2008-07-04 | BWBR0011478 | Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten

This commit is contained in:
Coornhert 2008-07-04 12:00:00 +00:00
parent 17ba9b845c
commit 2d6268e540

View file

@ -16,96 +16,56 @@ citeertitel: Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. WAO: Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. Waz: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen;
c. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten;
d. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen;
e. verzekerde: de verzekerde, bedoeld in artikel 3 van de Waz;
f. jonggehandicapte: de jonggehandicapte, bedoeld in artikel 5 van de Wajong.
a. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. Waz: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
c. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
d. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
e. verzekerde: de verzekerde in de zin van de Wet WIA of de WAO;
f. jonggehandicapte: de jonggehandicapte, bedoeld in artikel 5 van de Wajong;
g. aangiftetijdvak: aangiftetijdvak, bedoeld in artikel 1 van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen;
h. refertejaar: refertejaar, bedoeld in artikel 1 van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen;
i. maatgevende arbeid: uitgeoefende arbeid door gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring, als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de WAO, artikel 2, eerste lid, van de Wajong, en in artikel 1, onder maatmaninkomen, van de Wet WIA;
j. loondervingsuitkeringen: loondervingsuitkeringen, bedoeld in artikel 1 van het Inkomensbesluit Wet WIA, alsmede de uitkeringen op grond van de Wet WIA, de WAO, de Waz en de Wajong en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, die daarmee naar hun strekking overeenkomen.
### Artikel 2
**1.** De arbeidsongeschiktheidsbeoordeling, bedoeld in de WAO, de Waz en de
Wajong en de beoordeling van volledige en duurzame
arbeidsongeschiktheid of de mate van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid, bedoeld in
de Wet WIA, worden gebaseerd op een
verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een arbeidsdeskundig onderzoek.
**1.** De arbeidsongeschiktheidsbeoordeling, bedoeld in de WAO, de Waz en de Wajong en de beoordeling van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid of de mate van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid, bedoeld in de Wet WIA, worden gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een arbeidsdeskundig onderzoek.
**2.**
Van het arbeidsdeskundig onderzoek kan worden afgezien:
a. gedurende de periode waarin uit het verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt
dat betrokkene geen benutbare mogelijkheden heeft;
b. indien uit het verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene
benutbare mogelijkheden heeft maar dat hij die mogelijkheden naar verwachting
binnen drie maanden zal verliezen, en dit verlies in een
verzekeringsgeneeskundig onderzoek wordt vastgesteld;
c. indien uit verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene benutbare
mogelijkheden heeft maar dat hij wegens zijn terminale ziekte een zodanig
slechte levensverwachting heeft dat hij die mogelijkheden naar verwachting
binnen afzienbare termijn zal verliezen, en dit verlies in een
verzekeringsgeneeskundig onderzoek wordt vastgesteld;
d. indien uit verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene zodanig
wisselend belastbaar is voor arbeid dat betrokkene geen benutbare mogelijkheden
heeft.
a. gedurende de periode waarin uit het verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene geen benutbare mogelijkheden heeft;
b. indien uit het verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene benutbare mogelijkheden heeft maar dat hij die mogelijkheden naar verwachting binnen drie maanden zal verliezen, en dit verlies in een verzekeringsgeneeskundig onderzoek wordt vastgesteld;
c. indien uit verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene benutbare mogelijkheden heeft maar dat hij wegens zijn terminale ziekte een zodanig slechte levensverwachting heeft dat hij die mogelijkheden naar verwachting binnen afzienbare termijn zal verliezen, en dit verlies in een verzekeringsgeneeskundig onderzoek wordt vastgesteld;
d. indien uit verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene zodanig wisselend belastbaar is voor arbeid dat betrokkene geen benutbare mogelijkheden heeft.
**3.** Indien uit het verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene geen
benutbare mogelijkheden heeft maar betrokkene die mogelijkheden naar verwachting na
verloop van een periode wel zal hebben, vindt na verloop van die periode opnieuw een
verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaats.
**3.** Indien uit het verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene geen benutbare mogelijkheden heeft maar betrokkene die mogelijkheden naar verwachting na verloop van een periode wel zal hebben, vindt na verloop van die periode opnieuw een verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaats.
**4.** Het wisselend belastbaar zijn voor arbeid, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d,
wordt ten minste drie maal in een verzekeringsgeneeskundig onderzoek
vastgesteld.
**4.** Het wisselend belastbaar zijn voor arbeid, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, wordt ten minste drie maal in een verzekeringsgeneeskundig onderzoek vastgesteld.
**5.**
Benutbare mogelijkheden als bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid zijn
alleen dan niet aanwezig indien:
Benutbare mogelijkheden als bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid zijn alleen dan niet aanwezig indien:
a. betrokkene is opgenomen in een ziekenhuis of in een instelling als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdeel f,
van de Wet toelating zorginstellingen die zorg verleent waarop
aanspraak bestaat ingevolge de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten, met uitzondering van een inrichting waar
geestelijk gestoorde delinquenten van overheidswege verpleegd worden;
a. betrokkene is opgenomen in een ziekenhuis of in een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet toelating zorginstellingen die zorg verleent waarop aanspraak bestaat ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, met uitzondering van een inrichting waar geestelijk gestoorde delinquenten van overheidswege verpleegd worden;
b. betrokkene bedlegerig is;
c. betrokkene voor het uitvoeren van activiteiten van het dagelijks leven dermate
afhankelijk is dat hij lichamelijk niet zelfredzaam is; of
d. betrokkene als gevolg van een ernstige psychische stoornis in zijn
zelfverzorging, in zijn directe samenlevingsverband alsook in zijn sociale
contacten, waaronder zijn werkrelaties, niet of dermate minimaal functioneert
dat hij psychisch niet zelfredzaam is.
c. betrokkene voor het uitvoeren van activiteiten van het dagelijks leven dermate afhankelijk is dat hij lichamelijk niet zelfredzaam is; of
d. betrokkene als gevolg van een ernstige psychische stoornis in zijn zelfverzorging, in zijn directe samenlevingsverband alsook in zijn sociale contacten, waaronder zijn werkrelaties, niet of dermate minimaal functioneert dat hij psychisch niet zelfredzaam is.
**6.** Van het arbeidsdeskundig onderzoek kan worden afgezien indien de verzekeringsarts
vaststelt dat betrokkene niet ongeschikt is tot het verrichten van zijn laatstelijk
uitgeoefende arbeid.
**6.** Van het arbeidsdeskundig onderzoek kan worden afgezien indien de verzekeringsarts vaststelt dat betrokkene niet ongeschikt is tot het verrichten van zijn laatstelijk uitgeoefende arbeid.
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels
worden gesteld.
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld.
## Hoofdstuk 2. Het verzekeringsgeneeskundig onderzoek
### Artikel 3
**1.** Het verzekeringsgeneeskundig onderzoek strekt ertoe vast te stellen of betrokkene
ten gevolge van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling ongeschikt is tot
werken.
**1.** Het verzekeringsgeneeskundig onderzoek strekt ertoe vast te stellen of betrokkene ten gevolge van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling ongeschikt is tot werken.
**2.** Daarbij onderzoekt de verzekeringsarts of bij betrokkene sprake is van
vermindering of verlies van lichamelijke of psychische structuur of functie, die
vermindering of verlies van normale gedragingen en activiteiten en van normale
sociale rolvervulling tot gevolg heeft.
**2.** Daarbij onderzoekt de verzekeringsarts of bij betrokkene sprake is van vermindering of verlies van lichamelijke of psychische structuur of functie, die vermindering of verlies van normale gedragingen en activiteiten en van normale sociale rolvervulling tot gevolg heeft.
**3.** Tevens stelt de verzekeringsarts vast welke beperkingen betrokkene in zijn
functioneren in arbeid ondervindt ten gevolge van het verlies of vermindering van
vermogens, bedoeld in het tweede lid, alsmede in welke mate betrokkene belastbaar is
voor arbeid.
**3.** Tevens stelt de verzekeringsarts vast welke beperkingen betrokkene in zijn functioneren in arbeid ondervindt ten gevolge van het verlies of vermindering van vermogens, bedoeld in het tweede lid, alsmede in welke mate betrokkene belastbaar is voor arbeid.
### Artikel 4
@ -113,17 +73,11 @@ d. betrokkene als gevolg van een ernstige psychische stoornis in zijn
Het verzekeringsgeneeskundig onderzoek voldoet aan de volgende vereisten:
a. de gebruikte onderzoeksmethoden, argumentatie, bevindingen en conclusies van
het verzekeringsgeneeskundig onderzoek worden schriftelijk vastgelegd;
b. een door een andere verzekeringsarts uitgevoerd verzekeringsgeneeskundig
onderzoek zal tot dezelfde bevindingen en conclusies kunnen leiden;
c. de redeneringen en conclusies van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zijn
vrij van innerlijke tegenspraak.
a. de gebruikte onderzoeksmethoden, argumentatie, bevindingen en conclusies van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek worden schriftelijk vastgelegd;
b. een door een andere verzekeringsarts uitgevoerd verzekeringsgeneeskundig onderzoek zal tot dezelfde bevindingen en conclusies kunnen leiden;
c. de redeneringen en conclusies van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zijn vrij van innerlijke tegenspraak.
**2.** De vaststellingen en het onderzoek, bedoeld in artikel 3, geschieden aan de
hand van algemeen aanvaarde verzekeringsgeneeskundige onderzoeksmethoden die gericht
zijn op het kunnen vaststellen van ongeschiktheid tot werken als gevolg van ziekte,
gebrek, zwangerschap of bevalling.
**2.** De vaststellingen en het onderzoek, bedoeld in artikel 3, geschieden aan de hand van algemeen aanvaarde verzekeringsgeneeskundige onderzoeksmethoden die gericht zijn op het kunnen vaststellen van ongeschiktheid tot werken als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling.
## Hoofdstuk 3. Het arbeidsdeskundig onderzoek
@ -131,210 +85,101 @@ c. de redeneringen en conclusies van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zijn
Het arbeidsdeskundig onderzoek strekt tot vaststelling van:
a. de mate van arbeidsongeschiktheid, bedoeld in artikel 18 van de WAO, zoals dit
artikel luidt sinds 1 augustus 1993, artikel 2 van de Waz en artikel 2 van de Wajong;
b. volledige arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 4 van de Wet WIA; dan
wel
a. de mate van arbeidsongeschiktheid, bedoeld in artikel 18 van de WAO, zoals dit artikel luidt sinds 1 augustus 1993, artikel 2 van de Waz en artikel 2 van de Wajong;
b. volledige arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 4 van de Wet WIA; dan wel
c. de mate van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid, bedoeld in artikel 5 van de Wet WIA.
Daartoe wordt het maatmaninkomen per uur van betrokkene vergeleken met hetgeen hij
met arbeid kan verdienen.
Daartoe wordt het maatmaninkomen per uur van betrokkene vergeleken met hetgeen hij met arbeid kan verdienen.
### Paragraaf 1. Maatmaninkomen
### Artikel 6
**1.** Het maatmaninkomen WAO is het inkomen per uur dat gezonde personen, bedoeld in
artikel 18, eerste lid, van de
WAO, met arbeid gewoonlijk verdienen.
**1.** Het maatmaninkomen WAO is het inkomen per uur dat gezonde personen, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de WAO, met arbeid gewoonlijk verdienen.
**2.** Het maatmaninkomen Waz is het inkomen per uur dat gezonde personen, bedoeld in
artikel 2, eerste lid, van de
Waz, met arbeid als verzekerde gewoonlijk verdienen.
**2.** Het maatmaninkomen Waz is het inkomen per uur dat gezonde personen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Waz, met arbeid als verzekerde, bedoeld in artikel 3 van de Waz gewoonlijk verdienen.
**3.**
Het maatmaninkomen Wajong is voor de jonggehandicapte die:
a. geen inkomsten uit arbeid geniet, 108% van het bedrag dat voor een werknemer
van dezelfde leeftijd geldt als minimumloon per uur op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
b. inkomsten uit arbeid geniet, het inkomen dat een niet-jonggehandicapt
persoon van dezelfde leeftijd met de door de jonggehandicapte feitelijk
verrichte arbeid gedurende de normale, volledige werkweek, per uur zou
verdienen.
a. geen inkomsten uit arbeid geniet, 108% van het bedrag dat voor een werknemer van dezelfde leeftijd geldt als minimumloon per uur op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
b. inkomsten uit arbeid geniet, het inkomen dat een niet-jonggehandicapt persoon van dezelfde leeftijd met de door de jonggehandicapte feitelijk verrichte arbeid gedurende de normale, volledige werkweek, per uur zou verdienen.
**4.**
Het maatmaninkomen van de jonggehandicapte, bedoeld in het derde lid, wordt
hoger gesteld, en ten minste op een bedrag gelijk aan anderhalf maal het bedrag
dat voor de belanghebbende geldt als minimumloon per uur op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, indien de
jonggehandicapte:
Het maatmaninkomen van de jonggehandicapte, bedoeld in het derde lid, wordt hoger gesteld, en ten minste op een bedrag gelijk aan anderhalf maal het bedrag dat voor de belanghebbende geldt als minimumloon per uur op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, indien de jonggehandicapte:
a. arbeidsongeschikt is geworden binnen een jaar onmiddellijk voorafgaande aan
het behalen van een diploma, dan wel na het behalen van een diploma, aan een
beroepsgerichte opleiding die opleidt voor een beroep waarvan het
aanvangssalaris ten minste gelijk is aan anderhalf maal het bedrag dat voor
een werknemer van dezelfde leeftijd geldt als minimumloon op grond van de
Wet minimumloon en
minimumvakantiebijslag;
b. tijdens de arbeidsongeschiktheid doch uiterlijk op de dag dat hij de
leeftijd van 30 jaar bereikt, een diploma behaalt van een beroepsgerichte
opleiding die opleidt voor een beroep waarvan het aanvangssalaris ten minste
gelijk is aan anderhalf maal het bedrag dat voor een werknemer van dezelfde
leeftijd geldt als minimumloon op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
a. arbeidsongeschikt is geworden binnen een jaar onmiddellijk voorafgaande aan het behalen van een diploma, dan wel na het behalen van een diploma, aan een beroepsgerichte opleiding die opleidt voor een beroep waarvan het aanvangssalaris ten minste gelijk is aan anderhalf maal het bedrag dat voor een werknemer van dezelfde leeftijd geldt als minimumloon op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
b. tijdens de arbeidsongeschiktheid doch uiterlijk op de dag dat hij de leeftijd van 30 jaar bereikt, een diploma behaalt van een beroepsgerichte opleiding die opleidt voor een beroep waarvan het aanvangssalaris ten minste gelijk is aan anderhalf maal het bedrag dat voor een werknemer van dezelfde leeftijd geldt als minimumloon op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
**5.** Indien de vaststelling van het maatmaninkomen met toepassing van het vierde lid
tot een hoger maatmaninkomen leidt dan de vaststelling van het maatmaninkomen met
toepassing van het derde lid, wordt uitgegaan van het eerstgenoemde
maatmaninkomen.
**5.** Indien de vaststelling van het maatmaninkomen met toepassing van het vierde lid tot een hoger maatmaninkomen leidt dan de vaststelling van het maatmaninkomen met toepassing van het derde lid, wordt uitgegaan van het eerstgenoemde maatmaninkomen.
**6.** In de gevallen waarin artikel 43a van
de WAO, artikel 19 van
de Wajong, artikel 48,
eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, 50, eerste lid, aanhef en onderdeel
b, of 55, eerste lid,
aanhef en onderdelen b en c, van de Wet WIA toepassing vindt, alsmede
in de gevallen waarin dat niet het geval is omdat artikel 29b van de Ziektewet
toepassing kan vinden, wordt het maatmaninkomen niet lager vastgesteld dan het
maatmaninkomen dat voor de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid of
mate van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid in aanmerking zou worden genomen indien
de uitkering niet zou zijn ingetrokken, dan wel indien aan het einde van de
wachttijd, bedoeld in artikel 19 van
de WAO, artikel 6 van de
Wajong of artikel 23 van
de Wet WIA, recht zou hebben bestaan op een dergelijke uitkering.
**6.** In de gevallen waarin artikel 43a van de WAO, artikel 19 van de Wajong, artikel 48, eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, 50, eerste lid, aanhef en onderdeel b, of 55, eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, van de Wet WIA toepassing vindt, alsmede in de gevallen waarin dat niet het geval is omdat artikel 29b van de Ziektewet toepassing kan vinden, wordt het maatmaninkomen niet lager vastgesteld dan het maatmaninkomen dat voor de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid of mate van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid in aanmerking zou worden genomen indien de uitkering niet zou zijn ingetrokken, dan wel indien aan het einde van de wachttijd, bedoeld in artikel 19 van de WAO, artikel 6 van de Wajong of artikel 23 van de Wet WIA, recht zou hebben bestaan op een dergelijke uitkering.
**7.** In de gevallen waarin, na eerdere intrekking van een uitkering op grond van de
WAO, de Wajong
of de Wet WIA, dan wel na het eerder
niet toekennen van een uitkering aan het einde van de wachttijd, bedoeld in
artikel 19 van de WAO, artikel 6 van de Wajong of
artikel 23 van de Wet WIA, bij
de vaststelling van het maatmaninkomen wordt uitgegaan van arbeid op basis waarvan
voor de betrokkene reeds eerder een maatmaninkomen is vastgesteld, wordt het
maatmaninkomen vastgesteld op het maatmaninkomen dat voor de vaststelling van de
mate van arbeidsongeschiktheid of mate van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid in
aanmerking zou worden genomen indien de uitkering niet zou zijn ingetrokken, dan
wel indien aan het einde van de genoemde wachttijd recht zou hebben bestaan op een
dergelijke uitkering.
**7.** In de gevallen waarin, na eerdere intrekking van een uitkering op grond van de WAO, de Wajong of de Wet WIA, dan wel na het eerder niet toekennen van een uitkering aan het einde van de wachttijd, bedoeld in artikel 19 van de WAO, artikel 6 van de Wajong of artikel 23 van de Wet WIA, bij de vaststelling van het maatmaninkomen wordt uitgegaan van arbeid op basis waarvan voor de betrokkene reeds eerder een maatmaninkomen is vastgesteld, wordt het maatmaninkomen vastgesteld op het maatmaninkomen dat voor de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid of mate van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid in aanmerking zou worden genomen indien de uitkering niet zou zijn ingetrokken, dan wel indien aan het einde van de genoemde wachttijd recht zou hebben bestaan op een dergelijke uitkering.
### Artikel 6a
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld in verband met de
vaststelling van het maatmaninkomen ten behoeve van de vaststelling, bedoeld in
artikel 5.
Vervallen
### Artikel 7
Nadat een eerste beoordeling in verband met de vaststelling, bedoeld in artikel 5, heeft
plaatsgevonden, wordt bij een hernieuwde vaststelling, een heropening, een herleving
of een herziening van de uitkering geen rekening gehouden met na die eerste
beoordeling opgetreden wijzigingen in het maatmaninkomen.
**1.**
Bij de vaststelling van het maatmaninkomen, bedoeld in artikel 6, eerste en derde lid, en in artikel 1 van de Wet WIA, worden het inkomen, de inkomsten uit arbeid en de verdiensten van de gezonde of de niet-jonggehandicapte persoon bepaald door van de verzekerde of de jonggehandicapte in aanmerking te nemen:
a. het loon in de zin van artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen voor de werknemer in de zin van die wet;
b. het loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964, voor zover de verzekerde of de jonggehandicapte niet als werknemer als bedoeld in onderdeel a inkomen verdient;
c. het belastbaar loon of het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 3.3.1, onderscheidenlijk paragraaf 3.4.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, behoudens voor zover het een werkzaamheid betreft als bedoeld in de artikelen 3.91, eerste lid, onderdelen a en b, en artikel 3.92 van die wet, voor zover de verzekerde of de jonggehandicapte geen werknemer is als bedoeld in de onderdelen a en b;
d. de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de ondernemersaftrek, bedoeld in artikel 3.74 van die wet en vermeerderd met de MKB-winstvrijstelling, bedoeld in artikel 3.79a van die wet, met dien verstande dat de bestanddelen van de winst, bedoeld in artikel 3.78, derde lid, onderdelen a, b en c, van die wet, niet geacht worden te behoren tot de winst.
**2.** Indien de berekening van het resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, of de winst, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, leidt tot een negatief bedrag, wordt het resultaat, onderscheidenlijk de winst op nihil gesteld.
**3.**
In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, wordt voor de vaststelling van het maatmaninkomen, bedoeld in artikel 6, eerste en derde lid, en in artikel 1 van de Wet WIA niet als inkomen, inkomsten uit arbeid of verdiensten in aanmerking genomen:
a. het loon uit vroegere dienstbetrekking in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964;
b. loondervingsuitkeringen, alsmede de door de werkgever betaalde aanvullingen op die uitkeringen;
c. een vergoeding voor de inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet;
d. de eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964.
### Artikel 7a
**1.** Het maatmaninkomen, bedoeld in artikel 6, eerste en
derde lid, en artikel 1 van de
Wet WIA, wordt vastgesteld door het loon, bedoeld in artikel 7, eerste lid,
onderdelen a en b, dat de verzekerde of de jonggehandicapte met de
maatgevende arbeid in het refertejaar heeft verdiend te delen door het aantal uren
van die maatgevende arbeid in het refertejaar, waarbij het loon geacht wordt te
zijn genoten in het aangiftetijdvak waarover de werkgever of de
inhoudingsplichtige van dat loon opgave heeft gedaan.
**1.** Het maatmaninkomen, bedoeld in artikel 6, eerste en derde lid, en artikel 1 van de Wet WIA, wordt vastgesteld door het loon, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen a en b, dat de verzekerde of de jonggehandicapte met de maatgevende arbeid in het refertejaar heeft verdiend te delen door het aantal uren van die maatgevende arbeid in het refertejaar, waarbij het loon geacht wordt te zijn genoten in het aangiftetijdvak waarover de werkgever of de inhoudingsplichtige van dat loon opgave heeft gedaan.
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid worden het loon verdiend met maatgevende
arbeid en het aantal uren van de maatgevende arbeid in volledige
aangiftetijdvakken in aanmerking genomenen worden daarbij de aangiftetijdvakken
buiten beschouwing gelaten waarin geen sprake is van maatgevende arbeid van de
verzekerde of de jonggehandicapte of waarin sprake is van arbeid in een urenomvang
die niet maatgevend is.
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid worden het loon verdiend met maatgevende arbeid en het aantal uren van de maatgevende arbeid in volledige aangiftetijdvakken in aanmerking genomenen worden daarbij de aangiftetijdvakken buiten beschouwing gelaten waarin geen sprake is van maatgevende arbeid van de verzekerde of de jonggehandicapte of waarin sprake is van arbeid in een urenomvang die niet maatgevend is.
**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt een andere periode van
maximaal één jaar vast waarover het inkomen en het aantal uren van de maatgevende
arbeid in aanmerking worden genomen, indien in het refertejaar geen sprake is van
maatgevende arbeid of van arbeid van een urenomvang die maatgevend is.
**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt een andere periode van maximaal één jaar vast waarover het inkomen en het aantal uren van de maatgevende arbeid in aanmerking worden genomen, indien in het refertejaar geen sprake is van maatgevende arbeid of van arbeid van een urenomvang die maatgevend is.
**4.** Indien de verzekerde of de jonggehandicapte feitelijk geen inkomen heeft
verdiend met maatgevende arbeid of arbeid van een urenomvang die maatgevend is,
neemt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het inkomen in aanmerking,
dat de verzekerde of de jonggehandicapte zou hebben verdiend, indien hij de
maatgevende arbeid of arbeid in de urenomvang die maatgevend is, zou hebben
verricht, alsmede het aantal uren van die arbeid.
**4.** Indien de verzekerde of de jonggehandicapte feitelijk geen inkomen heeft verdiend met maatgevende arbeid of arbeid van een urenomvang die maatgevend is, neemt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het inkomen in aanmerking, dat de verzekerde of de jonggehandicapte zou hebben verdiend, indien hij de maatgevende arbeid of arbeid in de urenomvang die maatgevend is, zou hebben verricht, alsmede het aantal uren van die arbeid.
**5.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan loon in aanmerking nemen,
waarvan geen opgave is gedaan in de aangiftetijdvakken in het refertejaar, indien
de verzekerde aantoont, dat hij daarop wel recht had in die
aangiftetijdvakken.
**5.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan loon in aanmerking nemen, waarvan geen opgave is gedaan in de aangiftetijdvakken in het refertejaar, indien de verzekerde aantoont, dat hij daarop wel recht had in die aangiftetijdvakken.
### Artikel 8
**1.** In afwijking van artikel 7 wordt
bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid het maatmaninkomen
aangepast aan de eerst-gepubliceerde cijfers van de index van de CAO-lonen per uur
inclusief bijzondere beloningen, zoals dit door het Centraal Bureau voor de
Statistiek wordt gepubliceerd.
**1.** Bij de vaststelling van het maatmaninkomen, bedoeld in artikel 6, eerste en derde lid, en artikel 1 van de Wet WIA, worden het inkomen, de inkomsten uit arbeid en de verdiensten, bedoeld artikel 7, eerste lid, die bij toepassing van artikel 7a in aanmerking worden genomen, vanaf het begin van het eerste in aanmerking genomen aangiftetijdvak aangepast aan de eerst-gepubliceerde cijfers van de index van de CAO-lonen per uur inclusief bijzondere beloningen, zoals die uiterlijk ten tijde van het arbeidsdeskundige onderzoek, bedoeld in artikel 5, door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt gepubliceerd.
**2.** In gevallen waarin het maatmaninkomen voor het laatst is vastgesteld voor 1
januari 2001 vindt bij de eerstvolgende vaststelling van de mate van
arbeidsongeschiktheid na deze datum naast de aanpassing, bedoeld in het eerste
lid, eenmalig een extra verhoging van het maatmaninkomen plaats overeenkomstig
artikel 3 van de Wet brutering
overhevelingstoeslag lonen.
**2.** Nadat een eerste beoordeling in verband met de vaststelling, bedoeld in artikel 5, heeft plaatsgevonden, wordt bij een hernieuwde vaststelling, een heropening, een herleving of een herziening van de uitkering geen rekening gehouden met na die eerste beoordeling opgetreden wijzigingen in het maatmaninkomen, met dien verstande dat bij de hernieuwde vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid het maatmaninkomen wordt aangepast aan de eerst-gepubliceerde cijfers van de index van de CAO-lonen per uur inclusief bijzondere beloningen, zoals dit uiterlijk ten tijde van het arbeidsdeskundige onderzoek door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt gepubliceerd.
**3.** In gevallen waarin het maatmaninkomen voor het laatst is vastgesteld voor 1 januari 2001 vindt bij de eerstvolgende vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid na deze datum naast de aanpassing, bedoeld in het tweede lid, eenmalig een extra verhoging van het maatmaninkomen plaats overeenkomstig artikel 3 van de Wet brutering overhevelingstoeslag lonen.
### Paragraaf 2. Resterende verdiencapaciteit
### Artikel 9
Bij bepaling van hetgeen betrokkene nog met arbeid kan verdienen worden de
volgende regels in acht genomen:
Bij bepaling van hetgeen betrokkene nog met arbeid kan verdienen worden de volgende regels in acht genomen:
a. in aanmerking wordt genomen die algemeen geaccepteerde arbeid waarmee
betrokkene per uur het meest kan verdienen, waaronder mede wordt begrepen arbeid
waarvoor bekwaamheden nodig zijn die algemeen gebruikelijk zijn en binnen zes
maanden kunnen worden verworven, tenzij betrokkene niet over dergelijke
bekwaamheden beschikt en als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen
gevolg van ziekte of gebrek dergelijke bekwaamheden niet kan verwerven. Onder
deze bekwaamheden worden ten minste verstaan mondelinge beheersing van de
Nederlandse taal en eenvoudig computergebruik. Deze arbeid wordt nader
omschreven in de vorm van ten minste drie verschillende in Nederland
uitgeoefende functies. Deze functies vertegenwoordigen ieder ten minste drie
arbeidsplaatsen. De gegevens met betrekking tot de in aanmerking genomen
functies, met alle daaraan verbonden specifieke aspecten inzake belasting,
beloning en opleidingseisen mogen op het moment van de datum waarop de ter
gelegenheid van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling gegeven beschikking
betrekking heeft, niet ouder zijn dan 24 maanden;
b. bij het bepalen van de urenomvang van de onder a bedoelde functies mogen ook
functies in aanmerking worden genomen met een omvang groter dan de urenomvang
van de door de in artikel 6
bedoelde gezonde persoon uitgeoefende arbeid, tenzij betrokkene voor een
geringer aantal uren belastbaar is, in welk geval de urenomvang van de onder a
bedoelde functies niet meer bedraagt dan dat aantal uren;
c. arbeid, die door betrokkene alleen kan worden verricht na toepassing van
zodanige voorzieningen, dat het accepteren van die toepassing in redelijkheid
niet van een werkgever kan worden verlangd, blijft bij de toepassing van
onderdeel a buiten beschouwing;
d. arbeid, die niet door betrokkene kan worden verricht omdat voor het verrichten
van die arbeid een in de wet of collectieve arbeidsovereenkomst neergelegde
functionele leeftijdsgrens geldt, die door betrokkene is overschreden of nog
niet is bereikt, blijft bij de toepassing van onderdeel a buiten
beschouwing;
e. indien betrokkene zodanige kenmerken heeft, dat van een werkgever in
redelijkheid niet kan worden verlangd hem in bepaalde arbeid te werk te stellen,
blijft die arbeid bij de toepassing van onderdeel a buiten beschouwing;
f. bij de toepassing van onderdeel a blijft arbeid die meer dan incidenteel
tussen 0.00 uur en 6.00 uur wordt verricht buiten beschouwing, tenzij de gezonde
persoon, bedoeld in artikel 6, in
dergelijke arbeid werkzaam is;
g. Indien betrokkene de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt wordt
onderdeel a toegepast alsof hij die leeftijd heeft bereikt;
h. in afwijking van de onderdelen b en f wordt uitgegaan van de arbeid die
feitelijk wordt verricht, mits dit leidt tot een lagere mate van
arbeidsongeschiktheid dan de met toepassing van onderdeel a en artikel 10
vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid;
i. voor de toepassing van onderdeel h wordt onder arbeid die feitelijk wordt
verricht mede verstaan arbeid die na het intreden van de arbeidsongeschiktheid
feitelijk is verricht en waartoe de betrokkene met zijn krachten en bekwaamheden
in staat is.
a. in aanmerking wordt genomen die algemeen geaccepteerde arbeid waarmee betrokkene per uur het meest kan verdienen, waaronder mede wordt begrepen arbeid waarvoor bekwaamheden nodig zijn die algemeen gebruikelijk zijn en binnen zes maanden kunnen worden verworven, tenzij betrokkene niet over dergelijke bekwaamheden beschikt en als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek dergelijke bekwaamheden niet kan verwerven. Onder deze bekwaamheden worden ten minste verstaan mondelinge beheersing van de Nederlandse taal en eenvoudig computergebruik. Deze arbeid wordt nader omschreven in de vorm van ten minste drie verschillende in Nederland uitgeoefende functies. Deze functies vertegenwoordigen ieder ten minste drie arbeidsplaatsen. De gegevens met betrekking tot de in aanmerking genomen functies, met alle daaraan verbonden specifieke aspecten inzake belasting, beloning en opleidingseisen mogen op het moment van de datum waarop de ter gelegenheid van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling gegeven beschikking betrekking heeft, niet ouder zijn dan 24 maanden;
b. bij het bepalen van de urenomvang van de onder a bedoelde functies mogen ook functies in aanmerking worden genomen met een omvang groter dan de urenomvang van de door de in artikel 6 bedoelde gezonde persoon uitgeoefende arbeid, tenzij betrokkene voor een geringer aantal uren belastbaar is, in welk geval de urenomvang van de onder a bedoelde functies niet meer bedraagt dan dat aantal uren;
c. arbeid, die door betrokkene alleen kan worden verricht na toepassing van zodanige voorzieningen, dat het accepteren van die toepassing in redelijkheid niet van een werkgever kan worden verlangd, blijft bij de toepassing van onderdeel a buiten beschouwing;
d. arbeid, die niet door betrokkene kan worden verricht omdat voor het verrichten van die arbeid een in de wet of collectieve arbeidsovereenkomst neergelegde functionele leeftijdsgrens geldt, die door betrokkene is overschreden of nog niet is bereikt, blijft bij de toepassing van onderdeel a buiten beschouwing;
e. indien betrokkene zodanige kenmerken heeft, dat van een werkgever in redelijkheid niet kan worden verlangd hem in bepaalde arbeid te werk te stellen, blijft die arbeid bij de toepassing van onderdeel a buiten beschouwing;
f. bij de toepassing van onderdeel a blijft arbeid die meer dan incidenteel tussen 0.00 uur en 6.00 uur wordt verricht buiten beschouwing, tenzij de gezonde persoon, bedoeld in artikel 6, in dergelijke arbeid werkzaam is;
g. Indien betrokkene de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt wordt onderdeel a toegepast alsof hij die leeftijd heeft bereikt;
h. in afwijking van de onderdelen b en f wordt uitgegaan van de arbeid die feitelijk wordt verricht, mits dit leidt tot een lagere mate van arbeidsongeschiktheid dan de met toepassing van onderdeel a en artikel 10 vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid;
i. voor de toepassing van onderdeel h wordt onder arbeid die feitelijk wordt verricht mede verstaan arbeid die na het intreden van de arbeidsongeschiktheid feitelijk is verricht en waartoe de betrokkene met zijn krachten en bekwaamheden in staat is.
### Artikel 10
@ -342,161 +187,72 @@ i. voor de toepassing van onderdeel h wordt onder arbeid die feitelijk wordt
Bij de berekening van hetgeen betrokkene met arbeid kan verdienen, wordt:
a. uitgegaan van de urenomvang van de door de in artikel 6
bedoelde gezonde persoon uitgeoefende arbeid, tenzij betrokkene voor een
geringer aantal uren belastbaar is, in welk geval van dit aantal wordt
uitgegaan; en
b. in aanmerking genomen het loon van de middelste van de in artikel 9, onderdeel
a, bedoelde functies.
a. uitgegaan van de urenomvang van de arbeid, die bij de toepassing van artikel 7 en 7a in aanmerking wordt genomen, tenzij betrokkene voor een geringer aantal uren belastbaar is, in welk geval van dit aantal wordt uitgegaan; en
b. in aanmerking genomen het loon van de middelste van de in artikel 9, onderdeel a, bedoelde functies.
**2.** Indien betrokkene de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt wordt het
inkomen per uur dat hij na toepassing van het eerste lid met arbeid kan verdienen
verlaagd door het te vermenigvuldigen met het minimumjeugdloonpercentage, bedoeld
in artikel 2, eerste lid, van het koninklijk
besluit van 29 juni 1983, houdende vaststelling van een
minimumjeugdloonregeling (Stb. 300), tenzij wordt uitgegaan van
feitelijke inkomsten uit arbeid.
**2.** Indien betrokkene de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt wordt het inkomen per uur dat hij na toepassing van het eerste lid met arbeid kan verdienen verlaagd door het te vermenigvuldigen met het het minimumloonpercentage, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, tenzij wordt uitgegaan van feitelijke inkomsten uit arbeid.
**3.** Indien het inkomen per uur dat betrokkene na toepassing van het eerste en tweede
lid met arbeid kan verdienen, meer bedraagt dan zijn maatmaninkomen per uur, wordt
hetgeen hij met arbeid kan verdienen niet hoger gesteld dan zijn maatmaninkomen
per uur.
**3.** Indien het inkomen per uur dat betrokkene na toepassing van het eerste en tweede lid met arbeid kan verdienen, meer bedraagt dan zijn maatmaninkomen per uur, wordt hetgeen hij met arbeid kan verdienen niet hoger gesteld dan zijn maatmaninkomen per uur.
**4.**
Het derde lid vindt geen toepassing:
a. indien wordt uitgegaan van de feitelijke inkomsten uit arbeid; of
b. indien betrokkene nog tot arbeid in dezelfde omvang in staat is als de in
artikel 6
bedoelde gezonde persoon.
b. indien betrokkene nog tot arbeid in dezelfde omvang in staat is als de in artikel 6 bedoelde gezonde persoon.
**5.** Voor de toepassing van de Wet WIA
wordt onder de gezonde persoon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het
vierde lid, onderdeel b, verstaan: de gezonde persoon, bedoeld in artikel 1, onder maatmaninkomen, van de
Wet WIA.
**5.** Voor zover het niet gaat om feitelijke inkomsten uit arbeid, wordt onder het loon, bedoeld in dit artikel, verstaan: het loon in de zin van artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen voor de werknemer in de zin van die wet, dat voor de desbetreffende functie gebruikelijk is. Hierbij wordt geen rekening gehouden met incidentele loonbestanddelen of loonbestanddelen die op de persoon van de werknemer betrekking hebben.
**6.** De feitelijke inkomsten uit arbeid in dit artikel worden vastgesteld door hetgeen daarvoor op grond van artikel 7 in aanmerking wordt genomen.
### Paragraaf 3. Overige regels
### Artikel 11
Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot de artikelen 9 en
10 nadere regels
worden gesteld. Daarbij kan worden bepaald wat mede wordt verstaan onder
bekwaamheden die algemeen gebruikelijk zijn en binnen zes maanden kunnen worden
verworven als bedoeld in artikel 9, onderdeel
a.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de berekening van het maatmaninkomen en de resterende verdiencapaciteit ten behoeve van de vaststelling, bedoeld in artikel 5. Daarbij kan worden bepaald wat mede wordt verstaan onder bekwaamheden die algemeen gebruikelijk zijn en binnen zes maanden kunnen worden verworven als bedoeld in artikel 9, onderdeel a.
### Artikel 11a
**1.** Bij de vaststelling van het maatmaninkomen, bedoeld in artikel 7a, en
van de feitelijke inkomsten uit arbeid, bedoeld in artikel 10, zesde
lid, wordt het in de relevante aangiftetijdvakken opgebouwde bedrag aan
vakantiebijslag en extra periodiek salaris op de wijze als is bepaald in artikel 3, eerste lid, van het Besluit
dagloonregels werknemersverzekeringen in aanmerking genomen.
**1.** Bij de vaststelling van het maatmaninkomen, bedoeld in artikel 7a, en van de feitelijke inkomsten uit arbeid, bedoeld in artikel 10, zesde lid, wordt het in de relevante aangiftetijdvakken opgebouwde bedrag aan vakantiebijslag en extra periodiek salaris op de wijze als is bepaald in artikel 3, eerste lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen in aanmerking genomen.
**2.** Bij de vaststelling van het maatmaninkomen, bedoeld in artikel 7a, en
van de feitelijke inkomsten uit arbeid, bedoeld in artikel 10, zesde
lid, wordt niet in aanmerking genomen het in de relevante
aangiftetijdvakken betaalde bedrag aan vakantiebijslag en extra periodiek salaris,
op de wijze als bepaald is in artikel 3,
eerste lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen.
**2.** Bij de vaststelling van het maatmaninkomen, bedoeld in artikel 7a, en van de feitelijke inkomsten uit arbeid, bedoeld in artikel 10, zesde lid, wordt niet in aanmerking genomen het in de relevante aangiftetijdvakken betaalde bedrag aan vakantiebijslag en extra periodiek salaris, op de wijze als bepaald is in artikel 3, eerste lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen.
## Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen
### Artikel 12
Indien de mate van arbeidsongeschiktheid voor de eerste maal is vastgesteld op een
datum gelegen vóór 10 augustus 1994 wordt, bij een hernieuwde vaststelling of een
herziening van de uitkering na laatstgenoemde datum, geen rekening gehouden met de
sedert de laatste vaststelling of herziening van de mate van arbeidsongeschiktheid
opgetreden wijzingen in het maatmaninkomen. Voor personen, bedoeld in de artikelen XX, XXI, XXIV en XXV van de Wet terugdringing beroep op de
arbeidsongeschiktheidsregelingen, zoals deze artikelen luidden voor de
inwerkingtreding van de eerste fase van de Wet
overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, wordt de in de eerste
zin bedoelde datum gesteld op 1 januari 1998.
Indien de mate van arbeidsongeschiktheid voor de eerste maal is vastgesteld op een datum gelegen vóór 10 augustus 1994 wordt, bij een hernieuwde vaststelling of een herziening van de uitkering na laatstgenoemde datum, geen rekening gehouden met de sedert de laatste vaststelling of herziening van de mate van arbeidsongeschiktheid opgetreden wijzingen in het maatmaninkomen. Voor personen, bedoeld in de artikelen XX, XXI, XXIV en XXV van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen, zoals deze artikelen luidden voor de inwerkingtreding van de eerste fase van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, wordt de in de eerste zin bedoelde datum gesteld op 1 januari 1998.
### Artikel 12a
**1.** De artikelen 2, 6, 9, 10 en 11, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van het besluit
van 18 augustus 2004 tot wijziging van het Schattingsbesluit
arbeidsongeschiktheidswetten met betrekking tot de te duiden functies alsmede in
verband met de introductie van een maatmaninkomensgarantie en enkele andere
onderwerpen (Stb. 434), blijven van toepassing op een recht op uitkering met een
ingangsdatum voor of op die dag indien betrokkene voor of op 1 juli 1959 is
geboren.
**1.** De artikelen 2, 6, 9, 10 en 11, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van het besluit van 18 augustus 2004 tot wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten met betrekking tot de te duiden functies alsmede in verband met de introductie van een maatmaninkomensgarantie en enkele andere onderwerpen (Stb. 434), blijven van toepassing op een recht op uitkering met een ingangsdatum voor of op die dag indien betrokkene voor of op 1 juli 1959 is geboren.
**2.** In afwijking van het eerste lid is artikel 9, onderdeel a,
laatste zin, van toepassing op een recht op uitkering als bedoeld in het
eerste lid van de betrokkene die voor of op 1 juli 1959 is geboren.
**2.** In afwijking van het eerste lid is artikel 9, onderdeel a, laatste zin, van toepassing op een recht op uitkering als bedoeld in het eerste lid van de betrokkene die voor of op 1 juli 1959 is geboren.
**3.** Onverminderd het eerste lid alsmede artikel 13, tweede lid, zijn
op personen, wier mate van arbeidsongeschiktheid voor de eerste maal is vastgesteld
op een datum gelegen vóór inwerkingtreding van het besluit van 18 augustus 2004 tot
wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten met betrekking tot
de te duiden functies alsmede in verband met de introductie van een
maatmaninkomensgarantie en enkele andere onderwerpen (Stb. 434), de artikelen 2, 6, 8, 9,10 en 11, zoals deze luiden na inwerkingtreding van dat besluit, eerst van
toepassing indien een beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid plaatsvindt
ter zake waarvan een beschikking wordt afgegeven, bij gelegenheid van die
beoordeling.
**3.** Onverminderd het eerste lid alsmede artikel 13, tweede lid, zijn op personen, wier mate van arbeidsongeschiktheid voor de eerste maal is vastgesteld op een datum gelegen vóór inwerkingtreding van het besluit van 18 augustus 2004 tot wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten met betrekking tot de te duiden functies alsmede in verband met de introductie van een maatmaninkomensgarantie en enkele andere onderwerpen (Stb. 434), de artikelen 2, 6, 8, 9,10 en 11, zoals deze luiden na inwerkingtreding van dat besluit, eerst van toepassing indien een beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid plaatsvindt ter zake waarvan een beschikking wordt afgegeven, bij gelegenheid van die beoordeling.
**4.** In afwijking van het derde lid is artikel 6, zesde
lid, niet van toepassing in de gevallen waarin artikel 43a van de WAO, artikel 20 van de WAZ of artikel 19 van de Wajong
toepassing heeft gevonden voor de datum van inwerkingtreding van het besluit van 18
augustus 2004 tot wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
met betrekking tot de te duiden functies alsmede in verband met de introductie van
een maatmaninkomensgarantie en enkele andere onderwerpen (Stb. 434).
**4.** In afwijking van het derde lid is artikel 6, zesde lid, niet van toepassing in de gevallen waarin artikel 43a van de WAO, artikel 20 van de WAZ of artikel 19 van de Wajong toepassing heeft gevonden voor de datum van inwerkingtreding van het besluit van 18 augustus 2004 tot wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten met betrekking tot de te duiden functies alsmede in verband met de introductie van een maatmaninkomensgarantie en enkele andere onderwerpen (Stb. 434).
### Artikel 12b
**1.** Op de persoon die voor 1 juli 2008 recht had op een uitkering op grond van de
WAO, Waz,
Wajong of Wet WIA
worden, onverminderd artikel 8, tweede
lid, de artikelen 7 en
7a slechts
toegepast, indien de maatgevende arbeid die bepalend is voor het maatmaninkomen, na
1 juli 2008 is gewijzigd, waarbij deze artikelen voor de uitkering op grond van de
Waz van overeenkomstige toepassing zijn.
**1.** Op de persoon die voor 1 juli 2008 recht had op een uitkering op grond van de WAO, Waz, Wajong of Wet WIA worden, onverminderd artikel 8, tweede lid, de artikelen 7 en 7a slechts toegepast, indien de maatgevende arbeid die bepalend is voor het maatmaninkomen, na 1 juli 2008 is gewijzigd, waarbij deze artikelen voor de uitkering op grond van de Waz van overeenkomstige toepassing zijn.
**2.** Indien het inkomen, de inkomsten uit arbeid en de verdiensten, bedoeld in artikel 7,
betrekking hebben op aangiftetijdvakken, die zijn gelegen voor 1 januari 2006, wordt
voor de bepaling van het inkomen, de inkomsten uit arbeid of de verdiensten
uitgegaan van het loon waarnaar de premies met toepassing van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, met uitzondering
van artikel 9 van die wet, zoals
die wet luidde ten tijde van die aangiftetijdvakken,
zou zijn geheven. Hierbij wordt geen rekening gehouden met het betaalde bedrag aan
vakantiebijslag en periodieke loonelementen, maar met een evenredig deel van de
vakantiebijslag en periodieke loonelementen.
**2.** Indien het inkomen, de inkomsten uit arbeid en de verdiensten, bedoeld in artikel 7, betrekking hebben op aangiftetijdvakken, die zijn gelegen voor 1 januari 2006, wordt voor de bepaling van het inkomen, de inkomsten uit arbeid of de verdiensten uitgegaan van het loon waarnaar de premies met toepassing van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, met uitzondering van artikel 9 van die wet, zoals die wet luidde ten tijde van die aangiftetijdvakken, zou zijn geheven. Hierbij wordt geen rekening gehouden met het betaalde bedrag aan vakantiebijslag en periodieke loonelementen, maar met een evenredig deel van de vakantiebijslag en periodieke loonelementen.
**3.** Tot 1 juli 2010 is artikel 10, vijfde
lid, niet van toepassing op niet door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen geactualiseerde functies, die worden gebruikt bij de
bepaling van hetgeen betrokkene nog met arbeid kan verdienen als bedoeld in de
artikelen 9 en
10.
**3.** Tot 1 juli 2010 is artikel 10, vijfde lid, niet van toepassing op niet door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geactualiseerde functies, die worden gebruikt bij de bepaling van hetgeen betrokkene nog met arbeid kan verdienen als bedoeld in de artikelen 9 en 10.
**4.** Op de persoon die op 30 juni 2008 recht had op uitkering op grond van de WAO, Waz,
Wajong of Wet WIA,
en inkomsten uit arbeid had, wordt artikel 10, zesde
lid, pas van toepassing, indien na 30 juni 2008 een onderzoek plaatsvindt
als bedoeld in artikel 5 bij gelegenheid van
dat onderzoek.
**4.** Op de persoon die op 30 juni 2008 recht had op uitkering op grond van de WAO, Waz, Wajong of Wet WIA, en inkomsten uit arbeid had, wordt artikel 10, zesde lid, pas van toepassing, indien na 30 juni 2008 een onderzoek plaatsvindt als bedoeld in artikel 5 bij gelegenheid van dat onderzoek.
### Artikel 13
**1.** Het Schattingsbesluit WAO, WAZ en Wajong wordt ingetrokken.
**2.** In afwijking van het eerste lid blijft artikel 10 van het Schattingsbesluit WAO,
WAZ, Wajong, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet, van
toepassing op personen op wie dit artikel op die dag van toepassing was.
**2.** In afwijking van het eerste lid blijft artikel 10 van het Schattingsbesluit WAO, WAZ, Wajong, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet, van toepassing op personen op wie dit artikel op die dag van toepassing was.
### Artikel 14
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het
Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
### Artikel 15
Dit besluit wordt aangehaald als: Schattingsbesluit
arbeidsongeschiktheidswetten.
Dit besluit wordt aangehaald als: Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.