controlemethoden geldende algemene bepalingen (PbEG L 202);
|
||||
c. *kaderrichtlijn:* richtlijn nr. 2009/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 betreffende voor meetmiddelen en metrologische controlemethoden geldende algemene bepalingen (PbEU L 106);
|
||||
d. richtlijn inzake tapmaten: richtlijn 75/107/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 december 1974 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake flessen gebruikt als tapmaat (PbEG L 42);
|
||||
e. richtlijn inzake scheepstanks: richtlijn 71/349/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1971 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake de inhoudsbepaling van scheepstanks (PbEG L 239);
|
||||
f. richtlijn inzake gewichten voor gewone weging: richtlijn 71/317/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juli 1971 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake blikvormige gewichten voor gewone weging van 5 tot 50 kilogram en cilindrische gewichten voor gewone weging van 1 gram tot 10 kilogram (PbEG L 202);
|
||||
|
|
@ -30,7 +30,7 @@ k. richtlijn inzake koudwatermeters: richtlijn 75/33/EEG van de Raad van de Euro
|
|||
l. bijzondere richtlijn: richtlijn als bedoeld in de onderdelen d tot en met k;
|
||||
m. fabrikant: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de overeenstemming van het meetinstrument met de bij of krachtens de wet gestelde eisen aan het instrument voordat het in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen;
|
||||
n beoordelingsprocedurebijlage: bijlage B, D, E, F of G bij de richtlijn meetinstrumenten;
|
||||
o. EEG-ijkmarkering: markering als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van de kaderrichtlijn, het teken, bedoeld in artikel 11 van de kaderrichtlijn en in de bijzondere richtlijnen opgenomen markeringen;
|
||||
o. EG-ijkmarkering: markering als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van de kaderrichtlijn, het teken, bedoeld in artikel 11 van de kaderrichtlijn en in de bijzondere richtlijnen opgenomen markeringen;
|
||||
p. Nederlandse metrologische markering: markering als bedoeld in artikel 18.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. meettaken ten behoeve van een specifieke toepassing
|
||||
|
|
@ -75,7 +75,7 @@ e. brandstofmeetinstallaties met een in artikel 3, onderdeel d, bedoelde taak.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Meetinstrumenten als bedoeld in de onderdelen a tot en met f voldoen ten behoeve van de verkrijging van een EEG-ijkmarkering aan de toepasselijke in de bij het meetinstrument vermelde bijzondere richtlijn gestelde eisen:
|
||||
Meetinstrumenten als bedoeld in de onderdelen a tot en met f voldoen ten behoeve van de verkrijging van een EG-ijkmarkering aan de toepasselijke in de bij het meetinstrument vermelde bijzondere richtlijn gestelde eisen:
|
||||
|
||||
a. scheepstanks: richtlijn inzake scheepstanks;
|
||||
b. gewichten voor gewone weging: richtlijn inzake gewichten voor gewone weging;
|
||||
|
|
@ -84,7 +84,7 @@ d. manometers voor luchtbanden van automobielen: richtlijn inzake manometers;
|
|||
e. koudwatermeters voor ander dan huishoudelijk, handels- en lichtindustrieel gebruik: richtlijn inzake koudwatermeters;
|
||||
f. tapmaten: richtlijn inzake tapmaten.
|
||||
|
||||
**2.** Het is verboden de in het eerste lid bedoelde meetinstrumenten, voorzien van een EEG-ijkmarkering, in de handel te brengen, in gebruik te nemen of verder te verhandelen, indien zij niet aan de in het eerste lid bedoelde eisen voldoen.
|
||||
**2.** Het is verboden de in het eerste lid bedoelde meetinstrumenten, voorzien van een EG-ijkmarkering, in de handel te brengen, in gebruik te nemen of verder te verhandelen, indien zij niet aan de in het eerste lid bedoelde eisen voldoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
@ -102,7 +102,7 @@ Voorzover de bijzondere richtlijn voorschriften bevat ten aanzien van een hulpin
|
|||
|
||||
**1.** Een meetinstrument als bedoeld in artikel 4 of artikel 6 ondergaat een overeenstemmingsbeoordeling overeenkomstig de toepasselijke voorschriften van de kaderrichtlijn en van de bijzondere richtlijn die in artikel 4 onderscheidenlijk artikel 6 bij het desbetreffende meetinstrument is vermeld.
|
||||
|
||||
**2.** De overeenstemmingsbeoordeling bestaat uit de EEG-modelgoedkeuring, bedoeld in artikel 2 van de kaderrichtlijn, en de in artikel 8 van die richtlijn bedoelde eerste EEG-ijk, tenzij de bijzondere richtlijn anders voorschrijft.
|
||||
**2.** De overeenstemmingsbeoordeling bestaat uit de EG-modelgoedkeuring, bedoeld in artikel 2 van de kaderrichtlijn, en de in artikel 8 van die richtlijn bedoelde eerste EG-ijk, tenzij de bijzondere richtlijn anders voorschrijft.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -128,7 +128,7 @@ De meetinstrumenten, bedoeld in artikel 5, ondergaan naar keuze van de fabrikant
|
|||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** De taken van de Lid-Staat, bedoeld in de artikelen 2, tweede, vierde en vijfde lid, 4, 7, eerste en tweede lid, 8, tweede lid, 9 en bijlage I van de kaderrichtlijn, worden in het kader van een overeenstemmingsbeoordeling als bedoeld in artikel 9 uitgevoerd door de aangewezen instantie.
|
||||
**1.** De taken van de Lid-Staat, bedoeld in de artikelen 2, eerste, derde en vijfde lid, 4, 7, eerste en tweede lid, 8, derde lid, 9 en bijlage I van de kaderrichtlijn, worden in het kader van een overeenstemmingsbeoordeling als bedoeld in artikel 9 uitgevoerd door de aangewezen instantie.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de toepassing van bijlage I, onderdelen 2, 3 en 4 en bijlage II, onderdelen 2 en 3, van de kaderrichtlijn wordt de aangewezen instantie aangemerkt als dienst van het ijkwezen of als ijkdienst.
|
||||
|
||||
|
|
@ -153,7 +153,7 @@ De keuring, bedoeld in artikel 11, wordt verricht door een aangewezen instantie
|
|||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** De overeenstemming van een in de handel te brengen of in gebruik te nemen meetinstrument als bedoeld in artikel 4 of artikel 6 met de bij of krachtens de wet gestelde eisen blijkt uit de EEG-ijkmarkering, aangebracht overeenkomstig de voorschriften van de kaderrichtlijn en van de in die artikelen bij het meetinstrument vermelde richtlijn.
|
||||
**1.** De overeenstemming van een in de handel te brengen of in gebruik te nemen meetinstrument als bedoeld in artikel 4 of artikel 6 met de bij of krachtens de wet gestelde eisen blijkt uit de EG-ijkmarkering, aangebracht overeenkomstig de voorschriften van de kaderrichtlijn en van de in die artikelen bij het meetinstrument vermelde richtlijn.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde markering, alsmede andere in de richtlijn aangegeven opschriften worden aangebracht door de aangewezen instantie of onder diens verantwoordelijkheid, dan wel voorzover de kaderrichtlijn of de toepasselijke richtlijn daarin voorziet, door de fabrikant of diens gemachtigde.
|
||||
|
||||
|
|
@ -179,13 +179,13 @@ De keuring, bedoeld in artikel 11, wordt verricht door een aangewezen instantie
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ten aanzien van een EEG-modelgoedkeuring van beperkte strekking als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de kaderrichtlijn.
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ten aanzien van een EG-modelgoedkeuring van beperkte strekking als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de kaderrichtlijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Indien artikel 7, eerste of tweede lid, van de kaderrichtlijn van toepassing is, stelt de aangewezen instantie Onze Minister in kennis van haar bevindingen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien zich een situatie als bedoeld in artikel 7, tweede of derde lid, van de kaderrichtlijn voordoet, kan Onze Minister de aangewezen instantie die de modelgoedkeuring heeft verleend, opdragen de EEG-modelgoedkeuring in te trekken.
|
||||
**2.** Indien zich een situatie als bedoeld in artikel 7, tweede of derde lid, van de kaderrichtlijn voordoet, kan Onze Minister de aangewezen instantie die de modelgoedkeuring heeft verleend, opdragen de EG-modelgoedkeuring in te trekken.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue