2003-01-01 | BWBR0007168 | Wet belastingen op milieugrondslag
This commit is contained in:
parent
19bd7bc4ce
commit
2fab6cb293
1 changed files with 68 additions and 68 deletions
|
|
@ -105,15 +105,15 @@ i. onttrekkingen ten behoeve van landijsbanen.
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Het tarief bedraagt per kubieke meter onttrokken grondwater € 0,1682.
|
||||
**1.** Het tarief bedraagt per kubieke meter onttrokken grondwater € 0,1743.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief nihil voor onttrekkingen door middel van een inrichting waarbij grondwater wordt onttrokken en vervolgens in een gesloten systeem weer volledig wordt teruggevoerd in hetzelfde watervoerende pakket als waaraan het is onttrokken, in overeenstemming met de voorwaarden welke daartoe zijn gesteld in de vergunning die voor het onttrekken en terugvoeren van water is verleend ingevolge de Grondwaterwet.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor onttrekkingen met behulp van een OEDI per kubieke meter onttrokken grondwater € 0,0544 voor zover de in een jaar onttrokken hoeveelheid grondwater de in dat jaar geïnfiltreerde hoeveelheid water niet overschrijdt, met dien verstande dat in dat geval de onttrekking door middel van een oevergrondwaterwinning en de infiltratie niet in aanmerking worden genomen.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor onttrekkingen met behulp van een OEDI per kubieke meter onttrokken grondwater € 0,0564 voor zover de in een jaar onttrokken hoeveelheid grondwater de in dat jaar geïnfiltreerde hoeveelheid water niet overschrijdt, met dien verstande dat in dat geval de onttrekking door middel van een oevergrondwaterwinning en de infiltratie niet in aanmerking worden genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
De in artikel 6, tweede lid, bedoelde vermindering bedraagt per kubieke meter geïnfiltreerd water € 0,1409.
|
||||
De in artikel 6, tweede lid, bedoelde vermindering bedraagt per kubieke meter geïnfiltreerd water € 0,1460.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4a. Teruggaaf
|
||||
|
||||
|
|
@ -203,7 +203,7 @@ b. in andere gevallen op het tijdstip van de uitreiking van de factuur.
|
|||
|
||||
### Artikel 11g
|
||||
|
||||
Het tarief bedraagt € 0,136 per kubieke meter.
|
||||
Het tarief bedraagt € 0,141 per kubieke meter.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5. Vrijstellingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -316,12 +316,17 @@ b. de afvalstoffen, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel b, binnen de in
|
|||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Vrijgesteld is de verwijdering van:
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
a. baggerspecie voor zover de verwijdering geschiedt in een inrichting in de territoriale zee van Nederland;
|
||||
b. baggerspecie voor zover de verwijdering geschiedt in het kader van een door de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen project inzake rivierverruiming, de baggerspecie afkomstig is uit het aangewezen projectgebied, en de baggerspecie wordt geborgen in dat projectgebied;
|
||||
c. niet-reinigbare verontreinigde baggerspecie;
|
||||
d. niet-reinigbare verontreinigde grond.
|
||||
Vrijgesteld is de definitieve verwijdering van:
|
||||
|
||||
a. baggerspecie voor zover de definitieve verwijdering geschiedt in een inrichting in de territoriale zee van Nederland;
|
||||
b. baggerspecie door het storten ervan in oppervlaktewater dat in open verbinding staat met ander oppervlaktewater;
|
||||
c. baggerspecie voor zover de definitieve verwijdering geschiedt in het kader van een door de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen project inzake rivierverruiming, de baggerspecie afkomstig is uit het aangewezen projectgebied, en de baggerspecie wordt geborgen in dat projectgebied;
|
||||
d. niet-reinigbare verontreinigde baggerspecie;
|
||||
e. niet-reinigbare verontreinigde grond.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister worden voorwaarden en beperkingen gesteld waaronder de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
|
|
@ -329,32 +334,28 @@ d. niet-reinigbare verontreinigde grond.
|
|||
|
||||
Het tarief bedraagt in geval van:
|
||||
|
||||
a. Het storten van afvalstoffen: € 78,81 per 1000 kilogram;
|
||||
a. Het storten van afvalstoffen: € 81,65 per 1000 kilogram;
|
||||
b. het verbranden van afvalstoffen: nihil.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief € 13,00 per 1000 kilogram voor:
|
||||
In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief € 13,47 per 1000 kilogram voor:
|
||||
|
||||
a. afvalstoffen die uitsluitend bestaan uit de categorieën van afvalstoffen, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder 17 en 21 van het Besluit stortverbod afvalstoffen;
|
||||
a. afvalstoffen die uitsluitend bestaan uit de categorieën van afvalstoffen, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder 17 en 21 van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen;
|
||||
b. gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
|
||||
c. afvalstoffen met een volumieke massa van meer dan 1100;
|
||||
d. baggerspecie;
|
||||
e. bij regeling van Onze Ministers aan te wijzen afvalstoffen die niet verbrandbaar en niet herbruikbaar zijn, die onvermengd zijn met andere afvalstoffen en die rechtstreeks door de producent worden aangeboden.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief tot 1 januari 2002 nihil voor afzonderlijk aangeboden asbest.
|
||||
**3.** Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het tweede lid.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen door Onze Ministers regels worden gesteld omtrent de wijze waarop de in het tweede lid bedoelde afvalstoffen moeten worden aangeboden.
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen door Onze Ministers regels worden gesteld omtrent de wijze waarop de in het tweede lid bedoelde afvalstoffen moeten worden aangeboden.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4a. Teruggaaf
|
||||
|
||||
### Artikel 18a
|
||||
|
||||
**1.** Aan degene die voor 1 januari 2001 ontinktingsresidu ter verwijdering heeft afgegeven aan een inrichting, wordt op zijn verzoek door de inspecteur een teruggaaf verleend van de belasting op de betrokken hoeveelheid ontinktingsresidu.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 10a, tweede tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 18b
|
||||
|
||||
|
|
@ -488,17 +489,19 @@ De belasting wordt geheven per eenheid brandstof, uitgedrukt in L, kilogram, Nm3
|
|||
|
||||
Het tarief bedraagt voor:
|
||||
|
||||
a.
|
||||
b.
|
||||
c.
|
||||
d.
|
||||
e.
|
||||
f.
|
||||
g.
|
||||
h.
|
||||
i.
|
||||
j.
|
||||
k.
|
||||
| a. | ongelode lichte olie, per 1000 L | € 12,86; |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| b. | gelode lichte olie, per 1000 L | € 12,86; |
|
||||
| c. | halfzware olie, per 1000 L | € 14,09; |
|
||||
| d. | gasolie die is bestemd voor ander gebruik dan voor het aandrijven van motorrijtuigen op de weg of van pleziervaartuigen, per 1000 L | € 14,19; |
|
||||
| e. | andere gasolie, per 1000 L | € 14,19; |
|
||||
| f. | zware stookolie, per 1000 kilogram | € 16,57; |
|
||||
| g. | vloeibaar gemaakt petroleumgas, per 1000 kilogram | € 16,94; |
|
||||
| h. | kolen, per 1000 kilogram | € 11,99; |
|
||||
| i. | hoogovengas, cokesovengas, kolengas en raffinaderijgas, per 1000 gigajoule | € 121,33; |
|
||||
| j. | aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule, per Nm^3 | € 0,0110; |
|
||||
| | met dien verstande dat bij levering van meer dan 10 000 000 Nm^3 aardgas per jaar aan een gebruiker het tarief voor aardgas per Nm^3 van het meerdere bedraagt. | € 0,0073 |
|
||||
| k. | KV-gas, per 1000 gigajoule | € 479,14. |
|
||||
|
||||
**2.** Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde lager of hoger dan 35,17 megajoule per Nm3 wordt het in het eerste lid genoemde tarief naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -517,7 +520,7 @@ b. ongelode lichte olie met een researchoktaangetal lager dan 95, per 1000 L €
|
|||
|
||||
**7.** Op verzoek van de belastingplichtige wordt de belasting van kolen in afwijking van artikel 25 en van het eerste lid, onderdeel h, geheven per eenheid brandstof, uitgedrukt in zowel energie-inhoud als CO_2-emissie bij verbranding van de kolen. In dat geval zijn de in het achtste lid genoemde tarieven van toepassing. Bij inwilliging van het verzoek geldt zulks tot wederopzegging door belanghebbende doch ten minste voor vijf jaren. Een hernieuwd verzoek kan eerst vijf jaren na die wederopzegging worden ingewilligd. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
|
||||
|
||||
**8.** De in het zevende lid bedoelde tarieven bedragen € 0,1980 per gigajoule en € 2,4493 per 1000 kilogram CO_2.
|
||||
**8.** De in het zevende lid bedoelde tarieven bedragen € 0,2051 per gigajoule en € 2,5375 per 1000 kilogram CO_2.
|
||||
|
||||
**9.** Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur worden voorwaarden en beperkingen gesteld waaronder de regeling, bedoeld in het zevende lid, wordt toegepast.
|
||||
|
||||
|
|
@ -645,13 +648,14 @@ e. uitslag: uitslag in de zin van de Wet op de accijns;
|
|||
f. aansluiting: een aansluiting van een in Nederland gelegen onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen *a* tot en met *d*, van de Wet waardering onroerende zaken op het Nederlandse distributienet waaruit elektriciteit of aardgas aan de verbruiker wordt geleverd; een aansluiting kan bestaan uit een of meer leveringspunten;
|
||||
g. installatie voor warmtekrachtkoppeling: een installatie waarin aardgas wordt verstookt voor de gecombineerde opwekking van warmte en kracht met een totaal energetisch rendement van minimaal 60%, gebaseerd op de calorische onderwaarde van het gas. Onder het totaal energetisch rendement wordt verstaan de som van het rendement van de elektriciteitsopwekking en tweederde deel van het rendement van de productie van nuttig aan te wenden warmte, berekend op de onderste verbrandingswaarde van aardgas;
|
||||
h. installatie voor blokverwarming: een gemeenschappelijke voorziening, niet zijnde een installatie voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in onderdeel *g*, voor de verwarming van meer dan een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdeel *c*, van de Wet waardering onroerende zaken;
|
||||
i. kleinschalige waterkracht: een waterkrachtcentrale voor de opwekking van elektriciteit met een vermogen van minder dan 15 megawatt;
|
||||
j. energiezuinige apparaten, energiebesparende voorzieningen en voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie: apparaten en voorzieningen die door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bij ministeriële regeling zijn aangewezen als apparaten en voorzieningen die in het belang zijn van een doelmatig gebruik van energie of van de opwekking van duurzame energie. Onder energiebesparende voorzieningen wordt mede verstaan: een EnergiePrestatieAdvies dat voldoet aan bij door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bij ministeriële regeling te stellen eisen;
|
||||
k. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
|
||||
l. secundaire brandstoffen: materialen, dan wel mengsels van materialen, verkregen via inzameling van huishoudelijk of bedrijfsafval, al dan niet nader gesorteerd of opgewerkt, herkenbaar als brandstof op basis van fysische en/of chemische karakterisering, die ingezet worden ter vervanging van olie, gas en kolen.
|
||||
i. hernieuwbare energiebronnen: wind, zonne-energie, aardwarmte, golfenergie, getijdenenergie, waterkracht, biomassa, stortgas, rioolwaterzuiveringsgas en biogas;
|
||||
j. biomassa: de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval;
|
||||
k. zuivere biomassa: producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken die geheel biologisch afbreekbaar zijn, alsmede industrieel en huishoudelijk afval dat geheel biologisch afbreekbaar is.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de herleiding van feitelijke hoeveelheden van halfzware olie en gasolie tot hoeveelheden bij een temperatuur van 15°C.
|
||||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inhoud van het begrip zuivere biomassa.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Grondslag en belastingplicht
|
||||
|
||||
### Artikel 36b
|
||||
|
|
@ -684,9 +688,9 @@ e. elektriciteit.
|
|||
|
||||
Het vijfde lid is niet van toepassing met betrekking tot de verbruiker die:
|
||||
|
||||
a. elektriciteit heeft opgewekt door middel van windenergie, zonne-energie of installaties waarin biomassa zonder enige bijstook of bijmenging van kunststoffen thermisch wordt verwerkt onder omzetting in elektriciteit;
|
||||
a. elektriciteit heeft opgewekt door middel van hernieuwbare energiebronnen, met uitzondering van elektriciteit uit biomassa die niet als zuivere biomassa wordt aangemerkt;
|
||||
b. elektriciteit heeft opgewekt door middel van een noodinstallatie in geval van storingen bij de levering via het net;
|
||||
c. biomassa heeft omgezet en opgewerkt tot aardgas;
|
||||
c. stortgas, rioolwaterzuiveringsgas of biogas heeft gewonnen;
|
||||
d. elektriciteit heeft opgewekt door middel van een installatie voor warmtekrachtkoppeling.
|
||||
|
||||
**7.** Bij de levering van aardgas aan een verbruiker die dat gebruikt voor een installatie voor blokverwarming, wordt in afwijking in zoverre van het tweede lid de belasting geheven over de totale hoeveelheid geleverd aardgas.
|
||||
|
|
@ -778,17 +782,29 @@ In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, bedraagt het tarief voor aardgas a
|
|||
– hoger is dan 5000 m^3, maar niet hoger dan 170 000 m^3, per m^3 € 0,00077;
|
||||
– hoger is dan 170 000 m^3, per m^3 € 0,00014.
|
||||
|
||||
**5.** Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde lager of hoger dan 35,17 megajoule per m^3 worden de in het eerste lid, onderdeel d, en het vierde lid genoemde tarieven naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd.
|
||||
**5.** Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde lager of hoger dan 35,17 megajoule per m^3 worden de in het eerste lid, onderdeel d, vierde en zevende lid genoemde tarieven naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel e, bedraagt het tarief voor elektriciteit nihil voor zover de belastingplichtige beschikt over een met die levering overeenkomstige hoeveelheid groencertificaten als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Regeling groencertificaten Elektriciteitswet 1998, en voor zover ter zake van de levering ervan een specifiek contract is gesloten met de verbruiker. De eerste volzin is niet van toepassing op elektriciteit die is opgewekt door middel van waterkracht.
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, bedraagt het tarief voor aardgas als bedoeld in artikel 36o, eerste lid, nihil voor zover ter zake van de levering ervan een specifiek contract is gesloten met de verbruiker.
|
||||
Voorzover de belastingplichtige met betrekking tot de levering van elektriciteit een specifiek contract heeft gesloten met de verbruiker en beschikt over een met die levering overeenkomende hoeveelheid groencertificaten als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Regeling groencertificaten Elektriciteitswet 1998, bedraagt het tarief, in afwijking van het eerste lid, onderdeel e, voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van 12 maanden per aansluiting dat:
|
||||
|
||||
**8.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, bedraagt het tarief voor aardgas € 0,1240 per m^3 voor de totale hoeveelheid aardgas die wordt geleverd aan een verbruiker die dat aardgas gebruikt voor een installatie voor blokverwarming.
|
||||
– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,0175;
|
||||
– hoger is dan 10 000 kWh nihil.
|
||||
|
||||
**9.** Bij een verbruiksperiode korter dan wel langer dan 12 maanden worden de in het eerste lid, onderdelen d en e, genoemde hoeveelheidsgrenzen naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd.
|
||||
De eerste volzin is niet van toepassing met betrekking tot groencertificaten die zijn geboekt ter zake van elektriciteit die is opgewekt door middel van waterkracht dan wel van elektriciteit uit biomassa die niet als zuivere biomassa kan worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
**10.** Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur worden voorwaarden en beperkingen gesteld waaronder het tarief, bedoeld in het zesde lid, wordt toegepast.
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Voorzover de belastingplichtige met betrekking tot de levering van stortgas, rioolwaterzuiveringsgas of biogas een specifiek contract heeft gesloten met de verbruiker, bedraagt het tarief, in afwijking van het eerste lid, onderdeel d, voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van 12 maanden per aansluiting dat:
|
||||
|
||||
– niet hoger is dan 5000 m^3, per m^3 € 0,0453;
|
||||
– hoger is dan 5000 m^3 nihil.
|
||||
|
||||
**8.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, bedraagt het tarief voor aardgas € 0,1285 per m^3 voor de totale hoeveelheid aardgas die wordt geleverd aan een verbruiker die dat aardgas gebruikt voor een installatie voor blokverwarming.
|
||||
|
||||
**9.** Bij een verbruiksperiode korter dan wel langer dan 12 maanden worden de in het eerste lid, onderdelen d en e, vierde, zesde en zevende lid, genoemde hoeveelheidsgrenzen naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd.
|
||||
|
||||
**10.** Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur worden voorwaarden en beperkingen gesteld waaronder de tarieven, bedoeld in het zesde en zevende lid, worden toegepast.
|
||||
|
||||
**11.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de toepassing van het derde, vierde, zesde en zevende lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -828,7 +844,7 @@ In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, bedraagt het tarief voor aardgas a
|
|||
|
||||
**2.** De teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend aan degene die de brandstoffen voor eigen verbruik heeft betrokken.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek wordt teruggaaf van de belasting verleend voor aardgas dat is belast naar het tarief als bedoeld in artikel 36i, eerste lid, onderdeel d, voor het verbruik niet hoger dan 5000 m^3 , voorzover het verbruik van warmte in een onroerende zaak die door een installatie voor blokverwarming wordt verwarmd, hoger is dan 158 000 MJ per verbruiksperiode van 12 maanden.
|
||||
**3.** Op verzoek wordt teruggaaf van de belasting verleend voor aardgas dat is belast naar het tarief als bedoeld in artikel 36i, eerste lid, onderdeel d, voor het verbruik niet hoger dan 5000 m^3, voorzover het verbruik van warmte in een onroerende zaak die door een installatie voor blokverwarming wordt verwarmd, hoger is dan 158 000 MJ per verbruiksperiode van 12 maanden.
|
||||
|
||||
**4.** De teruggaaf, bedoeld in het derde lid, wordt verleend aan de gebruiker van de in het derde lid bedoelde onroerende zaak. De teruggaaf bedraagt het verschil tussen het tarief, bedoeld in artikel 36i, eerste lid, onderdeel d, voor het verbruik niet hoger dan 5000 m^3 en het tarief voor het verbruik gelegen tussen 5000 m^3 en 170 000 m^3.
|
||||
|
||||
|
|
@ -854,6 +870,8 @@ c. de instelling niet of slechts in beperkte mate werkzaam is op het gebied van
|
|||
d. de instelling niet aan vennootschapsbelasting is onderworpen dan wel daarvan is vrijgesteld;
|
||||
e. de instelling beschikt over een eigen aansluiting.
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kan Onze Minister niet gesubsidieerd vrijwilligerswerk dat ter behartiging van een sociaal belang om niet wordt verricht door natuurlijke personen onder voorwaarden en beperkingen aanwijzen als een instelling in de zin van de vorige volzin.
|
||||
|
||||
**12.** Op verzoek wordt teruggaaf van de belasting verleend met betrekking tot aardgas dat wordt gebruikt op een in artikel 36k, eerste lid, bedoelde wijze.
|
||||
|
||||
### Artikel 36m
|
||||
|
|
@ -881,13 +899,13 @@ b. de gegevens betreffende de toepassing van de in artikel 36c, tweede en derde
|
|||
|
||||
### Artikel 36o
|
||||
|
||||
**1.** Op de belasting die is verschuldigd ter zake van de levering van elektriciteit en aardgas wordt een vermindering toegepast voor zover in die levering elektriciteit is begrepen die is opgewekt door middel van windenergie, zonne-energie, kleinschalige waterkracht of installaties waarin biomassa zonder bijstook of bijmenging van kunststoffen thermisch wordt verwerkt onder omzetting in elektriciteit, respectievelijk voor zover in die levering aardgas is begrepen dat afkomstig is uit de omzetting van biomassa.
|
||||
**1.** Op de belasting die is verschuldigd ter zake van de levering van elektriciteit en aardgas wordt een vermindering toegepast voorzover in die levering elektriciteit is begrepen die is opgewekt door middel van windenergie, zonne-energie, golfenergie of getijdenenergie, respectievelijk voorzover in die levering stortgas, rioolwaterzuiveringsgas of biogas is begrepen.
|
||||
|
||||
**2.** De vermindering bedraagt de ter zake van de levering van op duurzame wijze geproduceerde energie, bedoeld in het eerste lid, verschuldigde belasting en is slechts van toepassing voor zover wordt aangetoond dat het bedrag van de vermindering wordt doorgegeven aan degene die de elektriciteit op de in het eerste lid bedoelde wijze heeft opgewekt respectievelijk aan degene die biomassa heeft omgezet en opgewerkt tot aardgas. Voor de berekening van de verschuldigde belasting, bedoeld in de eerste volzin, worden voor elektriciteit en aardgas de hierna genoemde tarieven in aanmerking genomen: € 0,0200 per kWh onderscheidenlijk € 0,0579 per m^3. Onder de verschuldigde belasting, bedoeld in de eerste volzin, wordt mede verstaan de belasting die verschuldigd zou zijn indien artikel 36i, zesde lid, niet van toepassing zou zijn.
|
||||
**2.** De vermindering bedraagt de ter zake van de levering van op duurzame wijze geproduceerde energie, bedoeld in het eerste lid, verschuldigde belasting en is slechts van toepassing voor zover wordt aangetoond dat het bedrag van de vermindering wordt doorgegeven aan degene die de elektriciteit op de in het eerste lid bedoelde wijze heeft opgewekt respectievelijk aan degene die stortgas, rioolwaterzuiveringsgas of biogas heeft gewonnen. Voor de berekening van de verschuldigde belasting, bedoeld in de eerste volzin, worden voor elektriciteit en aardgas de hierna genoemde tarieven in aanmerking genomen: € 0,0207 per kWh onderscheidenlijk € 0,0600 per m^3. Onder de verschuldigde belasting, bedoeld in de eerste volzin, wordt mede verstaan de belasting die verschuldigd zou zijn indien artikel 36i, zesde lid, niet van toepassing zou zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de toepassing van de vermindering wordt de levering van op duurzame wijze geproduceerde energie, bedoeld in het eerste lid, zoveel als mogelijk is, toegerekend aan belaste leveringen. Voor zover de totale hoeveelheid geleverde op duurzame wijze geproduceerde energie de totale belaste hoeveelheid geleverde energie overtreft, vindt geen vermindering plaats.
|
||||
|
||||
**4.** De in dit artikel bedoelde vermindering is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de levering van warmte die is opgewekt door middel van installaties waarin biomassa zonder enige bijstook van andere stoffen thermisch wordt verwerkt onder omzetting in elektriciteit en warmte, en warmte die is opgewekt met behulp van een aardwarmtewinningssysteem, met dien verstande dat voor de berekening van de vermindering als verschuldigde belasting ter zake van de levering van deze warmte in aanmerking wordt genomen de belasting die verschuldigd zou zijn indien de levering van warmte belast zou zijn tegen een tarief van € 1,82 per GJ.
|
||||
**4.** De in dit artikel bedoelde vermindering is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de levering van warmte die is opgewekt door middel van installaties waarin zuivere biomassa zonder enige bijstook van andere stoffen thermisch wordt verwerkt onder omzetting in elektriciteit en warmte, en warmte die is opgewekt met behulp van een aardwarmtewinningssysteem, met dien verstande dat voor de berekening van de vermindering als verschuldigde belasting ter zake van de levering van deze warmte in aanmerking wordt genomen de belasting die verschuldigd zou zijn indien de levering van warmte belast zou zijn tegen een tarief van € 1,89 per GJ.
|
||||
|
||||
**5.** Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur worden voorwaarden en beperkingen gesteld waaronder de vermindering bedoeld in dit artikel wordt verleend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -899,17 +917,7 @@ b. de gegevens betreffende de toepassing van de in artikel 36c, tweede en derde
|
|||
|
||||
### Artikel 36p
|
||||
|
||||
**1.** Op de belasting die is verschuldigd ter zake van de levering van aardgas en elektriciteit wordt een vermindering toegepast ter zake van de bedragen die de belastingplichtige heeft uitgekeerd in verband met de aanschaf van niet eerder gebruikte energiezuinige apparaten, energiebesparende voorzieningen en voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie (energiepremies).
|
||||
|
||||
**2.** De vermindering bedraagt per apparaat of voorziening een door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bij ministeriële regeling aangewezen bedrag. De vermindering wordt slechts toegepast indien wordt aangetoond dat dit bedrag als energiepremie is uitgekeerd aan degene die ter zake van de aanschaf van dat apparaat of die voorziening bij de belastingplichtige een verzoek om toekenning van de energiepremie heeft ingediend en de verzoeker de eigenaar, de huurder of de verhuurder van een als woning gebruikte onroerende zaak is, waaraan de belastingplichtige aardgas of elektriciteit levert.
|
||||
|
||||
**3.** Degene die ter zake van de aanschaf van het apparaat of de voorziening bij de belastingplichtige een verzoek om toekenning van de energiepremie heeft ingediend kan zich bij geschillen met betrekking tot de toekenning van de energiepremie wenden tot de inspecteur met het verzoek over dat verzoek een uitspraak te doen. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. De beschikking wordt mede bekendgemaakt aan de belastingplichtige. Indien de beschikking strekt tot uitkering van de energiepremie, is de belastingplichtige daartoe gehouden.
|
||||
|
||||
**4.** De belastingplichtige bedoeld in het eerste lid wordt met betrekking tot het uitkeren van energiepremies niet aangemerkt als bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een vermindering van de belasting eveneens kan worden toegepast ter zake van een bij die regeling te bepalen bijdrage in de kosten van door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer goedgekeurde specifieke programma's ter bevordering van energiebesparing.
|
||||
|
||||
**6.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld waaronder de vermindering wordt verleend en kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Afdeling 10. Bijzondere teruggaafregeling
|
||||
|
||||
|
|
@ -921,15 +929,7 @@ Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestu
|
|||
|
||||
### Artikel 36r
|
||||
|
||||
**1.** Op de belasting die is verschuldigd ter zake van de levering van elektriciteit wordt een vermindering toegepast voorzover in die levering elektriciteit is begrepen die is opgewekt door een afvalverbrandingsinstallatie.
|
||||
|
||||
**2.** De vermindering bedraagt 0 percent van de ter zake van de levering van de door de afvalverbrandingsinstallatie opgewekte elektriciteit verschuldigde belasting en is slechts van toepassing voorzover wordt aangetoond dat het bedrag van de vermindering wordt doorgegeven aan de afvalverbrandingsinstallatie. Voor de berekening van de verschuldigde belasting, bedoeld in de eerste volzin, wordt een tarief in aanmerking genomen van € 0,0200 per kWh.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 36o, derde, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Bij regeling van Onze Minister kan het in het tweede lid genoemde percentage worden verlaagd.
|
||||
|
||||
**5.** Uiterlijk binnen drie maanden na het tijdstip waarop de krachtens het vierde lid vastgestelde ministeriële regeling in werking treedt, wordt een voorstel van wet tot goedkeuring van die regeling aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de Kamers der Staten-Generaal tot het niet aannemen van het voorstel besluit, wordt onverwijld bij regeling van Onze Minister het krachtens het vierde lid vervangen percentage met ingang van het tijdstip waarop laatstgenoemde regeling in werking treedt, vervangen door het percentage zoals dat gold onmiddellijk vóór het in de eerste volzin bedoelde tijdstip.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Afdeling 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -971,7 +971,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
### Artikel 37a
|
||||
|
||||
De artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkomstige toepassing op de in de artikelen 9, eerste en derde lid, 10, 11g, 18, eerste lid, onderdeel a en tweede lid, 27, eerste lid, onderdelen a tot en met k, en achtste lid, 36i, eerste lid, onderdelen a tot en met e, en achtste lid, 36o, tweede en vierde lid, en 36r, tweede lid, vermelde bedragen.
|
||||
De artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkomstige toepassing op de in de artikelen 9, eerste en derde lid, 10, 11g, 18, eerste lid, onderdeel a en tweede lid, 27, eerste lid, onderdelen a tot en met k, en achtste lid, 36i, eerste lid, onderdelen a tot en met e, zesde, zevende en achtste lid, 36o, tweede en vierde lid, vermelde bedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue