2007-01-01 | BWBR0006562 | Besluit financiën regionale politiekorpsen
This commit is contained in:
parent
b30db748da
commit
2f5b5b43dd
1 changed files with 98 additions and 0 deletions
|
|
@ -43,6 +43,96 @@ d. normbedrag: vast bedrag dat, vermenigvuldigd met het aantal budgetverdeeleenh
|
|||
|
||||
**9.** Onze Minister kan bij de voorlopige vaststelling van de algemene bijdrage voorwaarden verbinden aan de besteding van deze bijdrage.
|
||||
|
||||
### Artikel 2a
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor 1 juli de algemene bijdrage aan een regio voor het eerstvolgende jaar voorlopig vast en geeft daarbij een indicatie van de algemene bijdrage aan de regio in de daaropvolgende drie jaren.
|
||||
|
||||
**2.** De voorlopig vastgestelde algemene bijdrage wordt betaalbaar gesteld in vier termijnen respectievelijk 15 januari, 15 april, 15 juli en 15 oktober.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan de voorlopig vastgestelde bijdrage wijzigen.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan de voorlopig vastgestelde bijdrage verminderen indien niet wordt voldaan aan het gestelde bij of krachtens artikel 13a, tweede lid, van het Besluit comptabele regelgeving regionale politiekorpsen.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister stelt de korpsbeheerder zo spoedig mogelijk op de hoogte van een besluit tot bijstelling als bedoeld in het derde en vierde lid.
|
||||
|
||||
**6.** Verrekening van bijstellingen in de voorlopig vastgestelde algemene bijdrage vindt uiterlijk plaats op 1 december van het jaar waarop de voorlopige vaststelling betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**7.** Onze Minister kan bij de voorlopige vaststelling van de algemene bijdrage voorwaarden verbinden aan de besteding van deze bijdrage.
|
||||
|
||||
### Artikel 2b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het algemene budget dat een regio ontvangt is de som van de volgende bedragen:
|
||||
|
||||
a. het bedrag dat de regio ingevolge artikel 2c ontvangt als onderdeel van het deelbudget van intake en service in verband met de op grond van de telefoonmeting vastgestelde werklast van de regio;
|
||||
b. de bedragen die de uitkomst vormen van de met toepassing van de in artikel 2d, eerste lid, opgenomen formules berekende procentuele aandelen in de door Onze Minister krachtens artikel 2, derde lid, onderdeel a, vastgestelde deelbudgetten per werksoort.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het vaststellen van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde percentages worden de uitkomsten van de formules van de afzonderlijke gemeenten in een regio bij elkaar opgeteld en wordt het procentuele aandeel daarvan berekend in het totaal van de uitkomst voor alle regio’s.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van de werksoort intake en service wordt bij de berekening van het bedrag dat een regio ontvangt het door Onze Minister krachtens artikel 2, derde lid, voor die werksoort vastgestelde deelbudget verminderd met de bedragen die de regio’s ontvangen op grond van het eerste lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
### Artikel 2c
|
||||
|
||||
**1.** Op basis van de telefoonmeting wordt de werklast van de regio bepaald met toepassing van de formule 39,59 Ln (y) – 444,95, waarbij y het aantal met 0900-8844 gevoerde gesprekken weergeeft.
|
||||
|
||||
**2.** De regio ontvangt een bedrag ter hoogte van de uitkomst van de in het eerste lid genoemde formule, vermenigvuldigd met het normbedrag voor de werksoort intake en service dat door Onze Minister wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 2d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de verdeling van de door Onze Minister krachtens artikel 2, derde lid, vastgestelde deelbudgetten worden de volgende formules gehanteerd:
|
||||
|
||||
a. voor intake en service:
|
||||
|
||||
(110 + 0,38 x MOB + 0,22 x UITK) : 1000 x (INW) : 1000;
|
||||
b. voor noodhulp:
|
||||
|
||||
(190 + 85 x OPP + 0,13 x OAD) :1000 x (INW) : 1000;
|
||||
c. voor opsporing:
|
||||
|
||||
(171 + 0,26x OAD+ 21x HRC+ 5,7x UITK + 0,84x NNED + 337x AGG) : 1000 x (INW) : 1000;
|
||||
d. voor handhaving:
|
||||
|
||||
(160 + 0,22x OAD+ 31x HRC+ 13,5 x ABWUITK + 531 x AGG) : 1000 x (INW) : 1000.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De afkortingen die deel uitmaken van de formules hebben betrekking op de volgende omgevingskenmerken van een gemeente:
|
||||
|
||||
OPP: de oppervlakte land in hectare volgens regionale indelingen;
|
||||
|
||||
OAD: het gemiddelde aantal adressen per km^2 dat een adres binnen zijn omgeving heeft;
|
||||
|
||||
HRC: het aantal bedrijfsvestigingen met de economische activiteit «horeca»;
|
||||
|
||||
INW: de geregistreerde bevolking;
|
||||
|
||||
NNED: het aantal personen dat niet de Nederlandse nationaliteit bezit, exclusief degenen die in Nederland woonachtig zijn maar voor wie uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;
|
||||
|
||||
MOB: de som van het aantal personen dat verhuisd is binnen de gemeente en het aantal personen dat verhuisd is naar een andere gemeente;
|
||||
|
||||
UITK: het aantal personen met een IOAW- of IOAZ-uitkering of een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand of de Werkloosheidswet;
|
||||
|
||||
ABWUITK: aantal personen met een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand;
|
||||
|
||||
AGG: de waarde van de centrumgemeente binnen een stedelijke agglomeratie;
|
||||
|
||||
**3.** Bij het invullen van de waarde van de omgevingskenmerken worden de op 1 april van het lopende jaar meest recente gegevens van het CBS gebruikt.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het derde lid wordt voor INW het gemiddelde genomen van de waarde van het jaar voorafgaande aan het lopende jaar, het lopende jaar en de prognoses ten aanzien van de twee daarop volgende jaren. Indien op 1 april het gegeven voor het lopende jaar niet beschikbaar is, wordt de prognose voor dat jaar gebruikt.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid wordt voor AGG bij ministeriële regeling bepaald welke gemeenten als centrumgemeenten worden aangemerkt en wordt aan de centrumgemeenten de waarde 0,5 of 1 toegekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 2e
|
||||
|
||||
**1.** Indien het op grond van artikel 2, derde lid, onderdeel a, voor de algemene budgetten beschikbare bedrag voor het eerstvolgende jaar gelijk is aan dat van het lopende jaar en het algemene budget van een regio in het eerstvolgende jaar ten opzichte van het lopende jaar daalt als gevolg van de met toepassing van de artikelen 2b, 2c en 2d uitgevoerde berekeningen en deze daling meer dan 1% bedraagt, ontvangt de regio in het eerstvolgende jaar een compensatie ter hoogte van het percentage waarmee de daling de 1% overstijgt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde daling meer bedraagt dan 2% wordt in het jaar volgende op het eerstvolgende jaar de helft gecompenseerd van het percentage waarmee de 1% wordt overschreden.
|
||||
|
||||
**3.** Een stijging van het algemene budget ten opzichte van het lopende jaar als gevolg van de loon- en prijsindex, wordt in de berekeningen van het eerste en tweede lid buiten beschouwing gelaten.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan aan een regio een bijzondere bijdrage verlenen.
|
||||
|
|
@ -80,6 +170,14 @@ Onverminderd artikel 7 kan Onze Minister de bijdrage, bedoeld in het eerste lid
|
|||
a. de financiële positie van de regio zodanig wijzigt, dat aan het krachtens artikel 13a, tweede lid, van het Besluit comptabele regelgeving regionale politiekorpsen gestelde wordt voldaan.
|
||||
b. de regio in strijd handelt met de voorschriften, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 4b
|
||||
|
||||
**1.** Het algemene budget van een regio wordt verminderd met een voor alle regio’s gelijk percentage van hun budget ter dekking van de aanvullende bijdragen aan regio’s op grond van de artikelen 4 en 4a.
|
||||
|
||||
**2.** De rijksbijdrage aan een regio kan worden verminderd ter vergoeding van kosten in verband met samenwerking met andere regio’s of in verband met voorzieningen waarvan de regio gebruikmaakt.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister stelt jaarlijks voor 31 december de hoogte vast van de vermindering bedoeld in het eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** De korpsbeheerder verstrekt jaarlijks uiterlijk 31 maart aan Onze Minister het vastgestelde jaarverslag en de jaarrekening waarin verantwoording wordt afgelegd over de besteding van de rijksbijdragen en overige baten over het voorafgaande jaar.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue