2009-12-16 | BWBR0017751 | Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg
This commit is contained in:
parent
b31c16e8df
commit
2e41d5da38
1 changed files with 29 additions and 37 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg
|
|||
bwb_id: BWBR0017751
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2008-08-18'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2009-12-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0017751
|
||||
citeertitel: Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -16,22 +16,22 @@ citeertitel: Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg
|
|||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. de wet: de Wet op de jeugdzorg;
|
||||
b. indicatiebesluit: een besluit waarbij wordt vastgesteld of een cliënt is aangewezen op zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet;
|
||||
c. aanvrager: degene die de aanvraag indient voor een indicatiebesluit;
|
||||
d. jeugdhulp: jeugdhulp als bedoeld in artikel 3;
|
||||
e. verblijf: verblijf als bedoeld in artikel 4;
|
||||
f. observatiediagnostiek: observatiediagnostiek als bedoeld in artikel 5;
|
||||
g. inrichting: een justitiële jeugdinrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
|
||||
h. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000;
|
||||
i. advies- en meldpunt kindermishandeling: de stichting bij de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder e, van de wet;
|
||||
j. advies: advies over de handelingsmogelijkheden bij een vermoeden van kindermishandeling;
|
||||
k. melding: een melding van kindermishandeling of van een vermoeden daarvan;
|
||||
l. jeugdreclassering: de stichting bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c en d, van de wet;
|
||||
m. gekwalificeerde gedragswetenschapper: degene die lid is van het Nederlands Instituut voor Psychologen en is opgenomen in het Register Klinisch Psychologen of het register Kinder- en Jeugdpsychologen en beschikt over de Basisaantekening Psychodiagnostiek van dit instituut of degene die lid is van de Nederlandse Vereniging van Orthopedagogen en Onderwijskundigen en geregistreerd is als Orthopedagoog-Generalist dan wel een BIG-geregistreerde gezondheidszorgpsycholoog;
|
||||
n. voogdijwerker: medewerker van de stichting die belast is met de uitoefening van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, van de wet;
|
||||
o. gezinsvoogdijwerker: medewerker van de stichting die belast is met de uitoefening van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van de wet;
|
||||
p. jeugdreclasseringswerker: medewerker van de stichting die belast is met de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c en d, van de wet.
|
||||
- aanvrager: degene die de aanvraag indient voor een indicatiebesluit;
|
||||
- advies- en meldpunt kindermishandeling: de stichting bij de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder e, van de wet;
|
||||
- de wet: de Wet op de jeugdzorg;
|
||||
- gekwalificeerde gedragswetenschapper: degene die lid is van het Nederlands Instituut voor Psychologen en is opgenomen in het Register Klinisch Psychologen of het register Kinder- en Jeugdpsychologen en beschikt over de Basisaantekening Psychodiagnostiek van dit instituut of degene die lid is van de Nederlandse Vereniging van Orthopedagogen en Onderwijskundigen en geregistreerd is als Orthopedagoog-Generalist dan wel een BIG-geregistreerde gezondheidszorgpsycholoog;
|
||||
- gezinsvoogdijwerker: medewerker van de stichting die belast is met de uitoefening van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van de wet;
|
||||
- indicatiebesluit: een besluit waarbij wordt vastgesteld of een cliënt is aangewezen op zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet;
|
||||
- inrichting: een justitiële jeugdinrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
|
||||
- jeugdbeschermings- en reclasseringstaken: de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de wet;
|
||||
- jeugdhulp: jeugdhulp als bedoeld in artikel 3;
|
||||
- jeugdreclassering: de stichting bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c en d, van de wet;
|
||||
- jeugdreclasseringswerker: medewerker van de stichting die belast is met de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c en d, van de wet.
|
||||
- melding: een melding van kindermishandeling of van een vermoeden daarvan;
|
||||
- observatiediagnostiek: observatiediagnostiek als bedoeld in artikel 5;
|
||||
- verblijf: verblijf als bedoeld in artikel 4;
|
||||
- voogdijwerker: medewerker van de stichting die belast is met de uitoefening van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, van de wet;
|
||||
- vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Aanspraken op jeugdzorg ingevolge de
|
||||
|
||||
|
|
@ -139,7 +139,7 @@ Indien artikel 9b, vijfde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten toepa
|
|||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Een cliënt heeft, in afwijking van artikel 3, derde lid, van de wet, in situaties waarin naar het oordeel van de stichting die werkzaam is in de provincie waarin de jeugdige duurzaam verblijft, onmiddellijke verlening van jeugdzorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder a, respectievelijk d, van de wet, geboden is, aanspraak op deze jeugdzorg zonder dat die stichting een indicatiebesluit heeft genomen.
|
||||
**1.** Een cliënt heeft, in afwijking van artikel 3, derde lid, van de wet, in situaties waarin naar het oordeel van de stichting die werkzaam is in de provincie waarin de jeugdige duurzaam verblijft, onmiddellijke verlening van jeugdzorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder a, van de wet, geboden is, aanspraak op deze jeugdzorg zonder dat die stichting een indicatiebesluit heeft genomen.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanspraak als bedoeld in het eerste lid vervalt zodra met betrekking tot de cliënt een indicatiebesluit is genomen, doch in ieder geval na vier weken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -165,28 +165,20 @@ Bij regeling van Onze Ministers kan worden geregeld dat een indicatiebesluit inh
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien de stichting vaststelt dat een cliënt is aangewezen op jeugdhulp, geeft zij in het indicatiebesluit aan of een cliënt is aangewezen op jeugdhulp:
|
||||
|
||||
a. in de thuissituatie of in een accommodatie van een zorgaanbieder;
|
||||
b. individueel of in groepsverband.
|
||||
|
||||
**2.** Het indicatiebesluit vermeldt de omvang van de benodigde jeugdhulp, uitgedrukt in een minimum en een maximum aantal contacturen, waarbij de marge twintig procent ten opzichte van het gemiddelde van het minimum en maximum bedraagt.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op verblijf, geeft zij in het indicatiebesluit aan of de jeugdige is aangewezen op verblijf bij een pleegouder, dan wel op verblijf in een accommodatie van een zorgaanbieder.
|
||||
|
||||
**2.** Het indicatiebesluit vermeldt de omvang van het benodigde verblijf, uitgedrukt in het benodigde aantal uren per etmaal en het aantal dagen waarover de uren worden gespreid.
|
||||
|
||||
**3.** Het aantal dagen waarover de uren worden gespreid wordt uitgedrukt in een minimum en maximum aantal dagen, waarbij de marge twintig procent ten opzichte van het gemiddelde van het minimum en het maximum bedraagt.
|
||||
**2.** Het indicatiebesluit vermeldt of het verblijf hele etmalen omvat of een gedeelte van een etmaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op observatiediagnostiek, geeft zij in het indicatiebesluit aan welke vragen met de observatiediagnostiek beantwoord moeten worden.
|
||||
|
||||
**2.** Het indicatiebesluit vermeldt de omvang van de benodigde observatiediagnostiek, uitgedrukt in het benodigde aantal uren per etmaal en het aantal dagen per week waarover deze uren worden gespreid.
|
||||
Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op observatiediagnostiek, geeft zij in het indicatiebesluit aan welke vragen met de observatiediagnostiek beantwoord moeten worden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Het indicatiebesluit geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen
|
||||
|
||||
|
|
@ -194,11 +186,13 @@ b. individueel of in groepsverband.
|
|||
|
||||
**1.** Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in artikel 9, geeft zij in het indicatiebesluit aan op welke van deze vormen de jeugdige is aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 9, onderscheidenlijk 13, tweede lid van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, is artikel 18, onderscheidenlijk 19 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in de artikelen 4, 5, 6, onderscheidenlijk 8 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, vermeldt het indicatiebesluit de omvang van de benodigde zorg, uitgedrukt in een minimum en een maximum aantal contacturen, waarbij de marge twintig procent ten opzichte van het gemiddelde van het minimum en maximum bedraagt.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in artikel 9 of artikel 13, tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, is, in afwijking van het tweede lid, artikel 13 van het Zorgindicatiebesluit van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in de artikelen 9, onderscheidenlijk 13, tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, vermeldt het indicatiebesluit de omvang van het benodigde verblijf, uitgedrukt in het benodigde aantal uren per etmaal en het aantal dagen waarover de uren worden gespreid. Het aantal dagen waarover de uren worden gespreid wordt uitgedrukt in een minimum en maximum aantal dagen, waarbij de marge twintig procent ten opzichte van het gemiddelde van het minimum en het maximum bedraagt.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op zorg als bedoeld in artikel 2.4 of verblijf als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering, is artikel 18, onderscheidenlijk 19 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in artikel 9 of artikel 13, tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, is, in afwijking van het tweede lid, artikel 13 van het Zorgindicatiebesluit van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op zorg als bedoeld in artikel 2.4 of verblijf als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering, is artikel 18, onderscheidenlijk 19 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Het indicatiebesluit verblijf in een inrichting op grond van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -307,7 +301,7 @@ Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de w
|
|||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
De stichting neemt geen indicatiebesluit dan nadat een ontwerp daarvan ter beoordeling is voorgelegd aan een gekwalificeerde gedragswetenschapper.
|
||||
De stichting kan, alvorens het indicatiebesluit te nemen, een ontwerp daarvan ter advisering aan een gekwalificeerde gedragswetenschapper voorleggen.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
|
|
@ -321,15 +315,15 @@ De stichting neemt geen indicatiebesluit dan nadat een ontwerp daarvan ter beoor
|
|||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
Indien de stichting ten aanzien van een jeugdige meer dan één taak als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, b, c en d, van de wet uitoefent, bevat het plan, bedoeld in artikel 13, derde lid, van de wet, een beschrijving van de wijze waarop de uitvoering van de verschillende taken op elkaar worden afgestemd.
|
||||
Indien de stichting ten aanzien van een jeugdige meer dan één van de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken uitoefent, bevat het plan, bedoeld in artikel 13, derde lid, van de wet, een beschrijving van de wijze waarop de uitvoering van de verschillende taken op elkaar worden afgestemd.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 10, eerste lid, onder i, van de wet stelt de stichting bij beëindiging van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, b, c en d, van de wet ten aanzien van de jeugdige een rapport op waarin beschreven wordt op welke wijze zij haar taak heeft verricht. In het rapport wordt aangegeven of de jeugdige naar het oordeel van de stichting, behoefte heeft aan nazorg en op welke wijze hierin kan worden voorzien.
|
||||
Onverminderd artikel 10, eerste lid, onder i, van de wet stelt de stichting bij beëindiging van de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken ten aanzien van de jeugdige een rapport op waarin beschreven wordt op welke wijze zij haar taak heeft verricht. In het rapport wordt aangegeven of de jeugdige naar het oordeel van de stichting, behoefte heeft aan nazorg en op welke wijze hierin kan worden voorzien.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld over het verrichten of doen verrichten van een gedragsdeskundig of psychiatrisch diagnostisch onderzoek ter voorbereiding van een besluit in het kader van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, b, c en d, van de wet, dat een rechterlijke beslissing vereist.
|
||||
Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld over het verrichten of doen verrichten van een gedragsdeskundig of psychiatrisch diagnostisch onderzoek ter voorbereiding van een besluit in het kader van de uitvoering van de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken, dat een rechterlijke beslissing vereist.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Het uitoefenen van de voogdij
|
||||
|
||||
|
|
@ -542,8 +536,6 @@ b. het andere personen betreft dan die bedoeld onder a, behoudens voor zover zij
|
|||
|
||||
### Artikel 55a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *klachtencommissie:* klachtencommissie, bedoeld in artikel 68 van de wet, voor zover deze klachten behandelt over een beslissing als bedoeld in artikel 29w, eerste lid, van de wet of over de toepassing van artikel 29t van de wet;
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue