diff --git a/amvb/rangschikkingsbesluit-natuurschoonwet-1928/BWBR0004914/README.md b/amvb/rangschikkingsbesluit-natuurschoonwet-1928/BWBR0004914/README.md index e5791c49b1c..798f9cb109f 100644 --- a/amvb/rangschikkingsbesluit-natuurschoonwet-1928/BWBR0004914/README.md +++ b/amvb/rangschikkingsbesluit-natuurschoonwet-1928/BWBR0004914/README.md @@ -23,7 +23,7 @@ d. natuurterreinen: 1°. heidevelden, hoogvenen, laagveenmoerassen, zandverstuivingen, duinterreinen, kwelders, slufters, schorren, gorzen, slikken, groene stranden, rietlanden, ruigten, struwelen, moerassen, vennen, poelen, beken, kleine rivieren, wielen, afgesloten rivierlopen, kreken, bronnen en sprengen, voor zover deze gronden niet in gebruik zijn als landbouwgrond; 2°. kalkgraslanden, bloemrijke graslanden van het heuvelland, van het zand- en het veengebied, of van het rivieren- en zeekleigebied, natte schraalgraslanden, dotterbloemgraslanden van beekdalen, of van veen- en kleigebieden, natte matig voedselrijke graslanden, droge schraalgraslanden van de hogere gronden, droge kalkarme duingraslanden, droge kalkrijke duingraslanden en binnendijkse zilte graslanden, voor zover deze gronden slechts in gebruik zijn voor begrazing of als hooiland en begroeid zijn met voor deze graslanden kenmerkende vegetatietypen; -e. Onze Ministers: Onze Ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Financiën; +e. Onze Ministers: Onze Ministers van Economische Zaken en van Financiën; f. economische eigendom: economische eigendom als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Natuurschoonwet 1928. **2.**