2012-01-01 | BWBR0025007 | Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten

This commit is contained in:
Coornhert 2012-01-01 12:00:00 +00:00
parent f74cb10850
commit 2f31aecd32

View file

@ -34,7 +34,7 @@ Vervallen
**1.**
De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, bedraagt € 300 per 23 juli 2011 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2010: € 306indien de rechthebbende in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, jonger was dan 65 jaar of 65 jaar is geworden, onderscheidenlijk € 150 per 23 juli 2011 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2010: € 153 indien de rechthebbende in het gehele jaar 65 jaar of ouder was, de rechthebbende niet is overleden in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, en:
De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, bedraagt € 306 indien de rechthebbende in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, jonger was dan 65 jaar of 65 jaar is geworden, onderscheidenlijk € 153 indien de rechthebbende in het gehele jaar 65 jaar of ouder was, de rechthebbende niet is overleden in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, en:
a. in dat jaar één of meer ATCs of in het jaar voorafgaande aan dat jaar één of meer DBCs vergoed kreeg die behoren tot een bij ministeriële regeling aangewezen chronische groep die recht geeft op een lage tegemoetkoming;
b. in dat jaar één of meer ATCs of in het jaar voorafgaande aan dat jaar één of meer DBCs vergoed kreeg die behoren tot twee of meer bij ministeriële regeling aangewezen chronische groepen die afzonderlijk geen recht geven op een tegemoetkoming;
@ -44,8 +44,8 @@ e. in het jaar voorafgaande aan dat jaar van zijn zorgverzekeraar geneeskundige
f. in dat jaar:
1°. van zijn zorgverzekeraar fysiotherapie of oefentherapie als bedoeld in artikel 2.6, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering vergoed heeft gekregen, of
2°. jonger was dan 18 jaar en in dat jaar en het daaraan voorafgaande jaar van zijn zorgverzekeraar een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag, gelijk aan het gemiddelde bedrag aan kosten voor negen behandelingen fysiotherapie of oefentherapie, vergoed heeft gekregen, of
3°. militair was en in dat jaar en het daaraan voorafgaande jaar van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag, gelijk aan het gemiddelde bedrag aan kosten voor negen behandelingen fysiotherapie of oefentherapie, vergoed heeft gekregen;
2°. jonger was dan 18 jaar en in dat jaar en het daaraan voorafgaande jaar van zijn zorgverzekeraar een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag, gelijk aan het gemiddelde bedrag aan kosten voor een bij die regeling te bepalen aantal behandelingen fysiotherapie of oefentherapie, vergoed heeft gekregen, of
3°. militair was en in dat jaar en het daaraan voorafgaande jaar van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag, gelijk aan het gemiddelde bedrag aan kosten voor een bij die regeling te bepalen aantal behandelingen fysiotherapie of oefentherapie, vergoed heeft gekregen;
g. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op één tot tien uren per week zorg als bedoeld in de artikelen 4, 5 of 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, met dien verstande dat:
1°. de indicatie voor één dagdeel zorg geldt als 2,5 uren zorg per week,
@ -55,7 +55,7 @@ i. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indi
**2.**
De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet bedraagt € 500 per 23 juli 2011 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2010: € 510 indien de rechthebbende in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, jonger was dan 65 jaar of 65 jaar is geworden, onderscheidenlijk € 350 per 23 juli 2011 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2010: € 357 indien de rechthebbende in het gehele jaar 65 jaar of ouder was, de rechthebbende niet is overleden in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, en de rechthebbende in dat jaar:
De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet bedraagt € 510 indien de rechthebbende in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, jonger was dan 65 jaar of 65 jaar is geworden, onderscheidenlijk € 357 indien de rechthebbende in het gehele jaar 65 jaar of ouder was, de rechthebbende niet is overleden in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, en de rechthebbende in dat jaar:
a. een of meer ATCs of in het jaar voorafgaande aan dat jaar een of meer DBCs vergoed kreeg die behoren tot:
@ -155,7 +155,7 @@ a. de persoon, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet die op 1 juli van h
4°. een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen bij een arbeidsongeschiktheid van 35% of meer;
b. de persoon die op 1 juli van het kalenderjaar recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer of op arbeidsondersteuning op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.
**2.** De persoon, bedoeld in het eerste lid, ontvangt per kalenderjaar een tegemoetkoming van € 336.
**2.** De persoon, bedoeld in het eerste lid, ontvangt per kalenderjaar een tegemoetkoming van € 342.
**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt de tegemoetkoming ambtshalve in het derde kwartaal van het kalenderjaar.
@ -163,11 +163,7 @@ b. de persoon die op 1 juli van het kalenderjaar recht heeft op een arbeidsonges
### Artikel 5
**1.** De bedragen, genoemd in de artikelen 2 en 4, worden bij het begin van het kalenderjaar bij ministeriële regeling vervangen door andere bedragen. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen bedragen te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en de uitkomst vervolgens naar boven af te ronden op hele getallen.
**2.** Voor de aanpassing van het bedrag, genoemd in artikel 4, tweede lid, wordt het eerste lid bij het begin van de kalenderjaren 2010 en 2011 niet toegepast.
**3.** Het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid en dit lid vervallen met ingang van 1 januari 2012.
De bedragen, genoemd in de artikelen 2 en 4, worden bij het begin van het kalenderjaar bij ministeriële regeling vervangen door andere bedragen. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen bedragen te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en de uitkomst vervolgens naar boven af te ronden op hele getallen.
## Hoofdstuk 5. Korting op eigen bijdragen op grond van de