diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-whw/BWBR0006152/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-whw/BWBR0006152/README.md index 9c4a655e5b7..bcc2940900a 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-whw/BWBR0006152/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-whw/BWBR0006152/README.md @@ -37,15 +37,19 @@ k. onderwijsdeel wo: het onderdeel van de landelijk beschikbare rijksbijdrage, b l. onderwijsdeel hbo: het onderdeel van de landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in artikel 4.2, derde lid, onderdeel b, of vierde lid, onderdeel b; m. onderzoekdeel wo: het onderdeel van de landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in artikel 4.2, derde lid, onderdeel c; n. opleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 7.3 van de wet; -o. opleiding van eerste inschrijving: opleiding waarvoor een student het collegegeld, bedoeld in de artikelen 7.43 tot en met 7.44 van de wet, is verschuldigd en waarvoor geen vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van artikel 7.48, vierde lid, van de wet is verkregen; +o. opleiding van eerste inschrijving: opleiding waarvoor een student het collegegeld, bedoeld in de artikelen 7.43 tot en met 7.44 van de wet, is verschuldigd en waarvoor geen vermindering of vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van artikel 7.48, derde of vierde lid, van de wet is verkregen; p. ongedeelde opleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 18.15 van de wet; -q. [gereserveerd] -r. student: een blijkens het CRIHO voor een opleiding van eerste inschrijving ingeschreven student die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.6, vierde lid, van de wet; +q. persoon: een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit, een nationaliteit bezit van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, de Surinaamse nationaliteit bezit of een andere vreemdeling is die studiefinanciering geniet krachtens de Wet studiefinanciering 2000; +r. student: een persoon die + +1°. blijkens het CRIHO als student voor een opleiding van eerste inschrijving is ingeschreven, +2°. voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.6, vierde lid, van de wet, en +3°. in Nederland, België, of een van de bondsstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen of Bremen van de Bondsrepubliek Duitsland woont; s. peildatum: 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld; t. peilperiode: de periode van 1 oktober in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld, tot en met 30 september in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld; -u. peilperiode wo: de periode van 1 september in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld, tot en met 31 augustus in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld; +u. peilperiode wo: de periode van 1 september in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld, tot en met 30 september in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld; v. bekostigingsniveau: het bekostigingsniveau, bedoeld in bijlage 3 bij dit besluit; -w. graad: een blijkens het CRIHO verleende graad Bachelor of graad Master, bedoeld in artikel 7.10a, eerste of tweede lid, van de wet; +w. graad: een blijkens het CRIHO verleende graad Bachelor of graad Master, bedoeld in artikel 7.10a, eerste of tweede lid, van de wet, die is verleend aan een persoon die op enig tijdstip tussen 1 oktober in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar en het moment van graadverlening in Nederland, België, of een van de bondsstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen of Bremen van de Bondsrepubliek Duitsland woonde; x. promotie: de promotie, bedoeld in artikel 7.18 van de wet; y. academisch ziekenhuis: een academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel i van de bijlage van de wet. @@ -323,14 +327,14 @@ Een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen 4.6, 4.9, 4.10, 4.12, 4.1 ### Artikel 4.8 -**1.** Een door Onze minister te bepalen deel van het onderwijsdeel wo wordt over de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d ten 1°, verdeeld naar rato van de som van de aantallen te bekostigen eerstejaars per opleiding voor de desbetreffende universiteit. +**1.** Een door Onze minister te bepalen deel van het onderwijsdeel wo wordt over de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d ten 1° en ten 3°, verdeeld naar rato van de som van de aantallen te bekostigen eerstejaars per opleiding voor de desbetreffende universiteit. **2.** Onder eerstejaars wordt verstaan: -a. een student die op de peildatum is ingeschreven, die in de vijf kalenderjaren voorafgaand aan de peildatum niet op 1 oktober aan de desbetreffende instelling was ingeschreven en aan wie, indien hij voor een bacheloropleiding is ingeschreven, niet de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend, of, -b. een student aan wie reeds de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend, die op de peildatum is ingeschreven voor een masteropleiding en die in de vijf kalenderjaren voorafgaand aan de peildatum niet op 1 oktober aan de desbetreffende instelling was ingeschreven voor een masteropleiding. +a. een student die op de peildatum is ingeschreven, die in de vijf kalenderjaren voorafgaand aan de peildatum niet op 1 oktober aan de desbetreffende instelling was ingeschreven als student en aan wie, indien hij voor een bacheloropleiding is ingeschreven, niet de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend, of, +b. een student aan wie reeds de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend, die op de peildatum is ingeschreven voor een masteropleiding en die in de vijf kalenderjaren voorafgaand aan de peildatum niet op 1 oktober aan de desbetreffende instelling was ingeschreven als student voor een masteropleiding. **3.** Het aantal te bekostigen eerstejaars van een opleiding is gelijk aan het product van het aantal eerstejaars en de factor behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding. @@ -344,7 +348,7 @@ c. voor opleidingen met een topbekostigingsniveau 1,5. ### Artikel 4.9 -**1.** Een door Onze minister te bepalen deel van het onderwijsdeel wo wordt over de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d ten 1°, verdeeld op basis van de aantallen graden per opleiding die in de peilperiode wo door een universiteit zijn verleend. +**1.** Een door Onze minister te bepalen deel van het onderwijsdeel wo wordt over de universiteiten verdeeld op basis van de aantallen graden per opleiding die in de peilperiode wo door een universiteit zijn verleend. **2.** Het aantal te bekostigen graden in een opleiding is gelijk aan het product van het aantal graden, verleend in die opleiding en de factor behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding. @@ -428,22 +432,31 @@ c. die op de peildatum geen student is aan die hogeschool. Het gecorrigeerde aantal inschrijvingsjaren van een afgestudeerde of een uitvaller is -a. voor een afgestudeerde die op de eerste dag van de peilperiode niet als student aan de desbetreffende hogeschool was ingeschreven: 4,5 voor degene aan wie voor de peilperiode door die hogeschool een graad is verleend, en 1,35 voor wie dat niet het geval is; -b. voor een afgestudeerde of uitvaller die op de eerste dag van de peilperiode als student aan de desbetreffende hogeschool was ingeschreven en voor wie sprake was van herinstroom: het aantal inschrijvingsjaren vanaf het moment van herinstroom, vermeerderd met 4,5 voor degene aan wie voor het moment van herinstroom door die hogeschool een graad is verleend, en met 1,35 voor wie dat niet het geval is; +a. voor een afgestudeerde die op de eerste dag van de peilperiode niet als student aan de desbetreffende hogeschool was ingeschreven: 1,35; +b. voor een afgestudeerde of uitvaller die op de eerste dag van de peilperiode als student aan de desbetreffende hogeschool was ingeschreven en voor wie sprake was van herinstroom: het aantal inschrijvingsjaren vanaf het moment van herinstroom, vermeerderd met 1,35; c. voor een afgestudeerde of uitvaller die op de eerste dag van de peilperiode als student aan de desbetreffende hogeschool was ingeschreven en voor wie geen sprake was van herinstroom: het aantal inschrijvingsjaren. **7.** Onder herinstroom wordt verstaan de situatie waarin een persoon in een kalenderjaar na 1998 op 1 oktober als student aan een hogeschool staat ingeschreven waar deze op 1 oktober in het voorafgaande kalenderjaar niet, maar op 1 oktober van een eerder kalenderjaar wel als student stond ingeschreven. Onder moment van herinstroom wordt verstaan: 1 oktober in het kalenderjaar waarin voor de laatste maal sprake was van herinstroom. ### Artikel 4.15 -**1.** Tot de afgestudeerden, bedoeld in artikel 4.14, worden niet gerekend de personen van wie het aantal inschrijvingsjaren kleiner is dan 2,25 vermenigvuldigd met het quotiënt van de studielast van de opleiding en 240. +**1.** Tot de studenten, bedoeld in artikel 4.14, tweede lid, worden niet gerekend de studenten aan wie de desbetreffende hogeschool vóór de peildatum een graad heeft verleend, tenzij ze zijn ingeschreven voor een opleiding op het gebied van onderwijs of het gebied van gezondheidszorg. **2.** +Tot de afgestudeerden, bedoeld in artikel 4.14, worden niet gerekend de personen: + +a. van wie het aantal inschrijvingsjaren kleiner is dan 2,25 vermenigvuldigd met het quotiënt van de studielast van de opleiding en 240, of +b. aan wie de desbetreffende hogeschool vóór de peilperiode een graad heeft verleend. + +**3.** + Tot de uitvallers, bedoeld in artikel 4.14, worden niet gerekend de personen: -a. die in de peilperiode zijn overleden, of -b. die op de eerste dag van de peilperiode aan de betrokken hogeschool als student waren ingeschreven voor een opleiding die in de peilperiode door de betrokken hogeschool is overgedragen aan een andere hogeschool en die op de peildatum voor de desbetreffende opleiding aan die andere hogeschool als student zijn ingeschreven. +a. die in de peilperiode zijn overleden, +b. aan wie de desbetreffende hogeschool vóór de peilperiode een graad heeft verleend, +c. aan wie de desbetreffende hogeschool in de peilperiode de graad Associate degree, zoals bedoeld in artikel 7.10b van de wet, heeft verleend, of +d. die op de eerste dag van de peilperiode bij de betrokken hogeschool als student waren ingeschreven voor een opleiding die in de peilperiode door de betrokken hogeschool is overgedragen aan een andere hogeschool en die op de peildatum voor de desbetreffende opleiding bij die andere hogeschool als student zijn ingeschreven. ### Artikel 4.16 @@ -483,7 +496,7 @@ b. het voor de desbetreffende hogeschool bij ministeriële regeling vastgestelde ### Artikel 4.20 -**1.** Een door Onze minister te bepalen deel van het onderzoekdeel wo wordt over de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d ten 1° en ten 2°, verdeeld op basis van de aantallen graden per opleiding die in de peilperiode wo door een universiteit zijn verleend. +**1.** Een door Onze minister te bepalen deel van het onderzoekdeel wo wordt over de universiteiten verdeeld op basis van de aantallen graden per opleiding die in de peilperiode wo door een universiteit zijn verleend. **2.** Het aantal te bekostigen graden in een opleiding is gelijk aan het product van het aantal graden, verleend in die opleiding, de factor 2 voor zover het een masteropleiding betreft, en de factor, behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding. @@ -503,14 +516,9 @@ c. voor een topbekostigingsniveau: 3. ### Artikel 4.21 -**1.** Een door Onze minister te bepalen deel van het onderzoekdeel wo wordt over de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d ten 1° en ten 2°, verdeeld naar rato van de som van de aantallen promoties en ontwerperscertificaten per universiteit in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, met dien verstande dat de aantallen promoties worden vermenigvuldigd met de factor, behorend bij het bekostigingsniveau van het desbetreffende wetenschapsgebied en de aantallen ontwerperscertificaten met 5/3. +**1.** Uit het onderzoekdeel wo ontvangt een universiteit ter promotie die heeft plaatsgevonden in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, een bedrag van € 90.000. -**2.** - -De factoren behorend bij de bekostigingsniveaus van de wetenschapsgebieden zijn: - -a. voor een laag bekostigingsniveau: 1, en -b. voor een hoog bekostigingsniveau: 2. +**2.** Uit het onderzoekdeel wo ontvangt een universiteit per ontwerperscertificaat dat is uitgereikt in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, een bedrag van € 75.000. **3.** Onder ontwerperscertificaat wordt verstaan een getuigschrift, uitgereikt aan een technologisch ontwerper na het met goed gevolg afronden van onderwijs als bedoeld in bijlage 7 bij dit besluit. @@ -599,11 +607,9 @@ d. een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag toegevoegd aan de rijks **2.** Tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum doet, in afwijking van artikel 4.4, eerste en tweede lid, het instellingsbestuur van een universiteit, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, ten 3°, uiterlijk 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar Onze minister een opgave van de aantallen eerstejaars, bedoeld in artikel 4.8, en de aantallen graden, bedoeld in de artikelen 4.9 en 4.20. Deze gegevens gaan vergezeld van een verklaring van een accountant. -**3.** In het begrotingsjaar 2008 is artikel 4.4, derde lid, niet van toepassing op het instellingsbestuur van een universiteit. - ### Artikel 5.2 -In het begrotingsjaar 2008 blijven voor de toepassing van de artikelen 4.8, 4.9 en 4.20 de opleidingen op het gebied van onderwijs buiten beschouwing. +Vervallen ### Artikel 5.3 @@ -615,7 +621,7 @@ In het begrotingsjaar 2008 blijven voor de toepassing van de artikelen 4.8, 4.9 ### Artikel 5.4 -In afwijking van artikel 4.14 is voor het begrotingsjaar 2008 de onderwijsvraag van de tweedegraads lerarenopleidingen verpleegkunde, de opleidingen tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg, de opleidingen management in de zorg en de opleidingen van kader in de gezondheidszorg, gelijk aan het aantal studenten op de peildatum. +Vervallen ### Artikel 5.5