2012-11-01 | BWBR0009124 | Zeevaartbemanningswet

This commit is contained in:
Coornhert 2012-11-01 12:00:00 +00:00
parent 3c7be41abd
commit 2e8dbfb2e0

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Zeevaartbemanningswet
bwb_id: BWBR0009124
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2004-04-13'
datum_inwerkingtreding: '2012-11-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0009124
citeertitel: Zeevaartbemanningswet
---
@ -14,9 +14,11 @@ citeertitel: Zeevaartbemanningswet
### Artikel 1
**1.**
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
a. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
b. Nederlands schip: een schip dat op grond van Nederlandse rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren;
c. vissersvaartuig: een Nederlands schip dat bestemd is of gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vangen van vis of van andere levende rijkdommen van de zee;
d. zeilschip: een Nederlands schip dat bestemd en ingericht is om hoofdzakelijk door middel van zeilen te worden voortbewogen;
@ -26,10 +28,10 @@ g. scheepslengte: tenzij anders bepaald, 96 procent van de totale lengte op een
h. kapitein: de gezagvoerder van een Nederlands schip;
i. scheepsofficier: een lid van de bemanning, niet zijnde de kapitein, die aan boord van een Nederlands schip een functie als stuurman, werktuigkundige, maritiem officier of radio-operator vervult;
j. opvarende: een ieder die zich gedurende de vaart aan boord van het schip bevindt;
k. bemanning: de kapitein, de scheepsofficieren, de scheepsgezellen, en de overige opvarenden die in de monsterrol worden genoemd;
l. scheepsbeheerder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die, vanuit een vestiging van een zeescheepvaartonderneming in Nederland, de dagelijkse leiding heeft over het beheer van het schip, alsmede de personen die als lid van een maatschap het beheer voeren over het vissersvaartuig;
k. bemanning: de kapitein, de scheepsofficieren, de scheepsgezellen, en de overige zeevarenden die in de monsterrol worden genoemd;
l. scheepsbeheerder: de eigenaar of de rompbevrachter van een schip, of een vennootschap als bedoeld in artikel 311, derde lid, van het Wetboek van Koophandel aan wie de eigenaar de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van het schip heeft overgedragen, of indien het een vissersvaartuig betreft, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de eigenaar de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van het vissersvaartuig heeft overgedragen;
m. de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat: de door Onze Minister aangewezen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat;
n. vaarbevoegdheid: de bevoegdheid om in een of meer functies aan boord van een schip dienst te doen;
n. vaarbevoegdheid: de bevoegdheid om in een of meer functies waarvoor in deze wet beroepsvereisten zijn gesteld, aan boord van een schip dienst te doen;
o. vaarbevoegdheidsbewijs: een door Onze Minister afgegeven document waaruit de vaarbevoegdheid blijkt;
p. bemanningsplan: een voorstel van de scheepsbeheerder, houdende het aantal bemanningsleden met hun functies aan boord waarmee de scheepsbeheerder het betrokken schip minimaal wenst te bemannen;
q. bemanningscertificaat: een door Onze Minister afgegeven certificaat, houdende het minimumaantal bemanningsleden met hun functies aan boord van het betrokken schip;
@ -39,23 +41,39 @@ t. tuchtcollege: het tuchtcollege voor de scheepvaart als bedoeld in artikel 55a
u. verwerking van persoonsgegevens: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet bescherming persoonsgegevens;
v. verantwoordelijke: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet bescherming persoonsgegevens;
w. bewijs van beroepsbekwaamheid: elk geldig document dat is afgegeven door of onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, in overeenstemming met artikel 5 van de bemanningsrichtlijn en de in de daarbij behorende bijlage I vastgestelde vereisten;
x. bemanningsrichtlijn: richtlijn nr. 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 inzake het minimum opleidingsniveau van zeevarenden (PbEU L 323).
x. bemanningsrichtlijn: richtlijn nr. 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 inzake het minimum opleidingsniveau van zeevarenden (PbEU L 323);
y. Maritiem Arbeidsverdrag: het op 23 februari 2006 in Genève tot stand gekomen Maritiem Arbeidsverdrag, 2006 (Trb. 2007, 93) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen en aanhangselen;
z. zeevarende: de natuurlijke persoon die in enige hoedanigheid werkzaamheden verricht aan boord van een schip;
aa. visser: een zeevarende werkzaam op een vissersvaartuig;
ab. certificaat maritieme arbeid: het certificaat, bedoeld in voorschrift 5.1.3, derde lid, van het Maritiem Arbeidsverdrag;
ac. verklaring naleving maritieme arbeid: de verklaring, bedoeld in norm A 5.1.3, tiende lid, van het Maritiem Arbeidsverdrag, bestaande uit deel I en deel II;
ad. internationale reis: een reis tussen twee verschillende landen of tussen havens in een ander land, waarbij een gebied voor welks buitenlandse betrekkingen een buiten dat gebied zetelende regering verantwoordelijk is of waarvan de Verenigde Naties het besturend lichaam zijn, mede als een afzonderlijk land wordt aangemerkt, en waarbij een transatlantische reis tussen delen van het Koninkrijk met een internationale reis gelijk wordt gesteld;
ae. IMO-nummer: het scheepsidentificatienummer, bedoeld in voorschrift XI-1/3 van het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157).
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden, categorieën van personen worden aangewezen die in afwijking van het eerste lid, onderdeel z, niet worden aangemerkt als zeevarenden.
### Artikel 2
**1.** Deze wet is van toepassing ten aanzien van Nederlandse schepen die op zee worden gebruikt, voor zover ten aanzien van vissersvaartuigen niet anders is bepaald.
**1.** Het bepaalde bij of krachtens deze wet is van toepassing ten aanzien van Nederlandse schepen, voor zover ten aanzien van vissersvaartuigen niet anders is bepaald.
**2.** Deze wet is van toepassing ten aanzien van Nederlandse schepen, waarvoor een certificaat van deugdelijkheid als bedoeld in de Schepenwet is vereist of is afgegeven, die worden gebruikt op wateren die ter plaatse als binnenwater worden aangemerkt.
**3.**
**2.**
Deze wet is niet van toepassing ten aanzien van:
a. schepen die voorzien zijn van een certificaat van deugdelijkheid voor onbemand gesleept vervoer;
b. oorlogsschepen;
c. reddingvaartuigen;
d. onoverdekte vissersvaartuigen, die in de regel niet buiten het zicht van de Nederlandse kust worden gebracht;
e. pleziervaartuigen.
a. schepen die uitsluitend varen op Nederlandse binnenwateren of wateren binnen, of dicht grenzend aan beschutte wateren of gebieden waar Nederlandse havenvoorschriften gelden;
b. onbemande schepen die niet van middelen tot werktuiglijke voortstuwing zijn voorzien;
c. oorlogsschepen en marinehulpschepen;
d. reddingsvaartuigen;
e. onoverdekte vissersvaartuigen die in de regel niet buiten het zicht van de Nederlandse kust worden gebracht, en
f. pleziervaartuigen.
**3.** Het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 4B, en hoofdstuk 7, paragrafen 8 en 9, is niet van toepassing op niet commercieel gebruikte schepen.
**4.** Voor de toepassing van het derde lid kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld en kan nader worden bepaald welke categorieën van schepen in ieder geval vallen onder de in het derde lid bedoelde uitzonderingen.
**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden categorieën van schepen worden aangewezen waarop het bepaalde bij of krachtens deze wet geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is.
**6.** Bij regeling van Onze Minister kan na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden, voor categorieën schepen van minder dan 200 GT die geen internationale reizen maken, worden bepaald dat van het bepaalde bij of krachtens deze wet onder daarbij te stellen regels vrijstelling wordt verleend.
## Hoofdstuk 2. De bemanning van zeeschepen
@ -368,6 +386,10 @@ b. de houder heeft in de vijf jaren, voorafgaand aan de aanvraag, twee jaren aan
**2.** Ter uitvoering van artikel 25 worden persoonsgegevens betreffende de gezondheid verwerkt. De verwerking van deze gegevens vindt plaats teneinde te kunnen beoordelen of aan een bemanningslid, onderscheidenlijk aan de houder van een vaarbevoegdheid, ontheffing kan worden verleend van de verplichting in het bezit te zijn van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs. Onze Minister is verantwoordelijke voor deze verwerking.
### Artikel 25b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Hoofdstuk 3. De kapitein
### Artikel 26
@ -457,6 +479,10 @@ e. het aantal buitenlandse studenten dat als stagiair is geplaatst, alsmede de n
**2.** De kapitein kan de kantonrechter verzoeken te bepalen dat de scheepsbeheerder gevolg dient te geven aan hetgeen in het eerste lid is bepaald.
### Artikel 32a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Hoofdstuk 4. Monstering en medische keuring van de bemanning
### Paragraaf 1. Monstering
@ -517,6 +543,10 @@ d. de naam en de roepletters van het schip.
**2.** In het monsterboekje wordt het loon noch enige gedragsbeoordeling opgenomen.
### Artikel 38a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 39
**1.** Indien het bemanningslid van mening is, dat de kapitein of de ander, bedoeld in artikel 36, aanhef en onderdeel c, in zijn monsterboekje vermeldingen in strijd met artikel 38 heeft gedaan of nagelaten, kan hij daarover een klacht indienen bij Onze Minister. Deze beslist, zo nodig na verhoor of behoorlijke oproeping van belanghebbenden, en brengt de door hem nodig geachte verbetering in het boekje aan.
@ -592,6 +622,93 @@ In de gevallen, bedoeld in de artikelen 45 en 46, wordt bij de eerste gelegenhei
**2.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat bemanningsleden op bepaalde schepen vrijgesteld zijn van onderdelen van de medische keuring.
## Hoofdstuk 4B. Certificaat maritieme arbeid en verklaring naleving maritieme arbeid
### Artikel 48b
**1.** De scheepsbeheerder stelt voor een schip van 500 GT of meer dat internationale reizen maakt, een verklaring naleving maritieme arbeid deel II op waarin maatregelen zijn opgenomen om te waarborgen dat de in artikel 48c, eerste lid, bedoelde eisen voortdurend worden nageleefd.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de inhoud van de verklaring naleving maritieme arbeid deel II en over de eisen die aan deze inhoud worden gesteld.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het model van de verklaring naleving maritieme arbeid.
**4.** Het bepaalde bij of krachtens dit artikel is niet van toepassing op vissersvaartuigen.
### Artikel 48c
**1.**
Onze Minister geeft voor een schip van 500 GT of meer dat internationale reizen maakt, op aanvraag een certificaat maritieme arbeid en een verklaring naleving maritieme arbeid af, indien de door de scheepsbeheerder opgestelde verklaring naleving maritieme arbeid deel II voldoet aan het bepaalde krachtens artikel 48b en na onderzoek blijkt dat voor het desbetreffende schip wordt voldaan aan de eisen, bedoeld in Aanhangsel A5-1 van het Maritiem Arbeidsverdrag met betrekking tot:
a. minimumleeftijd gesteld bij of krachtens de Arbeidstijdenwet;
b. geneeskundige verklaringen gesteld bij of krachtens hoofdstuk 4, paragraaf 2;
c. de kwalificaties van zeevarenden gesteld bij of krachtens hoofdstuk 2, paragraaf 3;
d. arbeidsovereenkomsten gesteld bij artikel 69d, eerste lid;
e. arbeidsbemiddeling en het ter beschikking stellen van arbeidskrachten gesteld bij of krachtens de hoofdstukken 2 en 3 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs;
f. arbeids- en rusttijden gesteld bij paragraaf 5.2 en krachtens artikel 5:12, tweede lid van de Arbeidstijdenwet;
g. bemanningssamenstelling gesteld bij of krachtens hoofdstuk 2, paragrafen 1 en 2;
h. huisvesting en voorzieningen voor zeevarenden aan boord van een schip gesteld krachtens artikel 48 dan wel artikel 407 van het Wetboek van Koophandel in samenhang met artikel XII van de wet van....20.., houdende implementatie van het Maritiem Arbeidsverdrag (Stb....);
i. voeding en drinkwater, gesteld krachtens artikel 48a;
j. gezondheid, veiligheid en ongevallenpreventie gesteld bij of krachtens de artikelen 3, vierde lid, 5, 6, 8, 12 en 16 van de Arbeidsomstandighedenwet, de artikelen 3, 3a, 4 en 9 van de Schepenwet en krachtens artikel 64;
k. medische zorg aan boord gesteld bij of krachtens de artikelen 4, eerste lid, onderdeel b en tweede lid, en 9, eerste lid, van de Schepenwet;
l. klachtenprocedures aan boord gesteld bij of krachtens artikel 69a; en
m. betaling van lonen gesteld bij artikel 69d, tweede lid.
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud van de verklaring naleving maritieme arbeid deel I voor verschillende categorieën van schepen, waarbij een opsomming wordt voorgeschreven van alle in het eerste lid bedoelde eisen die op de desbetreffende schepen van toepassing zijn.
**3.**
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot:
a. de onderzoeken waaraan schepen zijn onderworpen ter verkrijging en verlenging van een certificaat maritieme arbeid of tijdens de geldigheidsduur daarvan, alsmede de inhoud van die onderzoeken en de frequentie waarmee zij worden verricht;
b. de registratie van de bij de inspectie verzamelde onderzoeksgegevens;
c. de geldigheid van het certificaat maritieme arbeid en de verlenging van de geldigheidsduur daarvan;
d. de voorwaarden voor afgifte van tijdelijke of voorlopige certificaten maritieme arbeid.
**4.**
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot:
a. de bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid te verstrekken gegevens en te overleggen bescheiden; en
b. de modellen van het certificaat maritieme arbeid en het voorlopige certificaat maritieme arbeid.
**5.** Op verzoek van de scheepsbeheerder geeft Onze Minister voor schepen kleiner dan 500 GT overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens dit artikel een certificaat maritieme arbeid af.
**6.** Het bepaalde bij of krachtens dit artikel is niet van toepassing op vissersvaartuigen.
### Artikel 48d
**1.** De door Onze Minister aangewezen ambtenaren zijn belast met het verrichten van onderzoeken als bedoeld in artikel 48c, derde lid, onderdeel a. Deze onderzoeken kunnen tevens geheel of ten dele worden verricht door daartoe door Onze Minister aangewezen rechtspersonen.
**2.** Aan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanwijzing van natuurlijke personen of rechtspersonen krachtens het eerste lid.
**4.** Onze Minister kan slechts door hem erkende rechtspersonen aanwijzen. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van erkenning, de voorwaarden voor erkenning, de intrekking van de erkenning indien niet meer aan deze voorwaarden wordt voldaan, en de bekendmaking van een erkenning of intrekking van een erkenning.
### Artikel 48e
**1.**
Een certificaat maritieme arbeid vervalt, indien:
a. een deel van het schip wordt verbouwd waarvoor krachtens artikel 48 gestelde eisen gelden, of in de inrichting of de uitrusting waarvoor krachtens artikel 48 gestelde voorschriften gelden, ingrijpende wijzigingen worden aangebracht;
b. het schip een buitenlands schip wordt;
c. het tijdvak waarvoor het certificaat geldt, is verstreken;
d. de tijdens de geldigheidsduur van het certificaat verplicht gestelde onderzoeken als bedoeld in artikel 48c, derde lid, niet of niet tijdig hebben plaatsgevonden, behoudens in bij ministeriële regeling omschreven bijzondere gevallen;
e. het schip van naam verandert of een ander letterteken of nummer krijgt, of het schip niet langer wordt beheerd door de scheepsbeheerder vermeld op het certificaat maritieme arbeid.
**2.**
Onze Minister kan een certificaat intrekken, wanneer blijkt dat:
a. de bouw, de inrichting of de uitrusting van het schip waarvoor krachtens artikel 48 gestelde voorschriften gelden, in belangrijke mate afwijkt van de gegevens van het certificaat;
b. het schip of de scheepsbeheerder niet langer voldoet aan de in artikel 48c, eerste lid, bedoelde voorschriften of aan de voor het desbetreffende schip afgegeven verklaring naleving maritieme arbeid en de vereiste corrigerende maatregelen niet zijn getroffen.
**3.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat certificaten in bij die regeling te bepalen gevallen bovendien vervallen, wanneer het schip aan zijn oorspronkelijke bestemming wordt onttrokken.
**4.** De scheepsbeheerder zendt een vervallen of ingetrokken certificaat zo spoedig mogelijk aan Onze Minister.
## Hoofdstuk 5. Toezicht en opsporing
### Artikel 49
@ -914,9 +1031,7 @@ b. indien zij het tuchtcollege of het College van Beroep voor het bedrijfsleven
### Artikel 56
**1.** Het is verboden met een schip naar zee te gaan, een schip naar zee te doen gaan of op zee een schip te gebruiken of te doen gebruiken, zonder dat aan boord van het schip een geldig bemanningscertificaat voorhanden is.
**2.** Het is verboden om een schip waarvoor een certificaat van deugdelijkheid als bedoeld in de Schepenwet is vereist of is afgegeven, te gebruiken op wateren die ter plaatse als binnenwater worden aangemerkt, zonder dat aan boord van het schip een geldig bemanningscertificaat voorhanden is.
Het is verboden met een schip naar zee te gaan, een schip naar zee te doen gaan of op zee dan wel op buiten Nederland gelegen wateren die ter plaatse als binnenwater worden aangemerkt, te gebruiken of te doen gebruiken, zonder dat aan boord van het schip een geldig bemanningscertificaat voorhanden is.
### Artikel 57
@ -938,10 +1053,18 @@ c. het schip te gebruiken in strijd met de voorwaarden van het bemanningscertifi
Het is verboden na te laten de monsterrol op te maken, opnieuw op te maken of bij te stellen, dan wel na te laten Onze Minister ingevolge artikel 33, vierde lid, in kennis te stellen van de opgemaakte monsterrol of van een wijziging hiervan.
### Artikel 59a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 60
Het is verboden de verplichtingen ingevolge artikel 3, tweede en derde lid, artikel 4, eerste, tweede en vierde lid, en artikel 29, eerste lid, niet na te komen.
### Artikel 60a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Hoofdstuk 7. Overige bepalingen
### Paragraaf 1. Bezwaar en beroep
@ -964,8 +1087,9 @@ e. het afnemen van examens, aanvullende examens en toetsen;
f. het verlenen van ontheffingen;
g. vergoedingen van gecommitteerden en deskundigen;
h. de afgifte, vervanging of vernieuwing van bijzondere documenten, bedoeld in artikel 21;
i. de afgifte van diploma's, getuigschriften en verklaringen; en
j. de behandeling van een aanvraag voor de erkenning van een opleiding als bedoeld in artikel 19, tweede lid, onder b.
i. de afgifte van diploma's, getuigschriften en verklaringen;
j. de behandeling van een aanvraag voor de erkenning van een opleiding als bedoeld in artikel 19, tweede lid, onder b; en
k. de afgifte, vervanging of vernieuwing van certificaten maritieme arbeid en verklaringen naleving maritieme arbeid.
### Paragraaf 3. Aanwijzing gecommitteerden en deskundigen
@ -1023,6 +1147,10 @@ Onze Minister kan examencommissies aanwijzen, bij welke aan degenen, die geen op
Bij algemene maatregel van bestuur worden de beroepsvereisten bepaald voor de functies, tot welke de in artikel 68 genoemde getuigschriften en verklaringen toegang verlenen.
### Paragraaf 8. Klachtenprocedures voor zeevarenden
### Paragraaf 9. Overige verplichtingen scheepsbeheerder
## Hoofdstuk 8. Overgangsbepalingen
### Artikel 70