2004-02-13 | BWBR0005682 | Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

This commit is contained in:
Coornhert 2004-02-13 12:00:00 +00:00
parent 1a925c370b
commit 2f85454adc

View file

@ -18,13 +18,13 @@ citeertitel: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze wet wordt verstaan onder:
a. Onze minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en, voorzover het betreft het onderwijs en het onderzoek op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
a. Onze minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voorzover het betreft het onderwijs en het onderzoek op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
b. hoger onderwijs: wetenschappelijk onderwijs en hoger beroepsonderwijs;
c. wetenschappelijk onderwijs: onderwijs dat is gericht op de voorbereiding tot de zelfstandige beoefening van de wetenschap of de beroepsmatige toepassing van wetenschappelijke kennis en dat het inzicht in de samenhang van de wetenschappen bevordert;
d. hoger beroepsonderwijs: onderwijs dat is gericht op de overdracht van theoretische kennis en op de ontwikkeling van vaardigheden in nauwe aansluiting op de beroepspraktijk;
e. initieel onderwijs: hoger onderwijs als bedoeld in artikel 7.3a;
f. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.2;
g. instelling voor hoger onderwijs: een instelling als bedoeld in artikel 1.2, onder *a* of *b*;
g. instelling voor hoger onderwijs: een instelling als bedoeld in artikel 1.2, onder a of b;
h. openbare instelling: een instelling die uitgaat van de overheid;
i. bijzondere instelling: een instelling die uitgaat van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid;
j. instellingsbestuur:
@ -35,9 +35,9 @@ j. instellingsbestuur:
- voorzover het een openbare instelling, uitgaande van het Rijk, betreft: Onze minister;
- voorzover het een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid betreft: het ingevolge deze wet terzake bevoegde orgaan;
k. studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar;
l. inspectie: de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht;
l. inspectie: de inspectie, bedoeld in artikel 5.1;
m. opleiding: een bacheloropleiding of een masteropleiding als bedoeld in artikel 7.3;
n. duale opleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, ;
n. duale opleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 7.7, tweede lid,;
o. faculteit der geneeskunde: de faculteit waarin de opleidingen voor het beroep van arts zijn ingesteld;
p. waarborgfonds: het fonds bedoeld in artikel 2.15;
q. Informatie Beheer Groep: de Informatie Beheer Groep, genoemd in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank;
@ -251,7 +251,7 @@ c. de financiële, personele, materiële en organisatorische voorwaarden die moe
### Artikel 2.3
**1.** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, voor onderwijs en onderzoek op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, stelt mede op grondslag van de gegevens vermeld in de jaarverslagen omtrent het voorgenomen beleid ten aanzien van de werkzaamheden van de instellingen een hoger onderwijs- en onderzoekplan vast. Het plan heeft betrekking op een tijdvak van ten minste vier jaren.
**1.** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, voor onderwijs en onderzoek op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, stelt mede op grondslag van de gegevens vermeld in de jaarverslagen omtrent het voorgenomen beleid ten aanzien van de werkzaamheden van de instellingen een hoger onderwijs- en onderzoekplan vast. Het plan heeft betrekking op een tijdvak van ten minste vier jaren.
**2.** Het hoger onderwijs- en onderzoekplan bevat de voornemens ten aanzien van het door Onze minister te voeren beleid met betrekking tot het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
@ -266,9 +266,9 @@ b. een financiële raming in verband met de bekostiging van de daarvoor in aanme
**1.** Het hoger onderwijs- en onderzoekplan wordt vastgesteld uiterlijk vier jaar na het tijdstip van vaststelling van het vorige hoger onderwijs- en onderzoekplan. Na overleg met de beide Kamers der Staten-Generaal kan het hoger onderwijs- en onderzoekplan uiterlijk zes maanden na het tijdstip, bedoeld in de eerste volzin, worden vastgesteld.
**2.** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen biedt uiterlijk zes maanden voorafgaand aan het moment waarop het hoger onderwijs- en onderzoekplan uiterlijk moet zijn vastgesteld, een ontwerp van dat plan aan de beide Kamers der Staten-Generaal aan.
**2.** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap biedt uiterlijk zes maanden voorafgaand aan het moment waarop het hoger onderwijs- en onderzoekplan uiterlijk moet zijn vastgesteld, een ontwerp van dat plan aan de beide Kamers der Staten-Generaal aan.
**3.** Over de wijze waarop het vastgestelde plan wordt openbaar gemaakt, doet Onze minister mededeling in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en in de Staatscourant.
**3.** Over de wijze waarop het vastgestelde plan wordt openbaar gemaakt, doet Onze minister mededeling in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en in de *Staatscourant*.
### Titel 2. Bekostiging
@ -928,7 +928,7 @@ b. de gegevens, bedoeld in het vierde lid, onderdelen c, m en n.
**4.** Indien de gegevens niet volledig zijn of de indeling in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs naar het oordeel van Onze minister in redelijkheid niet passend kan worden geacht voor de opleiding, stelt de Informatie Beheer Groep het instellingsbestuur in de gelegenheid om, binnen een door de Informatie Beheer Groep te bepalen termijn, te voorzien in de ontbrekende gegevens onderscheidenlijk de indeling te herzien. Indien het betreft de gegevens, bedoeld in het tweede lid, derde volzin, stelt de Informatie Beheer Groep de termijn vast binnen de termijn, bedoeld in artikel 5a.11, vijfde lid, onderdeel a. Onverminderd artikel 6.15 weigert de Informatie Beheer Groep registratie in het register uitsluitend, indien de Informatie Beheer Groep de gegevens binnen deze termijn niet of niet volledig heeft ontvangen en indien de herziene indeling naar het oordeel van Onze minister in redelijkheid niet passend geoordeeld kan worden voor de opleiding.
**5.** De Informatie Beheer Groep stelt het instellingsbestuur zo spoedig mogelijk op de hoogte van een besluit houdende weigering van registratie als bedoeld in het vierde lid. Indien de weigering gegrond is op de indeling van de opleiding, maakt Onze minister het besluit houdende weigering van de registratie bekend en doet daarvan mededeling in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
**5.** De Informatie Beheer Groep stelt het instellingsbestuur zo spoedig mogelijk op de hoogte van een besluit houdende weigering van registratie als bedoeld in het vierde lid. Indien de weigering gegrond is op de indeling van de opleiding, maakt Onze minister het besluit houdende weigering van de registratie bekend en doet daarvan mededeling in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
**6.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing bij wijziging van de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid.
@ -1121,7 +1121,7 @@ Vervallen
**2.** Onverminderd het eerste lid kan het instellingsbestuur het advies aan de student uitbrengen zolang deze het propedeutisch examen niet met goed gevolg heeft afgelegd.
**3.** Aan een advies als bedoeld in het eerste of tweede lid kan het instellingsbestuur ten aanzien van opleidingen die daartoe door het instellingsbestuur zijn aangewezen, binnen het in het tweede lid bedoelde tijdvak, doch niet eerder dan tegen het einde van het eerste jaar van inschrijving, een afwijzing verbinden. Deze afwijzing kan slechts worden gegeven, indien de student naar het oordeel van het instellingsbestuur, met inachtneming van zijn persoonlijke omstandigheden, niet geschikt moet worden geacht voor de opleiding, doordat zijn studieresultaten niet voldoen aan de vereisten die het bestuur daaromtrent heeft vastgesteld. Het instellingsbestuur kan aan de afwijzing een termijn verbinden. Het instellingsbestuur kan de afwijzing uitstrekken tot opleidingen die met de desbetreffende opleiding het propedeutisch examen gemeen hebben. Het instellingsbestuur kan van de bevoegdheid krachtens dit lid slechts gebruikmaken, indien het in de propeudeutische fase van de desbetreffende opleiding zorgt voor zodanige voorzieningen dat de mogelijkheden voor goede studievoortgang zijn gewaarborgd.
**3.** Aan een advies als bedoeld in het eerste of tweede lid kan het instellingsbestuur ten aanzien van opleidingen die daartoe door het instellingsbestuur zijn aangewezen, binnen het in het tweede lid bedoelde tijdvak, doch niet eerder dan tegen het einde van het eerste jaar van inschrijving, een afwijzing verbinden. Deze afwijzing kan slechts worden gegeven, indien de student naar het oordeel van het instellingsbestuur, met inachtneming van zijn persoonlijke omstandigheden, niet geschikt moet worden geacht voor de opleiding, doordat zijn studieresultaten niet voldoen aan de vereisten die het bestuur daaromtrent heeft vastgesteld. Het instellingsbestuur kan aan de afwijzing een termijn verbinden. Het instellingsbestuur kan de afwijzing uitstrekken tot opleidingen die met de desbetreffende opleiding het propedeutisch examen gemeen hebben. Het instellingsbestuur kan van de bevoegdheid krachtens dit lid slechts gebruikmaken, indien het in de propedeutische fase van de desbetreffende opleiding zorgt voor zodanige voorzieningen dat de mogelijkheden voor goede studievoortgang zijn gewaarborgd.
**4.** Voordat het instellingsbestuur tot afwijzing overgaat, geeft het de desbetreffende student een waarschuwing onder bepaling van een redelijke termijn waarbinnen de studieresultaten ten genoegen van dat bestuur moeten zijn verbeterd. Het instellingsbestuur stelt de student alvorens tot een afwijzing over te gaan in de gelegenheid te worden gehoord.
@ -1782,13 +1782,13 @@ a. de instellingsbesturen, dat van de Open Universiteit daaronder niet begrepen,
b. de Informatie Beheer Groep op diens verzoek ten behoeve van beslissingen op verzoeken om toekenning van studiefinanciering, informatie te verstrekken omtrent de studievoortgang en het met goed gevolg hebben afgelegd van het afsluitend examen, en
c. Onze minister op diens verzoek de noodzakelijke informatie te verstrekken ten behoeve van de planning en bekostiging van de instellingen.
**2.** Gegevens, opgenomen in het Centraal register inschrijving hoger onderwijs, waaraan informatie herleidbaar tot natuurlijke personen, kan worden ontleend, kunnen uitsluitend worden verstrekt aan de geregistreerde personen zelf of hun gemachtigden, alsmede aan de in het eerste lid bedoelde instellingsbesturen. Aan burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk aan de Sociale verzekeringsbank, worden kosteloos desgevraagd gegevens verstrekt, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, onderscheidenlijk voor de uitvoering van de Algemene Kinderbijslagwet. Tevens worden desgevraagd aan het Centraal Bureau voor de Statistiek gegevens verstrekt, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn taak, bedoeld in artikel 3 van de Wet op het Centraal bureau en de Centrale commissie voor de statistiek. Voorts kunnen desgevraagd aan andere door de Informatie Beheer Groep aan te wijzen instanties gegevens als bedoeld in de eerste volzin worden verstrekt uitsluitend in verband met door haar aan te wijzen onderzoeksdoeleinden. Andere gegevens, opgenomen in dat register, kunnen uitsluitend worden verstrekt aan door de Informatie Beheer Groep aan te wijzen instanties.
**2.** Gegevens, opgenomen in het Centraal register inschrijving hoger onderwijs, waaraan informatie herleidbaar tot natuurlijke personen, kan worden ontleend, kunnen uitsluitend worden verstrekt aan de geregistreerde personen zelf of hun gemachtigden, alsmede aan de in het eerste lid bedoelde instellingsbesturen. Aan burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk aan de Sociale verzekeringsbank, worden kosteloos desgevraagd gegevens verstrekt, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, onderscheidenlijk voor de uitvoering van de Algemene Kinderbijslagwet. Tevens worden desgevraagd aan het Centraal bureau voor de statistiek gegevens verstrekt, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn taak, bedoeld in artikel 3 van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek. Voorts kunnen desgevraagd aan andere door de Informatie Beheer Groep aan te wijzen instanties gegevens als bedoeld in de eerste volzin worden verstrekt uitsluitend in verband met door haar aan te wijzen onderzoeksdoeleinden. Andere gegevens, opgenomen in dat register, kunnen uitsluitend worden verstrekt aan door de Informatie Beheer Groep aan te wijzen instanties.
**3.** Van het Centraal register inschrijving hoger onderwijs is de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep verantwoordelijke in de zin van artikel 1 van de Wet bescherming persoonsgegevens.
**4.** De Informatie Beheer Groep kan ten behoeve van het Centraal register inschrijving hoger onderwijs gebruikmaken van het sociaal fiscaal nummer, bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, voorzover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet studiefinanciering 2000.
**5.** De instellingsbesturen van universiteiten en hogescholen stellen het Centraal register inschrijving hoger onderwijs telkenmale voor een door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen te bepalen datum en op een door hem te bepalen wijze in kennis van elke door hen genomen beslissing met betrekking tot de inschrijving als student of extraneus de gegevens over de studievoortgang, bedoeld in de artikelen 7.9a en 7.9b, alsmede van de gegevens met betrekking tot het met goed gevolg hebben afgelegd van het afsluitend examen, bedoeld in artikel 7.9d. De instellingsbesturen van universiteiten en hogescholen zijn gehouden medewerking te verlenen aan procedures die er op zijn gericht te bevorderen dat de in het Centraal register inschrijving hoger onderwijs opgenomen gegevens zoveel mogelijk juist en volledig zijn. Onze minister kan terzake nadere regels stellen.
**5.** De instellingsbesturen van universiteiten en hogescholen stellen het Centraal register inschrijving hoger onderwijs telkenmale voor een door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap te bepalen datum en op een door hem te bepalen wijze in kennis van elke door hen genomen beslissing met betrekking tot de inschrijving als student of extraneus de gegevens over de studievoortgang, bedoeld in de artikelen 7.9a en 7.9b, alsmede van de gegevens met betrekking tot het met goed gevolg hebben afgelegd van het afsluitend examen, bedoeld in artikel 7.9d. De instellingsbesturen van universiteiten en hogescholen zijn gehouden medewerking te verlenen aan procedures die er op zijn gericht te bevorderen dat de in het Centraal register inschrijving hoger onderwijs opgenomen gegevens zoveel mogelijk juist en volledig zijn. Onze minister kan terzake nadere regels stellen.
#### Paragraaf 4. Bijzondere bepalingen inschrijving
@ -1832,7 +1832,7 @@ Het instellingsbestuur van de Open Universiteit kan de inschrijvingsmogelijkheid
Indien het aanbod van afgestudeerden van een bepaalde opleiding de behoefte daaraan op de arbeidsmarkt in aanmerkelijke mate dreigt te overtreffen of daadwerkelijk overtreft en dit naar verwachting gedurende een reeks van jaren het geval zal zijn, kan bij ministeriële regeling worden vastgesteld:
a. het aantal personen dat voor de twee daaropvolgende studiejaren ten hoogste voor de eerste maal kan worden ingeschreven voor de propedeutische fase van de desbetreffende opleiding aan al de universiteiten of hogescholen waaraan deze is verbonden, en
b. de verdeling van dat aantal over elk van de onder *a* bedoelde instellingen, waarbij in geval van door hogescholen verzorgde lerarenopleidingen binnen het voor een instelling vastgestelde aantal onderscheid kan worden gemaakt tussen voltijdse en deeltijdse opleidingen. Bij de verdeling wordt het door alle betrokken instellingen gezamenlijk gedane voorstel gevolgd. Dit voorstel wordt gedaan binnen twee maanden nadat Onze minister aan de desbetreffende instellingen en aan de beide Kamers der Staten-Generaal heeft bekendgemaakt dat hij hetvoornemen heeft een ministeriële regeling vast te stellen. Blijft een dergelijk voorstel achterwege dan wordt zoveel mogelijk een evenredige spreiding over de afzonderlijke instellingen naar rato van het gemiddelde aantal over de voorafgaande drie jaren voor de eerste maal voor de propedeutische fase ingeschreven studenten in acht genomen. Indien de instelling de opleiding voor het tweede of het derde jaar verzorgt heeft het gemiddelde aantal betrekking op het eerste, onderscheidenlijk het eerste en tweede jaar dat de opleiding is verzorgd.
b. de verdeling van dat aantal over elk van de onder *a* bedoelde instellingen, waarbij in geval van door hogescholen verzorgde lerarenopleidingen binnen het voor een instelling vastgestelde aantal onderscheid kan worden gemaakt tussen voltijdse, duale en deeltijdse opleidingen. Bij de verdeling wordt het door alle betrokken instellingen gezamenlijk gedane voorstel gevolgd. Dit voorstel wordt gedaan binnen twee maanden nadat Onze minister aan de desbetreffende instellingen en aan de beide Kamers der Staten-Generaal heeft bekendgemaakt dat hij het voornemen heeft een ministeriële regeling vast te stellen. Blijft een dergelijk voorstel achterwege dan wordt zoveel mogelijk een evenredige spreiding over de afzonderlijke instellingen naar rato van het gemiddelde aantal over de voorafgaande drie jaren voor de eerste maal voor de propedeutische fase ingeschreven studenten in acht genomen. Indien de instelling de opleiding voor het tweede of het derde jaar verzorgt heeft het gemiddelde aantal betrekking op het eerste, onderscheidenlijk het eerste en tweede jaar dat de opleiding is verzorgd.
**2.** Indien op grond van het eerste lid een toelatingsbeperking is vastgesteld, wordt paragraaf 4a van deze titel toegepast.
@ -4041,7 +4041,7 @@ Tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum blijven voor het personeel, bedo
**7.** In afwijking van artikel 7.17 blijft tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip het bepaalde bij of krachtens artikel 14, zesde lid, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs van toepassing op de in het eerste lid bedoelde instellingen waaraan een lerarenopleiding is verbonden.
**8.** In afwijking van artikel 7.20, eerste lid, onder *e*, is de titel baccalaureus tevens verbonden aan het getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd examen van opleidingen die de voortzetting zijn van de opleidingen genoemd in artikel 191, tweede lid, onder *c*, van de Wet op hoger beroepsonderwijs.
**8.** In afwijking van artikel 7.20, eerste lid, onder *e*, is de titel baccalaureus tevens verbonden aan het getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd examen van opleidingen die de voortzetting zijn van de opleidingen genoemd in artikel 191, tweede lid, onder *c*, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs.
### Artikel 16.12
@ -4161,7 +4161,7 @@ Aan artikel 2.4 wordt voor de eerste maal toepassing gegeven twee jaren na de ge
**2.** Voor het begrotingsjaar voorafgaand aan het in het eerste lid bedoelde kalenderjaar blijven de op de datum voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende voorschriften van kracht met betrekking tot de berekening en vaststelling van de rijksbijdrage alsmede ten aanzien van het afleggen van rekening en verantwoording.
**3.** In afwijking van artikel 2.5, eerste lid, worden tot en met het begrotingsjaar 2007 de opleidingen op het gebied van de kunst, de lerarenopleidingen op het gebied van de kunst en de voortgezette kunstopleidingen en de voortgezette opleidingen bouwkunst, bedoeld in de artikel 7.4, vijfde lid, eerste en derde volzin, in verband met de aard van deze onderwijsvoorzieningen bekostigd op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
**3.** In afwijking van artikel 2.5, eerste lid, worden tot en met het begrotingsjaar 2007 de opleidingen op het gebied van de kunst, de lerarenopleidingen op het gebied van de kunst en de voortgezette kunstopleidingen en de voortgezette opleidingen bouwkunst, bedoeld in artikel 7.4, vijfde lid, eerste en derde volzin, in verband met de aard van deze onderwijsvoorzieningen bekostigd op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
### Artikel 16.27
@ -4177,7 +4177,7 @@ Het in artikel 7.64, eerste lid, genoemde college van beroep voor het hoger onde
**1.** Voor zolang het in artikel 7.62, eerste lid, bedoelde reglement van orde niet is vastgesteld, is het bepaalde bij en krachtens artikel 122 van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs, bij en krachtens de artikelen 47 tot en met 50 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs, onderscheidenlijk bij en krachtens artikel 38 van de Wet op de Open Universiteit van overeenkomstige toepassing.
**2.** Voor zolang het in artikel 7.66, vierde lid, bedoelde reglement van orde niet is vastgesteld, is op beroepen ingesteld bij het in artikel 7.64, eerste lid, genoemde college van beroep voor het hoger onderwijs, het bepaalde bij en krachtens de artikelen 136 en 139 tot en met 142 van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs, onderscheidenlijk bij en krachtens de artikelen 177 en 180 tot en met 185 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs van overeenkomstige toepassing. Met betrekking tot de overige in het reglement van orde te regelen onderwerpen voorziet de voorzitter van het in de eerste volzin bedoelde college in een voorlopig reglement, dat voorzover noodzakelijk uitvoering geeft aan het bepaalde bij artikel 7.66, vierde lid.
**2.** Voor zolang het in artikel 7.66, derde lid, bedoelde reglement van orde niet is vastgesteld, is op beroepen ingesteld bij het in artikel 7.64, eerste lid, genoemde college van beroep voor het hoger onderwijs, het bepaalde bij en krachtens de artikelen 136 en 139 tot en met 142 van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs, onderscheidenlijk bij en krachtens de artikelen 177 en 180 tot en met 185 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs van overeenkomstige toepassing. Met betrekking tot de overige in het reglement van orde te regelen onderwerpen voorziet de voorzitter van het in de eerste volzin bedoelde college in een voorlopig reglement, dat voorzover noodzakelijk uitvoering geeft aan het bepaalde bij artikel 7.66, derde lid.
### Artikel 16.30
@ -4830,4 +4830,4 @@ Indien het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 17e.1, met toepassing van arti
In deze bijlage zijn in de onderdelen *a* tot en met *h* opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel *i* opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid.
De namen van rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven zoals zij luiden op 31 juli 1993 wat betreft het hoger beroepsonderwijs en 31 augustus 1993 wat betreft de overige.1Ten behoeve van deze tekstplaatsing is de bijlage bijgewerkt naar de toestand op 31 december 1999.
De namen van rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven zoals zij luiden op 1 januari 2004.