2005-07-29 | BWBR0013060 | Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

This commit is contained in:
Coornhert 2005-07-29 12:00:00 +00:00
parent 4ca47b5ccb
commit 2fc3534aea

View file

@ -1018,16 +1018,66 @@ Bij een besluit op grond van artikel 33a is belanghebbende de persoon op wiens a
In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen binnen dertien weken na ontvangst van het bezwaarschrift tegen een beschikking als bedoeld in artikel 33a.
### Artikel 83c
**1.** Indien de persoon, bedoeld in artikel 54, eerste lid, onderdelen b en c, die gehouden is tot het verstrekken van gegevens en inlichtingen op grond van artikel 54, eerste lid, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Centrale organisatie werk en inkomen, en hij deze niet dan wel niet binnen de op grond van artikel 54, vierde lid, gestelde termijn verstrekt, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem een bestuurlijke boete van ten hoogste €1500 opleggen.
**2.** Indien het aan opzet of grove schuld van de persoon, bedoeld in het eerste lid, is te wijten dat geen, dan wel onjuiste of onvolledige inlichtingen zijn verstrekt kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste €5000.
**3.** De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt vijf jaren na de dag waarop de in artikel 54, vierde lid, gestelde termijn is verstreken.
### Artikel 83d
**1.** Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen jegens de persoon, bedoeld in artikel 83c, een handeling verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem een bestuurlijke boete zal worden opgelegd, is die persoon niet langer verplicht in verband hiermee enige verklaring af te leggen. Die persoon wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.
**2.** Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voornemens is om een boete op grond van artikel 83c op te leggen, wordt hiervan kennis gegeven aan de persoon, bedoeld in dat artikel, onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust.
**3.** Indien de persoon de kennisgeving wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen er op verzoek van die persoon zorg voor dat de in de kennisgeving vermelde gronden worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
**4.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de persoon in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd.
**5.** Indien de persoon zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, en hij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen er zorg voor dat een tolk wordt benoemd die de persoon kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs mag worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.
### Artikel 83e
**1.** De beschikking waarbij de boete is opgelegd, vermeldt de termijn of de termijnen waarbinnen deze moet worden betaald.
**2.** Indien de persoon, bedoeld in artikel 83c, de beschikking wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen er zorg voor dat de in de beschikking vermelde informatie wordt medegedeeld in een voor die persoon begrijpelijke taal.
**3.** De beschikking waarbij de boete is opgelegd levert een executoriale titel op in de zin van Boek 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
**4.** Bij gebreke van tijdige betaling wordt de beschikking waarbij de boete is opgelegd met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op de kosten van de persoon, bedoeld in artikel 83c, betekend tenuitvoergelegd en wordt de verschuldigde boete verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten.
### Artikel 83f
**1.** Een boete wordt niet opgelegd zolang het feit op grond waarvan de boete kan worden opgelegd wordt onderzocht door het openbaar ministerie.
**2.** De oplegging van een boete blijft definitief achterwege indien terzake van dat feit tegen de persoon een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen op grond van artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht.
**3.** Het Openbaar Ministerie doet van een omstandigheid als bedoeld in het eerste en het tweede lid mededeling aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
### Artikel 83g
**1.** Een boete op grond van artikel 83c wordt opgelegd binnen een jaar nadat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de persoon, bedoeld in artikel 83c, overeenkomstig artikel 83d in de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
**2.** Indien aangifte is gedaan of proces-verbaal is opgemaakt en ingezonden vangt de termijn van een jaar aan op de dag na die waarop het Openbaar Ministerie aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft medegedeeld dat geen strafvervolging wordt ingesteld.
### Artikel 83h
**1.** Geen boete wordt opgelegd indien de persoon, bedoeld in 83c, eerste lid, is overleden.
**2.** Voorzover een boete nog niet is geïnd of betaald, vervalt zij door het overlijden van de persoon aan wie zij is opgelegd.
## Hoofdstuk 10B. Overgangsbepalingen
### Artikel 83c
### Artikel 83i
Tot 1 januari 2012 is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in afwijking van artikel 33a, eerste lid, bevoegd:
a. de in dat lid genoemde termijn van 18 maanden buiten beschouwing te laten, en
b. de in dat lid bedoelde beschikking te geven over tijdvakken korter of langer dan vijf jaar.
### Artikel 83d
### Artikel 83j
**1.** Beschikkingen die de Raad voor werk en inkomen namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft genomen op grond van een regeling gebaseerd op artikel 20, zoals dat artikel luidde voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van de Wet van 23december 2004, houdende wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met wijziging van de taken en de werkwijze van de Raad voor werk en inkomen, blijven van kracht.