diff --git a/wet/wet-tegemoetkoming-onderwijsbijdrage-en-schoolkosten/BWBR0012438/README.md b/wet/wet-tegemoetkoming-onderwijsbijdrage-en-schoolkosten/BWBR0012438/README.md index 7e147f8dc3f..c47c8e858fa 100644 --- a/wet/wet-tegemoetkoming-onderwijsbijdrage-en-schoolkosten/BWBR0012438/README.md +++ b/wet/wet-tegemoetkoming-onderwijsbijdrage-en-schoolkosten/BWBR0012438/README.md @@ -172,7 +172,7 @@ Op deze wet, met uitzondering van hoofdstuk 10, zijn van toepassing van de Algem a. artikel 6, b. artikel 9, eerste en tweede lid, met dien verstande dat het tweede lid niet van toepassing is op hoofdstuk 3 van deze wet, en -c. artikel 10, met dien verstande dat deze bepaling niet van toepassing is op hoofdstuk 3 van deze wet. +c. artikel 10, eerste lid, met dien verstande dat deze bepaling niet van toepassing is op hoofdstuk 3 van deze wet. ## Hoofdstuk 2. Werkingssfeer @@ -317,7 +317,7 @@ b. tot het einde van het schooljaar dat volgt op het tijdstip van de bekendmakin **2.** Indien de leerling aansluitend aan het schooljaar dat als laatste schooljaar was aangemerkt, opnieuw dat laatste schooljaar aanvangt, ontstaat aanspraak op tegemoetkoming voor het resterende gedeelte van het kalenderjaar. -**3.** Indien de leerling na het afsluitend examen binnen 4 maanden een andere opleiding in de zin van deze wet of van de Wet studiefinanciering 2000 gaat volgen, wordt, in afwijking van het eerste lid, op zijn aanvraag de aanspraak op tegemoetkoming met ten hoogste 4 maanden verlengd. Indien de verlenging de maanden augustus, september, oktober of november betreft, heeft de leerling die op grond van hoofdstuk 4 nog geen tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage is toegekend en een opleiding als bedoeld in de artikelen 2.5, 2.6, eerste lid, 2.8 of 2.10, of een opleiding waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat, gaat volgen, over die maanden naast een tegemoetkoming in de zin van hoofdstuk 4 ook aanspraak op een bedrag aan tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, ter grootte van eentwaalfde van het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet, per maand. Voor de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming in die maanden wordt uitgegaan van het toetsingsinkomen, zoals dat gold op 31 juli van het voorafgaande schooljaar. In afwijking van artikel 4.10, tweede lid, wordt die aanvraag ingediend voor het einde van de periode van 4 maanden. +**3.** Indien de leerling na zijn uitschrijving voor een opleiding binnen 4 maanden opnieuw een opleiding in de zin van deze wet of van de Wet studiefinanciering 2000 aanvangt, blijft, in afwijking van het eerste lid, op zijn aanvraag de aanspraak op tegemoetkoming in de tussen beide opleidingen liggende periode voor ten hoogste 4 maanden bestaan. Indien dit de maanden augustus, september, oktober of november betreft, heeft de leerling die op grond van hoofdstuk 4 nog geen tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage is toegekend en een opleiding als bedoeld in de artikelen 2.5, 2.6, eerste lid, 2.8 of 2.10, of een opleiding waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat, gaat volgen, over die maanden naast een tegemoetkoming in de zin van hoofdstuk 4 ook aanspraak op een bedrag aan tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, ter grootte van eentwaalfde van het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet, per maand. Voor de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming in die maanden wordt uitgegaan van het toetsingsinkomen, zoals dat gold op 31 juli van het voorafgaande schooljaar. In afwijking van artikel 4.10, tweede lid, wordt die aanvraag ingediend voor het einde van de periode van 4 maanden. ### Artikel 2.20 @@ -773,8 +773,8 @@ b. de situatie, bedoeld in de artikelen 3.9, 3.10, tweede lid, onderdeel c, 5.9, c. te veel of te weinig tegemoetkoming is toegekend op basis van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens, d. de hoogte van het inkomen van de aanvrager of diens partner of van de TOS-ouder of diens partner te hoog of te laag is vastgesteld op basis van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens anders dan bedoeld onder a, e. aanvrager of TOS-ouder heeft gehandeld in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet, -f. geen gevolg is gegeven aan de aanvraag op grond van artikel 2.28 omdat niet kon worden voldaan aan de voorwaarde genoemd in artikel 2.28, tweede lid, onderdeel b, en is gebleken dat gedurende 2 kalenderjaren is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.28, tweede lid, aanhef alsmede onderdeel a, -g. gevolg is gegeven aan de aanvraag op grond van artikel 2.28, en is gebleken dat niet gedurende 2 kalenderjaren is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.28, tweede lid, aanhef alsmede onderdeel a, +f. geen gevolg is gegeven aan de aanvraag op grond van artikel 2.28 omdat niet kon worden voldaan aan de voorwaarde genoemd in artikel 2.28, tweede lid, onderdeel b, en is gebleken dat gedurende 3 kalenderjaren is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.28, tweede lid, aanhef alsmede onderdeel a, +g. gevolg is gegeven aan de aanvraag op grond van artikel 2.28, en is gebleken dat niet gedurende 3 kalenderjaren is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.28, tweede lid, aanhef alsmede onderdeel a, h. de situatie van langdurige afwezigheid, bedoeld in artikel 4.12, eerste lid, zich niet heeft voorgedaan, of i. andere, nader gebleken feiten of omstandigheden, die, waren zij eerder bekend geweest, tot een andere beschikking zouden hebben geleid.