2006-11-22 | BWBR0006299 | Politiewet 1993
This commit is contained in:
parent
568451b747
commit
2fa19b3cae
1 changed files with 30 additions and 9 deletions
|
|
@ -30,7 +30,9 @@ g. taken ten dienste van de justitie:
|
|||
2°. de administratiefrechtelijke afdoening van inbreuken op wettelijke voorschriften, voor zover in die voorschriften het toezicht op de uitvoering van de politietaak is opgedragen aan het openbaar ministerie;
|
||||
3°. de betekening van gerechtelijke mededelingen in strafzaken, het vervoer van rechtens van hun vrijheid beroofde personen, en de dienst bij de gerechten.
|
||||
|
||||
**2.** Als hoofdofficier van justitie in de zin van deze wet treedt op de hoofdofficier van justitie dan wel de fungerend hoofdofficier van justitie. Indien in een arrondissement twee regio’s zijn gelegen, bepaalt Onze Minister van Justitie voor welke regio de hoofdofficier van justitie en voor welke regio de fungerend hoofdofficier van justitie optreedt. In geval van afwezigheid, belet of ontstentenis van de fungerend hoofdofficier van justitie wordt hij vervangen door de hoofdofficier van justitie.
|
||||
**2.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde mede verstaan: het waken voor de veiligheid van personen.
|
||||
|
||||
**3.** Als hoofdofficier van justitie in de zin van deze wet treedt op de hoofdofficier van justitie dan wel de fungerend hoofdofficier van justitie. Indien in een arrondissement twee regio’s zijn gelegen, bepaalt Onze Minister van Justitie voor welke regio de hoofdofficier van justitie en voor welke regio de fungerend hoofdofficier van justitie optreedt. In geval van afwezigheid, belet of ontstentenis van de fungerend hoofdofficier van justitie wordt hij vervangen door de hoofdofficier van justitie.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk II. Taak en samenstelling van de politie
|
||||
|
||||
|
|
@ -68,7 +70,7 @@ Aan de Koninklijke marechaussee zijn, onverminderd het bepaalde bij of krachtens
|
|||
|
||||
a. het waken voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis, in samenwerking met andere daartoe aangewezen organen;
|
||||
b. de uitvoering van de politietaak ten behoeve van Nederlandse en andere strijdkrachten, alsmede internationale militaire hoofdkwartieren, en ten aanzien van tot die strijdkrachten en hoofdkwartieren behorende personen;
|
||||
c. de uitvoering van de politietaak op de luchthaven Schiphol en op de andere door Onze Ministers van Justitie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie aangewezen luchtvaartterreinen;
|
||||
c. de uitvoering van de politietaak op de luchthaven Schiphol en op de andere door Onze Ministers van Justitie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie aangewezen luchtvaartterreinen, alsmede de beveiliging van de burgerluchtvaart;
|
||||
d. de verlening van bijstand alsmede de samenwerking met de politie krachtens deze wet, daaronder begrepen de assistentieverlening aan de politie bij de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit;
|
||||
e. de uitvoering van de politietaak op plaatsen onder beheer van Onze Minister van Defensie, op verboden plaatsen die krachtens de Wet bescherming staatsgeheimen (*Stb.* 1951, 92) ten behoeve van de landsverdediging zijn aangewezen, alsmede op het terrein van de ambtswoning van Onze Minister-President;
|
||||
f. de uitvoering van de bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 opgedragen taken, waaronder begrepen de bediening van de daartoe door Onze Minister van Justitie aangewezen doorlaatposten en het, voor zover in dat verband noodzakelijk, uitvoeren van de politietaak op en nabij deze doorlaatposten, alsmede het verlenen van medewerking bij de aanhouding of voorgeleiding van een verdachte of veroordeelde;
|
||||
|
|
@ -76,7 +78,14 @@ g. het in opdracht van Onze Minister van Justitie en van Defensie ten behoeve va
|
|||
|
||||
**2.** Onder personen die behoren tot de andere strijdkrachten en internationale hoofdkwartieren, bedoeld in het eerste lid, onder *b*, worden mede begrepen personen, voor zover aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Defensie.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Justitie kan de commandant van de Koninklijke marechaussee, voor zover het de uitoefening van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder *c*, door het daarvoor bestemde onderdeel of de daarvoor bestemde onderdelen betreft, de nodige algemene en bijzondere aanwijzingen geven ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en de beveiliging van de burgerluchtvaart tegen terroristische aanslagen.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onze Minister van Justitie kan de commandant van de Koninklijke marechaussee de nodige algemene en bijzondere aanwijzingen geven, voorzover het betreft:
|
||||
|
||||
a. de uitoefening van de taken, bedoeld in het eerste lid, onder a en g;
|
||||
b. het waken voor de veiligheid van door Onze Minister van Justitie aangewezen personen als bedoeld in het eerste lid, onder b;
|
||||
c. de uitoefening van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder c, ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en de beveiliging van de burgerluchtvaart;
|
||||
d. de bewaking en beveiliging van de ambtswoning van Onze Minister-President, bedoeld in het eerste lid, onder e.
|
||||
|
||||
**4.** De militair van de Koninklijke marechaussee die krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering opsporingsbevoegdheid heeft, is, indien hij bij de uitoefening van zijn politietaken stuit op strafbare feiten, bevoegd tot optreden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -160,11 +169,19 @@ De burgemeester en de officier van justitie overleggen regelmatig tezamen met he
|
|||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de militair van enig ander onderdeel van de krijgsmacht, indien hij bijstand verleent aan de politie.
|
||||
|
||||
### Artikel 15a
|
||||
|
||||
**1.** Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie gezamenlijk kunnen objecten en diensten aanwijzen waarvan bewaking of beveiliging door de politie noodzakelijk is in het belang van de veiligheid van de Staat of de betrekkingen van Nederland met andere mogendheden, dan wel met het oog op zwaarwegende belangen van de samenleving.
|
||||
|
||||
**2.** De burgemeester draagt zorg voor de uitvoering van een besluit als bedoeld in het eerste lid, voorzover dat geschiedt ter handhaving van de openbare orde.
|
||||
|
||||
**3.** De officier van justitie draagt zorg voor de uitvoering van een besluit als bedoeld in het eerste lid, voorzover dat geschiedt ter strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** De commissaris van de Koning geeft, indien een ordeverstoring van meer dan plaatselijke betekenis dan wel ernstige vrees voor het ontstaan van zodanige ordeverstoring zulks noodzakelijk maakt, de burgemeesters in de provincie zoveel mogelijk na overleg met hen, de nodige aanwijzingen met betrekking tot het door hen ter handhaving van de openbare orde te voeren beleid.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geeft de commissarissen van de Koning en de burgemeesters, zoveel mogelijk na overleg met hen, de nodige aanwijzingen met betrekking tot het door hen ter handhaving van de openbare orde te voeren beleid, indien door een ordeverstoring de veiligheid van de Staat in gevaar komt, of de betrekkingen van Nederland met andere mogendheden, dan wel zwaarwegende belangen van de samenleving, kunnen worden geschaad. Gelijke bevoegdheid heeft Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties indien ernstige vrees voor het ontstaan van een zodanige ordeverstoring bestaat.
|
||||
**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan de commissarissen van de Koning en de burgemeesters, zoveel mogelijk na overleg met hen, algemene en bijzondere aanwijzingen geven met betrekking tot de handhaving van de openbare orde, voorzover dat noodzakelijk is in het belang van de veiligheid van de Staat of de betrekkingen van Nederland met andere mogendheden, dan wel met het oog op zwaarwegende belangen van de samenleving.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde aanwijzingen worden zo enigszins mogelijk schriftelijk gegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -172,7 +189,7 @@ De burgemeester en de officier van justitie overleggen regelmatig tezamen met he
|
|||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** Ten behoeve van de toepassing van artikel 16 verstrekken de burgemeesters, de commissarissen van de Koning en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties elkaar de gewenste inlichtingen.
|
||||
**1.** Ten behoeve van de toepassing van de artikelen 15a, tweede lid, en 16 verstrekken de burgemeesters, de commissarissen van de Koning en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties elkaar de gewenste inlichtingen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan regels geven ter uitvoering van het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -331,8 +348,8 @@ Onverminderd de artikelen 25 en 52 worden de ambtenaren van het regionale politi
|
|||
Er is een Korps landelijke politiediensten. Onverminderd de taakuitvoering van regionale politiekorpsen, is het Korps landelijke politiediensten belast met:
|
||||
|
||||
a. de landelijke en specialistische uitvoering van politietaken, in samenwerking met de regionale politiekorpsen, de Koninklijke marechaussee en de in artikel 11, eerste lid, bedoelde personen;
|
||||
b. het verzamelen, registreren, bewerken, beheren, analyseren en verstrekken van informatie en het verrichten van andere ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de taakuitvoering van de onder *a* genoemde organen en personen, en de andere bij de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde betrokken organen, alsmede de internationale uitwisseling van informatie en de landelijke voorlichting aan particulieren;
|
||||
c. het waken voor de veiligheid van leden van het Koninklijk Huis en andere door het bevoegd gezag aangewezen personen;
|
||||
b. het verzamelen, registreren, bewerken, beheren, analyseren en verstrekken van informatie en het verrichten van andere ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de taakuitvoering van de onder a genoemde organen en personen, en de andere bij de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde betrokken organen, alsmede de internationale uitwisseling van informatie en de landelijke voorlichting aan particulieren;
|
||||
c. het waken voor de veiligheid van leden van het Koninklijk Huis en andere door Onze Minister van Justitie aangewezen personen;
|
||||
d. de inkoop en verkoop van, alsmede overige facilitaire diensten inzake bewapening, kleding en uitrusting van de politie.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie kan een nadere aanduiding van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, worden gegeven. Een dergelijke algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan drie maanden na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt door Onze Ministers onverwijld mededeling gedaan aan de beide Kamers der Staten-Generaal onder overlegging van de over het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur uitgebrachte adviezen.
|
||||
|
|
@ -345,7 +362,9 @@ d. de inkoop en verkoop van, alsmede overige facilitaire diensten inzake bewapen
|
|||
|
||||
**2.** De bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, komt eveneens toe aan Onze Minister van Justitie, met betrekking tot de taak, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onder c, en andere taken die als zodanig zijn aangewezen door Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
|
||||
|
||||
**3.** De korpschef verstrekt gevraagd en ongevraagd aan Onze Minister van Justitie de inlichtingen die deze nodig heeft met het oog op de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, de uitvoering van de taken ten dienste van de justitie en de beveiliging van de leden van het Koninklijk Huis en andere door het bevoegd gezag aangewezen personen.
|
||||
**3.** Indien een regionaal politiekorps of de Koninklijke marechaussee bijstand verleent aan het Korps landelijke politiediensten ten behoeve van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onder c, kan Onze Minister van Justitie, voorzover het de uitvoering van die bijstandstaak betreft, aan de korpschef van het regionale politiekorps, onderscheidenlijk de commandant van de Koninklijke marechaussee, de nodige algemene en bijzondere aanwijzingen geven.
|
||||
|
||||
**4.** De korpschef verstrekt gevraagd en ongevraagd aan Onze Minister van Justitie de inlichtingen die deze nodig heeft met het oog op de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en de uitvoering van de taken ten dienste van de justitie.
|
||||
|
||||
### Artikel 38b
|
||||
|
||||
|
|
@ -601,7 +620,7 @@ e. het toezicht op de kwaliteit van de politieopleidingen en de examinering.
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties oefent de bevoegdheid, genoemd in het eerste lid, onder c, en die, genoemd in het eerste lid, onder d, uit na overleg onderscheidenlijk in overeenstemming met Onze Minister van Justitie.
|
||||
|
||||
**4.** De bevoegdheid, genoemd in het eerste lid, onder c, en die, genoemd in het eerste lid, onder d, komen eveneens toe aan onze Minister van Justitie, indien de ingrijpende gebeurtenissen onderscheidenlijk de andere bijzondere gevallen betrekking hebben op de taakuitvoering door de politie in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, de taken ten dienste van de justitie, dan wel de beveiliging van leden van het Koninklijk Huis en andere door het bevoegd gezag aan te wijzen personen. Hij oefent de bevoegdheid, genoemd in het eerste lid, onder c, en die, genoemd in het eerste lid, onder d, uit na overleg onderscheidenlijk in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
|
||||
**4.** De bevoegdheid, genoemd in het eerste lid, onder c, en die, genoemd in het eerste lid, onder d, komen eveneens toe aan onze Minister van Justitie, indien de ingrijpende gebeurtenissen onderscheidenlijk de andere bijzondere gevallen betrekking hebben op de taakuitvoering door de politie in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, dan wel de taken ten dienste van de justitie. Hij oefent de bevoegdheid, genoemd in het eerste lid, onder c, en die, genoemd in het eerste lid, onder d, uit na overleg onderscheidenlijk in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
|
||||
|
||||
**5.** Er is een Inspectie voor de politie. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wijst de ambtenaren van de Inspectie voor de politie aan, met dien verstande dat hij het hoofd aanwijst na overleg met Onze Minister van Justitie. De Inspectie voor de politie is, onder het gezag van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, belast met de werkzaamheden die in het kader van het eerste lid worden uitgevoerd, en onder het gezag van Onze Minister van Justitie, tevens belast met de werkzaamheden die in het kader van het vierde lid worden uitgevoerd. De Inspectie voor de politie rapporteert, gevraagd of ongevraagd, rechtstreeks aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Justitie. De artikelen 5:12 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op de ambtenaren van de Inspectie voor de politie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -649,6 +668,8 @@ Indien de commissaris van de Koning onderscheidenlijk Onze Minister van Binnenla
|
|||
|
||||
**2.** Behoeft het Korps landelijke politiediensten bijstand van regionale politiekorpsen voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, dan wel voor het verrichten van taken ten dienste van de justitie, dan richt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op aanvrage van de officier van justitie een verzoek daartoe aan het College van procureurs-generaal dat alsdan aan de betrokken korpsbeheerders de nodige opdrachten verstrekt en Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties daarvan in kennis stelt.
|
||||
|
||||
**3.** Behoeft het Korps landelijke politiediensten bijstand van regionale politiekorpsen bij de uitoefening van de taak, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onder c, dan verstrekt Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, gehoord het College van procureurs-generaal, aan de betrokken korpsbeheerders de nodige opdrachten.
|
||||
|
||||
### Artikel 58
|
||||
|
||||
**1.** In bijzondere gevallen kan bijstand worden verleend door de Koninklijke marechaussee.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue