diff --git a/amvb/besluit-bijzondere-prudentiële-maatregelen-beleggerscompensatie-en-depositogaran/BWBR0020414/README.md b/amvb/besluit-bijzondere-prudentiële-maatregelen-beleggerscompensatie-en-depositogaran/BWBR0020414/README.md index f1d241040ec..a4224d65d69 100644 --- a/amvb/besluit-bijzondere-prudentiële-maatregelen-beleggerscompensatie-en-depositogaran/BWBR0020414/README.md +++ b/amvb/besluit-bijzondere-prudentiële-maatregelen-beleggerscompensatie-en-depositogaran/BWBR0020414/README.md @@ -18,7 +18,7 @@ citeertitel: Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie e In dit besluit wordt verstaan onder: -a. * gedelegeerde verordening bijdragen afwikkelingsfonds:* gedelegeerde verordening (EU) 2015/63 van de Commissie van 21 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van wat de vooraf te betalen bijdragen aan afwikkelingsfinancieringsregelingen betreft (PbEU 2015, L 11); +a. * gedelegeerde verordening bijdragen afwikkelingsfonds:* gedelegeerde verordening (EU) 2015/63 van de Commissie van 21 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van wat de vooraf te betalen bijdragen aan afwikkelingsfinancieringsregelingen betreft (PbEU 2015, L 11); b. groep banken of groep financiële ondernemingen: twee of meer banken onderscheidenlijk financiële ondernemingen die met elkaar zijn verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur; c. wet: Wet op het financieel toezicht. @@ -215,7 +215,7 @@ c. nodig is om het doel te verwezenlijken waartoe de overbruggingsonderneming bi ### Artikel 7h -**1.** De Nederlandsche Bank heft de periodieke bijdragen, bedoeld in artikel 3A:71, eerste lid, van de wet, tot 1 januari 2025, onverminderd het vierde lid. +**1.** De Nederlandsche Bank heft de periodieke bijdragen, bedoeld in artikel 3A:71, eerste lid, van de wet, tot 1 januari 2025, onverminderd het vierde lid. **2.** Op het vaststellen van de hoogten van de periodieke bijdragen van beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 3A:71, eerste lid, onderdeel a, van de wet, is artikel 20, vijfde lid, eerste zin, van de gedelegeerde verordening bijdragen Afwikkelingsfonds van toepassing. Voor zover de totale waarde aan passiva minus eigen vermogen groter is dan 300.000.000 euro, wordt de hoogte van de bijdrage vermeerderd overeenkomstig het derde lid, onderdeel b, onder 1° en 2°. @@ -259,7 +259,7 @@ Op een waardering als bedoeld in artikel 3A:89 van de wet, die tot doel heeft al **2.** Op een waardering als bedoeld in artikel 3A:89 van de wet die tot doel heeft als grondslag te dienen voor het besluit tot toepassing van een of meer afwikkelingsinstrumenten en voor de vaststelling door de Nederlandsche Bank van de na toepassing van de afwikkelingsinstrumenten vereiste solvabiliteit zijn de regels gesteld bij of krachtens de artikelen 3:53, 3:57, 3:67 en 3:69a van de wet van overeenkomstige toepassing. -**3.** Bij de vaststelling van de vereiste solvabiliteit, bedoeld in het tweede lid, neemt de Nederlandsche Bank tevens de uitkomsten in acht van een actualisering van de kwantitatieve onderdelen van de beoordeling van het risico en de solvabiliteit, bedoeld in artikel 306, onderdeel d, van de verordening (EU) nr. 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2015, L12). +**3.** Bij de vaststelling van de vereiste solvabiliteit, bedoeld in het tweede lid, neemt de Nederlandsche Bank tevens de uitkomsten in acht van een actualisering van de kwantitatieve onderdelen van de beoordeling van het risico en de solvabiliteit, bedoeld in artikel 306, onderdeel d, van de verordening (EU) nr. 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2015, L12). ### Artikel 7jc @@ -284,7 +284,7 @@ c. een onzeker voorval waarop de overeenkomst van verzekering betrekking heeft z **1.** Bij de vaststelling van de hoogte van de bijdragen, bedoeld in artikel 3A:138, tweede lid, van de wet wordt dezelfde procentuele verdeling gebruikt als in bijlage V van de Wet bekostiging financieel toezicht. -**2.** Voor de vaststelling van de omvang van de technische voorzieningen is de peildatum 31 december van het voorafgaande kalenderjaar. +**2.** Voor de vaststelling van de omvang van de technische voorzieningen is de peildatum 31 december van het voorafgaande kalenderjaar. **3.** De Nederlandsche Bank kan de betaling van bijdragen door een verzekeraar voor ten hoogste twaalf maanden geheel of gedeeltelijk opschorten indien de Nederlandsche Bank van oordeel is dat betaling daarvan de liquiditeit of de solvabiliteit van de betrokken verzekeraar zou bedreigen. Deze termijn kan met telkens met 12 maanden worden verlengd. @@ -304,7 +304,7 @@ Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt ve - *Depositogarantiefonds:* het Depositogarantiefonds, bedoeld in artikel 3:259a, eerste lid, van de wet; - *depositogarantiestelsel:* het depositogarantiestelsel, bedoeld in artikel 3:259, tweede lid, van de wet; - *gegarandeerd deposito:* een deposito voor zover dat gegarandeerd wordt uit hoofde van het depositogarantiestelsel; -- *uitvoeringsverordening rapportage kapitaalvereisten:* Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie van 16 april 2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor wat betreft de rapportage aan de toezichthoudende autoriteit door instellingen overeenkomstig verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014, L 191). +- *uitvoeringsverordening rapportage kapitaalvereisten:* Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie van 16 april 2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor wat betreft de rapportage aan de toezichthoudende autoriteit door instellingen overeenkomstig verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014, L 191). **2.** Een wijziging van de richtlijn depositogarantiestelsels gaat voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen gelden met ingang van de datum waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. @@ -374,7 +374,7 @@ b. financiële instrumenten terug te geven die door haar voor personen als bedoe Het bedrag dat ingevolge het beleggerscompensatiestelsel wordt uitgekeerd als gevolg van betalingsonmacht van een financiële onderneming die geen bank is, wordt als volgt aan de Nederlandsche Bank vergoed: a. ten laste van het compensatiefonds, bedoeld in artikel 16, eerste lid, tot een bedrag dat gelijk is aan de in het fonds aanwezige middelen; -b. door de financiële ondernemingen, bedoeld in artikel 8, die geen bank zijn: het meerdere, met inachtneming van artikel 14, tot een maximum van € 11,3 miljoen. +b. door de financiële ondernemingen, bedoeld in artikel 8, die geen bank zijn: het meerdere, met inachtneming van artikel 14, tot een maximum van € 11,3 miljoen. **2.** Het na de toepassing van het eerste lid, eventueel resterende bedrag wordt met inachtneming van artikel 15 vergoed door de financiële ondernemingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid. @@ -421,9 +421,9 @@ b. een variabel bedrag dat wordt verkregen door het omslagpercentage, bedoeld in **3.** Wijziging van de statuten behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Onze Minister kan goedkeuring weigeren in het belang van een goede uitvoering van het beleggerscompensatiestelsel of wegens onverenigbaarheid van de gewijzigde statuten met de wet of dit besluit. -**4.** Het compensatiefonds wordt gevormd door bijdragen van de financiële ondernemingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, die geen bank zijn en heeft een doelvermogen van € 11,3 miljoen. +**4.** Het compensatiefonds wordt gevormd door bijdragen van de financiële ondernemingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, die geen bank zijn en heeft een doelvermogen van € 11,3 miljoen. -**5.** De Nederlandsche Bank stelt periodiek, na overleg met representatieve vertegenwoordigingen, de omvang van de noodzakelijk geachte totale bijdrage aan het compensatiefonds vast. Indien het doelvermogen van het compensatiefonds niet is bereikt, bedraagt de omvang van de totale bijdrage aan het compensatiefonds jaarlijks ten minste € 750.000. Wanneer de Nederlandsche Bank, na overleg met representatieve vertegenwoordigingen, besluit tot een verhoging van de bijdrage, wordt deze verhoging ineens opgelegd of over een door haar te bepalen periode gespreid. De door de Nederlandsche Bank vastgestelde totale bijdrage wordt over de in het vierde lid bedoelde financiële ondernemingen omgeslagen. +**5.** De Nederlandsche Bank stelt periodiek, na overleg met representatieve vertegenwoordigingen, de omvang van de noodzakelijk geachte totale bijdrage aan het compensatiefonds vast. Indien het doelvermogen van het compensatiefonds niet is bereikt, bedraagt de omvang van de totale bijdrage aan het compensatiefonds jaarlijks ten minste € 750.000. Wanneer de Nederlandsche Bank, na overleg met representatieve vertegenwoordigingen, besluit tot een verhoging van de bijdrage, wordt deze verhoging ineens opgelegd of over een door haar te bepalen periode gespreid. De door de Nederlandsche Bank vastgestelde totale bijdrage wordt over de in het vierde lid bedoelde financiële ondernemingen omgeslagen. **6.** Onverminderd het hiervoor bepaalde, wordt bij het bepalen van de omvang van de totale bijdrage een voor alle in het vierde lid bedoelde financiële ondernemingen gelijke heffing vastgesteld, vermeerderd met een variabel bedrag dat voor de afzonderlijke financiële ondernemingen wordt berekend naar rato van het aantal personen wier vorderingen ingevolge artikel 9 voor voldoening in aanmerking komen per financiële onderneming. Artikel 14, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. @@ -494,7 +494,7 @@ b. de personen, bedoeld in artikel 9, binnen vijf maanden na de datum van de bek **3.** Bij het vaststellen van de waarde van een vastgestelde vordering houdt de Nederlandsche Bank rekening met mogelijke bevoegdheden om die vordering en andere vorderingen onderling op grond van de wet of overeenkomst te verrekenen. -**4.** Voor voldoening komen in aanmerking vorderingen tot maximaal € 20.000 per persoon als bedoeld in artikel 9 per betalingsonmachtige financiële onderneming. +**4.** Voor voldoening komen in aanmerking vorderingen tot maximaal € 20.000 per persoon als bedoeld in artikel 9 per betalingsonmachtige financiële onderneming. **5.** Tenzij contractueel is bepaald dat de personen, bedoeld in artikel 9, onderdeel b, in een andere verhouding gerechtigd zijn tot de vorderingen, ontvangen zij ieder een vergoeding ter grootte van een evenredig deel van het totaal van de vastgestelde vorderingen met inachtneming van hetgeen in het tweede lid is bepaald. @@ -559,13 +559,13 @@ e. bankspaardeposito’s eigen woning, voor zover deze ingevolge artikel 3:265d ### Artikel 29.02 -**1.** Ingevolge het depositogarantiestelsel zijn deposito’s als bedoeld in artikel 29.01 gegarandeerd tot een bedrag van € 100.000 per depositohouder per bank. +**1.** Ingevolge het depositogarantiestelsel zijn deposito’s als bedoeld in artikel 29.01 gegarandeerd tot een bedrag van € 100.000 per depositohouder per bank. **2.** Ingeval van een gezamenlijke rekening geldt de garantie voor elk van de depositohouders afzonderlijk voor een evenredig aandeel in het deposito, tenzij contractueel anders is bepaald. **3.** Indien een depositohouder een deposito aanhoudt op eigen naam doch ten behoeve van een derde krachtens overeenkomst of wettelijk voorschrift, geldt de garantie voor deze derde en wordt deze voor de toepassing van deze paragraaf als depositohouder aangemerkt, mits diens identiteit kan worden vastgesteld voorafgaand aan de datum van de beslissing van de Nederlandsche Bank of van de gerechtelijke uitspraak, bedoeld in artikel 3:260, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de wet. -**4.** Onverminderd het eerste lid, is een deposito voor zover dat direct verband houdt met de nakoming van een koopovereenkomst die betrekking heeft op een eigen woning in de zin van artikel 3.111 van de Wet inkomstenbelasting 2001 gegarandeerd tot een bedrag van € 500.000 per depositohouder per bank. Deze garantie geldt gedurende drie maanden na storting van het deposito. +**4.** Onverminderd het eerste lid, is een deposito voor zover dat direct verband houdt met de nakoming van een koopovereenkomst die betrekking heeft op een eigen woning in de zin van artikel 3.111 van de Wet inkomstenbelasting 2001 gegarandeerd tot een bedrag van € 500.000 per depositohouder per bank. Deze garantie geldt gedurende drie maanden na storting van het deposito. ### Artikel 29.03 @@ -591,10 +591,10 @@ e. bankspaardeposito’s eigen woning, voor zover deze ingevolge artikel 3:265d Behoudens de in het vierde en vijfde lid genoemde gevallen, wordt een vergoeding toegekend en beschikbaar gemaakt voor uitkering binnen de volgende termijn te rekenen vanaf de datum van de beslissing van de Nederlandsche Bank of van de gerechtelijke uitspraak, bedoeld in artikel 3:260, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de wet: -a. tot en met 31 december 2018: binnen twintig werkdagen; -b. vanaf 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020: binnen vijftien werkdagen; -c. vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023: binnen tien werkdagen; -d. vanaf 1 januari 2024: binnen zeven werkdagen. +a. tot en met 31 december 2018: binnen twintig werkdagen; +b. vanaf 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020: binnen vijftien werkdagen; +c. vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023: binnen tien werkdagen; +d. vanaf 1 januari 2024: binnen zeven werkdagen. **4.** In afwijking van het derde lid geldt voor het toekennen en beschikbaar maken voor uitkering van een vergoeding aan een derde als bedoeld in artikel 29.02, derde lid, een termijn van drie maanden na de datum van de beslissing van de Nederlandsche Bank of van de gerechtelijke uitspraak, bedoeld in artikel 3:260, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de wet. @@ -718,7 +718,7 @@ b. het uitkeren van het bedrag dat ingevolge artikel 3:265e van de wet ten laste ### Artikel 29.16 -**1.** Voor het vaststellen van de ingevolge deze paragraaf door een bank verschuldigde bijdragen wordt in aanmerking genomen de depositobasis van de bank zoals vermeld in de staten, bedoeld in artikel 130, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit prudentiële regels Wft, die de bank in het voorafgaande kwartaal heeft overgelegd. +**1.** Voor het vaststellen van de ingevolge deze paragraaf door een bank verschuldigde bijdragen wordt in aanmerking genomen de depositobasis van de bank zoals vermeld in de staten, bedoeld in artikel 130, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit prudentiële regels Wft, die de bank in het voorafgaande kwartaal heeft overgelegd. **2.** Indien een bank niet tijdig de staten heeft overgelegd, schat de Nederlandsche Bank de omvang van de depositobasis en stelt zij op basis van die schatting de bijdragen vast. @@ -861,9 +861,9 @@ De Nederlandsche Bank neemt een aanvraag voor vergoeding uit hoofde van een vang ### Artikel 30 -**1.** Onverminderd artikel 16 voorziet de Nederlandsche Bank gedurende de periode dat het doelvermogen van het compensatiefonds niet bereikt is, doch uiterlijk tot en met 31 december 2008, in een renteloos voorschot ten behoeve van uitkeringen die ten laste van het compensatiefonds komen op grond van artikel 13, eerste lid, onder a. +**1.** Onverminderd artikel 16 voorziet de Nederlandsche Bank gedurende de periode dat het doelvermogen van het compensatiefonds niet bereikt is, doch uiterlijk tot en met 31 december 2008, in een renteloos voorschot ten behoeve van uitkeringen die ten laste van het compensatiefonds komen op grond van artikel 13, eerste lid, onder a. -**2.** Het in het eerste lid bedoelde voorschot betreft een bedrag dat door de Nederlandsche Bank wordt vastgesteld en maximaal € 1 miljoen bedraagt. Dit voorschot wordt, voorafgaand aan een omslag als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel b, beschikbaar gesteld indien het compensatiefonds door een uitkering in de zin van artikel 13, eerste lid, onderdeel a, uitgeput is geraakt. +**2.** Het in het eerste lid bedoelde voorschot betreft een bedrag dat door de Nederlandsche Bank wordt vastgesteld en maximaal € 1 miljoen bedraagt. Dit voorschot wordt, voorafgaand aan een omslag als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel b, beschikbaar gesteld indien het compensatiefonds door een uitkering in de zin van artikel 13, eerste lid, onderdeel a, uitgeput is geraakt. **3.** Een uitgekeerd renteloos voorschot als bedoeld in het eerste lid wordt aan de Nederlandsche Bank terugbetaald door de financiële ondernemingen, bedoeld in artikel 16, vierde lid, na 1 januari 2009. De Nederlandsche Bank stelt, na overleg met representatieve vertegenwoordigingen, de modaliteiten omtrent de terugbetaling van dit renteloos voorschot vast, waarbij zij er voor zorgt dat de in artikel 17 beschreven maximumbijdrage per kalenderjaar voor een financiële onderneming als bedoeld in artikel 8 niet wordt overschreden. @@ -873,7 +873,7 @@ De Nederlandsche Bank stelt de toezichthoudende instanties die in andere lidstat ### Artikel 32 -Het koninklijk besluit van 17 december 1998 ter uitvoering van artikel 9, onder c, van de Bankwet 1998 (Stbl. 719) wordt ingetrokken. +Het koninklijk besluit van 17 december 1998 ter uitvoering van artikel 9, onder c, van de Bankwet 1998 (Stbl. 719) wordt ingetrokken. ### Artikel 33