2010-12-31 | BWBR0012778 | Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart
This commit is contained in:
parent
c157af45a4
commit
2fb880c07d
1 changed files with 27 additions and 27 deletions
|
|
@ -36,7 +36,7 @@ m. zeilschip: een schip dat bestemd is en ingericht is om hoofdzakelijk door mid
|
|||
n. STCW-Verdrag: het op 7 juli 1978 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978 (Trb. 1981, 144);
|
||||
o. STCW-Code: de Code inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van zeevarenden, behorend bij het STCW-Verdrag (Trb. 1996, 249);
|
||||
p. geneeskundige verklaring: een verklaring als bedoeld in artikel 104;
|
||||
q. Medisch Adviseur Scheepvaart: de medisch adviseur van de inspecteur-generaal;
|
||||
q. Medisch Adviseur Scheepvaart: de medisch adviseur scheepvaart van Onze Minister of diens plaatsvervanger;
|
||||
r. kW: kiloWatt;
|
||||
s. GT: de bruto inhoud van het schip, vastgesteld volgens de bepalingen krachtens de Meetbrievenwet 1981;
|
||||
t. lengte: de lengte van een zeilschip die gelijk is aan 96 procent van de lengte van de lastlijn op 85 procent van de kleinste holte naar de mal gemeten vanaf de bovenzijde van de kielplaat, dan wel gelijk is aan de lengte van de voorzijde van de voorsteven tot aan de hartlijn van de roerkoning gemeten op deze lastlijn, indien deze laatste lengte groter is.
|
||||
|
|
@ -57,7 +57,7 @@ Dit besluit is niet van toepassing ten aanzien van vissersvaartuigen en zeilvaar
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Op verzoek van de scheepsbeheerder kan de inspecteur-generaal ontheffing verlenen van de verplichting om het schip te bemannen in overeenstemming met het bemanningscertificaat indien blijkt dat:
|
||||
Op verzoek van de scheepsbeheerder kan Onze Minister ontheffing verlenen van de verplichting om het schip te bemannen in overeenstemming met het bemanningscertificaat indien blijkt dat:
|
||||
|
||||
a. korte tijd voor het vertrek van het schip uit de haven een of meer leden van de bemanning niet beschikbaar zijn;
|
||||
b. dringende omstandigheden ertoe nopen het vertrek niet langer uit te stellen, en
|
||||
|
|
@ -65,7 +65,7 @@ c. met de aan boord aanwezige bemanning, gelet op de bijzonderheden van de reis,
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Op verzoek van de scheepsbeheerder kan de inspecteur-generaal een ontheffing als bedoeld in artikel 25 van de wet verlenen, indien:
|
||||
Op verzoek van de scheepsbeheerder kan Onze Minister een ontheffing als bedoeld in artikel 25 van de wet verlenen, indien:
|
||||
|
||||
a. er onvoldoende bemanningsleden, in het bezit van de vereiste kwalificaties, voorhanden zijn,
|
||||
b. de ontheffing verleend wordt aan een bemanningslid dat in het bezit is van het vaarbevoegdheidsbewijs dat vereist is voor de relevante lagere functie, en
|
||||
|
|
@ -131,7 +131,7 @@ Een vaarbevoegdheidsbewijs, met uitzondering van dat voor gezellen, is geldig to
|
|||
|
||||
**1.** Een vaarbevoegdheidsbewijs wordt afgegeven indien de aanvrager aantoont te voldoen aan de ingevolge dit besluit vereiste kennis en ervaring, mits het kennisbewijs ten hoogste vier jaar voor het indienen van de aanvraag is afgegeven.
|
||||
|
||||
**2.** Een vaarbevoegdheidsbewijs of een aanvulling daarop kan vernieuwd worden, indien de houder in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing ten minste één jaar heeft dienstgedaan in een naar het oordeel van de inspecteur-generaal relevante functie waarvoor een vaarbevoegdheid is vereist en die door de houder op grond van de aan hem toegekende vaarbevoegdheden mocht worden vervuld, dan wel in een andere, bij regeling van Onze Minister vastgestelde, daarmee vergelijkbare functie.
|
||||
**2.** Een vaarbevoegdheidsbewijs of een aanvulling daarop kan vernieuwd worden, indien de houder in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing ten minste één jaar heeft dienstgedaan in een naar het oordeel van Onze Minister relevante functie waarvoor een vaarbevoegdheid is vereist en die door de houder op grond van de aan hem toegekende vaarbevoegdheden mocht worden vervuld, dan wel in een andere, bij regeling van Onze Minister vastgestelde, daarmee vergelijkbare functie.
|
||||
|
||||
**3.** In het geval van vernieuwing als genoemd in het tweede lid, wordt het vaarbevoegdheidsbewijs dat is vernieuwd, ingenomen of zonodig ongeldig gemaakt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -140,8 +140,8 @@ Een vaarbevoegdheidsbewijs, met uitzondering van dat voor gezellen, is geldig to
|
|||
Een vaarbevoegdheidsbewijs, dat door verloop van de geldigheidsduur ongeldig is geworden, en dat niet op grond van het tweede lid kan worden vernieuwd, wordt op verzoek vernieuwd indien de aanvrager direct voorafgaand aan de aanvraag:
|
||||
|
||||
a. een daartoe door Onze Minister erkende opleiding heeft gevolgd en met succes heeft afgesloten;
|
||||
b. gedurende drie maanden in een naar het oordeel van de inspecteur-generaal relevante functie boven de sterkte heeft gevaren, of
|
||||
c. op grond van een ontheffing, gedurende ten minste drie maanden in een naar het oordeel van de inspecteur-generaal relevante, maar lagere functie heeft gevaren dan waarvoor zijn ongeldig geworden vaarbevoegdheidsbewijs gold.
|
||||
b. gedurende drie maanden in een naar het oordeel van Onze Minister relevante functie boven de sterkte heeft gevaren, of
|
||||
c. op grond van een ontheffing, gedurende ten minste drie maanden in een naar het oordeel van Onze Minister relevante, maar lagere functie heeft gevaren dan waarvoor zijn ongeldig geworden vaarbevoegdheidsbewijs gold.
|
||||
|
||||
**5.** Een vaarbevoegdheidsbewijs dat verloren is gegaan kan worden vervangen door een duplicaat vaarbevoegdheidsbewijs, waarvan de einddatum overeenkomt met de einddatum op het originele document.
|
||||
|
||||
|
|
@ -383,7 +383,7 @@ c. een erkende cursus hebben gevolgd om zich vertrouwd te maken met de dienst aa
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De inspecteur-generaal is bevoegd in plaats van de diensttijd, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, een kortere diensttijd toe te staan, onder voorwaarde dat:
|
||||
Onze Minister is bevoegd in plaats van de diensttijd, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, een kortere diensttijd toe te staan, onder voorwaarde dat:
|
||||
|
||||
a. de diensttijd niet korter is dan een maand;
|
||||
b. het tankschip waarop de diensttijd is doorgebracht een bruto tonnage heeft van minder dan 3000;
|
||||
|
|
@ -397,7 +397,7 @@ Kapiteins, eerste maritiem officieren, eerste stuurlieden, hoofdwerktuigkundigen
|
|||
a. zij hebben een ervaring van ten minste een half jaar op het gebied van hun taken op het type tankschip waarop zij varen, en
|
||||
b. zij zijn in het bezit van een voor het type tankschip bestemd veiligheidstrainingscertificaat, zoals is voorgeschreven in artikel 71, 72 of 73;
|
||||
|
||||
**4.** De inspecteur-generaal draagt er zorg voor dat op het vaarbevoegdheidsbewijs van kapiteins en officieren die voldoen aan het eerste, tweede of derde lid, de desbetreffende aantekening wordt gemaakt.
|
||||
**4.** Onze Minister draagt er zorg voor dat op het vaarbevoegdheidsbewijs van kapiteins en officieren die voldoen aan het eerste, tweede of derde lid, de desbetreffende aantekening wordt gemaakt.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf Eisen voor passagiersschepen
|
||||
|
||||
|
|
@ -405,7 +405,7 @@ b. zij zijn in het bezit van een voor het type tankschip bestemd veiligheidstrai
|
|||
|
||||
**1.** Dit artikel is van toepassing op kapiteins, maritiem officieren, stuurlieden, werktuigkundigen en ander personeel aan boord van passagiersschepen.
|
||||
|
||||
**2.** Alvorens hun taken aan boord van passagiersschepen worden opgedragen is er voor de betrokken zeevarenden een door de inspecteur-generaal goedgekeurd schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat zij de opleiding en training, zoals vereist in het vierde tot en met het achtste lid, in overeenstemming met hun hoedanigheid, taken en verantwoordelijkheden, met goed gevolg hebben voltooid.
|
||||
**2.** Alvorens hun taken aan boord van passagiersschepen worden opgedragen is er voor de betrokken zeevarenden een door Onze Minister goedgekeurd schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat zij de opleiding en training, zoals vereist in het vierde tot en met het achtste lid, in overeenstemming met hun hoedanigheid, taken en verantwoordelijkheden, met goed gevolg hebben voltooid.
|
||||
|
||||
**3.** Zeevarenden van wie verlangd wordt dat zij een opleiding hebben gevolgd in overeenstemming met het vierde, zevende en achtste lid, volgen passende herhalingscursussen met tussenpozen van niet meer dan vijf jaar of tonen aan dat zij in de afgelopen vijf jaar tenminste één jaar dienst hebben gedaan aan boord van passagierschepen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -459,7 +459,7 @@ In plaats van de bewijzen en certificaten, genoemd in artikel 79 tot en met 83,
|
|||
|
||||
**3.** Aan werktuigkundigen en maritiem officieren die voldoen aan het eerste lid wordt een kennisbewijs uitgereikt.
|
||||
|
||||
**4.** De inspecteur-generaal draagt er zorg voor dat op het vaarbevoegdheidsbewijs van werktuigkundigen en maritiem officieren die voldoen aan dit artikel, de betreffende aantekening wordt gemaakt.
|
||||
**4.** Onze Minister draagt er zorg voor dat op het vaarbevoegdheidsbewijs van werktuigkundigen en maritiem officieren die voldoen aan dit artikel, de betreffende aantekening wordt gemaakt.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf Eisen voor hogesnelheidsvaartuigen
|
||||
|
||||
|
|
@ -475,7 +475,7 @@ Kapiteins, maritiem officieren, stuurlieden en werktuigkundigen van hogesnelheid
|
|||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de bemanning van zeilschepen met een lengte van minder dan 40 meter.
|
||||
|
||||
**3.** De inspecteur-generaal draagt er zorg voor dat op het vaarbevoegdheidsbewijs van kapiteins, stuurlieden en maritiem officieren die voldoen aan het eerste lid van dit artikel, de betreffende aantekening wordt gemaakt.
|
||||
**3.** Onze Minister draagt er zorg voor dat op het vaarbevoegdheidsbewijs van kapiteins, stuurlieden en maritiem officieren die voldoen aan het eerste lid van dit artikel, de betreffende aantekening wordt gemaakt.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6. Vaarbevoegdheden Koninklijke Marine
|
||||
|
||||
|
|
@ -702,7 +702,7 @@ d. De houder van een vrijstelling van het bezit van een diploma als scheepswerkt
|
|||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
Een vaarbevoegdheidsbewijs als gezel wordt afgegeven aan: de houder van het certificaat scheepstechnicus, uitgereikt door de inspecteur-generaal.
|
||||
Een vaarbevoegdheidsbewijs als gezel wordt afgegeven aan: de houder van het certificaat scheepstechnicus, uitgereikt door Onze Minister.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Beroepsvereisten
|
||||
|
||||
|
|
@ -1129,7 +1129,7 @@ a. met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond
|
|||
– kennis van buitenlandse maten en gewichten, en
|
||||
b. een diensttijd behaald van ten minste en half jaar in de kombuis van een zeeschip.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van lid 1, onder a en b, kan de inspecteur-generaal een diploma als scheepskok afgeven aan een aanvrager die aantoont dat hij op 1 augustus 1986 als scheepskok voer of als zodanig bij een rederij in dienst was en gedurende de daaraan voorafgaande periode een dienstverband van tenminste drie jaar als scheepskok heeft gehad met een Nederlandse zeewerkgever, en op die datum 23 jaar of ouder was.
|
||||
**2.** In afwijking van lid 1, onder a en b, kan Onze Minister een diploma als scheepskok afgeven aan een aanvrager die aantoont dat hij op 1 augustus 1986 als scheepskok voer of als zodanig bij een rederij in dienst was en gedurende de daaraan voorafgaande periode een dienstverband van tenminste drie jaar als scheepskok heeft gehad met een Nederlandse zeewerkgever, en op die datum 23 jaar of ouder was.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 10. Beroepsvereisten voor scheepsofficieren
|
||||
|
||||
|
|
@ -1185,11 +1185,11 @@ d. de naam en roepletters van het schip.
|
|||
|
||||
**4.** De scheepsbeheerder houdt aantekening van de datum van ontvangst van monsterrollen.
|
||||
|
||||
**5.** De monsterrollen worden ten kantore van de scheepsbeheerder in Nederland bewaard en ter beschikking gehouden ten behoeve van het houden van toezicht door de inspecteur-generaal.
|
||||
**5.** De monsterrollen worden ten kantore van de scheepsbeheerder in Nederland bewaard en ter beschikking gehouden ten behoeve van het houden van toezicht door de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 95
|
||||
|
||||
De scheepsbeheerder stelt de inspecteur-generaal telkenmale schriftelijk in kennis van het feit dat hij van de kapitein een opgemaakte monsterrol heeft ontvangen.
|
||||
De scheepsbeheerder stelt Onze Minister telkenmale schriftelijk in kennis van het feit dat hij van de kapitein een opgemaakte monsterrol heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 96
|
||||
|
||||
|
|
@ -1199,7 +1199,7 @@ De scheepsbeheerder bewaart een monsterrol, nadat zij is vervangen of nadat de g
|
|||
|
||||
### Artikel 97
|
||||
|
||||
**1.** De inspecteur-generaal geeft een monsterboekje af aan degene die bij de aanvraag voldoet aan het tweede lid.
|
||||
**1.** Onze Minister geeft een monsterboekje af aan degene die bij de aanvraag voldoet aan het tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1208,7 +1208,7 @@ Voor de afgifte van een monsterboekje komt uitsluitend in aanmerking:
|
|||
a. degene die aantoont dat met een scheepsbeheerder of zeewerkgever een arbeidsovereenkomst voor de vaart ter zee is aangegaan of zal worden aangegaan;
|
||||
b. degene die aantoont een opleiding te volgen voor een beroep waarvoor een vaarbevoegdheidsbewijs vereist is;
|
||||
c. degene die behoort tot een andere, door Onze Minister aan te wijzen categorie personen, of
|
||||
d. degene die het monsterboekje naar het oordeel van de inspecteur-generaal ten behoeve van zijn beroepsuitoefening nodig heeft.
|
||||
d. degene die het monsterboekje naar het oordeel van Onze Minister ten behoeve van zijn beroepsuitoefening nodig heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 98
|
||||
|
||||
|
|
@ -1224,17 +1224,17 @@ e. zo nodig aanvullende informatie, die nodig is om de gegevens, bedoeld in arti
|
|||
|
||||
**2.** De aanvraag wordt niet in behandeling genomen dan nadat de kosten voor de afgifte van het monsterboekje zijn voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** In plaats van de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde documenten kunnen daarvan kopieën worden overgelegd, die door de ambtenaar van de afdeling bevolking van de gemeente waar de aanvrager is ingeschreven zijn gewaarmerkt of door een andere door de inspecteur-generaal geaccepteerde autoriteit.
|
||||
**3.** In plaats van de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde documenten kunnen daarvan kopieën worden overgelegd, die door de ambtenaar van de afdeling bevolking van de gemeente waar de aanvrager is ingeschreven zijn gewaarmerkt of door een andere door Onze Minister geaccepteerde autoriteit.
|
||||
|
||||
**4.** In plaats van het in het eerste lid, onderdeel c, genoemde afschrift kan, indien de aanvrager zijn hoofdverblijf niet in Nederland heeft, worden volstaan met documenten die in het land van herkomst gebruikelijk zijn.
|
||||
|
||||
**5.** De inspecteur-generaal bepaalt de wijze van afgifte van het monsterboekje.
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling wordt de wijze van afgifte van het monsterboekje bepaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 99
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Alvorens het monsterboekje af te geven, met uitzondering van het voorlopig monsterboekje als bedoeld in artikel 101, eerste lid, onder a, tekent de inspecteur-generaal in elk geval de volgende gegevens erin aan:
|
||||
Alvorens het monsterboekje af te geven, met uitzondering van het voorlopig monsterboekje als bedoeld in artikel 101, eerste lid, onder a, tekent Onze Minister in elk geval de volgende gegevens erin aan:
|
||||
|
||||
a. van de houder:
|
||||
|
||||
|
|
@ -1267,11 +1267,11 @@ Onverminderd artikel 97, tweede lid, kan in de volgende gevallen een voorlopig m
|
|||
|
||||
a. indien de aanvrager niet tijdig in Nederland een monsterboekje kan aanvragen;
|
||||
b. op verzoek van de zeevarende die aantoont het monsterboekje niet langer dan drie maanden nodig te hebben voor zijn werkzaamheden aan boord; of
|
||||
c. indien naar het oordeel van de inspecteur-generaal niet zeker is dat de aanvrager een arbeidsovereenkomst met de scheepsbeheerder of de zeewerkgever zal kunnen sluiten.
|
||||
c. indien naar het oordeel van Onze Minister niet zeker is dat de aanvrager een arbeidsovereenkomst met de scheepsbeheerder of de zeewerkgever zal kunnen sluiten.
|
||||
|
||||
**2.** In het geval, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, wordt het monsterboekje ingevuld en afgegeven door de kapitein.
|
||||
|
||||
**3.** In de gevallen, genoemd in het eerste lid, onderdelen b en c, wordt het monsterboekje ingevuld en afgegeven door de inspecteur-generaal.
|
||||
**3.** In de gevallen, genoemd in het eerste lid, onderdelen b en c, wordt het monsterboekje ingevuld en afgegeven door Onze Minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 102
|
||||
|
||||
|
|
@ -1279,7 +1279,7 @@ De artikelen 97, tweede lid, 98 en 99 zijn van overeenkomstige toepassing bij de
|
|||
|
||||
### Artikel 103
|
||||
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke personen naast de inspecteur-generaal en de kapitein bevoegd zijn tot het maken van de daarbij genoemde aanvullende aantekeningen of van wijzigingen in een monsterboekje of een voorlopig monsterboekje.
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke personen naast de kapitein bevoegd zijn tot het maken van de daarbij genoemde aanvullende aantekeningen of van wijzigingen in een monsterboekje of een voorlopig monsterboekje.
|
||||
|
||||
**2.** Een monsterboekje of een voorlopig monsterboekje, waarin een ander dan een van de in het eerste lid bedoelde personen de daarbij genoemde aantekeningen of wijzigingen heeft aangebracht, is ongeldig.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1448,9 +1448,9 @@ f. de brand- en waterdichte deuren, met uitzondering van die ter afsluiting van
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister kan diploma's, door bevoegde autoriteiten in andere landen afgegeven op grond van het Verdrag betreffende het diploma van bekwaamheid als scheepskok, 1946, als gelijkwaardig aan Nederlandse diploma's erkennen.
|
||||
|
||||
**4.** De inspecteur-generaal kan op een daartoe strekkend verzoek van de scheepsbeheerder voor een bepaalde tijd ontheffing verlenen van het eerste lid met betrekking tot het gediplomeerd zijn van de scheepskok, indien er naar zijn redelijk oordeel een onvoldoende aantal gediplomeerde scheepskoks ter beschikking staat.
|
||||
**4.** Onze Minister kan op een daartoe strekkend verzoek van de scheepsbeheerder voor een bepaalde tijd ontheffing verlenen van het eerste lid met betrekking tot het gediplomeerd zijn van de scheepskok, indien er naar zijn redelijk oordeel een onvoldoende aantal gediplomeerde scheepskoks ter beschikking staat.
|
||||
|
||||
**5.** Aan een in het vierde lid bedoelde ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Indien de voorschriften niet worden nageleefd kan de inspecteur-generaal een verleende ontheffing tussentijds intrekken.
|
||||
**5.** Aan een in het vierde lid bedoelde ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Indien de voorschriften niet worden nageleefd kan Onze Minister een verleende ontheffing tussentijds intrekken.
|
||||
|
||||
### Artikel 121
|
||||
|
||||
|
|
@ -1469,9 +1469,9 @@ d. onverminderd het bepaalde onder a, op olietankschepen, chemicaliëntankschepe
|
|||
|
||||
### Artikel 123
|
||||
|
||||
**1.** De scheepsbeheerder legt aan de inspecteur-generaal een verklaring in drievoud over, waarin hij voor ieder onderdeel van artikel 122, voor zover het desbetreffende onderdeel betrekking heeft op zijn schip, nauwkeurig vermeldt op welke wijze hij ten aanzien van zijn schip uitvoering heeft gegeven aan zijn verplichtingen ingevolge dat artikel.
|
||||
**1.** De scheepsbeheerder legt aan Onze Minister een verklaring in drievoud over, waarin hij voor ieder onderdeel van artikel 122, voor zover het desbetreffende onderdeel betrekking heeft op zijn schip, nauwkeurig vermeldt op welke wijze hij ten aanzien van zijn schip uitvoering heeft gegeven aan zijn verplichtingen ingevolge dat artikel.
|
||||
|
||||
**2.** De inspecteur-generaal registreert de overgelegde verklaring, bedoeld in het eerste lid, en zendt de eigenaar twee door hem ten teken van registratie gewaarmerkte afschriften van de verklaring.
|
||||
**2.** Onze Minister registreert de overgelegde verklaring, bedoeld in het eerste lid, en zendt de eigenaar twee door hem ten teken van registratie gewaarmerkte afschriften van de verklaring.
|
||||
|
||||
**3.** De eigenaar verschaft de kapitein een van de twee exemplaren van de geregistreerde verklaring, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue