2025-04-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)

This commit is contained in:
Coornhert 2025-04-01 12:00:00 +00:00
parent b38c627026
commit 2cccdc101f

View file

@ -1752,7 +1752,7 @@ Nederland heeft met Canada, Zuid-Korea, Argentinië, Hongkong, Japan, Taiwan, Ur
De uitwisselingsjongere dient zelfstandig in zijn levensonderhoud te voorzien. Om het verblijf in Nederland financieel te ondersteunen, mag de uitwisselingsjongere overeenkomstig artikel 3.3 onderdeel b, BuWav werken zonder dat de werkgever in het bezit is van een tewerkstellingsvergunning. Voorwaarde daarbij is dat het hoofddoel van het verblijf in Nederland culturele uitwisseling voorop blijft staan. Het werk mag dus alleen van incidentele aard zijn.
De IND kan de vergunning in ieder geval weigeren of intrekken wegens het niet (meer) voldoen aan de voorwaarden als er sprake is van strijdigheid met het MoU. De IND beoordeelt per geval of daar sprake van is.
De IND kan de vergunning in ieder geval weigeren of intrekken wegens het niet (meer) voldoen aan de voorwaarden als er sprake is van strijdigheid met het MoU of de Note Verbale. De IND beoordeelt per geval of daar sprake van is.
De IND neemt aan dat de uitwisselingsjongere die in Nederland verblijft, niet zelfstandig in zijn levensonderhoud kan voorzien als bedoeld in artikel 3.24a VV als een beroep wordt gedaan op de algemene middelen.
@ -1773,11 +1773,11 @@ De IND wijst de aanvraag van een vreemdeling die in het kader van de internation
Per 1 januari 2019 heeft Nederland met Hongkong een MoU betreffende een WHP afgesloten. Jaarlijks wordt een maximum van 100 WHP-verblijfsvergunningen verstrekt door de IND. Een aanvraag kan alleen worden ingediend bij het Nederlandse Consulaat-Generaal in Hongkong.
Het WHP met Zuid-Korea is, na een twee jaar durende pilot, per 1 oktober 2018 gecontinueerd. Jaarlijks wordt een maximum van 100 WHP-verblijfsvergunningen verstrekt door de IND. Een aanvraag kan worden ingediend bij een IND-loket in Nederland. De IND stelt als voorwaarde voor het in behandeling nemen van de aanvraag dat deze vergezeld gaat van een geldig bewijs van pré-registratie voor deelname aan het WHP, welke is voorzien van een volgnummer, en is verstrekt door de Nederlandse ambassade in Seoel. De uitwisselingsjongere moet binnen 90 dagen na afgifte van de pré-registratie bij de IND in Nederland een aanvraag om een WHP-verblijfsvergunning hebben ingediend.
Per 1 oktober 2018 heeft Nederland met Zuid-Korea een MoU betreffende een WHP afgesloten. Met ingang van 1 januari 2024 is het maximum aantal WHP-verblijfsvergunningen dat jaarlijks wordt verstrekt verhoogd naar 200. Een aanvraag kan worden ingediend bij een IND-loket in Nederland. De IND stelt als voorwaarde voor het in behandeling nemen van de aanvraag dat deze vergezeld gaat van een geldig bewijs van pré-registratie voor deelname aan het WHP, welke is voorzien van een volgnummer, en is verstrekt door de IND. De uitwisselingsjongere moet binnen 90 dagen na afgifte van de pré-registratie bij de IND in Nederland een aanvraag om een WHP-verblijfsvergunning hebben ingediend.
Per 1 juli 2017 heeft Nederland met Argentinië een MoU betreffende een WHP afgesloten. Jaarlijks wordt een maximum van 100 WHP-verblijfsvergunningen verstrekt door de IND. Een aanvraag kan alleen worden ingediend bij de Nederlandse ambassade in Buenos Aires.
Per 1 april 2020 heeft Nederland met Japan een Note Verbale uitgewisseld betreffende een WHP. Jaarlijks wordt een maximum van 200 WHP-verblijfsvergunningen verstrekt door de IND. Een aanvraag kan worden ingediend bij een IND-loket in Nederland. De IND stelt als voorwaarde voor het in behandeling nemen van de aanvraag dat deze vergezeld gaat van een geldig bewijs van pré-registratie voor deelname aan het WHP, welke is voorzien van een volgnummer, en is verstrekt door de Nederlandse ambassade in Tokyo. De uitwisselingsjongere moet binnen 90 dagen na afgifte van de pré-registratie bij de IND in Nederland een aanvraag om een WHP-verblijfsvergunning hebben ingediend.
Per 1 april 2020 heeft Nederland met Japan een Note Verbale uitgewisseld betreffende een WHP. Jaarlijks wordt een maximum van 200 WHP-verblijfsvergunningen verstrekt door de IND. Een aanvraag kan worden ingediend bij een IND-loket in Nederland. De IND stelt als voorwaarde voor het in behandeling nemen van de aanvraag dat deze vergezeld gaat van een geldig bewijs van pré-registratie voor deelname aan het WHP, welke is voorzien van een volgnummer, en wordt per 1 januari 2025 verstrekt door de IND. De uitwisselingsjongere moet binnen 90 dagen na afgifte van de pré-registratie bij de IND in Nederland een aanvraag om een WHP-verblijfsvergunning hebben ingediend.
Per 1 april 2020 treedt het tussen Nederland en Taiwan afgesloten MoU aangaande het WHP in werking. Dit MoU is afgesloten tussen het Netherlands Trade and Investment Office (NTIO) te Taipei en het Taipei Representative Office in the Netherlands. Jaarlijks wordt een maximum van 100 WHP-verblijfsvergunningen aan Taiwanese jongeren verstrekt door de IND. Een aanvraag kan alleen worden ingediend bij het NTIO in Taipei.
@ -1793,9 +1793,9 @@ De IND wijst de aanvraag van een vreemdeling die in het kader van de internation
#### 2.2. Au pairs
Het au pair-bureau moet erkend zijn door de IND. De aanvraag voor een verblijfsvergunning voor een au pair wordt ingediend door een erkend au pair bureau. Het verblijf heeft het karakter van een kennismaking met de Nederlandse samenleving en cultuur en is daarom slechts éénmalig en de verblijfsvergunning wordt voor ten hoogste één jaar verleend. Het verblijf heeft dus primair een cultureel karakter. Dit moet ook blijken uit het door de IND goedgekeurde uitwisselingsprogramma bij het verzoek om erkenning door een au pair-bureau.
Het au-pairbureau moet erkend zijn door de IND. De aanvraag voor een verblijfsvergunning voor een au pair wordt ingediend door een erkend au-pairbureau. Het verblijf heeft het karakter van een kennismaking met de Nederlandse samenleving en cultuur en is daarom slechts éénmalig en de verblijfsvergunning wordt voor ten hoogste één jaar verleend. Het verblijf heeft dus primair een cultureel karakter. Dit moet ook blijken uit het door de IND goedgekeurde uitwisselingsprogramma bij het verzoek om erkenning door een au-pairbureau.
De au pair woont bij een gastgezin, bestaande uit minimaal twee personen. De au pair heeft niet eerder voor het gastgezin werkzaamheden verricht. Voorts mag er geen sprake zijn van een familierechtelijke relatie tot en met de derde graad met het gastgezin. In ruil voor kost en inwoning mag de au pair maximaal 8 uren per dag en maximaal 30 uren per week licht ondersteunende huishoudelijke werkzaamheden verrichten. Een au pair heeft minimaal 2 dagen per week vrij. De taken met betrekking tot het verrichten van licht huishoudelijk werk worden opgenomen in een dagindeling (voor alle 7 dagen van de week) met het gastgezin. De dagindeling wordt door zowel het gastgezin als de au pair ondertekend.
De au pair woont bij een gastgezin, bestaande uit minimaal twee personen. De au pair heeft niet eerder voor het gastgezin werkzaamheden verricht. Voorts mag er geen sprake zijn van een familierechtelijke relatie tot en met de derde graad met het gastgezin. In ruil voor kost en inwoning mag de au pair maximaal acht uren per dag en maximaal 30 uren per week licht ondersteunende huishoudelijke werkzaamheden verrichten. Een au pair heeft minimaal twee dagen per week vrij. De taken met betrekking tot het verrichten van licht huishoudelijk werk worden opgenomen in een dagindeling (voor alle zeven dagen van de week) met het gastgezin. De dagindeling wordt door zowel het gastgezin als de au pair ondertekend.
De IND wijst de aanvraag voor verblijfsvergunning met als doel au pair af als de vreemdeling:
@ -1804,16 +1804,16 @@ b) gehuwd is en (pleeg)kinderen heeft;
c) eerder in Nederland een verblijfsvergunning heeft gehad voor uitwisseling;
d) een borg aan een (Nederlands of buitenlands) bemiddelingsbureau of uitwisselingsorganisatie ter beschikking heeft gesteld;
e) een contract met een gastgezin of (Nederlands of buitenlands) bemiddelingsbureau of uitwisselingsorganisatie heeft ondertekend waarmee de aanvrager zich verplicht tot het betalen van geld of een geldboete als sanctie wegens het niet nakomen van een of meerdere bepalingen van dit contract;
f) een geldbedrag heeft betaald aan kosten die verband houden met de voorbereiding op het verblijf in Nederland dat in totaal hoger is dan 10% van het maximale bedrag dat een gastgezin maandelijks als zakgeld aan een au pair mag betalen;
f) een geldbedrag heeft betaald aan kosten die verband houden met de voorbereiding op het verblijf in Nederland dat in totaal hoger is dan tien procent van het maximale bedrag dat een gastgezin maandelijks als zakgeld aan een au pair mag betalen;
g) taken verricht of gaat verrichten voor mensen die een meer bijzondere zorg nodig hebben, welke taken een specifieke vaardigheid vereisen.
Het maximale bedrag dat een gastgezin maandelijks als zakgeld aan een au pair mag geven is opgenomen in het besluit Loonbelasting en premieheffing volksverzekeringen, achterwege laten inhouding loonheffing au pairs van 21 december 2000.
Ad b
De au pair toont bij het au pair-bureau aan ongehuwd te zijn. Dit gebeurt op de in het land van herkomst voorgeschreven manier. Deze verklaring wordt zo nodig voorzien van een legalisatie door de autoriteiten in het land van herkomst en de Nederlandse autoriteiten, of van een apostille.
De au pair toont bij het au-pairbureau aan ongehuwd te zijn. Dit gebeurt op de in het land van herkomst voorgeschreven manier. Deze verklaring wordt zo nodig voorzien van een legalisatie door de autoriteiten in het land van herkomst en de Nederlandse autoriteiten, of van een apostille.
De au pair overlegt bij het au pair-bureau een eigen verklaring over waaruit blijkt dat zij geen (pleeg)kinderen heeft. Uit deze verklaring moeten de personalia van de au pair blijken. Daarnaast moet deze verklaring door de au pair zijn ondertekend.
De au pair overlegt bij het au-pairbureau een eigen verklaring waaruit blijkt dat zij geen (pleeg)kinderen heeft. Uit deze verklaring moeten de personalia van de au pair blijken. Daarnaast moet deze verklaring door de au pair zijn ondertekend.
Ad f
@ -1856,9 +1856,9 @@ Nederland heeft zich in Europees verband gecommitteerd aan de uitvoering van het
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder o, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: Uitwisseling.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan'.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan'.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder o, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de verblijfsvergunning wordt verleend op grond van de internationale overeenkomsten met Canada, Nieuw-Zeeland, Zuid-Korea, Argentinië, Hongkong, Japan, Taiwan, Uruguay en Australië: TWV niet vereist voor incidentele arbeid in het kader van WHP/WHS, andere arbeid niet toegestaan'.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder o, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de verblijfsvergunning wordt verleend op grond van de internationale overeenkomsten met Canada, Nieuw-Zeeland, Zuid-Korea, Argentinië, Hongkong, Japan, Taiwan, Uruguay en Australië: TWV niet vereist voor incidentele arbeid in het kader van WHP/WHS, andere arbeid niet toegestaan'.
Op grond van artikel 3.7, eerste lid, onder c, Vb is aan de afgifte van de verblijfsvergunning aan de vreemdeling die in het kader van uitwisseling (niet zijnde au pair) in Nederland wil verblijven het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoende is verzekerd tegen ziektekosten.
@ -1872,7 +1872,20 @@ De IND beschouwt een geldig document voor grensoverschrijding als bewijsmiddel w
De IND beschouwt een afschrift uit de BRP waaruit blijkt dat de vreemdeling staat ingeschreven op hetzelfde adres als het gastgezin en waaruit de gezinssamenstelling blijkt als bewijsmiddel dat de vreemdeling in een gastgezin verblijft bestaande uit ten minste twee personen.
#### 4.2. Au pair
#### 4.2. WHS/WHP
De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat het tijdige vertrek van de vreemdeling uit Nederland als bedoeld in artikel 3.43, eerste lid, aanhef en onder d, Vb is gewaarborgd:
• een retourticket; of
• bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling over middelen van bestaan beschikt om een retourticket aan te schaffen.
#### 4.3. Au pair
Verwezen wordt naar artikel 1.14, sub b, Vb en de paragrafen B2/2.2 en B2/2.3 Vc. De au pair die in het kader van culturele uitwisseling in Nederland wenst te verblijven laat zich door een als referent erkende particuliere uitwisselingsorganisatie vertegenwoordigen.
De als referent erkende particuliere uitwisselingsorganisatie moet over een door de IND goedgekeurd uitwisselingsprogramma beschikken. Het door de IND te beoordelen uitwisselingsprogramma en de aanvraag voor een verblijfsvergunning culturele uitwisseling wordt in naam van de au pair door een als referent erkende particuliere uitwisselingsorganisatie ingediend.
Het uitwisselingsprogramma geldt voor alle vreemdelingen voor wie de als referent erkende uitwisselingsorganisatie verblijf in Nederland aanvraagt. Als de als referent erkende uitwisselingsorganisatie het uitwisselingsprogramma wenst aan te passen, moet het uitwisselingsprogramma opnieuw goedgekeurd worden door de IND.
De IND beschouwt de tussen het gastgezin en de vreemdeling overeengekomen en ondertekende dagindeling voor de lichte huishoudelijke werkzaamheden als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voldoet aan de voorwaarde zoals bedoeld in artikel 3.24, derde lid, aanhef en onder d, VV. Voor alle zeven dagen van de week dient een dagindeling te worden opgesteld. De dagindeling moet door het gastgezin en de vreemdeling zijn ondertekend. In de dagindeling wordt minimaal opgenomen:
@ -1883,17 +1896,18 @@ De IND beschouwt de tussen het gastgezin en de vreemdeling overeengekomen en ond
De dagindeling is alleen geldig gedurende het verblijf van de vreemdeling in Nederland.
#### 4.3. WHS/WHP
#### 4.4. Particuliere uitwisselingsorganisaties
De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat het tijdige vertrek van de vreemdeling uit Nederland als bedoeld in artikel 3.43, eerste lid, aanhef en onder d, Vb is gewaarborgd:
Verwezen wordt naar artikel 1.14, sub b, Vb en de paragrafen B2/2.2 en B2/2.3 Vc. De als referent erkende particuliere uitwisselingsorganisatie moet over een door de IND goedgekeurd uitwisselingsprogramma beschikken. Het door de IND te beoordelen uitwisselingsprogramma en de aanvraag voor een verblijfsvergunning culturele uitwisseling wordt door een als referent erkende particuliere uitwisselingsorganisatie ingediend.
• een retourticket; of
• bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling over middelen van bestaan beschikt om een retourticket aan te schaffen.
Het uitwisselingsprogramma geldt voor alle vreemdelingen voor wie de als referent erkende uitwisselingsorganisatie verblijf in Nederland aanvraagt.Als de als referent erkende uitwisselingsorganisatie het uitwisselingsprogramma wenst aan te passen, moet het uitwisselingsprogramma opnieuw goedgekeurd worden door de IND.
#### 4.4. Europees vrijwilligerswerk
#### 4.5. Europees vrijwilligerswerk
De IND beschouwt een door de uitwisselingsorganisatie en de vreemdeling ondertekende overeenkomst als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voldoet aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 3.43, vierde lid, Vb. In de overeenkomst moeten de onderdelen uit artikel 3.24, vijfde lid, VV zijn opgenomen.
#### 4.6. Au pair
## B3. Studie
### 1. Inleiding
@ -1998,7 +2012,7 @@ Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder m, Vb verleent de IND de v
De IND vermeldt op het verblijfsdocument: Studie, mobiliteit cf. aanvullend document. Als de vreemdeling gebruik gaat maken van mobiliteit binnen de EU ontvangt hij van de IND een aanvullend document waarop het onderwijsprogramma met mobiliteitsmaatregelen vermeld staat.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder c, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: TWV vereist voor arbeid van bijkomende aard, andere arbeid in loondienst niet toegestaan.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder c, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: TWV vereist voor arbeid van bijkomende aard, andere arbeid in loondienst niet toegestaan.
De werkgever kan pas in het bezit worden gesteld van een TWV voor een vreemdeling nadat deze in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning voor Studie. Een verblijfssticker in het paspoort van de vreemdeling is onvoldoende voor afgifte van de TWV.
@ -2112,9 +2126,9 @@ De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als de vreemd
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder k, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: lerend werken.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder m, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: arbeid toegestaan conform aanvullend document.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder m, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: arbeid toegestaan conform aanvullend document.
Wanneer een GVVA niet is vereist dan luidt op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder b, VV de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan.
Wanneer een GVVA niet is vereist dan luidt op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder b, VV de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder k, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur van maximaal één jaar.
@ -2196,7 +2210,7 @@ Uitzondering daarop is de aanvraag om verlening of wijziging van een machtiging
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder f, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: seizoenarbeid.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder m, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid toegestaan conform aanvullend document.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder m, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid toegestaan conform aanvullend document.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder f, Vb verleent de IND de GVVA met een geldigheidsduur van maximaal 24 weken. De geldigheidsduur van de GVVA eindigt in overeenstemming met het advies van het UWV.
@ -2305,24 +2319,32 @@ De IND vraagt het UWV niet om een individueel arbeidsmarktadvies als de IND op g
#### 2.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
##### 2.2.1. Beperking
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder h, Vb verleent IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: Arbeid in loondienst.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder d, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid toegestaan mits TWV is verleend.
##### 2.2.2. Arbeidsmarktaantekening
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder m, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid toegestaan conform aanvullend document.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder d, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid toegestaan mits TWV is verleend.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder f, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument als de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent op grond van paragraaf B5/2.1.1 Vc: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder m, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid toegestaan conform aanvullend document.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument als de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder f, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument als de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent op grond van paragraaf B5/2.1.1 Vc: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent op grond van paragraaf B5/2.1.2 Vc: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument als de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder f, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent op grond van paragraaf B5/2.1.5 Vc: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent op grond van paragraaf B5/2.1.2 Vc: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder f, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent op grond van paragraaf B5/2.1.6 Vc: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder f, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent op grond van paragraaf B5/2.1.5 Vc: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder f, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent op grond van paragraaf B5/2.1.6 Vc: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend.
##### 2.2.3. Voorschrift
Op grond van artikel 10 Wav kunnen aan de afgifte van een GVVA voorschriften worden verbonden.
##### 2.2.4. Geldigheidsduur verblijfsvergunning regulier arbeid in loondienst algemeen
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder h, Vb verleent de IND de GVVA voor de duur van maximaal drie jaar. De geldigheidsduur van de GVVA eindigt in overeenstemming met het advies van het UWV.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder h, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van de arbeidsovereenkomst of werkzaamheden, maar niet langer dan:
@ -2337,6 +2359,8 @@ Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder h, Vb verlengt de IND de
De IND hanteert in de hieronder genoemde situaties de volgende beleidsregels ten aanzien van de geldigheidsduur.
###### 2.2.4.1. Geldigheidsduur vergunning wegens arbeid op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat en arbeid op een Nederlands zeeschip
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder h, Vb verleent de IND de op grond van paragraaf B5/2.1.1 Vc verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van maximaal drie jaar.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder h, Vb verlengt de IND de geldigheidsduur van de op grond van paragraaf B5/2.1.1 Vc verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in ieder geval:
@ -2345,6 +2369,8 @@ Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder h, Vb verlengt de IND de
• voor de duur van de arbeidsovereenkomst,
• maar voor maximaal drie jaar.
###### 2.2.4.2. Geldigheidsduur vergunning wegens arbeid op grond van een zetelovereenkomst
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder h, Vb verleent de IND de op grond van paragraaf B5/2.1.2 Vc verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van de werkzaamheden, maar voor maximaal drie jaar.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder h, Vb verlengt de IND de geldigheidsduur van de op grond van paragraaf B5/2.1.2 Vc verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van de werkzaamheden, maar voor maximaal vijf jaar.
@ -2489,7 +2515,7 @@ Als de startup onderneming kan aantonen dat zij een financieringsovereenkomst va
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder i, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: grensoverschrijdende dienstverlening.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder i, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.6 Buwav, met een maximum van twee jaar.
@ -2520,7 +2546,7 @@ De IND neemt aan dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoe
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder l, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder f, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder f, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder l, Vb verleent of verlengt de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van de arbeidsovereenkomst, aanstelling, gastovereenkomst of werkzaamheden, maar niet langer dan vijf jaar.
@ -2604,7 +2630,7 @@ De vereisten zoals opgenomen in de artikelen 3.73 tot en met 3.75 Vb zijn van to
De IND past het verlaagde looncriterium als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, sub 2, BuWav toe als:
de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden van het zoekjaar hoogopgeleiden zoals opgenomen in artikel 3.42, eerste lid, Vb; en
de in artikel 3.42, eerste lid, Vb genoemde periode van 3 jaar niet is verstreken.
de in artikel 3.42, eerste lid, Vb genoemde periode van drie jaar niet is verstreken.
Op grond van artikel 3.30a, eerste lid, Vb wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning onder de beperking arbeid als kennismigrant af of trekt deze achteraf in als het loon naar het oordeel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet marktconform is. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beoordeelt of er sprake is van een marktconform loon.
@ -2619,7 +2645,7 @@ De IND telt bij het bruto maandloon niet mee:
• de vakantietoeslag; en/of
• de waarde van onzekere, niet vaste, loonbestanddelen als overwerkvergoedingen, fooien en uitkeringen uit fondsen.
De IND maakt ten aanzien van een vreemdeling die een beroep wil uitoefenen in de individuele gezondheidszorg alleen gebruik van de in artikel 3.30a Vb neergelegde bevoegdheid als registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden.
De IND verleent in aanvulling op artikel 3.30a Vb aan de vreemdeling die een beroep wil uitoefenen in de individuele gezondheidszorg uitsluitend een verblijfsvergunning, als registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden, voor zover voor het uitoefenen van het beroep in de individuele gezondheidszorg registratie verplicht is op grond van de artikelen 3 en 36a van de Wet BIG.
De IND verleent de vreemdeling gedurende de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning onder de beperking arbeid als kennismigrant een zoekperiode van drie maanden om een nieuwe functie als kennismigrant te vinden als de vreemdeling werkloos raakt. De zoekperiode vangt aan op de dag waarop de arbeidsovereenkomst is ontbonden.
@ -2630,7 +2656,7 @@ De IND trekt de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel
De IND trekt deze verblijfsvergunning in per datum einde zoekperiode.
De IND trekt deze verblijfsvergunning niet in als de vreemdeling binnen drie maanden een nieuwe functie als kennismigrant vindt, mits wordt voldaan aan alle voorwaarden.
De IND trekt deze verblijfsvergunning niet in als de vreemdeling binnen drie maanden een nieuwe functie als kennismigrant vindt, voor zover wordt voldaan aan alle voorwaarden.
#### 2.4. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801
@ -2649,13 +2675,13 @@ Uit een gastovereenkomst als bedoeld in artikel 3.33, eerste lid, Vb moet in ied
• de vreemdeling beschikt over een passend diploma van hoger onderwijs waarmee toegang bestaat tot een doctoraatprogramma; en
• de rechtsbetrekking en de arbeidsvoorwaarden van de vreemdeling zijn opgenomen in de gastovereenkomst.
In aanvulling op artikel 3.33, eerste lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning uitsluitend aan een vreemdeling die een beroep wil uitoefenen in de individuele gezondheidszorg als registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden.
De IND verleent in aanvulling op artikel 3.33, eerste lid, Vb aan de vreemdeling die een beroep wil uitoefenen in de individuele gezondheidszorg uitsluitend een verblijfsvergunning, als registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden, voor zover voor het uitoefenen van het beroep in de individuele gezondheidszorg registratie verplicht is op grond van de artikelen 3 en 36a van de Wet BIG.
Een diploma van hoger onderwijs geeft toegang tot doctoraatprogrammas om onderzoek te mogen doen in de zin van richtlijn (EU) 2016/801.
In afwijking hiervan kan een vreemdeling in aanmerking komen voor verblijf in Nederland om onderzoek (PhD) te verrichten en hiervoor een verblijfsvergunning te verkrijgen zonder al in het bezit te zijn van een passend diploma van hoger onderwijs, mits de erkende onderzoeksinstelling verklaart dat op individuele gronden is aangetoond dat de vreemdeling over het benodigde niveau beschikt.
In afwijking hiervan kan een vreemdeling in aanmerking komen voor verblijf in Nederland om onderzoek (PhD) te verrichten en hiervoor een verblijfsvergunning te verkrijgen zonder al in het bezit te zijn van een passend diploma van hoger onderwijs, voor zover de erkende onderzoeksinstelling verklaart dat op individuele gronden is aangetoond dat de vreemdeling over het benodigde niveau beschikt.
De IND beschouwt deze vreemdeling als een student die in het bezit is van een passend diploma van hoger onderwijs, mits de erkende onderzoeksinstelling waarbij de student onderzoek gaat doen bereid is om hem voor dit doel toe te laten.
De IND beschouwt deze vreemdeling als een student die in het bezit is van een passend diploma van hoger onderwijs, voor zover de erkende onderzoeksinstelling waarbij de student onderzoek gaat doen bereid is om hem voor dit doel toe te laten.
De vreemdeling die dan onderzoek mag verrichten en gelijktijdig een masterprogramma volgt, valt in dat geval onder de beleidsregels voor onderzoek in de zin van de richtlijn (EU) 2016/801.
@ -2730,7 +2756,7 @@ De aanvraag voor het verrichten van arbeid als zelfstandige wordt geweigerd, als
In aanvulling op artikel 3.30, eerste lid, aanhef en onder c, Vb verleent de IND een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder de beperking arbeid als zelfstandige aan een vreemdeling als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
• de vreemdeling wil een onderneming voeren in de individuele gezondheidszorg en registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden; of
• de vreemdeling wil een onderneming voeren in de individuele gezondheidszorg en registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden, voor zover voor het uitoefenen van het beroep in de individuele gezondheidszorg registratie verplicht is op grond van de artikelen 3 en 36a van de Wet BIG; of
• de vreemdeling is in het bezit van alle noodzakelijke vergunningen voor de uitoefening van de onderneming. Dit hangt af van de betreffende wetgeving die voor de onderneming geldt.
In aanvulling op artikel 3.30 Vb beschouwt de IND de vreemdeling als zelfstandige die een directeur-(groot)aandeelhouder is als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
@ -2777,13 +2803,13 @@ Voor de vraag welke bestanddelen meetellen bij het vaststellen van de hoogte van
##### 2.6.2. Hogere beroepskwalificaties
In aanvulling op artikel 3.30b Vb geldt dat de daar bedoelde getuigschriften voldoen als de vreemdeling arbeid gaat verrichten waarvoor minimaal een diploma van hoger onderwijs vereist is.
In aanvulling op artikel 3.30b Vb geldt dat de daar bedoelde getuigschriften voldoen als de vreemdeling arbeid gaat verrichten waarvoor minimaal een diploma van hoger onderwijs vereist is.
Deze paragraaf is een uitwerking van artikel 3.30b, derde lid, Vb. Voor de invulling van hogere beroepsvaardigheden wordt uitgegaan van hetgeen blijkt uit de eigen verklaring aangevuld met de informatie die blijkt uit de andere bewijsmiddelen zoals genoemd in paragraaf B6/4.6.3 Vc.
Deze paragraaf is een uitwerking van artikel 3.30b, derde lid, Vb. Voor de invulling van hogere beroepsvaardigheden wordt uitgegaan van hetgeen blijkt uit de eigen verklaring aangevuld met de informatie die blijkt uit de andere bewijsmiddelen zoals genoemd in paragraaf B6/4.6.3 Vc.
In aanvulling op artikel 3.30b Vb hebben de werkgever en de vreemdeling bij een gereguleerd beroep de verantwoordelijkheid om desgevraagd bij een controle door de bevoegde instantie aan te tonen dat de vreemdeling beschikt over de erkenning van de vereiste beroepskwalificaties voor dit beroep. Zie hiervoor artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties.
In aanvulling op artikel 3.30b Vb hebben de werkgever en de vreemdeling bij een gereguleerd beroep de verantwoordelijkheid om desgevraagd bij een controle door de bevoegde instantie aan te tonen dat de vreemdeling beschikt over de erkenning van de vereiste beroepskwalificaties voor dit beroep. Zie hiervoor artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties.
In aanvulling op artikel 3.30b Vb verleent de IND de verblijfsvergunning uitsluitend aan een vreemdeling die een beroep wil uitoefenen in de individuele gezondheidszorg als registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden.
De IND verleent in aanvulling op artikel 3.30b Vb aan de vreemdeling die een beroep wil uitoefenen in de individuele gezondheidszorg uitsluitend een verblijfsvergunning, als registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden, voor zover voor het uitoefenen van het beroep in de individuele gezondheidszorg registratie verplicht is op grond van de artikelen 3 en 36a van de Wet BIG.
##### 2.6.3. Zoekperiode
@ -2805,7 +2831,7 @@ Op grond van artikel 3.30d, vierde lid, Vb vraagt de IND advies aan het UWV indi
De IND beschouwt een salaris dat voldoet aan het looncriterium voor arbeid als kennismigrant als marktconform als bedoeld in artikel 3.30d, eerste lid, onder g, Vb.
Op grond van artikel 3.30d, vierde lid, Vb vraagt de IND geen advies aan het UWV en wijst de IND de aanvraag af of trekt de vergunning in, indien:
Op grond van artikel 3.30d, vierde lid, Vb vraagt de IND geen advies aan het UWV en wijst de IND de aanvraag af of trekt de vergunning in, als:
• de vreemdeling niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.30d, eerste lid, onder j, k of l, Vb;
• sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 3.30d, tweede lid, aanhef en onder c, Vb;
@ -2821,7 +2847,7 @@ Op grond van artikel 3.30d, vierde lid, Vb wijst de IND de aanvraag af of trekt
Op grond van artikel 11, vierde lid, respectievelijk 22, vierde lid, van de richtlijn 2014/66/EU vermeldt de IND op het verblijfsdocument van de werknemer ICT respectievelijk mobile ICT.
In aanvulling op artikel 3.30d, eerste lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning uitsluitend aan een vreemdeling die een beroep wil uitoefenen in de individuele gezondheidszorg als registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden.
De IND verleent in aanvulling op artikel 3.30d Vb aan de vreemdeling die een beroep wil uitoefenen in de individuele gezondheidszorg uitsluitend een verblijfsvergunning, als registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden, voor zover voor het uitoefenen van het beroep in de individuele gezondheidszorg registratie verplicht is op grond van de artikelen 3 en 36a van de Wet BIG.
### 3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
@ -2859,33 +2885,33 @@ Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder g, Vb verleent de IND een
##### 3.2.1. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument dat wordt verleend op grond van artikel 3.42 Vb: Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument dat wordt verleend op grond van artikel 3.42 Vb: Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
##### 3.2.2. Arbeid als kennismigrant
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder g, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid als kennismigrant en als zelfstandige toegestaan, andere arbeid toegestaan met TWV.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder g, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid als kennismigrant en als zelfstandige toegestaan, andere arbeid toegestaan met TWV.
Op grond van in artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt: Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
Op grond van in artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt: Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
##### 3.2.3. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
Ook de vreemdeling, die als gezinslid in het kader van inkomende langetermijnmobiliteit de onderzoeker vergezelt en in Nederland verblijft, mag werkzaamheden verrichten. Hiervoor geldt dat arbeid vrij is toegestaan en een TWV niet vereist is (zie paragraaf B7/4 Vc).
##### 3.2.4. Arbeid als zelfstandige
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder i, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid in loondienst alleen toegestaan met TWV.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder i, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid in loondienst alleen toegestaan met TWV.
Op grond van in artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening als de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
Op grond van in artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening als de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
##### 3.2.5. Verblijf als houder van de Europese blauwe kaart
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder h, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid als houder van de Europese blauwe kaart en als zelfstandige toegestaan, andere arbeid toegestaan met TWV. Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening, als de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt: Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder h, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid als houder van de Europese blauwe kaart en als zelfstandige toegestaan, andere arbeid toegestaan met TWV. Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening, als de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt: Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
##### 3.2.6. Overplaatsing binnen een onderneming
Op grond van artikel 3.1. derde lid, aanhef en onder n, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid wegens overplaatsing binnen een onderneming en arbeid als zelfstandige toegestaan, andere arbeid toegestaan met TWV.
Op grond van artikel 3.1. vijfde lid, aanhef en onder n, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid wegens overplaatsing binnen een onderneming en arbeid als zelfstandige toegestaan, andere arbeid toegestaan met TWV.
#### 3.3. Geldigheidsduur
@ -3134,7 +3160,7 @@ De IND beschouwt een origineel gewaarmerkte kopie van het diploma van hoger onde
##### 4.6.3. Hogere beroepsvaardigheden
Deze paragraaf is een uitwerking van artikel 4.35, lid 1, onder e VV en artikel 3.30b Vb.
Deze paragraaf is een uitwerking van artikel 4.35, lid 1, onder e VV en artikel 3.30b Vb.
De IND beschouwt in ieder geval als begin van bewijs dat de vreemdeling beschikt over voldoende en relevante hogere beroepsvaardigheden:
@ -3145,8 +3171,8 @@ De IND beschouwt in ieder geval als begin van bewijs dat de vreemdeling beschikt
Dit bewijs moet aangevuld worden met een of meerdere overige stukken zoals bijvoorbeeld:
• referenties van werkgevers;
• voorgaande arbeidscontracten; of
• een overzicht van tewerkstellingsvergunningen afgegeven door officiële overheidsinstanties.
• voorgaande arbeidscontracten;
• een overzicht van het relevante arbeidsverleden vanuit de officiële overheidsinstantie(s); of relevante tewerkstellingsvergunningen afgegeven door de officiële overheidsinstantie(s).
##### 4.6.4. Economische activiteit
@ -3406,8 +3432,6 @@ Als het kind zelf de zorg heeft voor buitenhuwelijkse kinderen, is dit uitsluite
De IND neemt aan dat in Nederland buitenshuis wonende kinderen nog feitelijk tot het gezin van hun de ouder(s) behoren, als die (al dan niet met studiebeurs) een volledige dagopleiding volgen.
De IND neemt herstel van de feitelijke gezinsband niet aan als deze eenmaal verbroken is geoordeeld.
##### 3.2.2. Zorgrecht en gezag
De IND neemt aan dat van rechtswege rechtmatig gezag hebben als bedoeld in artikel 3.14, aanhef en onder c, Vb:
@ -3709,11 +3733,11 @@ Dit laat onverlet dat ook als geen sprake is van inmenging de IND een belangenaf
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, onder a, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: Verblijf als familie- of gezinslid bij (naam van de partner/ echtgenoot/ minderjarig kind, enz).
Als de referent een Nederlander is, dan luidt op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV de arbeidsmarktaantekening: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Als de referent een Nederlander is, dan luidt op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV de arbeidsmarktaantekening: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Als de referent in het bezit is van een verblijfsvergunning, dan is de arbeidsmarktaantekening van familie- en gezinsleden dezelfde als die van diens referent.
In afwijking hiervan wordt op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV de aantekening Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist geplaatst op het verblijfsdocument van een gezinslid van een:
In afwijking hiervan wordt op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV de aantekening Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist geplaatst op het verblijfsdocument van een gezinslid van een:
• kennismigrant;
• houder van een Europese blauwe kaart;
@ -3722,9 +3746,9 @@ In afwijking hiervan wordt op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder
• essentieel personeelslid van een startup onderneming;
• niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel als bedoeld in paragraaf B5/4 Vc, die werkzaam is voor het Headquarters Allied Joint Force Command Brunssum, zolang de referent aldaar werkzaam is.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onderdeel p, VV wordt de aantekening Arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist geplaatst op het verblijfsdocument van een gezinslid van een houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking arbeid als zelfstandige.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, onderdeel p, VV wordt de aantekening Arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist geplaatst op het verblijfsdocument van een gezinslid van een houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking arbeid als zelfstandige.
Als de referent in het bezit is van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder m, Vb dan luidt op grond van artikel 3.1, derde lid, onder l, VV de arbeidsmarktaantekening: arbeid niet toegestaan.
Als de referent in het bezit is van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder m, Vb dan luidt op grond van artikel 3.1, vijfde lid, onder l, VV de arbeidsmarktaantekening: arbeid niet toegestaan.
Als de referent in het bezit is van een GVVA, dan luidt voor gezinsleden de arbeidsmarktaantekening: Arbeid toegestaan mits TWV is verleend.
@ -4208,9 +4232,9 @@ De IND verleent op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder a, Vb een
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: tijdelijke humanitaire gronden.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het buitenschuldbeleid met een geldigheidsduur van 1 jaar.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het buitenschuldbeleid met een geldigheidsduur van één jaar.
#### 4.3. Bewijsmiddelen
@ -4256,7 +4280,7 @@ Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de v
De IND plaatst in het geldig document voor grensoverschrijding de aantekening in afwachting van remigratievoorzieningen.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden of zoveel korter als het daadwerkelijke vertrek uit Nederland binnen zes maanden ligt.
@ -4344,7 +4368,7 @@ Op grond van artikel 19 juncto artikel 18, eerste lid, aanhef en onder c, Vw bez
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder p, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: tijdelijke humanitaire gronden.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.58, tweede lid, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het buitenschuldbeleid voor amvs met een geldigheidsduur van vijf jaar.
@ -4404,7 +4428,7 @@ De IND beschouwt een afschrift van het verzoek ex artikel 17 RWN aan de rechtban
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder r, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: het afwachten van een verzoek op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder r, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur van één jaar.
@ -4541,7 +4565,7 @@ De vreemdeling moet daarbij een geldig document voor grensoverschrijding hebben
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder p, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B8/9.1.1 Vc onder de beperking: medische behandeling.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder l, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: arbeid niet toegestaan.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, onder l, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: arbeid niet toegestaan.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder p, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van de medische behandeling voor maximaal één jaar.
@ -4672,7 +4696,7 @@ Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de v
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder a, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning aan de broer(s) en/of zus(sen) onder de beperking verblijf als familie- of gezinslid (bij de hoofdpersoon).
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening van de hoofdpersoon, haar ouders en de broer(s) en/of zus(sen) arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening van de hoofdpersoon, haar ouders en de broer(s) en/of zus(sen) arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan de hoofdpersoon en haar ouders met een geldigheidsduur van één jaar. Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder a, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan de broer(s) en/of zus(sen) met de geldigheidsduur van één jaar.
@ -4694,7 +4718,7 @@ De IND wijst de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder c, VV onder de beperking: tijdelijk humanitaire gronden.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder c, VV met de geldigheidsduur van één jaar.
@ -4738,7 +4762,7 @@ Wanneer het BMA vaststelt dat er sprake is van een terminale fase van een ziekte
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: tijdelijke humanitaire gronden.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van één jaar.
@ -4764,7 +4788,7 @@ De IND wijst de aanvraag op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb van de gezins
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder a, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning aan de gezinsleden onder de beperking verblijf als familie- of gezinslid.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
Na het overlijden van de hoofdpersoon vervalt het verblijfsrecht van de gezinsleden. De IND trekt een nog geldige verblijfsvergunning van gezinsleden niet eerder in dan per de datum, gelegen twaalf weken na de dag van het overlijden van de hoofdpersoon. Wanneer de referent is komen te overlijden, wordt een verlengingsaanvraag afgewezen.
@ -4796,12 +4820,16 @@ De IND wijst de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor
#### 13.4. Inwilliging als de feitelijke overdracht van de ondertoezichtstelling binnen anderhalf jaar niet heeft plaatsgevonden
De IND verleent op grond van 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder f, VV op aanvraag of ambtshalve op grond van artikel 3.6b Vb een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een minderjarige vreemdeling die door de kinderrechter onder toezicht is gesteld, als aan alle hierna volgende voorwaarden wordt voldaan:
De IND verleent op grond van 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb in samenhang met artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder f, VV op aanvraag of ambtshalve op grond van artikel 3.6b Vb een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een minderjarige vreemdeling die door de kinderrechter onder toezicht is gesteld, als aan alle hierna volgende voorwaarden wordt voldaan:
1. De minderjarige vreemdeling staat inmiddels gedurende een aaneengesloten periode van in totaal anderhalf jaar onder toezicht;
2. De verblijfplaats van de minderjarige vreemdeling is in de hiervoor genoemde periode steeds bekend geweest bij de DT&V;
3. Uit het advies van de DT&V blijkt dat de feitelijke overdracht van de hiervoor genoemde kinderbeschermingsmaatregel aan de autoriteiten van het land van herkomst, of aan de autoriteiten van een ander land waarvan kan worden aangenomen dat er toegang wordt verleend, niet binnen de hiervoor genoemde anderhalf jaar heeft plaatsgevonden; en
4. De minderjarige vreemdeling komt niet op enige andere grond dan in deze paragraaf genoemd in aanmerking voor een verblijfsvergunning.
1. de minderjarige vreemdeling staat gedurende een aaneengesloten periode van in totaal anderhalf jaar onder toezicht, gerekend vanaf de datum dat hij de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning humanitair tijdelijk wegens een ondertoezichtstelling heeft ingediend;
2. de verblijfplaats van de minderjarige vreemdeling is in de hiervoor genoemde periode steeds bekend geweest bij de DT&V;
3. uit het advies van de DT&V blijkt dat de feitelijke overdracht van de hiervoor genoemde kinderbeschermingsmaatregel aan de autoriteiten van het land van herkomst, of aan de autoriteiten van een ander land waarvan kan worden aangenomen dat er toegang wordt verleend, niet binnen de hiervoor genoemde anderhalf jaar heeft plaatsgevonden; en
4. de minderjarige vreemdeling komt niet op enige andere grond dan in deze paragraaf genoemd in aanmerking voor een verblijfsvergunning.
Ad 1
Voor de onder toezicht gestelde minderjarige vreemdeling die een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning humanitair tijdelijk wegens een ondertoezichtstelling heeft ingediend vóór 1 april 2025 geldt de datum van de oplegging OTS als begindatum voor het berekenen van de termijn van anderhalf jaar.
#### 13.5. MVV-vrijstelling
@ -4811,9 +4839,9 @@ De onder toezicht gestelde minderjarige vreemdeling wordt vrijgesteld van het mv
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: tijdelijke humanitaire gronden.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van maximaal 1 jaar. De einddatum van de geldigheidsduur van de verblijfsververgunning kan niet later zijn dan de einddatum van de ondertoezichtstelling.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van maximaal één jaar. De einddatum van de geldigheidsduur van de verblijfsververgunning kan niet later zijn dan de einddatum van de ondertoezichtstelling.
#### 13.7. Verlenging en intrekking
@ -4854,7 +4882,7 @@ De gezinsleden worden vrijgesteld van het mvv-vereiste, gelet op het bepaalde in
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder a, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning aan de gezinsleden onder de beperking verblijf als familie- of gezinslid bij (hoofdpersoon).
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
De IND verleent de verblijfsvergunning met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van het verblijfsrecht van de onder toezicht gestelde minderjarige vreemdeling.
@ -4878,7 +4906,7 @@ De beschermde getuige opgenomen in beschermingsprogramma van de Politie Landelij
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: tijdelijke humanitaire gronden.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het beleid inzake beschermde getuige in beschermingsprogramma van de Politie Landelijke met een geldigheidsduur van ten hoogste één jaar.
@ -4910,7 +4938,7 @@ Deelnemers aan het programma van ICORN (Vluchtstad) zijn vrijgesteld van het mid
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: tijdelijke humanitaire gronden.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het beleid inzake mensenrechtenverdedigers met een geldigheidsduur van ten hoogste één jaar.
@ -5571,7 +5599,7 @@ Op grond van artikel 3.51, vierde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder s, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: niet-tijdelijke humanitaire gronden.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder s, Vb verleent de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking: niet-tijdelijke humanitaire gronden met de geldigheidsduur van vijf jaar.
@ -5816,7 +5844,7 @@ Het algemene beleid inzake gezinshereniging is van toepassing.
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder s, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: niet-tijdelijke humanitaire gronden.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder s, Vb verleent de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking: niet-tijdelijke humanitaire gronden met de geldigheidsduur van vijf jaar.
@ -5840,55 +5868,133 @@ In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen ten aanzien van:
#### 2.1. Inleiding
In deze paragraaf zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen die in Nederland willen verblijven op grond van richtlijn 2004/38/EG. In richtlijn 2004/38/EG staan de regels voor het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie van burgers van de Unie en hun familieleden.
In deze paragraaf zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen die in Nederland willen verblijven op grond van richtlijn 2004/38, artikel 10 van verordening 492/2011, artikel 20 VWEU en artikel 21 VWEU.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 8.7 t/m 8.25 Vb.
In richtlijn 2004/38 staan de regels voor het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie van Unieburgers en hun familieleden.
De beleidsregels in deze paragraaf zijn ook van toepassing op onderdanen van de Europese Economische Ruimte en Zwitserland, omdat zij zijn gelijkgesteld met burgers van de Unie.
Artikel 10 van verordening 492/2011 geeft rechten aan kinderen van een Unieburger, die op het grondgebied van een andere lidstaat arbeid verricht of heeft verricht, indien zij aldaar woonachtig zijn en onder dezelfde voorwaarden als de eigen burgers van deze staat toegelaten zijn tot het algemene onderwijs, het leerlingstelsel en de beroepsopleiding.
De IND verstaat onder onderdanen van een derde land: vreemdelingen die geen burger van de Unie zijn of onderdaan van de EER, of Zwitserland.
Artikel 20 VWEU bevat de rechten van burgers van de Unie.
De IND verstaat onder familieleden van een burger van de Unie: familieleden als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vb, ongeacht hun nationaliteit, tenzij anders vermeld.
Artikel 21 VWEU bevat het recht om vrij te reizen en vrij te verblijven, onder voorbehoud van beperkingen en voorwaarden die bij de Verdragen en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld.
De beleidsregels zijn tevens een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 8.7 t/m 8.25 Vb.
#### 2.2. Beleidsregels
Een familielid van een burger van de Unie verliest niet de rechten die al aan het EU-recht werden ontleend als de burger van de Unie naturaliseert tot Nederlander (al dan niet met verlies van de oorspronkelijke nationaliteit).
##### 2.2.1. Economisch actieve Unieburgers
Voor het uit een derde land afkomstige familielid van een Nederlander ontstaat een afgeleid verblijfsrecht op basis van artikel 21, eerste lid, VWEU als de Nederlander en het familielid:
###### 2.2.1.1. Werknemer
• daadwerkelijk hebben verbleven in een andere lidstaat van de EU; en
• gedurende ten minste drie maanden van daadwerkelijk verblijf in de andere lidstaat voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken hebben voldaan aan de voorwaarden genoemd in lid 1 of lid 2 van artikel 7 of artikel 16 van richtlijn 2004/38/EG en tijdens dat daadwerkelijke verblijf een gezinsleven hebben opgebouwd of bestendigd.
In aanvulling op artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder a, Vb beschouwt de IND een Unieburger als werknemer als:
Voor een uit het derde land afkomstige familielid van een Nederlander ontstaat bij terugkeer uit het Verenigd Koninkrijk een afgeleid verblijfsrecht op basis van artikel 21, eerste lid, VWEU als:
• deze gedurende een bepaalde tijd prestaties levert in een bepaalde gezagsverhouding;
• als tegenprestatie een vergoeding ontvangt; en
• de Unieburger reële en daadwerkelijke arbeid verricht.
• de Nederlander en het uit een derde land afkomstige familielid voldoen aan de voorwaarden genoemd onder Verblijfsrecht familielid bij terugkeer Nederlander na gebruik van recht op vrij verkeer;
• de Nederlander vóór of op 31 december 2020 in het Verenigd Koninkrijk woonachtig was; en
• het uit een derde land afkomstige familielid vóór of op 31 december 2020 reeds familielid is met de Nederlander en ook daarna (op het moment dat het uit een derde land afkomstige familielid zich bij de Nederlander in het Verenigd Koninkrijk voegt én na terugkeer in Nederland) sprake is van een bestendigde familierechtelijke relatie met de Nederlander.
###### 2.2.1.2. Behouden status werknemer
De IND verstrekt een document EU/EER (bijlage 7e, VV) aan het uit een derde land afkomstige familielid van een Nederlander als aan voornoemde vereisten is voldaan.
In aanvulling op artikel 8.12, tweede lid, Vb gaat de IND ingeval van werkloosheid uit van onvrijwillige werkloosheid tenzij door de gemeentelijke sociale dienst of het UWV genoegzaam is vastgesteld dat hier geen sprake van is
De IND past bij het familielid van een Nederlander hoofdstuk 8, afdeling 2, paragraaf 2, van het Vb naar analogie toe.
###### 2.2.1.3. Zelfstandige
In aanvulling op artikel 8.7, tweede lid, Vb stelt de IND adoptiefkinderen gelijk met rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn.
In aanvulling op artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder a, Vb beschouwt de IND een Unieburger als zelfstandige als de arbeid wordt verricht:
Als een familielid als bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, aanhef en onder c en d, Vb en artikel 8.7, derde lid, Vb stelt ten laste te zijn van een burger van de Unie, dan beoordeelt de IND of dit familielid, op het moment dat dit familielid verzoekt om hereniging met de burger van de Unie, in het land van herkomst of het land vanwaar het familielid kwam (dat wil zeggen niet in Nederland) materieel wordt ondersteund door de burger van de Unie. Deze materiële ondersteuning moet noodzakelijk en reëel zijn.
• zonder enige gezagsverhouding met betrekking tot de keuze van deze activiteit, de arbeidsomstandigheden en de beloning;
• onder zijn eigen verantwoordelijkheid; en
• tegen een beloning die volledig en rechtstreeks aan hem wordt uitbetaald.
Bij een familielid als bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, aanhef en onder c en d, Vb neemt de IND in ieder geval aan dat de materiële ondersteuning noodzakelijk is als het familielid vanwege zijn economische en sociale toestand niet (volledig) in zijn basisbehoeften voorziet. Waarom het familielid een beroep doet op materiële ondersteuning is niet van belang.
###### 2.2.1.4. Reële en daadwerkelijke arbeid
Bij een familielid als bedoeld in artikel 8.7, derde lid, Vb neemt de IND slechts aan dat de materiële ondersteuning noodzakelijk is, als het familielid vanwege zijn economische en sociale toestand niet (volledig) in zijn basisbehoeften voorziet. Waarom het familielid een beroep doet op materiële ondersteuning is niet van belang.
Een Unieburger die op grond van de voorgaande paragrafen te beschouwen is als werknemer of zelfstandige moet reële en daadwerkelijke arbeid verrichten. Werkzaamheden van zo geringe omvang dat ze louter marginaal en bijkomstig zijn, worden uitgesloten. De IND maakt hierbij een individuele beoordeling.
Bij een familielid als bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, aanhef en onder c en d, Vb neemt de IND in ieder geval aan dat de materiële ondersteuning reëel is als de burger van de Unie aan het familielid ten minste één jaar ononderbroken regelmatig een som geld heeft betaald welke voor het familielid noodzakelijk is om in zijn basisbehoeften te voorzien in zijn land van herkomst.
Van reële en daadwerkelijke arbeid is in ieder geval sprake als:
Bij een familielid als bedoeld in artikel 8.7, derde lid, Vb neemt de IND slechts aan dat de materiële ondersteuning reëel is als de burger van de Unie aan het familielid ten minste één jaar ononderbroken regelmatig een som geld heeft betaald welke voor het familielid noodzakelijk is om in zijn basisbehoeften te voorzien in zijn land van herkomst.
• de inkomsten uit arbeid meer bedragen dan 50% van de toepasselijke bijstandsnorm voor de desbetreffende categorie; of
• de Unieburger ten minste 40% van de gebruikelijke volledige arbeidstijd werkt.
De IND neemt in aanvulling op artikel 8.7, vierde lid, Vb aan dat een burger van de Unie en de ongehuwde partner een duurzame relatie hebben, als zij voorafgaand aan het moment van de aanvraag of op het moment van beslissen gedurende een termijn van zes maanden een gezamenlijke huishouding voerden, waarbij in ieder geval gedurende die termijn feitelijk is samengewoond.
###### 2.2.1.5. Legale arbeidsmarkt
De IND kan op grond van de persoonlijke omstandigheden van het geval een relatie als duurzaam aanmerken als de burger van de Unie en de ongehuwde partner:
De IND kan een Unieburger op grond van de voorgaande paragrafen alleen aanmerken als werknemer of zelfstandige als de arbeid op de legale arbeidsmarkt wordt verricht. Dat is het geval indien alle wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften bij het verrichten van de arbeid in acht zijn genomen.
###### 2.2.1.6. Werkzoekenden
De IND beschouwt als werkzoekende:
• de Unieburger die Nederland is ingereisd om werk te zoeken en kan bewijzen dat hij werk zoekt door middel van een inschrijving bij het UWV. De Unieburger behoudt deze status voor in ieder geval zes maanden gerekend vanaf de datum van inschrijving bij het UWV.
• De Unieburger die langer dan zes maanden in Nederland is zonder te zijn toegetreden tot de arbeidsmarkt, staat ingeschreven als werkzoekende bij het UWV en aantoont dat hij een reële kans maakt om te worden aangenomen.
##### 2.2.2. Economisch inactieve Unieburgers
De IND onderscheidt twee groepen economisch inactieve Unieburgers:
• een economisch inactieve Unieburger met regelmatige inkomsten. De IND merkt een Unieburger die beschikt over middelen ter hoogte van het normbedrag dat in artikel 3.74 Vb voor de desbetreffende categorie is vastgesteld, in ieder geval aan als een economisch inactieve Unieburger met regelmatige inkomsten. De IND maakt hierbij een individuele beoordeling; of
• een economisch inactieve Unieburger zonder regelmatige inkomsten. De IND beschouwt een Unieburger die beschikt over een banksaldo dat tenminste twaalf keer het in artikel 3.74 Vb genoemde normbedrag per maand bedraagt, gerekend vanaf het moment van indienen van de aanvraag, als een economische inactieve Unieburger zonder regelmatige inkomsten. De IND maakt hierbij een individuele beoordeling.
Uitkeringen waaraan geen premie- of bijdragebetalingen door de ontvanger vooraf zijn gegaan, kunnen niet worden aangemerkt als inkomsten van een economisch inactieve Unieburger.
Voor de vaststelling of de Unieburger over voldoende middelen beschikt, is het voldoende dat deze middelen aantoonbaar beschikbaar en rechtmatig zijn. De herkomst doet niet ter zake. De wettelijke en bestuurlijke voorschriften omtrent de middelen en inkomsten dienen te zijn nageleefd.
##### 2.2.3. Studenten
De IND beschouwt een Unieburger als student als deze ingeschreven staat voor een opleiding die is opgenomen in de Registratie Instellingen en Opleidingen.
In aanvulling op artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder c, Vb verstaat de IND onder beroepsopleiding iedere onderwijsvorm (inclusief stage) die opleidt voor een:
• speciaal beroep;
• vak;
• betrekking; of
• bijzondere bekwaamheid om een beroep uit te oefenen.
##### 2.2.4. Verblijfsrecht van familieleden van een Unieburger
De IND beschouwt de personen genoemd in artikel 8.7 tweede lid tot en met het vierde lid Vb als familieleden van een Unieburger.
###### 2.2.4.1. Echtgenoten en geregistreerd partners
De IND erkent in beginsel een huwelijk dat op een naar Nederlands recht geldige wijze is gesloten.
De IND erkent gedwongen en polygame huwelijken niet. De IND kent uitsluitend aan één (huwelijks)partner een afgeleid verblijfsrecht toe.
De IND beschouwt het huwelijk als ontbonden wanneer de echtscheiding door een Nederlandse rechter is uitgesproken en is ingeschreven in de BRP. Als het huwelijk door een buitenlandse rechter is ontbonden, is het internationaal privaatrecht van toepassing. Het geregistreerd partnerschap wordt als beëindigd beschouwd als de beëindiging (bij overeenkomst of via de rechter) in de BRP is ingeschreven.
###### 2.2.4.2. Rechtstreekse bloedverwant in neergaande lijn
De IND beschouwt kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen als rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn (als bedoeld in artikel 8.7, lid 2 sub c, Vb) als deze
• jonger dan 21 jaar zijn; of
• ten laste van de Unieburger of van zijn (huwelijks)partner zijn.
De IND stelt adoptiefkinderen gelijk met rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn.
###### 2.2.4.3. Rechtstreekse bloedverwant in opgaande lijn
De IND beschouwt ouders, grootouders en overgrootouders als rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn (als bedoeld in artikel 8.7, lid 2 sub d, Vb). Ook zij moeten ten laste van de Unieburger of van zijn (huwelijks)partner komen.
###### 2.2.4.4. Andere familieleden
Andere familieleden als bedoeld in artikel 8.7, derde lid, Vb dienen een nauwe en duurzame familieband met een Unieburger te hebben wegens bijzondere feitelijke omstandigheden zoals genoemd onder sub a en b in het Vb. Er zijn geen beperkingen met betrekking tot de graad van verwantschap ten aanzien van deze familieleden.
####### 2.2.4.4.1. Ten laste komen van
Als een familielid als bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, aanhef en onder c en d, Vb en artikel 8.7, derde lid, Vb stelt ten laste te zijn van een Unieburger, dan beoordeelt de IND of dit familielid, op het moment dat dit familielid verzoekt om hereniging met de Unieburger, in het land van herkomst of het land waar het familielid eerder woonde (dat wil zeggen niet in Nederland) materieel werd ondersteund door de Unieburger. Deze materiële ondersteuning moet noodzakelijk en reëel zijn.
####### 2.2.4.4.2. Familieleden in de zin van
Bij een familielid als bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, aanhef en onder c en d en derde lid Vb neemt de IND in ieder geval aan dat de materiële ondersteuning noodzakelijk is als het familielid vanwege zijn economische en sociale toestand niet (volledig) in zijn basisbehoeften voorziet. Waarom het familielid een beroep doet op materiële ondersteuning is niet van belang.
Bij een familielid als bedoeld in artikel 8.7, tweede lid aanhef en onder c en d en derde lid Vb neemt de IND in ieder geval aan dat de materiële ondersteuning reëel is als de burger van de Unie aan het familielid ten minste één jaar ononderbroken regelmatig een som geld heeft betaald welke voor het familielid noodzakelijk is om in zijn basisbehoeften te voorzien in zijn land van herkomst of het land waar het familielid eerder woonde (niet zijnde Nederland).
###### 2.2.4.5. Ongehuwde partners
De IND neemt aan in aanvulling op artikel 8.7, vierde lid, Vb dat een Unieburger en de ongehuwde partner een duurzame relatie hebben, als zij voorafgaand aan het moment van de aanvraag of op het moment van beslissen gedurende een termijn van zes maanden een gezamenlijke huishouding voerden, waarbij in ieder geval gedurende die termijn feitelijk is samengewoond.
De IND kan op grond van de persoonlijke omstandigheden van het geval een relatie als duurzaam aanmerken als de Unieburger en de ongehuwde partner:
• nog geen zes maanden feitelijk hebben samengewoond; en
• gedurende tenminste zes maanden een duurzame relatie onderhouden.
De IND betrekt bij die beoordeling de redenen, waarom de burger van de Unie en de ongehuwde partner (tijdelijk) niet samenwonen.
De IND betrekt bij die beoordeling de redenen, waarom de Unieburger en de ongehuwde partner (tijdelijk) niet samenwonen.
Verder kan de IND daarbij in ieder geval de volgende relevante aspecten betrekken die aan kunnen tonen dat er emotionele en affectieve banden zijn aangegaan, die maken dat sprake is van een duurzame relatie als hier bedoeld:
@ -5899,100 +6005,205 @@ Verder kan de IND daarbij in ieder geval de volgende relevante aspecten betrekke
• samenwoning in het verleden (in Nederland of in het buitenland); en/of
• de frequentie van het contact en elkaar zien.
In alle gevallen moet het gaan om een bestaande duurzame relatie.
In alle gevallen moet het gaan om een bestaande duurzame relatie. De IND kent uitsluitend aan één (ongehuwde) partner een afgeleid verblijfsrecht toe.
In aanvulling op artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder a, Vb beschouwt de IND een burger van de Unie als werknemer of zelfstandige als deze reële en daadwerkelijke arbeid verricht.
Een minderjarig kind van de ongehuwde partner van een Unieburger moet voldoen aan (de reguliere) toelatingsvoorwaarden van artikel 3.13 tot en met 3.22 Vb.
Van reële en daadwerkelijke arbeid is in ieder geval sprake als:
#### 2.3. Schoolgaande kinderen van werknemers en hun verzorgers (artikel 10
• de inkomsten uit arbeid meer bedragen dan 50% van de toepasselijke bijstandsnorm; of
• de burger van de Unie ten minste 40% van de gebruikelijke volledige arbeidstijd werkt.
Op grond van artikel 10 Verordening nr. 492/2011 hebben kinderen van een Unieburger, die op het grondgebied van een andere lidstaat reële en daadwerkelijke arbeid verricht of heeft verricht, als zij aldaar woonachtig zijn, recht op toelating tot het algemene onderwijs, het leerlingstelsel en de beroepsopleiding onder dezelfde voorwaarden als de eigen burgers van deze staat. De IND verleent het kind en de verzorgende ouder een afgeleid verblijfsrecht als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De IND verstrekt een sticker verblijfsaantekening gemeenschapsonderdaan (bijlage 7h, VV) met de arbeidsmarktaantekening arbeid toegestaan; tewerkstellingsvergunning niet vereist aan de uit een derde land afkomstige vreemdeling als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb, als:
• het kind moet in de gastlidstaat zijn gevestigd waar de ouder als werknemer daadwerkelijke en reële arbeid (heeft) verricht (zie ook paragraaf B10/2.2.1 Vc); en
• het kind moet in de gastlidstaat hebben verbleven op het moment dat de ouder reële en daadwerkelijke arbeid verrichte.
• hij verblijft in een andere EU-lidstaat, én;
• hij arbeid verricht in Nederland, én;
• de burger van de Unie op dat moment eveneens zijn rechten van vrij verkeer in Nederland uitoefent (door in Nederland arbeid te verrichten).
Het middelenvereiste als genoemd in artikel 8.12, eerste lid Vb geldt niet als voorwaarde bij deze aanvraag.
In de overige gevallen geldt dat het uit een derde land afkomstige familielid van een burger van de Unie die op grond van het EU-recht verblijft in een andere EU-lidstaat alleen in Nederland arbeid mag verrichten als de werkgever beschikt over een geldige tewerkstellingsvergunning, tenzij de Wav anders bepaalt.
#### 2.4. Bijzondere categorieën gerechtigden
In aanvulling op artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder c, Vb verstaat de IND onder beroepsopleiding iedere onderwijsvorm (inclusief stage) die opleidt voor een:
De IND verleent aan het familielid van een Unieburger, zoals bedoeld in artikel 8.7 Vb, op grond van artikel 21 VWEU een afgeleid verblijfsrecht in situaties waarin het recht van vrij verkeer van Unieburgers wordt belemmerd.
• speciaal beroep;
• vak;
• betrekking; of
• bijzondere bekwaamheid om een beroep uit te oefenen.
De IND neemt in ieder geval aan dat het recht van vrij verkeer van de Unieburger wordt belemmerd:
In aanvulling op artikel 8.12, tweede lid, Vb gaat de IND uit van onvrijwillige werkloosheid tenzij door de gemeentelijke sociale dienst of het UWV genoegzaam is vastgesteld dat hier geen sprake van is.
• als de Unieburger genaturaliseerd is tot Nederlander (al dan niet met verlies van de oorspronkelijke nationaliteit) nadat hij ooit in Nederland heeft verbleven op grond van artikel 8.12 Vb. Een afgeleid verblijfsrecht kan alleen worden toegekend als de Unieburger aan artikel 8.12, eerste lid onder a, b of c Vb voldoet;
• als de verzorgende ouder niet bij de minderjarige Unieburger kan verblijven (zie paragraaf B10/2.4.1);
• als de familieleden van Unieburgers naar hun lidstaat terugkeren (zie paragraaf B10/2.4.2 Vc); of
• als er sprake is van verblijf op grond van het terugtrekkingsakkoord (zie paragraaf B10/2.4.3).
De IND willigt de aanvraag voor toetsing aan het EU-recht van een familielid in als blijkt dat de vreemdeling als bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, Vb op het moment dat op die aanvraag wordt beslist reële en daadwerkelijke arbeid verricht of voor zichzelf en zijn familieleden beschikt over voldoende middelen van bestaan.
##### 2.4.1. Verzorgende ouder van een minderjarige Unieburger (artikel 21 VWEU)
*Wijze van indiening aanvraag, beoordeling en verlening verblijfsdocument*
De IND verleent op grond van artikel 21 VWEU aan de ouder van een minderjarige Unieburger een afgeleid verblijfsrecht als:
Het uit een derde land afkomstige familielid dient de aanvraag als bedoeld in artikel 8.13, tweede lid Vb, in:
• de minderjarige Unieburger beschikt over voldoende bestaansmiddelen en een verzekering die de ziektekosten volledig dekt; en
• deze ouder daadwerkelijk voor hem zorgt.
• bij een door de IND aangegeven postadres met een door de IND vastgesteld formulier dat op de IND website te verkrijgen is; of
• via de website van de IND digitaal via een online aanvraag
De minderjarige Unieburger voldoet aan het middelenvereiste als die minderjarige Unieburger voldoende middelen ter beschikking staan als bedoeld in artikel 8.12, eerste lid Vb.
De aanvraag om afgifte van een document waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, wordt hierna aangeduid als de aanvraag om toetsing aan EU-recht. De aanvrager (het uit een derde land afkomstige familielid) overlegt bij zijn aanvraag de gegevens, als bedoeld in artikel 8.13, derde lid, Vb. Uitzondering hierop is de verklaring van inschrijving van de burger van de Unie bij wie hij verblijft. Vanaf 1 juli 2023 is het uit een derde land afkomstig familielid niet meer verplicht om bij de aanvraag een verklaring van inschrijving van de burger van de Unie te overleggen.
##### 2.4.2. Verblijfsrecht van de familieleden van Nederlanders die naar hun lidstaat terugkeren
Het uit een derde land afkomstige familielid maakt na de indiening van zijn aanvraag als bedoeld in artikel 8.13, tweede lid, Vb, zelf een afspraak bij een IND-loket voor het afnemen van de voor het verblijfsdocument benodigde biometrie. Bij het IND-loket ontvangt het uit een derde land afkomstige familielid ook het bewijs van rechtmatig verblijf en recht op arbeid hangende de procedure (zie in paragraaf B10/2.2 Vc onderdeel Bewijs van rechtmatig verblijf en recht op arbeid hangende de procedure). De IND verstrekt het uit een derde land afkomstige familielid een verblijfsdocument als bedoeld in artikel 8.13, vijfde lid, Vb, als de verblijfgevende burger van de Unie voldoet aan artikel 8.12, lid 1, Vb en tevens wordt voldaan aan de voorwaarden van de artikel 8.13, derde lid, Vb (uitgezonderd artikel 8.13, lid 3, onder b, Vb).
Voor het uit een derde land afkomstige familielid van een Nederlander ontstaat een afgeleid verblijfsrecht op basis van artikel 21, eerste lid, VWEU als de Nederlander en het familielid:
In aanvulling op artikel 8.13, vierde lid, Vb verstrekt de IND aan een uit een derde land afkomstig familielid van een burger van de Unie na indiening van de aanvraag als bedoeld in artikel 8.13, tweede lid, Vb de sticker Verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen (bijlage 7h, VV) met de aantekening arbeid toegestaan en tewerkstellingsvergunning is niet vereist.
• daadwerkelijk hebben verbleven in een andere lidstaat van de EU; en
• gedurende ten minste drie maanden van daadwerkelijk verblijf in de andere lidstaat voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken hebben voldaan aan de voorwaarden genoemd in lid 1 of lid 2 van artikel 7 of artikel 16 van richtlijn 2004/38 en
• tijdens dat daadwerkelijke verblijf een gezinsleven hebben opgebouwd of bestendigd.
De IND stelt een burger van de Unie voor wie het vrije verkeer van werknemers nog niet geldt als gevolg van een overgangsmaatregel in het bezit van een verblijfsdocument met de arbeidsmarktaantekening: arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist als:
De IND past bij het familielid van een Nederlander hoofdstuk 8, afdeling 2, paragraaf 2, van het Vb en paragraaf B10/2.2.2. Vc naar analogie toe.
• de burger van de Unie ten minste twaalf maanden onafgebroken heeft beschikt over een verblijfsdocument met de arbeidsmarktaantekening: arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist;
• aan de werkgever van de burger van de Unie een TWV is verleend met een onafgebroken geldigheidsduur van ten minste twaalf maanden en gedurende de geldigheidsduur van de TWV ten minste twaalf maanden onafgebroken reële en daadwerkelijke arbeid is verricht bij die werkgever; of
• de burger van de Unie ten minste twaalf maanden onafgebroken heeft beschikt over een verblijfsvergunning onder de beperking arbeid als kennismigrant.
Het middelenvereiste als genoemd in artikel 8.12, eerste lid Vb geldt niet als voorwaarde bij deze aanvraag.
In alle overige gevallen wordt de burger van de Unie voor wie het vrije verkeer van werknemers nog niet geldt door de IND in het bezit gesteld van een verblijfsdocument met de arbeidsmarktaantekening: arbeid in loondienst alleen toegestaan met TWV' of in geval dat werkzaamheden worden verricht in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening: 'TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend.
##### 2.4.3. Verblijfsrecht van familieleden van Nederlanders die terugkeren uit het Verenigd Koninkrijk op grond van het terugtrekkingsakkoord
De IND telt bij de beoordeling of de burger van de Unie voor wie het vrije verkeer van werknemers nog niet geldt inmiddels volledige toegang heeft tot de arbeidsmarkt de geldigheidsduur van TWVs die zijn verleend voor de duur van minder dan twaalf maanden bij elkaar op, op voorwaarde dat sprake is van een aaneengesloten periode.
Voor een uit het derde land afkomstige familielid van een Nederlander ontstaat bij terugkeer uit het Verenigd Koninkrijk een afgeleid verblijfsrecht op basis van artikel 21, eerste lid, VWEU als:
In aanvulling op artikel 8.13, vierde lid, Vb verstrekt de IND aan een familielid dat wil verblijven bij een burger van de Unie voor wie het vrije verkeer van werknemers nog niet geldt onmiddellijk na indiening van de aanvraag voor toetsing aan het EU-recht de sticker Verblijfsaantekeningen algemeen (bijlage 7g, VV) met dezelfde aantekening als de verblijfgever.
• de Nederlander en het uit een derde land afkomstige familielid voldoen aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf B10/2.4.2. Vc;
• de Nederlander vóór of op 31 december 2020 in het Verenigd Koninkrijk woonachtig was; en
• het uit een derde land afkomstige familielid vóór of op 31 december 2020 reeds familielid was van de Nederlander en ook daarna (op het moment dat het uit een derde land afkomstige familielid zich bij de Nederlander in het Verenigd Koninkrijk voegt én na terugkeer in Nederland) sprake is van een bestendigde familierechtelijke relatie met de Nederlander.
Een vreemdeling heeft rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder e, Vw als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
De IND past bij het familielid van een Nederlander hoofdstuk 8, afdeling 2, paragraaf 2, van het Vb en paragraaf B10/2.2.2. Vc toe.
a. de vreemdeling moet zijn identiteit en nationaliteit aannemelijk maken door het overleggen van een geldig document voor grensoverschrijding of een geldige identiteitskaart. Als de vreemdeling hieraan niet kan voldoen, moet hij zijn identiteit en nationaliteit ondubbelzinnig aantonen met andere middelen;
b. de vreemdeling heeft een minderjarig kind (dat wil zeggen: beneden de achttien jaar) dat in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit;
c. de vreemdeling verricht al dan niet gezamenlijk met de andere ouder daadwerkelijke zorgtaken ten behoeve van het minderjarige kind; en
d. tussen de vreemdeling en het kind bestaat een zodanige afhankelijkheidsverhouding dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de vreemdeling een verblijfsrecht wordt geweigerd.
Het middelenvereiste als genoemd in artikel 8.12, eerste lid Vb geldt niet als voorwaarde bij deze aanvraag.
De IND kan niet vaststellen dat sprake is van rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder e, Vw als de vreemdeling onvoldoende gegevens verschaft waarmee wordt aangetoond dat aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan.
##### 2.4.4. EU-grensarbeid
De IND verstrekt een sticker verblijfsaantekening gemeenschapsonderdaan (bijlage 7h, VV) met de arbeidsmarktaantekening arbeid toegestaan; tewerkstellingsvergunning niet vereist aan de uit een derde land afkomstige vreemdeling, als:
• de vreemdeling een familielid van de Unieburger is als bedoeld in artikel 8.7 tweede, derde of vierde lid Vb;
• hij verblijft in een andere EU-lidstaat;
• hij arbeid verricht in Nederland of werkzoekende is, én;
• de Unieburger op dat moment eveneens reële en daadwerkelijke arbeid verricht in Nederland.
In de overige gevallen geldt dat het uit een derde land afkomstige familielid van een Unieburger die op grond van het EU-recht verblijft in een andere EU-lidstaat alleen in Nederland arbeid mag verrichten als de werkgever beschikt over een geldige tewerkstellingsvergunning, tenzij de Wav anders bepaalt.
#### 2.5. Gezinsleden van een (minderjarig) Nederlands kind
##### 2.5.1. Derdelands ouder van een minderjarig Nederlands kind
De derdelands ouder heeft rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder e, Vw als hij:
a. zijn identiteit en nationaliteit aannemelijk heeft gemaakt met een geldig paspoort of geldige identiteitskaart, of met andere bewijsmiddelen als hij geen geldig paspoort of geldige identiteitskaart kan overleggen;
b. een minderjarig, Nederlands kind heeft;
c. daadwerkelijk voor het kind zorgt; en
d. er een zodanige afhankelijkheid tussen hem en het kind bestaat dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de derdelands ouder een verblijfsrecht wordt geweigerd.
De IND kan niet vaststellen dat er sprake is van rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder e, Vw als de derdelands ouder onvoldoende gegevens verschaft waarmee wordt aangetoond dat aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan.
Dit verblijfsrecht is afgeleid van artikel 20 VWEU.
###### 2.5.1.1. Identiteit en nationaliteit
Als een vreemdeling geen geldig paspoort of een geldige identiteitskaart heeft overgelegd, kan hij zijn identiteit en nationaliteit met alle andere middelen aannemelijk maken, waaronder zijn verklaringen.
Alle aangevoerde documenten en verklaringen moeten afzonderlijk en in onderlinge samenhang worden bezien. De IND kijkt bij het toekennen van bewijswaarde aan deze documenten naar de manier waarop het document is afgegeven. Hierbij is het van belang of het document op basis van (eigen) verklaringen of op basis van nader onderzoek door de betreffende autoriteiten is opgesteld. De IND kent een sterkere bewijswaarde toe aan documenten, wanneer deze door de autoriteiten van het land van afgifte zijn afgegeven en er voldoende identificerende gegevens van de vreemdeling op het document staan.
De IND houdt bij de beoordeling van deze documenten ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling en de administratieve praktijken die in het land van herkomst of in het land van afgifte gangbaar zijn.
###### 2.5.1.2. Ouderschap
Er is in ieder geval sprake van ouderschap als het juridische of het biologische ouderschap is aangetoond. Ook andere feitelijke verzorgers, zoals stief-, pleeg- en opvangouders, kunnen als ouder in de zin van dit beleid worden aangemerkt, zolang zij die rol op vergelijkbare wijze invullen.
Het juridische ouderschap kan worden aangetoond met een geboorteakte, akte van erkenning of met andere officiële documenten waaruit een juridische band tussen de ouder en het kind blijkt. Biologisch ouderschap kan worden aangetoond aan de hand van een DNA-test.
Gezag is geen zelfstandige voorwaarde voor het ouderschap.
Het Nederlanderschap van het minderjarige kind kan worden aangetoond door middel van een geldig Nederlands paspoort of een geldige Nederlandse identiteitskaart.
###### 2.5.1.3. Zorgtaken
• De IND verstaat onder zorgtaken ook opvoedingstaken.
• De IND merkt zorg- en/of opvoedingstaken met een marginaal karakter niet aan als daadwerkelijke zorgtaken ten behoeve van het minderjarige kind, tenzij het marginale karakter van de zorg- en/of opvoedingstaken de vreemdeling niet is aan te rekenen. Dit wordt de vreemdeling niet aangerekend als hij/zij kan aantonen dat de andere ouder de omgang met het kind frustreert.
• De IND merkt zorgtaken in elk geval aan als daadwerkelijke zorgtaken als deze op dagbasis terugkeren.
• De IND merkt zorg- en/of opvoedingstaken met een marginaal karakter niet aan als daadwerkelijke zorgtaken ten behoeve van het minderjarige kind, tenzij het marginale karakter van de zorg- en/of opvoedingstaken de derdelander ouder niet is aan te rekenen. Dit wordt de derdelander ouder niet aangerekend als aangetoond wordt dat de andere ouder de omgang met het kind frustreert, terwijl eerder wel sprake was van het verrichten van daadwerkelijke zorgtaken door de vreemdeling.
• Onder zorgtaken wordt niet verstaan enkel omgang of contact met het minderjarige Nederlandse kind.
Bij de beoordeling of sprake is van een zodanig afhankelijkheidsverhouding dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de vreemdeling een verblijfsrecht wordt geweigerd, betrekt de IND, in het hogere belang van het kind, alle relevante omstandigheden, meer in het bijzonder:
###### 2.5.1.4. Zodanige afhankelijkheid
• de leeftijd van het kind;
• zijn lichamelijke en emotionele ontwikkeling; en
• de mate van zijn affectieve relatie zowel met de Nederlandse ouder als met de vreemdeling, evenals het risico dat voor het evenwicht van het kind zou ontstaan als het van deze laatste zou worden gescheiden.
De IND neemt in beginsel een zodanige afhankelijkheid aan als de derdelander ouder duurzaam samenwoont met een minderjarig Nederlands kind over wie hij het gezag heeft en voor wie hij de wettelijke en financiële last draagt en met wie hij een affectieve band heeft.
De IND verstrekt aan de vreemdeling die verblijf beoogt als verzorgende ouder van een minderjarig Nederlands kind onmiddellijk na indiening van de aanvraag voor toetsing aan het EU-recht de sticker verblijfsaantekeningen gemeenschapsonderdanen (bijlage 7h, VV) met de aantekening dat het familielid mag werken.
In andere gevallen beoordeelt de IND de zodanige afhankelijkheid aan de hand van de volgende omstandigheden:
#### 2.3. Ontzegging of beëindiging rechtmatig verblijf
a. de vreemdeling heeft het ouderlijk gezag over het minderjarige Nederlandse kind;
b. de rol van de andere Nederlandse ouder(s);
c. de vreemdeling draagt de wettelijke en financiële lasten voor het Nederlandse kind en heeft een affectieve band met het Nederlandse kind;
d. de woonsituatie van het kind;
e. de leeftijd van het kind;
f. het lichamelijke en emotionele ontwikkelingsniveau, de gezondheid en de economische situatie van het kind;
g. het risico dat voor het evenwicht van het kind zou ontstaan als hij van zijn ouder wordt gescheiden.
Op grond van artikel 8.25 Vb ontzegt of beëindigt de IND het rechtmatig verblijf van de vreemdeling als:
Het gaat hier niet over cumulatieve voorwaarden, maar omstandigheden die in onderlinge samenhang moeten worden beoordeeld.
• de burger van de Unie of diens familielid onjuiste gegevens heeft verstrekt of gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens zouden leiden of hebben geleid tot weigering van toegang of verblijf; of
• het familielid met een Nederlander in een andere lidstaat verblijft of heeft verbleven en dit verblijf in de andere lidstaat niet daadwerkelijk is geweest; of
• sprake is van rechtsmisbruik.
Gezag is geen zelfstandige voorwaarde, maar speelt wel een rol bij de beoordeling van de zodanige afhankelijkheidsverhouding. Gezag is een indicatie dat sprake is van een zodanige afhankelijkheid.
Op grond van artikel 8.25 Vb ontzegt of beëindigt de IND het rechtmatig verblijf van de vreemdeling tevens als sprake is van kunstmatig gedrag dat als enig doel heeft het door het EU-recht gewaarborgde recht van vrij verkeer en verblijf te krijgen en dat, hoewel het formeel voldoet aan de voorwaarden die het EU-recht stelt, in strijd is met het doel van het EU-recht.
Dat een andere ouder voor het kind zorgt of kan en wil zorgen is geen zelfstandige reden om de zodanige afhankelijkheid tussen de vreemdeling en het kind niet vast te stellen. Als het zwaartepunt van de verzorging bij de andere ouder ligt, dan is dat wel een indicatie dat het kind minder afhankelijk is van de vreemdeling.
De IND beschouwt in ieder geval het verkrijgen van verblijfsrecht op grond van richtlijn 2004/38/EG met het enkele doel om inbreuk te maken op de nationale wet- en regelgeving als strijdig met het EU-recht.
Een vreemdeling draagt de wettelijke last voor een Nederlands kind als vaststaat dat er tussen de vreemdeling en het kind een familierechtelijke betrekking bestaat. De familierechtelijke betrekking wordt aangetoond met een geboorteakte of bewijs van erkenning of met andere officiële documenten waaruit een juridische band tussen de ouder en het kind blijkt.
Op grond van artikel 8.22, eerste lid, Vb ontzegt of beëindigt de IND het rechtmatig verblijf als het persoonlijke gedrag van een burger van de Unie of diens familielid een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt, tenzij analoge toepassing van artikel 3.77 of 3.86 Vb niet tot verblijfsbeëindiging zou leiden.
Een vreemdeling draagt de financiële last voor een Nederlands kind als hij op duurzame wijze een financiële bijdrage levert aan de opvoeding en verzorging van het kind. De vreemdeling kan dit met ieder passend middel aantonen.
De IND ontzegt of beëindigt het rechtmatig verblijf ook op grond van veelvuldig gepleegde lichte strafbare feiten, waarbij elk strafbaar feit op zich niet tot ontzegging of beëindiging zou kunnen leiden. Bij het ontzeggen of beëindigen van het rechtmatig verblijf op grond van veelvuldig gepleegde lichte strafbare feiten wordt rekening gehouden met de aard van de strafbare feiten, het aantal strafbare feiten en de veroorzaakte schade voor de samenleving. Als ondergrens hanteert de IND de glijdende schaal voor veelplegers als genoemd in artikel 3.86, vierde en vijfde lid, Vb.
Een vreemdeling heeft een affectieve band met het kind als er is aangetoond dat er sprake is van een duurzame emotionele band tussen de vreemdeling en het kind. Bij het beoordelen van de duurzaamheid van de affectieve band worden in elk geval de volgende omstandigheden betrokken:
De IND legt een ongewenstverklaring op overeenkomstig paragraaf A4/3.1 Vc. Voor de signalering van de burger van de Unie of het familielid van een burger van de Unie: zie paragraaf A2/12.6 Vc.
de leeftijd van het kind, en;
de duur van de relatie tussen de ouder en het betrokken kind.
Op grond van artikel 8.23, eerste lid, Vb ontzegt of beëindigt de IND het rechtmatig verblijf van de vreemdeling als de in artikel 8.23, eerste lid, Vb genoemde gevallen zich voordoen.
Bij het beoordelen van de woonsituatie beoordeelt de IND in elk geval of de vreemdeling en het Nederlandse kind samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Hier geldt dat samenwoning sneller in de richting van een zodanige afhankelijkheid wijst dan niet-samenwoning.
Tenzij persoonlijke omstandigheden zich hiertegen verzetten, beëindigt de IND in aanvulling op artikel 8.16 Vb het rechtmatig verblijf van een economisch niet-actieve burger van de Unie bij een beroep op de algemene middelen als de burger van de Unie of diens familielid:
##### 2.5.2. Derdelands minderjarige (voor)kinderen van ouders met een afgeleid verblijfsrecht op grond artikel 20 VWEU
Een derdelands (voor)kind heeft in ieder geval rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder e, Vw als hij:
• minderjarig is;
• het biologische of juridische kind is van een derdelands ouder met een verblijfsrecht of een faciliterend visum op grond van 20 VWEU;
• met deze ouder familieleven heeft in de zin van artikel 8 EVRM;
• zijn identiteit en nationaliteit aannemelijk heeft gemaakt met een geldig paspoort of geldige identiteitskaart, of met andere bewijsmiddelen dan wel verklaringen ingeval hij geen geldig paspoort of geldige identiteitskaart kan overleggen;
• daadwerkelijk verzorgd en of opgevoed wordt door zijn derdelands ouder;
• zodanig afhankelijk is van zijn derdelands ouder dat het minderjarige Nederlandse kind, bij wie de derdelands ouder verblijf heeft, de Europese Unie moet verlaten als hem het verblijfsrecht wordt geweigerd; en
• een toestemmingsverklaring van de achterblijvende ouder heeft overgelegd als bedoeld in paragraaf B7/3.2.3 Vc.
De regels in paragraaf B10/2.5 Vc die zien op identiteit en nationaliteit, minderjarigheid, zorgtaken en zodanige afhankelijkheid zijn van overeenkomstige toepassing op deze paragraaf.
#### 2.6. Procedurele voorwaarden
##### 2.6.1. Toetsen EU-verblijfsrecht in andere procedures
Als de IND tijdens een andere procedure hetzij een aanvraag, verlenging of intrekking de aanvraag afwijst, omdat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van de gevraagde vergunning, beoordeelt de IND of er aanknopingspunten zijn voor een verblijfsrecht op grond richtlijn 2004/38, artikel 10 van verordening 492/2011, artikel 21 VWEU of artikel 20 VWEU. De IND verricht hier (ambtshalve) onderzoek naar.
##### 2.6.2. Rechtsmiddelen
Na een beslissing van de IND tot ontzegging of beëindiging van het rechtmatig verblijf, of een beslissing gericht op de vaststelling dat er geen rechtmatig verblijf is, geldt het volgende:
• de Unieburger of diens familielid heeft van rechtswege niet langer rechtmatig verblijf;
• de Unieburger of diens familielid moet Nederland binnen een maand uit eigen beweging verlaten, bij gebreke waarvan hij kan worden uitgezet;
• het instellen van tijdig bezwaar heeft opschortende werking tenzij de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is of wordt ontnomen of artikel 8.24, derde lid, Vb van toepassing is; en
• het instellen van beroep heeft geen opschortende werking.
De vertrektermijn wordt alleen bekort tot minder dan een maand in dringende gevallen in de zin van artikel 8.24, derde lid, Vb. Hiervan is in ieder geval sprake als:
• het persoonlijk gedrag van de Unieburger of diens familielid een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt als bedoeld in artikel 8.22 Vb; of
• sprake is van rechtsmisbruik of fraude, als bedoeld in artikel 8.25 Vb.
#### 2.7. Bewijsmiddelen
##### 2.7.1. Hoofdregel bewijs
Voor het EU-recht geldt een vrije bewijsleer, tenzij anders is bepaald in Vb, VV, of Vc. De IND beperkt de bewijsmiddelen voor de Unieburger en zijn familieleden niet.
##### 2.7.2. Arbeid als zelfstandige
De IND beschouwt de bewijsmiddelen zoals onder andere genoemd in artikel 7.2a Vv als bewijsmiddelen dat sprake is van het verrichten van arbeid als zelfstandige.
##### 2.7.3. Duurzame relatie
In aanvulling op artikel 8.13, derde lid, Vb beschouwt de IND in ieder geval als bewijsmiddel:
• een bewijs van inschrijving in een gemeentelijke administratie, huurcontracten of afschriften van rekeningen op beider naam als sprake is van een gezamenlijke huishouding buiten Nederland;
• een bewijs van inschrijving als ingezetene in de BRP als de partners in Nederland samenwonen of recentelijk hebben samengewoond.
##### 2.7.4. Derdelands familielid
Een uit een derde land afkomstig familielid is niet verplicht om bij de aanvraag een verklaring van inschrijving van de Unieburger te overleggen.
#### 2.8. Ontzegging of beëindiging rechtmatig verblijf
##### 2.8.1. Beroep op de algemene middelen
Op grond van artikel 8:16 Vb kan een beroep op de algemene middelen leiden tot een verblijfsbeëindiging. Daartoe wordt niet overgegaan indien persoonlijke omstandigheden zoals bedoeld in paragraaf B10/2.8 Vc zich hiertegen verzetten. Het rechtmatig verblijf van een economisch niet-actieve Unieburger of diens familielid wordt beëindigd bij een beroep op de algemene middelen door de Unieburger of diens familielid als een van beiden:
• in de eerste twee jaar van dat verblijf een al dan niet aanvullend beroep doet op een uitkering in het kader van de Pw;
• in het derde jaar van dat verblijf twee maanden of langer een eerste, meer dan aanvullend beroep doet op de Pw of gedurende drie maanden of meer een aanvullend beroep doet op de Pw;
@ -6001,61 +6212,73 @@ Tenzij persoonlijke omstandigheden zich hiertegen verzetten, beëindigt de IND i
• in achtereenvolgende jaren van verblijf of binnen een jaar meermalen een beroep doet op een uitkering in het kader van de Pw; of
• binnen drie jaren van verblijf vijftien maanden of meer een aanvullend beroep doet op een uitkering in het kader van de Pw.
De IND betrekt in ieder geval de volgende persoonlijke omstandigheden bij de belangenafweging:
##### 2.8.2. Uitzonderingen
• de reden waarom de burger van de Unie niet in staat is in zijn levensonderhoud en dat van zijn familieleden te voorzien en of deze reden van tijdelijke dan wel permanente aard is;
• de banden die de burger van de Unie nog heeft met zijn land van herkomst;
• de gezinssituatie;
• de medische situatie (gezondheidstoestand);
• leeftijd;
• overige beroepen op (sociale) voorzieningen;
• de mate van sociale zekerheidspremies die eerder zijn betaald;
• de mate van integratie in Nederland van de burger van de Unie en zijn familieleden;
• nabije toekomstverwachting of burger van de Unie nog bijstand nodig zal hebben.
Het is aan de betrokken burger van de Unie om relevante gegevens en bescheiden ter zake te verstrekken.
Een (aanvullend) beroep op een uitkering in het kader van de Pw heeft in ieder geval géén gevolgen voor het verblijfsrecht als de burger van de Unie of diens familielid:
Een (aanvullend) beroep op een uitkering in het kader van de Pw heeft in ieder geval géén gevolgen voor het verblijfsrecht als de Unieburger of diens familielid:
• slachtoffer is van huiselijk geweld en dit op dezelfde wijze heeft aangetoond als bij de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier onder een beperking verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden na huiselijk geweld op grond van artikel 3.51, vierde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder e, VV; of
• slachtoffer is van mensenhandel en voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld aan verblijf als slachtoffer-aangever of getuige-aangever mensenhandel (zie paragraaf B8/3).
• slachtoffer is van mensenhandel en voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld aan verblijf als slachtoffer-aangever of getuige-aangever mensenhandel. Voorwaarde hierbij is wel dat de Unieburger rechtmatig verblijf moet hebben gehad (zie paragraaf B8/3 Vc).
De IND beëindigt het verblijfsrecht van een burger van de Unie niet wegens een (aanvullend) beroep op een uitkering in het kader van de Pw als:
Het verblijfsrecht van een familielid van een Unieburger eindigt niet indien de Unieburger is genaturaliseerd tot Nederlander (al dan niet met verlies van de oorspronkelijke nationaliteit).
• de burger van de Unie de verzorgende ouder is van een minderjarig kind dat is toegelaten tot het algemene onderwijs, het leerlingstelsel of de beroepsopleiding en gebruik maakt van het recht op onderwijs; en
• de burger van de Unie hier te lande als werknemer arbeid verricht of heeft verricht.
Het verblijfsrecht van de verzorgende ouder van een minderjarige Unieburger als bedoeld in paragraaf B10/2.3 Vc, eindigt bij de meerderjarigheid van het kind, tenzij de aanwezigheid van de verzorgende ouder nodig is om de opleiding te kunnen voortzetten en voltooien.
Het verblijfsrecht van de burger van de Unie die de verzorgende ouder is van een minderjarig kind, eindigt bij de meerderjarigheid van het kind, tenzij de aanwezigheid van de verzorgende ouder nodig is om de opleiding te kunnen voortzetten en voltooien.
###### 2.8.2.1. Definitie aanvullend beroep op een uitkering in het kader van de
De IND verstaat onder een aanvullend beroep op een uitkering in het kader van de Pw een beroep van maximaal 50% van de toepasselijke bijstandsnorm. Als de burger van de Unie of diens familielid een uitkering Pw krijgt van meer dan 50% van de toepasselijke bijstandsnorm, dan beschouwt de IND dit als een meer dan aanvullend beroep.
De IND verstaat onder een aanvullend beroep op een uitkering in het kader van de Pw een beroep van maximaal 50% van de toepasselijke bijstandsnorm. Als de Unieburger of diens familielid een uitkering krijgt van meer dan 50% van de toepasselijke bijstandsnorm beschouwt de IND dit als een meer dan aanvullend beroep.
##### 2.8.3. Niet langer voldoen aan de voorwaarden en beëindiging EU-recht
In aanvulling op artikel 8.16 Vb geldt dat de IND:
• in specifieke gevallen van redelijke twijfel onderzoekt of de burger van de Unie of diens familielid nog altijd aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf als genoemd in de artikelen 8.12 tot en met 8.15 Vb voldoet; en
• het verblijfsrecht van de burger van de Unie of diens familielid per beschikking beëindigt als de IND vaststelt dat de burger van de Unie of diens familielid niet langer aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf voldoet.
• in specifieke gevallen van redelijke twijfel onderzoekt of de Unieburger of diens familielid nog altijd aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf als genoemd in de artikelen 8.12 tot en met 8.15 Vb voldoet; en
• het verblijfsrecht van de Unieburger of diens familielid per beschikking beëindigt als de IND vaststelt dat de Unieburger of diens familielid niet langer aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf voldoet.
Na een beslissing van de IND tot ontzegging of beëindiging van het rechtmatig verblijf, of een beslissing gericht op de vaststelling dat er geen rechtmatig verblijf is, geldt het volgende:
##### 2.8.4. Belangenafweging
• de burger van de Unie of diens familielid heeft van rechtswege niet langer rechtmatig verblijf;
• de burger van de Unie of diens familielid moet Nederland binnen vier weken uit eigen beweging verlaten, bij gebreke waarvan hij kan worden uitgezet;
• het instellen van bezwaar heeft opschortende werking tenzij artikel 8.24, derde lid, Vb van toepassing is; en
• het instellen van beroep heeft geen opschortende werking.
De IND verricht bij ontzegging of beëindiging van het verblijf een belangenafweging. De IND maakt geen belangenafweging indien de aanvrager nimmer begunstigde is geweest als bedoeld in artikel 8.7 Vb.
De vertrektermijn wordt alleen bekort tot minder dan vier weken in dringende gevallen in de zin van artikel 8.24, derde lid, Vb. Hiervan is in ieder geval sprake als:
Bij de belangenafweging worden in ieder geval de volgende belangen betrokken:
• het persoonlijk gedrag van de burger van de Unie of diens familielid een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt als bedoeld in artikel 8.22 Vb; of
• sprake is van rechtsmisbruik of fraude, als bedoeld in artikel 8.25 Vb.
• de duur van het verblijf;
• de banden die de Unieburger of het familielid nog heeft met het land van herkomst;
• de gezinssituatie van de Unieburger of het familielid;
• de medische situatie van de Unieburger of het familielid;
• de leeftijd van de Unieburger of het familielid;
• de mate van sociale zekerheidspremies die de Unieburger of het familielid eerder heeft betaald; en
• de mate van integratie in Nederland van de Unieburger en zijn familieleden.
#### 2.4. Bewijsmiddelen
Als een beroep wordt of is gedaan op de sociale bijstand wordt bij de belangenafweging eveneens betrokken:
Tenzij anders is bepaald in Vb, VV, of Vc, geldt binnen het EU-recht de vrije bewijsleer. Vrije bewijsleer wil zeggen dat de IND de bewijsmiddelen niet beperkt.
• de duur, de frequentie en de omvang van het beroep dat de Unieburger of het familielid op de algemene middelen heeft gedaan;
• de (overige) beroepen op (sociale) voorzieningen;
• de reden waarom de Unieburger of het familielid tijdelijk of permanent niet in staat is om in zijn levensonderhoud te voorzien; en
• de nabije toekomstverwachting, oftewel of de Unieburger of zijn familielid nog bijstand nodig zal hebben op korte termijn.
In aanvulling op artikel 8.13, derde lid, Vb beschouwt de IND als bewijsmiddel:
##### 2.8.5. Rechtsmisbruik en fraude
• een bewijs van inschrijving in een gemeentelijke administratie, huurcontracten of afschriften van rekeningen op beider naam als sprake is van een gezamenlijke huishouding buiten Nederland;
• een bewijs van inschrijving als ingezetene in de BRP als de partners in Nederland samenwonen of recentelijk hebben samengewoond.
Op grond van artikel 8.25 Vb ontzegt of beëindigt de IND het rechtmatig verblijf van de vreemdeling als er sprake is van fraude of misbruik.
Bij de beoordeling van een aanvraag voor toetsing aan het EU-recht van een familielid beoordeelt de IND de inkomenspositie van de burger van de Unie als bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, Vb aan de hand van de bewijsmiddelen zoals genoemd in paragraaf B1/ 8.3.4 Vc.
Er is sprake van fraude als de Unieburger of het familielid:
• frauduleuze documenten overlegt waarin wordt gesteld dat aan alle formele voorwaarden is voldaan; of
• documenten overlegt die zijn opgesteld op basis van een onjuiste voorstelling van feiten betreffende de voorwaarden voor het verblijfsrecht.
Er is sprake van misbruik als de Unieburger of het familielid kunstmatig gedrag vertoont met als enig doel een verblijf te verkrijgen op grond van het recht op vrij verkeer. Daarbij is van belang dat de Unieburger of het familielid formeel voldoet aan de voorwaarden van het recht op vrij verkeer, maar dat de Unieburger of het familielid in strijd met het doel van het recht op vrij verkeer handelt.
##### 2.8.6. Openbare orde en openbare veiligheid
Op grond van artikel 8.22, eerste lid, Vb ontzegt of beëindigt de IND het rechtmatig verblijf als het persoonlijke gedrag van een Unieburger of diens familielid een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt, tenzij in geval van strafrechtelijke veroordelingen dan wel de tegenwerping van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag analoge toepassing van artikel 3.77 of 3.86 Vb niet tot verblijfsbeëindiging zou leiden.
De IND ontzegt of beëindigt het rechtmatig verblijf ook op grond van veelvuldig gepleegde lichte strafbare feiten, waarbij elk strafbaar feit op zich niet tot ontzegging of beëindiging zou kunnen leiden. Bij het ontzeggen of beëindigen van het rechtmatig verblijf op grond van veelvuldig gepleegde lichte strafbare feiten wordt rekening gehouden met de aard van de strafbare feiten, het aantal strafbare feiten en de veroorzaakte schade voor de samenleving. Als ondergrens hanteert de IND de glijdende schaal voor veelplegers als genoemd in artikel 3.86, vierde en vijfde lid, Vb.
De IND legt een ongewenstverklaring op overeenkomstig paragraaf A4/3.1 Vc. Voor de signalering van de Unieburger of het familielid van een Unieburger wordt verwezen naar paragraaf A2/12.6 Vc.
Deze passage is tevens van toepassing op de gezinsleden van een (minderjarig) Nederlands kind als bedoeld onder paragraaf B10/2.5 Vc en op de gezinsleden van schoolgaande kinderen als bedoeld in paragraaf B10/2.3 Vc.
##### 2.8.7. Volksgezondheid
Op grond van artikel 8.23, eerste lid, Vb ontzegt of beëindigt de IND het rechtmatig verblijf van de vreemdeling als de in artikel 8.23, eerste lid, Vb genoemde gevallen zich voordoen.
### 3. Internationale Verdragen
@ -6167,14 +6390,16 @@ De IND verleent de verblijfsvergunning aan (ex-)gezinsleden van Turkse werknemer
Arbeidsmarktaantekening:
De arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument dat wordt afgegeven als het verblijfsrecht wordt ontleend aan het eerste streepje van artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80 luidt: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend als bedoeld in artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder f, VV. Dit is op grond van artikel 7.2 BuWav anders als de vreemdeling in het bezit is (geweest) van een verblijfsvergunning met daarop de arbeidsmarktaantekening Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist. In dat geval luidt de arbeidsmarktaantekening Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist als bedoeld in artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV.
De arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument dat wordt afgegeven als het verblijfsrecht wordt ontleend aan het eerste streepje van artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80 luidt: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend als bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder f, VV. Dit is op grond van artikel 7.2 BuWav anders als de vreemdeling in het bezit is (geweest) van een verblijfsvergunning met daarop de arbeidsmarktaantekening Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist. In dat geval luidt de arbeidsmarktaantekening Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist als bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV.
De arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument dat wordt afgegeven als het verblijfsrecht wordt ontleend aan het derde streepje van artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80 luidt: Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist als bedoeld in artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV.
De arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument dat wordt afgegeven als het verblijfsrecht wordt ontleend aan het derde streepje van artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80 luidt: Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist als bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV.
De arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument dat wordt afgegeven als het verblijfsrecht wordt ontleend aan artikel 7, Besluit 1/80 luidt: Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist als bedoeld in artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV.
De arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument dat wordt afgegeven als het verblijfsrecht wordt ontleend aan artikel 7, Besluit 1/80 luidt: Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist als bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV.
De IND voorziet de verblijfsvergunning die is ontleend aan artikel 6, Besluit 1/80 van de aantekening: Een beroep op de algemene middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.
Geldigheidsduur
De IND verleent de verblijfsvergunning op grond van artikel 6, Besluit 1/80 voor de duur van de arbeidsovereenkomst met een maximum van vijf jaar, maar in ieder geval voor ten minste één jaar.
De IND verleent de verblijfsvergunning die is ontleend aan artikel 7, Besluit 1/80 voor de duur van vijf jaar.
@ -6266,7 +6491,7 @@ De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van 3.29a Vb, artikel
#### 2.1. Economisch niet-actieve langdurig ingezetene
In aanvulling op artikel 3.29a, eerste lid, aanhef en onder b, Vb accepteert de IND alle middelen van bestaan ongeacht de bron waaruit deze afkomstig zijn (erfenis, alimentatie, onroerend goed, arbeid buiten Nederland, een uitkering, pensioen, et cetera).
In aanvulling op artikel 3.29a, aanhef en onder b, Vb accepteert de IND alle middelen van bestaan ongeacht de bron waaruit deze afkomstig zijn (erfenis, alimentatie, onroerend goed, arbeid buiten Nederland, een uitkering, pensioen, et cetera).
#### 2.2. Vermogende vreemdeling (buitenlandse investeerder)
@ -6412,25 +6637,31 @@ De IND neemt aan dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoe
### 3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
#### 3.1. Beperking
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder b, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene of vermogende vreemdeling.
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder n, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.31 Vb aan de vreemdeling op wie artikel 13 besluit 1/80 van toepassing is, onder de beperking: het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst.
Op grond van artikel 3.4, vierde lid, Vb in combinatie met artikel 3.16a VV verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in verband met de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten onder de beperking verblijf conform beschikking Staatssecretaris.
Op grond van artikel 3.4, vierde lid, Vb in combinatie met artikel 3.16a VV verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in verband met de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten onder de beperking verblijf conform beschikking staatssecretaris.
Op grond van artikel 3.6ba, eerste lid Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier onder de beperking verblijf conform artikel 3.6ba Vb. De IND vermeldt bij de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking verblijf conform artikel 3.6ba Vb of het verblijfsrecht tijdelijk van aard is. Als de IND dit niet aangeeft, is het verblijfsrecht niet tijdelijk van aard.
Op grond van artikel 3.4, vierde lid, Vb in combinatie met artikel 3.16b VV verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking grenswachter van de grensbewakingsdienst van het Verenigd Koninkrijk. Dit in verband met grenscontroles ten behoeve van het rechtstreekse treinverkeer op het traject tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor economisch niet-actieve langdurig ingezetenen en vermogende vreemdelingen: 'Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist'.
#### 3.2. Arbeidsmarktaantekening
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor het zoeken naar of verrichten van arbeid al dan niet in loondienst: 'Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist'.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor economisch niet-actieve langdurig ingezetenen en vermogende vreemdelingen: 'Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist'.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder l, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten: Arbeid niet toegestaan.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor het zoeken naar of verrichten van arbeid al dan niet in loondienst: 'Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist'.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor verblijf conform artikel 3.6ba Vb: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, onder l, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten: Arbeid niet toegestaan.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening in verband met verblijf onder de beperking grenswachter van de grensbewakingsdienst van het Verenigd Koninkrijk: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor verblijf conform artikel 3.6ba Vb: Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening in verband met verblijf onder de beperking grenswachter van de grensbewakingsdienst van het Verenigd Koninkrijk: TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan.
#### 3.3. Geldigheidsduur
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder b, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de geldigheidsduur van vijf jaar aan economisch niet-actieve langdurig ingezetenen.