2005-05-01 | BWBR0021173 | Aanwijzing handhaving Arbeidsomstandighedenwet

This commit is contained in:
Coornhert 2005-05-01 12:00:00 +00:00
parent 6443fa08cd
commit 2f4bfe3120

View file

@ -0,0 +1,75 @@
---
titel: Aanwijzing handhaving Arbeidsomstandighedenwet
bwb_id: BWBR0021173
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2005-05-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0021173
citeertitel: Aanwijzing handhaving Arbeidsomstandighedenwet
---
# Aanwijzing handhaving Arbeidsomstandighedenwet
## . Achtergrond
Naar aanleiding van de visie neergelegd in de nota Heroriëntatie arbobeleid en Arbowet (maart 1996) van het toenmalige kabinet op de verdere ontwikkeling van het arbeidsomstandighedenbeleid, is de Arbeidsomstandighedenwet 1998 tot stand gekomen.
Op 1 november 1999 is de Arbeidsomstandighedenwet 1998 in werking getreden. De wet is ten opzichte van de oude Arbeidsomstandighedenwet op een aantal punten ingrijpend gewijzigd. Ook is de bestuurlijke boete geïntroduceerd. Het strafrecht is nog slechts gereserveerd voor ongevallen waarbij derden zijn betrokken, voor situaties waarin gewerkt wordt met enkele gevaarlijke stoffen en voor gevallen van herhaalde recidive. Daarnaast is het strafrecht van toepassing op gevallen, waarin de werkgever naar hij weet of redelijkerwijs moet weten zijn werknemers in gevaar brengt of het bevel tot stillegging van de arbeid negeert. Een groot deel van de overtredingen wordt afgedaan door middel van het opleggen van bestuurlijke boetes. In de meeste zaken die aan het Openbaar Ministerie (OM) worden voorgelegd, is sprake van eerdere activiteiten van de Arbeidsinspectie om overtredingen op te heffen.
###
In de nieuwe Arbeidsomstandighedenwet is gekozen voor invoering van de bestuurlijke boete. Sanctionering met een bestuurlijke boete staat voorop, terwijl het strafrecht is gereserveerd voor de zwaarste feiten (ultimum remedium). Artikel 33, lid 1 en 2, van de wet geeft het overzicht van bepalingen die bestuurlijk beboetbaar zijn. De wet kent twee boetecategorieën, waarin de maximumboetebedragen zijn vastgelegd, te weten de eerste categorie met een maximum van € 4.538, en de tweede categorie met een maximum van € 11.345,. Als vervolg op de onderverdeling van artikel(leden) naar hoge of lage boetecategorie, is door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in samenspraak met het OM een Tarieflijst Boetenormbedragen opgesteld, waarin aan de beboetbare feiten in de Arbeidsomstandighedenwet, het Arbeidsomstandighedenbesluit en de Arbeidsomstandighedenregeling boetenormbedragen zijn toegekend.
Voor wat betreft de termijn van verjaring is aangehaakt bij hetgeen in artikel 70, onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht (WvSr) ten aanzien van overtredingen is bepaald, namelijk twee jaren.
Het opleggen van een bestuurlijke boete is een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tegen deze boeteoplegging kan de beboete natuurlijke of (rechts)persoon door middel van de procedure van de Awb in bezwaar en in beroep komen.
###
De handhaving van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 is in hoofdzaak opgedragen aan de Arbeidsinspectie. De Arbeidsinspectie is een dienst van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die toezichthoudende buitengewone opsporingsambtenaren in dienst heeft. Preventief toezicht wordt gerealiseerd door het bezoeken van bedrijven met het oog op inspectie van de arbeidsomstandigheden. Daarbij is het noodzakelijk prioriteiten te stellen ten aanzien van de te inspecteren bedrijven en de daarbij te hanteren frequentie. In alle branches zal er sprake zijn van preventief toezicht door de Arbeidsinspectie, omdat alleen dan een adequate invulling van de monitoring- en signaalfunctie kan plaatsvinden. Een deel van de branches zal steekproefsgewijs worden geïnspecteerd, terwijl voor een ander deel van de branches, namelijk het deel met grotere arbeidsomstandighedenproblematiek, een relatief hogere inspectiefrequentie zal worden vastgesteld. Hiernaast onderzoekt de Arbeidsinspectie ongevallen met ernstige afloop, die de werkgever verplicht is te melden en klachten die iedere werknemer of burger bij de Arbeidsinspectie kan indienen.
Voor het toezicht op de naleving van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, zijn naast de Arbeidsinspectie respectievelijk ook de ambtenaren, waaronder buitengewone opsporingsambtenaren, van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), en de Inspectie Verkeer en Waterstaat, (divisies vervoer [de voormalige RVI], luchtvaart en scheepvaart), aangewezen, voorzover het de aan hen toegewezen categorieën van arbeid betreft. Waar in de tekst de Arbeidsinspectie wordt genoemd, worden ook deze inspectiediensten bedoeld.
###
Deze aanwijzing heeft betrekking op de vervolging van verdachten die de strafrechtelijke bepalingen van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 (hierna: Arbowet 98) hebben overtreden.
## 1. Opsporing
Ernstige inbreuken op de Arbowet 98 zijn strafbaar gesteld. Zij worden strafrechtelijk gehandhaafd; van overtreding van de desbetreffende voorschriften, gesteld bij of krachtens de Arbowet 98, wordt door de opsporingsambtenaren direct proces-verbaal opgemaakt. De strafbare feiten betreffen economische delicten als bedoeld in artikel 1, onder 3°, van de Wet op de economische delicten (WED); dit zijn:
| a) overtredingen van of krachtens art. 6 Arbowet 98 | (voorkomen en beperken van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, verbodsbepalingen in het Besluit risicos zware ongevallen 1999); |
| --- | --- |
| b) overtreding van art. 10 Arbowet 98 | (voorkomen gevaar voor derden); |
| c) overtredingen krachtens art. 16, lid 10, Arbowet 98 | (verbodsbepalingen uit het Arbobesluit, voor zover als strafbare feiten aangewezen); |
| d) overtreding van de bepaling neergelegd in art. 28, lid 7, Arbowet 98 | (niet naleven stillegging, misdrijf); |
| e) overtreding van art. 32 Arbowet 98 | (mogelijk ontstaan van levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers, zijnde misdrijven); |
| f) overtredingen van art. 33, lid 3, Arbowet 98 | (derde overtreding van een beboetbaar feit, indien de twee daaraan voorafgaande beboetbare feiten hebben plaatsgevonden binnen 48 maanden voorafgaande aan de pleegdatum van de derde overtreding). |
## 2. Vervolging
### 2.1. Relatieve bevoegdheid
Hoofdregel is dat vervolging wordt ingesteld in het arrondissement waar de verdachte woont (natuurlijke persoon) of statutair gevestigd is (rechtspersoon). Daarnaast kan vervolging ingesteld worden in het arrondissement van de plaats waar het delict heeft plaatsgevonden. Voor deze laatstgenoemde mogelijkheid kan gekozen worden als er sprake is van een misdrijf in relatie tot een ongeval dat heeft plaatsgevonden in een ander arrondissement, dan waar de woonplaats/vestigingsplaats van de verdachte is. In deze situatie verdient het de voorkeur dat uit het oogpunt van slachtofferzorg gekozen wordt voor vervolging in het arrondissement, dat het meest nabij de woonplaats van het slachtoffer of zijn familie is gelegen (om onnodig reizen te besparen).
### 2.2. Kwalificatie als verdachte
Bij het binnenkomen van een proces-verbaal wordt een keuze gemaakt wie van de in het procesverbaal genoemde verdachten wordt ingeschreven; veelal zal dit de rechtspersoon zijn. Bij ernstige inbreuken op de arbeidsomstandighedenwetgeving en gevallen van ernstig gevaar voor personen, kan worden besloten naast de rechtspersoon ook de feitelijk leidinggevende en/of bestuurder als verdachte in te schrijven.
Blijkt het bedrijf failliet te zijn gegaan, of zijn er (andere) omstandigheden die de vervolging van de feitelijk leidinggevende wenselijk maken (bijvoorbeeld recidive waarvan met name hem een verwijt kan worden gemaakt), dan kan hiertoe later alsnog worden overgegaan.
### 2.3. Voorwaardelijk sepot c.q. voorwaardelijke veroordeling
Met name bij overtredingen die uitsluitend strafrechtelijk worden gehandhaafd, kan een voorwaardelijk sepot met investeringsverplichting effectief zijn (bijvoorbeeld artikel 6, 10 en 16, lid 10 van de Arbowet 98).
In die gevallen waarin een voorwaardelijk sepot wordt opgelegd c.q. een voorwaardelijke veroordeling wordt uitgesproken dient, gelet op de gebruikelijke proeftijd van twee jaar, hercontrole door de Arbeidsinspectie zowel in het eerste als het tweede jaar plaats te hebben. Per geval zullen hierover afspraken worden gemaakt, in het bijzonder voor wat betreft de berichtgeving omtrent het vervullen van de gestelde voorwaarden. Mocht blijken dat het bedrijf wederom in overtreding is, dan dient opnieuw proces-verbaal te worden opgemaakt.
## 3. Overgangsrecht
Deze aanwijzing is geldig vanaf de datum van inwerkingtreding.
## Bijlage 1. Naleving wet
## Bijlage 2. Handhavingsbeleid ernstige en dodelijke ongevallen conform de
## Bijlage 3. Procedurebeschrijving politie