2022-05-04 | BWBR0046622 | Subsidieregeling ESF+ 2021–2027
This commit is contained in:
parent
d69266d79a
commit
2e74b0b5e2
1 changed files with 338 additions and 0 deletions
|
|
@ -0,0 +1,338 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Subsidieregeling ESF+ 2021–2027
|
||||
bwb_id: BWBR0046622
|
||||
type: ministeriele-regeling
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2022-05-04'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0046622
|
||||
citeertitel: Subsidieregeling ESF+ 2021–2027
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Subsidieregeling ESF+ 2021–2027
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 1. Algemeen deel
|
||||
|
||||
### Artikel 1.1
|
||||
|
||||
In deze regeling wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *brutoloon:* bruto salaris, inclusief eindejaarsuitkering of een beloning in de vorm van een dertiende maand, zijnde een vast bedrag of vastgesteld percentage van het salaris, dat werknemers als extra loon ontvangen, voor zover dit is geregeld in de geldende CAO of arbeidsovereenkomst, exclusief vakantiegeld, exclusief (overige) vergoedingen, bijzondere beloningen, winst- of prestatieafhankelijke uitkeringen en aanvullende werkgeverslasten, inclusief ploegentoeslag of inconveniëntentoeslag, voor zover dit is geregeld in de geldende CAO;
|
||||
- *CAO:* collectieve arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst;
|
||||
- *centrumgemeente:* Alkmaar, Almere, Amersfoort, Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Breda, Den Bosch, Den Haag, Doetinchem, Dordrecht, Ede, Eindhoven, Emmen, Enschede, Goes, Gorinchem, Gouda, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hilversum, Leeuwarden, Leiden, Nijmegen, Roermond, Rotterdam, Tiel, Tilburg, Utrecht, Venlo, Zaanstad, Zoetermeer of Zwolle;
|
||||
- *directe loonkosten:* loonkosten van personeel, waarbij sprake is van direct aan deelnemers van het project bestede uren;
|
||||
- *externe kosten:* kosten die in rekening gebracht worden door derden voor het uitvoeren van direct aan deelnemers gerelateerde activiteiten;
|
||||
- *Minister:* Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen;
|
||||
- *praktijkonderwijs:* onderwijs als bedoeld in artikel 10f, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
|
||||
- *Programma:* Programma ESF+ Nederland 2021–2027;
|
||||
- *project:* samenhangend geheel van activiteiten met betrekking tot een onderwerp als bedoeld in artikel 1.4;
|
||||
- *projectperiode:* periode tussen het tijdstip waarop activiteiten starten en worden beëindigd;
|
||||
- *subsidieaanvrager:* aanvrager van een subsidie op grond van deze regeling;
|
||||
- *subsidieontvanger:* subsidieaanvrager aan wie krachtens deze regeling subsidie is verleend;
|
||||
- *subproject:* op zichzelf staand onderdeel van een project;
|
||||
- *Verordening (EU) nr. 2021/1057:*
|
||||
Verordening (EU) 2021/1057 van het Europees parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1296/2013 (PbEU 2021, L 231);
|
||||
- *Verordening (EU) nr. 2021/1060:*
|
||||
Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PbEU 2021, L 231);
|
||||
- *voortgezet speciaal onderwijs:* voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.2
|
||||
|
||||
**1.** De Minister verstrekt, overeenkomstig deze regeling, subsidie aan subsidieaanvragers die een bijdrage leveren aan de uitvoering van het programma Europees Sociaal Fonds Plus, zoals uitgewerkt in het Programma en neemt daarbij Verordening (EU) nr. 2021/1060 in acht.
|
||||
|
||||
**2.** De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is niet van toepassing op subsidieverlening krachtens deze regeling.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de Europese Commissie op het tijdstip van subsidieverlening nog niet heeft ingestemd met het Programma, wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat de Europese Commissie instemt met dat Programma.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de Europese Commissie niet instemt met het Programma, kan de Minister de subsidieverlening aanpassen aan het gewijzigde Programma, dat de instemming van de Europese Commissie heeft verkregen.
|
||||
|
||||
**5.** Voor zover de bepalingen uit hoofdstuk 2 in tegenspraak zijn met hoofdstuk 1, prevaleren de bepalingen in hoofdstuk 2.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.3
|
||||
|
||||
**1.** Als beheerautoriteit en verantwoordelijke voor de boekhoudfunctie, bedoeld in artikel 71, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2021/1060 wordt aangewezen de directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering, onderdeel Uitvoering van Beleid, van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
|
||||
|
||||
**2.** Als auditautoriteit als bedoeld in artikel 71, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2021/1060 wordt aangewezen de Auditdienst Rijk van het Ministerie van Financiën.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.4
|
||||
|
||||
De Minister verleent met inachtneming van deze regeling subsidie ten behoeve van projecten op het gebied van een regio-aanvraag voor leerlingen voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.5
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie met betrekking tot een project als bedoeld in deze regeling wordt aangevraagd door een geregistreerde subsidieaanvrager.
|
||||
|
||||
**2.** De registratie als subsidieaanvrager vindt plaats onder gebruikmaking van een daartoe door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanvraag tot verlening van een subsidie wordt ingediend voor aanvang van de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.6
|
||||
|
||||
**1.** De subsidieaanvraag bevat in ieder geval een projectplan met bijbehorende begroting en financieringsplan en wordt ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier en een door de Minister erkende elektronische handtekening.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het projectplan bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. een beschrijving van de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten;
|
||||
b. een beschrijving van de doelstelling, resultaten en producten die de subsidieaanvrager met de activiteiten nastreeft;
|
||||
c. een beschrijving van de wijze waarop de activiteiten zullen worden uitgevoerd, verantwoord en geadministreerd;
|
||||
d. de duur van de projectperiode; en
|
||||
e. een beschrijving van de benodigde en beschikbare operationele en financiële capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten.
|
||||
|
||||
**3.** De begroting geeft inzicht in de kosten en opbrengsten van het project en is voorzien van een toelichting per post.
|
||||
|
||||
**4.** Het financieringsplan geeft inzicht in de financiering die naast het gevraagde subsidiebedrag nodig is voor het project.
|
||||
|
||||
**5.** Op de aanvraag wordt uiterlijk achttien weken na afloop van het aanvraagtijdvak beslist. Bij afwezigheid van een einddatum in een aanvraagtijdvak wordt achttien weken na ontvangst van de volledige aanvraag beslist.
|
||||
|
||||
**6.** Een aanvraag is volledig wanneer het elektronische formulier en de bijbehorende bijlagen volledig zijn ingevuld en zijn ontvangen door de Minister, zodat op basis van de verstrekte informatie de aanvraag kan worden beoordeeld.
|
||||
|
||||
**7.** Desgevraagd verstrekt de subsidieaanvrager een nadere toelichting op de projectbeschrijving en de begroting.
|
||||
|
||||
**8.** De Minister maakt een alternatieve wijze voor de registratie, het indienen van de aanvraag en de elektronische handtekening bekend, indien dit vanwege een calamiteit niet mogelijk is op de wijze, bedoeld in het eerste lid en artikel 1.5, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.7
|
||||
|
||||
**1.** In geval het totaalbedrag van de aangevraagde subsidies het vastgestelde subsidieplafond te boven gaat, worden de subsidieaanvragen met betrekking tot dat onderwerp door de Minister afgehandeld in volgorde van het tijdstip van ontvangst.
|
||||
|
||||
**2.** Als tijdstip van ontvangst als bedoeld in het eerste lid geldt het tijdstip waarop de volledige aanvraag is ontvangen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien bij overschrijding van het toepasselijke subsidieplafond blijkt dat het tijdstip van ontvangst van de aanvragen op de desbetreffende dag niet is vast te stellen, zal van de op die dag ontvangen aanvragen de volgorde van ontvangst door middel van loting worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.8
|
||||
|
||||
**1.** De Minister verleent de subsidie voor het uitvoeren van het project zoals vastgelegd in de bij de subsidieaanvraag gevoegde projectplan.
|
||||
|
||||
**2.** De beschikking vermeldt de periode, de totale subsidiabele kosten en het maximumbedrag van de subsidie.
|
||||
|
||||
**3.** Bij het bepalen van het maximumbedrag van de subsidie wordt uitgegaan van het totaal van de in artikel 1.11 genoemde kosten van het project, zoals door de subsidieaanvrager geraamd, met dien verstande dat in de beschikking te vermelden kostenposten buiten beschouwing kunnen worden gelaten of op een lager bedrag kunnen worden bepaald.
|
||||
|
||||
**4.** Onverminderd artikel 4:37 Algemene wet bestuursrecht kunnen aan de beschikking tot subsidieverlening verplichtingen worden verbonden.
|
||||
|
||||
**5.** In de beschikking kunnen voorwaarden worden opgenomen waaronder de subsidie wordt verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.9
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wijst de Minister een aanvraag tot verlening van subsidie geheel of gedeeltelijk af, indien:
|
||||
|
||||
a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen;
|
||||
b. de kosten van het project niet in een redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten resultaten;
|
||||
c. onvoldoende zekerheid bestaat over de financiering van de totale noodzakelijkerwijs ten behoeve van de voorbereiding en de uitvoering van het project te maken kosten;
|
||||
d. onvoldoende zekerheid bestaat dat de administratie van de subsidieaanvrager zal voldoen aan de daaraan gestelde eisen;
|
||||
e. onaannemelijk is dat de subsidieaanvrager de subsidiabele activiteiten in voldoende mate in kwalitatieve of kwantitatieve zin kan beïnvloeden of realiseren;
|
||||
f. onaannemelijk is dat met de door de subsidieaanvrager toegepaste werkwijze de met de subsidie beoogde doelstelling wordt bereikt;
|
||||
g. onaannemelijk is dat de voorgenomen subsidiabele activiteiten of subsidiabele kosten eenvoudig te verantwoorden en te controleren zijn;
|
||||
h. de kosten reeds uit anderen hoofde worden gefinancierd ten laste van een Europese subsidie;
|
||||
i. dezelfde subsidiabele kosten reeds uit hoofde van een nationale subsidieprogramma worden gefinancierd, zodanig dat de totale financiering van de subsidiabele kosten meer dan 100% bedraagt;
|
||||
j. onaannemelijk is dat de subsidieaanvrager beschikt over operationele of financiële capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten;
|
||||
k. anderszins op grond van eerdere subsidieverlening voor vergelijkbare activiteiten niet aannemelijk is dat de subsidieaanvrager de activiteiten goed zal uitvoeren of aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen zal voldoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.10
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie ten behoeve van projecten als bedoeld in hoofdstuk 2 bedraagt maximaal 40% van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.** Indien uit de subsidieaanvraag of de einddeclaratie blijkt dat de aanvrager meer dan 60% van de subsidiabele kosten voor eigen rekening neemt, of dat meer dan 60% van de subsidiabele kosten uit een andere financieringsbron wordt bekostigd, wordt het subsidiepercentage verlaagd met dit meerdere.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.11
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De volgende kostensoorten komen voor subsidie in aanmerking:
|
||||
|
||||
a. externe kosten;
|
||||
b. directe loonkosten, voor zover deze berekend zijn op basis van het aantal werkelijk gerealiseerde uren tegen een individueel berekend tarief op basis van het brutoloon, vermeerderd met een opslag van 37,5% van het brutoloon en waarbij het aantal werkbare uren per jaar is gesteld op 1.720 bij een voltijds dienstverband.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid zijn kosten gemaakt door verbonden organisaties slechts subsidiabel op basis van directe loonkosten.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onder een verbonden organisatie als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie:
|
||||
|
||||
a. waarop de subsidieontvanger of een bij het project betrokken partij direct of indirect een overheersende invloed kan uitoefenen;
|
||||
b. die direct of indirect een overheersende invloed op de subsidieontvanger of een bij het project betrokken partij kan uitoefenen; of
|
||||
c. die tezamen met de subsidieontvanger of met een bij het project betrokken partij direct of indirect onderworpen is aan de overheersende invloed van een andere organisatie uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Overheersende invloed als bedoeld in het derde lid wordt vermoed, indien een organisatie direct of indirect, ten opzichte van een andere organisatie:
|
||||
|
||||
a. de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de organisatie bezit;
|
||||
b. over de meerderheid van de stemmen beschikt die aan de door de organisatie uitgegeven aandelen zijn verbonden; of
|
||||
c. meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de organisatie kan benoemen.
|
||||
|
||||
**5.** De kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn daadwerkelijk gemaakt en betaald, waarbij de kosten ten laste van het project zijn gebleven en rechtstreeks aan de uitvoering of het beheer van het project zijn toe te rekenen.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Een subsidie kan de volgende vormen aannemen:
|
||||
|
||||
a. vergoeding van subsidiabele kosten die daadwerkelijk zijn gemaakt door een begunstigde en die zijn betaald voor de uitvoering van concrete acties;
|
||||
b. standaardschalen van eenheidskosten;
|
||||
c. lump sums;
|
||||
d. forfaitaire financiering, bepaald door een percentage toe te passen op een of meer gedefinieerde categorieën kosten.
|
||||
|
||||
**7.** De Minister stelt vast welke subsidievorm wordt toegepast, waarbij een combinatie van subsidievormen mogelijk is.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.12
|
||||
|
||||
Niet voor subsidiering komen in aanmerking:
|
||||
|
||||
a. onredelijke of niet noodzakelijk gemaakte kosten voor uitvoering van het project of een onderdeel daarvan;
|
||||
b. kosten van het project die niet in een redelijke verhouding staan tot de overeengekomen prestaties of hetgeen gebruikelijk is;
|
||||
c. loonkosten van een persoon die werkzaam is in een dienstbetrekking op grond van de Wet sociale werkvoorziening;
|
||||
d. kosten gemaakt buiten de projectperiode, die benoemd is in de beschikking tot verlening;
|
||||
e. kosten die reeds uit anderen hoofde worden gefinancierd ten laste van een Europees subsidieprogramma;
|
||||
f. kosten die reeds uit hoofde van een nationaal subsidieprogramma worden gefinancierd, zodanig dat de totale financiering van de subsidiabele kosten meer dan 100% bedraagt;
|
||||
g. in rekening gebrachte BTW.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.13
|
||||
|
||||
**1.** De subsidieontvanger houdt een inzichtelijke en controleerbare administratie bij met betrekking tot de uitvoering van het project en de in verband daarmee gemaakte kosten en gerealiseerde opbrengsten. Deze administratie bestaat uit een projectadministratie, waaronder voor zover van toepassing een deelnemersadministratie, en een financiële administratie waarin alle noodzakelijke gegevens tijdig, juist en volledig zijn vastgelegd en zijn te verifiëren met bewijsstukken.
|
||||
|
||||
**2.** De volledige administratie is voor controle beschikbaar op locatie van de subsidieontvanger.
|
||||
|
||||
**3.** De projectadministratie geeft inzicht in de geplande en gerealiseerde prestaties in termen van deelnemers of geleverde producten of diensten.
|
||||
|
||||
**4.** De financiële administratie geeft inzicht in de subsidiabele kosten, de gerealiseerde opbrengsten en de wijze waarop deze kosten en opbrengsten aan het project worden toegerekend.
|
||||
|
||||
**5.** De deelnemersadministratie bevat het burgerservicenummer van de deelnemers aan het project, geeft inzicht in de subsidiabiliteit van de individuele deelnemer en de verrichte activiteiten en behaalde resultaten per individuele deelnemer.
|
||||
|
||||
**6.** Een subsidieontvanger verstrekt desgevraagd aan de instanties, genoemd in artikel 1.3, inzage in of informatie uit de administratie. Tevens verstrekt de subsidieontvanger die instanties desgevraagd informatie over de projecten die voor monitoring en evaluatiedoeleinden gebruikt kunnen worden.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.14
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd de voorschriften voor staatssteun bewaart de subsidieontvanger alle administratieve bescheiden die betrekking hebben op het gesubsidieerde project ten minste tot 31 december 2036 of tot een nader door de Minister aan de subsidieontvanger schriftelijk bekend te maken datum. Indien de Europese Commissie vanwege een gerechtelijke vervolging of een met redenen omkleed verzoek de bewaartermijn schorst, maakt de Minister de gevolgen voor de bewaartermijn in de Staatscourant bekend.
|
||||
|
||||
**2.** Van alle administratieve bescheiden wordt het origineel bewaard. Hiervan kan worden afgeweken, indien het origineel conform de procedure in bijlage 1 bij deze regeling, wordt overgezet en bewaard op een andere gegevensdrager. Het overbrengen op een andere gegevensdrager geschiedt met juiste en volledige weergave van de gegevens en deze is de volledige bewaartermijn beschikbaar en kan binnen een redelijke tijd leesbaar worden gemaakt.
|
||||
|
||||
**3.** De administratie is zodanig ingericht en wordt zodanig gevoerd en bewaard, dat controle daarvan binnen een redelijke termijn mogelijk is. Daartoe verleent de subsidieontvanger de benodigde medewerking met inbegrip van het verschaffen van het benodigde inzicht in de opzet en de werking van de administratie.
|
||||
|
||||
**4.** De computersystemen die gebruikt worden voor documenten waarvan uitsluitend een elektronische versie bestaat voldoen aan aanvaarde beveiligingsstandaarden, die waarborgen dat de bewaarde documenten aan het eerste lid voldoen en dat er voor controledoeleinden op kan worden vertrouwd.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.15
|
||||
|
||||
**1.** De subsidieontvanger verstrekt, onder gebruikmaking van het daartoe door de Minister elektronisch beschikbaar gestelde formulier en een door de Minister erkende elektronische handtekening, uiterlijk op 31 december van elk kalenderjaar aan de Minister het burgerservicenummer van de deelnemers aan het project.
|
||||
|
||||
**2.** Indien er omstandigheden optreden die de voortgang, inhoud of de administratieve organisatie van het project substantieel wijzigen of die anderszins belangrijke gevolgen kunnen hebben voor het recht op subsidie, doet de subsidieontvanger hiervan onverwijld mededeling aan de Minister.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidieontvanger verleent aan de medewerking aan het opstellen van evaluatierapporten met betrekking tot deze regeling, en draagt er zorg voor dat de feitelijke uitvoerder van het project deze medewerking verleent, indien het gesubsidieerde project niet in eigen beheer wordt uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**4.** De subsidieontvanger meldt aan de Minister wanneer binnen drie jaar na afloop van het project sprake is van faillissement of overgang van eigendom van een door het project gefinancierde onderneming.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.16
|
||||
|
||||
**1.** De subsidieontvanger dient binnen dertien weken na beëindiging van het project een verzoek tot vaststelling van de subsidie in bij de Minister, door middel van een verantwoording, in ieder geval bestaande uit een einddeclaratie. De subsidieontvanger verstrekt bij de einddeclaratie het burgerservicenummer van de deelnemers aan het project.
|
||||
|
||||
**2.** Het verzoek tot vaststelling wordt ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier, voorzien van de vereiste bijlagen en een door de Minister erkende elektronische handtekening.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister betaalt binnen tachtig dagen nadat het verzoek tot vaststelling van de subsidie is ontvangen de op dat moment bekende verschuldigde subsidie.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De betaling van het bedrag, bedoeld in het derde lid, kan worden opgeschort indien:
|
||||
|
||||
a. de Minister een verzoek tot aanvulling van ontbrekende gegevens heeft gedaan;
|
||||
b. een onregelmatigheid in het verzoek tot vaststelling van de subsidie is geconstateerd;
|
||||
c. de door de Europese Commissie tussentijds uitgekeerde bedragen niet toereikend zijn.
|
||||
|
||||
**5.** De Minister beslist binnen 24 maanden na ontvangst van het verzoek tot vaststelling van de subsidie.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.17
|
||||
|
||||
**1.** De subsidieontvanger informeert, onverminderd artikel 50 van Verordening (EU) nr. 2021/1060, de door de subsidieontvanger ingeschakelde uitvoerder en de deelnemers aan projecten dat zij deelnemen aan een door het Europees Sociaal Fonds Plus gesubsidieerd project.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat, op relevante op het project en de uitvoering daarvan betrekking hebbende documenten, duidelijk kenbaar wordt gemaakt dat voor het project steun is verleend vanuit het Europese Unie zoals aangegeven in het derde lid.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat een embleem van de Europese Unie, alsmede de vermelding van "Gefinancierd door de Europese Unie" of "Medegefinancierd door de Europese Unie" aanwezig is op alle vormen van voorlichting- en communicatie-uitingen met betrekking tot het project, en dat dit embleem voldoet aan de instructies in bijlage IX van Verordening (EU) nr. 2021/1060.
|
||||
|
||||
**4.** De subsidieontvanger licht tijdens de uitvoering van het project het publiek voor op de website of sociale media, indien aanwezig, over de uit het Europees Sociaal Fonds Plus ontvangen steun en door middel van ten minste één affiche met informatie over het project op een voor het publiek goed zichtbare plek.
|
||||
|
||||
**5.** De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de bij het project betrokken partijen voldoen aan het eerste tot en met het vierde lid.
|
||||
|
||||
**6.** De projectresultaten worden om niet beschikbaar gesteld aan de Minister of door de Minister aangewezen derden, en de subsidieontvanger verleent medewerking aan door de Minister georganiseerde publicitaire en voorlichtingsactiviteiten gericht op de media, potentiële deelnemers van projecten en het grote publiek.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.18
|
||||
|
||||
Door het indienen van een aanvraag stemt de subsidieontvanger er mee in dat het subsidiedossier met uitzondering van persoonsgegevens openbaar kan worden gemaakt.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.19
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd afdeling 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht kan een beschikking tot subsidieverlening door de Minister geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken, en kunnen op basis daarvan uitbetaalde bedragen worden teruggevorderd:
|
||||
|
||||
a. indien het project wordt uitgevoerd in afwijking van de projectbeschrijving, waarop de subsidieverlening was gebaseerd;
|
||||
b. indien de doelstellingen van het project niet of slechts ten dele worden gerealiseerd;
|
||||
c. indien de subsidieontvanger niet of niet meer beschikt over de benodigde operationele en financiële capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten;
|
||||
d. op een daartoe strekkend verzoek van de subsidieontvanger;
|
||||
e. indien anderszins in strijd wordt gehandeld met Verordening (EU) nr. 2021/1060.
|
||||
|
||||
**2.** Gehele of gedeeltelijke intrekking van de beschikking tot subsidieverlening op grond van het eerste lid, onderdeel a, vindt niet plaats, indien de afwijking van het bij de subsidieaanvraag gevoegde projectbeschrijving vooraf aan de Minister is voorgelegd en de Minister daarmee schriftelijk heeft ingestemd.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister kan het terug te vorderen bedrag verrekenen met een aan die subsidieontvanger in het kader van de Subsidieregeling ESF 2014–2020 of deze regeling verleende en nog te betalen subsidie.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Subsidie voor regio-aanvraag leerlingen voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1
|
||||
|
||||
De subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door het college van burgemeester en wethouders van een centrumgemeente.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2
|
||||
|
||||
Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk dat betrekking heeft op een regio-aanvraag leerlingen voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, worden ingediend in het aanvraagtijdvak van 16 mei 2022, 09.00 uur, tot en met 1 juli 2022, 17.00 uur, voor de projectperiode van 1 augustus 2022 tot en met 31 juli 2023.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3
|
||||
|
||||
Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 2.2, bedraagt € 15.000.000.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4
|
||||
|
||||
**1.** Een project in het kader van dit hoofdstuk heeft tot doel het bevorderen van actieve inclusie, door middel van het vergroten van mogelijkheden tot arbeidsinpassing van personen die op het moment van hun start van deelneming aan een project behoren tot de doelgroep van leerlingen die ingeschreven staan bij een school voor voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs, en in aanvulling op het regulier onderwijs ondersteuning nodig hebben ten behoeve van arbeidsintegratie.
|
||||
|
||||
**2.** Een project in het kader van dit hoofdstuk heeft mede tot doel de bevordering van de gelijkheid van vrouwen en mannen en de bevordering van gelijke kansen en non-discriminatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5
|
||||
|
||||
**1.** Het college van burgemeester en wethouders van een centrumgemeente kan een regio-aanvraag leerlingen voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs indienen.
|
||||
|
||||
**2.** Een project in het kader van dit hoofdstuk komt slechts voor subsidie in aanmerking indien het project past binnen het doel, genoemd in artikel 2.4.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister kan in de beschikking tot subsidieverlening op verzoek of bij een kennelijke verschrijving in plaats van de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag een andere startdatum van het project vermelden.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6
|
||||
|
||||
**1.** Voor subsidie komen enkel activiteiten in aanmerking die direct zijn gericht op de bevordering van de aansluiting praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs op de arbeidsmarkt of vervolgonderwijs en die het in artikel 2.4 genoemde doel ondersteunen;
|
||||
|
||||
**2.** Voor het schooljaar 2022 -2023 wordt per leerling een maximumbedrag gesubsidieerd van € 1.788.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister specificeert de voorwaarden met betrekking tot het afrekenen op basis van de subsidievorm, bedoeld in het tweede lid, in de beschikking tot subsidieverlening.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7
|
||||
|
||||
**1.** De Minister kan voor projecten als bedoeld in dit hoofdstuk, op verzoek van de subsidieontvanger, een voorschot verlenen tot maximaal 50% van het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen maximum subsidiebedrag.
|
||||
|
||||
**2.** In het verzoek wordt het voorschot gemotiveerd en gespecificeerd op basis van reeds gemaakte kosten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8
|
||||
|
||||
Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie in het kader van dit hoofdstuk is per centrumgemeente vastgelegd in bijlage 2 bij deze regeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9
|
||||
|
||||
In afwijking van de artikelen 1.15, eerste lid, en 1.16, eerste lid, verstrekt de subsidieontvanger voor een persoon die behoort tot de doelgroep, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, in plaats van een burgerservicenummer een onderwijsnummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Les- en cursusgeldwet, indien deze persoon niet beschikt over een burgerservicenummer.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Slotartikelen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1
|
||||
|
||||
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ESF+ 2021–2027.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2
|
||||
|
||||
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst.
|
||||
|
||||
## Bijlage 1. als bedoeld in
|
||||
|
||||
## Bijlage 2. als bedoeld in
|
||||
|
||||
Subsidieplafonds voor regio-aanvraag leerlingen voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs
|
||||
Loading…
Add table
Reference in a new issue