2005-11-01 | BWBR0006548 | Wet op de openluchtrecreatie
This commit is contained in:
parent
8e01fb347b
commit
2ec0c9ca8e
1 changed files with 22 additions and 57 deletions
|
|
@ -21,11 +21,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
a. Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
|
||||
b. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf;
|
||||
c. kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 40 van de Woningwet een bouwvergunning vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
|
||||
d. kampeerovereenkomst: overeenkomst tussen de houder van een kampeerterrein en degene die een kampeermiddel plaatst of geplaatst houdt betreffende het plaatsen of geplaatst houden daarvan;
|
||||
e. jachthaven: haven met de daarbij behorende grond waar overwegend gelegenheid wordt gegeven voor het aanleggen, afmeren of afgemeerd houden van pleziervaartuigen;
|
||||
f. inspecteur: op grond van artikel 33, derde lid, aangewezen toezichthouder;
|
||||
g. volkstuin: perceel grond dat zich niet in de onmiddellijke nabijheid van de woning van de gebruiker bevindt, waarop de gebruiker gewassen teelt voor eigen gebruik;
|
||||
h. volkstuincomplex: terrein met een oppervlakte van ten minste 10 are waarop zich twee of meer volkstuinen bevinden.
|
||||
d. kampeerovereenkomst: overeenkomst tussen de houder van een kampeerterrein en degene die een kampeermiddel plaatst of geplaatst houdt betreffende het plaatsen of geplaatst houden daarvan.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid worden niet als kampeermiddelen beschouwd vaartuigen, woonwagens in de zin van de Woningwet, tenten in gebruik voor het houden van bijeenkomsten, tentoonstellingen of voorstellingen, en voertuigen in gebruik als direktiekeet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -75,7 +71,7 @@ a. het houden van de kampeerterrein voor ten hoogste tien kampeermiddelen;
|
|||
b. het houden van een kampeerterrein door een organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke aard ten behoeve van eigen doeleinden of
|
||||
c. het houden van een natuurkampeerterrein dat voldoet aan door Onze Minister gestelde regelen.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid, onderdeel *a*, kunnen burgemeester en wethouders voor door hen per kalenderjaar vast te stellen korte perioden, het aantal toe te laten kampeermiddelen verhogen tot ten hoogste vijftien.
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid, onderdeel *a*, kunnen burgemeester en wethouders voor ten hoogste de periode van 15 maart tot en met 31 oktober in elk kalenderjaar, het aantal toe te laten kampeermiddelen verhogen tot ten hoogste vijftien.
|
||||
|
||||
**4.** De regelen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel *c*, hebben in ieder geval betrekking op het soort en het aantal toe te laten kampeermiddelen, de periode gedurende welke deze kampeermiddelen op het terrein aanwezig mogen zijn, alsmede op de inrichting en het gebruik van het kampeerterrein.
|
||||
|
||||
|
|
@ -130,7 +126,7 @@ b. voor zover het bestemmingsplan zich er niet tegen verzet.
|
|||
Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, of een ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, intrekken indien:
|
||||
|
||||
a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken dat, waren de juiste gegevens verstrekt, een andere beslissing zou zijn genomen of
|
||||
b. blijkt dat de beperkingen of de voorschriften gesteld krachtens artikel 11 dan wel de regelen gesteld krachtens artikel 17 niet of niet behoorlijk worden nageleefd.
|
||||
b. blijkt dat de beperkingen of de voorschriften gesteld krachtens artikel 11 niet of niet behoorlijk worden nageleefd.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. Bepalingen betreffende het groepskamperen
|
||||
|
||||
|
|
@ -162,35 +158,21 @@ Provinciale staten kunnen in het belang van de natuur- en landschapsbescherming
|
|||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** In het belang van de hygiëne, de gezondheid en de veiligheid worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur met betrekking tot kampeerterreinen en jachthavens regelen gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** De regelen, bedoeld in het eerste lid, kunnen verschillen per soort en naar gelang van de grootte van kampeerterreinen en van jachthavens alsmede per soort en naar gelang van het aantal toe te laten kampeermiddelen op kampeerterreinen onderscheidenlijk pleziervaartuigen in jachthavens. Zij kunnen inhouden dat burgemeester en wethouders in daarbij aangegeven gevallen ontheffing daarvan mogen verlenen.
|
||||
|
||||
**3.** De voordracht tot een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt Ons gedaan door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk V. Bijzondere maatregelen ten aanzien van kampeerterreinen en jachthavens
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** Indien de toestand van een kampeerterrein zodanig is, dat onmiddellijk gevaar dreigt voor de gezondheid of de veiligheid van de kampeerders, kan de burgemeester de houder van dat kampeerterrein gelasten dat onverwijld te doen ontruimen en ontruimd te houden.
|
||||
|
||||
**2.** De burgemeester heft de last op verzoek van de houder van dat kampeerterrein of uit eigen beweging op, zodra het in het eerste lid bedoelde gevaar is geweken.
|
||||
|
||||
**3.** Van een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt mededeling gedaan aan de inspecteur.
|
||||
|
||||
**4.** De werking van een besluit als bedoeld in het tweede lid, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** De inspecteur kan de burgemeester verzoeken artikel 18, eerste lid, toe te passen.
|
||||
|
||||
**2.** De bekendmaking aan de inspecteur van de beslissing op zijn verzoek geschiedt binnen vierentwintig uur na ontvangst van het verzoek.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de burgemeester artikel 18, eerste lid, op verzoek van de inspecteur heeft toegepast, hoort hij de inspecteur alvorens een besluit krachtens artikel 18, tweede lid, te nemen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Met betrekking tot jachthavens is het bepaalde in de artikelen 18 en 19 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VI. Bepalingen betreffende de kampeerovereenkomsten en tarieven
|
||||
|
||||
|
|
@ -226,21 +208,21 @@ Voor zover een kampeerovereenkomst afwijkt van het reglement als bedoeld in arti
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Het is verboden zonder voorafgaande verklaring van geen bezwaar van burgemeester en wethouders een volkstuincomplex te vestigen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
De aanvraag voor een verklaring als bedoeld in artikel 24, gaat vergezeld van een rapport waarin wordt aangegeven of, en zo ja, in welke mate de bodem van het terrein waarop de aanvrager voornemens is een volkstuincomplex te vestigen, verontreinigd is.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
Burgemeester en wethouders weigeren in ieder geval een verklaring van geen bezwaar indien uit het rapport, bedoeld in artikel 25, blijkt dat vestiging van een volkstuincomplex op het desbetreffende terrein uit het oogpunt van volksgezondheid bezwaar ontmoet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VIII. Bepalingen betreffende de planning van de openluchtrecreatie en betreffende de rijksbijdragen ten behoeve van de openluchtrecreatie
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
Er is een structuurschema dat in ieder geval inzicht geeft in de ruimtelijke aspecten van het rijksbeleid inzake openluchtrecreatie. Het structuurschema is een plan als bedoeld in artikel 2*a* van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
|
|
@ -271,26 +253,13 @@ b. de aanvrager van een vergunning of ontheffing indien deze schade lijdt of zal
|
|||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld waarbij het bepaalde in hoofdstuk III, hoofdstuk IV, hoofdstuk V en hoofdstuk VI, geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op:
|
||||
|
||||
a. het plaatsen of geplaatst houden van bouwwerken waarin gelegenheid wordt gegeven tot het houden van recreatief nachtverblijf, niet zijnde een hotel, een pension of een woning anders dan een zomerhuis of
|
||||
b. het houden van recreatief nachtverblijf in een bouwwerk niet zijnde een hotel, een pension of een woning anders dan een zomerhuis.
|
||||
|
||||
**2.** Onder een zomerhuis als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan elk permanent ter plaatse aanwezig recreatiewoonverblijf, waarvan de gebruikers het hoofdverblijf elders hebben, voor zover dit zomerhuis deel uitmaakt van een complex van zodanige huizen dat in het kader van een bedrijf of in enigerlei vorm van onderlinge samenwerking door de rechthebbenden wordt beheerd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk XI. Toezicht en opsporing
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister daartoe aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
**2.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, zijn tevens belast de bij besluit van burgemeester en wethouders daartoe aangewezen ambtenaren. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen terzake van de uitoefening van dit toezicht regelen worden gesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Met het toezicht op de naleving van het krachtens artikel 17 bepaalde zijn mede belast de bij besluit van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer daartoe aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
**4.** Van een besluit als bedoeld in het eerste en derde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*.
|
||||
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders daartoe aangewezen ambtenaren. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen terzake van de uitoefening van dit toezicht regelen worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
|
|
@ -300,7 +269,7 @@ b. het houden van recreatief nachtverblijf in een bouwwerk niet zijnde een hotel
|
|||
|
||||
Met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn tevens belast:
|
||||
|
||||
a. de in artikel 33, tweede en derde lid, bedoelde ambtenaren, voor zover deze zijn aangewezen bij besluit van Onze Minister van Justitie en
|
||||
a. de in artikel 33, bedoelde ambtenaren, voor zover deze zijn aangewezen bij besluit van Onze Minister van Justitie en
|
||||
b. de ambtenaren, aangewezen bij besluit van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie.
|
||||
|
||||
**3.** Van een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*.
|
||||
|
|
@ -313,7 +282,7 @@ De in de artikelen 33 en 34 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van
|
|||
|
||||
**1.** De artikelen 5:13 en 5:15 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in artikel 34 bedoelde ambtenaren.
|
||||
|
||||
**2.** De in de artikelen 33 en 34 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het onderzoeken van stoffen die een bedreiging kunnen vormen voor de hygiëne, gezondheid en veiligheid van een kampeerterrein of van een jachthaven en het verrichten van opmetingen.
|
||||
**2.** De in de artikelen 33 en 34 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het onderzoeken van stoffen die een bedreiging kunnen vormen voor de hygiëne, gezondheid en veiligheid van een kampeerterrein en het verrichten van opmetingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
|
|
@ -323,7 +292,7 @@ Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van art
|
|||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
**1.** Gedragingen in strijd met het verbod, gesteld in de artikelen 8 en 24, met regelen gesteld bij of krachtens artikel 17, met voorschriften of beperkingen verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, aan een vrijstelling of een ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, of met een last gegeven krachtens artikel 18, eerste lid, of artikel 20 juncto artikel 18, eerste lid, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of met een geldboete van de tweede categorie.
|
||||
**1.** Gedragingen in strijd met het verbod, gesteld in de artikelen 8, met voorschriften of beperkingen verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, aan een vrijstelling of een ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of met een geldboete van de tweede categorie.
|
||||
|
||||
**2.** Gedragingen in strijd met het verbod, gesteld bij artikel 15 of met voorschriften of beperkingen verbonden aan een ontheffing als bedoeld in artikel 13 worden gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete van de eerste categorie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -333,31 +302,27 @@ Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van art
|
|||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
**1.** Vergunningen, vrijstellingen en ontheffingen verleend op grond van de artikelen 14, 21, 22 en 27 van de Kampeerwet blijven gedurende twee jaar na inwerkingtreding van de artikelen 8 en 13 tot en met 16 van kracht, voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.
|
||||
|
||||
**2.** Indien aanvragen, ingediend in de periode genoemd in het eerste lid, voor vergunningen, vrijstellingen of ontheffingen als bedoeld in artikel 8, ten behoeve van kampeerterreinen waarvoor vergunning, vrijstelling of ontheffing is verleend op grond van de artikelen 14, 21 of 22 van de Kampeerwet, zouden moeten worden geweigerd uitsluitend wegens strijd met een goedgekeurd bestemmingsplan of het ontbreken daarvan, verlenen burgemeester en wethouders niettemin de gevraagde vergunning, vrijstelling of ontheffing. Ten aanzien van een hernieuwde aanvraag volgen burgemeester en wethouders een zelfde handelswijze.
|
||||
|
||||
**3.** Ontheffingen als bedoeld in artikel 27, vierde lid, van de Kampeerwet blijven ook na afloop van de in het eerste lid bedoelde periode van kracht zolang geen verordering als bedoeld in artikel 15 is vastgesteld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
De rechten en plichten, voortspruitende uit een kampeerovereenkomst welke van kracht is op het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 21 tot en met 23 worden te rekenen vanaf een jaar na dat tijdstip beheerst door de bepalingen van deze wet, of zoveel eerder als partijen dat overeenkomen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
De Kampeerwet wordt ingetrokken op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.
|
||||
Deze wet vervalt op 1 januari 2008.
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue