2023-07-01 | BWBR0020809 | Pensioenwet
This commit is contained in:
parent
160c0e70f0
commit
2ceea7be10
1 changed files with 933 additions and 378 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Pensioenwet
|
|||
bwb_id: BWBR0020809
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2007-01-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2023-06-03'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020809
|
||||
citeertitel: Pensioenwet
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -20,22 +20,23 @@ Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaa
|
|||
|
||||
– aanspraakgerechtigde: persoon die begunstigde is voor een nog niet ingegaan pensioen;
|
||||
– accountant: een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
– afkoop: iedere handeling waardoor pensioenaanspraken en pensioenrechten hun pensioenbestemming verliezen, behoudens in geval van toepassing van de artikelen 55, zesde lid, 134 of 220b, tweede lid, of van artikel 3A:85 van de Wet op het financieel toezicht;
|
||||
– afkoop: iedere handeling waardoor pensioenaanspraken en pensioenrechten hun pensioenbestemming verliezen, behoudens in geval van toepassing van de artikelen 55, vijfde lid, 134 of 220b, tweede lid, of van artikel 3A:85 van de Wet op het financieel toezicht;
|
||||
– algemeen pensioenfonds: een pensioenfonds dat een of meerdere pensioenregelingen of beroepspensioenregelingen als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling uitvoert en daarvoor een afgescheiden vermogen aanhoudt per collectiviteitkring;
|
||||
– arbeidsongeschiktheidspensioen: een geldelijke, vastgestelde uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van de werknemer of gewezen werknemer, waarop recht bestaat na afloop van de periode bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Ziektewet of, indien de werknemer of gewezen werknemer Ziektewetuitkering ontvangt, na afloop van de periode bedoeld in artikel 29, vijfde en tiende lid, van de Ziektewet;
|
||||
– arbeidsongeschiktheidspensioen: een geldelijke uitkering, die vastgesteld of variabel is, wegens arbeidsongeschiktheid van de werknemer of gewezen werknemer, waarop recht bestaat na afloop van de periode bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Ziektewet of, indien de werknemer of gewezen werknemer Ziektewetuitkering ontvangt, na afloop van de periode bedoeld in artikel 29, vijfde en tiende lid, van de Ziektewet;
|
||||
– basispensioenregeling: de collectieve pensioenregeling of het deel van de pensioenregeling waaraan de werknemer op basis van de pensioenovereenkomst gehouden is om deel te nemen;
|
||||
– bedrijfstakpensioenfonds: een pensioenfonds ten behoeve van een of meer bedrijfstakken of delen van een bedrijfstak;
|
||||
– beëindiging van de deelneming: het beëindigen van de pensioenverwerving op basis van een pensioenovereenkomst anders dan door:
|
||||
|
||||
a. het overlijden van de deelnemer; of
|
||||
b. het ingaan van het ouderdomspensioen;
|
||||
– beschermingsrendement: de vermogensbijschrijving die ervoor zorgt dat de, uit het opgebouwde pensioenvermogen te financieren, toekomstige pensioenuitkeringen en lopende pensioenuitkeringen nominaal stabiel blijven, dat wordt gefinancierd vanuit het totaal behaalde rendement en looptijdafhankelijk wordt toebedeeld aan de vermogens op basis van marktwaardering, waarbij toedelingsregels worden gehanteerd;
|
||||
– bevoegde autoriteiten: nationale autoriteiten van andere lidstaten dan Nederland als bedoeld in artikel 6, onderdeel 8, van richtlijn 2016/2341/EU;
|
||||
– bijdrage: iedere geldsom die wordt voldaan aan een pensioenuitvoerder in het kader van de uitvoering van pensioenovereenkomsten en uitvoeringsovereenkomsten;
|
||||
– bijdragende onderneming: een onderneming of ander lichaam, ongeacht of deze een of meer natuurlijke personen of rechtspersonen die optreden als werkgever of zelfstandige, dan wel een combinatie daarvan, omvat of hieruit bestaat, en die een pensioenregeling aanbiedt of aan een pensioenfonds, premiepensioeninstelling of pensioeninstelling uit een andere lidstaat bijdragen betaalt;
|
||||
– bijzonder partnerpensioen: de aanspraak op partnerpensioen die op grond van artikel 57, eerste, tweede of derde lid, verkregen wordt door de gewezen partner;
|
||||
– buitenlandse instelling: een instelling met zetel buiten Nederland, niet zijnde een pensioeninstelling uit een andere lidstaat, een verzekeraar met een zetel buiten Nederland, een lidstaat van de Europese Unie of een instelling als bedoeld in artikel 70, tweede lid;
|
||||
– collectief toedelingsmechanisme: wijze waarop financiële mee- en tegenvallers collectief worden verwerkt in variabele uitkeringen;
|
||||
– collectiviteitkring: een of meerdere pensioenregelingen of beroepspensioenregelingen als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling waarvoor een algemeen pensioenfonds een afgescheiden vermogen aanhoudt;.
|
||||
– collectief toedelingsmechanisme: wijze waarop financiële mee- en tegenvallers collectief worden verwerkt in variabele uitkeringen van flexibele premieovereenkomsten;
|
||||
– collectiviteitkring: een of meerdere pensioenregelingen of beroepspensioenregelingen als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling waarvoor een algemeen pensioenfonds een afgescheiden vermogen aanhoudt;
|
||||
– deelnemer: de werknemer of gewezen werknemer die op grond van een pensioenovereenkomst pensioenaanspraken verwerft jegens een pensioenuitvoerder;
|
||||
– dekkingsgraad: de verhouding tussen het vermogen inzake de bij een pensioenfonds ondergebrachte pensioenregeling of pensioenregelingen en de technische voorzieningen van een pensioenfonds;
|
||||
– dienstbetrekking: de rechtsbetrekking tussen werkgever en werknemer;
|
||||
|
|
@ -45,23 +46,28 @@ a. persoonlijk houder van aandelen welke ten minste een tiende deel van het gepl
|
|||
b. indirect persoonlijk houder van aandelen welke ten minste een tiende deel van het geplaatste kapitaal van de vennootschap van de werkgever vertegenwoordigen en waaraan stemrecht in de algemene vergadering is verbonden; of
|
||||
c. houder van certificaten van aandelen, uitgegeven door tussenkomst van een administratiekantoor waarvan hij voor ten minste een tiende deel in het bestuur vertegenwoordigd is, welke ten minste een tiende deel van het geplaatste kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen en aan welke aandelen stemrecht in de algemene vergadering is verbonden;
|
||||
– elektronisch: door middel van een elektronische informatiedrager die de ontvanger in staat stelt de verstrekte informatie duurzaam te bewaren;
|
||||
– flexibele premieovereenkomst: premieovereenkomst waarbij de premie individueel wordt belegd en waarbij het kapitaal voortvloeiend uit de premie vanaf de pensioendatum wordt aangewend voor financiering van een variabele uitkering of voor de aankoop van een vastgestelde uitkering;
|
||||
– gedetacheerde werknemer: een werknemer die in een andere lidstaat wordt gedetacheerd om daar te werken en die krachtens titel II van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de gemeenschap verplaatsen (PbEG L 149), onderworpen blijft aan de wetgeving van de lidstaat van oorsprong;
|
||||
– gepensioneerde: pensioengerechtigde voor wie het ouderdomspensioen is ingegaan;
|
||||
– gewezen deelnemer: de werknemer of gewezen werknemer door wie op grond van een pensioenovereenkomst geen pensioen meer wordt verworven en die bij beëindiging van de deelneming een pensioenaanspraak heeft behouden jegens een pensioenuitvoerder;
|
||||
– groep: een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
– kapitaalovereenkomst: een pensioenovereenkomst inzake een vastgesteld kapitaal dat uiterlijk op de pensioendatum wordt omgezet in een vastgestelde of variabele pensioenuitkering;
|
||||
– lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie alsmede een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de Overeenkomst betreffende Europese Economische Ruimte;
|
||||
– nabestaandenpensioen: partnerpensioen of wezenpensioen;
|
||||
– nettopensioen: ouderdomspensioen of nabestaandenpensioen in de vorm van een nettopensioen als bedoeld in afdeling 5.3B van de Wet inkomstenbelasting 2001;
|
||||
– ondernemingspensioenfonds: een pensioenfonds verbonden aan een onderneming of een groep;
|
||||
– ondernemingsraad: de ondernemingsraad, bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden;
|
||||
– ontvangende pensioenuitvoerder: de pensioenuitvoerder aan wie in het kader van waardeoverdracht waarde wordt overgedragen;
|
||||
– Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
– Onze Minister: Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen;
|
||||
– ouderdomspensioen: een geldelijke uitkering, die vastgesteld of variabel is, voor de werknemer of de gewezen werknemer bij wijze van inkomensvoorziening bij ouderdom;
|
||||
– overdrachtswaarde: de ten behoeve van de waardeoverdracht vastgestelde waarde van de over te dragen pensioenaanspraken of pensioenrechten;
|
||||
– overdragende pensioenuitvoerder: de pensioenuitvoerder die in het kader van waardeoverdracht waarde overdraagt aan een andere pensioenuitvoerder;
|
||||
– partner: echtgenoot, geregistreerde partner of partner in de zin van de pensioenovereenkomst;
|
||||
– partnerpensioen: een geldelijke uitkering, die vastgesteld of variabel is, voor de echtgenoot, de geregistreerde partner of de partner, de gewezen echtgenoot, de gewezen geregistreerde partner of gewezen partner wegens het overlijden van de werknemer of gewezen werknemer;
|
||||
– overrendement: het saldo van het totaal behaalde rendement op de beleggingen, de ontwikkeling van de levensverwachting en het sterfteresultaat en het toebedeelde beschermingsrendement op basis van de toedelingsregels;
|
||||
– partner:
|
||||
|
||||
a. echtgenoot;
|
||||
b. geregistreerd partner; of
|
||||
c. partner in de zin van de pensioenovereenkomst zijnde de meerderjarige persoon die met de werknemer of de gewezen werknemer een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad, een bloedverwant in de tweede graad in de rechte lijn, een meerderjarig stiefkind of meerderjarig voormalig pleegkind;
|
||||
– partnerpensioen: een geldelijke uitkering, die vastgesteld of variabel is, voor de partner of gewezen partner wegens het overlijden van de werknemer of gewezen werknemer;
|
||||
– partnerrelatie: huwelijk, geregistreerd partnerschap of partnerrelatie in de zin van de pensioenovereenkomst;
|
||||
– pensioen: ouderdomspensioen, arbeidsongeschiktheidspensioen of nabestaandenpensioen, zoals tussen werkgever en werknemer overeengekomen;
|
||||
– pensioenaanspraak: het recht op een nog niet ingegaan pensioen, uitgezonderd overeengekomen voorwaardelijke toeslagverlening;
|
||||
|
|
@ -81,25 +87,29 @@ en die hiermee rechtstreeks verband houdende werkzaamheden verricht;
|
|||
|
||||
a. een pensioenregeling op grond van een pensioenovereenkomst; of
|
||||
b. indien de bijdragende onderneming zetel heeft in een andere lidstaat dan Nederland, een overeenkomst, een trustakte of voorschriften waarin is bepaald welke pensioenuitkeringen worden toegezegd en onder welke voorwaarden;
|
||||
– pensioenreglement: de door de pensioenuitvoerder opgestelde regeling met betrekking tot de verhouding tussen pensioenuitvoerder en deelnemer;
|
||||
– pensioenreglement: de door de pensioenuitvoerder opgestelde regeling met betrekking tot de verhouding tussen pensioenuitvoerder en deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde;
|
||||
– pensioenuitvoerder: een ondernemingspensioenfonds, een bedrijfstakpensioenfonds, een algemeen pensioenfonds, of een premiepensioeninstelling of verzekeraar die zetel heeft in Nederland;
|
||||
– pensioenverplichtingen: verplichtingen van de pensioenuitvoerder uit hoofde van pensioenaanspraken en pensioenrechten;
|
||||
– premie: de in geld uitgedrukte periodiek vastgestelde structurele prestatie die verschuldigd is aan de pensioenuitvoerder en die bestemd is voor de verzekering van pensioen en de daaraan verbonden kosten;
|
||||
– premie: de in geld uitgedrukte periodiek vastgestelde structurele prestatie die verschuldigd is aan de pensioenuitvoerder en die bestemd is voor pensioen en de daaraan verbonden kosten;
|
||||
– premie-uitkeringsovereenkomst: premieovereenkomst uitgevoerd door een verzekeraar of door een premiepensioeninstelling waarbij de premie individueel wordt belegd, waarbij de premie of het kapitaal voortvloeiend uit de premie in de laatste 15 jaar voor de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, kan worden aangewend voor aankoop van een vastgestelde uitkering vanaf de pensioendatum en waarbij het resterend kapitaal vanaf de pensioendatum wordt aangewend voor financiering van een variabele uitkering of voor de aankoop van een vastgestelde uitkering;
|
||||
– premieovereenkomst: een pensioenovereenkomst inzake een vastgestelde premie die uiterlijk op de pensioendatum wordt omgezet in een vastgestelde of variabele pensioenuitkering;
|
||||
– premiepensioeninstelling: een premiepensioeninstelling die op grond van de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van premiepensioeninstelling mag uitoefenen;
|
||||
– projectierendement: het ingerekende toekomstig rendement voor de vaststelling van variabele uitkeringen;
|
||||
– richtlijn 2016/2341/EU: richtlijn 2016/2341/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV’s) (PbEU L 2016, 354);
|
||||
– risicodelingsreserve: een collectieve vermogensreserve waarmee in een flexibele premieovereenkomst financiële mee- of tegenvallers kunnen worden gedeeld;
|
||||
– risicohouding: de vastgestelde mate waarin een groep deelnemers, gewezen deelnemers of pensioengerechtigden bereid is beleggingsrisico’s te lopen met oog op hun doelstellingen en de mate waarin deze groep beleggingsrisico’s kan dragen gegeven de kenmerken van deze groep;
|
||||
– risicovrije rente: de door De Nederlandsche Bank N.V. gepubliceerde actuele rentetermijnstructuur;
|
||||
– scheiding: echtscheiding, ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, beëindiging van een geregistreerd partnerschap anders dan door dood, vermissing of omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk of beëindiging van een partnerrelatie in de zin van de pensioenovereenkomst;
|
||||
– schriftelijk: in schrifttekens op papier;
|
||||
– solidaire premieovereenkomst: premieovereenkomst waarbij de premie collectief wordt belegd, de resultaten in ieder geval naar leeftijdscohorten worden toebedeeld en waarbij het voor pensioenuitkering bestemd vermogen gedurende de uitkeringsfase wordt aangewend voor financiering van een variabele uitkering;
|
||||
– solidariteitsreserve: een collectieve vermogensreserve waarmee in een solidaire premieovereenkomst financiële mee- of tegenvallers kunnen worden gedeeld;
|
||||
– toedelingskring: groep personen waarop een collectief toedelingsmechanisme wordt toegepast;
|
||||
– toedelingsregels: de wijze waarop bij de solidaire premieovereenkomst financiële mee- of tegenvallers als gevolg van het collectief gevoerde beleggingsbeleid, de ontwikkeling van de levensverwachting en het sterfteresultaat via beschermingsrendementen en overrendementen in de voor pensioenuitkering bestemde vermogens of in de solidariteitsreserve worden verwerkt;
|
||||
– toeslag: een verhoging van:
|
||||
|
||||
a. een pensioenrecht;
|
||||
b. een pensioenaanspraak van een gewezen deelnemer, mits die verhoging bij een kapitaalovereenkomst niet voortvloeit uit rente- of winstdeling of bij een premieovereenkomst niet voorvloeit uit behaald beleggingsrendement;
|
||||
c. een pensioenaanspraak van een deelnemer op grond van een uitkeringsovereenkomst gebaseerd op het middelloonstelsel of gebaseerd op een vastebedragenregeling, mits de verhoging geen verband houdt met een verhoging van de pensioengrondslag, de toename van het in aanmerking te nemen aantal jaren of een wijziging van de pensioenovereenkomst; of
|
||||
d. een pensioenaanspraak van een gepensioneerde ten behoeve van zijn partner;
|
||||
a. een pensioenrecht in de vorm van een vastgestelde uitkering; of
|
||||
b. een pensioenaanspraak in de vorm van een aanspraak op een vastgestelde uitkering, mits die verhoging geen verband houdt met een verhoging van de pensioengrondslag, de toename van het in aanmerking te nemen aantal jaren of een wijziging van de pensioenovereenkomst;
|
||||
– toezichthouder: de Stichting Autoriteit Financiële Markten of De Nederlandsche Bank N.V., ieder voor zover belast met de uitoefening van het toezicht bij of krachtens artikel 151;
|
||||
– uitkeringsovereenkomst: een pensioenovereenkomst inzake een vastgestelde pensioenuitkering;
|
||||
– uitvoeringsovereenkomst: de overeenkomst tussen een werkgever en een pensioenuitvoerder over de uitvoering van een of meer pensioenovereenkomsten;
|
||||
– uitvoeringsreglement:
|
||||
|
||||
|
|
@ -118,7 +128,7 @@ c. de door een algemeen pensioenfonds opgestelde regeling inzake de uitvoering v
|
|||
– werkgeverspremie: het deel van de premie dat voor rekening komt van de werkgever;
|
||||
– werknemer: degene die krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of publiekrechtelijke aanstelling arbeid verricht voor een werkgever, met uitzondering van de directeur-grootaandeelhouder en de werknemer die onder de werkingsfeer van een verplichtgestelde beroepspensioenregeling als bedoeld in de Wet verplichte beroepspensioenregeling valt;
|
||||
– werknemerspremie: het deel van de premie dat voor rekening komt van de werknemer;
|
||||
– wezenpensioen: een geldelijke, vastgestelde uitkering voor een kind tot wie de overleden werknemer of gewezen werknemer als ouder in familierechtelijke betrekking stond of voor diens stief- of pleegkind, wegens het overlijden van de werknemer of gewezen werknemer;
|
||||
– wezenpensioen: een geldelijke uitkering, die vastgesteld of variabel is, voor een kind tot wie de overleden werknemer of gewezen werknemer als ouder in familierechtelijke betrekking stond of voor diens stief- of pleegkind, wegens het overlijden van de werknemer of gewezen werknemer;
|
||||
– zetel: de plaats waar een rechtspersoon volgens zijn statuten of reglementen is gevestigd of, indien het een pensioenfonds of pensioeninstelling uit een andere lidstaat betreft, de plaats waar deze volgens zijn statuten of reglementen is gevestigd en zijn hoofdbestuur heeft of, indien het een pensioeninstelling uit een andere lidstaat betreft die geen rechtspersoon is of een natuurlijke persoon betreft, de plaats waar die pensioeninstelling of persoon zijn hoofdbestuur heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
|
@ -155,22 +165,42 @@ c. die bij regeling van Onze Minister is aangewezen.
|
|||
|
||||
**8.** De voordracht voor een krachtens het zevende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
**9.** Waar in deze wet sprake is van de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving betreft dit in ieder geval de artikelen 1, 2, 2a, 4, 7 tot en met 29, 31, 35 tot en met 53, 55 tot en met 95, 97 en 98 van deze wet.
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot kapitaalovereenkomsten of premieovereenkomsten waarbij het op de pensioendatum beschikbaar komende kapitaal wordt gesplitst in een deel dat wordt aangewend voor aankoop van een direct ingaande tijdelijke uitkering en een deel dat later wordt aangewend voor de aankoop van een, op de tijdelijke uitkering aansluitende, levenslange uitkering. In deze regeling:
|
||||
**10.** Een nettolijfrente als bedoeld in artikel 5.16, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 is geen pensioen in de zin van deze wet.
|
||||
|
||||
a. kunnen dergelijke uitkeringen, en daarbij horende uitkeringen voor nabestaanden, worden gelijkgesteld met een pensioen als bedoeld in artikel 1;
|
||||
b. kan worden bepaald dat dit pensioen voldoet aan de artikelen 15 en 63;
|
||||
c. kan worden bepaald dat pensioenuitvoerders verplicht zijn mee te werken aan splitsing zoals beschreven in de aanhef; en
|
||||
d. kunnen regels worden gesteld betreffende een goede uitvoering.
|
||||
**11.** Voor de toepassing van de artikelen 63c, 103, eerste en tweede lid, 137, derde lid, onderdeel a, 148a, 149 en 150, onderdeel b, wordt, voor zover het gaat om verzekeren bij een verzekeraar, onder verzekeraar mede verstaan een herverzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
|
||||
**10.** De regeling, bedoeld in het negende lid, is uitsluitend van toepassing indien de pensioendatum is gelegen na 31 december 2008 en het op de pensioendatum beschikbaar komende kapitaal nog niet is aangewend voor aankoop van een levenslange uitkering.
|
||||
**12.** Onder pensioenovereenkomst wordt mede verstaan hetgeen tussen een werkgever en een gewezen werknemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde is overeengekomen betreffende pensioen.
|
||||
|
||||
**11.** Waar in deze wet sprake is van de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving betreft dit in ieder geval de artikelen 1, 2, 4, 7 tot en met 29, 31, 35 tot en met 53, 55 tot en met 95, 97 en 98 van deze wet.
|
||||
### Artikel 2a
|
||||
|
||||
**12.** Een nettolijfrente als bedoeld in artikel 5.16, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 is geen pensioen in de zin van deze wet.
|
||||
**1.** Er is sprake van een gezamenlijke huishouding indien de betrokkenen een notarieel verleden samenlevingscontract hebben gesloten of sprake is van een samenlevingsverklaring en wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede of derde lid.
|
||||
|
||||
**13.** Voor de toepassing van de artikelen 63c, 103, eerste en tweede lid, 137, derde lid, onderdeel a, 148a, 149 en 150, onderdeel b, wordt, voor zover het gaat om verzekeren bij een verzekeraar, onder verzekeraar mede verstaan een herverzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
**2.** Bij een bepaald partnerpensioen is sprake van een gezamenlijke huishouding indien en zolang er een notarieel verleden samenlevingscontract is en dit samenlevingscontract gemeld is aan de pensioenuitvoerder of er een door beide betrokkenen ondertekende samenlevingsverklaring is, waarin zij verklaren woonachtig te zijn op hetzelfde adres en voor elkaar te zorgen en deze samenlevingsverklaring is gestuurd naar de pensioenuitvoerder.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij een onbepaald partnerpensioen is sprake van een gezamenlijke huishouding indien:
|
||||
|
||||
a. er een notarieel verleden samenlevingscontract is;
|
||||
b. voor het overlijden van de werknemer of gewezen werknemer er een door beide betrokkenen ondertekende samenlevingsverklaring is waarin zij verklaren woonachtig te zijn op hetzelfde adres en voor elkaar te zorgen; of
|
||||
c. na het overlijden van de werknemer of gewezen werknemer er een door een betrokkene ondertekende samenlevingsverklaring is waarin hij verklaart partner van de overledene te zijn geweest en hij aannemelijk maakt ten tijde van het overlijden of, indien relevant, op enig moment voor het overlijden een gezamenlijke huishouding met de overledene te hebben gevoerd.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De betrokkene, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, maakt in ieder geval aannemelijk met de overleden werknemer of gewezen werknemer een gezamenlijke huishouding te hebben gevoerd indien sprake is geweest van inschrijving op hetzelfde adres gedurende zes maanden en een van de volgende omstandigheden:
|
||||
|
||||
a. uit hun relatie is een kind geboren of heeft erkenning plaatsgevonden van een kind van de een door de ander;
|
||||
b. het gezamenlijk eigendom van een huis;
|
||||
c. een huurcontract op beider naam; of
|
||||
d. in de pensioenregeling van de betrokkene is de overleden werknemer of gewezen werknemer aangemerkt als partner van de betrokkene.
|
||||
|
||||
**5.** Indien van toepassing wordt de duur van de gezamenlijke huishouding bij een onbepaald partnerpensioen beoordeeld op grond van de omstandigheden, bedoeld in het derde en vierde lid.
|
||||
|
||||
**6.** Personen die partners waren omdat zij een gezamenlijke huishouding voerden blijven als partner aangemerkt wanneer zij niet langer ingeschreven zijn op hetzelfde adres als gevolg van opname in een zorginstelling, zolang geen van beiden door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de pensioenuitvoerder heeft laten weten niet langer als partners te willen worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1.2. Toepassingsgebied van de wet
|
||||
|
||||
|
|
@ -244,21 +274,109 @@ Door de overgang van een onderneming, bedoeld in artikel 662 van Boek 7 van het
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
De pensioenovereenkomst houdt in:
|
||||
**1.** De pensioenovereenkomst houdt een premieovereenkomst in.
|
||||
|
||||
a. een uitkeringsovereenkomst;
|
||||
b. een kapitaalovereenkomst; of
|
||||
c. een premieovereenkomst.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een premieovereenkomst voor pensioen op opbouwbasis houdt in:
|
||||
|
||||
a. een solidaire premieovereenkomst;
|
||||
b. een flexibele premieovereenkomst; of
|
||||
c. een premie-uitkeringsovereenkomst.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een pensioenovereenkomst voorziet in een nabestaandenpensioen op risicobasis of een arbeidsongeschiktheidspensioen op risicobasis, wordt in de pensioenovereenkomst opgenomen of aan de nabestaanden of de arbeidsongeschikte een vastgestelde of een variabele uitkering wordt verstrekt. Indien een variabele uitkering wordt verstrekt wordt in de pensioenovereenkomst opgenomen bij welk karakter als bedoeld in het tweede lid voor het nabestaandenpensioen of het arbeidsongeschiktheidspensioen wordt aangesloten. De regels die bij of krachtens deze wet gelden voor een variabele pensioenuitkering bij een pensioenovereenkomst met dat karakter zijn van overeenkomstige toepassing bij de uitvoering van het nabestaandenpensioen of arbeidsongeschiktheidspensioen.
|
||||
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
**1.** Bij een kapitaalovereenkomst of een premieovereenkomst wordt het kapitaal voortvloeiend uit de beschikbaar gestelde premies uiterlijk op de pensioendatum omgezet in een vastgestelde uitkering.
|
||||
**1.** Bij een solidaire premieovereenkomst berekent de pensioenuitvoerder de kans dat met de premie de beoogde pensioendoelstelling wordt behaald. Deze berekening wordt door pensioenfondsen bij de opdrachtaanvaarding, door verzekeraars en premiepensioeninstellingen bij het sluiten van de uitvoeringsovereenkomst en door alle pensioenuitvoerders periodiek, uiterlijk iedere vijf jaar, gedaan aan de hand van een uniforme scenario-analyse. De pensioenuitvoerder informeert de werkgever of de partijen die de pensioenregeling zijn overeengekomen hierover.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan het kapitaal vanaf de pensioendatum geheel of gedeeltelijk worden gebruikt voor de financiering van een variabele uitkering.
|
||||
**2.** Het voor de pensioenuitkering bestemd vermogen wordt gedurende de uitkeringsfase gebruikt voor financiering van een variabele uitkering.
|
||||
|
||||
**3.** De solidariteitsreserve is onderdeel van de solidaire premieovereenkomst.
|
||||
|
||||
**4.** De financiële mee- of tegenvallers als gevolg van het collectieve beleggingsbeleid worden in de voor pensioenuitkering bestemde vermogens en de solidariteitsreserve verwerkt door middel van vastgelegde toedelingsregels die in ieder geval aansluiten bij de risicohouding per leeftijdscohort, waarbij in de toedelingsregels bepaald kan worden dat het beschermingsrendement voor het renterisico wordt toebedeeld ofwel op basis van wijziging van de rentetermijnstructuur die de toezichthouder beschikbaar stelt ofwel rechtstreeks uit het rendement van de daarvoor bestemde beleggingen. De financiële mee- of tegenvallers als gevolg van de ontwikkeling van de levensverwachting en het sterfteresultaat worden verwerkt door middel van aparte toedelingsregels of de solidariteitsreserve.
|
||||
|
||||
**5.** De toedelingsregels voor de beschermingsrendementen en overrendementen voor het beleggingsrisico zijn zodanig dat er op voorhand geen herverdelingseffecten plaatsvinden. Van de eerste zin kan afgeweken worden voor zover dat nodig is om gelijke aanpassingen van de ingegane pensioenuitkeringen en van de opgebouwde aanspraak op nabestaandenpensioen van pensioengerechtigden te realiseren en alleen herverdelingseffecten optreden tussen de pensioengerechtigden onderling.
|
||||
|
||||
**6.** Het voor de pensioenuitkering bestemd vermogen is niet negatief.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de scenario-analyse en de toedelingsregels.
|
||||
|
||||
### Artikel 10b
|
||||
|
||||
**1.** Bij een flexibele premieovereenkomst wordt de premie belegd tot de pensioendatum. Het kapitaal voortvloeiend uit de premies wordt vanaf de pensioendatum gebruikt voor financiering van een vastgestelde of variabele uitkering.
|
||||
|
||||
**2.** Een risicodelingsreserve kan onderdeel zijn van een flexibele premieovereenkomst.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de variabele uitkering worden financiële mee- of tegenvallers die het gevolg zijn van het beleggingsrisico verwerkt door middel van individuele toedeling of een collectief toedelingsmechanisme. De verwerking van financiële mee- of tegenvallers die het gevolg zijn van de ontwikkeling van de levensverwachting gebeurt door middel van individuele toedeling, een collectief toedelingsmechanisme of een risicodelingsreserve. De verwerking van financiële mee- of tegenvallers die het gevolg zijn van het sterfteresultaat gebeurt door middel van een collectief toedelingsmechanisme of een risicodelingsreserve.
|
||||
|
||||
**4.** De vormgeving van het collectief toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico is zodanig dat er op voorhand geen herverdelingseffecten plaatsvinden. Van de eerste zin kan afgeweken worden voor zover dat nodig is om gelijke aanpassingen van de ingegane pensioenuitkeringen en van de opgebouwde aanspraak op nabestaandenpensioen van pensioengerechtigden te realiseren en alleen herverdelingseffecten optreden tussen de pensioengerechtigden onderling.
|
||||
|
||||
**5.** Het kapitaal is niet negatief.
|
||||
|
||||
**6.** De pensioenuitvoerder past een collectief toedelingsmechanisme toe op een toedelingskring die bestaat uit pensioengerechtigden.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het zesde lid kunnen:
|
||||
|
||||
a. deelnemers of gewezen deelnemers deel uitmaken van de toedelingskring in de laatste tien jaar voorafgaand aan de reglementaire pensioenleeftijd, waarbij de deelname van deelnemers of gewezen deelnemers aan de toedelingskring plaatsvindt door tijdsevenredige toetreding tot het collectief toedelingsmechanisme in deze periode; en
|
||||
b. alle deelnemers, gewezen deelnemers of andere aanspraakgerechtigden deel uitmaken van de toedelingskring voor het collectief toedelingsmechanisme voor verwerking van het sterfteresultaat.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
Bij uitvoering van een flexibele premieovereenkomst door een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds geldt, voor zover het basispensioenregelingen betreft die onder de verplichtstelling vallen, in afwijking van het tweede lid en het zevende lid, het volgende:
|
||||
|
||||
a. een risicodelingsreserve is onderdeel van de flexibele premieovereenkomst; en
|
||||
b. de verwerking van het sterfteresultaat vindt plaats over alle deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden.
|
||||
|
||||
**9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de tarieven voor een vastgestelde uitkering.
|
||||
|
||||
### Artikel 10c
|
||||
|
||||
**1.** Bij een premie-uitkeringsovereenkomst wordt de premie belegd tot de pensioendatum. Het kapitaal voortvloeiend uit de premies wordt vanaf de pensioendatum gebruikt voor financiering van een vastgestelde of variabele uitkering.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is de verzekeraar verplicht om op verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer in de laatste 15 jaar voor de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, het tot op dat moment opgebouwde kapitaal of de vanaf dat moment beschikbaar gestelde premie geheel of gedeeltelijk aan te wenden voor een aanspraak op een vastgestelde uitkering vanaf de pensioendatum.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid is de premiepensioeninstelling verplicht om op verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer in de laatste vijftien jaar voor de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, het tot op dat moment opgebouwde kapitaal geheel of gedeeltelijk over te dragen aan een door de deelnemer of gewezen deelnemer aangewezen verzekeraar voor een aanspraak op een vastgestelde uitkering vanaf de pensioendatum.
|
||||
|
||||
**4.** De verzekeraar of de premiepensioeninstelling informeert degene die het kapitaal of de premie wenst aan te wenden als bedoeld in het tweede lid of over te laten dragen als bedoeld in het derde lid over de voor hem relevante gevolgen en risico’s hierbij, waaronder een opgave van de hoogte van de vastgestelde uitkeringen indien het kapitaal of de premie daarvoor zou worden aangewend of overgedragen en de hoogte van de variabele uitkeringen als wordt belegd tot de pensioendatum. Deze opgaven worden tevens weergegeven op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de variabele uitkering worden financiële mee- of tegenvallers die het gevolg zijn van het beleggingsrisico of van de ontwikkeling van de levensverwachting verwerkt door middel van individuele toedeling.
|
||||
|
||||
**6.** Het kapitaal is niet negatief.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 10d
|
||||
|
||||
**1.** Een solidariteitsreserve heeft een maximale omvang van 15% van het geheel voor pensioen gereserveerde vermogen inclusief de solidariteitsreserve. De solidariteitsreserve is niet negatief.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een solidariteitsreserve wordt gevuld uit premies of overrendement, bedraagt de inleg uit premie niet meer dan 10% van de premiesom per deelnemer per jaar en bedraagt de inleg uit overrendement niet meer dan 10% van het positieve collectieve overrendement per jaar.
|
||||
|
||||
**3.** Door middel van de solidariteitsreserve worden financiële mee- of tegenvallers collectief gedeeld op een wijze die op voorhand leidt tot gemiddeld stabielere of hogere toekomstige en al ingegane pensioenuitkeringen voor alle generaties, ten opzichte van de aanname dat de solidariteitsreserve geen onderdeel van de pensioenregeling zou zijn. De solidariteitsreserve wordt niet gebruikt voor deling van operationele kosten.
|
||||
|
||||
**4.** De pensioenuitvoerder stelt regels vast voor de doelstellingen van de solidariteitsreserve en het vullen en uitdelen uit de solidariteitsreserve. Deze regels zijn evenwichtig, transparant, onderling consistent en worden voor langere tijd vastgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 10e
|
||||
|
||||
**1.** Een risicodelingsreserve heeft een maximale omvang van 15% van het geheel voor pensioen gereserveerde kapitaal inclusief de risicodelingsreserve. De risicodelingsreserve is niet negatief.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een risicodelingsreserve wordt gevuld uit premies of uit kapitaal bij toetreding tot het collectief toedelingsmechanisme voor de collectieve uitkeringsfase, bedraagt de inleg uit premie en de inleg uit kapitaal in totaal niet meer dan 10%.
|
||||
|
||||
**3.** Door middel van de risicodelingsreserve worden financiële mee- of tegenvallers collectief gedeeld op een wijze die op voorhand leidt tot gemiddeld stabielere of hogere toekomstige en al ingegane pensioenuitkeringen voor alle generaties, ten opzichte van de situatie dat de risicodelingsreserve geen onderdeel van de pensioenregeling is. De risicodelingsreserve wordt niet gebruikt voor deling van operationele kosten.
|
||||
|
||||
**4.** Bij een flexibele premieovereenkomst met beleggingsvrijheid worden financiële mee- of tegenvallers als gevolg van het beleggingsrisico niet gecompenseerd door de risicodelingsreserve.
|
||||
|
||||
**5.** De pensioenuitvoerder stelt regels vast voor de doelstellingen van de risicodelingsreserve en het vullen en uitdelen uit de risicodelingsreserve. Deze regels zijn evenwichtig, transparant, onderling consistent en worden voor langere tijd vastgesteld.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
De uitkering, het kapitaal en de premie in het kader van een pensioenovereenkomst luiden in een Nederlands wettig betaalmiddel.
|
||||
De uitkering, het kapitaal, voor pensioenuitkering bestemd vermogen en de premie in het kader van een pensioenovereenkomst luiden in een Nederlands wettig betaalmiddel.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -268,13 +386,13 @@ De uitkering, het kapitaal en de premie in het kader van een pensioenovereenkoms
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
In de pensioenovereenkomst wordt bepaald of er toeslagen worden verleend en, zo ja, wat het ambitieniveau is en welke voorwaarden gelden bij de toeslagverlening.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Het verwerven van ouderdomspensioenaanspraken op basis van een pensioenovereenkomst begint uiterlijk op de 21-jarige leeftijd van de werknemer of op de latere datum van indiensttreding, tenzij het een ouderdomspensioen betreft dat uitsluitend voorziet in een uitkering tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, of tot het bereiken van de pensioenleeftijd voor het levenslange ouderdomspensioen.
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid genoemde tijdstip waarop de verwerving begint kan, indien in de pensioenovereenkomst is voorzien in een wachttijd of drempelperiode, met betrekking tot ouderdompensioen worden uitgesteld met ten hoogste twee maanden of, indien sprake is van een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, tot de werknemer in meer dan 26 weken arbeid heeft verricht. Voor de berekening van de termijn van 26 weken is artikel 691, vierde en vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing. Wachttijden of drempelperioden zijn niet toegestaan voor het nabestaandenpensioen en het arbeidsongeschiktheidspensioen. Indien een werknemer bij de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of publiekrechtelijke aanstelling nog niet in de pensioenregeling is opgenomen, maar er door of namens hem een bijdrage is betaald, dan wordt de som van de bijdragen aan hem terugbetaald of wordt, in geval de werknemer het beleggingsrisico draagt, de som van de gestorte bijdragen of de met deze bijdragen gerealiseerde beleggingswaarde aan hem terugbetaald.
|
||||
**2.** Het in het eerste lid genoemde tijdstip waarop de verwerving begint kan, indien in de pensioenovereenkomst is voorzien in een drempelperiode, met betrekking tot ouderdompensioen worden uitgesteld met ten hoogste twee maanden. Wachttijden zijn niet toegestaan voor het ouderdomspensioen. Wachttijden of drempelperioden zijn niet toegestaan voor het nabestaandenpensioen en het arbeidsongeschiktheidspensioen. Indien een werknemer bij de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of publiekrechtelijke aanstelling nog niet in de pensioenregeling is opgenomen, maar er door of namens hem een bijdrage is betaald, dan wordt de som van de bijdragen aan hem terugbetaald of wordt, in geval de werknemer het beleggingsrisico draagt, de som van de gestorte bijdragen of de met deze bijdragen gerealiseerde beleggingswaarde aan hem terugbetaald.
|
||||
|
||||
**3.** In geval een werkgever die nog geen enkele pensioenovereenkomst heeft gesloten of die alleen een pensioenovereenkomst heeft gesloten met werknemers die tot een bepaalde groep behoren, over gaat tot het sluiten van een of meer pensioenovereenkomsten, geldt ten aanzien van zijn werknemers die bij het sluiten van de pensioenovereenkomst ouder zijn dan 21 jaar, niet de eis dat de verwerving van pensioen op 21-jarige leeftijd moet zijn begonnen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -288,13 +406,30 @@ In de pensioenovereenkomst wordt bepaald of er toeslagen worden verleend en, zo
|
|||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Indien een pensioenovereenkomst voorziet in een partnerpensioen ten behoeve van een partner met wie de deelnemer niet gehuwd is, noch een geregistreerd partnerschap heeft, gelden voor deze partner ten aanzien van de wijze van vaststelling van het partnerpensioen dezelfde rechten en plichten als voor een gehuwde of geregistreerde partner.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Elk beding in strijd met het eerste lid is nietig.
|
||||
Indien een pensioenovereenkomst voorziet in een nabestaandenpensioen wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. een nabestaandenpensioen bij overlijden voor pensioendatum betreft een nabestaandenpensioen op risicobasis en de hoogte is diensttijdonafhankelijk;
|
||||
b. een partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum betreft een partnerpensioen op opbouwbasis;
|
||||
c. indien sprake is van een partnerpensioen, voorziet de pensioenovereenkomst voor alle partnerrelaties in partnerpensioen en wordt geen onderscheid gemaakt al naar gelang het type partnerrelatie; en
|
||||
d. indien sprake is van een wezenpensioen wordt in de pensioenovereenkomst bepaald dat het wezenpensioen wordt uitgekeerd tot het kind 25 jaar wordt.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van deze wet kan een werknemer of gewezen werknemer op enig moment slechts één partner hebben. Indien de werknemer of gewezen werknemer op dat moment meer dan één partner zou hebben, wordt alleen de partner uit de oudste relatie als partner in de zin van deze wet aangemerkt.
|
||||
|
||||
**3.** Elk beding in strijd met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
De verwerving van pensioenaanspraken in het kader van een uitkeringsovereenkomst of een kapitaalovereenkomst vindt gedurende de deelneming ten minste evenredig in de tijd plaats.
|
||||
**1.** De door of voor een deelnemer verschuldigde premie voor pensioen op opbouwbasis bedraagt voor alle deelnemers een gelijk percentage van het loon dat voor de pensioenberekening in aanmerking wordt genomen.
|
||||
|
||||
**2.** De door of voor een deelnemer verschuldigde premie voor pensioen op risicobasis bedraagt bij een pensioenregeling uitgevoerd door een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds een gelijk percentage van het loon dat voor de pensioenberekening in aanmerking wordt genomen.
|
||||
|
||||
**3.** Voor verschillende vormen van pensioen en voor verschillende pensioenregelingen kunnen verschillende premies worden vastgesteld. Voor verschillende pensioenregelingen die worden uitgevoerd door hetzelfde verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfonds kunnen geen verschillende premies worden vastgesteld indien die pensioenregelingen dezelfde of nagenoeg dezelfde inhoud hebben.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de premie voor vrijwillige pensioenregelingen.
|
||||
|
||||
**5.** De tweede zin van het derde lid is niet van toepassing indien bij een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds sprake is van een regeling die voor alle deelnemers geldt en de actuariële waarde van de uit die regeling voortvloeiende verplichtingen ten minste twee derde van de actuariële waarde van de uit het totaal van de pensioenregelingen van het bedrijfstakpensioenfonds anders dan regelingen voor nabestaanden- of arbeidsongeschiktheidspensioen, voortvloeiende verplichtingen met uitzondering van de uit de vrijwillige pensioenvoorzieningen voortvloeiende verplichtingen, betreft.
|
||||
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
|
||||
|
|
@ -312,17 +447,19 @@ Het doorberekenen van kosten in het kader van een premieovereenkomst vindt evenr
|
|||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
Een werkgever kan de pensioenovereenkomst zonder instemming van de werknemer wijzigen indien de bevoegdheid daartoe schriftelijk in de pensioenovereenkomst is opgenomen en er tevens sprake is van een zodanig zwaarwichtig belang van de werkgever dat het belang van de werknemer dat door de wijziging zou worden geschaad daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.
|
||||
**1.** Een werkgever kan de pensioenovereenkomst zonder instemming van de werknemer wijzigen indien de bevoegdheid daartoe schriftelijk in de pensioenovereenkomst is opgenomen en er tevens sprake is van een zodanig zwaarwichtig belang van de werkgever dat het belang van de werknemer dat door de wijziging zou worden geschaad daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.
|
||||
|
||||
**2.** Een werkgever kan de pensioenovereenkomst ook wijzigen voor gewezen werknemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
In geval van een wijziging van een pensioenovereenkomst worden de voor de aanspraakgerechtigden tot het tijdstip van wijziging opgebouwde pensioenaanspraken niet gewijzigd, behoudens het bepaalde in de artikelen 76, 78, 83 en 134.
|
||||
In geval van een wijziging van een pensioenovereenkomst worden de tot het tijdstip van wijziging opgebouwde pensioenaanspraken en de pensioenrechten niet gewijzigd, behoudens het bepaalde in de artikelen 76, 78, 83 en 134.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.4. Informatie- en hoorplicht werkgever
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** De werkgever draagt er zorg voor dat de pensioenuitvoerder wordt geïnformeerd over het sluiten van een pensioenovereenkomst met een werknemer en de start van de verwerving van pensioenaanspraken door de werknemer. De pensioenuitvoerder informeert de werknemer binnen drie maanden na de start van het verwerven van pensioenaanspraken door de werknemer over de kenmerken van de pensioenregeling, waaronder de mogelijkheid te kiezen voor een variabele uitkering, de uitvoering van de pensioenregeling en over persoonlijke omstandigheden die een actie van de werknemer kunnen vergen. De werknemer wordt daarbij tevens gewezen op de website van de pensioenuitvoerder en op de mogelijkheid het pensioenregister te raadplegen.
|
||||
**1.** De werkgever draagt er zorg voor dat de pensioenuitvoerder wordt geïnformeerd over het sluiten van een pensioenovereenkomst met een werknemer en de start van de verwerving van pensioenaanspraken door de werknemer. De pensioenuitvoerder informeert de werknemer binnen drie maanden na de start van het verwerven van pensioenaanspraken door de werknemer over de kenmerken van de pensioenregeling, de uitvoering van de pensioenregeling en over persoonlijke omstandigheden die een actie van de werknemer kunnen vergen. De werknemer wordt daarbij tevens gewezen op de website van de pensioenuitvoerder en op de mogelijkheid het pensioenregister te raadplegen.
|
||||
|
||||
**2.** De werkgever informeert de pensioenuitvoerder over iedere wijziging in de pensioenovereenkomst, bedoeld in het eerste lid. De pensioenuitvoerder informeert de werknemer binnen drie maanden na een wijziging in de pensioenovereenkomst over die wijziging en de mogelijkheid om het gewijzigde pensioenreglement op te vragen bij de pensioenuitvoerder.
|
||||
|
||||
|
|
@ -406,7 +543,15 @@ b. de wijze waarop en termijnen waarin de verschuldigde premie moet worden volda
|
|||
c. de informatie welke door de werkgever aan de pensioenuitvoerder wordt verstrekt;
|
||||
d. de procedures welke gelden bij het niet nakomen van premiebetalingsverplichtingen door de werkgever;
|
||||
e. de procedures welke gelden bij het opstellen en wijzigen van het pensioenreglement in verband met het sluiten en wijzigen van een pensioenovereenkomst;
|
||||
f. de maatstaven voor en voorwaarden waaronder toeslagverlening plaatsvindt;
|
||||
f. indien van toepassing de uitgangspunten, regels en procedures welke gelden ten aanzien van een solidariteitsreserve of een risicodelingsreserve waaronder:
|
||||
|
||||
1°. de wijze waarop de reserve wordt gevuld;
|
||||
2°. de regels voor het uitdelen uit de reserve;
|
||||
3°. de wijze waarop de reserve meedeelt bij de verwerking van financiële mee- en tegenvallers;
|
||||
4°. de gewenste en maximale omvang van de reserve;
|
||||
5°. het beleid ten aanzien van een lege of volle reserve;
|
||||
6°. de wijze waarop de reserve bijdraagt aan de intergenerationele risicodeling en stabiliteit; en
|
||||
7°. de samenhang en onderlinge consistentie van deze uitgangspunten, regels en procedures;
|
||||
g. de uitgangspunten en procedures welke gelden ten aanzien van de besluitvorming over vermogenstekorten en vermogensoverschotten dan wel winstdeling;
|
||||
h. de voorwaarden die gelden bij beëindiging van een met een verzekeraar, een premiepensioeninstelling of een algemeen pensioenfonds gesloten uitvoeringsovereenkomst. In deze regeling worden de belangen van zowel de verzekeraar, de premiepensioeninstelling of het algemeen pensioenfonds als de werkgever vanuit actuarieel en bedrijfseconomisch oogpunt op evenwichtige wijze gewaarborgd door rekening te houden met:
|
||||
|
||||
|
|
@ -417,19 +562,21 @@ h. de voorwaarden die gelden bij beëindiging van een met een verzekeraar, een p
|
|||
De regeling kan geen uitsluiting van collectieve waardeoverdracht inhouden;
|
||||
i. de criteria die de premiepensioeninstelling hanteert bij de keuze voor een verzekeraar voor de inkoop van een pensioenuitkering;
|
||||
j. de kosten die verband houden met de uitvoering van de pensioenregeling en die in mindering kunnen worden gebracht op een afgescheiden vermogen dat wordt aangehouden door een algemeen pensioenfonds;
|
||||
k. de kosten die ten laste kunnen worden gebracht van de premie voor een afgescheiden vermogen dat wordt aangehouden door een algemeen pensioenfonds; en
|
||||
l. de afspraken die met een algemeen pensioenfonds worden gemaakt over de kwaliteit van de dienstverlening.
|
||||
k. de kosten die ten laste kunnen worden gebracht van de premie voor een afgescheiden vermogen dat wordt aangehouden door een algemeen pensioenfonds;
|
||||
l. de afspraken die met een algemeen pensioenfonds worden gemaakt over de kwaliteit van de dienstverlening; en
|
||||
m. ingeval een premie-uitkeringsovereenkomst wordt uitgevoerd door een premiepensioeninstelling: de afspraken die worden gemaakt met een verzekeraar over de toepassing van artikel 10c, derde lid, en over de wijze waarop na de waardeoverdracht wordt voldaan aan de bepalingen in deze wet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In de uitvoeringsovereenkomst wordt, voor zover overeengekomen, een regeling opgenomen met betrekking tot de volgende onderwerpen:
|
||||
|
||||
a. een voorbehoud van de werkgever als bedoeld in artikel 12;
|
||||
b. in geval van premiekorting of terugstorting: de voorwaarden waaronder sprake is van premiekorting of terugstorting, de wijze van vaststelling van de hoogte van de premiekorting of terugstorting en de bestemming ervan;
|
||||
b. in geval van terugstorting: de voorwaarden waaronder sprake is van terugstorting, de wijze van vaststelling van de hoogte van de terugstorting en de bestemming ervan;
|
||||
c. ingeval van een bijstortingsverplichting van de werkgever: onder welke voorwaarden sprake is van een bijstortingsverplichting en hoe de hoogte ervan wordt bepaald;
|
||||
d. de mogelijkheid tot vrijwillige voortzetting van de pensioenregeling na beëindiging van het dienstverband;
|
||||
e. de aansluitingscriteria op grond waarvan de vrijwillige aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds heeft plaatsgevonden; of
|
||||
f. de rechten en verplichtingen met betrekking tot vrijwillige pensioenregelingen.
|
||||
e. de aansluitingscriteria op grond waarvan de vrijwillige aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds heeft plaatsgevonden;
|
||||
f. de rechten en verplichtingen met betrekking tot vrijwillige pensioenregelingen; of
|
||||
g. de maatstaven voor en voorwaarden waaronder toeslagverlening plaatsvindt.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j en k en de afspraken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel l.
|
||||
|
||||
|
|
@ -450,7 +597,7 @@ De in artikel 26 genoemde termijnen gelden niet indien sprake is van een beëind
|
|||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.** Een pensioenfonds informeert elk kwartaal schriftelijk het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan en, bij het ontbreken daarvan, de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden wanneer sprake is van een premieachterstand ter grootte van 5% van de totale door het pensioenfonds te ontvangen jaarpremie en tevens niet voldaan wordt aan de bij of krachtens artikel 131 geldende eisen inzake het minimaal vereist eigen vermogen.
|
||||
**1.** Een pensioenfonds informeert elk kwartaal schriftelijk het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan en, bij het ontbreken daarvan, de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden wanneer sprake is van een premieachterstand ter grootte van 5% van de totale door het pensioenfonds te ontvangen jaarpremie.
|
||||
|
||||
**2.** Gedurende de in het eerste lid bedoelde situatie informeert een pensioenfonds tevens elk kwartaal de ondernemingsraad van de onderneming die nog premie aan het pensioenfonds verschuldigd is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -533,8 +680,12 @@ c. regels worden gesteld met betrekking tot de beheersing van risico’s die ver
|
|||
In het pensioenreglement worden in ieder geval bepalingen opgenomen betreffende:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop de pensioenuitvoerder omgaat met inkomende waarden in het kader van waardeoverdracht;
|
||||
b. de hoogte van de ruilvoet en de opbouwkeuzevoet, bedoeld in artikel 60 en 61, en de afkoopvoet, bedoeld in artikel 66; en
|
||||
c. de kortingsregel, bedoeld in artikel 134.
|
||||
b. de hoogte van de ruilvoet en de opbouwkeuzevoet, bedoeld in artikel 60 en 61, en de afkoopvoet, bedoeld in artikel 66;
|
||||
c. de kortingsregel, bedoeld in artikel 134;
|
||||
d. de regels en procedures die gelden ten aanzien van de solidariteitsreserve of de risicodelingsreserve;
|
||||
e. de risicohouding;
|
||||
f. de toedelingsregels; en
|
||||
g. het projectierendement.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
|
|
@ -556,16 +707,19 @@ De pensioenuitvoerder verstrekt de deelnemer jaarlijks:
|
|||
|
||||
a. een opgave van de verworven pensioenaanspraken;
|
||||
b. een opgave van de aan het voorafgaande kalenderjaar toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstig artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de daarop berustende bepalingen;
|
||||
c. informatie over toeslagverlening;
|
||||
d. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 134;
|
||||
e. informatie over een variabele uitkering;
|
||||
c. voor zover van toepassing, informatie over toeslagverlening;
|
||||
d. voor zover van toepassing, informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 134;
|
||||
e. voor zover van toepassing, informatie over de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve;
|
||||
f. informatie over de reglementaire pensioenleeftijd;
|
||||
g. een opgave van de reglementair te bereiken pensioenaanspraken, waarbij deze gegevens voor zover het ouderdomspensioen betreft, tevens weergegeven worden op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario, met de waarschuwing dat de projecties kunnen verschillen van de definitieve hoogte van de te ontvangen pensioenuitkeringen;
|
||||
h. informatie over de werkgeverspremie en werknemerspremie;
|
||||
i. informatie over garanties;
|
||||
j. informatie over het land waar het pensioen is ondergebracht en de toezichthouder waar het pensioen onder valt;
|
||||
k. voor zover van toepassing, informatie over de dekkingsgraad naar Nederlandse maatstaf; en
|
||||
l. voor zover van toepassing, informatie over de ingehouden kosten.
|
||||
k. voor zover van toepassing, informatie over de dekkingsgraad naar Nederlandse maatstaf;
|
||||
l. informatie over de ingehouden kosten;
|
||||
m. de totaal ingelegde pensioenpremies die zijn ingelegd op grond van een solidaire premieovereenkomst, flexibele premieovereenkomst of premie-uitkeringsovereenkomst;
|
||||
n. de totaal behaalde beleggingsrendementen per deelnemer die op grond van een solidaire premieovereenkomst, flexibele premieovereenkomst of premie-uitkeringsovereenkomst zijn behaald; en
|
||||
o. andere per algemene maatregel van bestuur bepaalde vereiste informatie.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde opgaven en informatie en de wijze waarop deze worden verstrekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -590,14 +744,14 @@ e. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op gro
|
|||
De pensioenuitvoerder verstrekt de gewezen deelnemer jaarlijks:
|
||||
|
||||
a. een opgave van zijn opgebouwde pensioenaanspraken, waarbij deze gegevens voor zover het ouderdomspensioen betreft, tevens weergegeven worden op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario, met de waarschuwing dat de projecties kunnen verschillen van de definitieve hoogte van de te ontvangen pensioenuitkeringen;
|
||||
b. informatie over toeslagverlening;
|
||||
c. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 134;
|
||||
d. informatie over een variabele uitkering;
|
||||
b. voor zover van toepassing, informatie over toeslagverlening;
|
||||
c. voor zover van toepassing, informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 134;
|
||||
d. voor zover van toepassing, informatie over de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve;
|
||||
e. informatie over de reglementaire pensioenleeftijd;
|
||||
f. informatie over garanties;
|
||||
g. informatie over het land waar het pensioen is ondergebracht en de toezichthouder waar het pensioen onder valt;
|
||||
h. voor zover van toepassing, informatie over de dekkingsgraad naar Nederlandse maatstaf; en
|
||||
i. voor zover van toepassing, informatie over de ingehouden kosten.
|
||||
i. informatie over de ingehouden kosten.
|
||||
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder informeert de gewezen deelnemer binnen drie maanden na een voor hem relevante wijziging in het pensioenreglement over die wijziging en de mogelijkheid om het gewijzigde pensioenreglement op te vragen bij de pensioenuitvoerder.
|
||||
|
||||
|
|
@ -612,9 +766,9 @@ i. voor zover van toepassing, informatie over de ingehouden kosten.
|
|||
De pensioenuitvoerder verstrekt degene die gewezen partner wordt en een aanspraak verkrijgt op bijzonder partnerpensioen:
|
||||
|
||||
a. een opgave van de opgebouwde pensioenaanspraak op partnerpensioen;
|
||||
b. informatie over toeslagverlening;
|
||||
b. voor zover van toepassing, informatie over toeslagverlening;
|
||||
c. informatie die voor de gewezen partner specifiek van belang is; en
|
||||
d. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 134.
|
||||
d. voor zover van toepassing, informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 134.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde opgave en informatie en de wijze waarop deze worden verstrekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -625,8 +779,8 @@ d. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op gro
|
|||
De pensioenuitvoerder verstrekt de gewezen partner met aanspraak op bijzonder partnerpensioen ten minste een keer in vijf jaar:
|
||||
|
||||
a. een opgave van de opgebouwde aanspraak op partnerpensioen;
|
||||
b. informatie over toeslagverlening; en
|
||||
c. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 134.
|
||||
b. voor zover van toepassing, informatie over toeslagverlening; en
|
||||
c. voor zover van toepassing, informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 134.
|
||||
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder informeert de gewezen partner binnen drie maanden na een wijziging van het toeslagbeleid over die wijziging.
|
||||
|
||||
|
|
@ -640,8 +794,8 @@ De pensioenuitvoerder verstrekt degene die pensioengerechtigde wordt:
|
|||
|
||||
a. een opgave van zijn pensioenrecht;
|
||||
b. een opgave van de opgebouwde aanspraken op nabestaandenpensioen wanneer de pensioenregeling daarin voorziet;
|
||||
c. informatie over toeslagverlening;
|
||||
d. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 134; en
|
||||
c. voor zover van toepassing, informatie over toeslagverlening;
|
||||
d. voor zover van toepassing, informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 134; en
|
||||
e. informatie die voor degene die pensioengerechtigde wordt specifiek in het kader van de pensioeningang van belang is.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde opgaven en informatie en de wijze waarop deze worden verstrekt.
|
||||
|
|
@ -654,8 +808,8 @@ De pensioenuitvoerder verstrekt de pensioengerechtigde jaarlijks:
|
|||
|
||||
a. een opgave van zijn pensioenrecht;
|
||||
b. een opgave van de opgebouwde aanspraken op nabestaandenpensioen wanneer de pensioenregeling daarin voorziet;
|
||||
c. informatie over toeslagverlening;
|
||||
d. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 134;
|
||||
c. voor zover van toepassing, informatie over toeslagverlening;
|
||||
d. voor zover van toepassing, informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 134;
|
||||
e. informatie over garanties; en
|
||||
f. informatie over het land waar het pensioen is ondergebracht en de toezichthouder waar het pensioen onder valt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -665,7 +819,7 @@ f. informatie over het land waar het pensioen is ondergebracht en de toezichthou
|
|||
|
||||
### Artikel 44a
|
||||
|
||||
**1.** De pensioenuitvoerder die bereid is op te treden als ontvangende pensioenuitvoerder informeert degene die het uit een kapitaalovereenkomst of premieovereenkomst voortvloeiende kapitaal op de pensioendatum wenst aan te wenden voor een variabele uitkering over de voor hem relevante gevolgen en risico’s bij een variabele uitkering waaronder een opgave van de hoogte van de variabele uitkeringen en een opgave van de hoogte van de vastgestelde uitkeringen indien het kapitaal daarvoor zou worden aangewend. Deze opgaven worden, voor zover het ouderdomspensioen betreft, tevens weergegeven op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario. De pensioenuitvoerder die een spreidingsperiode van langer dan vijf jaar aanbiedt, informeert de deelnemer expliciet over de voor hem relevante gevolgen en risico’s daarvan.
|
||||
**1.** De pensioenuitvoerder die bereid is op te treden als ontvangende pensioenuitvoerder informeert degene die het uit een flexibele premieovereenkomst of premie-uitkeringsovereenkomst voortvloeiende kapitaal op de pensioendatum wenst aan te wenden voor een variabele uitkering over de voor hem relevante gevolgen en risico’s bij een variabele uitkering waaronder een opgave van de hoogte van de variabele uitkeringen en een opgave van de hoogte van de vastgestelde uitkeringen indien het kapitaal daarvoor zou worden aangewend. Deze opgaven worden, voor zover het ouderdomspensioen betreft, tevens weergegeven op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario. De pensioenuitvoerder die een spreidingsperiode van langer dan vijf jaar aanbiedt, informeert de deelnemer expliciet over de voor hem relevante gevolgen en risico’s daarvan.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de te verstrekken informatie, de rekenregels en de wijze waarop de informatie wordt verstrekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -677,8 +831,8 @@ De pensioenuitvoerder informeert een deelnemer voorafgaand aan de deelneming in
|
|||
|
||||
a. de inhoud van de vrijwillige pensioenregeling;
|
||||
b. een opgave van de reglementair te bereiken pensioenaanspraken uit hoofde van de vrijwillige pensioenregeling;
|
||||
c. de toeslagverlening;
|
||||
d. vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 134;
|
||||
c. voor zover van toepassing, de toeslagverlening;
|
||||
d. voor zover van toepassing, vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 134;
|
||||
e. voor zover van toepassing, informatie over beleggingsresultaten; en
|
||||
f. voor zover van toepassing, informatie over de structuur van de kosten die door deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden worden gedragen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -702,7 +856,7 @@ a. informatie over de gehanteerde aannamen bij de weergave van ouderdomspensioen
|
|||
b. de voor hem relevante informatie over beleggingen; en
|
||||
c. informatie over andere bij algemene maatregel van bestuur te bepalen onderwerpen.
|
||||
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder verstrekt de deelnemer, de gewezen deelnemer of de gewezen partner op verzoek informatie die specifiek voor hem relevant is waaronder een indicatie van het mogelijk te bereiken kapitaal op de pensioendatum bij premieovereenkomsten waarbij de premie wordt belegd en een indicatie van de hoogte van de in te kopen periodieke uitkeringen bij aanwending van het mogelijk te bereiken kapitaal bij kapitaalovereenkomsten en premieovereenkomsten.
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder verstrekt de deelnemer, de gewezen deelnemer of de gewezen partner op verzoek informatie die specifiek voor hem relevant is waaronder een indicatie van het mogelijk te bereiken kapitaal op de pensioendatum bij flexibele premieovereenkomsten of premie-uitkeringsovereenkomsten en een indicatie van de hoogte van de in te kopen periodieke uitkeringen bij aanwending van het mogelijk te bereiken kapitaal bij flexibele premieovereenkomsten en bij premie-uitkeringsovereenkomsten.
|
||||
|
||||
**3.** De indicaties, bedoeld in het tweede lid, worden, voor zover het ouderdomspensioen betreft, tevens weergegeven op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario.
|
||||
|
||||
|
|
@ -730,8 +884,9 @@ Voor zover van toepassing stelt de pensioenuitvoerder op zijn website voor de de
|
|||
a. informatie over de gevolgen van significante wijzigingen in de technische voorzieningen;
|
||||
b. informatie over het financieel crisisplan;
|
||||
c. informatie over het herstelplan of geactualiseerd herstelplan;
|
||||
d. het pensioenreglement; en
|
||||
e. de uitvoeringsovereenkomst of het uitvoeringsreglement.
|
||||
d. informatie over de beleggingen en het beleggingsbeleid;
|
||||
e. het pensioenreglement; en
|
||||
f. de uitvoeringsovereenkomst of het uitvoeringsreglement.
|
||||
|
||||
**3.** Voor zover van toepassing stelt de pensioenuitvoerder op zijn website voor een ieder de verklaring inzake beleggingsbeginselen beschikbaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -749,7 +904,7 @@ e. de uitvoeringsovereenkomst of het uitvoeringsreglement.
|
|||
|
||||
### Artikel 47a
|
||||
|
||||
**1.** Voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een pensioenuitkering stelt een verzekeraar die bereid is op te treden als ontvangende pensioenuitvoerder, op basis van informatie die verstrekt is door de betrokkene die het uit een kapitaalovereenkomst of premieovereenkomst voortvloeiende kapitaal op de pensioendatum wenst aan te wenden voor een pensioenuitkering, de wensen en behoeften van de betrokkene vast en verstrekt hij de betrokkene informatie over overeenkomsten inzake een pensioenuitkering om hem in staat te stellen met kennis van zaken een beslissing te nemen.
|
||||
**1.** Voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een pensioenuitkering stelt een verzekeraar die bereid is op te treden als ontvangende pensioenuitvoerder, op basis van informatie die verstrekt is door de betrokkene die het uit een flexibele premieovereenkomst en premie-uitkeringsovereenkomst voortvloeiende kapitaal op de pensioendatum wenst aan te wenden voor een pensioenuitkering, de wensen en behoeften van de betrokkene vast en verstrekt hij de betrokkene informatie over overeenkomsten inzake een pensioenuitkering om hem in staat te stellen met kennis van zaken een beslissing te nemen.
|
||||
|
||||
**2.** Een door de verzekeraar voorgestelde pensioenuitkering is in overeenstemming met de wensen en behoeften van de betrokkene.
|
||||
|
||||
|
|
@ -771,28 +926,41 @@ Indien een verzekeraar de betrokkene adviseert over een overeenkomst inzake een
|
|||
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder bevordert dat persoonlijke informatie aansluit bij de informatiebehoefte en kenmerken van de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde.
|
||||
|
||||
**3.** De pensioenuitvoerder bevordert dat de informatie de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde inzicht geeft in de keuzemogelijkheden die er zijn in de pensioenregeling en de gevolgen van belangrijke gebeurtenissen voor het pensioen.
|
||||
**3.** De pensioenuitvoerder bevordert dat de informatie de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde inzicht geeft in de keuzemogelijkheden die er zijn in de pensioenregeling, de gevolgen van belangrijke gebeurtenissen voor het pensioen en de gevolgen van een keuze of combinatie van keuzes voor het pensioen.
|
||||
|
||||
**4.** De informatie, bedoeld in de artikelen 38, eerste lid, 40, eerste lid, 42, eerste lid, en 44, eerste lid, wordt verstrekt door middel van een uniform pensioenoverzicht. In het uniform pensioenoverzicht wordt een verwijzing opgenomen naar de website van de pensioenuitvoerder, de website waarop het pensioenregister te raadplegen is en wordt gewezen op de mogelijkheden die artikel 46 biedt.
|
||||
**4.** De pensioenuitvoerder bevordert dat de informatie de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde aanzet tot relevante actie.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer het uniform pensioenoverzicht en het verstrekken van informatie door middel van het uniform pensioenoverzicht.
|
||||
**5.** De informatie, bedoeld in de artikelen 38, eerste lid, 40, eerste lid, 42, eerste lid, en 44, eerste lid, wordt verstrekt door middel van een uniform pensioenoverzicht. In het uniform pensioenoverzicht wordt een verwijzing opgenomen naar de website van de pensioenuitvoerder, de website waarop het pensioenregister te raadplegen is en wordt gewezen op de mogelijkheden die artikel 46 biedt.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 48a
|
||||
|
||||
De pensioenuitvoerder begeleidt de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde op een adequate wijze bij het maken van een keuze binnen de pensioenovereenkomst, zorgt voor de inrichting van de keuzeomgeving en stelt de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde daarmee in staat om een passende keuze te maken.
|
||||
|
||||
### Artikel 48b
|
||||
|
||||
**1.** Een pensioenuitvoerder draagt zorg voor een adequate behandeling van klachten van deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden of pensioengerechtigden. Hiertoe beschikt de pensioenuitvoerder over een interne klachten- en geschillenprocedure.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 48c
|
||||
|
||||
**1.** Een pensioenuitvoerder is aangesloten bij een door Onze Minister aangewezen instantie tot beslechting van geschillen tussen deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden of pensioengerechtigden enerzijds en pensioenuitvoerders anderzijds, tenzij een dergelijke instantie er niet is. Van een besluit tot aanwijzing of intrekking van een aangewezen instantie wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. De Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19 en 20, met dien verstande dat voor «consument» telkens wordt gelezen: deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde en dat voor «ondernemer» telkens wordt gelezen: pensioenuitvoerder.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op de bij de Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten gestelde regels, worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld met betrekking tot de aan de geschilleninstantie te stellen eisen en de geschillenprocedure, alsmede regels met betrekking tot de door de geschilleninstantie aan Onze Minister te verstrekken informatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
**1.** De pensioenuitvoerder verstrekt de informatie elektronisch of schriftelijk. Er wordt ten hoogste eenmaal per jaar gewisseld tussen schriftelijke verstrekking en elektronische verstrekking van de informatie.
|
||||
**1.** De pensioenuitvoerder verstrekt de informatie elektronisch, schriftelijk of via een website, waarbij informatieverstrekking via een website wordt gecombineerd met persoonlijk attenderen als er nieuwe of gewijzigde informatie op de website staat.
|
||||
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder informeert de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde schriftelijk of elektronisch over het voornemen tot elektronische verstrekking.
|
||||
**2.** Indien de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde niet heeft bepaald op welke wijze hij informatie wil ontvangen, verstrekt de pensioenuitvoerder de informatie schriftelijk, elektronisch of via een website. Bij verstrekking via een website wordt de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde persoonlijk geattendeerd op deze website en op de mogelijkheid te kiezen voor een andere wijze van informatieverstrekking. De pensioenuitvoerder meldt op de website dat informatie ook elektronisch of schriftelijk kan worden verstrekt en biedt op de website de mogelijkheid om de wijze van informatieverstrekking te regelen. Het persoonlijk attenderen gebeurt elektronisch, indien het email adres bij de pensioenuitvoerder bekend is, of schriftelijk.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** Er wordt ten hoogste een maal per jaar gewisseld in de wijze waarop informatie wordt verstrekt.
|
||||
|
||||
De pensioenuitvoerder verstrekt de informatie schriftelijk, indien de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde over het voornemen tot elektronische verstrekking, bedoeld in het tweede lid:
|
||||
**4.** Indien de pensioenuitvoerder de deelnemer of de gewezen deelnemer elektronisch of via een website informatie verstrekt, is hij verplicht de elektronisch of via een website verstrekte informatie te bewaren tot één jaar na het overlijden van de pensioengerechtigde dan wel tot één jaar na het aflopen van de uitkering aan de nabestaanden. De deelnemer of de gewezen deelnemer kan ten hoogste eenmaal per jaar de elektronisch of via een website verstrekte informatie opvragen.
|
||||
|
||||
a. schriftelijk is geïnformeerd en hij bezwaar heeft gemaakt tegen elektronische verstrekking; of
|
||||
b. elektronisch om instemming is gevraagd en hij niet heeft ingestemd met elektronische verstrekking.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de pensioenuitvoerder de deelnemer of de gewezen deelnemer elektronisch informatie verstrekt, is hij verplicht de elektronisch verstrekte informatie te bewaren tot één jaar na het overlijden van de pensioengerechtigde dan wel tot één jaar na het aflopen van de uitkering aan de nabestaanden. De deelnemer of de gewezen deelnemer kan ten hoogste eenmaal per jaar de elektronisch verstrekte informatie opvragen.
|
||||
|
||||
**5.** De pensioenuitvoerder verstrekt de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde aan wie de informatie elektronisch wordt verstrekt, op verzoek een papieren afschrift van de informatie.
|
||||
**5.** De pensioenuitvoerder verstrekt de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde aan wie de informatie elektronisch of via een website wordt verstrekt, op verzoek een papieren afschrift van de informatie.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -804,13 +972,24 @@ b. elektronisch om instemming is gevraagd en hij niet heeft ingestemd met elektr
|
|||
|
||||
**3.** Indien de pensioenuitvoerder kosten maakt in verband met werkzaamheden die voortvloeien uit het feit dat de deelnemer, gewezen deelnemer, pensioengerechtigde of gewezen partner verzuimd heeft de pensioenuitvoerder omtrent een wijziging van adres te informeren, kan de pensioenuitvoerder deze kosten bij deze in rekening brengen, maar kunnen deze kosten niet direct in mindering worden gebracht op de uitkering.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het bij de pensioenuitvoerder bekende adres voor de elektronische verstrekking van informatie onjuist blijkt, verstrekt de pensioenuitvoerder de informatie schriftelijk.
|
||||
**4.** Indien het bij de pensioenuitvoerder bekende adres voor de elektronische verstrekking van informatie onjuist blijkt, biedt de pensioenuitvoerder de mogelijkheid het juiste adres voor elektronische verstrekking van informatie op te geven.
|
||||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
**1.** Er is een pensioenregister, ingericht en in stand gehouden door de pensioenuitvoerders, dat tot doel heeft op duidelijke en begrijpelijke wijze de aanspraakgerechtigde of de pensioengerechtigde in de gelegenheid te stellen gegevens over zijn pensioenaanspraken en pensioenrechten te raadplegen, waarbij deze gegevens, voor zover het ouderdomspensioen betreft, tevens weergegeven worden op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario. Het pensioenregister heeft verder tot doel inzicht te geven in de hoogte van het te bereiken pensioen, de keuzes ten aanzien van het pensioen, waaronder de mogelijkheid tot omzetting in een variabele uitkering, en de gevolgen van deze keuzes en van belangrijke gebeurtenissen op het pensioen van de aanspraakgerechtigde of de pensioengerechtigde. Onder pensioenaanspraken en pensioenrechten in de zin van dit artikel worden tevens verstaan aanspraken op ouderdomspensioen en recht op ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Het pensioenregister heeft mede tot doel op verzoek de pensioenuitvoerder te informeren bij welke andere pensioenuitvoerder een gewezen deelnemer pensioenaanspraken opbouwt ten behoeve van de toepassing van artikel 70a.
|
||||
Er is een pensioenregister, ingericht en in stand gehouden door de pensioenuitvoerders. Dit pensioenregister heeft de volgende doelen:
|
||||
|
||||
a. op duidelijke wijze de aanspraakgerechtigde of de pensioengerechtigde in de gelegenheid stellen gegevens over zijn pensioenaanspraken en pensioenrechten te raadplegen, waarbij deze gegevens, voor zover het ouderdomspensioen betreft, tevens weergegeven worden op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario, en waarbij onder pensioenaanspraken en pensioenrechten in de zin van dit artikel mede worden verstaan aanspraken op ouderdomspensioen en recht op ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet;
|
||||
b. inzicht geven in de hoogte van het te bereiken pensioen, de keuzes ten aanzien van het pensioen, en de gevolgen van deze keuzes en van belangrijke gebeurtenissen op het pensioen van de aanspraakgerechtigde of de pensioengerechtigde; en
|
||||
c. een melding te geven indien er geen ouderdomspensioen wordt opgebouwd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het pensioenregister heeft mede tot doel op verzoek:
|
||||
|
||||
a. de pensioenuitvoerder te informeren bij welke andere pensioenuitvoerder een gewezen deelnemer pensioenaanspraken opbouwt ten behoeve van de toepassing van artikel 70a; en
|
||||
b. van de deelnemer, de gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde de gegevens aan een door de deelnemer, de gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde aan te wijzen pensioenuitvoerder te verstrekken ten behoeve van de toepassing van artikel 48a, voor zover deze aangewezen uitvoerder daarmee heeft ingestemd.
|
||||
|
||||
**3.** De pensioenuitvoerder verstrekt op verzoek van de aanspraakgerechtigde of de pensioengerechtigde tijdig zijn gegevens met betrekking tot pensioenaanspraken en pensioenrechten door middel van het pensioenregister.
|
||||
|
||||
|
|
@ -828,13 +1007,25 @@ b. elektronisch om instemming is gevraagd en hij niet heeft ingestemd met elektr
|
|||
|
||||
**10.** Hetgeen bij of krachtens hoofdstuk 7 van toepassing is bij het toezicht op de uitvoering van dit artikel door pensioenuitvoerders is van overeenkomstige toepassing op de uitvoering van dit artikel door de instelling, bedoeld in het zesde lid.
|
||||
|
||||
**11.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de scenario’s, de actualisatie van de te verstrekken gegevens, het opnemen van gegevens met betrekking tot de keuzes ten aanzien van het pensioen en de gevolgen van deze keuzes en van belangrijke gebeurtenissen op het pensioen en de fasering van het opnemen van deze gegevens.
|
||||
**11.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de gegevensverstrekking aan de aangewezen pensioenuitvoerder, de scenario’s, de actualisatie van de te verstrekken gegevens, het opnemen van gegevens met betrekking tot de keuzes ten aanzien van het pensioen en de gevolgen van deze keuzes en van belangrijke gebeurtenissen op het pensioen en de fasering van het opnemen van deze gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 51a
|
||||
|
||||
**1.** De instelling, bedoeld in artikel 51, zesde lid, stelt een gebruikersorgaan in samengesteld uit gebruikers van het pensioenregister. Het gebruikersorgaan overlegt met en adviseert het bestuur van de instelling over voorgenomen besluitvorming over opzet, bestaan en werking van het pensioenregister, waaronder in ieder geval wordt verstaan de functionaliteiten en ontwikkeling van het pensioenregister alsmede de wijze waarop het pensioenregister invulling geeft aan haar wettelijke taak.
|
||||
|
||||
**2.** De instelling stelt een regeling vast voor samenstelling, werkwijze, taken en bevoegdheden van het gebruikersorgaan.
|
||||
|
||||
**3.** Het bestuur van de instelling en het gebruikersorgaan komen ten minste twee maal per kalenderjaar in vergadering bijeen. Tijdens deze vergaderingen worden de aangelegenheden aan de orde gesteld waarover het bestuur of het gebruikersorgaan overleg wenselijk acht.
|
||||
|
||||
**4.** De instelling verstrekt desgevraagd aan het gebruikersorgaan tijdig alle inlichtingen en gegevens die deze redelijkerwijs nodig heeft voor de vervulling van de taak.
|
||||
|
||||
**5.** De instelling deelt het gebruikersorgaan onderbouwd mee waarom het een advies niet of niet geheel volgt.
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
**1.** Bij de uitvoering van een premieovereenkomst met beleggingsvrijheid in de opbouwfase is de pensioenuitvoerder verantwoordelijk voor de beleggingen en handelt daarbij overeenkomstig artikel 135.
|
||||
**1.** Bij de uitvoering van een flexibele premieovereenkomst met beleggingsvrijheid in de opbouwfase en een premie-uitkeringsovereenkomst voor zover de premie wordt belegd met beleggingsvrijheid in de opbouwfase is de pensioenuitvoerder verantwoordelijk voor de beleggingen en handelt daarbij overeenkomstig artikel 135.
|
||||
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder biedt de deelnemer en de gewezen deelnemer de mogelijkheid de verantwoordelijkheid voor de beleggingen over te nemen.
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder biedt de deelnemer of gewezen deelnemer in een flexibele premieovereenkomst of in een premie-uitkeringsovereenkomst tot het moment dat het opgebouwde kapitaal of de beschikbaar gestelde premie geheel of gedeeltelijk wordt aangewend voor een aanspraak op een vastgestelde uitkering vanaf de pensioendatum, de mogelijkheid om de verantwoordelijkheid voor de beleggingen over te nemen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de deelnemer of de gewezen deelnemer de verantwoordelijkheid voor de beleggingen heeft overgenomen, adviseert de pensioenuitvoerder de deelnemer of de gewezen deelnemer over de spreiding van de beleggingen in relatie tot de duur van de periode tot pensioendatum, waarbij het beleggingsrisico kleiner wordt naarmate de pensioendatum nadert.
|
||||
|
||||
|
|
@ -848,7 +1039,7 @@ b. elektronisch om instemming is gevraagd en hij niet heeft ingestemd met elektr
|
|||
|
||||
### Artikel 52a
|
||||
|
||||
**1.** Bij de uitvoering van een premieovereenkomst zonder beleggingsvrijheid in de opbouwfase of een variabele uitkering voortvloeiend uit een premieovereenkomst of kapitaalovereenkomst is de pensioenuitvoerder verantwoordelijk voor de beleggingen en voert een beleggingsbeleid overeenkomstig artikel 135. Bij de uitvoering van dit beleggingsbeleid wordt rekening gehouden met de leeftijd van de deelnemers, gewezen deelnemers of pensioengerechtigden.
|
||||
**1.** Bij de uitvoering van een premieovereenkomst in de opbouwfase, een premie-uitkeringsovereenkomst voor zover de premie wordt belegd of een variabele uitkering is de pensioenuitvoerder verantwoordelijk voor de beleggingen en voert een beleggingsbeleid overeenkomstig artikel 135. Bij de uitvoering van dit beleggingsbeleid wordt rekening gehouden met de risicohouding van de deelnemers, gewezen deelnemers of pensioengerechtigden.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de uitvoering, bedoeld in het eerste lid, handelt de pensioenuitvoerder in het belang van de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde.
|
||||
|
||||
|
|
@ -860,6 +1051,14 @@ b. elektronisch om instemming is gevraagd en hij niet heeft ingestemd met elektr
|
|||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de uitvoering van het beleggingsbeleid.
|
||||
|
||||
### Artikel 52b
|
||||
|
||||
**1.** De pensioenuitvoerder, bedoeld in artikel 52a, baseert zijn beleggingsbeleid en de toedelingsregels voor het beleggingsrisico op de risicohouding van de deelnemers, gewezen deelnemers of pensioengerechtigden. Bij het vaststellen van de risicohouding wordt in ieder geval onderscheid gemaakt naar leeftijdscohorten en wordt per leeftijdscohort een risicohouding vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** De risicohouding wordt door de pensioenuitvoerder vastgesteld en periodiek getoetst, waarbij gebruik wordt gemaakt van onderzoek naar de risicopreferentie van de deelnemers, gewezen deelnemers of pensioengerechtigden, wetenschappelijke inzichten en deelnemerskenmerken. De resultaten hiervan worden door een pensioenfonds beoordeeld na overleg met de andere organen van het pensioenfonds. De toetsing van de risicohouding vindt plaats ten minste eenmaal in vijf jaar en bij een ingrijpende wijziging.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 53
|
||||
|
||||
De pensioenuitvoerder betaalt de uitkering uit hoofde van een pensioenrecht op verzoek van de pensioengerechtigde in een andere lidstaat van de Europese Unie dan de lidstaat waar die pensioenuitvoerder is gevestigd, waarbij transactiekosten op de uitkering uit hoofde van het pensioenrecht in mindering kunnen worden gebracht.
|
||||
|
|
@ -877,31 +1076,34 @@ Van de in het eerste lid genoemde termijn kan worden afgeweken indien:
|
|||
a. de deelnemer ten tijde van de beëindiging van de dienstbetrekking arbeidsongeschikt is. De periode waarin sprake kan zijn van vrijwillige voortzetting is dan ten hoogste drie jaar of de duur van de arbeidsongeschiktheid indien deze langer is; of
|
||||
b. de deelnemer na de beëindiging van de dienstbetrekking een periodieke uitkering ontvangt ter vervanging van in verband met de beëindiging van de dienstbetrekking gederfde inkomsten op grond van een tussen één of meer werkgevers en één of meer werknemers afgesproken regeling. De periode waarin sprake kan zijn van vrijwillige voortzetting is dan ten hoogste drie jaar of de periode waarin de uitkering wordt ontvangen indien deze langer is.
|
||||
|
||||
**4.** De deelnemer die vrijwillig wil voortzetten doet binnen negen maanden vanaf de beëindiging van de dienstbetrekking een verzoek daartoe bij de pensioenuitvoerder.
|
||||
**4.** De deelnemer die vrijwillig wil voortzetten doet binnen negen maanden vanaf de beëindiging van de dienstbetrekking een verzoek daartoe bij de pensioenuitvoerder. De vrijwillige voortzetting begint uiterlijk vijftien maanden na beëindiging van de dienstbetrekking. Artikel 14, tweede lid, is niet van toepassing op de periode vanaf de beëindiging van de dienstbetrekking tot het begin van de vrijwillige voortzetting.
|
||||
|
||||
**5.** De vrijwillige voortzetting begint uiterlijk vijftien maanden na beëindiging van de dienstbetrekking. Artikel 14, tweede lid, is niet van toepassing op de periode vanaf de beëindiging van de dienstbetrekking tot het begin van de vrijwillige voortzetting.
|
||||
**5.** Voor zover de pensioenregeling daar in voorziet kan, in afwijking van het vierde lid, de gewezen werknemer, bedoeld in het tweede lid, die vrijwillig wil voortzetten een verzoek daartoe doen bij de pensioenuitvoerder uiterlijk binnen drie jaar vanaf de beëindiging van de dienstbetrekking. De vrijwillige voortzetting begint uiterlijk zes maanden na het verzoek daartoe. Artikel 14, tweede lid, is niet van toepassing op de periode vanaf de beëindiging van de dienstbetrekking tot het begin van de vrijwillige voortzetting.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.2. Behoud aanspraak
|
||||
|
||||
### Artikel 55
|
||||
|
||||
**1.** Bij beëindiging van de deelneming behoudt de gewezen deelnemer de tot dat moment opgebouwde pensioenaanspraken indien er sprake is van een uitkeringsovereenkomst of een kapitaalovereenkomst. Deze pensioenaanspraak dient volledig gefinancierd te zijn op het moment van beëindiging. In geval van premievrijmaking op grond van artikel 29, vierde lid, wordt daarmee bij de vaststelling van de opgebouwde aanspraken rekening gehouden.
|
||||
**1.** Bij een solidaire premieovereenkomst of een flexibele premieovereenkomst wordt bij beëindiging van de deelneming het tot op dat moment ontstane voor pensioenuitkering bestemd vermogen of kapitaal voortvloeiend uit de tot de beëindiging beschikbaar gestelde premies belegd in overeenstemming met de afspraken hierover in de pensioenregeling.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Bij een premie-uitkeringsovereenkomst wordt bij beëindiging van de deelneming het tot op dat moment ontstane kapitaal voortvloeiend uit de tot de beëindiging beschikbaar gestelde premies belegd in overeenstemming met de afspraken hierover in de pensioenregeling. Indien de gewezen deelnemer voor beëindiging van de deelneming de premie of het uit de premie voortvloeiende kapitaal heeft aangewend voor aanspraak op een vastgestelde uitkering vanaf de pensioendatum behoudt de gewezen deelnemer deze pensioenaanspraak. Deze pensioenaanspraak dient volledig gefinancierd te zijn op het moment van beëindiging. In geval van premievrijmaking op grond van artikel 29, vierde lid, wordt daarmee bij de vaststelling van de opgebouwde aanspraken rekening gehouden.
|
||||
|
||||
Bij een premieovereenkomst wordt bij beëindiging van de deelneming de vaststelling van de pensioenaanspraken als volgt uitgevoerd: het tot op dat moment ontstane kapitaal voortvloeiend uit de tot de beëindiging beschikbaar gestelde premies wordt:
|
||||
**3.** Deelnemers en andere aanspraakgerechtigden die na beëindiging van de deelneming aan een pensioenregeling naar een andere lidstaat van de Europese Unie verhuizen behouden hun pensioenaanspraak in dezelfde mate als deelnemers en andere aanspraakgerechtigden die na beëindiging van de deelneming in Nederland blijven.
|
||||
|
||||
a. belegd tot de pensioendatum;
|
||||
b. aangewend voor de aankoop van een verzekerd kapitaal dat beschikbaar komt op de pensioendatum; of
|
||||
c. aangewend voor een verzekerde vastgestelde uitkering vanaf de pensioendatum, al dan niet in combinatie met een aanspraak op nabestaandenpensioen.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
**3.** Indien de opzet van de premieovereenkomst zodanig is dat de beschikbaar gestelde premie direct, en niet pas bij de beëindiging van de deelneming, wordt aangewend voor een uitkering of kapitaal, dan geldt het eerste lid.
|
||||
Indien de pensioenovereenkomst voorziet in een nabestaandenpensioen op risicobasis wordt de dekking uit hoofde van het nabestaandenpensioen voortgezet, waarbij voor de hoogte van de dekking wordt uitgegaan van de situatie op de dag voor beëindiging van de deelneming:
|
||||
|
||||
**4.** Deelnemers en andere aanspraakgerechtigden die na beëindiging van de deelneming aan een pensioenregeling naar een andere lidstaat van de Europese Unie verhuizen behouden hun pensioenaanspraak in dezelfde mate als deelnemers en andere aanspraakgerechtigden die na beëindiging van de deelneming in Nederland blijven.
|
||||
a. gedurende de periode dat de gewezen deelnemer direct na beëindiging van de deelneming recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet of een werkloosheidsuitkering van zijn woonland en de uitkering ontvangt, waarbij voor de hoogte van de dekking rekening wordt gehouden met de omvang van de werkloosheid;
|
||||
b. gedurende de periode dat de gewezen deelnemer direct aansluitend op de voortzetting van het nabestaandenpensioen op grond van onderdeel a recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet en deze uitkering ontvangt;
|
||||
c. gedurende de periode dat de gewezen deelnemer direct aansluitend op de voortzetting van het nabestaandenpensioen op grond van onderdeel b recht heeft op een uitkering als bedoeld in onderdeel a en de uitkering ontvangt, waarbij voor de hoogte van de dekking rekening wordt gehouden met de omvang van de werkloosheid;
|
||||
d. gedurende de periode dat de gewezen deelnemer direct na de beëindiging van de deelneming recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet en de uitkering ontvangt; of
|
||||
e. gedurende de periode dat de gewezen deelnemer direct aansluitend op de voortzetting van het nabestaandenpensioen op grond van onderdeel d recht heeft op een uitkering als bedoeld in onderdeel a en deze uitkering ontvangt, waarbij voor de hoogte van de dekking rekening wordt gehouden met de omvang van de werkloosheid; dan wel
|
||||
f. gedurende een periode van drie maanden, tenzij in de pensioenovereenkomst een periode van zes maanden is opgenomen, rechtstreeks na beëindiging van de deelneming indien er geen sprake is van een aansluitend dienstverband of een uitkering als bedoeld in onderdeel a, b, c, d of e doch uiterlijk tot het moment dat sprake is van een nieuw dienstverband dan wel de ingangsdatum van het ouderdomspensioen.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de pensioenovereenkomst voorziet in een partnerpensioen op risicobasis behoudt de deelnemer, die na beëindiging van de deelneming recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet gedurende de periode dat hij de uitkering ontvangt, aanspraak op partnerpensioen ten behoeve van zijn partner. De hoogte van het partnerpensioen wordt vastgesteld alsof hetzelfde pensioen op opbouwbasis zou zijn overeengekomen, waarbij rekening wordt gehouden met het partnerpensioen verkregen op grond van artikel 61. Dit lid is van overeenkomstige toepassing op de deelnemer, die na beëindiging van de deelneming recht heeft op werkloosheidsuitkering van zijn woonland.
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste en tweede lid en artikel 134 vervallen de pensioenaanspraken van een deelnemer bij beëindiging van de deelneming, indien op basis van de tot het tijdstip van beëindiging opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum niet meer zal bedragen dan € 2,– per jaar. De eerste zin is niet van toepassing indien de deelnemer verhuist naar een andere lidstaat en hij de pensioenuitvoerder daarover bij beëindiging van de deelneming heeft geïnformeerd.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het eerste en tweede lid en artikel 134 vervallen de pensioenaanspraken van een deelnemer bij beëindiging van de deelneming, indien op basis van de tot het tijdstip van beëindiging opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum niet meer zal bedragen dan € 2,– per jaar. De eerste zin is niet van toepassing indien de deelnemer verhuist naar een andere lidstaat en hij de pensioenuitvoerder daarover bij beëindiging van de deelneming heeft geïnformeerd.
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
|
|
@ -982,33 +1184,17 @@ c. een hoger en een eerder ingaand ouderdomspensioen.
|
|||
|
||||
**6.** Bij de keuze, bedoeld in het eerste of derde lid, is de toestemming vereist van de partner die begunstigde is voor het in het eerste lid bedoelde partnerpensioen.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
**7.** Voorzover het bij de toepassing van het eerste lid pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die pensioenaanspraken worden opgebouwd, is het eerste lid van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2002.
|
||||
|
||||
Het vierde en vijfde lid zijn:
|
||||
**8.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
a. met betrekking tot uitkeringsovereenkomsten en kapitaalovereenkomsten van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2002 zijn opgebouwd;
|
||||
b. met betrekking tot premieovereenkomsten van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2005 zijn opgebouwd.
|
||||
|
||||
**8.** Voorzover het bij de toepassing van het eerste lid pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die pensioenaanspraken worden opgebouwd, is het eerste lid van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2002.
|
||||
|
||||
**9.** In afwijking van het zevende lid kunnen het vierde en vijfde lid van toepassing zijn op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2002 respectievelijk 1 januari 2005 indien dit is overeengekomen in de pensioenovereenkomst.
|
||||
|
||||
**10.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**11.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het eerste tot en met het vijfde lid.
|
||||
**9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het eerste tot en met het vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Indien een pensioenovereenkomst voorziet in een ouderdomspensioen heeft de deelnemer of gewezen deelnemer met ingang van de datum waarop het ouderdomspensioen ingaat of kan ingaan het recht om in plaats van een deel van het ouderdomspensioen te kiezen voor partnerpensioen op opbouwbasis, onder de voorwaarde dat de hoogte van het partnerpensioen maximaal 70% bedraagt van het ouderdomspensioen dat na de uitruil resteert.
|
||||
|
||||
Indien een pensioenovereenkomst voorziet in een ouderdomspensioen, heeft de deelnemer of gewezen deelnemer het recht, in plaats van ouderdomspensioen of een deel van het ouderdomspensioen te kiezen voor partnerpensioen in elk geval:
|
||||
|
||||
a. bij beëindiging van de deelneming; en
|
||||
b. met ingang van de datum waarop het ouderdomspensioen ingaat of kan ingaan;
|
||||
|
||||
waarbij de hoogte van het partnerpensioen maximaal 70 percent bedraagt van het ouderdomspensioen dat na de uitruil resteert.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een pensioenovereenkomst voorziet in een ouderdomspensioen, biedt de pensioenuitvoerder de deelnemer bij beëindiging van de deelneming en in het laatste jaar voor ingang van het ouderdomspensioen standaard de mogelijkheid, genoemd in het eerste lid, aan.
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder biedt de deelnemer of gewezen deelnemer in het laatste jaar voor ingang van het ouderdomspensioen standaard de mogelijkheid, genoemd in het eerste lid, aan.
|
||||
|
||||
**3.** De pensioenuitvoerder waarborgt dat bij gebruikmaking van het keuzerecht geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen door vaststelling van een ruilvoet of opbouwkeuzevoet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1029,7 +1215,23 @@ b. de deelnemer of gewezen deelnemer gehuwd is of een geregistreerde partnerrela
|
|||
|
||||
**9.** Indien de uitruil, bedoeld in het zevende lid, ertoe zou leiden dat het ouderdomspensioen op jaarbasis lager wordt dan het op grond van artikel 66 bepaalde bedrag wordt de in het achtste lid bedoelde verhouding tussen ouderdomspensioen en partnerpensioen zodanig aangepast dat het ouderdomspensioen op jaarbasis meer bedraagt dan het op grond van artikel 66 bepaalde bedrag.
|
||||
|
||||
**10.** Indien de pensioenovereenkomst voorziet in een partnerpensioen op risicobasis kan in de pensioenregeling worden bepaald dat het zevende lid, aanhef en onderdeel b, van overeenkomstige toepassing is bij beëindiging van de deelneming. Het achtste en negende lid is van toepassing.
|
||||
### Artikel 61a
|
||||
|
||||
**1.** Indien een pensioenovereenkomst voorziet in een ouderdomspensioen en een partnerpensioen op risicobasis heeft de gewezen deelnemer na afloop van de periode waarin het nabestaandenpensioen op risicobasis op grond van artikel 55, vierde lid, wordt voortgezet recht om in plaats van ouderdomspensioen of een deel van het ouderdomspensioen te kiezen voor het voortzetten van het partnerpensioen op risicobasis.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid is er geen recht op uitruil:
|
||||
|
||||
a. indien de uitruil ertoe zou leiden dat op basis van de opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum minder zou bedragen dan het op basis van artikel 66 bepaalde bedrag;
|
||||
b. indien de pensioenregeling voorziet in een maximale duur voor de vrijwillige voortzetting die langer of gelijk is aan vijftien jaar, bij het bereiken van de maximale duur; of
|
||||
c. voor zover de pensioenregeling voorziet in een maximum voor de omvang van de uitruil bij het bereiken van dat maximum.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de gewezen deelnemer gebruik maakt van de keuzemogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, informeert de pensioenuitvoerder de gewezen deelnemer jaarlijks over de gevolgen van voortzetting van de uitruil. De uitruil wordt stopgezet indien er niet langer recht op uitruil op grond van het tweede lid is, dan wel indien de gewezen deelnemer aangeeft de uitruil niet te willen voortzetten.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 61, derde, vierde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 62
|
||||
|
||||
|
|
@ -1037,7 +1239,7 @@ b. de deelnemer of gewezen deelnemer gehuwd is of een geregistreerde partnerrela
|
|||
|
||||
Indien de pensioenovereenkomst de deelnemer of gewezen deelnemer de mogelijkheid biedt:
|
||||
|
||||
a. in plaats van een bepaald soort pensioen geheel of gedeeltelijk te kiezen voor een ander soort pensioen, dan het pensioen, bedoeld in de artikelen 60 en 61;
|
||||
a. in plaats van een bepaald soort pensioen geheel of gedeeltelijk te kiezen voor een ander soort pensioen, dan het pensioen, bedoeld in de artikelen 60, 61 en 61a;
|
||||
b. de ingangsdatum van het ouderdomspensioen te vervroegen of uit te stellen;
|
||||
c. de hoogte van het ouderdomspensioen te laten variëren als bedoeld in artikel 63; of
|
||||
d. tot een keuze anders dan bedoeld in de voorgaande onderdelen;
|
||||
|
|
@ -1046,18 +1248,9 @@ waarborgt de pensioenuitvoerder dat bij gebruikmaking van de keuzemogelijkheid g
|
|||
|
||||
**2.** Bij gebruikmaking van een in het eerste lid bedoelde keuzemogelijkheid is de toestemming vereist van de partner die begunstigde is voor partnerpensioen indien de hoogte daarvan door gebruikmaking van de keuzemogelijkheid wordt verlaagd.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** Voorzover het bij de toepassing van het eerste lid pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die aanspraken worden opgebouwd, is het eerste lid van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2002.
|
||||
|
||||
Het eerste lid is:
|
||||
|
||||
a. met betrekking tot uitkeringsovereenkomsten en kapitaalovereenkomsten van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2002 zijn opgebouwd;
|
||||
b. met betrekking tot premieovereenkomsten van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2005 zijn opgebouwd.
|
||||
|
||||
**4.** Voorzover het bij de toepassing van het eerste lid pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die aanspraken worden opgebouwd, is het eerste lid van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2002.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid kan het eerste lid van toepassing zijn op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2002 respectievelijk 1 januari 2005 indien dit is overeengekomen in de pensioenovereenkomst.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het eerste lid.
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
|
|
@ -1072,7 +1265,7 @@ b. de mate van variatie uiterlijk op de ingangsdatum van het pensioen wordt vast
|
|||
|
||||
**3.** In afwijking in zoverre van het eerste lid, onderdeel b, wordt bij een aanpassing van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, na de ingang van het pensioen, de mate van variatie uiterlijk vastgesteld bij het bereiken van de hoogste pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, die op enig moment na de ingangsdatum van het pensioen geldt of heeft gegolden voor de pensioengerechtigde.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt bij variabele uitkeringen de mate van variatie vastgesteld uitgaande van de rendementsverwachtingen op de ingangsdatum van het pensioen. Bij variabele uitkeringen blijven aanpassingen buiten aanmerking voor zover deze het gevolg zijn van de omstandigheid dat de opgetreden ontwikkeling van de levensverwachting, de behaalde sterfteresultaten of de behaalde beleggingsresultaten tot hogere of lagere uitkeringen leiden dan op de ingangsdatum van het pensioen het uitgangspunt was.
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt bij variabele uitkeringen de mate van variatie vastgesteld uitgaande van de rendementsverwachtingen op de ingangsdatum van het pensioen. Bij variabele uitkeringen blijven aanpassingen buiten aanmerking voor zover deze het gevolg zijn van de omstandigheid dat de opgetreden ontwikkeling van de levensverwachting, de behaalde sterfteresultaten of de behaalde beleggingsresultaten tot hogere of lagere uitkeringen leiden dan op de ingangsdatum van het pensioen het uitgangspunt was of sprake is van een periodieke vaste daling of vaste stijging van de uitkering of toepassing van een projectierendement hoger of lager dan de risicovrije rente als bedoeld in artikel 63a, derde lid.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1080,40 +1273,33 @@ b. de mate van variatie uiterlijk op de ingangsdatum van het pensioen wordt vast
|
|||
|
||||
**1.** Onverminderd artikel 63 kan de hoogte van een variabele uitkering na de ingangsdatum van het pensioen variëren door de verwerking van financiële mee- of tegenvallers als gevolg van het beleggingsrisico, de ontwikkeling van het sterfteresultaat of de ontwikkeling van de levensverwachting.
|
||||
|
||||
**2.** De verwerking van financiële mee- of tegenvallers die het gevolg zijn van het beleggingsrisico of van de ontwikkeling van de levensverwachting gebeurt door middel van individuele toedeling of door middel van een collectief toedelingsmechanisme. De verwerking van financiële mee- of tegenvallers die het gevolg zijn van het sterfteresultaat gebeurt door middel van een collectief toedelingsmechanisme.
|
||||
**2.** De hoogte van een variabele uitkering in een flexibele premieovereenkomst of een premie-uitkeringsovereenkomst kan ook variëren door een, uiterlijk op de ingangsdatum van het pensioen vastgestelde, periodieke vaste daling of vaste stijging van de uitkering. De periodieke vaste daling bedraagt ten hoogste 35% van het verschil tussen de parameter voor aandelenrendement en de risicovrije rente op de ingangsdatum van het pensioen en is niet hoger dan consistent met het beleggingsbeleid.
|
||||
|
||||
**3.** De hoogte van een variabele uitkering kan ook variëren door een, uiterlijk op de ingangsdatum van het pensioen vastgestelde, periodieke vaste daling of vaste stijging van de uitkering. De periodieke vaste daling bedraagt ten hoogste 35% van het verschil tussen de parameter voor aandelenrendement en de risicovrije rente.
|
||||
**3.** De hoogte van een variabele uitkering in een solidaire premieovereenkomst kan ook variëren door inrekenen van een projectierendement op het voor pensioen bestemde vermogen dat hoger of lager is dan de risicovrije rente. Het toepassen van het projectierendement wordt per regeling, uiterlijk op de ingangsdatum van het pensioen, vastgesteld en is van toepassing op alle pensioengerechtigden. Voor het projectierendement mag ten hoogste worden uitgegaan van een risicopremie die 35% bedraagt van het verschil tussen de parameter voor aandelenrendement en de risicovrije rente op de ingangsdatum van het pensioen. Het projectierendement is daarbij niet hoger dan consistent met het beleggingsbeleid en de toedelingsregels voor pensioengerechtigden.
|
||||
|
||||
**4.** De pensioenuitvoerder past een collectief toedelingsmechanisme toe op een toedelingskring die bestaat uit pensioengerechtigden.
|
||||
**4.** De periodieke vaste daling of het projectierendement is zodanig vormgegeven dat er op voorhand geen herverdelingseffecten plaatsvinden.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het vierde lid kunnen deelnemers of gewezen deelnemers deel uitmaken van de toedelingskring in de laatste tien jaar voorafgaand aan de pensioenrichtleeftijd, bedoeld in artikel 18a, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. De deelname van deelnemers of gewezen deelnemers aan de toedelingskring vindt plaats door tijdsevenredige toetreding tot het collectief toedelingsmechanisme in deze periode.
|
||||
**5.** Bij toepassing van een collectief toedelingsmechanisme wordt ten minste een maal per jaar op het niveau van de toedelingskring het financiële resultaat vastgesteld en verwerkt. Bij een collectief toedelingsmechanisme kan een spreidingsperiode worden gehanteerd van maximaal tien jaar. Gedurende de spreidingsperiode worden uitsluitend de uitkeringen en aanspraken van de bij aanvang van de spreidingsperiode tot de toedelingskring behorende personen in gelijke stappen aangepast. Bij de vaststelling van de hoogte van de jaarlijkse aanpassing wordt rekening gehouden met de verwachte resterende levensverwachting van de toedelingskring.
|
||||
|
||||
**6.** Bij toepassing van een collectief toedelingsmechanisme wordt ten minste een maal per jaar op het niveau van de toedelingskring het financiële resultaat vastgesteld en verwerkt. Bij een collectief toedelingsmechanisme kan een spreidingsperiode worden gehanteerd van maximaal tien jaar. Gedurende de spreidingsperiode worden uitsluitend de uitkeringen en aanspraken van de bij aanvang van de spreidingsperiode tot de toedelingskring behorende personen in gelijke stappen aangepast. Bij de vaststelling van de hoogte van de jaarlijkse aanpassing wordt rekening gehouden met de verwachte resterende levensverwachting van de toedelingskring.
|
||||
**6.** Bij toepassing van een collectief toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico wordt de projectierente gebaseerd op de risicovrije rente.
|
||||
|
||||
**7.** Bij toepassing van een collectief toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico wordt de projectierente gebaseerd op de risicovrije rente. De vormgeving van het collectief toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico en de hoogte van een periodieke vaste daling als bedoeld in het derde lid zijn zodanig dat er op voorhand geen herverdelingseffecten tussen leeftijdsgroepen plaatsvinden.
|
||||
**7.** Bij verwerking van financiële mee- of tegenvallers door middel van individuele toedeling in de flexibele premieovereenkomst of de premie-uitkeringsovereenkomst wordt de projectierente gebaseerd op de risicovrije rente. Bij individuele toedeling wordt ten minste een maal per jaar het financiële resultaat vastgesteld en verwerkt, waarbij een spreidingsperiode van maximaal tien jaar kan worden gehanteerd. Bij de vaststelling van de omvang van de periodieke aanpassing van de uitkeringshoogte gedurende de spreidingsperiode wordt rekening gehouden met de verwachte resterende levensverwachting van de pensioengerechtigde.
|
||||
|
||||
**8.** Bij verwerking van financiële mee- of tegenvallers door middel van individuele toedeling wordt de projectierente gebaseerd op de risicovrije rente. Bij individuele toedeling wordt ten minste een maal per jaar het financiële resultaat vastgesteld en verwerkt, waarbij een spreidingsperiode van maximaal tien jaar kan worden gehanteerd. Bij de vaststelling van de omvang van de periodieke aanpassing van de uitkeringshoogte gedurende de spreidingsperiode wordt rekening gehouden met de verwachte resterende levensverwachting van de pensioengerechtigde.
|
||||
**8.** Bij toepassing van toedelingsregels in de solidaire premieovereenkomst wordt het financiële resultaat ten minste een maal per jaar vastgesteld en verwerkt, waarbij een spreidingsperiode kan worden gehanteerd van maximaal tien jaar in het voor de pensioenuitkering bestemd vermogen. Bij de verwerking van het financiële resultaat kunnen het projectierendement of de toedeling van rendementen worden aangepast voor zover dat nodig is om gelijke aanpassingen van de pensioenuitkeringen te realiseren.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:
|
||||
|
||||
a. kunnen regels worden gesteld voor de uitkering gebaseerd op pensioeneenheden; en
|
||||
b. worden nadere regels gesteld over dit artikel over onder meer het collectief toedelingsmechanisme en de projectierente.
|
||||
**9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over dit artikel over onder meer de vaste daling en het projectierendement.
|
||||
|
||||
### Artikel 63b
|
||||
|
||||
**1.** Bij een kapitaalovereenkomst of een premieovereenkomst die voorziet in uitkering van een aan te wenden kapitaal op de pensioendatum, legt de pensioenuitvoerder de deelnemer of gewezen deelnemer in elk geval voorafgaand aan de datum waarop het ouderdomspensioen ingaat of kan ingaan de keuze voor tussen een vastgestelde uitkering of een variabele uitkering.
|
||||
**1.** Bij een flexibele premieovereenkomst of een premie-uitkeringsovereenkomst die voorziet in uitkering van een aan te wenden kapitaal op de pensioendatum, legt de pensioenuitvoerder de deelnemer of gewezen deelnemer in elk geval voorafgaand aan de datum waarop het ouderdomspensioen ingaat of kan ingaan de keuze voor tussen een vastgestelde uitkering of een variabele uitkering.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het bieden van de keuze verstrekt de pensioenuitvoerder de deelnemer of gewezen deelnemer de voor hem relevante informatie over de gevolgen en risico’s bij deze keuze waaronder een opgave van de hoogte van de vastgestelde uitkeringen en een opgave van de hoogte van de variabele uitkeringen. Deze opgaven worden tevens weergegeven op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario.
|
||||
|
||||
**3.** Een pensioenuitvoerder die niet zowel vastgestelde als variabele uitkeringen uitvoert meldt dit aan de deelnemer of gewezen deelnemer. De pensioenuitvoerder verstrekt de in het tweede lid bedoelde informatie voor de uitkering die hij uitvoert en wijst de deelnemer of gewezen deelnemer op de mogelijkheden tot waardeoverdracht, bedoeld in de artikelen 80, 81, en 81a, tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de deelnemer of gewezen deelnemer niet binnen de door de pensioenuitvoerder gestelde termijn reageert op de keuzemogelijkheid die hem ingevolge het eerste lid is geboden, gaat de pensioenuitvoerder die vastgestelde uitkeringen uitvoert op de ingangsdatum van het pensioen over tot verstrekking van een vastgestelde uitkering.
|
||||
**4.** Indien de deelnemer of gewezen deelnemer niet binnen de door de pensioenuitvoerder gestelde termijn reageert op de keuzemogelijkheid die hem ingevolge het eerste lid is geboden, gaat de pensioenuitvoerder die vastgestelde uitkeringen uitvoert op de ingangsdatum van het pensioen over tot verstrekking van een vastgestelde uitkering. In afwijking van de eerste zin kunnen de partijen die betrokken zijn bij de vaststelling, wijziging of intrekking van de pensioenovereenkomst overeenkomen dat de pensioenuitvoerder op de ingangsdatum van het pensioen overgaat tot verstrekking van een variabele uitkering aan een deelnemer of gewezen deelnemer die niet binnen de door de pensioenuitvoerder gestelde termijn reageert op de keuzemogelijkheid die hem ingevolge het eerste lid is geboden.
|
||||
|
||||
**5.** Een pensioenfonds dat uitsluitend variabele uitkeringen uitvoert waarbij deelnemers of gewezen deelnemers deel uitmaken van de toedelingskring waarop een collectief toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico wordt toegepast, legt de deelnemer of gewezen deelnemer, voorafgaand aan de eerste toetreding tot de toedelingskring, de keuze tot toetreding voor. Het tweede tot en met vierde lid zijn bij deze keuze van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de partijen die betrokken zijn bij de vaststelling, wijziging of intrekking van de pensioenovereenkomst kunnen overeenkomen dat een deelnemer of gewezen deelnemer toetreedt tot de toedelingskring, indien de deelnemer of gewezen deelnemer niet binnen de door het pensioenfonds gestelde termijn reageert op de keuzemogelijkheid die hem ingevolge de eerste zin is geboden. Bij het bieden van de keuze wijst het pensioenfonds in dit geval expliciet op de consequenties van niet of niet tijdig reageren door de deelnemer of gewezen deelnemer. Voor zover de deelnemer of gewezen deelnemer is toegetreden tot de toedelingskring zijn het eerste tot en met vierde lid voorafgaand aan de datum waarop het ouderdomspensioen ingaat of kan ingaan niet van toepassing. Dit lid wordt bij een algemeen pensioenfonds toegepast per collectiviteitkring.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de te verstrekken informatie, de rekenregels en de wijze waarop de informatie wordt verstrekt.
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de te verstrekken informatie, de rekenregels en de wijze waarop de informatie wordt verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 63c
|
||||
|
||||
|
|
@ -1172,7 +1358,7 @@ c. geen sprake is van een pensioenaanspraak bij een verzekeraar in de vorm van e
|
|||
|
||||
**7.** Het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde bedrag wordt telkens gewijzigd met ingang van 1 januari op basis van de consumentenprijsindex Alle Huishoudens, zoals berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek. De wijziging wordt bepaald door de procentuele wijziging die dat indexcijfer over de maand oktober, voorafgaand aan de aanpassing, heeft ondergaan ten opzichte van de maand oktober van het daaraan voorafgaande jaar. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister meegedeeld in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**8.** De pensioenuitvoerder waarborgt met betrekking tot perioden van opbouw vanaf 1 januari 2005 bij de vaststelling van de afkoopwaarde door vaststelling van een afkoopvoet dat geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen waarbij voldaan wordt aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid.
|
||||
**8.** De pensioenuitvoerder waarborgt bij de vaststelling van de afkoopwaarde door vaststelling van een afkoopvoet dat geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen waarbij voldaan wordt aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid.
|
||||
|
||||
**9.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1228,11 +1414,9 @@ c. de gerechtigde tot het nettopensioen instemt met de afkoop.
|
|||
|
||||
**5.** De pensioenuitvoerder waarborgt bij de vaststelling van de afkoopwaarde door vaststelling van een afkoopvoet dat geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen waarbij voldaan wordt aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid.
|
||||
|
||||
**6.** Voor zover het de toepassing van het eerste lid betreft heeft het vijfde lid betrekking op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd vanaf 1 januari 2015, tenzij in de pensioenovereenkomst is overeengekomen dat het vijfde lid betrekking heeft op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2015.
|
||||
**6.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**7.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen er regels worden gesteld aan het vaststellen van de afkoopwaarde.
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen er regels worden gesteld aan het vaststellen van de afkoopwaarde.
|
||||
|
||||
### Artikel 69a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1404,20 +1588,11 @@ Indien het verzoek van de gewezen deelnemer tot waardeoverdracht partnerpensioen
|
|||
|
||||
**4.** De overdrachtswaarde wordt door de overdragende pensioenuitvoerder zodanig vastgesteld dat de voor mannen en vrouwen te verwerven pensioenrechten gelijk zijn waarbij aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
**5.** De overdragende en de ontvangende pensioenuitvoerder brengen in het kader van de waardeoverdracht geen kosten in rekening bij de gewezen deelnemer.
|
||||
|
||||
Het vierde lid is:
|
||||
**6.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
a. met betrekking tot uitkeringsovereenkomsten van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2002 zijn of worden opgebouwd;
|
||||
b. met betrekking tot premieovereenkomsten en kapitaalovereenkomsten van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2005 zijn of worden opgebouwd.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het vijfde lid kan het vierde lid van toepassing zijn op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2002 respectievelijk 1 januari 2005 indien dit is overeengekomen in de pensioenovereenkomst.
|
||||
|
||||
**7.** De overdragende en de ontvangende pensioenuitvoerder brengen in het kader van de waardeoverdracht geen kosten in rekening bij de gewezen deelnemer.
|
||||
|
||||
**8.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de berekening van de overdrachtswaarde, de waarde van met de overdrachtswaarde te verwerven pensioenaanspraken alsmede de in acht te nemen procedures.
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de berekening van de overdrachtswaarde, de waarde van met de overdrachtswaarde te verwerven pensioenaanspraken alsmede de in acht te nemen procedures.
|
||||
|
||||
### Artikel 77
|
||||
|
||||
|
|
@ -1445,7 +1620,7 @@ c. wordt voldaan aan de in artikel 76, eerste lid, met uitzondering van onderdee
|
|||
|
||||
### Artikel 79
|
||||
|
||||
**1.** De pensioenuitvoerder is verplicht om op verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer de waarde van diens pensioenaanspraken aan te wenden in het kader van het keuzerecht overeenkomstig de artikelen 60 en 61 of de keuzemogelijkheden overeenkomstig artikel 62 of 63b.
|
||||
**1.** De pensioenuitvoerder is verplicht om op verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer de waarde van diens pensioenaanspraken aan te wenden in het kader van het keuzerecht overeenkomstig de artikelen 10c, 60, 61 en 61a of de keuzemogelijkheden overeenkomstig artikel 62 of 63b.
|
||||
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder brengt in het kader van de waardeoverdracht geen kosten in rekening bij de deelnemer of gewezen deelnemer.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1453,7 +1628,7 @@ c. wordt voldaan aan de in artikel 76, eerste lid, met uitzondering van onderdee
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een pensioenfonds is bevoegd om op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken welke voortvloeien uit een kapitaalovereenkomst of een premieovereenkomst die voorziet in de uitkering van een aan te wenden kapitaal op de pensioendatum, per de pensioendatum rechtstreeks over te dragen aan een andere pensioenuitvoerder indien:
|
||||
Een pensioenfonds is bevoegd om op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken welke voortvloeien uit een flexibele premieovereenkomst per de pensioendatum rechtstreeks over te dragen aan een andere pensioenuitvoerder indien:
|
||||
|
||||
a. de pensioenovereenkomst hierin voorziet;
|
||||
b. de overdrachtswaarde zodanig door het overdragende pensioenfonds wordt vastgesteld dat de voor mannen en vrouwen te verwerven pensioenrechten gelijk zijn waarbij aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen wordt voldaan; en
|
||||
|
|
@ -1465,49 +1640,37 @@ Indien het verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer tot waardeoverdracht pa
|
|||
|
||||
In afwijking van het eerste lid is een pensioenfonds verplicht op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken als bedoeld in het eerste lid, per de pensioendatum rechtstreeks over te dragen aan een andere pensioenuitvoerder indien voldaan wordt aan de in het eerste lid, onderdelen b en c en tweede zin, genoemde voorwaarden en:
|
||||
|
||||
a. het pensioenfonds uitsluitend variabele uitkeringen uitvoert en het pensioenkapitaal na de overdracht wordt aangewend voor een vastgestelde uitkering, tenzij de deelnemer of gewezen deelnemer voor de pensioendatum deel uitmaakt van de toedelingskring waarop een collectief toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico wordt toegepast; of
|
||||
a. het pensioenfonds uitsluitend variabele uitkeringen uitvoert en het pensioenkapitaal na de overdracht wordt aangewend voor een vastgestelde uitkering; of
|
||||
b. het pensioenfonds uitsluitend vastgestelde uitkeringen uitvoert en het pensioenkapitaal na de overdracht wordt aangewend voor een variabele uitkering.
|
||||
|
||||
Dit lid wordt bij een algemeen pensioenfonds toegepast per collectiviteitkring.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid, onderdeel b, is van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2005 zijn opgebouwd.
|
||||
**3.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**4.** Voorzover het bij de toepassing van het eerste lid pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die aanspraken worden opgebouwd, is het eerste lid, onderdeel b, van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2002.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid kunnen de in het eerste lid, onderdeel b, opgenomen voorwaarden van toepassing zijn op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2005 indien dit is overeengekomen in de pensioenovereenkomst.
|
||||
|
||||
**6.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
|
||||
|
||||
### Artikel 81
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De verzekeraar is verplicht om op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken welke voortvloeien uit een kapitaalovereenkomst of een premieovereenkomst die voorziet in de uitkering van een aan te wenden kapitaal op de pensioendatum, per de pensioendatum rechtstreeks over te dragen aan een andere pensioenuitvoerder indien:
|
||||
De verzekeraar is verplicht om op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken welke voortvloeien uit een flexibele premieovereenkomst of een premie-uitkeringsovereenkomst die voorziet in de uitkering van een aan te wenden kapitaal op de pensioendatum, per de pensioendatum rechtstreeks over te dragen aan een andere pensioenuitvoerder indien:
|
||||
|
||||
a. de overdrachtswaarde zodanig door de overdragende verzekeraar wordt vastgesteld dat de voor mannen en vrouwen te verwerven pensioenrechten gelijk zijn waarbij aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen wordt voldaan; en
|
||||
b. indien de ontvangende pensioenuitvoerder een pensioenfonds is, de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde reeds pensioenaanspraken heeft jegens dat pensioenfonds.
|
||||
|
||||
Indien het verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer tot waardeoverdracht partnerpensioen betreft is voor de waardeoverdracht van dit partnerpensioen tevens vereist dat de partner die begunstigde is voor het partnerpensioen met de waardeoverdracht instemt.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid, onderdeel a, is van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2005 zijn opgebouwd.
|
||||
**2.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**3.** Voorzover het bij de toepassing van het eerste lid pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die aanspraken worden opgebouwd, is het eerste lid, onderdeel a, van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2002.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het tweede lid kunnen de in het eerste lid, onderdeel a, opgenomen voorwaarden van toepassing zijn op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2005 indien dit is overeengekomen in de pensioenovereenkomst.
|
||||
|
||||
**5.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
|
||||
|
||||
### Artikel 81a
|
||||
|
||||
**1.** De premiepensioeninstelling is verplicht de waarde van de pensioenaanspraken van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde op de datum van omzetting van de aanspraken in een vastgestelde pensioenuitkering rechtstreeks over te dragen aan een door de premiepensioeninstelling aan te wijzen verzekeraar.
|
||||
**1.** De premiepensioeninstelling is verplicht de waarde van de pensioenaanspraken van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde welke voortvloeien uit een flexibele premieovereenkomst of een premie-uitkeringsovereenkomst per de pensioendatum voor omzetting van de aanspraken in een vastgestelde pensioenuitkering rechtstreeks over te dragen aan een door de premiepensioeninstelling aan te wijzen verzekeraar.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid is de premiepensioeninstelling verplicht op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken per de pensioendatum rechtstreeks over te dragen aan een pensioenuitvoerder die door de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde is aangewezen. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
|
||||
In afwijking van het eerste lid is de premiepensioeninstelling verplicht op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken welke voortvloeien uit een flexibele premieovereenkomst of een premie-uitkeringsovereenkomst per de pensioendatum rechtstreeks over te dragen aan een pensioenuitvoerder die door de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde is aangewezen. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. indien de door de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde aangewezen pensioenuitvoerder een pensioenfonds is, de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde al pensioenaanspraken heeft jegens dat pensioenfonds; en
|
||||
b. de ontvangende pensioenuitvoerder hanteert dezelfde methode als de premiepensioeninstelling om aan het vereiste van gelijke behandeling van mannen en vrouwen te voldoen.
|
||||
|
|
@ -1516,29 +1679,15 @@ Indien het verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer tot waardeoverdracht pa
|
|||
|
||||
**3.** De overdrachtswaarde wordt door de premiepensioeninstelling zodanig vastgesteld dat de voor mannen en vrouwen te verwerven pensioenrechten gelijk zijn waarbij aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**4.** Het derde lid is van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2005 zijn opgebouwd.
|
||||
**4.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**5.** Voor zover het pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die aanspraken worden opgebouwd, is het derde lid van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2002.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het vierde lid kunnen de in het derde lid opgenomen voorwaarden van toepassing zijn op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2005 indien dit is overeengekomen in de pensioenovereenkomst.
|
||||
|
||||
**7.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
|
||||
|
||||
### Artikel 81b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** De premiepensioeninstelling is verplicht op verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer in de laatste vijftien jaar voor de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet de waarde van zijn pensioenaanspraken welke voortvloeien uit een premie-uitkeringsovereenkomst over te dragen aan een verzekeraar voor een aanspraak op een vastgestelde uitkering vanaf de pensioendatum. Indien het verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer tot waardeoverdracht partnerpensioen betreft is voor de waardeoverdracht van dit partnerpensioen tevens vereist dat de partner die begunstigde is voor het partnerpensioen met de waardeoverdracht instemt.
|
||||
|
||||
Onverminderd de artikelen 80, 81 en 81a is de pensioenuitvoerder bevoegd om op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken welke voortvloeien uit een kapitaalovereenkomst of een premieovereenkomst op de datum van omzetting van de aanspraken in een pensioenuitkering rechtstreeks over te dragen aan een andere pensioenuitvoerder indien:
|
||||
|
||||
a. de pensioenovereenkomst hierin voorziet;
|
||||
b. de overdrachtswaarde zodanig door de overdragende pensioenuitvoerder wordt vastgesteld dat de voor mannen en vrouwen te verwerven pensioenrechten gelijk zijn waarbij aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen wordt voldaan; en
|
||||
c. indien de ontvangende pensioenuitvoerder een pensioenfonds is, de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde reeds aanspraken heeft jegens dit pensioenfonds.
|
||||
|
||||
Indien het verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer tot waardeoverdracht partnerpensioen betreft is voor de waardeoverdracht van dit partnerpensioen tevens vereist dat de partner die begunstigde is voor het partnerpensioen met de waardeoverdracht instemt.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 80, derde tot en met zevende lid, en artikel 81a, tweede lid, onderdeel b, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Artikel 81a, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 82
|
||||
|
||||
|
|
@ -1566,32 +1715,13 @@ d. de waardeoverdracht ertoe strekt de waarde onder te brengen in een andere col
|
|||
|
||||
Bij een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in het eerste lid wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of de pensioengerechtigden hebben geen bezwaren jegens de pensioenuitvoerder kenbaar gemaakt tegen de waardeoverdracht nadat zij over het voornemen schriftelijk zijn geïnformeerd;
|
||||
a. de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of de pensioengerechtigden hebben geen bezwaren jegens de pensioenuitvoerder kenbaar gemaakt tegen de waardeoverdracht nadat zij over het voornemen zijn geïnformeerd;
|
||||
b. de overdrachtswaarde wordt door de overdragende pensioenuitvoerder zodanig vastgesteld dat de voor mannen en vrouwen te verwerven pensioenrechten gelijk zijn waarbij aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen wordt voldaan; en
|
||||
c. het voornemen tot waardeoverdracht aan een pensioenuitvoerder wordt door de overdragende pensioenuitvoerder uiterlijk drie maanden voor de beoogde datum van waardeoverdracht schriftelijk gemeld aan de toezichthouder en de toezichthouder heeft binnen die periode geen verbod tot waardeoverdracht opgelegd.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
Het tweede lid, onderdelen a en c, is niet van toepassing voor zover de collectieve wijziging van de pensioenovereenkomsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, inhoudt dat de pensioenaanspraken worden omgezet in pensioenaanspraken die zijn berekend op basis van een hogere pensioenrichtleeftijd en voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. de nieuwe pensioenrichtleeftijd betreft een pensioenrichtleeftijd als bedoeld in artikel 18a, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dit artikel op enig moment luidt of luidde;
|
||||
b. de pensioenregeling voorziet in de mogelijkheid de ingangsdatum van het pensioen te vervroegen naar de ingangsdatum voor de wijziging; en
|
||||
c. bij de vervroeging worden in de flexibiliseringfactoren naar de ingangsdatum van het pensioen voor de wijziging geen selectiefactoren in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het tweede lid, onderdeel b, is met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. uitkeringsovereenkomsten van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2002 zijn opgebouwd;
|
||||
b. premieovereenkomsten en kapitaalovereenkomsten van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2005 zijn opgebouwd.
|
||||
|
||||
**5.** Op pensioenaanspraken die voor de in het vierde lid genoemde data zijn opgebouwd is de eis van individuele actuariële gelijkwaardigheid, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van toepassing, tenzij in de pensioenovereenkomst is overeengekomen dat de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, van toepassing zijn.
|
||||
|
||||
**6.** Voorzover het bij de toepassing van het eerste lid pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die pensioenaanspraken worden opgebouwd is onderdeel b van het tweede lid van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2002.
|
||||
|
||||
**7.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde en over collectieve waardeoverdracht in de situatie dat de onderneming van de werkgever heeft opgehouden te bestaan.
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde en over collectieve waardeoverdracht in de situatie dat de onderneming van de werkgever heeft opgehouden te bestaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 84
|
||||
|
||||
|
|
@ -1604,20 +1734,9 @@ In geval van een waardeoverdracht als bedoeld in het eerste lid gelden de volgen
|
|||
a. het voornemen tot waardeoverdracht aan een pensioenuitvoerder wordt door de overdragende pensioenuitvoerder uiterlijk drie maanden voor de beoogde datum van waardeoverdracht schriftelijk gemeld aan de toezichthouder en de toezichthouder heeft binnen die periode geen verbod tot waardeoverdracht opgelegd;
|
||||
b. de overdrachtswaarde wordt zodanig door de overdragende pensioenuitvoerder vastgesteld dat de voor mannen en vrouwen te verwerven pensioenrechten gelijk zijn, waarbij aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
Het tweede lid, onderdeel b, is met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. uitkeringsovereenkomsten van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2002 zijn opgebouwd;
|
||||
b. premieovereenkomsten en kapitaalovereenkomsten van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2005 zijn opgebouwd.
|
||||
|
||||
**4.** Op pensioenaanspraken die voor de in het derde lid genoemde data zijn opgebouwd is de eis van individuele actuariële gelijkwaardigheid, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van toepassing tenzij in de pensioenovereenkomst is overeengekomen dat de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, van toepassing zijn.
|
||||
|
||||
**5.** Voorzover het bij de toepassing van het eerste lid pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die pensioenaanspraken worden opgebouwd is onderdeel b van het tweede lid van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2002.
|
||||
|
||||
**6.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
|
||||
|
||||
### Artikel 85
|
||||
|
||||
|
|
@ -1674,7 +1793,7 @@ b. de mogelijkheden tot afkoop van de waarde van de overgedragen pensioenaanspra
|
|||
|
||||
### Artikel 89
|
||||
|
||||
De pensioenuitvoerder is bevoegd om op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken welke voortvloeien uit een kapitaalovereenkomst of een premieovereenkomst per de pensioendatum rechtstreeks over te dragen aan een pensioeninstelling uit een andere lidstaat of een verzekeraar met zetel buiten Nederland als bedoeld in artikel 23, eerste lid, indien wordt voldaan aan de in artikel 80 opgenomen voorwaarden, en mits:
|
||||
De pensioenuitvoerder is bevoegd om op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken welke voortvloeien uit een flexibele premieovereenkomst of een premie-uitkeringsovereenkomst per de pensioendatum rechtstreeks over te dragen aan een pensioeninstelling uit een andere lidstaat of een verzekeraar met zetel buiten Nederland als bedoeld in artikel 23, eerste lid, indien wordt voldaan aan de in de artikelen 80, 81 of 81a opgenomen voorwaarden, en mits:
|
||||
|
||||
a. de tot verevening gerechtigde echtgenoot, bedoeld in artikel 2 van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, met de waardeoverdracht instemt; en
|
||||
b. de mogelijkheden tot afkoop van de waarde van de overgedragen pensioenaanspraken na de waardeoverdracht niet ruimer zijn dan op basis van deze wet.
|
||||
|
|
@ -1923,13 +2042,13 @@ b. op voordracht van de vertegenwoordigers van de pensioengerechtigden in het ve
|
|||
|
||||
### Artikel 102a
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van een pensioenfonds draagt in overleg met de overige organen van het pensioenfonds zorg voor de vastlegging van de doelstellingen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohouding, van het pensioenfonds. De organen van het pensioenfonds gebruiken deze doelstellingen en uitgangspunten bij de toetsing van de opdrachtaanvaarding van de door vertegenwoordigers van werkgevers of werkgeversverenigingen en werknemers of werknemersverenigingen overeengekomen pensioenregelingen, en bij de besluitvorming, de verantwoording, de advisering, en het toezicht binnen het pensioenfonds.
|
||||
**1.** Het bestuur van een pensioenfonds draagt na overleg met de overige organen van het pensioenfonds zorg voor de vastlegging van de doelstellingen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohouding, van het pensioenfonds. De organen van het pensioenfonds gebruiken deze doelstellingen en uitgangspunten bij de toetsing van de opdrachtaanvaarding van de door vertegenwoordigers van werkgevers of werkgeversverenigingen en werknemers of werknemersverenigingen overeengekomen pensioenregelingen, en bij de besluitvorming, de verantwoording, de advisering, en het toezicht binnen het pensioenfonds.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van een pensioenfonds streeft er naar van de vertegenwoordigers, bedoeld in het eerste lid, zo veel mogelijk duidelijkheid te verkrijgen over de doelstellingen, het ambitieniveau van de toeslagverlening en de risicohouding, die ten grondslag liggen aan de pensioenregelingen die de vertegenwoordigers als opdracht in uitvoering aan het pensioenfonds geven.
|
||||
**2.** Het bestuur van een pensioenfonds streeft er naar van de vertegenwoordigers, bedoeld in het eerste lid, zo veel mogelijk duidelijkheid te verkrijgen over de doelstellingen die ten grondslag liggen aan de pensioenregelingen die de vertegenwoordigers als opdracht in uitvoering aan het pensioenfonds geven.
|
||||
|
||||
**3.** Het bestuur van een pensioenfonds draagt zorg voor de formele opdrachtaanvaarding van de door de vertegenwoordigers, bedoeld in het eerste lid, aan het pensioenfonds opgedragen pensioenregelingen. Het bestuur toetst bij de opdrachtaanvaarding voor het pensioenfonds als geheel en voor de relevante beleidsgebieden aan de doelstellingen en uitgangspunten, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de vastlegging van de doelstellingen en beleidsuitgangspunten en het proces van opdrachtaanvaarding.
|
||||
|
||||
### Artikel 103
|
||||
|
||||
|
|
@ -1968,7 +2087,7 @@ b. de profielschets voor bestuurders;
|
|||
c. het beleid inzake beloningen, met uitzondering van de beloning van de raad van toezicht;
|
||||
d. gehele of gedeeltelijke overdracht van de verplichtingen van het pensioenfonds of de overname van verplichtingen door het pensioenfonds;
|
||||
e. liquidatie, fusie of splitsing van het pensioenfonds;
|
||||
f. het beleid inzake het aangaan en beëindigen van uitvoeringsovereenkomsten en het opstellen en beëindigen van uitvoeringsreglementen door een algemeen pensioenfonds; en
|
||||
f. het beleid inzake het aangaan en beëindigen van uitvoeringsovereenkomsten en het opstellen en beëindigen van uitvoeringsreglementen; en
|
||||
g. het omzetten van het pensioenfonds in een andere rechtsvorm, bedoeld in artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
**4.** De statuten voorzien in een regeling voor geschillen over goedkeuring van besluiten door de raad van toezicht. Het ontbreken van de goedkeuring van de raad van toezicht op een besluit als bedoeld in het derde lid tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van bestuur of bestuurders niet aan.
|
||||
|
|
@ -2121,6 +2240,12 @@ Artikel 112, derde lid, is van overeenkomstige toepassing bij deze meldingen.
|
|||
|
||||
**9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel die onder meer betrekking hebben op de aanvraag, de procedure, de omstandigheden die kunnen leiden tot het wijzigen of intrekken van de vergunning en het weerstandsvermogen.
|
||||
|
||||
### Artikel 112b
|
||||
|
||||
**1.** Een pensioenfonds meldt een voorgenomen fusie of splitsing van het pensioenfonds uiterlijk drie maanden voor de beoogde datum van de fusie of splitsing aan de toezichthouder.
|
||||
|
||||
**2.** De toezichthouder kan tot die beoogde datum een verbod tot fusie of splitsing opleggen.
|
||||
|
||||
### Artikel 113
|
||||
|
||||
Het pensioenfonds zendt:
|
||||
|
|
@ -2174,11 +2299,13 @@ Het pensioenfonds verleent medewerking aan ieder initiatief van deelnemers, gewe
|
|||
|
||||
**12.** Het pensioenfonds verstrekt desgevraagd aan het verantwoordingsorgaan tijdig alle inlichtingen en gegevens, die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft. De inlichtingen worden desgevraagd schriftelijk verstrekt.
|
||||
|
||||
**13.** Indien een leeftijdscohort voorafgaand aan het vaststellen van de risicohouding ondervertegenwoordigd is in het verantwoordingsorgaan, vraagt het pensioenfonds bij het uitvragen van de risicohouding de leden van dit leeftijdscohort actief zich aan te melden voor het verantwoordingsorgaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 115a
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van het pensioenfonds legt verantwoording af aan het verantwoordingsorgaan over het beleid en de wijze waarop het is uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**2.** Het verantwoordingsorgaan heeft de bevoegdheid een oordeel te geven over het handelen van het bestuur aan de hand van het bestuursverslag, de jaarrekening en andere informatie, waaronder de bevindingen van het intern toezicht, over het door het bestuur uitgevoerde beleid, evenals over beleidskeuzes voor de toekomst. Dit oordeel wordt, samen met de reactie van het bestuur daarop, bekend gemaakt en in het bestuursverslag opgenomen.
|
||||
**2.** Het verantwoordingsorgaan heeft de bevoegdheid een oordeel te geven over het handelen van het bestuur aan de hand van het bestuursverslag, de jaarrekening en andere informatie, waaronder de bevindingen van het intern toezicht, over het door het bestuur uitgevoerde beleid, evenals over beleidskeuzes voor de toekomst waaronder de keuzes die van invloed zijn op de uitvoeringskosten. Dit oordeel wordt, samen met de reactie van het bestuur daarop, bekend gemaakt en in het bestuursverslag opgenomen. Het oordeel omvat in ieder geval een oordeel over de gemaakte uitvoeringskosten.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2191,10 +2318,8 @@ d. het vaststellen en wijzigen van een interne klachten- en geschillenprocedure;
|
|||
e. het vaststellen en wijzigen van het communicatie- en voorlichtingsbeleid;
|
||||
f. gehele of gedeeltelijke overdracht van de verplichtingen van het pensioenfonds of de overname van verplichtingen door het pensioenfonds;
|
||||
g. liquidatie, fusie of splitsing van het pensioenfonds;
|
||||
h. het sluiten, wijzigen of beëindigen van een uitvoeringsovereenkomst;
|
||||
i. het omzetten van het pensioenfonds in een andere rechtsvorm, bedoeld in artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
j. de samenstelling van de feitelijke premie en de hoogte van de premiecomponenten; en
|
||||
k. het wijzigen van een uitvoeringsreglement door een algemeen pensioenfonds.
|
||||
h. het sluiten, wijzigen of beëindigen van een uitvoeringsovereenkomst of het vaststellen, wijzigen of beëindigen van een uitvoeringsreglement; en
|
||||
i. het omzetten van het pensioenfonds in een andere rechtsvorm, bedoeld in artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
**4.** Het verantwoordingsorgaan adviseert het bestuur naar aanleiding van de melding van disfunctioneren van het bestuur, bedoeld in artikel 104, vijfde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2227,7 +2352,7 @@ Het pensioenfonds stelt het belanghebbendenorgaan in ieder geval in de gelegenhe
|
|||
a. het nemen van maatregelen van algemene strekking;
|
||||
b. wijziging van de statuten en reglementen van het pensioenfonds;
|
||||
c. vaststelling van het bestuursverslag, de jaarrekening en de actuariële en bedrijfstechnische nota, bedoeld in artikel 145;
|
||||
d. het sluiten, wijzigen of beëindigen van een uitvoeringsovereenkomst;
|
||||
d. het sluiten, wijzigen of beëindigen van een uitvoeringsovereenkomst of het vaststellen, wijzigen of beëindigen van een uitvoeringsreglement;
|
||||
e. een overeenkomst van uitbesteding;
|
||||
f. het beleid inzake beloningen;
|
||||
g. de vorm en inrichting van het intern toezicht;
|
||||
|
|
@ -2243,9 +2368,9 @@ j. het vaststellen en wijzigen van het communicatie- en voorlichtingsbeleid.
|
|||
|
||||
**6.** Het bestuur van het pensioenfonds legt verantwoording af aan het belanghebbendenorgaan over het beleid en de wijze waarop het is uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**7.** Het belanghebbendenorgaan heeft de bevoegdheid een oordeel te geven over het handelen van het bestuur aan de hand van het bestuursverslag, de jaarrekening en andere informatie, waaronder de bevindingen van het intern toezicht, over het door het bestuur uitgevoerde beleid, evenals over beleidskeuzes voor de toekomst. Dit oordeel wordt, samen met de reactie van het bestuur daarop, bekend gemaakt en in het bestuursverslag opgenomen.
|
||||
**7.** Het belanghebbendenorgaan heeft de bevoegdheid een oordeel te geven over het handelen van het bestuur aan de hand van het bestuursverslag, de jaarrekening en andere informatie, waaronder de bevindingen van het intern toezicht, over het door het bestuur uitgevoerde beleid, evenals over beleidskeuzes voor de toekomst waaronder de keuzes die van invloed zijn op de uitvoeringskosten. Dit oordeel wordt, samen met de reactie van het bestuur daarop, bekend gemaakt en in het bestuursverslag opgenomen. Het oordeel omvat in ieder geval een oordeel over de gemaakte uitvoeringskosten.
|
||||
|
||||
**8.** Besluiten van het bestuur kunnen bij of krachtens de statuten worden onderworpen aan de goedkeuring van het belanghebbendenorgaan, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. De statuten voorzien in een regeling voor geschillen over goedkeuring van besluiten door het belanghebbendenorgaan.
|
||||
**8.** Besluiten van het bestuur kunnen bij of krachtens de statuten worden onderworpen aan de goedkeuring van het belanghebbendenorgaan, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. De statuten voorzien in een regeling voor geschillen over goedkeuring van besluiten door het belanghebbendenorgaan. Bij het vragen van goedkeuring is het vijfde lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2256,11 +2381,12 @@ b. liquidatie, fusie of splitsing van het pensioenfonds;
|
|||
c. het omzetten van het pensioenfonds in een andere rechtsvorm, bedoeld in artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
d. wijziging van de collectiviteitkring;
|
||||
e. het strategische beleggingsbeleid;
|
||||
f. de premie, waaronder mede wordt begrepen de samenstelling van de feitelijke premie en de hoogte van de premiecomponenten;
|
||||
g. het vaststellen en wijzigen van het toeslagbeleid;
|
||||
h. vaststelling van een herstelplan als bedoeld in artikel 138 of artikel 139;
|
||||
i. het terugstorten van premie of geven van premiekorting, bedoeld in artikel 129; en
|
||||
j. vermindering van de verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten indien toepassing wordt gegeven aan artikel 134.
|
||||
f. de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve;
|
||||
g. de toedelingsregels;
|
||||
h. het vaststellen en wijzigen van het toeslagbeleid;
|
||||
i. vaststelling van een herstelplan als bedoeld in artikel 138 of artikel 139;
|
||||
j. het terugstorten van premie, bedoeld in artikel 129; en
|
||||
k. vermindering van de verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten indien toepassing wordt gegeven aan artikel 134.
|
||||
|
||||
De goedkeuring wordt niet onthouden dan nadat het bestuur in de gelegenheid is gesteld het besluit te heroverwegen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2324,44 +2450,11 @@ Een pensioenfonds is gehouden om op verzoek van werknemers of een werknemersvere
|
|||
|
||||
### Artikel 118
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een basispensioenregeling in de vorm van een uitkeringsovereenkomst welke wordt uitgevoerd door een pensioenfonds voldoet aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. de werkgever draagt ten minste 10 procent van de actuariële kosten van de basispensioenregeling bij; of
|
||||
b. de werknemerspremie voor de basispensioenregeling is voor alle deelnemers gelijk of bedraagt een gelijk percentage van het loon dan wel van het gedeelte van het loon dat voor de pensioenberekening in aanmerking wordt genomen, met dien verstande dat voor verschillende soorten pensioen en voor verschillende pensioenregelingen verschillende premies kunnen worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een vrijwillige pensioenregeling in de vorm van een uitkeringsovereenkomst welke wordt uitgevoerd door een pensioenfonds voldoet aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. de werkgever draagt ten minste 10 procent van de actuariële kosten van de vrijwillige pensioenregeling bij;
|
||||
b. de werknemerspremie voor de vrijwillige pensioenregeling is voor alle deelnemers gelijk of bedraagt een gelijk percentage van het loon dan wel van het gedeelte van het loon dat voor de pensioenberekening in aanmerking wordt genomen, met dien verstande dat voor verschillende soorten pensioen en voor verschillende pensioenregelingen verschillende premies kunnen worden vastgesteld; of
|
||||
c. de kosten verbonden aan het toeslagbeleid worden niet ten laste gebracht van de individuele deelnemers, maar ten laste van de collectiviteit van het pensioenfonds en voor de toeslagverlening gelden dezelfde voorwaarden die van toepassing zijn op de basispensioenregeling.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de vrijwillige pensioenregeling voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, deelt het pensioenfonds dit schriftelijk aan de deelnemers en de toezichthouder mee.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 119
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een basispensioenregeling in de vorm van een kapitaalovereenkomst welke wordt uitgevoerd door een pensioenfonds voldoet aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. de werkgever draagt ten minste 10 procent van de actuariële kosten van de basispensioenregeling bij; of
|
||||
b. de werknemerspremie voor de basispensioenregeling is voor alle deelnemers gelijk of bedraagt een gelijk percentage van het loon dan wel van het gedeelte van het loon dat voor de pensioenberekening in aanmerking wordt genomen, met dien verstande dat voor verschillende soorten pensioen en voor verschillende pensioenregelingen verschillende premies kunnen worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een vrijwillige pensioenregeling in de vorm van een kapitaalovereenkomst welke wordt uitgevoerd door een pensioenfonds voldoet aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. de werkgever draagt ten minste 10 procent van de actuariële kosten van de vrijwillige pensioenregeling bij; of
|
||||
b. indien de deelnemer overlijdt dan wel gepensioneerde of gewezen deelnemer wordt, wordt het opgebouwde kapitaal omgezet in een pensioenrecht of pensioenaanspraak in de vorm van een periodieke uitkering indien dat ook met betrekking tot de basispensioenregeling geschiedt of de basispensioenregeling een uitkeringsovereenkomst betreft en zijn daarop overeenkomstige voorwaarden van toepassing als welke gelden bij de basispensioenregeling bij beëindiging van de deelneming door deze omstandigheden.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de vrijwillige pensioenregeling voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, deelt het pensioenfonds dit schriftelijk mee aan de deelnemers en de toezichthouder.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 120
|
||||
|
||||
|
|
@ -2369,11 +2462,10 @@ b. indien de deelnemer overlijdt dan wel gepensioneerde of gewezen deelnemer wor
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een vrijwillige pensioenregeling in de vorm van een premieovereenkomst welke wordt uitgevoerd door een pensioenfonds voldoet aan de volgende voorwaarden:
|
||||
Voor een vrijwillige pensioenregeling in de vorm van een premieovereenkomst welke wordt uitgevoerd door een pensioenfonds geldt:
|
||||
|
||||
a. de werkgever draagt ten minste 10 procent van de premie van de vrijwillige pensioenregeling bij;
|
||||
b. indien de deelnemer overlijdt dan wel gepensioneerde of gewezen deelnemer wordt, wordt het kapitaal dat is ontstaan uit de som van de beschikbaar gestelde premies en de daarop behaalde rendementen omgezet in een pensioenrecht of pensioenaanspraak in de vorm van een periodieke uitkering, indien dat ook met betrekking tot de basispensioenregeling geschiedt of de basispensioenregeling een uitkeringsovereenkomst betreft en zijn daarop overeenkomstige voorwaarden van toepassing als welke gelden bij de basispensioenregeling bij beëindiging van de deelneming door deze omstandigheden; of
|
||||
c. indien de deelnemer overlijdt dan wel gepensioneerde of gewezen deelnemer wordt, wordt het kapitaal dat is ontstaan uit de som van de beschikbaar gestelde premies en de daarop behaalde rendementen omgezet in een verzekerd kapitaal, indien dat ook met betrekking tot de basispensioenregeling geschiedt of de basispensioenregeling een kapitaalovereenkomst betreft en zijn daarop overeenkomstige voorwaarden van toepassing als welke gelden bij de basispensioenregeling bij beëindiging van de deelneming door deze omstandigheden.
|
||||
a. dat de werkgever ten minste 10 procent van de premie van de vrijwillige pensioenregeling bijdraagt; of
|
||||
b. dat op de vrijwillige pensioenregeling in beginsel dezelfde regels en voorwaarden van toepassing zijn als op de basispensioenregeling en de basispensioenregeling een solidaire premieovereenkomst betreft of een flexibele premieovereenkomst met een risicodelingsreserve.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de vrijwillige pensioenregeling voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, deelt het pensioenfonds dit schriftelijk mee aan de deelnemers en de toezichthouder.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2397,7 +2489,7 @@ Indien een onderneming niet langer deel uitmaakt van een groep waaraan een onder
|
|||
|
||||
### Artikel 123
|
||||
|
||||
**1.** Indien een ondernemingspensioenfonds of een bedrijfstakpensioenfonds meerdere pensioenregelingen uitvoert vormen deze pensioenregelingen financieel een geheel. Een algemeen pensioenfonds houdt een afgescheiden vermogen aan voor iedere collectiviteitkring.
|
||||
**1.** Indien een ondernemingspensioenfonds of een bedrijfstakpensioenfonds meerdere pensioenregelingen uitvoert vormen deze pensioenregelingen financieel een geheel, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 150l, zevende lid. Een algemeen pensioenfonds houdt een afgescheiden vermogen aan voor iedere collectiviteitkring, waarbij ten aanzien van een collectiviteitkring toepassing kan worden gegeven aan artikel 150l, zevende lid.
|
||||
|
||||
**2.** De werkingssfeer van de collectiviteitkring, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgelegd in de statuten door omschrijving van de pensioenregelingen en vermelding van de uitvoeringsovereenkomsten of uitvoeringsreglementen die onderdeel uitmaken van de collectiviteitkring.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2439,7 +2531,7 @@ b. zonder de toezichthouder van het voornemen daartoe in kennis te hebben gestel
|
|||
|
||||
### Artikel 125a
|
||||
|
||||
Indien een algemeen pensioenfonds afgescheiden vermogens aanhoudt, wordt hetgeen bij of krachtens de artikelen 126, 128 tot en met 142, 143, voor zover het de haalbaarheidstoets betreft, 145, 147, 149 en 150 is bepaald, toegepast per afgescheiden vermogen.
|
||||
Indien een algemeen pensioenfonds afgescheiden vermogens aanhoudt, wordt hetgeen bij of krachtens de artikelen 126, 129 tot en met 142, 143, voor zover het de haalbaarheidstoets betreft, 145, 147, 149 en 150 is bepaald, toegepast per afgescheiden vermogen.
|
||||
|
||||
### Artikel 125b
|
||||
|
||||
|
|
@ -2465,24 +2557,13 @@ Ouderdomspensioen wordt gefinancierd op basis van kapitaaldekking.
|
|||
|
||||
### Artikel 128
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een pensioenfonds stelt een kostendekkende premie vast die bestaat uit:
|
||||
|
||||
a. de premie die actuarieel benodigd is in verband met de aangroei van de pensioenverplichtingen;
|
||||
b. de opslag die nodig is voor het bij de aangroei van de pensioenverplichtingen behorende vereist eigen vermogen als bedoeld in artikel 132;
|
||||
c. de opslag die nodig is voor de bij de aangroei van de pensioenverplichtingen behorende uitvoeringskosten van het pensioenfonds; en
|
||||
d. de premie die actuarieel benodigd is ten behoeve van toeslagverlening indien gekozen is voor financiering op de wijze, bedoeld in artikel 137, vierde lid, onderdeel a, b of d;
|
||||
|
||||
**2.** De kostendekkende premie kan worden gedempt met een voortschrijdend gemiddelde van de rente of met verwacht rendement.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer het dempen van de kostendekkende premie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 129
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een pensioenfonds kan uitsluitend korting verlenen op de kostendekkende premie of de gedempte premie en kan uitsluitend terugstorten indien:
|
||||
Een pensioenfonds kan uitsluitend terugstorten indien:
|
||||
|
||||
a. gezien de beleidsdekkingsgraad ten aanzien van de pensioenverplichtingen wordt voldaan aan de artikelen 126, 132 en 133;
|
||||
b. de voorwaardelijke toeslagen zowel met betrekking tot de voorgaande tien jaar zijn verleend als ook in de toekomst kunnen worden verleend; en
|
||||
|
|
@ -2492,15 +2573,11 @@ c. de korting op de pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 1
|
|||
|
||||
### Artikel 130
|
||||
|
||||
Een pensioenfonds vermeldt in zijn jaarrekening en bestuursverslag:
|
||||
|
||||
a. de hoogte van de totale kostendekkende premie, bedoeld in artikel 128, eerste lid;
|
||||
b. de hoogte van de totale gedempte premie, bedoeld in artikel 128, tweede lid; en
|
||||
c. de hoogte van de totale feitelijke premie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 130a
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 130 vermeldt een pensioenfonds in zijn jaarrekening en bestuursverslag de samenstelling van de feitelijke premie en de hoogte van de premiecomponenten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 131
|
||||
|
||||
|
|
@ -2547,7 +2624,7 @@ a. het pensioenfonds gezien de beleidsdekkingsgraad niet voldoet aan de bij of k
|
|||
b. het pensioenfonds niet in staat is binnen een redelijke termijn te voldoen aan artikel 131 of artikel 132 zonder dat de belangen van deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden, andere aanspraakgerechtigden of de werkgever onevenredig worden geschaad; en
|
||||
c. alle overige beschikbare sturingsmiddelen, met uitzondering van het beleggingsbeleid, zijn ingezet in het herstelplan, bedoeld in artikel 138 of artikel 139.
|
||||
|
||||
**2.** Een pensioenfonds informeert de deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en de werkgever onverwijld schriftelijk over het besluit tot vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten.
|
||||
**2.** Een pensioenfonds informeert de deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en de werkgever onverwijld over het besluit tot vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten.
|
||||
|
||||
**3.** De vermindering, bedoeld in het eerste lid, kan op zijn vroegst drie maanden nadat de pensioengerechtigden hierover zijn geïnformeerd en een maand nadat de deelnemers, gewezen deelnemers, werkgever en toezichthouder hierover zijn geïnformeerd, worden gerealiseerd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2559,9 +2636,10 @@ c. alle overige beschikbare sturingsmiddelen, met uitzondering van het belegging
|
|||
|
||||
Een pensioenfonds voert een beleggingsbeleid dat in overeenstemming is met de prudent-person regel en met name gebaseerd is op de volgende uitgangspunten:
|
||||
|
||||
a. de waarden worden belegd in het belang van aanspraak- en pensioengerechtigden; en
|
||||
a. de waarden worden belegd in het belang van aanspraak- en pensioengerechtigden;
|
||||
b. beleggingen in de bijdragende onderneming worden beperkt tot ten hoogste 5% van de portefeuille als geheel, en ingeval de bijdragende onderneming tot een groep behoort, worden beleggingen in de ondernemingen die tot dezelfde groep als de bijdragende onderneming behoren, beperkt tot ten hoogste 10% van de portefeuille. Wanneer een groep van ondernemingen aan het pensioenfonds premies betaalt, geschieden beleggingen in deze bijdragende ondernemingen prudent, waarbij rekening wordt gehouden met de noodzaak van een behoorlijke diversificatie;
|
||||
c. de beleggingen worden gewaardeerd op basis van marktwaardering.
|
||||
c. de beleggingen worden gewaardeerd op basis van marktwaardering; en
|
||||
d. de blootstelling aan beleggingsrisico is niet hoger dan 150%.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden ter waarborging van het prudente beleggingsbeleid nadere regels gesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2577,7 +2655,7 @@ c. de beleggingen worden gewaardeerd op basis van marktwaardering.
|
|||
|
||||
### Artikel 137
|
||||
|
||||
**1.** Een pensioenfonds stelt beleid vast met betrekking tot de voorwaardelijke toeslagverlening.
|
||||
**1.** Voor zover van toepassing stelt een pensioenfonds beleid vast met betrekking tot de voorwaardelijke toeslagverlening.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2698,7 +2776,7 @@ De toezichthouder kan een pensioenfonds de verplichting opleggen om een stresste
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur worden, ten behoeve van de berekeningen, bedoeld bij de artikelen 126, 128, 137, 138, 139, 140 en 143, regels gesteld over:
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur worden, ten behoeve van de berekeningen noodzakelijk voor de uitvoering van een pensioenregeling, regels gesteld over:
|
||||
|
||||
a. het minimale percentage van het gemiddelde loon- of prijsindexcijfer;
|
||||
b. het maximaal te hanteren gemiddelde rendement op vastrentende waarden;
|
||||
|
|
@ -2707,23 +2785,22 @@ d. een uniforme set met economische scenario’s.
|
|||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde regels worden uiterlijk iedere vijf jaren getoetst, rekening houdend met financieel-economische ontwikkelingen in het verleden en realistische inzichten ten aanzien van toekomstige financieel-economische verwachtingen.
|
||||
|
||||
**3.** Voordat de voordracht van de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt gedaan vraagt Onze Minister het oordeel van een commissie bestaande uit onafhankelijke leden die door Onze Minister worden aangewezen, waaronder een voorzitter. Daarbij wordt tevens het oordeel van de commissie gevraagd over de technische uitwerking van de grondslagen voor de waardering van pensioenverplichtingen met een lange termijn.
|
||||
**3.** Ten behoeve van de toetsing, bedoeld in het tweede lid, stelt Onze Minister een commissie in met toepassing van artikel 6 van de Kaderwet adviescolleges. Onze Minister kan tevens het oordeel van de commissie vragen over de toepassing van de rentetermijnstructuur bij rentes met een lange looptijd.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de in het derde lid bedoelde commissie.
|
||||
|
||||
**5.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
**4.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 145
|
||||
|
||||
**1.** Het pensioenfonds stelt een actuariële en bedrijfstechnische nota vast waarin in elk geval een omschrijving is opgenomen van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bij of krachtens de artikelen 25, 126 tot en met 137 en 143 bepaalde. Daarbij wordt de samenstelling van de feitelijke premie en de hoogte van de premiecomponenten opgenomen. De actuariële en bedrijfstechnische nota bevat voorts een verklaring inzake beleggingsbeginselen.
|
||||
**1.** Het pensioenfonds stelt een actuariële en bedrijfstechnische nota vast waarin in elk geval een omschrijving is opgenomen van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bij of krachtens de artikelen 25, 126 tot en met 137 en 143 bepaalde en de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de regels ten aanzien van de solidariteitsreserve of de risicodelingsreserve, de toedelingsregels, het projectierendement of de vaste daling en de risicohouding. De actuariële en bedrijfstechnische nota bevat voorts een verklaring inzake beleggingsbeginselen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De actuariële en bedrijfstechnische nota van een pensioenfonds bevat verder:
|
||||
|
||||
a. een financieel crisisplan waarin het pensioenfonds beschrijft welke maatregelen ingezet kunnen worden in de situatie dat niet aan de vereisten gesteld bij of krachtens artikel 132 zal worden voldaan en welke maatregelen ingezet kunnen worden in de situatie, bedoeld in artikel 140, eerste lid;
|
||||
b. het niveau van de beleidsdekkingsgraad vanaf welke premiekortingen en terugstortingen als bedoeld in artikel 129 zijn toegestaan; en
|
||||
c. een beschrijving van de overige sturingsmiddelen.
|
||||
a. een beschrijving van de wijze waarop het pensioenfonds voorkomt dat de voor pensioen bestemde vermogens, de solidariteitsreserve of de risicodelingsreserve negatief kunnen worden;
|
||||
b. een financieel crisisplan waarin het pensioenfonds beschrijft welke maatregelen ingezet kunnen worden in de situatie dat niet aan de vereisten gesteld bij of krachtens artikel 132 zal worden voldaan en welke maatregelen ingezet kunnen worden in de situatie, bedoeld in artikel 140, eerste lid;
|
||||
c. het niveau van de beleidsdekkingsgraad vanaf welke premiekortingen en terugstortingen als bedoeld in artikel 129 zijn toegestaan; en
|
||||
d. een beschrijving van de overige sturingsmiddelen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de actuariële en bedrijfstechnische nota.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2743,38 +2820,13 @@ c. een beschrijving van de overige sturingsmiddelen.
|
|||
|
||||
**2.** Een pensioenfonds verstrekt periodiek binnen de daartoe vastgestelde termijnen staten aan de toezichthouder die de toezichthouder nodig heeft voor de juiste uitoefening van zijn taak, bedoeld in artikel 151.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** De actuariële staten zijn gewaarmerkt door een bevoegd actuaris. Bij de actuariële staten hoort een actuarieel verslag voorzien van een verklaring van een actuaris.
|
||||
|
||||
De staten omvatten uitsluitend:
|
||||
|
||||
a. informatie over de organisatie van het pensioenfonds;
|
||||
b. een bestuursverslag;
|
||||
c. een balans;
|
||||
d. informatie over financiële relaties en transacties van het pensioenfonds;
|
||||
e. een rekening van baten en lasten;
|
||||
f. informatie inzake de dekkingsgraad, de beleidsdekkingsgraad en de reële dekkingsgraad;
|
||||
g. informatie inzake het vereist eigen vermogen;
|
||||
h. actuariële staten, gewaarmerkt door een bevoegde actuaris, waaronder een actuarieel verslag voorzien van een verklaring van een actuaris;
|
||||
i. informatie over het deelnemersbestand;
|
||||
j. informatie inzake de uitgevoerde pensioenregeling en eventueel andere door het pensioenfonds uitgevoerde regelingen;
|
||||
k. premiegegevens;
|
||||
l. informatie inzake verzekering;
|
||||
m. informatie inzake verplichtingen van het pensioenfonds voor risico van de deelnemers;
|
||||
n. informatie over het herstelplan;
|
||||
o. informatie over de haalbaarheidstoets;
|
||||
p. informatie over toeslagverlening; en
|
||||
q. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten.
|
||||
|
||||
**4.** Met zijn verklaring bedoeld in het derde lid, onderdeel h, bevestigt de actuaris dat hij zich ervan heeft overtuigd dat voldaan is aan de artikelen 126 tot en met 140. Hij is bevoegd zijn verklaring nader toe te lichten of op enig punt een voorbehoud te maken.
|
||||
**4.** Met zijn verklaring bedoeld in het derde lid bevestigt de actuaris dat hij zich ervan heeft overtuigd dat voldaan is aan de artikelen 126 tot en met 140, de correcte toepassing van de toedelingsregels en de regels ten aanzien van de risicohouding. Hij is bevoegd zijn verklaring nader toe te lichten of op enig punt een voorbehoud te maken.
|
||||
|
||||
**5.** De staten zijn periodiek voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant. Ten bewijze dat de staten door hem zijn onderzocht, waarmerkt de accountant de staten.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. de inhoud en de modellen van de staten; en
|
||||
b. de wijze, de periodiciteit en de termijnen van de verstrekking.
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke staten worden verstrekt en worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud en de modellen van de staten en de wijze, de periodiciteit en de termijnen van de verstrekking.
|
||||
|
||||
### Artikel 148
|
||||
|
||||
|
|
@ -2807,6 +2859,373 @@ a. stelt het pensioenfonds de toezichthouder hiervan op de hoogte;
|
|||
b. gaat het pensioenfonds binnen een door de toezichthouder te stellen termijn over tot het verzekeren bij een verzekeraar, overdragen aan een verzekeraar of onderbrengen bij een pensioenfonds van de pensioenverplichtingen op basis van een procedure welke ter kennis en instemming van de toezichthouder wordt gebracht; en
|
||||
c. stelt het pensioenfonds een algemeen overzicht van de procedure, bedoeld in onderdeel b, beschikbaar voor de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden of de vertegenwoordigers van de genoemde personen in overeenstemming met het vertrouwelijkheidbeginsel.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6a. Experimenteerbepaling zelfstandigen
|
||||
|
||||
### Artikel 150a
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan bij wijze van experiment, met het oog op het onderzoeken van de effecten van de mogelijkheid om een pensioenregeling aan zelfstandigen aan te bieden ten einde het sparen voor de oude dag onder zelfstandigen te stimuleren, worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 65, 70, 117 en 120 van deze wet. Bij toepassing van de eerste zin wordt bij algemene maatregel van bestuur geregeld op welke wijze en gedurende welke periode van welke artikelen van de wet wordt afgeweken.
|
||||
|
||||
**2.** Een experiment als bedoeld in het eerste lid duurt ten hoogste vijf jaar. Indien, voor een experiment is afgelopen, een voorstel van wet is ingediend bij de Staten-Generaal om het experiment om te zetten in een structurele wettelijke regeling, kan het experiment worden verlengd tot het tijdstip waarop het voorstel van wet in werking treedt dan wel tot het tijdstip waarop duidelijk is dat het voorstel van wet niet in werking treedt. Het eerste lid, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Onverminderd het eerste lid is deze wet met uitzondering van de artikelen 7 en 9 van overeenkomstige toepassing op de zelfstandige die deelneemt in een pensioenregeling die wordt uitgevoerd in het kader van een experiment als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Bij de uitvoering van een experiment als bedoeld in het eerste lid kan de pensioenuitvoerder persoonsgegevens van gewezen deelnemers uitsluitend voor het in het eerste lid omschreven doel verwerken.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van een experiment en voorzieningen worden getroffen voor zich gedurende een experiment voordoende onvoorziene gevallen.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister zendt uiterlijk negen maanden voor het einde van de werkingsduur van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk alsmede een standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als experiment.
|
||||
|
||||
**7.** De voordracht voor een krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6b. Specifieke voorschriften tijdens transitieperiode
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6b.1. Toepassingsgebied en vaststelling scenario’s
|
||||
|
||||
### Artikel 150b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Dit hoofdstuk is van toepassing, indien:
|
||||
|
||||
a. op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen een pensioenovereenkomst gold;
|
||||
b. de pensioenovereenkomst wordt gewijzigd met als doel om te voldoen aan het nieuwe kader zoals geïntroduceerd met de Wet toekomst pensioenen; en
|
||||
c. er geen gebruik wordt gemaakt van het overgangsrecht, bedoeld in artikel 220e.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder werkgever mede verstaan de partijen die de wijziging van de pensioenregeling overeenkomen of zijn overeengekomen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de risico-neutrale economische scenario’s die worden gebruikt bij de berekening van de transitie-effecten, bedoeld in artikel 150e, vijfde lid, en de collectieve waardeoverdracht indien gebruik wordt gemaakt van de vba-methode, bedoeld in artikel 150n. Voordat de voordracht van de algemene maatregel van bestuur wordt gedaan vraagt Onze Minister het oordeel van de commissie, bedoeld in artikel 144, derde lid. De voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 144, eerste lid, is van toepassing op de berekeningen, bedoeld in dit hoofdstuk met uitzondering van de berekeningen waarvoor de risico-neutrale scenario’s worden gebruikt, bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6b.2. Mijlpalen
|
||||
|
||||
### Artikel 150c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Ten behoeve van de wijziging van de pensioenovereenkomst en de uitvoering daarvan door een pensioenfonds wordt voldaan aan de volgende mijlpalen:
|
||||
|
||||
a. de werkgever zendt de gewijzigde pensioenovereenkomst en het transitieplan aan het pensioenfonds;
|
||||
b. het pensioenfonds dient het implementatieplan met inbegrip van het communicatieplan in bij de toezichthouder.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Ten behoeve van de wijziging van de pensioenovereenkomst en de uitvoering daarvan door een verzekeraar of premiepensioeninstelling wordt voldaan aan de volgende mijlpalen:
|
||||
|
||||
a. de werkgever zendt de gewijzigde pensioenovereenkomst en het transitieplan aan de verzekeraar of de premiepensioeninstelling;
|
||||
b. de verzekeraar of premiepensioeninstelling dient het implementatieplan met inbegrip van het communicatieplan in bij de toezichthouder.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld voor de tijdstippen waarin voldaan is aan de mijlpalen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6b.3. Pensioenovereenkomst en transitieplan
|
||||
|
||||
### Artikel 150d
|
||||
|
||||
**1.** In het transitieplan legt de werkgever de keuzes, overwegingen en berekeningen die ten grondslag liggen aan de wijziging van de pensioenovereenkomst en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten schriftelijk vast, alsmede de verantwoording waarom sprake is van een evenwichtige transitie.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het transitieplan bevat in ieder geval de volgende onderdelen:
|
||||
|
||||
a. het karakter van de gewijzigde pensioenovereenkomst, bedoeld in artikel 10, tweede lid;
|
||||
b. de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten;
|
||||
c. de effecten van de wijziging van de pensioenovereenkomst en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten voor deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden berekend op de wijze vastgelegd in artikel 150e;
|
||||
d. de gemaakte afspraken over compensatie;
|
||||
e. indien afspraken zijn gemaakt over compensatie in de vorm van het toekennen van extra pensioenaanspraken aan deelnemers, het financieringsplan voor deze compensatie waarbij inzichtelijk wordt gemaakt in welke mate elke bron ingezet zal worden; en
|
||||
f. voor zover van toepassing, de gemaakte afspraken over de initiële vulling van de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve.
|
||||
|
||||
**3.** De werkgever zendt het transitieplan binnen twee weken na de afronding aan de pensioenuitvoerder. De pensioenuitvoerder stelt het transitieplan op zijn website beschikbaar voor de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner en pensioengerechtigde.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 150e
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De transitie-effecten van de wijziging van de pensioenovereenkomst en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten worden in ieder geval berekend door:
|
||||
|
||||
a. het netto profijt van het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst af te zetten tegen het netto profijt van het wijzigen van de pensioenovereenkomst en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten; en
|
||||
b. de pensioenverwachting bij ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst te vergelijken met de pensioenverwachting bij wijziging van de pensioenovereenkomst en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, waarbij de pensioenverwachting, voor zover het ouderdomspensioen betreft, wordt weergegeven op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario.
|
||||
|
||||
**2.** Het netto profijt is het verschil tussen de marktwaarde van de te verwachten pensioenuitkeringen en de marktwaarde van de toekomstige premie-inleg.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, worden de effecten van de wijziging van de pensioenovereenkomst en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten berekend door het bruto profijt van het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst af te zetten tegen het bruto profijt van het wijzigen van de pensioenovereenkomst en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, indien:
|
||||
|
||||
a. de pensioenovereenkomst voor de wijziging het karakter heeft van een premieovereenkomst of een kapitaalovereenkomst als bedoeld in artikel 1, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen;
|
||||
b. de pensioenovereenkomst na de wijziging het karakter heeft van een flexibele premieovereenkomst zonder risicodelingsreserve of een premie-uitkeringsovereenkomst; en
|
||||
c. geen gebruik wordt gemaakt van het overgangsrecht, bedoeld in artikel 220e.
|
||||
|
||||
**4.** Het bruto profijt is de contante waarde van de toekomstige premie-inleg.
|
||||
|
||||
**5.** De pensioenuitvoerder stelt op de website een kwalitatieve toelichting op de transitie-effecten beschikbaar en verstrekt de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner en pensioengerechtigde op verzoek een berekening van de transitie-effecten per leeftijdscohort.
|
||||
|
||||
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen kwantitatieve voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de transitie-effecten, bedoeld in het eerste en derde lid.
|
||||
|
||||
**8.** De voordracht voor een krachtens het zevende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 150f
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien een pensioenovereenkomst afspraken bevat over compensatie in de vorm van het toekennen van extra pensioenaanspraken, wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. de werknemer heeft recht op compensatie als voor het leeftijdscohort waartoe de werknemer behoort compensatie is overeengekomen in de pensioenovereenkomst, waarbij niet is vereist dat de werknemer bij aanvang van de compensatieperiode reeds werkzaam was bij de werkgever;
|
||||
b. de compensatie wordt tijdsevenredig aan de werknemer toegekend over de compensatieperiode, die aanvangt op de ingangsdatum van de gewijzigde pensioenovereenkomst en uiterlijk 31 december 2036 eindigt; en
|
||||
c. de compensatie is gefinancierd op het moment dat de compensatie onvoorwaardelijk wordt toegekend.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op de artikelen 38, eerste lid, en 39, eerste lid, verstrekt de pensioenuitvoerder voor zover van toepassing de deelnemer jaarlijks en bij beëindiging van de deelneming informatie over de compensatieperiode en de mogelijke effecten voor compensatie bij beëindiging van de deelneming en het aangaan van een nieuwe pensioenovereenkomst. De pensioenuitvoerder stelt deze informatie tevens op zijn website beschikbaar voor de deelnemer.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen werknemer die op grond van de pensioenovereenkomst recht heeft op premievrije voortzetting.
|
||||
|
||||
### Artikel 150g
|
||||
|
||||
**1.** Indien de pensioenovereenkomst is ondergebracht bij een pensioenfonds stelt de werkgever, voor zover van toepassing, een vereniging van gewezen deelnemers die aantoont een substantieel gedeelte van alle gewezen deelnemers van het pensioenfonds te vertegenwoordigen of een vereniging van pensioengerechtigden die aantoont een substantieel gedeelte van alle pensioengerechtigden van het pensioenfonds te vertegenwoordigen in de gelegenheid een oordeel uit te spreken over het transitieplan. Het oordeel wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van invloed kan zijn op de inhoud van het transitieplan en de daarin verantwoorde keuzes. Indien een oordeel gegeven wordt, geeft de werkgever aan wat met het oordeel gedaan is.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd artikel 115h is een pensioenfonds gehouden om op verzoek van gewezen deelnemers of een vereniging van gewezen deelnemers mee te werken aan de verstrekking van informatie aan de gewezen deelnemers van het fonds over het voornemen tot oprichting, of over het bestaan, van een vereniging van gewezen deelnemers.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over in ieder geval de voorwaarde dat een vereniging van gewezen deelnemers dan wel vereniging van pensioengerechtigden een substantieel gedeelte van de gewezen deelnemers respectievelijk pensioengerechtigden dient te vertegenwoordigen.
|
||||
|
||||
### Artikel 150h
|
||||
|
||||
**1.** Er is een onafhankelijke transitiecommissie.
|
||||
|
||||
**2.** De transitiecommissie heeft tot taak het bemiddelen tussen partijen die een pensioenovereenkomst sluiten, indien deze partijen daartoe gezamenlijk een verzoek doen.
|
||||
|
||||
**3.** De transitiecommissie heeft tot taak het adviseren van partijen die een pensioenovereenkomst sluiten, indien deze partijen daartoe gezamenlijk een verzoek doen en zij overeenkomen zich te binden aan het advies van de transitiecommissie.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel, waarbij onder meer wordt geregeld voor welk tijdstippen een verzoek wordt gedaan.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6b.4. Taken en bevoegdheden pensioenuitvoerder en uitvoeringsovereenkomst
|
||||
|
||||
### Artikel 150i
|
||||
|
||||
**1.** In het implementatieplan legt de pensioenuitvoerder schriftelijk vast op welke wijze voorbereidingen worden getroffen voor de uitvoering van de gewijzigde pensioenovereenkomst en invulling zal worden gegeven aan de uitvoering van de gewijzigde pensioenovereenkomst, alsmede de wijze waarop zal worden omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het implementatieplan bevat in ieder geval de volgende onderdelen:
|
||||
|
||||
a. de technische uitvoerbaarheid van de pensioenovereenkomst;
|
||||
b. de kosten die verband houden met de uitvoering van de pensioenovereenkomst;
|
||||
c. de risico’s die verband houden met de uitvoering van de pensioenovereenkomst;
|
||||
d. de risicobeheersmaatregelen die worden getroffen in verband met de uitvoering van de pensioenovereenkomst;
|
||||
e. de wijze waarop zal worden omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten;
|
||||
f. de wijze waarop uitvoering zal worden gegeven aan de pensioenovereenkomst met inachtneming van de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de gelijkebehandelingswetgeving;
|
||||
g. een communicatieplan; en
|
||||
h. indien van toepassing, de effecten van het toepassen van het financieel toetsingskader tijdens de transitie en van toeslagverlening tussen 1 juli 2022 en de aanvang van de transitie op grond van de verwachting dat zal worden overgegaan tot een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het implementatieplan wordt opgesteld door een pensioenfonds legt het pensioenfonds tevens vast, voor zover van toepassing, op welke wijze voorbereidingen worden getroffen voor en invulling zal worden gegeven aan de uitvoering van een besluit als bedoeld in artikel 150n.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De pensioenuitvoerder stelt per pensioenregeling een implementatieplan op. In afwijking van de eerste zin kan een implementatieplan zich uitstrekken tot meerdere pensioenregelingen, voor zover de pensioenregelingen:
|
||||
|
||||
a. bij uitvoering door een pensioenfonds: behoren tot hetzelfde financieel geheel; en
|
||||
b. bij uitvoering door verzekeraars of premiepensioeninstellingen: dezelfde karakteristieken hebben en gebaseerd zijn op hetzelfde producttype.
|
||||
|
||||
**5.** De pensioenuitvoerder dient het implementatieplan binnen twee weken na de afronding in bij de toezichthouder. De pensioenuitvoerder stelt het implementatieplan op zijn website beschikbaar voor de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner en pensioengerechtigde.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 150j
|
||||
|
||||
**1.** In het communicatieplan, bedoeld in artikel 150i, tweede lid, onderdeel g, legt de pensioenuitvoerder schriftelijk vast dat en op welke wijze de informatieverstrekking aan deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden wordt ingevuld, en gaat daarbij ten minste in op de voor deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden relevante gevolgen van de wijziging van de pensioenovereenkomst en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het communicatieplan bevat in ieder geval de wijze waarop deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden, voor zover van toepassing, worden geïnformeerd over:
|
||||
|
||||
a. de hoogte van het reglementair te bereiken pensioen, de opgebouwde pensioenaanspraken of het pensioenrecht met en zonder wijziging van de pensioenovereenkomst, waarbij bij de informatie over de hoogte met wijziging van de pensioenovereenkomst rekening is gehouden met de effecten van de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten. Voor zover de informatie betrekking heeft op het reglementair te bereiken ouderdomspensioen voor deelnemers of de opgebouwde aanspraken op ouderdomspensioen voor gewezen deelnemers, wordt deze informatie tevens weergegeven op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario;
|
||||
b. de mate waarin het verwacht scenario voor het reglementair te bereiken ouderdomspensioen voor deelnemers of de opgebouwde aanspraken op ouderdomspensioen voor gewezen deelnemers zich na ingang kan ontwikkelen op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario; en
|
||||
c. indien afspraken zijn gemaakt over compensatie in de vorm van het toekennen van extra pensioenaanspraken aan deelnemers, de inhoud van deze afspraken en het financieringsplan voor de compensatie waarbij inzichtelijk wordt gemaakt in welke mate welke bron ingezet zal worden.
|
||||
|
||||
**3.** De pensioenuitvoerder verstrekt de informatie, bedoeld in het tweede lid, en de overige relevante informatie bij de transitie, aan deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden voorafgaand aan het tijdstip, bedoeld in artikel 220i, tweede lid, op basis van een zo nauwkeurig mogelijke prognose en verstrekt na dit tijdstip de informatie, bedoeld in het tweede lid, zoals die definitief is vastgesteld, waarbij de pensioenuitvoerder de verschillen tussen de prognose en de vastgestelde informatie toelicht.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 150k
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 25 wordt in de uitvoeringsovereenkomst, voor zover overeengekomen, een regeling opgenomen met betrekking tot de toekenning en financiering van de compensatie aan deelnemers door het toekennen van extra pensioenaanspraken.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6b.5. Bevoegdheid pensioenfonds collectieve waardeoverdracht en aanwenden vermogen
|
||||
|
||||
### Artikel 150l
|
||||
|
||||
**1.** De wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten als bedoeld in artikel 150d, tweede lid, onderdeel b, houdt voor pensioenfondsen in dat na de collectieve wijziging van de pensioenovereenkomsten door collectieve waardeoverdracht de waarde van de pensioenaanspraken en pensioenrechten wordt aangewend bij het pensioenfonds overeenkomstig de gewijzigde pensioenovereenkomsten, tenzij dit onevenredig ongunstig zou zijn voor deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden, pensioengerechtigden of de werkgever.
|
||||
|
||||
**2.** Het besluit van de werkgever om het pensioenfonds niet te verzoeken over te gaan tot collectieve waardeoverdracht moet evenwichtig zijn en alle relevante belangen moeten in acht zijn genomen. De onderbouwing van dit besluit wordt opgenomen in het transitieplan.
|
||||
|
||||
**3.** Het pensioenfonds meldt de werkgever of de analyse en de onderbouwing voor het afzien van collectieve waardeoverdracht wordt gedeeld en informeert het verantwoordingsorgaan, het belanghebbendenorgaan of de raad van toezicht.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Indien de werkgever een verzoek tot collectieve waardeoverdracht doet, wijst het pensioenfonds het verzoek van de werkgever alleen af indien:
|
||||
|
||||
a. sprake is van strijd met wettelijke voorschriften;
|
||||
b. de effecten van de voorgenomen wijzigingen ten aanzien van het pensioen als geheel tot onevenwichtig nadeel zou leiden voor deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden of pensioengerechtigden; of
|
||||
c. de waardeoverdracht niet uitvoerbaar is binnen de grenzen van een beheerste en integere bedrijfsvoering.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de collectieve waardeoverdracht, bedoeld in dit artikel, is, in afwijking van de artikelen 20 en 83, artikel 150m van toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de wijziging van de pensioenovereenkomsten betekent dat een pensioenfonds overgaat van uitvoering van een pensioenovereenkomst die het karakter heeft van een uitkeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, naar uitvoering van een flexibele premieovereenkomst, legt het pensioenfonds binnen een jaar na de collectieve waardeoverdracht, bedoeld in artikel 150m, gepensioneerden de keuze voor tussen een vastgestelde of variabele uitkering. In afwijking van artikel 70, derde lid, is artikel 80 van overeenkomstige toepassing. De artikelen 44a, 47a, 47b, 47c en 63b zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**7.** Voor zover een pensioenfonds niet overgaat tot een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m, worden de pensioenaanspraken en pensioenrechten die voortvloeien uit de pensioenovereenkomsten zoals die luidden voor de wijziging van deze pensioenovereenkomsten aangemerkt als een te onderscheiden financieel geheel. Artikel 125a is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 150m
|
||||
|
||||
**1.** Een pensioenfonds is op verzoek van de werkgever bevoegd tot collectieve waardeoverdracht indien de waardeoverdracht ertoe strekt in verband met een collectieve wijziging van de pensioenovereenkomsten de waarde van pensioenaanspraken of pensioenrechten aan te wenden bij het pensioenfonds overeenkomstig die gewijzigde pensioenovereenkomsten.
|
||||
|
||||
**2.** Het voornemen tot waardeoverdracht wordt door het pensioenfonds, onverwijld nadat het besluit tot waardeoverdracht is genomen maar uiterlijk zes maanden voor de beoogde datum van waardeoverdracht, elektronisch gemeld aan de toezichthouder. De toezichthouder kan binnen die periode een verbod tot waardeoverdracht opleggen. De toezichthouder kan de termijn van zes maanden gemotiveerd verlengen met maximaal twee maal drie maanden. De toezichthouder richt een proces in voor de melding van de interne collectieve waardeoverdracht en schrijft voor welke stukken daarvoor benodigd zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Het intern toezicht bij een pensioenfonds houdt toezicht op de voorgenomen interne collectieve waardeoverdracht met inbegrip van het aanwenden van het vermogen en legt hierover verantwoording af in het bestuursverslag.
|
||||
|
||||
**4.** Het pensioenfonds stelt het verantwoordingsorgaan in de gelegenheid advies uit te brengen over de voorgenomen collectieve waardeoverdracht met inbegrip van het aanwenden van het vermogen van het pensioenfonds bij de collectieve waardeoverdracht. Ten aanzien van dit advies zijn de artikelen 115a, vijfde en zesde lid, 115e en 217 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het verantwoordingsorgaan of een geleding binnen het verantwoordingsorgaan negatief adviseert over de voorgenomen collectieve waardeoverdracht, informeert het pensioenfonds de werkgever die het verzoek tot collectieve waardeoverdracht heeft gedaan hierover en vraagt de werkgever het verzoek tot waardeoverdracht te heroverwegen met inachtneming van het advies van het verantwoordingsorgaan of een geleding van het verantwoordingsorgaan. De werkgever onderbouwt het resultaat van de heroverweging.
|
||||
|
||||
**6.** Het pensioenfonds heeft de goedkeuring nodig van het belanghebbendenorgaan voor elk voorgenomen besluit met betrekking tot de collectieve waardeoverdracht met inbegrip van het aanwenden van het vermogen van het pensioenfonds bij de collectieve waardeoverdracht. Artikel 115c, vijfde, achtste, negende en tiende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**7.** Het pensioenfonds heeft de goedkeuring nodig van de raad van toezicht voor elk voorgenomen besluit met betrekking tot de collectieve waardeoverdracht met inbegrip van het aanwenden van het vermogen bij de collectieve waardeoverdracht. Artikel 104, vierde, achtste en negende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**8.** Bij de collectieve waardeoverdracht wordt de overdrachtswaarde door het pensioenfonds zodanig vastgesteld dat de voor mannen en vrouwen te verwerven pensioenrechten gelijk zijn waarbij aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**9.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**10.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 150n
|
||||
|
||||
**1.** Voor de waardering van pensioenaanspraken en pensioenrechten bij een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m en het aanwenden van het vermogen maakt een pensioenfonds gebruik van de standaardmethode.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan een pensioenfonds gebruik maken van de vba-methode indien deze methode beter de bijzondere kenmerken van de pensioenregeling en het pensioenfonds modelleert en het pensioenfonds het toepassen van de vba-methode onderbouwt in het implementatieplan.
|
||||
|
||||
**3.** Bij toepassing van de standaardmethode wordt voor de waardering van pensioenaanspraken en pensioenrechten gebruik gemaakt van de standaardregel.
|
||||
|
||||
**4.** Bij toepassing van de vba-methode is per cohort de inclusieve marktwaarde van de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten na de collectieve waardeoverdracht minimaal gelijk aan de inclusieve marktwaarde van de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten voor de collectieve waardeoverdracht.
|
||||
|
||||
**5.** Bij toepassing van de standaardmethode kan een pensioenfonds na toepassing van de standaardregel afwijken van de uitkomsten voor zover dit nodig is om gelijke aanpassingen van pensioenuitkeringen mogelijk te maken en de verschuiving van vermogen daarvoor binnen de groep pensioengerechtigden blijft.
|
||||
|
||||
**6.** Bij toepassing van de standaardmethode kan een pensioenfonds met een dekkingsgraad waarbij de technische voorzieningen voor meer dan 110% door waarden worden gedekt, na toepassing van de standaardregel afwijken van de uitkomsten mits de waarde van de pensioenaanspraak of het pensioenrecht van iedere deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde tenminste 95% bedraagt van de uitkomst van de standaardregel, na de initiële vulling van een solidariteitsreserve, een risicodelingsreserve of een compensatiedepot. Bij dekkingsgraden tussen 105% en 110% mag 5% van het vermogen verschoven worden, mits deze verschuiving bijdraagt aan de evenwichtigheid van de transitie.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Een pensioenfonds is bij de collectieve waardeoverdracht bevoegd om op verzoek van de werkgever het vermogen, met uitzondering van het minimaal vereist eigen vermogen, van het pensioenfonds aan te wenden voor de initiële vulling van een solidariteitsreserve of risicodelingsreserve of de compensatie van deelnemers door het toekennen van extra pensioenaanspraken, mits:
|
||||
|
||||
a. bij toepassing van de standaardmethode: voor de initiële vulling van een solidariteitsreserve of risicodelingsreserve of de compensatie van deelnemers alleen het vermogen wordt aangewend dat op het moment van de collectieve waardeoverdracht niet strekt ter dekking van de technische voorzieningen;
|
||||
b. bij toepassing van de vba-methode: voor het aanwenden van het vermogen ten behoeve van de compensatie van deelnemers reeds zonder toedeling van de compensatie aan de in het vierde lid genoemde voorwaarde is voldaan; en
|
||||
c. voor zover het vermogen wordt aangewend voor de compensatie van deelnemers, de verdelingsregels van het vermogen dat hiervoor wordt benut vastliggen.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
Met inachtneming van het zevende lid, aanhef, kan, in afwijking van het zevende lid, onderdeel a of b, een pensioenfonds dat op het tijdstip van de collectieve waardeoverdracht een dekkingsgraad heeft waarbij de technische voorzieningen voor minder dan 105% door waarden worden gedekt, ten hoogste 5% van de waarde van de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten aanwenden voor de initiële vulling van een solidariteitsreserve of risicodelingsreserve, de compensatie van deelnemers door het toekennen van extra pensioenaanspraken of het toekennen van extra pensioenrechten aan pensioengerechtigden tot maximaal hun technische voorziening mits:
|
||||
|
||||
a. de aanwending is opgenomen in het transitieplan, bedoeld in artikel 150d; en
|
||||
b. het pensioenfonds advies dan wel goedkeuring heeft verkregen van het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan op grond van artikel 150m, vierde en zesde lid.
|
||||
|
||||
**9.** Een pensioenfonds kan na de collectieve waardeoverdracht een solidariteitsreserve of risicodelingsreserve hebben die, in afwijking van de artikelen 10d of 10e, een omvang heeft van meer dan 15% van het geheel voor pensioen gereserveerd vermogen of kapitaal inclusief de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve. Voor deze reserve geldt de eis van de maximale omvang van 15% op 1 januari 2037 of zoveel eerder als de omvang van de reserve maximaal 15% is gaan bedragen. Voor het uitdelen uit de reserve boven de maximale omvang van 15% kan worden afgeweken van de artikelen 10d, derde lid, of 10e, derde lid.
|
||||
|
||||
**10.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over in ieder geval de standaardmethode en de vba-methode.
|
||||
|
||||
### Artikel 150o
|
||||
|
||||
**1.** Een pensioenfonds dat over wil gaan tot een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m en een dekkingsgraad heeft waarbij de technische voorzieningen voor minder dan 90% door waarden worden gedekt, neemt tijdig maatregelen die ten tijde van de collectieve waardeoverdracht in de technische voorzieningen zijn verwerkt en doorgevoerd, waardoor de technische voorzieningen van het pensioenfonds bij de collectieve waardeoverdracht ten minste voor 90% door waarden zijn gedekt.
|
||||
|
||||
**2.** Zo nodig in afwijking van artikel 150n, derde en vierde lid, is bij een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m, de waarde van de pensioenaanspraak of het pensioenrecht van iedere deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde tenminste 95% van de uitkomst van de toepassing van de standaardregel, tenzij de technische voorziening voor de pensioenaanspraak of het pensioenrecht van de deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde lager is, dan bedraagt de waarde tenminste de technische voorziening.
|
||||
|
||||
**3.** Indien bij een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m de waarde van de pensioenaanspraak of het pensioenrecht van een deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde minder bedraagt dan de technische voorziening, kan de waarde voor een andere deelnemer, gewezen deelnemer, aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde niet meer bedragen dan de technische voorziening, tenzij het meerdere een gevolg is van compensatie door het toekennen van extra pensioenaanspraken.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 150oa
|
||||
|
||||
**1.** De toezichthouder kan op aanvraag van een pensioenfonds, geheel of gedeeltelijk, ontheffing verlenen van het bij of krachtens de artikelen 150n, achtste lid, of 150o bepaalde, indien het pensioenfonds aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6b.6. Financieel toetsingskader pensioenfondsen tijdens transitie
|
||||
|
||||
### Artikel 150p
|
||||
|
||||
**1.** Een pensioenfonds dat naar verwachting zal overgaan op een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m, kan in de periode tot die collectieve waardeoverdracht plaatsvindt, in afwijking van de artikelen 138, 139, of 140, eerste en derde lid, afzien van het jaarlijks indienen van een herstelplan en kan in plaats daarvan jaarlijks een concreet en haalbaar overbruggingsplan indienen dat voldoet aan de daarvoor gestelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan een pensioenfonds dat op 1 juli 2025 geen implementatieplan heeft ingediend bij de toezichthouder geen overbruggingsplan indienen voor de jaren 2025 en 2026.
|
||||
|
||||
**3.** In het overbruggingsplan beschrijft het pensioenfonds de financiële situatie van het pensioenfonds in de periode tot het pensioenfonds overgaat tot collectieve waardeoverdracht maar uiterlijk op 1 januari 2027. Het uitgangspunt voor de beschrijving is de dekkingsgraad van het pensioenfonds op 31 december van enig jaar.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Een pensioenfonds:
|
||||
|
||||
a. onderbouwt in het overbruggingsplan:
|
||||
|
||||
1°. waarom het vanuit het belang van deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden een overbruggingsplan indient;
|
||||
2°. hoe de invaardekkingsgraad is vastgesteld;
|
||||
3°. hoe de premiedekkingsgraad bijdraagt aan de financiële positie van het pensioenfonds;
|
||||
4°. hoe zal worden voldaan aan de vereisten van het minimaal vereist eigen vermogen en het vereist eigen vermogen indien het pensioenfonds niet of niet meer gebruik maakt van de regeling voor overbruggingsplannen; en
|
||||
5°. hoe het rekening heeft gehouden met generatie-effecten in termen van netto-profijt die ontstaan door het indienen van een overbruggingsplan, waarbij deze onderbouwing alleen wordt opgenomen in het eerste overbruggingsplan dat wordt ingediend voor het implementatieplan is ingediend en vervolgens in het eerste overbruggingsplan nadat het implementatieplan is ingediend; en
|
||||
b. stelt informatie over het overbruggingsplan en de onderbouwing daarvan tijdig ter beschikking van de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden of verstrekt deze informatie tijdig.
|
||||
|
||||
**5.** Het pensioenfonds stelt het verantwoordingsorgaan in de gelegenheid advies uit te brengen over de vaststelling van het overbruggingsplan. Ten aanzien van dit advies zijn de artikelen 115a, vijfde en zesde lid, 115e en 217 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Het pensioenfonds heeft de goedkeuring nodig van het belanghebbendenorgaan voor elk voorgenomen besluit met betrekking tot de vaststelling van een overbruggingsplan. Artikel 115c, vijfde, achtste, negende en tiende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**7.** Voor de toepassing van artikel 140 telt de vaststelling van een beleidsdekkingsgraad in de periode dat op grond van dit artikel geen herstelplan wordt ingediend mee voor de bepaling hoe veel maal opeenvolgend sprake is van een beleidsdekkingsgraad onder het minimaal vereist eigen vermogen.
|
||||
|
||||
**8.** Artikel 137, tweede lid, onderdeel a en b, is niet van toepassing zolang een pensioenfonds een overbruggingsplan indient. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld voor de toeslagverlening in die situatie.
|
||||
|
||||
**9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de overbruggingsplannen.
|
||||
|
||||
### Artikel 150q
|
||||
|
||||
**1.** Een pensioenfonds dat na een of meer jaren overbruggingsplannen te hebben ingediend, in een jaar in plaats van een overbruggingsplan een herstelplan indient bij toezichthouder, doet dit binnen drie maanden na de in het tweede lid, onderdeel b of c, genoemde tijdstippen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het pensioenfonds dient het overbruggingsplan ter instemming in bij de toezichthouder nadat het pensioenfonds de dekkingsgraad heeft vastgesteld op 31 december van enig jaar. Indien een pensioenfonds voor het jaar 2023 een overbruggingsplan indient, terwijl het pensioenfonds voor het jaar 2023 al een herstelplan heeft waarmee de toezichthouder heeft ingestemd, vervangt dit overbruggingsplan als het is vastgesteld het herstelplan. Het pensioenfonds dient het overbruggingsplan in:
|
||||
|
||||
a. in het jaar 2023: uiterlijk 1 september 2023;
|
||||
b. in de jaren 2024 en 2025: uiterlijk 1 juli 2024 respectievelijk 2025; en
|
||||
c. in het jaar 2026: uiterlijk 1 april 2026.
|
||||
|
||||
**3.** Het overbruggingsplan heeft steeds een looptijd tot het tijdstip waarop het pensioenfonds verwacht over te gaan tot collectieve waardeoverdracht maar uiterlijk 1 januari 2027.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het pensioenfonds op 31 december van enig jaar een dekkingsgraad heeft waarbij de technische voorzieningen voor minder dan 90% door waarden worden gedekt, neemt het binnen drie maanden na het tijdstip waarop het overbruggingsplan moet zijn ingediend maatregelen waardoor de dekkingsgraad van het pensioenfonds direct zodanig wordt dat de technische voorzieningen voor 90% door waarden worden gedekt.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een pensioenfonds dat nog geen implementatieplan heeft ingediend een dekkingsgraad heeft waarbij de technische voorzieningen voor minder dan 95% door waarden worden gedekt, werkt het, eventueel in aanvulling op het vierde lid, in het overbruggingsplan uit hoe het in de looptijd van het overbruggingsplan zal komen tot een invaardekkingsgraad waarbij de technische voorzieningen minimaal voor 95% door waarden worden gedekt.
|
||||
|
||||
**6.** In de overbruggingsplannen die worden ingediend nadat het pensioenfonds het implementatieplan heeft ingediend werkt het pensioenfonds, eventueel in aanvulling op het vierde lid, onderbouwd uit hoe het zal komen tot een specifieke invaardekkingsgraad voor het pensioenfonds. De invaardekkingsgraad is de dekkingsgraad die een pensioenfonds nodig heeft om te komen tot een verantwoorde, uitlegbare en evenwichtige overstap naar de uitvoering van de gewijzigde pensioenovereenkomsten en is een financiële uitwerking van de besluitvorming over de gewijzigde pensioenovereenkomsten en de compensatie.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Voor zover het bij de maatregelen die in het overbruggingsplan zijn opgenomen een vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten betreft, worden deze voor zover het betreft een vermindering die betrekking heeft op:
|
||||
|
||||
a. het vierde lid: direct in de technische voorzieningen verwerkt en direct ofwel in beginsel evenredig gespreid in de tijd doorgevoerd gedurende maximaal de termijn die wordt gebruikt voor het overbruggingsplan, waarbij de eerste termijn wordt doorgevoerd in het jaar waarin het overbruggingsplan is ingediend;
|
||||
b. het vijfde lid in het overbruggingsplan voor het jaar 2023 of 2024: evenredig gespreid in de tijd gedurende maximaal de termijn die wordt gebruikt voor het overbruggingsplan, waarbij de eerste termijn direct in de technische voorzieningen wordt verwerkt en doorgevoerd in het jaar waarin het overbruggingsplan is ingediend; en
|
||||
c. het zesde lid in de overbruggingsplannen voor de jaren 2024, 2025 of 2026: direct in de technische voorzieningen verwerkt en direct doorgevoerd in het jaar waarin het overbruggingsplan is ingediend.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6b.7. Aanvullende maatregelen transitieperiode voor pensioenfondsen
|
||||
|
||||
### Artikel 150r
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De in artikel 71 genoemde plicht tot waardeoverdracht geldt niet zolang:
|
||||
|
||||
a. bij het overdragende pensioenfonds geen waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m heeft plaatsgevonden, maar bij het ontvangende pensioenfonds wel; of
|
||||
b. bij het ontvangende pensioenfonds geen waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m heeft plaatsgevonden, maar bij het overdragende pensioenpensioenfonds wel.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing indien het overdragende pensioenfonds bij de opdrachtaanvaarding, bedoeld in artikel 102a, heeft aangegeven geen gebruik te maken van de mogelijkheid tot waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien het ontvangende pensioenfonds bij de opdrachtaanvaarding, bedoeld in artikel 102a, heeft aangegeven geen gebruik te maken van de mogelijkheid tot waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m.
|
||||
|
||||
**4.** De in artikel 71 genoemde plicht tot waardeoverdracht herleeft zodra zowel bij het ontvangende als het overdragende pensioenfonds waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m heeft plaatsgevonden, dan wel indien er sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede of derde lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7. Toezicht, handhaving en overige taken toezichthouder
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7.1. De toezichthouder
|
||||
|
|
@ -2815,7 +3234,7 @@ c. stelt het pensioenfonds een algemeen overzicht van de procedure, bedoeld in o
|
|||
|
||||
**1.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten is belast met het gedragstoezicht.
|
||||
|
||||
**2.** Gedragstoezicht is toezicht gericht op de naleving van de normen ten aanzien van voorlichting door pensioenuitvoerders aan deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden en de normen ten aanzien van de advisering van de deelnemer of gewezen deelnemer bij de uitvoering van premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid waarbij de deelnemer of gewezen deelnemer de verantwoordelijkheid voor de beleggingen heeft overgenomen.
|
||||
**2.** Gedragstoezicht is toezicht gericht op de naleving van de normen ten aanzien van voorlichting in ruime zin aan en zorgvuldige bejegening in ruime zin door pensioenuitvoerders van deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden en de normen ten aanzien van de advisering van de deelnemer of gewezen deelnemer bij de uitvoering van premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid waarbij de deelnemer of gewezen deelnemer de verantwoordelijkheid voor de beleggingen heeft overgenomen.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank N.V. is belast met het prudentieel toezicht en het materieel toezicht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3018,6 +3437,8 @@ a. het pensioenfonds of, wanneer de financiële omstandigheden van het pensioenf
|
|||
b. de werkgever of, wanneer de financiële omstandigheden van de werkgever dit niet toestaan;
|
||||
c. de toezichthouder.
|
||||
|
||||
**8.** De curator is niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door een handelen of nalaten in de uitoefening van de taak op grond van dit artikel, tenzij deze schade in belangrijke mate het gevolg is van een opzettelijk onbehoorlijke taakuitoefening of een opzettelijk onbehoorlijke uitoefening van bevoegdheden of in belangrijke mate te wijten is aan grove schuld.
|
||||
|
||||
### Artikel 173
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -3055,7 +3476,7 @@ c. de toezichthouder.
|
|||
|
||||
### Artikel 176
|
||||
|
||||
**1.** De toezichthouder kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van een overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 21, eerste lid, tweede lid, tweede volzin en vierde lid, 23, 25, 26, 28, 29, eerste lid, 29, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 29, eerste lid, 34 tot en met 48, 49, 50, tweede en vierde lid, 51, 52, 52a, 58, 60, 61, 62, 63, 63b, 66, vierde tot en met zesde, achtste en tiende lid, 67, tweede lid, 68, tweede lid, 69, vierde, vijfde en achtste lid, 70a, derde, vierde, vijfde en zevende lid, 71, eerste tot en met vijfde en zevende lid, 74, tweede en derde lid, 76, eerste tot en met vierde en negende lid, 83, tweede en achtste lid, 84, tweede en zevende lid, 85, eerste lid, 86, eerste en tweede lid, 87, 91, 94, tweede lid, 96, 99 tot en met 107, 111, 112, 112a, 113, 115, 115a, 115b, 115c, 115e, 115f, 115g, 115h, 116, 117, 118, eerste tot en met derde lid, 119, eerste tot en met derde lid, 120, eerste tot en met derde lid, 125, 128, 129, 130, 130a, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 143, 145, 146, 147, eerste tot en met derde, vijfde en zesde lid, 150, 167, 169, 170, eerste tot en met vierde lid, 171, eerste lid, 172, vijfde lid, 194, 197, 199, 203, derde en vierde lid, 204 en van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
**1.** De toezichthouder kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van een overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 10a, 10b, 10c, 10d, 10e, 17, 21, eerste lid, tweede lid, tweede volzin en vierde lid, 23, 25, 26, 28, 29, eerste lid, 29, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 29, eerste lid, 34 tot en met 48, 48a, 48b, 48c, 49, 50, tweede en vierde lid, 51, 51a, 52, 52a, 52b, 58, 60, 61, 61a, 62, 63, 63b, 66, vierde tot en met zesde, achtste en tiende lid, 67, tweede lid, 68, tweede lid, 69, vierde, vijfde en achtste lid, 70a, derde, vierde, vijfde en zevende lid, 71, eerste tot en met vijfde en zevende lid, 74, tweede en derde lid, 76, eerste tot en met vierde en zevende lid, 83, tweede en vierde lid, 84, tweede en vierde lid, 85, eerste lid, 86, eerste en tweede lid, 87, 91, 94, tweede lid, 96, 99 tot en met 107, 111, 112, 112a, 112b, 113, 115, 115a, 115b, 115c, 115e, 115f, 115g, 115h, 116, 117, 120, eerste en tweede lid, 125, 129, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 143, 145, 146, 147, eerste tot en met derde, vijfde en zesde lid, 150, 150a, eerste en vijfde lid, 150g, tweede lid, 150i, 150j, 150k, 150l, derde en vierde lid, 150m, tweede tot en met achtste en tiende lid, 150p, derde tot en met zesde lid, 150q, tweede en vierde lid, 167, 169, 170, eerste tot en met vierde lid, 171, eerste lid, 172, vijfde lid, 194, 197, 199, 203, derde en vierde lid, 204 en van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3530,15 +3951,13 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**12.** Artikel 54 zoals dat artikel luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel II van de Wet vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioenopbouw blijft van toepassing indien sprake is van een dienstbetrekking die is beëindigd voor de inwerkingtreding van artikel II van die wet.
|
||||
|
||||
**13.** In afwijking van artikel 70, derde lid, is de pensioenuitvoerder verplicht om op verzoek van de pensioengerechtigde die vanaf 8 juli 2015 gebruik is gaan maken van de regeling, bedoeld in artikel 2, negende lid, het deel van het kapitaal dat nog niet is aangewend voor aankoop van een levenslange uitkering over te dragen aan een andere pensioenuitvoerder ten behoeve van de aankoop van een levenslange uitkering.
|
||||
**13.** Artikel 46a, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, onderdelen e en f, is niet van toepassing op informatie en stukken met betrekking tot tijdvakken gelegen voor 1 juli 2016. Indien de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde hierom verzoekt verstrekt de pensioenuitvoerder deze informatie en stukken schriftelijk of elektronisch. Artikel 46a, eerste en tweede lid, is voor gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden van toepassing, indien de werknemer of gewezen werknemer op of na 1 juli 2016 deelnemer was.
|
||||
|
||||
**14.** Artikel 46a, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, onderdelen d en e, is niet van toepassing op informatie en stukken met betrekking tot tijdvakken gelegen voor 1 juli 2016. Indien de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde hierom verzoekt verstrekt de pensioenuitvoerder deze informatie en stukken schriftelijk of elektronisch. Artikel 46a, eerste en tweede lid, is voor gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden van toepassing, indien de werknemer of gewezen werknemer op of na 1 juli 2016 deelnemer was.
|
||||
|
||||
**15.** Indien een verzekeraar en een pensioengerechtigde ter zake van een pensioen waarvan de ingangsdatum is gelegen tussen 1 januari 2014 en 8 juli 2015 en dat is gebaseerd op een premieovereenkomst of een kapitaalovereenkomst, zijn overeengekomen dat de pensioenuitkering wordt omgezet in een kapitaal dat wordt aangewend voor een variabele uitkering, is, in afwijking van artikel 70, derde lid, de verzekeraar die geen variabele uitkeringen uitvoert, verplicht om op verzoek van de pensioengerechtigde het kapitaal over te dragen aan een andere pensioenuitvoerder ten behoeve van de aankoop van een variabele uitkering.
|
||||
**14.** Indien een verzekeraar en een pensioengerechtigde ter zake van een pensioen waarvan de ingangsdatum is gelegen tussen 1 januari 2014 en 8 juli 2015 en dat is gebaseerd op een premieovereenkomst of een kapitaalovereenkomst, zijn overeengekomen dat de pensioenuitkering wordt omgezet in een kapitaal dat wordt aangewend voor een variabele uitkering, is, in afwijking van artikel 70, derde lid, de verzekeraar die geen variabele uitkeringen uitvoert, verplicht om op verzoek van de pensioengerechtigde het kapitaal over te dragen aan een andere pensioenuitvoerder ten behoeve van de aankoop van een variabele uitkering.
|
||||
|
||||
### Artikel 220b
|
||||
|
||||
**1.** Artikel 55, zesde lid, is van toepassing indien de deelneming eindigt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E, van de Wet waardeoverdracht klein pensioen.
|
||||
**1.** Artikel 55, vijfde lid, is van toepassing indien de deelneming eindigt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E, van de Wet waardeoverdracht klein pensioen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de deelneming is geëindigd voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E, van de Wet waardeoverdracht klein pensioen heeft de pensioenuitvoerder het recht om pensioenaanspraken van een gewezen deelnemer te laten vervallen indien op basis van de tot het tijdstip van beëindiging opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum niet meer zal bedragen dan € 2,– per jaar. De pensioenuitvoerder die gebruik maakt van het recht, bedoeld in de eerste zin, informeert de gewezen deelnemers hierover.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3561,6 +3980,142 @@ c. zijn de artikelen 104, derde lid, aanhef en onderdeel d, 115a, derde lid, aan
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 220ca
|
||||
|
||||
Werknemers van 18 jaar of ouder die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen Ca en H, eerste en derde onderdeel, van de Wet toekomst pensioenen niet in de pensioenregeling van hun werkgever deelnemen, omdat zij jonger zijn dan de op basis van de pensioenregeling gehanteerde toetredingsleeftijd, verwerven pensioenaanspraken vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen Ca en H, eerste en derde onderdeel, van de Wet toekomst pensioenen.
|
||||
|
||||
### Artikel 220d
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 14, tweede lid, verwerft een werknemer die werkzaam is in een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel H, van de Wet toekomst pensioenen in minder dan 26 weken arbeid heeft verricht, ouderdomspensioenaanspraken vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel H, van de Wet toekomst pensioenen. Voor de berekening van de termijn van 26 weken is artikel 691, vierde en vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 220e
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 17 mag de door of voor een deelnemer verschuldigde premie tot het moment van beëindiging van de deelneming een met de leeftijd oplopend percentage van het loon dat voor de pensioenberekening in aanmerking wordt genomen bedragen, mits:
|
||||
|
||||
a. op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen sprake was van een premieovereenkomst met een met de leeftijd oplopend premiepercentage of een uitkeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, met een met de leeftijd oplopend premiepercentage ondergebracht bij een verzekeraar;
|
||||
b. de deelneming van de deelnemer reeds was aangevangen waarbij de deelnemer pensioenaanspraken opbouwt, op de dag voordat voor nieuwe deelnemers een pensioenovereenkomst geldt waarbij de premie conform artikel 17 voor alle deelnemers een gelijk percentage van het loon dat voor de pensioenberekening in aanmerking wordt genomen bedraagt, doch uiterlijk op 31 december 2026; en
|
||||
c. de pensioenovereenkomst niet het karakter heeft van een solidaire premieovereenkomst.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op de artikelen 38, eerste lid, en 39, eerste lid, verstrekt de pensioenuitvoerder de deelnemer jaarlijks en bij beëindiging van de deelneming informatie over het hanteren van een met de leeftijd oplopend premiepercentage en de mogelijke effecten bij beëindiging van de deelneming en het aangaan van een nieuwe pensioenovereenkomst. De pensioenuitvoerder stelt deze informatie tevens op zijn website beschikbaar voor de deelnemer.
|
||||
|
||||
**3.** Indien op of na 1 januari 2027 de pensioenovereenkomst zodanig wordt gewijzigd dat de door of voor een deelnemer verschuldigde premie niet langer een met de leeftijd oplopend premiepercentage bedraagt maar een voor alle deelnemers gelijk premiepercentage maakt de werkgever de effecten van de wijziging van de pensioenovereenkomst en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten voor deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden per leeftijdscohort inzichtelijk.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Indien de pensioenovereenkomst na de wijziging, bedoeld in het derde lid, het karakter heeft van een solidaire premieovereenkomst of een flexibele premieovereenkomst met risicodelingsreserve worden de effecten van de wijziging van de pensioenovereenkomst en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, in ieder geval berekend door:
|
||||
|
||||
a. het netto profijt van het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst af te zetten tegen het netto profijt van het wijzigen van de pensioenovereenkomst en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, waarbij het netto profijt het verschil is tussen de marktwaarde van de te verwachten pensioenuitkeringen en de marktwaarde van de toekomstige premie-inleg; en
|
||||
b. de pensioenverwachting bij ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst te vergelijken met de pensioenverwachting bij wijziging van de pensioenovereenkomst en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, waarbij de pensioenverwachting, voor zover het ouderdomspensioen betreft, wordt weergegeven op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Indien de pensioenovereenkomst na de wijziging, bedoeld in het derde lid, het karakter heeft van een flexibele premieovereenkomst zonder risicodelingsreserve of een premie-uitkeringsovereenkomst, dan worden de effecten van de wijziging van de pensioenovereenkomst en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, in ieder geval berekend door:
|
||||
|
||||
a. het bruto profijt van het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst af te zetten tegen het bruto profijt van het wijzigen van de pensioenovereenkomst en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, waarbij het bruto profijt de contante waarde van de toekomstige premie-inleg is; en
|
||||
b. de pensioenverwachting bij ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst te vergelijken met de pensioenverwachting bij wijziging van de pensioenovereenkomst en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, waarbij de pensioenverwachting, voor zover het ouderdomspensioen betreft, wordt weergegeven op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
**7.** Artikel 150e, zevende en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 220f
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De artikelen 60, vierde en vijfde lid, en 62, eerste lid, zijn met betrekking tot pensioenaanspraken opgebouwd in:
|
||||
|
||||
a. premieovereenkomsten van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2005 zijn opgebouwd; en
|
||||
b. uitkeringsovereenkomsten en kapitaalovereenkomsten, zoals gedefinieerd in artikel 1, zoals dat artikel luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2002 zijn opgebouwd.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 60, vierde en vijfde lid, en 62, eerste lid, kunnen van toepassing zijn op pensioenaanspraken die voor de in het eerste lid genoemde data zijn opgebouwd indien dit is overeengekomen in de pensioenovereenkomst.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 66, achtste lid, is van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2005 zijn opgebouwd.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 69, vijfde lid, is van toepassing op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd vanaf 1 januari 2015 en kan van toepassing zijn op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2015 indien dit in de pensioenovereenkomst is overeengekomen.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De artikelen 76, vierde lid, 83, tweede lid, onderdeel b, 84, tweede lid, onderdeel b, en 150m, achtste lid, zijn met betrekking tot pensioenaanspraken die zijn opgebouwd in:
|
||||
|
||||
a. premieovereenkomsten van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2005 zijn opgebouwd;
|
||||
b. kapitaalovereenkomsten, zoals gedefinieerd in artikel 1, zoals dat artikel luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2005 zijn opgebouwd; en
|
||||
c. uitkeringsovereenkomsten, zoals gedefinieerd in artikel 1, zoals dat artikel luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2002 zijn opgebouwd.
|
||||
|
||||
**6.** Artikel 76, vierde lid, kan van toepassing zijn op pensioenaanspraken die voor de in het vijfde lid genoemde data zijn opgebouwd indien dit is overeengekomen in de pensioenovereenkomst.
|
||||
|
||||
**7.** De artikelen 80, eerste lid, onderdeel b, 81, eerste lid, onderdeel a, en 81a, derde lid, zijn van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2005 zijn opgebouwd en kunnen van toepassing zijn op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2005 indien dit is overeengekomen in de pensioenovereenkomst.
|
||||
|
||||
**8.** Voor de toepassing van de artikelen 83, 84 en 150m is op pensioenaanspraken die voor de in het vijfde lid genoemde data zijn opgebouwd de eis van individuele actuariële gelijkwaardigheid, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van toepassing, tenzij in de pensioenovereenkomst is overeengekomen dat de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 83, tweede lid, onderdeel b, 84, tweede lid, onderdeel b, of 150m, achtste lid, van toepassing zijn.
|
||||
|
||||
**9.** Voor zover het bij de toepassing van de artikelen 80, eerste lid, 81, eerste lid, 81a, eerste en tweede lid, 83, eerste lid, 84, eerste lid, of 150m, eerste lid, pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die pensioenaanspraken worden opgebouwd zijn de artikelen 80, eerste lid, onderdeel b, 81, eerste lid, onderdeel a, 81a, derde lid, 83, tweede lid, onderdeel b, 84, tweede lid, onderdeel b, of 150m, achtste lid, van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2002.
|
||||
|
||||
### Artikel 220g
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder overgangstijdstip verstaan: het tijdstip waarop de pensioenuitvoerder overgaat op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst om te voldoen aan de regels omtrent het nabestaandenpensioen zoals geïntroduceerd met de Wet toekomst pensioenen maar uiterlijk 1 januari 2027.
|
||||
|
||||
**2.** Een persoon die vóór het overgangstijdstip kwalificeerde als partner zoals gedefinieerd in artikel 1, zoals dat artikel luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, van de Wet toekomst pensioenen blijft als partner in de zin van deze wet aangemerkt zo lang de betreffende relatie tussen de persoon en de werknemer of gewezen werknemer wordt voortgezet.
|
||||
|
||||
**3.** Een persoon die voor het overgangstijdstip als partner aanspraakgerechtigde was voor partnerpensioen op opbouwbasis blijft aanspraakgerechtigde voor de tot het overgangstijdstip opgebouwde aanspraak op partnerpensioen, met inachtneming van artikel 57.
|
||||
|
||||
**4.** Een partner of gewezen partner in de zin van de pensioenovereenkomst komt niet in aanmerking voor een partnerpensioen of, zo nodig in afwijking van artikel 57, een bijzonder partnerpensioen op basis van partnerpensioen dat is opgebouwd voor het overgangstijdstip in een pensioenregeling zonder partnerpensioen voor partners in de zin van de pensioenovereenkomst of in een pensioenregeling met een partnerbegrip waaraan deze partner of gewezen partner niet voldeed of zou hebben voldaan.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 16, eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing op een wezenpensioen waarvan de ingangsdatum ligt voor het overgangstijdstip of dat is opgebouwd voor het overgangstijdstip.
|
||||
|
||||
**6.** Artikel 55, vierde lid, zoals dat komt te luiden na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel GG, onder 4, van de Wet toekomst pensioenen en artikel 61a zijn van toepassing indien het einde van de deelneming ligt vanaf het overgangstijdstip.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 220h
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 10 kan opbouw van pensioenaanspraken op grond van een uitkeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, ook vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen worden voortgezet indien:
|
||||
|
||||
a. de uitkeringsovereenkomst wordt uitgevoerd door een pensioenfonds dat een beëindigde pensioenregeling uitvoert en de onderneming van de werkgever heeft opgehouden te bestaan;
|
||||
b. het pensioenaanspraken voor ouderdomspensioen betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die pensioenaanspraken worden opgebouwd; en
|
||||
c. het recht op de premievrije voortzetting is ontstaan voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien sprake is van premievrije voortzetting in de omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, kan, in afwijking van artikel 16 en artikel 220g, de regeling van het nabestaandenpensioen ongewijzigd worden voortgezet.
|
||||
|
||||
### Artikel 220ha
|
||||
|
||||
**1.** Indien het verwerven van pensioenaanspraken op grond van een uitkeringsovereenkomst, kapitaalovereenkomst of premieovereenkomst als bedoeld in artikel 1, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, wordt uitgevoerd door een verzekeraar, dan kan de verwerving vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen worden voortgezet indien voldaan wordt aan de voorwaarden uit het tweede lid. Bij toepassing van de eerste zin kan van artikel 10 worden afgeweken.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het verwerven van pensioenaanspraken, bedoeld in het eerste lid, kan worden voortgezet indien:
|
||||
|
||||
a. de pensioenaanspraken worden verworven als gevolg van premievrije voortzetting vanwege arbeidsongeschiktheid van de werknemer of gewezen werknemer, waarop recht bestaat na afloop van de periode, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Ziektewet of, indien de werknemer of gewezen werknemer een uitkering uit hoofde van de Ziektewet ontvangt, na afloop van de periode, bedoeld in artikel 29, vijfde en tiende lid, van de Ziektewet; en
|
||||
b. het recht op premievrije voortzetting vanwege arbeidsongeschiktheid is ingegaan:
|
||||
|
||||
1°. voor het tijdstip dat de verzekeraar overgaat op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst als bedoeld in artikel 220i; of
|
||||
2°. nadat de deelneming vanwege een individuele beëindiging van de dienstbetrekking voor afloop van de periode, bedoeld in onderdeel a, is beëindigd waarbij op het moment van einde deelneming de verzekeraar nog niet is overgegaan op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst als bedoeld in artikel 220i en het recht op premievrije voortzetting uiterlijk op 31 december 2028 is ontstaan.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de opbouw van pensioenaanspraken in een premieovereenkomst als bedoeld in artikel 1, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, uitgevoerd door een premiepensioeninstelling waarbij premievrije voortzetting van deze opbouw vanwege arbeidsongeschiktheid van de werknemer of gewezen werknemer is verzekerd bij een verzekeraar.
|
||||
|
||||
Bij deze verzekerde premievrije voortzetting voldoet de verzekeraar de verschuldigde premie aan de premiepensioeninstelling indien voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 220hb
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 54, tweede lid, geldt een termijn van vijftien jaar, voor de deelnemer die gewezen werknemer is geworden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, en die gedurende die termijn winst uit onderneming geniet als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
|
||||
### Artikel 220i
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Pensioenwet, zoals die luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, blijft van toepassing tot het tijdstip dat de pensioenuitvoerder overgaat op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst, maar uiterlijk tot 1 januari 2027. In afwijking van de vorige zin zijn vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen A, B, eerste en derde onderdeel, Ca, H, K, L, X, Y, Z, AA, BB, CC, FFa, ZZ, BBB, BBBa, CCC, DDD, NNN, RRR, SSS, QQQ en UUU van de Wet toekomst pensioenen van toepassing:
|
||||
|
||||
a. de artikelen 1, voor zover relevant voor de in dit lid genoemde artikelen en hoofdstukken, 2, voor zover het betreft de nadere duiding van de pensioenovereenkomst, 8, 14, 19, 20, 48, 48a, 48b, 48c, 49, 50, 51, 51a, 54, 102a, 112b, 115, 115a, voor zover het betreft het toevoegen van adviesrecht voor reglementen, de bevoegdheid een oordeel te geven over de keuzes die van invloed zijn op de uitvoeringskosten en het oordeel dat de gemaakte uitvoeringskosten bevat, 115c, met dien verstande dat er zowel goedkeuringsrecht is voor de premie als de solidariteitsreserve, 144, 151, 176, voor zover relevant voor de in dit lid genoemde artikelen en hoofdstukken, 220ca, 220d, 220e, 220f, voor zover het betreft het overgangsrecht voor artikel 150m, 220g, 220h, 220ha en 220hb en dit artikel; en
|
||||
b. de hoofdstukken 6a en 6b.
|
||||
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder vermeldt het tijdstip van overgang op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst op zijn website en meldt het aan de toezichthouder.
|
||||
|
||||
**3.** Bij uitvoering van een pensioenregeling waarop de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving van toepassing is door een pensioeninstelling uit een andere lidstaat, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing voor zover het de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving betreft en is het tweede lid van overeenkomstige toepassing voor zover het betreft de vermelding van het tijdstip van overgang op de website.
|
||||
|
||||
### Artikel 221
|
||||
|
||||
Onze Minister zendt binnen drie jaar na inwerkingtreding van de Wet verbeterde premieregeling aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue