From 2e28303089728f73c9cd883715cd372aa1179a42 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 13 Jul 2001 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2001-07-13 | BWBR0009094 | Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen --- .../BWBR0009094/README.md | 398 +++++++----------- 1 file changed, 147 insertions(+), 251 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-stortplaatsen-en-stortverboden-afvalstoffen/BWBR0009094/README.md b/amvb/besluit-stortplaatsen-en-stortverboden-afvalstoffen/BWBR0009094/README.md index f25ccfdeeba..255898ecad6 100644 --- a/amvb/besluit-stortplaatsen-en-stortverboden-afvalstoffen/BWBR0009094/README.md +++ b/amvb/besluit-stortplaatsen-en-stortverboden-afvalstoffen/BWBR0009094/README.md @@ -3,218 +3,207 @@ titel: Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen bwb_id: BWBR0009094 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2009-06-12' +datum_inwerkingtreding: '2001-07-13' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0009094 citeertitel: Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen --- # Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen -### Paragraaf 1. Stortverboden en begripsomschrijving van stortplaats +### Paragraaf 1. Stortverboden ### Artikel 1 **1.** -Het is verboden afvalstoffen te storten op een stortplaats, die behoren tot een of meer van de navolgende categorieën: +Het is verboden in inrichtingen behorende tot een van de categorieën die zijn aangewezen in bijlage I behorende bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, de navolgende categorieën van afvalstoffen op of in de bodem te brengen om deze stoffen daar te laten: -| 1. | vloeibare afvalstoffen, niet zijnde metallisch kwik waarvan het storten met het oog op de veilige opslag ervan is toegestaan bij of krachtens Verordening (EU) nr. 2017/852 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende kwik, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1102/2008 (PbEU 2017, L 137); | | -| --- | --- | --- | -| 2. | afvalstoffen, aangewezen in de bijlage bij beschikking nr. 2000/532/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 mei 2000 tot vervanging van Beschikking 94/3/EG houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, onder a), van Richtlijn 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende afvalstoffen en Beschikking 94/904/EG van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende gevaarlijke afvalstoffen (PbEG 2000, L 226/3) met een van de afvalstoffencodes 18 01 01, 18 01 02, 18 01 03*, 18 01 04, 18 01 06*, 18 01 07, 18 01 08*, 18 01 09, 18 01 10*, 18 02 01, 18 02 02*, 18 02 03, 18 02 05*, 18 02 07*, 18 02 08, 20 01 31* of 20 01 32; | | -| 3. | afvalstoffen die ontplofbaar, corrosief, oxiderend, licht ontvlambaar of ontvlambaar zijn, zoals omschreven in bijlage III bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen; | | -| 4. | niet-geïdentificeerde of nieuwe chemische stoffen die afkomstig zijn van onderzoek, ontwikkelingsactiviteiten of onderwijs en waarvan de effecten op de volksgezondheid of het milieu niet bekend zijn; | | -| 5. | a. | kwikhoudende materialen en producten met een gehalte aan kwik van meer dan 50 mg/kg droge stof, tenzij: 1° de afvalstof door aanwezigheid van andere gevaarlijke stoffen dan kwik ook na het ontkwikken uitsluitend zou kunnen worden gestort, of 2° het een afvalstof betreft waarvoor een bedrijf dat voldoende is toegerust en vergund om afvalstoffen te ontkwikken, schriftelijk heeft verklaard dat deze afvalstof: i. niet doelmatig kan worden ontkwikt, of ii. zich vanwege de aard of samenstelling niet leent voor ontkwikken; | -| | b. | kwikhoudende materialen en producten met een gehalte aan kwik van ten hoogste 10 mg/kg droge stof, tenzij de afvalstof verontreinigd is met veel onbrandbare verontreinigingen, zodat verbranden leidt tot diffuse verspreiding hiervan of tot relatief grote belasting van actief kool in de rookgasreiniging; | -| 6. | voorwerpen en preparaten die een ozonafbrekende stof of een isomeer ervan bevatten als bedoeld in Verordening (EU) 2024/590 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 februari 2024 betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1005/2009 of een gefluoreerd broeikasgas als bedoeld in Verordening (EU) 2024/573 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 februari 2024 betreffende gefluoreerde broeikasgassen, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 517/2014; | | -| 7. | gasontladingslampen of onderdelen daarvan, met uitzondering van niet-herbruikbaar fluorescentiepoeder dat overblijft na het ontkwikken; | | -| 8. | oliefilters; | | -| 9. | batterijen en accu’s; | | -| 10. | PCB-houdende voorwerpen en preparaten met een gehalte van 0,5 mg/kg per polychloorbifenyl-congeneer 28, 52, 101, 118, 138, 153, 180; | | -| 11. | vast fotografisch afval; | | -| 12. | gasflessen, drukhouders en brandblussers, met uitzondering van bluspoeder; | | -| 13. | autowrakken, als bedoeld in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, of onderdelen van zodanige autowrakken; | | -| 14. | banden, afkomstig van motorrijtuigen en aanhangwagens als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; | | -| 15. | a. | huishoudelijk restafval en daarmee vergelijkbaar restafval van bedrijven; | -| | b. | deelstromen of residuen, afkomstig van de handmatige en mechanische verwerking van stromen restafval als bedoeld onder a; | -| 16. | a. | grof huishoudelijk restafval; | -| | b. | deelstromen of residuen van de handmatige en mechanische verwerking van grof huishoudelijk afval; | -| 17. | a. | slib van riolen, kolken of gemalen, met uitzondering van riool-, kolken- of gemalenslib dat als grond, bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit, kan worden gekwalificeerd en bij de stortplaats wordt aangeboden onder overlegging van een verklaring van Onze Minister als bedoeld in dit besluit, waaruit blijkt dat de grond niet reinigbaar en niet koud-immobiliseerbaar is; | -| | b. | veegvuil, met uitzondering van veegvuil dat als grond, bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit, kan worden gekwalificeerd en bij de stortplaats wordt aangeboden onder overlegging van een verklaring van Onze Minister als bedoeld in dit besluit, waaruit blijkt dat de grond niet reinigbaar en niet koud-immobiliseerbaar is; | -| | c. | marktafval; | -| | d. | drijfafval; | -| 18. | bioafval; | | -| 19. | dierlijke bijproducten en afgeleide producten daarvan die vallen onder de werkingssfeer van Verordening (EG) nr.1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (Verordening dierlijke bijproducten) (PbEU 2009, L 300/1); | | -| 20. | reststoffen van composterings- of vergistingsinstallaties; | | -| 21. | slib, afkomstig van installaties voor het biologisch reinigen van afvalwater; | | -| 22. | reststoffen van de drinkwaterbereiding; | | -| 23. | a. | AVI-bodemas; | -| | b. | deelstromen of residuen van de mechanische en fysische verwerking van de stromen van bodemas, bedoeld onder a; | -| 24. | reststoffen van slibverbranding; | | -| 25. | reststoffen van kolengestookte energiecentrales; | | -| 26. | a. | zuurteer dat vrijkomt bij de petrochemische industrie; | -| | b. | zwavelhoudend afval met meer dan 5% zwavel; | -| 27. | a. | shredderafval; | -| | b. | gemengde deelstromen of residuen van de handmatige en mechanische verwerking van de stromen van shredderafval, bedoeld onder a; | -| 28. | oxykalkslik; | | -| 29. | a. | gemengd bouw- en sloopafval, met uitzondering van partijen waarvan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest, meer bedraagt dan 100 mg/ kg droge stof; | -| | b. | deelstromen of residuen van de handmatige en mechanische verwerking van de stromen van afval, bedoeld onder a, met uitzondering van partijen waarvan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest, meer bedraagt dan 100 mg/kg droge stof; | -| 30. | zeefzand, met uitzondering van zeefzand dat als grond, bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit, kan worden gekwalificeerd en bij de stortplaats wordt aangeboden onder overlegging van een verklaring als bedoeld in dit besluit, waaruit blijkt dat de grond niet reinigbaar en niet koud-immobiliseerbaar is; | | -| 31. | grond, met uitzondering van grond, bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit, die bij de stortplaats wordt aangeboden onder overlegging van een verklaring als bedoeld in dit besluit, waaruit blijkt dat de grond niet reinigbaar en niet koud-immobiliseerbaar is; | | -| 32. | straalgrit, met uitzondering van straalgrit dat krachtens artikel 9 is aangewezen als niet reinigbaar; | | -| 33. | a. | Dit onderdeel is nog niet in werking getreden. | -| | b. | asbesthoudend staalschroot; | -| 34. | a. | steenachtige materialen, met uitzondering van cellenbeton; | -| | b. | asfalt dat als teerhoudend wordt aangemerkt vanwege het bevatten van een hoger gehalte PAK’s dan de maximale samenstellingswaarde voor PAK’s in bouwstoffen, bedoeld in bijlage A, tabel 2, van de Regeling bodemkwaliteit; | -| 35. | gips; | | -| 36. | a. | bitumineus dakafval; | -| | b. | dakafval dat als teerhoudend wordt aangemerkt vanwege het bevatten van een hoger gehalte PAK’s dan de maximale samenstellingswaarde voor PAK’s in bouwstoffen, bedoeld in bijlage A, tabel 2, van de Regeling bodemkwaliteit; | -| | c. | composieten van dakafval bestaande uit mengsels van bitumineus of teerhoudend dakafval en mengsels van bitumineus of teerhoudend dakafval dat verkleefd of vermengd is met andere materialen; | -| | d. | met teer of bitumen verkleefd dakgrind; | -| 37. | a. | A-hout, zijnde ongeverfd, onbehandeld hout; | -| | b. | B-hout, zijnde hout dat niet A-hout of C-hout is; | -| | c. | C-hout, zijnde geïmpregneerd hout, met uitzondering van hout behandeld met middelen die koper en chroom (CC-hout) of koper, chroom en arseen (CCA-hout) bevatten; | -| 38. | metalen; | | -| 39. | papier en karton; | | -| 40. | kunststof- en rubberafval; | | -| 41. | glas; | | -| 42. | textiel; | | -| 43. | a. | verpakkingen, niet zijnde verpakkingen als bedoeld onder b of c; | -| | b. | verpakkingen van verf, lijm, kit of hars; | -| | c. | verpakkingen van overige gevaarlijke stoffen; | -| 44. | a. | papier- en kunststofgeïsoleerde kabels en restanten daarvan; | -| | b. | glasvezelkabels; | -| 45. | elektrische en elektronische apparatuur, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, met uitzondering van glas van de verwerking van zwart-wit CRT-beeldbuizen en de conus van kleur CRT-beeldbuizen, zowel glas dat gescheiden als in een gemengde fractie wordt aangeleverd; | | +1. accu's; +2. batterijen; +3. gasontladingslampen of onderdelen daarvan; +4. kwikhoudende thermometers of onderdelen daarvan; +5. oliefilters; +6. gevaarlijke afvalstoffen als aangewezen in het Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen, bijlage I, proces 46; +7. verpakkingen van chemicaliën; +8. andere verpakkingen dan verpakkingen van chemicaliën; +9. papier of karton; +10. groente-, fruit- en tuinafval; +11. a. koel- of vriesapparatuur; +b. verwarmingsapparatuur; +c. warmwaterapparatuur; +d. was- of wasdroogapparatuur; +e. apparatuur voor koken, bakken of braden; +f. geluidsapparatuur; +g. beeldontvangstapparatuur; +h. computers +i. papierbedrukkende apparatuur; +j. telecommunicatie-apparatuur; +k. elektrische of elektronische oplaadapparatuur; +l. elektrische of elektronische keukenapparatuur; +m. elektrisch of elektronische gereedschap; +n. andere elektrische of elektronische huishoudelijke apparatuur; +12. oxykalkslik; +13. kunststofafval dat vrijkomt in de vorm van procesafval, produktieafval of produktafval, afkomstig van de rubber- of kunststofverwerkende industrie; +14. a. kunststofafval, afkomstig van toepassing van folies in landbouw; +b. kunststofafval, afkomstig van toepassing van folies in tuinbouw; +15. banden, afkomstig van motorrijtuigen en aanhangwagens als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; +16. autowrakken of onderdelen daarvan; +17. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +18. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +19. bouw- en sloopafval en residuen, afkomstig van het bewerken van bouw- en sloopafval; +20. zeefzand; +21. straalgrit; +22. houtafval; +23. slib, afkomstig van inrichtingen voor het biologisch zuiveren van afvalwater; +24. grond welke verontreinigingen bevat die de interventiewaarden als bedoeld in tabel 1 van de bijlage behorende bij de Circulaire Interventiewaarden bodemsanering te boven gaan; +25. plantaardig afval, afkomstig van land- of tuinbouw; +26. veilingafval; +27. marktafval; +28. plantsoen- of groenafval; +29. drijfafval; +30. a. huishoudelijke afvalstoffen; +b. deelstromen, afkomstig van het scheiden of sorteren van huishoudelijke afvalstoffen; +c. residuen, afkomstig van het bewerken, anders dan door middel van scheiden of sorteren, of verwerken van deelstromen als bedoeld onder b; +31. a. kantoor-, winkel- of dienstenafval; +b. deelstromen, afkomstig van het scheiden of sorteren van kantoor-, winkel- of dienstenafval; +c. residuen, afkomstig van het bewerken, anders dan door middel van scheiden of sorteren, of verwerken van deelstromen als bedoeld onder b; +32. a. industrieel afval, dat naar aard of samenstelling overeenkomt met categorie 31, onder a; +b. deelstromen, afkomstig van het scheiden of sorteren van industrieel afval als bedoeld onder a; +c. residuen, afkomstig van het bewerken, anders dan door middel van scheiden of sorteren, of verwerken van deelstromen als bedoeld onder b; +33. vloeibare afvalstoffen; +34. afvalstoffen die ontplofbaar, corrosief, oxiderend, licht ontvlambaar of ontvlambaar zijn, zoals omschreven in bijlage III bij richtlijn nr. 91/689/EEG van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen (PbEG L 377); +35. niet-geïdentificeerde of nieuwe chemische stoffen, die afkomstig zijn van onderzoek, ontwikkelingsactiviteiten of onderwijs en waarvan de effecten op de volksgezondheid of het milieu niet bekend zijn. -**2.** Een wijziging van de bijlage bij beschikking nr. 2000/532/EG of van bijlage III bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen gaat voor de toepassing van het eerste lid gelden met ingang van de dag waarop aan die wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. +**2.** Het verbod als bedoeld in het eerste lid, onder 1 tot en met 11, geldt alleen voor zover deze afvalstoffen afzonderlijk zijn ingezameld of afgegeven. -### Artikel 1a +**3.** Een wijziging van de in het eerste lid, onderdeel 34, bedoelde bijlage gaat voor de toepassing van dat onderdeel gelden met ingang van de dag waarop aan de betreffende wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. -**1.** Onze minister van Infrastructuur en Waterstaat kan op verzoek een verklaring afgeven waaruit blijkt dat grond als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen 17a, 17b, 30 en 31, van dit besluit niet reinigbaar en niet koud-immobiliseerbaar is. - -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de beoordeling van de reinigbaarheid van grond en het afgeven van een verklaring van niet reinigbaarheid van grond. +**4.** Het is verboden afvalstoffen te verdunnen of te vermengen om te voldoen aan de criteria, bedoeld in artikel 11b, eerste lid, onder b. ### Artikel 2 -In dit besluit en de daarop berustende regels wordt verstaan onder stortplaats hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage bij de Omgevingswet. +Het in artikel 1 gestelde verbod geldt niet met betrekking tot afvalstoffen, behorende tot de categorieën, genoemd in artikel 1: + +a. onder 8, voor zover het schoongespoelde verpakkingen van bestrijdingsmiddelen betreft; +b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +c. onder 19, voor zover het niet herbruikbaar en niet verbrandbaar bouw- en sloopafval, onderscheidenlijk niet herbruikbare en niet verbrandbare residuen afkomstig van het bewerken van bouw- en sloopafval al bedoeld in artikel 6 betreft, dat wordt aangeboden door een persoon, die daartoe gemachtigd, een krachtens artikel 5 vastgesteld merkteken voert; +d. onder 19, voor zover het bouw- of sloopafval betreft, dat is verontreinigd met asbest als bedoeld in het Asbestverwijderingsbesluit, en voldaan is aan de eisen van dat besluit; +e. onder 21, voor zover het niet reinigbaar straalgrit als bedoeld in artikel 7 betreft; +f. onder 24, voor zover deze: + +1°. worden aangeboden onder overlegging van een advies van de Service Centrum Grond, waaruit blijkt dat de grond niet reinigbaar is, of +2°. behoren tot een bij de Regeling beoordeling reinigbaarheid grond bodemsanering aangewezen categorie, waarvoor een adviesaanvrage aan de Service Centrum Grond achterwege kan blijven omdat de grond niet reinigbaar is. ### Artikel 3 -**1.** Het is verboden afvalstoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, anders dan voor het opslaan, op of in de bodem te brengen, anders dan deze te storten op een stortplaats of winningsafvalvoorziening. +**1.** Het is verboden afvalstoffen, behorende tot de categorieën, genoemd in artikel 1, op of in de bodem te brengen in inrichtingen als bedoeld in bijlage I, categorie 28.1, onder d, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, anders dan voor het opslaan. **2.** -Het eerste lid is niet van toepassing op: +Het eerste lid is niet van toepassing voor afvalstoffen behorende tot: -a. huishoudelijke afvalstoffen die nog niet zijn ingezameld of afgegeven; -b. afvalwater; -c. plantenresten die zijn aangewezen bij regeling van Onze Minister; -d. het op of in de bodem brengen van meststoffen, bedoeld in paragraaf 3.2.20 van het Besluit activiteiten leefomgeving; -e. het toepassen van bouwstoffen, bedoeld in paragraaf 3.2.25 van het Besluit activiteiten leefomgeving; -f. het toepassen van grond of baggerspecie, bedoeld in paragraaf 3.2.26 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en -g. het toepassen van mijnsteen of vermengde mijnsteen in de voormalige mijnbouwgebieden in de provincie Limburg, bedoeld in paragraaf 3.2.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving. - -**3.** Het is verboden zich van afvalstoffen zijnde plantenresten te ontdoen door deze voor het opslaan op of in de bodem te brengen. - -**4.** - -Het derde lid is niet van toepassing op: - -a. huishoudelijke afvalstoffen die nog niet zijn ingezameld of afgegeven, -b. het opslaan van plantenresten waarop het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing is, -c. het op of in de bodem brengen van plantenresten, dat is aangewezen bij regeling van Onze Minister. - -**5.** Als categorie van gevallen als bedoeld in artikel 10.2, tweede lid, van de Wet milieubeheer, zijn de in het tweede lid onder b tot en met g en de in het vierde lid onder b en c aangegeven gevallen. - -### Artikel 3a - -**1.** Het bevoegd gezag verbindt aan een omgevingsvergunning voor de opslag van afvalstoffen het voorschrift dat opslag van afvalstoffen is toegestaan voor een termijn van ten hoogste één jaar. - -**2.** Indien de vergunninghouder ten genoegen van het bevoegd gezag aantoont dat de opslag van afvalstoffen gevolgd wordt door nuttige toepassing van afvalstoffen, kan het bevoegd gezag, in afwijking van het eerste lid, aan een zodanige vergunning het voorschrift verbinden dat de opslag van afvalstoffen is toegestaan voor een termijn van ten hoogste drie jaar. - -**3.** Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het eerste en tweede lid, aan een omgevingsvergunning voor de opslag in oppervlaktewater van baggerspecie niet zijnde een gevaarlijke afvalstof als bedoeld in de Wet milieubeheer het voorschrift verbinden dat de opslag is toegestaan voor een termijn van ten hoogste tien jaar. - -**4.** In afwijking van het eerste en tweede lid, gelden met betrekking tot de bij voorschrift aan een omgevingsvergunning, voor de opslag van metallisch kwik, te verbinden termijnen de daarover bij of krachtens Verordening (EU) nr. 2017/852 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende kwik, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1102/2008 (PbEU 2017, L 137) gestelde regels. +a. categorie 19, voor zover het betreft asfalt- of betongranulaat, afkomstig van het breken of frezen van werken in de grond-, weg- of waterbouw, als bedoeld in bijlage I, categorie 28.3, onder c, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer; +b. de categorieën 20 en 21. ### Artikel 4 -**1.** Aan een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die betrekking heeft op een stortplaats als bedoeld in artikel 3.85, eerste lid van het Besluit activiteiten leefomgeving, kan het bevoegd gezag het voorschrift verbinden dat voor daarbij aangewezen afvalstoffen het in artikel 1, eerste lid, bedoelde verbod niet geldt indien die afvalstoffen zijn aangewezen krachtens artikel 5, dan wel indien daarvoor een verklaring geldt als bedoeld in artikel 6. +**1.** -**2.** In een voorschrift als bedoeld in het eerste lid, bepaalt het bevoegd gezag tevens dat door toepassing van dat voorschrift geen strijd mag ontstaan met het ingevolge artikel 11f bepaalde. +In afwijking van artikel 1 kan het bevoegd gezag bij het verlenen of wijzigen van een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer in de daaraan te verbinden voorschriften bepalen dat het in artikel 1 gestelde verbod niet geldt met betrekking tot het op of in de bodem brengen van afvalstoffen, behorende tot een daarbij aangewezen, in dat artikel genoemde categorie, om deze daar te laten, voor zover dat in het belang van een doelmatige verwijdering noodzakelijk is, in gevallen waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: -**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op de categorieën van afvalstoffen, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder 1 tot en met 14. +a. een tijdelijke stagnatie optreedt in de afzetmogelijkheden van een produkt dat is verkregen door be- of verwerking van de betrokken afvalstoffen, terwijl daarvoor geen andere be- of verwerkingsmogelijkheid beschikbaar is, of +b. een tijdelijk gebrek aan verwijderingsmogelijkheden voor de betrokken afvalstoffen bestaat of ontstaat, of +c. door een ongewoon voorval het op een andere wijze verwijderen van de betrokken afvalstoffen niet mogelijk is. + +**2.** Indien het bevoegd gezag toepassing geeft aan het eerste lid, zendt het een afschrift van de vergunning aan Onze Minister. + +**3.** Het bevoegd gezag stemt slechts in met de toepassing van een op grond van het eerste lid in de vergunning opgenomen voorschrift, voor zover Onze Minister verklaart dat geen andere wijze van verwijdering mogelijk is. + +**4.** Onze Minister wijst bij ministeriële regeling de gegevens aan, die het bevoegd gezag ten behoeve van het toepassen van het derde lid aan hem verstrekt. Onze Minister kan categorieën van gevallen aanwijzen, waarin het tweede en het derde lid niet van toepassing zijn. + +**5.** Het eerste lid geldt niet voor de categorieën van afvalstoffen, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder 6, 15, 33, 34 en 35. + +**6.** Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning geen voorschrift als bedoeld in het eerste lid, indien daardoor strijd zou ontstaan met het ingevolge artikel 11b bepaalde. ### Artikel 5 -Bij regeling van Onze Minister kunnen categorieën van afvalstoffen, genoemd in artikel 1, eerste lid, categorie 15 en volgende, of delen van die categorieën worden aangewezen, waarvoor naar zijn oordeel in Nederland geen andere wijze van afvalbeheer mogelijk is dan storten. +Degene die voldoet aan de eisen ter zake van het bewerken van bouw- en sloopafval en residuen afkomstig van het bewerken van bouw- en sloopafval, zoals die zijn gesteld door een door de Raad voor Accreditatie erkende certificatie-instelling, is gemachtigd een merkteken te voeren dat daartoe door Onze Minister bij ministeriële regeling is vastgesteld. Onze Minister kan voor verschillende categorieën van gevallen verschillende merktekens vaststellen. ### Artikel 6 -**1.** Op verzoek van degene die een stortplaats exploiteert, kunnen gedeputeerde staten verklaren dat er naar hun oordeel in Nederland geen andere wijze van afvalbeheer mogelijk is dan storten voor in artikel 1, eerste lid, categorie 15 en volgende, genoemde afvalstoffen of voor een deel van een zodanige categorie. +**1.** Bij ministeriële regeling geeft Onze Minister de gevallen aan, waarin bouwen sloopafval en residuen afkomstig van het bewerken van bouw- en sloopafval niet herbruikbaar zijn. -**2.** In de verklaring nemen gedeputeerde staten op dat de verklaring geldt zolang de omstandigheden voor toepassing van het eerste lid aanwezig zijn, nog gevolgd door een overgangsperiode van tien werkdagen. - -**3.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een verzoek om een verklaring als bedoeld in het eerste lid. - -**4.** Van een verklaring als bedoeld in het eerste lid, doen gedeputeerde staten zo spoedig mogelijk mededeling aan Onze Minister. +**2.** Bij ministeriële regeling kan Onze Minister voorts de gevallen aangeven, waarin niet herbruikbaar bouw- en sloopafval en niet herbruikbare residuen afkomstig van het bewerken van bouw- en sloopafval niet verbrandbaar zijn. ### Artikel 7 -Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld omtrent de gegevens die worden verstrekt aan gedeputeerde staten bij een verzoek als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en omtrent de gegevens die moeten worden verstrekt aan Onze Minister na het storten van afvalstoffen overeenkomstig de regeling bedoeld in artikel 5 en met een verklaring als bedoeld in artikel 6. +Bij ministeriële regeling geeft Onze Minister de gevallen aan, waarin straalgrit niet reinigbaar is. -### Artikel 8 +### Artikel -Het is verboden afvalstoffen te verdunnen of te vermengen om te voldoen aan de voorschriften, bedoeld in artikel 11f, eerste lid, onder c. +Vervallen -### Artikel 9 +### Artikel -Bij regeling van Onze Minister worden de gevallen aangewezen, waarin straalgrit niet reinigbaar is. +Vervallen ### Artikel 10 -Voor degene waarvoor een verbod als bedoeld in de artikelen 1, eerste lid, of 3, eerste lid, gaat gelden en waarin in de periode van drie maanden voorafgaand aan het tijdstip waarop dat verbod gaat gelden, handelingen plegen te worden verricht, waarop dat verbod betrekking heeft, blijft dat verbod met betrekking tot die handelingen buiten toepassing gedurende drie maanden na dat tijdstip. +Wijzigt deze wet. ### Artikel 11 -Vervallen +Voor een inrichting waarvoor een verbod als bedoeld in de artikelen 1 of 3 gaat gelden en waarin onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop dat verbod gaat gelden, handelingen plegen te worden verricht, als waarop dat verbod betrekking heeft, blijft dat verbod met betrekking tot die handelingen buiten toepassing gedurende 3 maanden na dat tijdstip. ### Paragraaf 2. Bepalingen met betrekking tot stortplaatsen ### Artikel 11a -In het bepaalde bij of krachtens deze paragraaf wordt verstaan onder: +**1.** -- *anorganische afvalstoffen:* afvalstoffen met een organisch stofgehalte van ten hoogste tien procent; -- *behandeling*: fysische, thermische, chemische of biologische processen, met inbegrip van het sorteren, die de eigenschappen van de afvalstoffen zodanig veranderen dat het volume of de gevaarlijke eigenschappen worden gereduceerd, de behandeling wordt vergemakkelijkt of de nuttige toepassing wordt bevorderd; -- *biologisch afbreekbare afvalstoffen*: afvalstoffen die aëroob of anaëroob kunnen worden afgebroken; -- *cel:* stortvak of een deel daarvan met een bepaalde hoogte; -- *inerte afvalstoffen*: onbrandbare afvalstoffen die geen significante fysische, chemische of biologische veranderingen ondergaan; -- *korrelvormige afvalstoffen:* afvalstoffen, niet zijnde monolithische afvalstoffen; -- *monolithische afvalstoffen:* afvalstoffen die door menging met toeslagstoffen of andersoortige bewerkingen zijn omgevormd tot afvalstoffen met een beperkte uitloging en een duurzame vaste vorm; -- *omschrijving:* omschrijving als bedoeld in artikel 10.39, eerste lid, onder a, van de Wet milieubeheer; -- *ondergrondse stortplaats:* stortplaats waar afvalstoffen in de diepe ondergrond worden gebracht; -- *Raad voor Accreditatie:* Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht; -- *regelmatige afvalstoffen:* afvalstoffen die regelmatig tijdens hetzelfde proces ontstaan en een constante samenstelling hebben; -- *stabiele, niet-reactieve gevaarlijke afvalstoffen:* gevaarlijke afvalstoffen waarvan het uitlooggedrag onder normale omstandigheden niet in ongunstige zin verandert. +In deze paragraaf wordt verstaan onder: + +a. stortplaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 8.47, eerste lid, onder b, van de Wet milieubeheer; +b. behandeling: fysische, thermische, chemische of biologische processen, met inbegrip van het sorteren, die de eigenschappen van de afvalstoffen zodanig veranderen dat het volume of de gevaarlijke eigenschappen worden gereduceerd, de behandeling wordt vergemakkelijkt of de nuttige toepassing wordt bevorderd; +c. inerte afvalstoffen: onbrandbare afvalstoffen die geen significante fysische, chemische of biologische veranderingen ondergaan. + +**2.** De bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften ter uitvoering van richtlijn nr. 1999/31/EG van de Raad van de Europese Unie van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (PbEG L 182), zijn, met uitzondering van de artikelen waarvoor op grond van de richtlijn vrijstelling kan worden gegeven, van overeenkomstige toepassing op een permanente afvalopslagvoorziening in diepe onderaardse ruimten. + +**3.** Een wijziging van de in het tweede lid bedoelde richtlijn gaat voor de toepassing van dat lid gelden met ingang van de dag waarop aan de betreffende wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. ### Artikel 11b -Vervallen +**1.** + +Het bevoegd gezag verbindt aan een vergunning als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, voor een stortplaats, voorschriften, inhoudende een verbod op de stortplaats afvalstoffen te accepteren: + +a. die niet zijn behandeld; +b. die niet voldoen aan de criteria, die in bijlage I, behorende bij dit besluit, zijn aangegeven voor de acceptatie op een stortplaats van de desbetreffende klasse. + +**2.** + +Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, geldt niet ten aanzien van: + +a. inerte afvalstoffen: indien de behandeling technisch niet realiseerbaar is; +b. andere afvalstoffen: indien de behandeling niet bijdraagt aan het beperken van de negatieve gevolgen van het storten voor de volksgezondheid of het milieu. + +**3.** Onze Minister stelt nadere regels met betrekking tot de acceptatie van geconditioneerde gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in bijlage I, behorende bij dit besluit. ### Artikel 11c **1.** -Aan een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een stortplaats als bedoeld in artikel 3.85, eerste lid van het Besluit activiteiten leefomgeving verbindt het bevoegd gezag voorschriften, waarin ten minste is opgenomen: +Aan de vergunning verbindt het bevoegd gezag verder voorschriften of beperkingen, waarin ten minste is opgenomen: a. tot welke van de hierna volgende klassen de stortplaats, dan wel de onderscheiden delen van de stortplaats, behoort: -1°. stortplaats voor inerte afvalstoffen, niet zijnde een ondergrondse stortplaats; -2°. stortplaats voor niet-gevaarlijke afvalstoffen, niet zijnde een ondergrondse stortplaats; -3°. stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen, niet zijnde een ondergrondse stortplaats; -4°. ondergrondse stortplaats; +1°. stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen, +2°. stortplaats voor niet-gevaarlijke afvalstoffen, +3°. stortplaats voor inerte afvalstoffen; b. een lijst van de afvalstoffen die op de stortplaats of het desbetreffende deel van de stortplaats worden gestort; c. de hoeveelheid afvalstoffen die ten hoogste op de stortplaats wordt gestort; -d. maatregelen voor het voorkomen of beperken van overlast en risico's ten gevolge van: +d. de verplichting voor degene die de stortplaats drijft, om het bevoegd gezag onverwijld overeenkomstig bijlage II in kennis te stellen van een weigering om de afvalstoffen te accepteren, en +e. maatregelen voor het voorkomen of beperken van overlast en risico's ten gevolge van: – stank en stof, – zwerfvuil, @@ -225,7 +214,7 @@ d. maatregelen voor het voorkomen of beperken van overlast en risico's ten gevol **2.** -Ten aanzien van de toegankelijkheid van de stortplaats verbindt het bevoegd gezag aan een zodanige vergunning: +Ten aanzien van de toegankelijkheid van de stortplaats verbindt het bevoegd gezag aan de vergunning: a. voorschriften, inhoudende dat de omheining zodanig is dat vrije toegang tot de stortplaats niet mogelijk is, en b. voorschriften, inhoudende een controle- en toegangssysteem dat bestaat uit een programma van maatregelen om illegaal storten van afvalstoffen op de stortplaats op te sporen of tegen te gaan. @@ -234,108 +223,15 @@ b. voorschriften, inhoudende een controle- en toegangssysteem dat bestaat uit ee ### Artikel 11d -Het bevoegd gezag kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11c, eerste lid, voorschriften verbinden die afwijken van de bijlage bij dit besluit, voor zover dit uitdrukkelijk in die bijlage is vermeld. +Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voor een stortplaats het voorschrift dat degene die de stortplaats drijft, bij het in ontvangst nemen van afvalstoffen de procedure volgt, die is aangegeven in bijlage II, behorende bij dit besluit. ### Artikel 11e -Vervallen +**1.** Het bevoegd gezag verbindt aan een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer voor een inrichting voor de opslag van afvalstoffen het voorschrift dat opslag van afvalstoffen is toegestaan voor een termijn van ten hoogste één jaar. -### Artikel 11f +**2.** Indien de vergunninghouder ten genoegen van het bevoegd gezag aantoont dat de opslag van afvalstoffen gevolgd wordt door nuttige toepassing van afvalstoffen, kan het bevoegd gezag, in afwijking van het eerste lid, aan een zodanige vergunning het voorschrift verbinden dat de opslag van afvalstoffen is toegestaan voor een termijn van ten hoogste drie jaar. -**1.** - -Het is verboden op een stortplaats afvalstoffen te accepteren: - -a. die geen behandeling hebben ondergaan, -b. indien aan degene die de stortplaats exploiteert, met betrekking tot de afvalstoffen geen omschrijving is verstrekt die voldoet aan artikel 10 van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen, of -c. die blijkens de omschrijving die aan degene die de stortplaats exploiteert is verstrekt, in geval van: - -1°. een stortplaats als bedoeld in artikel 11c, eerste lid, onder a, onder 1°: niet voldoen aan de bij of krachtens onderdeel 1 van de bijlage bij dit besluit gestelde voorschriften; -2°. een stortplaats als bedoeld in artikel 11c, eerste lid, onder a, onder 2°: niet voldoen aan de bij of krachtens onderdeel 2 van de bijlage bij dit besluit gestelde voorschriften; -3°. een stortplaats als bedoeld in artikel 11c, eerste lid, onder a, onder 3°: niet voldoen aan de bij of krachtens onderdeel 3 van de bijlage bij dit besluit gestelde voorschriften; -4°. een stortplaats als bedoeld in artikel 11c, eerste lid, onder a, onder 4°: niet voldoen aan de bij of krachtens onderdeel 4 van de bijlage bij dit besluit gestelde voorschriften. - -**2.** - -Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, geldt niet ten aanzien van: - -a. inerte afvalstoffen: indien de behandeling technisch niet realiseerbaar is, en -b. andere afvalstoffen: indien de behandeling niet bijdraagt aan het beperken van de negatieve gevolgen van het storten voor de volksgezondheid of het milieu. - -**3.** Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, geldt niet ten aanzien van monolithische afvalstoffen. - -**4.** - -Degene die een stortplaats exploiteert: - -a. bewaart de in het eerste lid, onder c, bedoelde omschrijving gedurende vijf jaar nadat de laatste partij afvalstoffen waarop de omschrijving betrekking heeft, is geaccepteerd, en -b. stelt het bevoegd gezag onverwijld in kennis van een weigering om afvalstoffen te accepteren, waarbij melding wordt gemaakt van de naam van degene van wie de afvalstoffen afkomstig zijn en van de aard van de afvalstoffen. - -**5.** Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de acceptatie van gevaarlijke, anorganische, monolithische afvalstoffen. Bij de regeling, bedoeld in de eerste volzin, worden tevens regels gesteld met betrekking tot de wijze van storten van zodanige afvalstoffen. - -**6.** Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, onder 3°, geldt niet voor metallisch kwik met een kwikgehalte hoger dan 99,9 gewichtsprocent. - -**7.** Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de aanvaardingsprocedures voor en de wijze van de tijdelijke opslag van metallisch kwik op stortplaatsen als bedoeld in artikel 11c, eerste lid, onder a, onder 3° en 4°. - -### Artikel 11g - -**1.** - -Degene die een stortplaats exploiteert, verricht alvorens afvalstoffen te accepteren, achtereenvolgens de volgende handelingen: - -a. hij controleert de volledigheid van de in de omschrijving, bedoeld in artikel 11f, eerste lid, onder c, opgenomen gegevens; -b. hij onderwerpt de afvalstoffen aan een visuele inspectie. - -**2.** De visuele inspectie, bedoeld in het eerste lid, kan plaatsvinden op de plaats van verzending van de afvalstoffen naar de stortplaats, in gevallen waarin de stortplaats deel uitmaakt van dezelfde locatie waarop de afvalstoffen zijn vrijgekomen. - -**3.** Het bevoegd gezag kan voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, inhoudende een verplichting om de afvalstoffen aan een uitgebreide inspectie te onderwerpen. Indien toepassing wordt gegeven aan de eerste volzin, worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden met betrekking tot de wijze waarop, de frequentie waarmee en de plaats waar de uitgebreide inspectie moet plaatsvinden. - -**4.** De monsters die in het kader van de visuele inspectie zijn genomen, worden gedurende een periode van ten minste een maand nadat deze zijn genomen, bewaard. - -**5.** De persoon, bedoeld in het eerste lid, registreert de datum, het tijdstip en de resultaten van de visuele inspectie. - -### Artikel 11h - -**1.** - -Degene die een stortplaats exploiteert, draagt er zorg voor dat ten minste eenmaal per jaar door middel van het nemen en analyseren van monsters wordt gecontroleerd of de regelmatige afvalstoffen die hij accepteert: - -a. in overeenstemming zijn met de omschrijving, bedoeld in artikel 11f, eerste lid, onder c, en -b. voldoen aan de ingevolge dat onderdeel van toepassing zijnde voorschriften. - -**2.** Hij draagt er tevens zorg voor dat met betrekking tot de monsterneming en analyse van monsters gegevens worden geregistreerd. - -**3.** De analyse van de monsters wordt uitgevoerd door een persoon of instelling die beschikt over een bewijs waarmee de Raad voor Accreditatie of een daaraan gelijkwaardig instituut in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, kenbaar heeft gemaakt dat gedurende de periode waarin deze worden uitgevoerd, een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de betrokken persoon of instelling competent is voor het uitvoeren van de analyse overeenkomstig de krachtens het vierde lid gestelde regels. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om accreditatie als bedoeld in de eerste volzin. - -**4.** Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld omtrent de monsterneming, de analyse van monsters en de registratie. - -**5.** Het eerste lid is niet van toepassing op afvalstoffen waarvoor ingevolge artikel 10a, tweede lid, onder a, b, c, d, f of g, van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen de in het eerste lid van dat artikel gestelde verplichting niet geldt. - -**6.** Degene die een stortplaats exploiteert, bewaart de resultaten van de analyse van een monster gedurende vijf jaar nadat de analyse is uitgevoerd. - -**7.** Het is verboden te doen handelen in strijd met het derde lid. - -**8.** Dit artikel is niet van toepassing op monolithische afvalstoffen. - -### Artikel 11i - -**1.** Degene die een stortplaats exploiteert, registreert de op de stortplaats geaccepteerde afvalstoffen. - -**2.** De registratie, bedoeld in het eerste lid, omvat ten minste een overzicht van de stortvakken en stortlagen waar afvalstoffen zijn gestort. - -### Paragraaf 3. Uitbreiding werkingssfeer - -### Artikel 11k - -**1.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder radioactieve afvalstof, natuurlijke bron, activiteit en activiteitsconcentratie verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.2 juncto de bijlagen 1 en 2 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming. - -**2.** Dit besluit is, met uitzondering van paragraaf 1, van overeenkomstige toepassing op radioactieve afvalstoffen afkomstig van handelingen met natuurlijke bronnen waarvan de activiteitsconcentratie van de radionucliden in de betrokken natuurlijke bronnen gelijk is aan of hoger is dan de desbetreffende bij of krachtens artikel 3.20 of 3.21 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming vastgestelde vrijgavewaarde en lager is dan tien maal deze waarde. - -**3.** Voor zover ingevolge het tweede lid dit besluit van overeenkomstige toepassing is op de in dat lid bedoelde afvalstoffen, worden die afvalstoffen, in afwijking van artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen mede aangemerkt als afvalstoffen in de zin van die wet. - -**4.** Het is verboden afvalstoffen als bedoeld in het tweede lid te vermengen met of te voegen bij een afvalstof waarvoor ingevolge paragraaf 1 een stortverbod geldt, teneinde die afvalstof te storten. - -### Paragraaf 4. Overgangs- en slotbepalingen +### Paragraaf 3. Overgangs- en slotbepalingen ### Artikel 12 @@ -344,13 +240,9 @@ Na inwerkingtreding van dit besluit: a. berusten de krachtens het Besluit stortverbod afvalstoffen (Stb. 1995, 345) vastgestelde regels en andere besluiten op dit besluit; b. worden de met toepassing van het Besluit stortverbod afvalstoffen (Stb. 1995, 345) vastgestelde regels en andere besluiten gelijkgesteld met regels onderscheidenlijk besluiten, vastgesteld met toepassing van dit besluit. -### Artikel 12a - -Dit besluit berust mede op artikel 32, eerste lid, van de Kernenergiewet, artikel 5.34, tweede lid, van de Omgevingswet en de artikelen 8.40 en 10.2, tweede lid, van de Wet milieubeheer. - ### Artikel 13 -Vervallen +Het Besluit stortverbod afvalstoffen (Stb. 1995, 345) wordt ingetrokken. ### Artikel 14 @@ -362,12 +254,16 @@ Vervallen Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen. -## Bijlage . , behorend bij de +## Bijlage I. behorende bij artikel 11b, eerste lid, onder b, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen -## Bijlage I. behorende bij +In deze bijlage wordt verstaan onder: -Vervallen +C_3-afvalstoffen: gevaarlijke anorganische afvalstoffen waarvan de uitloogwaarde van de stoffen, genoemd in tabel 1 van deze bijlage, kleiner is dan of gelijk is aan de daarin bij die stoffen aangegeven waarden; + +C_2-afvalstoffen: gevaarlijke anorganische afvalstoffen waarvan de uitloogwaarde van de stoffen, genoemd in tabel 1 van deze bijlage, groter is dan de daarin bij die stoffen aangegeven waarden, met uitzondering van kwikhoudende afvalstoffen, onbewerkt arseensulfideslib en hardingszouten; + +geconditioneerde gevaarlijke afvalstoffen: gevaarlijke anorganische afvalstoffen die door menging met toeslagstoffen of andersoortige bewerkingen zijn omgevormd tot afvalstoffen met een beperkte uitloging en een duurzame vaste vorm; + +anorganische afvalstoffen: afvalstoffen met een gloeirest, bepaald overeenkomstig testmethode NEN 6620 (1986-11-01), van 90% of meer van de massa van een representatief monster.1Deze van het C_2-begrip uitgezonderde afvalstoffen zijn de zogenaamde C_1-afvalstoffen. ## Bijlage II. behorende bij - -Vervallen