From 2e989ab30d353e6a83de039c4dd0c99191c763d7 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Feb 2004 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2004-02-01 | BWBR0005291 | Burgerlijk Wetboek Boek 3 --- wet/burgerlijk-wetboek-boek-3/BWBR0005291/README.md | 2 ++ 1 file changed, 2 insertions(+) diff --git a/wet/burgerlijk-wetboek-boek-3/BWBR0005291/README.md b/wet/burgerlijk-wetboek-boek-3/BWBR0005291/README.md index 27a32421e6c..6a0c7e9b390 100644 --- a/wet/burgerlijk-wetboek-boek-3/BWBR0005291/README.md +++ b/wet/burgerlijk-wetboek-boek-3/BWBR0005291/README.md @@ -1937,6 +1937,8 @@ Een rechtsvordering uit onverschuldigde betaling verjaart door verloop van vijf **4.** Indien de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt, een misdrijf oplevert als bedoeld in de artikelen 240b en 242 tot en met 250a van het Wetboek van Strafrecht en is gepleegd ten aanzien van een minderjarige, verjaart de rechtsvordering tot vergoeding van schade tegen de schuldige aan het misdrijf niet zolang het recht tot strafvordering niet door verjaring is vervallen. +**5.** In afwijking van de leden 1 en 2 verjaart een rechtsvordering tot vergoeding van schade door letsel of overlijden slechts door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden danwel rederlijkerwijs bekend had kunnen zijn. Indien de benadeelde minderjarig was op de dag waarop de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon bekend zijn geworden, verjaart de rechtsvordering slechts door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag volgende op die waarop de benadeelde meerderjarig is geworden. + ### Artikel 310a **1.** Een rechtsvordering tot opeising van een roerende zaak die krachtens de nationale wetgeving van een lid-staat van de Europese Unie of van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte een cultuurgoed is in de zin van artikel 1, onder 1, van de richtlijn, bedoeld in artikel 86a, en waarvan die staat teruggave vordert op de grond dat zij op onrechtmatige wijze buiten zijn grondgebied is gebracht, verjaart door verloop van één jaar na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de plaats waar de zaak zich bevindt en de identiteit van de bezitter of de houder aan die staat zijn bekend geworden, en in elk geval door verloop van dertig jaren na de aanvang van de dag volgende op die waarop de zaak buiten het grondgebied van die staat is gebracht.