2010-04-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
This commit is contained in:
parent
efd5b4efdd
commit
2f716c1a71
1 changed files with 104 additions and 69 deletions
|
|
@ -8844,22 +8844,45 @@ Het verblijf van de echtgeno(o)t(e) of ongehuwd minderjarig kind van de hoofdper
|
|||
|
||||
De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt, al naar gelang de situatie, verleend onder de beperking:
|
||||
|
||||
– ‘arbeid als zelfstandige voor (naam van de onderneming) op grond van het internationaal Vriendschapsverdrag’ met de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien de werkgever beschikt over TWV; of
|
||||
– ‘arbeid in loondienst als vertegenwoordiger van (naam van de vertegenwoordigde) op grond van het internationaal Vriendschapsverdrag’ met de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV.’
|
||||
– ‘arbeid als zelfstandige voor … (naam van de onderneming) op grond van het internationaal Vriendschapsverdrag’ met de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid in loondienst alleen toegestaan, indien de werkgever beschikt over een TWV; of
|
||||
– ‘arbeid in loondienst als vertegenwoordiger van … (naam van de vertegenwoordigde) op grond van het internationaal Vriendschapsverdrag’ met de arbeidsmarktaantekening: ‘TWV vereist.’
|
||||
|
||||
De afhankelijke verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan echtgenoten en de minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij (naam hoofdpersoon).’ De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. In alle gevallen wordt tevens toegevoegd: ‘Een beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.’
|
||||
De afhankelijke verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan echtgenoten en de minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij … (naam hoofdpersoon).’ De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘Arbeid toegestaan. TWV vereist’.
|
||||
|
||||
In alle gevallen wordt tevens toegevoegd: ‘Een beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.’
|
||||
|
||||
Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende te zijn verzekerd tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
|
||||
|
||||
### 9. Europees verdrag betreffende sociale en medische bijstand
|
||||
### 9. Het Verdrag van handel en scheepvaart tussen Nederland en Japan
|
||||
|
||||
Het Verdrag van handel en scheepvaart tussen Nederland en Japan (Stb. 1913, 389) beoogt de handel tussen de beide partijen te vergemakkelijken.
|
||||
|
||||
Dit Handelsverdrag heeft haar werking niet verloren en heeft verblijfsrechtelijke betekenis. Op grond van de meestbegunstigingsclausule worden aanvragen van onderdanen van Japan beoordeeld met in achtneming van het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika (Trb. 1956, 40), verder te noemen: Vriendschapsverdrag.
|
||||
|
||||
Vreemdelingen uit Japan mogen in Nederland verblijven als zij voldoen aan de voorwaarden van het Vriendschapsverdrag, zoals genoemd in hoofdstuk B11, paragraaf 8. Daar waar staat: onderdanen van de Verenigde Staten van Amerika, Amerikaanse vreemdeling dan wel Amerikaanse onderneming wordt eveneens verstaan onderdanen van Japan dan wel Japanse onderneming.
|
||||
|
||||
Ten aanzien van de beperking, (arbeidsmarkt)aantekeningen en het voorschrift geldt het volgende:
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt, al naar gelang de situatie, verleend onder de beperking:
|
||||
|
||||
– ‘arbeid als zelfstandige voor (naam van de onderneming) op grond van het Nederlands - Japans Handelsverdrag’ met de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV; of
|
||||
– ‘arbeid in loondienst als vertegenwoordiger van (naam van de vertegenwoordigde) op grond van het Nederlands - Japans Handelsverdrag’ met de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV.’
|
||||
|
||||
De afhankelijke verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan echtgenoten en de minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij (naam hoofdpersoon).’ De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
|
||||
|
||||
In alle gevallen wordt tevens toegevoegd: ‘Een beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.’
|
||||
|
||||
Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende te zijn verzekerd tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
|
||||
|
||||
### 10. Europees verdrag betreffende sociale en medische bijstand
|
||||
|
||||
Het Europees verdrag betreffende sociale en medische bijstand verplicht de verdragsluitende partijen de wederzijdse onderdanen op gelijke voet als eigen onderdanen recht te geven op sociale en medische bijstand.
|
||||
|
||||
#### 9.1. Begunstigde
|
||||
#### 10.1. Begunstigde
|
||||
|
||||
De bepalingen van het Europees verdrag betreffende sociale en medische bijstand zijn in het kader van de uitvoering van de Vw slechts van belang voor houders van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 14 Vw. De Vw verleent aan houders van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, als bedoeld in artikel 20 Vw, een rechtspositie die ten minste even sterk is als die welke zij krachtens het Europees verdrag betreffende sociale en medische bijstand hebben.
|
||||
|
||||
#### 9.2. Repatriëring en bijstand
|
||||
#### 10.2. Repatriëring en bijstand
|
||||
|
||||
Onder repatriëring wordt verstaan verblijfsbeëindiging inclusief uitzetting. Onder het behoeven van bijstand wordt verstaan het beroep doen op de publieke middelen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -8871,12 +8894,24 @@ a. de betrokken persoon niet voortdurend gedurende ten minste vijf jaren verblij
|
|||
b. niet gedurende ten minste tien jaren verblijf heeft gehouden, in geval hij dat grondgebied heeft betreden na het bereiken van die leeftijd (zie artikel 7 van het Verdrag); of
|
||||
c. sprake is van een andere grond.
|
||||
|
||||
Onder rechtmatig verblijf wordt hier – in overeenstemming met artikel 11 van het Verdrag – verstaan rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder a tot en met h, alsmede j en l, Vw.
|
||||
|
||||
Voor de berekening van de bedoelde perioden van vijf en tien jaar telt niet mee de tijd waarin de betrokken vreemdeling bijstand heeft genoten uit publieke fondsen (als bedoeld in de Wet van 27 april 1912 tot regeling van het armbestuur, thans Wwb), tenzij het gaat om medische behandeling voor acute ziekten of medische behandeling van korte duur (zie artikel 14 van het Verdrag).
|
||||
|
||||
Evenmin telt mee de tijd van verblijf buiten Nederland van zes maanden of meer. Het dienst doen op in Nederland geregistreerde schepen geldt niet als onderbreking van het verblijf (zie artikel 13 van het Verdrag).
|
||||
|
||||
Als bewijsstuk, erkend voor het verblijf, geldt onder meer het uittreksel uit de GBA. Tegenbewijs door de vreemdeling is toegestaan.
|
||||
|
||||
Er mag tot verblijfsbeëindiging worden overgegaan in geval van verplaatsing hoofdverblijf, het verstrekken van onjuiste gegevens en het niet voldoen aan de beperking of een voorschrift, alsmede wegens de openbare orde (zie artikel 16 Vw, in samenhang met hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 4 en 5, alsmede afdeling 3, paragraaf 2 en 3, Vb en B1).
|
||||
|
||||
In geval van detentie zal tot verblijfsbeëindiging kunnen worden overgegaan op grond van een inbreuk van de openbare orde, het ontbreken van de middelen van bestaan en het niet voldoen aan de beperking.
|
||||
|
||||
De vreemdeling die bijstand geniet, mag voortzetting van verblijf slechts worden ontzegd, indien:
|
||||
|
||||
– hij in een staat van gezondheid verkeert die vervoer toelaat (zie artikel 7, onder (a) en (ii), van het Verdrag en artikel 64 Vw); en
|
||||
– hij geen bijzondere band met Nederland heeft (zie artikel 7, onder (a) en (iii), van het Verdrag). Hoe korter het verblijf in Nederland, des te eerder zal worden aangenomen dat de vreemdeling geen bijzondere band met Nederland heeft.
|
||||
• hij in een staat van gezondheid verkeert die vervoer toelaat (zie artikel 7, onder (a) en (ii), van het Verdrag en artikel 64 Vw); en
|
||||
• hij geen bijzondere band met Nederland heeft (zie artikel 7, onder (a) en (iii), van het Verdrag). Hoe korter het verblijf in Nederland, des te eerder zal worden aangenomen dat de vreemdeling geen bijzondere band met Nederland heeft.
|
||||
|
||||
#### 9.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
|
||||
#### 10.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
|
||||
|
||||
Als regel zal aan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd van de betrokkene steeds een beperking zijn verbonden. Indien ingevolge het Verdrag niet tot verblijfsbeëindiging kan worden overgegaan, wordt de beperking waaronder de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd laatstelijk is verleend, gehandhaafd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -8884,82 +8919,82 @@ De op de eerder verleende verblijfsvergunning geplaatste arbeidsmarktaantekening
|
|||
|
||||
Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende te zijn verzekerd tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
|
||||
|
||||
### 10. ESH
|
||||
### 11. ESH
|
||||
|
||||
Nederland, Turkije en de landen van de EU/EER (zie B10), behoudens Estland, Litouwen en Slovenië, hebben het ESH geratificeerd.
|
||||
|
||||
#### 10.1. Begunstigde
|
||||
#### 11.1. Begunstigde
|
||||
|
||||
Het ESH is alleen van belang voor Turkse onderdanen, voorzover zij geen aanspraken kunnen ontlenen aan het Associatiebesluit 1/80 en voorzover zij geen gezins- of familielid zijn van een onderdaan van de EU/EER of Zwitserland.
|
||||
|
||||
#### 10.2. Verblijf gezinsleden migrerende werknemer
|
||||
#### 11.2. Verblijf gezinsleden migrerende werknemer
|
||||
|
||||
Nederland heeft zich ingevolge artikel 19, zesde lid, van het ESH verbonden te waarborgen dat zoveel mogelijk de hereniging van het gezin van een migrerende werknemer, die toestemming heeft gekregen om zich op het grondgebied te vestigen, wordt vergemakkelijkt. Deze bepaling heeft geen rechtstreekse werking (zie ABRvS, 16 april 1984, RV 1984/ 117).
|
||||
|
||||
Het ‘gezin van een migrerende werknemer’ wordt geacht ten minste te omvatten zijn echtgenote, en kinderen te zijnen laste die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt (zie de Bijlage bij het ESH, deel II).
|
||||
|
||||
Dat laat echter onverlet dat voor gezinshereniging, met hier te lande rechtmatig verblijvende Turkse werknemers, aanvullende eisen kunnen worden gesteld indien het gaat om (verruimde) gezinshereniging. Dat betekent dat, voorzover hier van belang, op ‘kinderen’ tussen de 18 en 21 jaar, die ten laste van de werknemer komen, niet dezelfde regeling behoeft te worden toegepast zoals die geldt voor EU/EER-onderdanen en onderdanen van Zwitserland.
|
||||
Dat laat echter onverlet dat voor gezinshereniging, met hier te lande rechtmatig verblijvende Turkse werknemers, aanvullende eisen kunnen worden gesteld indien het gaat om (verruimde) gezinshereniging. Dat betekent dat, voorzover hier van belang, op ‘kinderen’ tussen de 18 en 21 jaar, die ten laste van de werknemer komen, niet dezelfde regeling behoeft te worden toegepast zoals die geldt voor EU/EER- onderdanen en onderdanen van Zwitserland.
|
||||
|
||||
#### 10.3. Intrekking verblijfsvergunning
|
||||
#### 11.3. Intrekking verblijfsvergunning
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning van de rechtmatig verblijvende werknemer en zijn gezinsleden kan slechts worden ingetrokken, indien zij een gevaar opleveren voor de nationale veiligheid, of inbreuk maken op de openbare orde of goede zeden (zie artikel 19, achtste lid, van het Handvest).
|
||||
|
||||
### 11. Europees Verdrag inzake de rechtspositie van migrerende werknemers
|
||||
### 12. Europees Verdrag inzake de rechtspositie van migrerende werknemers
|
||||
|
||||
Partij bij het Verdrag zijn: Nederland, Frankrijk, Italië, Noorwegen, Portugal, Spanje, Turkije en Zweden.
|
||||
|
||||
#### 11.1. Begunstigde
|
||||
#### 12.1. Begunstigde
|
||||
|
||||
Het Europees Verdrag migrerende werknemers heeft betrekking op onderdanen van een Verdragsluitende Partij die in Nederland werkzaam zijn en rechtmatig verblijf hebben.
|
||||
|
||||
Het verdrag lijkt met name van belang te zijn voor onderdanen van Turkije en voor vreemdelingen met de nationaliteit van de overige landen, alleen voorzover zij geen aanspraken kunnen ontlenen aan het recht van de EU/EER, niet aan het Europees vestigingsverdrag en evenmin aan het Associatiebesluit 1/80.
|
||||
|
||||
#### 11.2. Verblijfsvoorwaarden migrerende werknemer
|
||||
#### 12.2. Verblijfsvoorwaarden migrerende werknemer
|
||||
|
||||
De nationale vreemdelingrechtelijke voorwaarden/voorschriften zijn op deze onderdanen van toepassing.
|
||||
|
||||
#### 11.3. Gezinshereniging
|
||||
#### 12.3. Gezinshereniging
|
||||
|
||||
Gezinshereniging met onderdanen die reeds rechtmatig verblijf hebben, is toegestaan volgens nationale procedures.
|
||||
|
||||
#### 11.4. Tijdelijke arbeidsongeschiktheid en werkloosheid
|
||||
#### 12.4. Tijdelijke arbeidsongeschiktheid en werkloosheid
|
||||
|
||||
Er dient vijf maanden verblijf te worden toegestaan voor het zoeken naar ander werk, revalidatie dan wel herscholing, als bedoeld in artikel 25 van het Verdrag, in geval van:
|
||||
|
||||
– tijdelijke arbeidsongeschiktheid; of
|
||||
– onvrijwillige werkloosheid wegens afvloeiing of langdurige ziekte (zie artikel 9, vierde lid, van het Verdrag); onvrijwillige werkloosheid moet dan naar behoren zijn geconstateerd door de bevoegde autoriteiten.
|
||||
• tijdelijke arbeidsongeschiktheid; of
|
||||
• onvrijwillige werkloosheid wegens afvloeiing of langdurige ziekte (zie artikel 9, vierde lid, van het Verdrag); onvrijwillige werkloosheid moet dan naar behoren zijn geconstateerd door de bevoegde autoriteiten.
|
||||
|
||||
### 12. Overeenkomst EEG-Algerije, Israël, Jordanië, Marokko en Tunesië
|
||||
Echter, er hoeft geen verblijf te worden toegestaan over een periode die langer is dan die waarover de werkloosheidsuitkering wordt betaald.
|
||||
|
||||
Een en ander houdt in dat in voorkomende gevallen de geldigheid van de verblijfsvergunning moet worden verlengd tot vijf maanden na intreden van ziekte of werkloosheid, voor het zoeken naar werk, voor omscholing of revalidatie, maar niet langer dan de werkloosheidsuitkering duurt.
|
||||
|
||||
### 13. Overeenkomst EEG-Algerije, Israël, Jordanië, Marokko en Tunesië
|
||||
|
||||
Op 27 april 1976 is te Rabat de samenwerkingsovereenkomst EEG-Marokko ondertekend, die namens de EG is goedgekeurd bij verordening (EEG) nr. 2211/78 van de Raad van 26 september 1978 (PB L 264, blz. 1).
|
||||
|
||||
Er zijn ook samenwerkingsovereenkomsten gesloten tussen de EEG en Algerije en Tunesië die soortgelijke bepalingen bevatten als artikel 40, eerste lid, van de Samenwerkingsovereenkomst EEG-Marokko. Bovendien zijn in 1995 associatieovereenkomsten gesloten tussen de EEG en Tunesië, Israël en Jordanië, waarin artikel 64 dezelfde inhoud heeft als artikel 40 van de Samenwerkingsovereenkomst EEG- Marokko. In 1996 is de associatieovereenkomst EEG-Marokko gesloten.
|
||||
|
||||
#### 12.1. Belang
|
||||
#### 13.1. Belang
|
||||
|
||||
In bedoelde overeenkomsten is slechts het beginsel van gelijke behandeling inzake de arbeidsvoorwaarden en de lonen neergelegd.
|
||||
|
||||
Het Hof van Justitie van de EG (2 maart 1999, El-Yassini, C-416/96) heeft geoordeeld dat het in artikel 40, eerste alinea, van de Overeenkomst EEG-Marokko neergelegde beginsel van gelijke behandeling inzake de arbeidsvoorwaarden en de lonen, op zich niet tot gevolg heeft dat het de autoriteiten van de lidstaat van ontvangst verboden is de verlenging van de verblijfstitel van een op het grondgebied van die lidstaat werkzame Marokkaanse migrerende werknemer te weigeren, ook al kan die maatregel naar haar aard niet worden genomen jegens de onderdanen van de betrokken lidstaat.
|
||||
Het Hof van Justitie van de EG (2 maart 1999, El-Yassini, C-416/96) heeft geoordeeld dat het in artikel 40, eerste alinea, van de Overeenkomst EEG-Marokko neergelegde beginsel van gelijke behandeling inzake de arbeidsvoorwaarden en de lonen, op zich niet tot gevolg heeft dat het de autoriteiten van de lidstaat van ontvangst verboden is de verlenging van de verblijfstitel van een op het grondgebied van die lidstaat werkzame Marokkaanse migrerende werknemer te weigeren, ook al kan die maatregel naar haar aard niet worden genomen jegens de onderdanen van de betrokken lidstaat.
|
||||
|
||||
Bovengenoemde jurisprudentie kan ook van belang zijn voor bepaling van de verblijfspositie van vreemdelingen die de nationaliteit bezitten van Algerije, Israël, Jordanië of Tunesië.
|
||||
Bovengenoemde jurisprudentie kan ook van belang zijn voor bepaling van de verblijfspositie van vreemdelingen die de nationaliteit bezitten van Algerije, Israël, Jordanië of Tunesië. Bedoelde overeenkomsten en jurisprudentie leiden echter niet tot aanspraak op (voortzetting van) verblijf voor onderdanen van genoemde landen.
|
||||
|
||||
Bedoelde overeenkomsten en jurisprudentie leiden echter niet tot aanspraak op (voortzetting van) verblijf voor onderdanen van genoemde landen.
|
||||
|
||||
### 13. Het BuPo
|
||||
### 14. Het BuPo
|
||||
|
||||
Op 11 maart 1979 is voor Nederland in werking getreden het BuPo.
|
||||
|
||||
#### 13.1. Begunstigde en belang
|
||||
#### 14.1. Begunstigde en belang
|
||||
|
||||
Een vreemdeling die wettig op het grondgebied verblijft van een Staat die partij is bij dit verdrag, kan slechts uit die Staat worden gezet krachtens een overeenkomstig de wet genomen beslissing (zie artikel 13 van het Verdrag).
|
||||
Een vreemdeling die wettig op het grondgebied verblijft van een Staat die partij is bij dit verdrag, kan slechts uit die Staat worden gezet krachtens een overeenkomstig de wet genomen beslissing (zie artikel 13 van het Verdrag). Het is hem toegestaan, zijn bezwaren tegen zijn uitzetting kenbaar te maken en zijn geval opnieuw te doen beoordelen door en zich met dit doel te doen vertegenwoordigen bij de bevoegde autoriteit dan wel door een of meer personen die daartoe speciaal door de bevoegde autoriteit zijn aangewezen, tenzij dwingende redenen van nationale veiligheid een tegengestelde beslissing rechtvaardigen.
|
||||
|
||||
Het is hem toegestaan, zijn bezwaren tegen zijn uitzetting kenbaar te maken en zijn geval opnieuw te doen beoordelen door en zich met dit doel te doen vertegenwoordigen bij de bevoegde autoriteit dan wel door een of meer personen die daartoe speciaal door de bevoegde autoriteit zijn aangewezen, tenzij dwingende redenen van nationale veiligheid een tegengestelde beslissing rechtvaardigen.
|
||||
|
||||
### 14. Het IVRK
|
||||
### 15. Het IVRK
|
||||
|
||||
Op 8 maart 1995 is voor Nederland het IVRK in werking getreden.
|
||||
|
||||
#### 14.1. Begunstigde
|
||||
#### 15.1. Begunstigde
|
||||
|
||||
Het Verdrag geeft aan een buitenlands kind op zichzelf geen aanspraak op verblijf in Nederland, voorzover de bepalingen van het Verdrag (met name de artikelen 9 en 10) al zijn aan te merken als een ieder verbindende bepalingen die rechtstreekse werking hebben en niet slechts als instructienormen die tot de Staten, die Partij zijn, zijn gericht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -8971,36 +9006,36 @@ Het tweede lid van dit artikel, vermeldt weliswaar dat een kind van wie de ouder
|
|||
|
||||
Deze bepalingen laten daarom de mogelijkheid in stand om uit hoofde van nationaal recht eisen te stellen in het kader van verblijf, met name in geval van gezinshereniging.
|
||||
|
||||
Blijkens jurisprudentie (Rechtbank Den Haag, 25 september 1997, Wieczorek en Rechtseenheidskamer, 25 september 1997, Austin) valt noch uit de tekst, noch uit de wordingsgeschiedenis af te leiden dat door artikel 10 voor de Nederlandse Staat verdergaande verplichtingen bestaan dan hetgeen reeds is neergelegd in het Nederlandse recht en beleid ter zake van gezinsvorming en -hereniging. Evenmin blijkt dat is beoogd een uitbreiding te geven aan de verplichtingen die uit artikel 8 EVRM voortvloeien. In de totstandkomingsgeschiedenis van de Rijkswet tot goedkeuring van het Verdrag is in de Memorie van Toelichting en een Nota naar aanleiding van het Verslag opgenomen dat hieraan reeds uitvoering is gegeven in de Vw (oud), het Vb (oud), het VV (oud) en de Vc (oud). De verdragsverplichtingen neergelegd in artikel 10 laten onverlet dat met betrekking tot inkomen, onderzoek en termijn van indiening van het verzoek eisen kunnen worden gesteld. De Vw, het Vb, het VV en de Vc beogen daarin geen wijziging te brengen.
|
||||
Blijkens jurisprudentie (Rechtbank Den Haag, 25 september 1997, Wieczorek en Rechtseenheidskamer, 25 september 1997, Austin) valt noch uit de tekst, noch uit de wordingsgeschiedenis af te leiden dat door artikel 10 voor de Nederlandse Staat verdergaande verplichtingen bestaan dan hetgeen reeds is neergelegd in het Nederlandse recht en beleid ter zake van gezinsvorming en -hereniging. Evenmin blijkt dat is beoogd een uitbreiding te geven aan de verplichtingen die uit artikel 8 EVRM voortvloeien. In de totstandkomingsgeschiedenis van de Rijkswet tot goedkeuring van het Verdrag is in de Memorie van Toelichting en een Nota naar aanleiding van het Verslag opgenomen dat hieraan reeds uitvoering is gegeven in de Vw (oud), het Vb (oud), het VV (oud) en de Vc (oud). De verdragsverplichtingen neergelegd in artikel 10 laten onverlet dat met betrekking tot inkomen, onderzoek en termijn van indiening van het verzoek eisen kunnen worden gesteld. De Vw, het Vb, het VV en de Vc beogen daarin geen wijziging te brengen.
|
||||
|
||||
### 15. Onderdanen van Suriname
|
||||
### 16. Onderdanen van Suriname
|
||||
|
||||
Op 24 november 1980 eindigde de geldigheidsduur van de Overeenkomst Nederland-Suriname 1975. Er is geen nieuwe overeenkomst inzake het verblijf en de vestiging van wederzijdse onderdanen gesloten, maar bij overeenkomst van 25 februari 1981 is een overlegstructuur met betrekking tot het door beide landen gevoerde vreemdelingenbeleid in het leven geroepen.
|
||||
|
||||
#### 15.1. Binnenkomst en verblijf
|
||||
#### 16.1. Binnenkomst en verblijf
|
||||
|
||||
Met betrekking tot de binnenkomst en het verblijf van Surinaamse onderdanen wordt onderscheid gemaakt tussen:
|
||||
|
||||
– degenen die vóór 25 november 1980 Nederland zijn binnengekomen; en
|
||||
– degenen die na 24 november 1980 Nederland zijn binnengekomen of binnenkomen.
|
||||
• degenen die vóór 25 november 1980 Nederland zijn binnengekomen; en
|
||||
• degenen die na 24 november 1980 Nederland zijn binnengekomen of binnenkomen.
|
||||
|
||||
##### 15.1.1. Binnenkomst vóór 25 november 1980
|
||||
##### 16.1.1. Binnenkomst vóór 25 november 1980
|
||||
|
||||
Hoewel de geldigheidsduur van de Overeenkomst Nederland-Suriname 1975 is verstreken op 24 november 1980, zijn de bepalingen van deze Overeenkomst nog van toepassing op bepaalde Surinaamse onderdanen (verkregen rechten). In het algemeen kan worden gesteld dat het vreemdelingen van Surinaamse nationaliteit betreft die vóór 25 november 1980 in het bezit zijn gesteld van een verblijfsvergunning op grond van de Overeenkomst Nederland-Suriname 1975.
|
||||
Hoewel de geldigheidsduur van de Overeenkomst Nederland-Suriname 1975 is verstreken op 24 november 1980, zijn de bepalingen van deze Overeenkomst nog van toepassing op bepaalde Surinaamse onderdanen (verkregen rechten). In het algemeen kan worden gesteld dat het vreemdelingen van Surinaamse nationaliteit betreft die vóór 25 november 1980 in het bezit zijn gesteld van een verblijfsvergunning op grond van de Overeenkomst Nederland-Suriname 1975.
|
||||
|
||||
Voor aanvragen door Surinaamse onderdanen (zelfstandigen) met verkregen rechten (zie B5/7.9.1).
|
||||
|
||||
##### 15.1.2. Binnenkomst na 24 november 1980
|
||||
##### 16.1.2. Binnenkomst na 24 november 1980
|
||||
|
||||
Voor deze categorie vreemdelingen zijn de in het algemeen geldende wettelijke bepalingen en voorschriften van toepassing. Het gaat hierbij om:
|
||||
|
||||
– Surinaamse onderdanen die in het kader van (verruimde) gezinshereniging of gezinsvorming naar Nederland komen (zie B2);
|
||||
– alleenstaande ouders van 65 jaar of ouder (zie B2);
|
||||
– Surinaamse onderdanen die in Nederland arbeid in loondienst willen verrichten (zie B5);
|
||||
– Surinaamse onderdanen die zich als zelfstandige in economische zin willen vestigen (zie B5);
|
||||
– Surinaamse onderdanen die in Nederland een studie of opleiding willen volgen (zie B6).
|
||||
• Surinaamse onderdanen die in het kader van (verruimde) gezinshereniging of gezinsvorming naar Nederland komen (zie B2);
|
||||
• alleenstaande ouders van 65 jaar of ouder (zie B2);
|
||||
• Surinaamse onderdanen die in Nederland arbeid in loondienst willen verrichten (zie B5);
|
||||
• Surinaamse onderdanen die zich als zelfstandige in economische zin willen vestigen (zie B5);
|
||||
• Surinaamse onderdanen die in Nederland een studie of opleiding willen volgen (zie B6).
|
||||
|
||||
#### 15.2. Medische behandeling
|
||||
#### 16.2. Medische behandeling
|
||||
|
||||
Surinaamse onderdanen die op medische indicatie voor een behandeling naar Nederland reizen, zal een visum worden verstrekt, mits de financiering van deze behandeling deugdelijk is geregeld. Dit houdt in dat moet worden aangetoond dat een toereikende ziektekostenverzekering is afgesloten. In beginsel kan geen genoegen worden genomen met een garantverklaring van een referent.
|
||||
|
||||
|
|
@ -9017,7 +9052,7 @@ In deze situatie wordt dus niet getoetst of Nederland het meest aangewezen land
|
|||
|
||||
Voor een Surinaamse onderdaan die op een toeristenvisum Nederland binnenkomt om hier een medische behandeling te ondergaan, gelden naast de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw de bijzondere voorwaarden van artikel 3.46 Vb en B8.
|
||||
|
||||
##### 15.2.1. Beperking, (arbeidsmarkt)aantekeningen en voorschrift
|
||||
##### 16.2.1. Beperking, (arbeidsmarkt)aantekeningen en voorschrift
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘Het ondergaan van medische behandeling’ met de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid niet toegestaan’.
|
||||
|
||||
|
|
@ -9025,51 +9060,51 @@ Tevens wordt de verblijfsvergunning voorzien van de aantekening: ‘Een beroep o
|
|||
|
||||
Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
|
||||
|
||||
### 16. Het Staatlozenverdrag
|
||||
### 17. Het Staatlozenverdrag
|
||||
|
||||
#### 16.1. Begunstigde
|
||||
#### 17.1. Begunstigde
|
||||
|
||||
Onder ‘staatloze’ wordt blijkens het op 28 september 1954 te New York gesloten Staatlozenverdrag verstaan een persoon die door geen enkele staat, krachtens de wetgeving ervan, als onderdaan wordt beschouwd.
|
||||
|
||||
De voordelen van het Staatlozenverdrag komen niet toe aan staatlozen:
|
||||
|
||||
– die in het land waar zij gevestigd zijn de rechten en verplichtingen hebben, welke aan het bezit van de nationaliteit van dat land zijn verbonden;
|
||||
– van wie verondersteld wordt dat zij een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid hebben begaan;
|
||||
– die een ernstig, niet politiek, misdrijf hebben begaan buiten het land van hun vestiging, vóórdat zij tot dat land worden toegelaten.
|
||||
• die in het land waar zij gevestigd zijn de rechten en verplichtingen hebben, welke aan het bezit van de nationaliteit van dat land zijn verbonden;
|
||||
• van wie verondersteld wordt dat zij een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid hebben begaan;
|
||||
• die een ernstig, niet politiek, misdrijf hebben begaan buiten het land van hun vestiging, vóórdat zij tot dat land worden toegelaten.
|
||||
|
||||
#### 16.2. Bewijs staatloosheid
|
||||
#### 17.2. Bewijs staatloosheid
|
||||
|
||||
Ten aanzien van de vraag hoe de staatloosheid dient te worden bewezen, bevat het Staatlozenverdrag geen bepalingen. Iedere staat is dus vrij om zelf te bepalen welke bewijzen hij nodig acht om de beweerde staatloosheid van een bepaalde persoon te kunnen aannemen.
|
||||
|
||||
Het bewijs van de staatloosheid is niet aan bepaalde middelen gebonden en de beoordeling daarvan niet voorbehouden aan een speciaal daarvoor aangewezen rechterlijke of administratieve instantie.
|
||||
|
||||
#### 16.3. Belang
|
||||
#### 17.3. Belang
|
||||
|
||||
##### 16.3.1. Uitzetting, afwijzing en intrekking van de aanvraag
|
||||
##### 17.3.1. Uitzetting, afwijzing en intrekking van de aanvraag
|
||||
|
||||
Het Verdrag verbiedt – behoudens om redenen van openbare of nationale veiligheid – de uitzetting van staatlozen die rechtmatig op het grondgebied van partijen verblijven (zie artikel 31 van het Verdrag en B14/3). Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan een rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8 Vw.
|
||||
|
||||
Gelet op vorenstaande, geldt het volgende:
|
||||
|
||||
– uitzetting dient achterwege te blijven zolang niet is beslist op de door een staatloze ingediende aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning.
|
||||
– uitzetting dient ook achterwege te blijven wanneer de vreemdeling niet tijdig om verlenging heeft gevraagd.
|
||||
– nadat het rechtmatig verblijf van de vreemdeling is beëindigd, dient hij ingevolge artikel 62 Vw Nederland uit eigen beweging binnen vier weken te verlaten, zodat hij niet wordt uitgezet voordat hem vier weken zijn gegund om te vertrekken naar een plaats buiten Nederland waar zijn toelating is gewaarborgd.
|
||||
– zolang niet is beslist op een tijdig ingediend bezwaarschrift is sprake van rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder h, Vw en blijft uitzetting achterwege.
|
||||
• uitzetting dient achterwege te blijven zolang niet is beslist op de door een staatloze ingediende aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning.
|
||||
• uitzetting dient ook achterwege te blijven wanneer de vreemdeling niet tijdig om verlenging heeft gevraagd.
|
||||
• nadat het rechtmatig verblijf van de vreemdeling is beëindigd, dient hij ingevolge artikel 62 Vw Nederland uit eigen beweging binnen vier weken te verlaten, zodat hij niet wordt uitgezet voordat hem vier weken zijn gegund om te vertrekken naar een plaats buiten Nederland waar zijn toelating is gewaarborgd.
|
||||
• zolang niet is beslist op een tijdig ingediend bezwaarschrift is sprake van rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder h, Vw en blijft uitzetting achterwege.
|
||||
|
||||
Afwijzing van de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur en het intrekken van een verblijfsvergunning van een staatloze kan slechts geschieden:
|
||||
|
||||
– indien hij onjuiste gegevens heeft verstrekt die hebben geleid tot het verlenen van een vergunning;
|
||||
– indien hij bij herhaling een bij de Vw strafbaar gesteld feit heeft begaan;
|
||||
– indien hij bij rechterlijk gewijsde is veroordeeld wegens een opzettelijk begaan misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd; of
|
||||
– indien hij een ernstig gevaar vormt voor de nationale veiligheid.
|
||||
• indien hij onjuiste gegevens heeft verstrekt die hebben geleid tot het verlenen van een vergunning;
|
||||
• indien hij bij herhaling een bij de Vw strafbaar gesteld feit heeft begaan;
|
||||
• indien hij bij rechterlijk gewijsde is veroordeeld wegens een opzettelijk begaan misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd; of
|
||||
• indien hij een ernstig gevaar vormt voor de nationale veiligheid.
|
||||
|
||||
Het hierboven in deze paragraaf gestelde is niet van toepassing:
|
||||
|
||||
– op staatlozen aan wie een verblijfsvergunning werd verleend met een geldigheidsduur korter dan de termijn waarbinnen zij op grond van een geldig reispapier kunnen terugkeren naar een land waar hen voordien verblijf was toegestaan;
|
||||
– op staatlozen aan wie een verblijfsvergunning is verleend onder de beperking dat het verblijf alleen is toegestaan teneinde hen in staat te stellen toelating in een derde land te verkrijgen;
|
||||
– wanneer dwingende redenen van nationale veiligheid uitzetting rechtvaardigen.
|
||||
• op staatlozen aan wie een verblijfsvergunning werd verleend met een geldigheidsduur korter dan de termijn waarbinnen zij op grond van een geldig reispapier kunnen terugkeren naar een land waar hen voordien verblijf was toegestaan;
|
||||
• op staatlozen aan wie een verblijfsvergunning is verleend onder de beperking dat het verblijf alleen is toegestaan teneinde hen in staat te stellen toelating in een derde land te verkrijgen;
|
||||
• wanneer dwingende redenen van nationale veiligheid uitzetting rechtvaardigen.
|
||||
|
||||
##### 16.3.2. Reisdocumenten
|
||||
##### 17.3.2. Reisdocumenten
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling een staatloze is in de zin van het Staatlozenverdrag en hij in de vreemdelingenadministratie expliciet als staatloze staat ingeschreven (en dus niet als vreemdeling met ‘onbekende’ nationaliteit), kan hij op grond van het Staatlozenverdrag een reisdocument voor vreemdelingen krijgen (zie C21/3).
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue