2009-09-01 | BWBR0011453 | Wet studiefinanciering 2000

This commit is contained in:
Coornhert 2009-09-01 12:00:00 +00:00
parent 09b1dc5bae
commit 2e2853c07b

View file

@ -942,7 +942,7 @@ b. deze student is ingeschreven voor de hbo-lerarenopleiding, voor een daarbinne
**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de omzetting van de prestatiebeurs ingevolge artikel 5.7, vierde lid.
### Paragraaf 5.4. Omzettingsprocedure bij stoppen voor 1 februari in eerste studiejaar
### Paragraaf 5.4. Omzettingsprocedure bij stoppen voor 1 februari of 1 september in eerste studiejaar
### Artikel 5.10
@ -950,7 +950,7 @@ Indien een student in het studiejaar waarvoor hij op enig moment voor het eerst
### Artikel 5.11
Vervallen
Indien een student in het studiejaar waarvoor hij op enig moment na 31 januari voor het eerst prestatiebeurs geniet, ophoudt studiefinanciering te genieten vóór 1 september, en hij niet vóór 1 februari van het daaropvolgende studiejaar opnieuw studiefinanciering voor het volgen van hoger onderwijs krijgt toegekend, wordt per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het laatstbedoelde studiejaar de in het eerste studiejaar toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift.
### Paragraaf 5.5. Omzettingsprocedure eerste 12 maanden
@ -1396,9 +1396,8 @@ In afwijking van de artikelen 2.13 en 2.16 geldt dat:
a. een student geen aanspraak op studiefinanciering heeft:
1°. indien hij na het verstrijken van zijn aanspraak op de tempobeurs gedurende 24 maanden een lening heeft genoten,
2°. indien hij na het verstrijken van zijn aanspraak op de tempobeurs ingevolge artikel 10.8, tweede lid, gedurende 36 maanden een lening heeft genoten,
3°. met ingang van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 34 jaren heeft bereikt, of
4°. indien hij is ingeschreven aan een opleiding waarvan de duur, daaronder begrepen ten hoogste 12 vakantieweken, korter is dan 1 jaar, en
2°. indien hij na het verstrijken van zijn aanspraak op de tempobeurs ingevolge artikel 10.8, tweede lid, gedurende 36 maanden een lening heeft genoten, of
3°. indien hij is ingeschreven aan een opleiding waarvan de duur, daaronder begrepen ten hoogste 12 vakantieweken, korter is dan 1 jaar, en
b. de studerende geen aanspraak op studiefinanciering heeft voor het volgen van een opleiding in het beroepsonderwijs, indien hij reeds 5 jaren studiefinanciering heeft genoten voor het volgen van een opleiding in het hoger onderwijs.
### Artikel 10.5
@ -1525,7 +1524,11 @@ Vervallen
### Artikel 11.1
Per 1 januari van ieder kalenderjaar past Onze Minister de bedragen, genoemd in de artikelen 3.4, tweede lid, 3.9, derde lid, 3.18, met uitzondering van de maximale aanvullende beurs, 4.7, 4.18, 5.2 en 10.3, aan op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze aan de hand van de loon- of prijsontwikkelingen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar. De aangepaste bedragen treden in de plaats van de in de eerste volzin bedoelde bedragen.
**1.** Per 1 januari van ieder kalenderjaar past Onze Minister de bedragen, genoemd in de artikelen 3.4, tweede lid, 3.9, derde lid, 3.18, met uitzondering van de maximale aanvullende beurs, 4.7, 4.18, 5.2 en 10.3, aan op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze aan de hand van de loon- of prijsontwikkelingen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar.
**2.** De bedragen maximale aanvullende beurs/lening in de kolom hoger onderwijs, genoemd in overzicht 2 van artikel 3.18, worden voor de studiejaren 20092010 tot en met 20182019 jaarlijks op 1 september verhoogd met een bedrag van € 1,84. Het bedrag basislening in de kolom hoger onderwijs, genoemd in overzicht 2 van artikel 3.18, wordt gelijktijdig met hetzelfde bedrag verlaagd.
**3.** De aangepaste bedragen treden in de plaats van de in het eerste en tweede lid bedoelde, aan te passen bedragen.
### Artikel 11.2