2012-09-27 | BWBR0032017 | Beleidsregel locatie veldproef gg-gewassen
This commit is contained in:
parent
c9bf7ed11e
commit
2d4234df46
1 changed files with 98 additions and 0 deletions
|
|
@ -0,0 +1,98 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Beleidsregel locatie veldproef gg-gewassen
|
||||
bwb_id: BWBR0032017
|
||||
type: beleidsregel
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2012-09-27'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0032017
|
||||
citeertitel: Beleidsregel locatie veldproef gg-gewassen
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Beleidsregel locatie veldproef gg-gewassen
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *Attenderingszone:* het gebied dat is gelegen rondom de buitenste begrenzing van het kadastrale perceel waarop een veldproef plaatsvindt en wordt begrensd door de grootte van de isolatieafstand;
|
||||
b. *Besluit:*
|
||||
Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer;
|
||||
c. *Bloeiperiode:* de periode vanaf het moment waarop de eerste genetisch gemodificeerde plant op het proefobject de eerste bloeiwijze vormt tot het moment waarop de laatste bloeiwijze is afgestorven;
|
||||
d. *Categorie 1, categorie 2, categorie 3:* Categorie 1, categorie 2 onderscheidenlijk categorie 3 als bedoeld in advies CGM/081125-02 van 25 november 2008 van de Commissie genetische modificatie;
|
||||
e. *Gg-gewas:* genetisch gemodificeerd gewas;
|
||||
f. *Grootte van de aangevraagde locatie:* de aangevraagde maximale omvang van het proefobject;
|
||||
g. *Isolatieafstand:* de afstand vanaf de buitenste begrenzing van het proefobject waarbinnen geen commerciële teelt van hetzelfde, niet genetisch gemodificeerde, gewas mag voorkomen;
|
||||
h. *Isolatiezone:* het gebied dat is gelegen rondom de buitenste begrenzing van het proefobject en wordt begrensd door de grootte van de isolatieafstand;
|
||||
i. *Kadastraal perceel:* een met een kadastrale aanduiding (ingemeten door en geregistreerd bij het Kadaster) gekenmerkt perceel;
|
||||
j. *Proefobject:* grondstuk waarop de in de aanvraag om een vergunning omschreven planten worden gezaaid, geplant of ondergewerkt, en dat wordt begrensd door de plaatsing van de in die aanvraag beschreven planten, daaronder mede begrepen niet-genetisch gemodificeerde planten die deel uitmaken van de proef;
|
||||
k. *Veldproef:* introductie in het milieu van een gg-gewas, niet zijnde in de handel brengen;
|
||||
l. *Vergunning:* vergunning als bedoeld in artikel 23 in samenhang met artikel 24 van het Besluit die betrekking heeft op de uitvoering van een veldproef.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien een veldproef wordt ingedeeld in categorie 1, bevat de aanvraag om een vergunning voor die veldproef:
|
||||
|
||||
a. een topografische kaart, en
|
||||
b. een kadasterkaart,
|
||||
|
||||
waarop is aangegeven de geografische ligging van het kadastrale perceel of de kadastrale percelen waarbinnen het proefobject of de proefobjecten is onderscheidenlijk zijn gelegen.
|
||||
|
||||
**2.** Per locatie van een categorie 1 veldproef wordt in principe één kadastraal perceel aangevraagd waarbinnen het proefobject is gelegen. Voor zover dit nodig is, bijvoorbeeld met het oog op het roteren van de teelt, mag in de aanvraag voor een proefobject meer dan één kadastraal perceel worden aangegeven, mits deze percelen aan elkaar grenzen en de aanvrager over al deze percelen de zeggenschap heeft.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien de veldproef wordt ingedeeld in categorie 2 of categorie 3, bevat de aanvraag om een vergunning voor die veldproef:
|
||||
|
||||
a. de grootte van de aangevraagde locatie;
|
||||
b. een topografische kaart waarop is aangegeven een raster dat maximaal 100 x zo groot is als de aangevraagde locatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
Indien rondom een proefobject van categorie 1 een isolatiezone in acht moet worden genomen, wordt in de aanvraag om een vergunning een attenderingszone aangegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
Indien de aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een veldproef met een gg-gewas zonder wilde verwanten in Nederland waarmee het gg-gewas levensvatbare nakomelingen kan krijgen, worden aan de vergunning voorschriften met betrekking tot de controle op de naleving verbonden van de navolgende strekking:
|
||||
|
||||
1. Indien een isolatiezone moet worden gehanteerd, oefent de houder van de vergunning op zorgvuldige wijze controle uit op de naleving van de voorschriften met betrekking tot die isolatiezone.
|
||||
2. De controle is met name gericht op de percelen binnen de isolatiezone ten aanzien waarvan de houder van de vergunning niet de zeggenschap heeft, en waar teelt van het uitgesloten gewas mogelijk is en planologisch is toegelaten. De controle houdt ten aanzien van elk van deze percelen ten minste in:
|
||||
|
||||
a. indien de houder van de vergunning een schriftelijke overeenkomst heeft met degene die de zeggenschap heeft over het perceel, waarin deze zich verbindt tot het inachtnemen van de voorschriften met betrekking tot de isolatiezone: een eenmalige controle vóór aanvang van de bloeiperiode van het gg-gewas;
|
||||
b. indien de houder van de vergunning geen overeenkomst heeft als bedoeld onder a: tweewekelijkse controle gedurende de periode waarbinnen de planten op het proefobject aanwezig zijn.
|
||||
3. De houder van de vergunning voegt elke overeenkomst als bedoeld in het tweede lid bij het logboek dat hij bijhoudt van de voortgang van de werkzaamheden. Voorts tekent hij de resultaten van elke controle aan in het logboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Indien de aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een veldproef met een gg-gewas zonder wilde verwanten in Nederland waarmee het gg-gewas levensvatbare nakomelingen kan krijgen, worden aan de vergunning voorschriften voor het geval van geconstateerde niet-naleving verbonden van de navolgende strekking:
|
||||
|
||||
1. Indien de houder van de vergunning vaststelt dat niet wordt voldaan aan een of meer voorschriften met betrekking tot de isolatiezone:
|
||||
|
||||
a. stelt hij onverwijld de Minister van Infrastructuur en Milieu op de hoogte, en
|
||||
b. draagt hij er zorg voor dat naleving van de voorschriften wordt hersteld binnen zeven dagen, maar uiterlijk voor aanvang van de bloeiperiode.
|
||||
2. Indien de houder van de vergunning er niet in slaagt de naleving van de voorschriften tijdig te herstellen, rooit hij onverwijld het gg-gewas.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel locatie veldproef gg-gewassen.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
|
||||
|
||||
## Bijlage 1. Enige passages uit uitspraak C-552/07 van het Europese Hof, en de daaraan voorafgaande conclusie van de advocaat-generaal bij het Hof
|
||||
|
||||
## Bijlage 2. Enige passages uit uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak
|
||||
|
||||
De volgende passages illustreren de lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak:
|
||||
|
||||
## Bijlage 3. Enkele kaartjes ter toelichting op de isolatiezone en de attenderingszone.
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
Per locatie van een categorie 1-veldproef wordt in principe één kadastraal perceel aangevraagd waarbinnen het proefobject is gelegen. De ligging van het proefobject binnen het kadastrale perceel kan van jaar tot jaar verschillen. Daardoor is ten tijde van de aanvraag de precieze ligging van de isolatiezone niet bekend. Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag wordt daarom uitgegaan van de attenderingszone. De attenderingszone geeft het maximale gebied aan waar de isolatiezone kan komen te liggen en is voor elke vergunde locatie gedurende de looptijd van de vergunning gelijk. Bij deze zone behoort een attenderingsafstand. De attenderingsafstand wordt gemeten vanuit de grens van het kadastrale perceel, en is in meters gelijk aan de isolatieafstand die ingevolge de milieurisicobeoordeling ter plaatse moet worden gehanteerd.
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
Van belang is of de attenderingszone (of jaarlijks de isolatiezone) gelegen is op een terrein waar de aanvrager geen zeggenschap over heeft en dus medewerking van derden nodig zou hebben. Om zicht te krijgen in hoeverre dat het geval is, wordt de aanvrager verzocht om al bij de aanvraag per kadastraal perceel waarbinnen het proefobject is gelegen, aan te geven of hij zeggenschap heeft over de attenderingszone, of een deel hiervan. In het geval dat de attenderingszone niet geheel gelegen is op het terrein waarover de aanvrager zeggenschap heeft, dan wordt de aanvrager verzocht aan te geven of er teelt van het uitgesloten gewas kan plaatsvinden binnen de attenderingszone. Wanneer de isolatiezone in een betreffend jaar daadwerkelijk gelegen zal zijn op een perceel waarover de vergunninghouder geen zeggenschap heeft en waar de teelt van het uitgesloten gewas mogelijk is en planologisch is toegelaten, dan zal hij voor dat perceel afspraken moeten maken met degene die zeggenschap heeft over dat perceel of moeten controleren op de afwezigheid van het uitgesloten gewas.
|
||||
Loading…
Add table
Reference in a new issue