2012-03-23 | BWBR0025458 | Waterwet
This commit is contained in:
parent
eb034b51ee
commit
2dde5d7fb4
1 changed files with 9 additions and 3 deletions
|
|
@ -940,15 +940,21 @@ c. indien een voor Nederland verbindend verdrag of besluit van een volkenrechtel
|
|||
|
||||
### Artikel 6.26
|
||||
|
||||
**1.** Op vergunningen voor het lozen of storten van stoffen zijn de artikelen 2.14, eerste, derde, vierde en zesde lid, 2.25, eerste lid, 2.30, 2.31, eerste lid, onder b, 2.33, eerste lid, onder b, en 8.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «omgevingsvergunning» wordt gelezen: vergunning.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Op vergunningen voor het lozen of storten van stoffen zijn de volgende bepalingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van overeenkomstige toepassing:
|
||||
|
||||
a. 2.14, eerste lid en derde tot en met zesde lid,
|
||||
b. 2.22, vijfde lid, eerste en tweede volzin, met dien verstande dat aan de watervergunning voorschriften worden verbonden die strengere eisen bevatten dan de algemeen verbindende voorschriften, bedoeld in de eerste volzin van dat lid, voor zover deze eisen naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk zijn ter verwezenlijking van de voor het desbetreffende oppervlaktewaterlichaam in het beheerplan, bedoeld in hoofdstuk 4, paragraaf 3, van deze wet, opgenomen maatregelen;
|
||||
c. 2.25, eerste lid, 2.30, 2.31, eerste lid, aanhef en onder b, 2.33, eerste lid, aanhef en onder b, en 8.1, met dien verstande dat voor «omgevingsvergunning» wordt gelezen «vergunning» dat voor «milieu» wordt gelezen «chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen» en voor «een inrichting of mijnbouwwerk of de werking daarvan»: het storten of lozen van stoffen.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 6.16, eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag tot wijziging van een vergunning voor het lozen van stoffen, die niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen dan volgens de geldende vergunning zijn toegestaan. De artikelen 3.8 en 3.9, eerste lid, onderdeel a, en tweede tot en met vierde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn van overeenkomstige toepassing op de voorbereiding, bedoeld in de eerste volzin, met dien verstande dat voor «omgevingsvergunning» wordt gelezen: vergunning.
|
||||
|
||||
**3.** Een vergunning voor het infiltreren van water wordt slechts verleend, indien er geen gevaar is voor verontreiniging van het grondwater. Bij de beoordeling van dat gevaar worden de krachtens artikel 12 van de Wet bodembescherming gestelde regels in acht genomen.
|
||||
|
||||
**4.** Onverminderd artikel 6.20 worden aan een vergunning als bedoeld in het tweede lid voorschriften verbonden volgens de krachtens artikel 12 van de Wet bodembescherming gestelde regels. Aan de vergunning worden in ieder geval voorschriften verbonden ter verzekering van de controle op de kwaliteit van het grondwater.
|
||||
**4.** Onverminderd artikel 6.20 worden aan een vergunning als bedoeld in het derde lid voorschriften verbonden volgens de krachtens artikel 12 van de Wet bodembescherming gestelde regels. Aan de vergunning worden in ieder geval voorschriften verbonden ter verzekering van de controle op de kwaliteit van het grondwater.
|
||||
|
||||
**5.** Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de aan een vergunning voor het onttrekken van grondwater te verbinden voorschriften, voor zover die voorschriften betrekking hebben op het infiltreren van water.
|
||||
**5.** Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de aan een vergunning voor het onttrekken van grondwater te verbinden voorschriften, voor zover die voorschriften betrekking hebben op het infiltreren van water.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Coördinatie met
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue