diff --git a/beleidsregel/omzetbelasting-verzorging-en-verpleging-van-in-een-inrichting-opgenomen-personen/BWBR0039991/README.md b/beleidsregel/omzetbelasting-verzorging-en-verpleging-van-in-een-inrichting-opgenomen-personen/BWBR0039991/README.md index 42517d78df0..7e100e23a2a 100644 --- a/beleidsregel/omzetbelasting-verzorging-en-verpleging-van-in-een-inrichting-opgenomen-personen/BWBR0039991/README.md +++ b/beleidsregel/omzetbelasting-verzorging-en-verpleging-van-in-een-inrichting-opgenomen-personen/BWBR0039991/README.md @@ -15,6 +15,8 @@ citeertitel: Omzetbelasting; verzorging en verpleging van in een inrichting opge *Dit besluit is een actualisering van het besluit van 6 februari 2010, nr. DGB2010/270M. Het besluit is aangepast aan jurisprudentie van het Hof van Justitie (onderdelen 3.1, en 3.3). Ook is het begrip ‘verzorgingsflat’ in onderdeel 3.1 verduidelijkt. In onderdeel 3.2 is de reikwijdte van de vrijstelling voor prestaties die nauw samenhangen met de verzorging en verpleging van in een inrichting opgenomen personen verduidelijkt. Dit besluit bevat ook beleidswijzigingen (onderdeel 4.1). In onderdeel 4.1 is de goedkeuring voor commerciële verpleeg- en verzorgingsinrichtingen aangepast. Deze geldt nu ook voor het verstrekken van spijzen en dranken. Ook is aangegeven dat commerciële verpleeg- en/of zorginstellingen die ervoor kiezen geen gebruik (meer) te maken van de goedkeuring op die keuze niet kunnen terugkomen. Onderdeel 4.3 is gewijzigd naar aanleiding van de met ingang van 1 januari 2014 in werking getreden gewijzigde tekst van Bijlage B, post 23 behorende bij het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968. Als gevolg hiervan is de term ‘andere instellingen’ in post 23 komen te vervallen. De goedkeuring voor de dienstverlening door apothekers in onderdeel 4.4 van het besluit van 6 februari 2010, DGB2010/270M is ingetrokken. De goedkeuring is overbodig omdat apothekers die adviseren over het individuele medicijnverbruik van in een inrichting opgenomen personen (ook als de apotheker deze medicijnen niet levert) diensten verrichten die als gezondheidskundige verzorging zijn aan te merken en daarom al zijn vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, ten 1e, van de Wet op de omzetbelasting 1968. Daarnaast werd in de praktijk een (niet gewenste) ruimere uitleg aan de goedkeuring gegeven doordat de goedkeuring bijvoorbeeld ook wel werd toegepast op het samenstellen van protocollen voor de medicijnverstrekking.* +*Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 14 december 2018, nr. 2018-12854 (Stcrt. 72654). De wijziging betrof de intrekking van de tweede alinea van onderdeel 3.2. In die alinea ging het over het ter beschikking stellen van personeel als nauw samenhangende prestatie bij het verzorgen en verplegen van in een inrichting opgenomen personen. Dat onderwerp is nu opgenomen in het besluit Omzetbelasting. Ter beschikking stelling van personeel.* + ## 1. Inleiding. De wet bevat een vrijstelling van btw voor prestaties die zien op het verzorgen en verplegen van de in een inrichting opgenomen personen en handelingen die daarmee nauw samenhangen (artikel 11, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de omzetbelasting 1968). Voorwaarde voor de vrijstelling is dat met de prestaties geen winst mag worden beoogd. @@ -59,13 +61,6 @@ De wet kent naast de vrijstelling voor het verzorgen en het verplegen van in een a. niet onontbeerlijk zijn voor het verrichten van de vrijgestelde handelingen; en b. in hoofdzaak ertoe strekken aan de instelling extra opbrengsten te verschaffen door de uitvoering van handelingen welke worden verricht in rechtstreekse mededinging met aan de heffing van btw onderworpen handelingen van commerciële ondernemingen. -Het ter beschikking stellen van personeel door een ondernemer kan onder omstandigheden worden aangemerkt als een nauw met de hoofdprestatie van die ondernemer samenhangende dienst. Dat is het geval als: - -– de uitlener voor zijn hoofdprestatie de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel c, van de wet toepast; -– de inlener voor zijn soortgelijke hoofdprestatie als die de uitlener verricht, ook artikel 11, eerste lid, onderdeel c van de wet toepast; -– het ter beschikking stellen van personeel onontbeerlijk is voor het verrichten van de vrijgestelde handelingen van de inlener; en -– het ter beschikking stellen van personeel er niet in hoofdzaak toe strekt dat de uitlenende partij zich daarmee extra opbrengsten verschaft door de uitvoering van handelingen die worden verricht in rechtstreekse mededinging met die van commerciële ondernemingen die aan de btw zijn onderworpen. Hiervan is in ieder geval geen sprake als de vergoeding voor het ter beschikking stellen van het personeel beperkt blijft tot de brutoloonkosten van de betrokken werknemer(s). Het berekenen van een redelijke vergoeding voor de werkzaamheden die zijn verbonden aan het optreden als formeel werkgever vormt geen belemmering om btw-heffing achterwege te laten. - Ook het beheer van zogenoemde bewonersgelden kan onder omstandigheden onder begrip nauw samenhangende handelingen vallen. Hierbij gaat het om het door de inrichting tegen vergoeding verrichten van gebruikelijke werkzaamheden van het financiële beheer van gelden van in die (zorg)inrichting verblijvende personen die zelf niet in staat zijn hun vermogensrechtelijke belangen te behartigen. De hiervoor bedoelde werkzaamheden bestaan onder meer uit het aanvragen en innen van uitkeringen, het betalen van kosten (zoals verzekeringen) en het uitbetalen van kleed- en zakgeld. Het beheren vereist de goedkeuring van de voor de bewoner benoemde curator of bewindvoerder. Het beheren van bewonersgelden ligt in het verlengde van de reguliere verpleging en verzorging van de in de inrichting verblijvende personen door de (zorg)inrichting. Het komt voor dat het beheer van bewonersgelden formeel is ondergebracht bij een afzonderlijke stichting maar dat de zorginrichting de feitelijke beheerswerkzaamheden verricht. Uit praktische overwegingen keur ik op grond van artikel 63 AWR het volgende goed.