From 2e462bf9196074442a171ea47717a51ea8e0d68e Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 19 Dec 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-12-19 | BWBR0028003 | Verordening vaccinatie nertsen tegen hondenziekte (PPE) 2010 --- .../BWBR0028003/README.md | 6 +++--- 1 file changed, 3 insertions(+), 3 deletions(-) diff --git a/pbo/verordening-vaccinatie-nertsen-tegen-hondenziekte-ppe-2010/BWBR0028003/README.md b/pbo/verordening-vaccinatie-nertsen-tegen-hondenziekte-ppe-2010/BWBR0028003/README.md index f54fda90d11..831228ad7bb 100644 --- a/pbo/verordening-vaccinatie-nertsen-tegen-hondenziekte-ppe-2010/BWBR0028003/README.md +++ b/pbo/verordening-vaccinatie-nertsen-tegen-hondenziekte-ppe-2010/BWBR0028003/README.md @@ -28,7 +28,7 @@ In deze verordening wordt verstaan onder: **4.** De nertsenhouder zorgt er voor dat een door hem gehouden fokdier uiterlijk op een leeftijd van 24 maanden twee maal is gevaccineerd tegen de hondenziekte, met inachtneming van het bepaalde in het zesde lid. -**5.** De nertsenhouder zorgt er voor dat voorafgaand aan de ontvangst van een nerts op een locatie waar de nertsenhouderij wordt uitgeoefend, de aldaar gehouden nertsen al gevaccineerd zijn, met inachtneming van het bepaalde in het zesde lid. +**5.** De nertsenhouder zorgt er voor dat voorafgaand aan de ontvangst van een nerts op een locatie waar de nertsenhouderij wordt uitgeoefend, de aldaar gehouden nertsen al gevaccineerd zijn tegen de hondenziekte, met inachtneming van het bepaalde in het zesde lid. **6.** De nertsen worden in overeenstemming met het in de Wet uitoefening diergeneeskunde bepaalde en met een conform de Diergeneesmiddelenwet voor dat doel geregistreerd vaccin, tegen de hondenziekte gevaccineerd. @@ -40,11 +40,11 @@ In deze verordening wordt verstaan onder: ### Artikel 3 -**1.** Als op grond van onderzoek verricht door de GD, door de voorzitter, namens het bestuur, wordt vastgesteld dat de hondenziekte aanwezig is op de door de nertsenhouder gebruikte locatie, deelt de voorzitter dit aan de nertsenhouder mede en zorgt de nertsenhouder er onverwijld voor dat alle nog niet eerder tegen de hondenziekte gevaccineerde pups of opgroeiende nertsen op die locatie, met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, zesde lid, gevaccineerd worden. +**1.** Als op grond van onderzoek verricht door de GD, door de voorzitter, namens het bestuur, wordt vastgesteld dat de hondenziekte aanwezig is op de door de nertsenhouder gebruikte locatie, deelt de voorzitter dit aan de nertsenhouder mede en zorgt de nertsenhouder er onverwijld voor dat alle nog niet eerder tegen de hondenziekte gevaccineerde pups of opgroeiende nertsen op die locatie, met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, zesde lid, gevaccineerd worden tegen de hondenziekte. **2.** In het geval de aanwezigheid van hondenziekte op een locatie waar de nertsenhouderij wordt uitgeoefend is vastgesteld kan de voorzitter, namens het bestuur, bij besluit deze locatie als besmette locatie verklaren en kan hij een gebied van maximaal 10 kilometer rondom de besmette locatie als besmet gebied verklaren. Deze verklaring als besmette locatie en besmet gebied geldt tot en met 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin voor het laatst klinische verschijnselen van de hondenziekte op de besmette locatie zijn geconstateerd of zo veel eerder als vanwege de vaccinatie door de voorzitter, namens het bestuur, bij besluit vastgesteld wordt dat de hondenziekte niet meer aanwezig is. Het besluit houdende de aanwijzing van besmet gebied, alsmede het besluit tot opheffing van besmet gebiedverklaring worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie. -**3.** De voorzitter kan na vaststelling van de aanwezigheid van hondenziekte op een locatie waar de nertsenhouderij wordt uitgeoefend aan de nertsenhouder binnen het besmette gebied een last opleggen om er voor te zorgen dat de door hem gehouden nertsen binnen een bepaalde termijn zijn gevaccineerd. +**3.** De voorzitter kan na vaststelling van de aanwezigheid van hondenziekte op een locatie waar de nertsenhouderij wordt uitgeoefend de nertsenhouder binnen het besmette gebied gelasten dat de door hem gehouden nertsen binnen een bepaalde termijn tegen de hondenziekte worden gevaccineerd. **4.** Een nertsenhouderij die zich bevindt binnen het gebied bedoeld in het tweede lid mag nertsen alleen levend afvoeren indien deze ten minste twee weken voor de verplaatsing zijn gevaccineerd tegen de hondenziekte.