2021-10-28 | BWBR0036702 | Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
This commit is contained in:
parent
3d8bf15ac2
commit
2e61cefcfc
1 changed files with 6 additions and 71 deletions
|
|
@ -248,21 +248,6 @@ b. banken als bedoeld in de onderdelen b en c met een lagere dan single B-rating
|
|||
|
||||
**5.** De eisen ten aanzien van de rating, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, en het tweede lid, onderdelen a en b, zijn niet van toepassing voor een bank die een volledige dochtermaatschappij is van een bank die aan die eisen voldoet en ten aanzien waarvan die bank een schriftelijk verklaring als bedoeld in artikel 403 lid 1 onder f van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek heeft afgegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 13a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een toegelaten instelling trekt de financiële middelen voor werkzaamheden op het gebied van de volkshuisvesting die niet behoren tot de diensten van algemeen economisch belang uitsluitend aan bij categorieën van instellingen als bedoeld in het bepaalde bij en krachtens artikel 13, eerste, tweede en derde lid, en zonder gebruikmaking van de borgingsvoorziening. Zij kan uitsluitend op een andere wijze financiële middelen voor die werkzaamheden inzetten:
|
||||
|
||||
a. in geval van herstructurering, of
|
||||
b. indien zij ten overstaan van Onze Minister aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen gevolg kan geven aan de eerste volzin.
|
||||
|
||||
**2.** De toegelaten instelling stelt ten behoeve van toepassing van het eerste lid, tweede volzin, een voorziening in, ten laste waarvan zij een interne lening verstrekt, die aan de niet-daeb-tak ten goede komt. Op het rentepercentage van die lening is het bepaalde bij en krachtens artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** De voorziening, bedoeld in het tweede lid, bevat uitsluitend de netto-opbrengsten van vervreemdingen op 1 januari 2012 of nadien van woongelegenheden als bedoeld in artikel 66, eerste lid, onderdelen a en b, en artikel 47, eerste lid, onderdeel c, van de wet, verminderd met het per jaar aan die woongelegenheden toe te rekenen deel van de leningen, bedoeld in artikel 66, eerste lid, onderdeel f, welk deel verhoudingsgewijs gelijk is aan het quotiënt van het totaalbedrag van die leningen en dat van de WOZ-waarde van die woongelegenheden, welke totaalbedragen blijken uit de voor dat jaar vastgestelde balans van de toegelaten instelling. De voorziening bevat die aldus verminderde netto-opbrengsten voorts uitsluitend, voor zover er een batig saldo over het betrokken jaar is uit de verhuur en de vervreemding van woongelegenheden als bedoeld in de eerste volzin, bepaald op grond van waardering van die woongelegenheden tegen de modelmatige marktwaarde. De eerste en tweede volzin zijn van overeenkomstige toepassing op de jaarlijks aan de voorziening toe te voegen middelen.
|
||||
|
||||
**4.** Op de aflossing van de lening, bedoeld in het tweede lid, is artikel 70, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Verdere algemene bepalingen inzake toegelaten instellingen
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
|
@ -456,10 +441,6 @@ e. de vervreemding van een andere onroerende zaak dan een woongelegenheid of een
|
|||
f. de vestiging van een recht van erfpacht, opstal of vruchtgebruik op een andere gebouwde onroerende zaak dan een woongelegenheid, een gebouw dat een maatschappelijke gebruiksbestemming heeft als bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel d, van de wet, of op onbebouwde grond, of overdracht van de economische eigendom van een zodanige onroerende zaak;
|
||||
g. de vestiging van een recht van opstal of vruchtgebruik op een woongelegenheid of op een zaak die zich in of nabij een woongelegenheid bevindt, in bij ministeriële regeling bepaalde gevallen.
|
||||
|
||||
### Artikel 24a
|
||||
|
||||
Vervreemdingen waarvoor geen goedkeuring is vereist op grond van artikel 24, onderdelen a of d, onder 1°, of onderdeel e, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel N, van het Besluit van 17 november 2021 tot wijziging van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 naar aanleiding van de evaluatie van de herziene Woningwet (Stb. 2021, 570), voor zover deze artikel 24 wijzigt, vinden, indien aan een toegelaten instelling wordt vervreemd, van 1 januari 2021 tot het tijdstip van inwerkingtreding van dat besluit plaats tegen een bij ministeriële regeling bepaalde waarde, tenzij de toegelaten instelling het noodzakelijk acht een andere prijs te hanteren, in welk geval zij dit verantwoordt in het jaarverslag, bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -1110,73 +1091,27 @@ Door vernummering vervallen.
|
|||
|
||||
### Artikel 53a
|
||||
|
||||
In deze afdeling wordt verstaan onder aanvrager: de toegelaten instelling, de met haar verbonden onderneming van welke zij enig aandeelhoudster is en de samenwerkingsvennootschap die Onze Minister om toestemming verzoekt om de in artikel 45a, eerste lid, onderdelen a, b of c, van de wet bedoelde werkzaamheden te verrichten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 53b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister verleent de aanvrager toestemming voor het uitvoeren van werkzaamheden, bedoeld in artikel 45a, eerste lid, onderdelen a, b of c, van de wet indien:
|
||||
|
||||
a. de werkzaamheden uitsluitend behoren tot de diensten van algemeen economisch belang;
|
||||
b. de in artikel 53d bedoelde schriftelijke verklaring is afgegeven;
|
||||
c. de ontwerpovereenkomst tussen de aanvrager en degene in wiens opdracht hij de werkzaamheden wenst te verrichten voldoet aan de bij ministeriële regeling daaraan te stellen voorwaarden, en;
|
||||
d. de werkzaamheden, bedoeld in artikel 45a, eerste lid, onderdeel b, van de wet, die zijn gericht op het geschikt maken van het gebouw voor bewoning, een investering van ten hoogste € 10.000,– per beoogde verhuureenheid vergen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager:
|
||||
|
||||
a. de in het eerste lid, onder c, bedoelde ontwerpovereenkomst, en;
|
||||
b. de verklaring, bedoeld in artikel 53d.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister geeft geen toestemming indien naar zijn oordeel de aan het verrichten van de werkzaamheden verbonden financiële risico’s of de financiële positie van de toegelaten instelling zodanig zijn, dat het onverantwoord is dat de aanvrager deze uitvoert.
|
||||
|
||||
**4.** Het bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel d, wordt jaarlijks met ingang van 1 januari bij ministeriële regeling gewijzigd voor zover de ontwikkeling van het prijscijferindex voor de bouwkosten daar aanleiding toe geeft.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 53c
|
||||
|
||||
**1.** De aanvrager verhuurt bij aanvang van de verhuur van de woongelegenheden, ten aanzien waarvan hij de werkzaamheden verricht, ten minste de helft van de woongelegenheden aan vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet 2014.
|
||||
|
||||
**2.** Nadien verhuurt de aanvrager eveneens ten minste de helft van de woongelegenheden aan vergunninghouders, tenzij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, op wier grondgebied die woongelegenheid zich bevindt, schriftelijk verklaart dat het dat niet nodig acht om te voldoen aan de taakstelling, bedoeld in dat artikel. De aanvrager voegt de schriftelijke verklaring in dit geval bij het volkshuisvestingsverslag, bedoeld in artikel 36a van de wet.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvrager verricht ten aanzien van de gebouwen of woongelegenheden waar de toestemming betrekking op heeft, uitsluitend werkzaamheden die behoren tot de diensten van algemeen economisch belang.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de verklaring bedoeld in het tweede lid maakt het college van burgemeester en wethouders gebruik van een bij ministeriële regeling vastgesteld formulier.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 53d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente op wier grondgebied de woongelegenheid, de aanhorigheid of het gebouw waar de werkzaamheden betrekking op hebben, zich bevindt, legt de in artikel 53b, eerste lid, onder b, bedoelde schriftelijke verklaring af indien en in dat geval inhoudende dat:
|
||||
|
||||
a. zij ermee instemt dat de werkzaamheden door de aanvrager worden uitgevoerd, en;
|
||||
b. het uitvoeren van de werkzaamheden noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan de voor de gemeente geldende taakstelling, bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet 2014.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een toegelaten instelling of een samenwerkingsvennootschap om toestemming verzoekt, houdt de verklaring tevens in dat artikel 53e is toegepast.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de verklaring maakt het college gebruik van een bij ministeriële regeling vastgesteld formulier.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 53e
|
||||
|
||||
**1.** Indien de aanvraag betrekking heeft op een toegelaten instelling of een samenwerkingsvennootschap, geeft het college van burgemeester en wethouders de verklaring, bedoeld in artikel 53d, eerste lid, eerst nadat zij het voornemen tot het uitvoeren van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 45a van de wet gedurende twee weken langs elektronische weg algemeen bekend heeft gemaakt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De bekendmaking bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de naam en contactgegevens van de degene in wiens opdracht de werkzaamheden worden uitgevoerd;
|
||||
b. de aanvang en looptijd van de opdracht;
|
||||
c. een omschrijving van de woongelegenheid en de aanhorigheden waar de werkzaamheden worden uitgevoerd, en;
|
||||
d. de wijze waarop en de toestand waarin de woongelegenheid en de aanhorigheden na afloop van de werkzaamheden dienen te worden opgeleverd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 53f
|
||||
|
||||
Onze Minister kan de verleende toestemming tussentijds intrekken indien tijdens de looptijd van de opdracht blijkt dat:
|
||||
|
||||
a. niet of niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden, gesteld in artikel 53b, eerste lid;
|
||||
b. de aanvrager niet of niet langer voldoet aan de eisen die artikel 53c aan de werkzaamheden stelt, of;
|
||||
c. de aan het verrichten van de werkzaamheden verbonden financiële risico’s of de financiële positie van de aanvrager tijdens de looptijd van de werkzaamheden zodanig zijn geworden dat het niet langer verantwoord is dat de aanvrager deze uitvoert.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Passend toewijzen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue