2009-01-17 | BWBR0014032 | Zuivelverordening 2003, Eisen methoden van onderzoek
This commit is contained in:
parent
09320a3e8b
commit
2f7b6d2854
1 changed files with 19 additions and 10 deletions
|
|
@ -16,19 +16,19 @@ In deze verordening wordt gebezigd de terminologie van de Zuivelverordening 2005
|
|||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Een melkcontrolestation beschikt over een voorschriftenbundel met een gedetailleerde en actuele beschrijving van de methoden die worden toegepast voor het onderzoek van de samenstelling en kwaliteit van boerderijmelk.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Bepaling van het kiemgetal
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
Voor de bepaling van het kerngetal geldt NEN 1507 als referentiemethode.
|
||||
Voor de bepaling van het kerngetal geldt NEN-EN-ISO 4833 als referentiemethode.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
In plaats van de referentiemethode mogen andere gevalideerde methoden worden toegepast, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
- - de verkregen resultaten worden omgerekend naar een plaatkiemgetal volgens NEN 1507;
|
||||
- - de verkregen resultaten worden omgerekend naar een plaatkiemgetal volgens NEN-EN-ISO 4833;
|
||||
- - de daartoe benodigde conversievergelijking wordt vastgesteld en onderhouden volgens de richtlijnen in ISO 21187.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
|
@ -63,7 +63,7 @@ De concentraties van bacteriegroeiremmende stoffen die ten minste aantoonbaar mo
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
Voor de bepaling van het celgetal geldt als referentiemethode de microscopische celtelling volgens ISO 13366/1 met ethidiumbromide als kleurend reagens.
|
||||
Voor de bepaling van het celgetal geldt de microscopische celtelling volgens NEN-EN-ISO 13366-1 als referentiemethode.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -94,10 +94,19 @@ Gasvorming in de buis wordt aangeduid met een " + ", anders wordt een " - " geno
|
|||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
De toe te passen methode voor de bepaling van de zuurtegraad vet komt overeen met NEN 6854, met dien verstande dat:
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
- - het volume melk 31 ± 2 ml bedraagt;
|
||||
- - de normen voor de precisie (herhaalbaarheid en reproduceerbaarheid) zijn gesteld op respectievelijk 0,07 en 0,11 mmol/100 g vet.
|
||||
Voor de bepaling van de zuurtegraad vet komt de bepaling overeen met NEN 6854 (titreerbare zuurtegraad), met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
- het volume melk 31 ± 2 ml bedraagt;
|
||||
- de normen voor de herhaalbaarheid en reproduceerbaarheid zijn gesteld op respectievelijk 0,07 en 0,11 mmol/100 g vet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In plaats van de bepaling in het eerste lid mogen andere gevalideerde methoden worden toegepast, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
- bij een zuurtegraad vet tot 1,5 mmol/100 g vet de herhaalbaarheid van de meting (r) kleiner dient te zijn dan 0,15 mmol/100 g vet;
|
||||
- de uitbetaling plaatsvindt op basis van het rekenkundig gemiddelde van minimaal n meetresultaten, waarbij n > (r/0,07)^2.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
|
|
@ -124,15 +133,15 @@ Het vriespunt wordt uitgedrukt in °C.
|
|||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
Voor de bepaling van het vetgehalte geldt de methode volgens NEN-EN-ISO 1211 als referentiemethode. Voor de bepaling van het eiwitgehalte geldt de methode volgens NEN-EN-ISO 8968 als referentiemethode. Bij toepassing van alternatieve methoden voor de bepaling van het vet- en eiwitgehalte mogen geen wezenlijke afwijkingen worden verkregen van de uitslagen volgens de genoemde referentiemethoden.
|
||||
Voor de bepaling van het vetgehalte geldt de methode volgens NEN-EN-ISO 1211 als referentiemethode. Voor de bepaling van het eiwitgehalte geldt de methode volgens NEN-EN-ISO 8968 deel 1 of deel 2 als referentiemethode. Bij toepassing van alternatieve methoden voor de bepaling van het vet- en eiwitgehalte mogen geen wezenlijke afwijkingen worden verkregen van de uitslagen volgens de genoemde referentiemethoden.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Per kalendermaand worden minimaal vier serres van 24 monsters door het COKZ onderzocht op vel en eiwit door middel van de infraroodmethode. Tevens worden per serie 12 willekeurig gekozen monsters onderzocht op vetgehalte met de methode volgens NEN-EN-ISO 1211 en 9 willekeurig gekozen monsters onderzocht op eiwitgehalte met de methode volgens NEN-EN-ISO 8968. Voor de beoordeling van het onderzoek uitgevoerd door een melkcontrolestation gelden per serie onderzochte monsters ten aanzien van gemiddelde verschillen en standaardafwijking de volgende normen:
|
||||
Per kalendermaand neemt het COKZ minimaal twee series monsters voor uitvoering van heronderzoek bij een door het productschap aangewezen laboratorium. Per serie worden 12 willekeurig gekozen monsters onderzocht op vetgehalte met de methode volgens NEN-EN-ISO 1211 en 12 willekeurig gekozen monsters onderzocht op eiwitgehalte met de methode volgens NEN-EN-ISO 8968 deel 1 of deel 2. Voor de beoordeling van de resultaten gelden per serie onderzochte monsters ten aanzien van gemiddelde verschillen en standaardafwijking de volgende normen:
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Gemiddeld mag, over een willekeurige periode van 1 jaar, het gemiddelde verschil per component hoogstens plus of min 0,010% bedragen voor het voldoen aan de referentiemethode, als bedoeld in artikel 17.
|
||||
Gemiddeld mag, over een willekeurige periode van 1 jaar, het gemiddelde verschil per component hoogstens plus of min 0,010% bedragen voor het voldoen aan het criterium, als bedoeld in artikel 20.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue