From 2ce9cfdefe1e2bc3aebb7fa6bf0ed8c447f86ec0 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Oct 2024 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2024-10-01 | BWBR0047108 | Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed tweede tranche --- .../BWBR0047108/README.md | 22 +++++++++---------- 1 file changed, 11 insertions(+), 11 deletions(-) diff --git a/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-ontzorgingsprogramma-maatschappelijk-vastgoed-twee/BWBR0047108/README.md b/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-ontzorgingsprogramma-maatschappelijk-vastgoed-twee/BWBR0047108/README.md index bda7c68ccbe..c6b5952f6aa 100644 --- a/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-ontzorgingsprogramma-maatschappelijk-vastgoed-twee/BWBR0047108/README.md +++ b/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-ontzorgingsprogramma-maatschappelijk-vastgoed-twee/BWBR0047108/README.md @@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma maatschappelijk In deze regeling wordt verstaan onder: -- *gebouwde onroerende zaak:* gebouwde onroerende zaak of gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan die staan ingeschreven in de basisregistratie kadaster op één adres of één gebouwde onroerende zaak die staat ingeschreven in de basisregistratie kadaster op meerdere adressen; +- *gebouwde onroerende zaak:* gebouwde onroerende zaak of gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan die niet uitsluitend een woonfunctie heeft of hebben en die staan ingeschreven in de basisregistratie kadaster op één adres of één gebouwde onroerende zaak die staat ingeschreven in de basisregistratie kadaster op meerdere adressen; - *eigendom:* eigendom, erfpacht of recht van opstal op een gebouwde onroerende zaak; - *kleine maatschappelijk vastgoedeigenaar:* @@ -26,9 +26,9 @@ c. schoolbestuur van een door het Rijk bekostigde school in het voortgezet onder d. zorgaanbieder, met uitzondering van academische en algemene ziekenhuizen, met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom; e. culturele instelling met een door de Belastingdienst aangewezen status als culturele algemeen nut beogende instelling of gelieerd aan een instelling met een door de Belastingdienst aangewezen status als culturele algemeen nut beogende instelling, met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom; f. stichting, vereniging of coöperatie ter exploitatie en beheer van gebouwen met een publieksfunctie, waaronder in ieder geval behoort een buurthuis, dorpshuis, wijkcentrum of gemeenschapscentrum, met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom; -g. religieuze of levensbeschouwelijke instelling met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom; +g. religieuze of levensbeschouwelijke instelling met maximaal vijftien gebouwde onroerende zaken in eigendom; h. kinderopvangorganisatie met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom; -- *de minister:* de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. +- *de minister:* de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. ### Artikel 2 @@ -38,7 +38,7 @@ h. kinderopvangorganisatie met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigend De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten: -a. het begeleiden van kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren bij het verduurzamen van gebouwde onroerende zaken die zij in eigendom hebben tot aan het moment van aanbesteding van de maatregelen ter verduurzaming van deze gebouwde onroerende zaken; +a. het begeleiden van kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren bij het verduurzamen van gebouwde onroerende zaken die zij in eigendom hebben tot aan het moment van aanbesteding van de maatregelen ter verduurzaming van deze gebouwde onroerende zaken en het leveren van nazorg bij dit ontzorgingstraject; b. het delen van opgedane regionale kennis en ervaring, in ieder geval binnen de provincie en met het Kennis- en innovatieplatform verduurzaming maatschappelijk vastgoed; c. het begeleiden van kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren bij het opstellen van portefeuilleroutekaarten die richting geven aan het realiseren van de klimaatdoelstellingen in 2030 en 2050; d. het begeleiden van kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren bij het aanvragen van subsidies voor verduurzamingsmaatregelen en het opstellen van relevante (advies-)documenten om te voldoen aan de voorwaarden voor subsidieverlening. @@ -56,13 +56,13 @@ d. het verstrekken van financiële middelen aan kleine maatschappelijk vastgoede **1.** Een specifieke uitkering bedraagt ten hoogste het per provincie genoemde bedrag in bijlage I verminderd met het bedrag aan compensabele BTW. -**2.** De minister kan in totaal ten hoogste € 17.000.000,– aan specifieke uitkeringen verstrekken verminderd met het bedrag aan compensabele BTW. +**2.** De minister kan in totaal ten hoogste € 14.953.000,– aan specifieke uitkeringen verstrekken verminderd met het bedrag aan compensabele BTW. **3.** Het bedrag aan compensabele BTW stort de minister in het BTW-compensatiefonds. ### Artikel 4 -**1.** Een aanvraag voor een specifieke uitkering kan worden ingediend vanaf 3 oktober 2022 tot en met 24 oktober 2022. +**1.** Een aanvraag voor een specifieke uitkering kan worden ingediend vanaf 1 oktober 2024 tot en met 15 oktober 2024. **2.** @@ -102,7 +102,7 @@ Een aanvraag voor een specifieke uitkering wordt afgewezen, indien: a. de activiteiten in de aanvraag niet vallen onder de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid; b. de aanvraag minder dan 60 punten scoort bij de beoordeling op basis van de beoordelingscriteria, genoemd in bijlage II; -c. niet aannemelijk is dat de activiteiten in de aanvraag voor 1 januari 2025 zijn afgerond; of +c. niet aannemelijk is dat de activiteiten in de aanvraag voor 1 mei 2027 zijn afgerond; of d. de aanvraag onvoldoende informatie bevat om te beoordelen op basis van de beoordelingscriteria, genoemd in bijlage II. ### Artikel 7 @@ -111,7 +111,7 @@ d. de aanvraag onvoldoende informatie bevat om te beoordelen op basis van de beo De ontvanger van de specifieke uitkering is verplicht om: -a. de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, af te ronden voor 1 januari 2025; +a. de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, af te ronden voor 1 mei 2027; b. de minister op verzoek te informeren over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt; c. op verzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland informatie te verschaffen ten behoeve van de half jaarlijkse monitoring van de provinciale ontzorgingsprogramma’s door de Rijksdienst voor het Ondernemend Nederland; en d. op verzoek van de minister informatie te verschaffen ten behoeve van door de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht informatie te verkrijgen over de doelmatigheid en doeltreffendheid van de provinciale ontzorgingsprogramma’s in relatie tot het klimaatbeleid. @@ -120,9 +120,9 @@ d. op verzoek van de minister informatie te verschaffen ten behoeve van door de ### Artikel 8 -**1.** De minister kan het restant van een specifieke uitkering terugvorderen, als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 1 januari 2025. +**1.** De minister kan het restant van een specifieke uitkering terugvorderen, als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 1 mei 2027. -**2.** In afwijking van het eerste lid kan de minister, indien sprake is van een verlenging van de termijn voor de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, het restant van een specifieke uitkering terugvorderen, als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 1 januari 2026. +**2.** In afwijking van het eerste lid kan de minister, indien sprake is van een verlenging van de termijn voor de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, het restant van een specifieke uitkering terugvorderen, als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 1 mei 2028. ### Artikel 9 @@ -132,7 +132,7 @@ d. op verzoek van de minister informatie te verschaffen ten behoeve van door de ### Artikel 10 -Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2022 en vervalt met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die op grond van deze regeling vóór laatstgenoemde datum zijn verstrekt. +Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2024 en vervalt met ingang van 1 mei 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die op grond van deze regeling vóór laatstgenoemde datum zijn verstrekt. ### Artikel 11